KTM 990 Duke (2024) Handleiding

KTM Motor 990 Duke (2024)

Bekijk gratis de handleiding van KTM 990 Duke (2024) (170 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 9 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over KTM 990 Duke (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/170
BEDIENINGSHANDLEIDING2024
990DUKE
Artikelnr.3214936nl

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: KTM
Categorie: Motor
Model: 990 Duke (2024)

Handleiding KTM 990 Duke (2024) – volledige tekst

BESTE KTM KLANT,*3214936nl*3214936nl05. 02. 2024BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummer van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 14) Stempel van de dealerMotornummer ( pag. 14)Sleutelnummer ( pag. 14)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.

© 2024 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.

1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN61.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.

Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is ontworpen en gebouwd om bestand te zijn tegen de gebruikelijke belastingen van normaal wegge-bruik en gebruik op het circuit. Dit voertuig is alleen geschikt voor gebruik op geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.

3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.

WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.

3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.

– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.

Indien dit speciale gereedschap niet bij de leveringvan het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.

Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.

Binnendringendvuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN102.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.

Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM

BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in het KTM Dealer. net worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat ergeen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.

3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereikenvan het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.

5 SERIENUMMERS145.1 Voertuigidentificatiennummer402324-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 TypeplaatjeV01213-10Het typeplaatje1is op het balhoofd links aangebracht.Het typeplaatje Australië2is op het frame achter het balhoofdlinks aangebracht.5.3 SleutelnummerV01200-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoU hebt het sleutelnummer nodig voor het bestellen vaneen reservesleutel. Bewaar de KEYCODECARD op een veiligeplaats.5.4 MotornummerH01047-10Het motornummer1is op het motorhuis boven gegraveerd.

6 BEDIENINGSELEMENTEN166.1 KoppelingshendelW00607-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.6.2 RemhendelW00608-10De remhendel1is rechts aan het stuur aangebracht.De voorwielrem wordt bediend met de remhendel.6.3 GashendelW00609-10De gashendel1is aan de rechterzijde van het stuuraangebracht.6.4 Schakelaars links aan stuur6.4.1 CombinatieschakelaarDe combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.W00619-10Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 17)2Knop van de cruisecontrol (optioneel) ( pag. 17)3Noodknipperlichtschakelaar ( pag. 17)4Menutoetsen ( pag. 19)5Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 19)6Custom Switch‑weergave ( pag. 37)7Claxonknop ( pag. 20)8+RES/-SET-knop ( pag. 19)

BEDIENINGSELEMENTEN 6176. 4. 2 LichtschakelaarW00621-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht. Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld. Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd. In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld. Seinlicht – Lichtschakelaar in standCtrekken. 6. 4. 3 NoodknipperlichtschakelaarW00622-10De noodknipperlichtschakelaar1is aan de combinatieschakelaarlinks aangebracht. De noodknipperlichten worden gebruikt voor het aangeven vannoodsituaties. InfoDe noodknipperlichten kunnen bij ingeschakeld contactof tot 60 seconden na het uitschakelen van het contactworden in- of uitgeschakeld. Noodknipperlichten slechts zo lang gebruiken als beslistnodig is, aangezien dit de 12V-accu ontlaadt.

Mogelijke toestandenNoodknipperlichten aan – Alle vier knipperlichtenen de groene controlelampjes op het gecombineerdeinstrument knipperen. 6. 4. 4 Knop van de cruisecontrol (optioneel)W00624-10De knop1van de cruisecontrol is links op de combinatieschake-laar aangebracht. Mogelijke toestanden• Knop van cruisecontrol in de uitgangspositie. • Knop van de cruisecontrol naar links gedrukt. – In dezestand wordt de cruisecontrol in- en uitgeschakeld. Debedrijfstoestand wordt op het gecombineerde instrumentweergegeven. • Schakelaar van cruisecontrol kort in stand RES/+ gedrukt. – In deze stand wordt de cruisecontrol voor het eerst geac-tiveerd, indien er eerder geen snelheid was opgeslagen. Debedrijfstoestand wordt op het gecombineerde instrumentweergegeven. • Schakelaar van cruisecontrol kort in stand SET/‑ gedrukt.

– In deze stand wordt de cruisecontrol voor het eerst geac-tiveerd, indien er eerder geen snelheid was opgeslagen. Debedrijfstoestand wordt op het gecombineerde instrumentweergegeven. • Schakelaar van cruisecontrol kort in stand RES/+ gedrukt. – De als laatste opgeslagen doelsnelheid wordt weer geacti-veerd.

