KTM 890 SMT (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van KTM 890 SMT (2024) (175 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over KTM 890 SMT (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | KTM |
| Categorie: | Motor |
| Model: | 890 SMT (2024) |
Handleiding KTM 890 SMT (2024) – volledige tekst
BESTE KTM KLANT,*3214934nl*3214934nl21.12.2023BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken.We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe!Vul hieronder het serienummer van uw voertuig in.Voertuigidentificatiennummer ( pag. 14) Stempel van de dealerMotornummer ( pag. 15)Sleutelnummer ( pag. 14)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten.Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen.
De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.© 2023 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur.ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.Afgegeven door: TÜV Management ServiceKTM Sportmotorcycle GmbHStallhofnerstraße 35230 Mattighofen, OostenrijkDit document is geldig voor de volgende modellen:890 SMT EU (F9703XG)
1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN61.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.
Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikHet voertuig is zo ontworpen en gebouwd, dat het kan worden gebruikt bij normale belastingen tijdens het rijdenover de weg en op eenvoudig terrein (niet-geasfalteerde wegen). Dit voertuig is niet geschikt voor gebruik op race-circuits. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Voor het wegverkeer is het juiste rijbe-wijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.
Deze maken geen deel uit van het voertuig, maarkunnen worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aan-brengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2.
9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN102.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.
Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in het KTM Dealer. net worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat ergeen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij sterke regen, hoge temperaturenof met zware bagage, kunnen onderdelen zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk snellerverslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgende service-interval te con-troleren of te vervangen.
Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde KTM-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over KTM. De lijst met geautoriseerde KTM-dealers vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM.
5 SERIENUMMERS145.1 Voertuigidentificatiennummer402324-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 TypeplaatjeF01880-10Het typeplaatje1is op het frame links aangebracht.Het typeplaatje Australië2is op het frame rechts aangebracht.5.3 SleutelnummerV01200-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoVoor de bestelling van een reservesleutel is het sleutelnum-mer nodig. De KEYCODECARD op een veilige plaats bewaren.
6 BEDIENINGSELEMENTEN166.1 KoppelingshendelI00286-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.6.2 RemhendelI00287-10De remhendel1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelI00276-10De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.6.4 Schakelaars links aan stuur6.4.1 CombinatieschakelaarDe combinatieschakelaar is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.I00284-10Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 17)2Knop van de cruisecontrol ( pag. 17)3Menutoetsen ( pag. 18)4Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 19)5Claxonknop ( pag. 19)
BEDIENINGSELEMENTEN 6176.4.2 LichtschakelaarI00282-11De lichtschakelaar1is links op de combinatieschakelaar aange-bracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd. In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standCtrekken.6.4.3 Knop van de cruisecontrolV01193-10De knop van de cruisecontrol1is op de combinatieschakelaarlinks aangebracht.InfoOm de knop van de cruisecontrol te kunnen gebruiken,moet de functie cruisecontrol (optioneel) worden geacti-veerd.Mogelijke toestanden• Knop van cruisecontrol in de uitgangspositie.• Knop van de cruisecontrol naar links gedrukt. – In dezestand wordt de cruisecontrol in- en uitgeschakeld.
Debedrijfstoestand wordt op het gecombineerde instrumentweergegeven.• Knop van de cruisecontrolkort naar boven gedrukt. – Deals laatste opgeslagen snelheid wordt weer bereikt en aange-houden. Elke keer dat de schakelaar wordt aangetikt, wordtde doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verhoogd.• Knop van de cruisecontrole naar boven gedrukt houden.– De doelsnelheid neemt stapsgewijs toe met 5 km/h of5 mph.• Knop van de cruisecontrol kort naar beneden gedrukt. – Decruisecontrol wordt geactiveerd en de actuele snelheid wordtaangehouden. Elke keer dat de schakelaar wordt aangetikt,wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verlaagd.• Knop van de cruisecontrol naar beneden gedrukt gehou-den. – De doelsnelheid neemt stapsgewijs af met 5 km/h of5 mph.InfoNa activering van de cruisecontrol kan de gashendel in deuitgangspositie teruggedraaid worden.
6 BEDIENINGSELEMENTEN18De cruisecontrol wordt bovendien in de onderstaande situatiesgedeactiveerd:– bediening van de remhendel– bediening van het rempedaal– bediening van de koppelingshendel– Dichtdraaien van de gashendel tot voorbij de uitgangspositie– regeling van de motorfietstractiecontrole (MTC)– slip aan het achterwiel of omhoog komend voorwiel– Optreden van een fout die de functie van de cruisecontrolnadelig beïnvloedt– overschrijden van de doelsnelheid bij een inhaalmanoeuvregedurende meer dan 30 secondenWaarschuwingGevaar voor ongevallen De cruiscontrol-functie is niet vooralle rijsituaties geschikt.De gekozen doelsnelheid wordt onderschreden als op eenhelling het motorvermogen niet voldoende is.De gekozen doelsnelheid wordt overschreden als op eenhelling de motorremwerking niet voldoende is.– Gebruik de cruisecontrol-functie niet op wegen metveel bochten.– Gebruik de cruisecontrol-functie niet op een glad weg-dek (bijvoorbeeld regen, ijs, sneeuw), bij slecht zichtof op een onverharde ondergrond (bijvoorbeeld zand,stenen, grind).– Gebruik de cruisecontrol-functie niet als de verkeerssi-tuatie geen constante snelheid toelaat.De functie cruisecontrol is alleen beschikbaar wanneer de motor-fietstractiecontrole (MTC) is geactiveerd.Wanneer de tractiecontrole van de motorfiets (MTC) wordt uitge-schakeld, wordt ook de cruisecontrol uitgeschakeld.De cruisecontrol kan tijdens een sterke acceleratie niet wordengeactiveerd.De cruisecontrol kan in de 1e versnelling niet worden geactiveerd.Regelbereik van decruisecontrol30 … 160 km/h6.4.4 MenutoetsenI00281-10De menuknoppen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het display van het gecombineerdeinstrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de DOWN‑toets.Toets3is de SET‑toets.Toets4is de BACK‑toets.
De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Voor het uitschakelen van de richtingaanwijzer moet u de richting-aanwijzerschakelaar richting het schakelaarhuis duwen.6.4.6 ClaxonknopI00283-11De claxonknop1is op de gecombineerde schakelaar links aan-gebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.5 Schakelaars rechts aan stuur6.5.1 Startknop/noodstopschakelaarI00278-10De startknop/noodstopschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.Mogelijke toestandenStartknop/noodstopschakelaar uit (bovenste stand)– In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken.Een draaiende motor schakelt uit en een stilstaandemotor kan niet worden gestart.
Er verschijnt een mel-ding op het display.Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand)– Deze stand is noodzakelijk bij het rijden, het ontste-kingscircuit is gesloten.Startmotor aan (onderste stand) – In deze stand wordtde startmotor geactiveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN206.5.2 NoodknipperlichtschakelaarI00280-10De noodknipperlichtschakelaar1is op de schakelaar rechts aan-gebracht.De noodknipperlichten worden gebruikt voor het aangeven vannoodsituaties.InfoDe noodknipperlichten kunnen bij ingeschakeld contactof tot 60 seconden na het uitschakelen van het contactworden in- of uitgeschakeld.Noodknipperlichten slechts zo