6 BEDIENINGSELEMENTEN18• Knop van cruisecontrol in stand RES/+ gedrukt houden. – De doelsnelheid neemt stapsgewijs toe met 5 km/h of5 mph. • Schakelaar van cruisecontrol kort in stand SET/‑ gedrukt. – De cruisecontrol wordt geactiveerd en de actuele snelheidwordt aangehouden. Elke keer dat de schakelaar wordt aange-tikt, wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verlaagd. • Knop van cruisecontrol in stand SET/‑ gedrukt houden. – Dedoelsnelheid neemt stapsgewijs af met 5 km/h of 5 mph. InfoNa activering van de cruisecontrol kan de gashendel in deuitgangspositie teruggedraaid worden. De gekozen snelheidblijft behouden. Als de doelsnelheid door verdraaien van de gashendel voorminder dan 30 seconden wordt overschreden, blijft de crui-secontrol geactiveerd. Om de cruisecontrol uit te schakelen, schakelaar van cruisecon-trol naar links drukken.

De cruisecontrol wordt bovendien in de onderstaande situatiesgedeactiveerd:–bediening van de remhendel– bediening van het rempedaal– bediening van de koppelingshendel– Dichtdraaien van de gashendel tot voorbij de uitgangspositie– regeling van de motorfiets-tractiecontrole (MTC)– slip aan het achterwiel of omhoog komend voorwiel– optreden van een fout die de werking van de cruisecontrolbeperkt– overschrijden van de doelsnelheid bij een inhaalmanoeuvregedurende meer dan 30 secondenWaarschuwingGevaar voor ongevallen De cruiscontrol-functie is niet vooralle rijsituaties geschikt. De gekozen doelsnelheid wordt onderschreden als op eenhelling het motorvermogen niet voldoende is. De gekozen doelsnelheid wordt overschreden als op eenhelling de motorremwerking niet voldoende is. – Gebruik de cruisecontrol-functie niet op wegen metveel bochten.

– Gebruik de cruisecontrol-functie niet op een glad weg-dek (bijvoorbeeld regen, ijs, sneeuw), bij slecht zichtof op een onverharde ondergrond (bijvoorbeeld zand,stenen, grind).

BEDIENINGSELEMENTEN 619Bij geactiveerde cruisecontrol zijn de menupunten Ride Mode,Throttle Response en Leave Track niet beschikbaar.De cruisecontrol kan tijdens een sterke acceleratie niet wordengeactiveerd.De functie cruisecontrol kan alleen in de 2e, 3e, 4e, 5e en 6e ver-snelling worden geactiveerd.Het regelbereik loopt van 30 tot 160 km/h of van 18 tot 100 mph.6.4.5 +RES/-SET-knopW00624-11De +RES-knop1is linksvoor op het stuur aangebracht.De ‑SET-knop2is linksachter op het stuur aangebracht.InfoDe knoppen +RES en ‑SET worden bij geactiveerdecruisecontrol-functie voor het regelen van de cruisecontrolgebruikt.Als de functie voor cruisecontrol is gedeactiveerd, kunnende knoppen +RES en ‑SET in de hoofdweergave resp.

in hetmenu Slip Adjuster voor het instellen van de Slip Adjusterworden gebruikt.6.4.6 MenutoetsenW00623-10De menutoetsen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het display van het gecombineerdeinstrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de DOWN‑toets.Toets3is de SET‑toets.Toets4is de BACK‑toets.6.4.7 RichtingaanwijzerschakelaarW00622-11De richtingaanwijzerschakelaar1is aan de linkerzijde van hetstuur aangebracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uitRichtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar rechts geschakeld.

De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Voor het uitschakelen van de richtingaanwijzer moet u de richting-aanwijzerschakelaar richting de schakelaarbehuizing duwen.

6 BEDIENINGSELEMENTEN206.4.8 ClaxonknopW00622-13De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.5 Schakelaars rechts aan stuur6.5.1 Startknop/noodstopschakelaarV01194-10De startknop/noodstopschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.Mogelijke toestandenStartknop/noodstopschakelaar uit (bovenste stand)– In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken.Een draaiende motor schakelt uit en een stilstaandemotor kan niet worden gestart.

Er verschijnt een mel-ding op het display.Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand)– Deze stand is noodzakelijk bij het rijden, het ontste-kingscircuit is gesloten.Startmotor aan (onderste stand) – In deze stand wordtde startmotor geactiveerd.6.6 Contact- en stuurslotW00610-10Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroonplaat.Mogelijke toestandenOntsteking uit – In deze stand is het ontstekingscir-cuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uiten een stilstaande motor schakelt niet in. De contact-sleutel kan eruit worden getrokken.Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscir-cuit gesloten en kan de motor worden gestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken en het stuur geblokkeerd. De con-tactsleutel kan eruit worden getrokken.

BEDIENINGSELEMENTEN 6216.7 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.W00616-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen en con-tactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij overbelas-ting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.

6 BEDIENINGSELEMENTEN226.8 Tankdop sluitenW00617-10– Tankdop neerklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klok indraaien tot het slot sluit.WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Contactsleutel eruit trekken en afdekking neerklappen.6.9 ZadelslotW00611-10Het zadelslot1bevindt zich aan de linkerkant van het voertuig.Hij kan worden vergrendeld met de contactsleutel.6.10 RiemW00612-10De riem1bevindt zich onder de buddyseat en is bedoeld voorhet rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een passagier kan deze zich hieraan vasthou-den.

BEDIENINGSELEMENTEN 6236.11 Voetsteun passagierW00618-10De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.12 VersnellingshendelV01271-11De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.V01271-10De positie van de versnellingen kunnen afgelezen worden op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.6.13 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.

6 BEDIENINGSELEMENTEN246.14 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.

27)2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situaties heet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.7.2 demo-modusI00748-10ActiveringDe demo-modus is af fabriek geactiveerd en maakt het testen vanoptionele softwarefuncties mogelijk.Na afloop van een afgelegde afstand wordt de demo-modus auto-matisch gedeactiveerd, zodra het contact wordt uitgeschakeld.Afgelegde afstandtot de deactiveringvan de demo-modus1.500 kmDe demo-modi worden in het bereik1van het display weergege-ven.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT26InfoEr worden regelmatig berichten over het resterende trajecttot deactivering van de demo-modus weergegeven.Alle optionele softwarefuncties worden na het einde van dedemo-modus gedeactiveerd en niet meer weergegeven. Deoptionele softwarefuncties zijn bij een geautoriseerde KTM-dealer verkrijgbaar.In de demo-modus beschikbare functies– TECH PACK incl.

rijmodus TRACK, MTC+MSR, deactiveerbareABS van het achterwiel, instelbare karakteristiek van de gas-respons, instelbare motorfietstractiecontrole– QUICKSHIFTER+– MSR– Cruisecontrol7.3 Activering en testI00195-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en alle controlelamp-jes branden kort in het kader van een functiecontrole.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait. Als de motor draait en het controlelampje sto-ring brandt, volgens de verkeersregels stoppen en con-tact opnemen met een geautoriseerde KTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet draait.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7277.4 WaarschuwingenI00700-10Waarschuwingen verschijnen in het midden van het display, afhan-kelijk van hun relevantie krijgen ze een gele of rode achtergrond.Gele waarschuwingen tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen tonen fouten of informatie die een onmid-dellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle bestaande waarschuwingen worden in hetsubmenu Warning weergegeven tot deze niet meer actiefzijn.7.5 ControlelampjesI00701-10De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact gaan alle controlelampjes behalve het TC-controlelampje kort branden.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT28InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor draait en het contro-lelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage. Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet draait. Wanneer de motor draaiten het waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stoppenen de motor afzetten. Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid van ca. 6 km/h (ca. 4 mph) of meer is bereikt. Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld. Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd.

Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage. ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS. ABS-rear-waarschuwingslampje brandt geel – ABS is aan het achterwiel gedeactiveerd. Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld. TC-controlelampje brandt/knippert geel – MTC ( pag. 134) is niet actief of is bezig metregelen. Het TC-controlelampje brandt ook als er een fout wordt herkend. Contact opnemenmet geautoriseerde KTM-garage. Het TC-controlelampje knippert als MTC actief ingrijpt. Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag. Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten. Controlelampje alarminstallatie brandt/knippert rood – Status- of foutmelding bij de alarmin-stallatie.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT307.7 Performance Display (optioneel)I00703-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus Perfor-mance (optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnellingweergegeven.1Versnellingsindicatie2Tijd ( pag. 34)3Toerental ( pag. 33)3Schakelindicator ( pag. 33)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.4Eenheid voor de toerentalindicatie5Favorites‑weergave ( pag. 36)6Handgreepverwarming (optioneel) ( pag. 36)7Launch Control (optioneel)8Anti-Wheelie-modus (optioneel)9Throttle Response (optioneel)bkSlip Adjuster (optioneel)blABS‑weergave ( pag. 35)bmOmgevingslucht-temperatuurindicator ( pag. 34)bnBrandstofpeilweergave ( pag. 36)boSnelheidsindicator ( pag. 33)bpEenheid voor de snelheidsindicatiebqBereikweergave

GECOMBINEERD INSTRUMENT 731brWeergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 35)7.8 Track Display (optioneel)I00704-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus TRACK(optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnelling weerge-geven.1Versnellingsindicatie2Weergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 35)3Toerental ( pag. 33)3Schakelindicator ( pag. 33)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.4Delta voor Target Lap, beste ronde of laatste ronde5Eenheid voor de toerentalindicatie6Ronde-indicatie7Launch Control (optioneel)8Anti-Wheelie-modus (optioneel)9Throttle Response (optioneel)bkABS‑weergave ( pag. 35)blBrandstofpeilweergave ( pag. 36)bmSlip Adjuster (optioneel)bnTijd ( pag. 34)boEenheid voor de snelheidsindicatiebpSnelheidsindicator ( pag. 33)

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT32bqOmgevingslucht-temperatuurindicator ( pag. 34)brBereikweergavebsRondetijd (optioneel)7.9 Telemetry Display (optioneel)I00705-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus TRACK(optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnelling weerge-geven.1Versnellingsindicatie2Toerental ( pag. 33)2Schakelindicator ( pag. 33)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.3Throttle Response (optioneel)4Eenheid voor de toerentalindicatie5Slip Adjuster (optioneel)6Lean Angle Right (optioneel)7Delta voor Target Lap, beste ronde of laatste ronde8Rondetijd (optioneel)9Eenheid voor de snelheidsindicatiebkSnelheidsindicator ( pag. 33)blLean Angle Left (optioneel)bmVersnellingsweergave (optioneel)

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7337.10 ToerentalI00706-10Het toerental wordt in omwentelingen per minuut weergegeven.7.11 SchakelindicatorI00707-10De schakelindicator is in het display geïntegreerd.In het submenu Shift Light kan het toerental voor deschakelindicator worden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot1000 km/621 mi) is de schakelindicator altijd actief. Pas daarnakan de schakelindicator worden gedeactiveerd en kunnen dewaarden voor RPM1 en RPM2 worden ingesteld.

Bij RPM1 knippertde toerentalindicatie en bij RPM2 knippert het display.InfoIn de 6e versnelling is de schakelindicator bij warme motorna de eerste service gedeactiveerd.Koelmiddeltempera-tuur≤ 35 °CODO 35 °CODO > 1.000 kmRPM1 Schakelindica-torknippert de toerentalindicatieRPM2 Schakelindica-torknippert het display7.12 SnelheidsindicatorI00709-10De snelheid wordt in het bereik1van het display weergegeven.De snelheid wordt in kilometer per uur km/h of in mijl per uur mphweergegeven.De eenheid van de snelheid kan in het submenu Distance wordengeconfigureerd.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT347.13 Weergave van de cruisecontrol (optioneel)I00710-10De bedrijfstoestand van de geactiveerde cruisecontrol wordt in hetbereik1van het display weergegeven.De cruisecontrol wordt bestuurd met de knop van cruisecontrol .InfoAls de functie cruisecontrol is ingeschakeld maar de cruise-control niet actief is, brandt het controlelampje cruisecon-trol geel.Als de functie cruisecontrol is ingeschakeld en de cruise-control actief is, brandt het controlelampje cruisecontrolgroen.7.14 TijdI00709-11De tijd wordt in het gedeelte1van het display weergegeven.In alle talen kan de tijd in 24 uursformaat of 12 uursformaat wor-den weergegeven.Het formaat van de tijd kan in het menu Clock Format wordengeconfigureerd.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.7.15 Omgevingslucht-temperatuurindicatorI00709-12De omgevingstemperatuur wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De omgevingstemperatuur wordt in °C of °F weergegeven.In het submenu Temperature kan de eenheid van de omgevings-temperatuur worden geconfigureerd.7.16 Ride‑Mode‑weergaveI00709-13De ingestelde Ride Mode ( pag.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7357.17 ABS‑weergaveI00709-14De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De ABS kan in het submenu ABS worden geconfigureerd.InfoAls de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aan beidewielen.Als de ABS‑modus Supermoto actief is, regelt het ABSalleen aan het voorwiel. Het achterwiel wordt niet meer viahet ABS geregeld; het kan bij het remmen blokkeren.7.18 MTC‑weergaveI00709-15In het bereik1van het display wordt weergegeven of MTC( pag.

134) is in- of uitgeschakeld.In het submenu MTC kan de motorfietstractiecontrole worden in-of uitgeschakeld.7.19 Weergave van de koelmiddeltemperatuurI00711-10De koelmiddeltemperatuur wordt door een symbool weergegeven.Afhankelijk van de temperatuur wisselt het symbool tussen LOW,OK en HOT.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp.

corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.InfoAls de koelmiddel-temperatuurindicatie HOT aangeeft,begint de weergave aanvullend te knipperen en verschijnter een waarschuwing.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft LOWaan.• Motor warm – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft OK aan.• Motor heet – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft HOT aan.

Hoe verder de balk is gevuld, des te meer brandstof zich inde brandstoftank bevindtInfoAls de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knippert hetlaatste segment rood en verschijnt bovendien de waarschu-wing LOW FUEL.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdens hetrijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets vertraagdweergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopschake-laar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergave nietgeactualiseerd.Als de zijstandaard wordt ingeklapt en de noodstopschake-laar ingeschakeld, wordt de volgende actualisering pas na2 minuten uitgevoerd.Als het gecombineerde instrument geen signaal van debrandstofpeilsensor ontvangt, knippert de brandstofpeil-weergave.7.21 Handgreepverwarming (optioneel)I00709-16De status van de greepverwarming wordt in het bereik1van hetdisplay weergegeven.De handgreepverwarming kan in het menu Heated Grip wordengeconfigureerd.7.22 Favorites‑weergaveI00709-17In de Favorites‑weergave1worden tot vier informatietekstenweergegeven.In het submenu Favorites kan de Favorites‑weergave vrij wordengeconfigureerd.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7377.23 Custom Switch‑weergaveI00731-10Door de C‑knop in te drukken, wordt het geconfigureerde menuopgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Custom Switch-weergave gesloten.InfoDe Custom Switch-weergave kan in het menu Settings onderCustom Switch worden geconfigureerd.

Er kan een willekeu-rige informatietekst worden geselecteerd.7.24 Navigation‑weergave (optioneel)I00714-10De Navigation-weergave (optioneel) verschijnt bij geactiveerde navi-gatiefunctie.In de Navigation‑weergave (optioneel) worden de richtingspijl,de afstand tot de bestemming, de geschatte aankomsttijd vande mobiele telefoon, de afstand tot het volgende wegpunt en destraatnaam weergegeven.In het submenu Navigation (optioneel) kan de Navigation‑weergave(optioneel) worden in- of uitgeschakeld.Voorwaarden voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.– De KTMconnect-app (optioneel) is op een geschikte telefoon(Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparaten vanaf ver-sie 14) geïnstalleerd en verbonden.7.25 Call‑weergaveI00715-10WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw koptele-foon kan van het verkeer afleiden.– Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in dat uhet overige verkeer nog kunt horen.De Call‑weergave verschijnt bij binnenkomende resp.

actieveoproepen.Door de SET‑knop in te drukken, wordt een binnenkomende oproepaangenomen.Door de BACK‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep afgewezen.Door de UP-knop in te drukken, wordt het volume verhoogd.Door de DOWN-knop in te drukken,wordt het volume verlaagd.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT38InfoDe wijziging van het audiovolume met de gecombineerdeschakelaar kan niet met elke mobiele telefoon worden uit-gevoerd.Belduur en contactpersoon worden weergegeven. Afhan-kelijk van de instelling van de mobiele telefoon wordt decontactpersoon met naam weergegeven.Bij actieve telefonie kan niet in het menu worden genavi-geerd.Voorwaarde voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.7.26 MenuI00555-10InfoOm het menu te openen op het startscherm opde SET‑knop1drukken.Met de UP-knop2of de DOWN-knop3in het menunavigeren.Door de BACK-knop4in te drukken springt de menus-tructuur een stap terug resp.

wordt het menu gesloten.7.26.1 Lap TimerI00717-10Voorwaarden• Ride Mode TRACK geactiveerd.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Lap Timer is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.In het menu Lap Timer kunnen de getimede rondes worden weerge-geven en de referentierondes worden ingesteld.7.26.2 Lap Timer SettingsI00749-10Voorwaarden• Ride Mode TRACK geactiveerd.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Lap Timer is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Lap Timer Settings is geselec-teerd. De Lap Timer kan worden in- en uitgeschakeld.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met KTM 990 Duke (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden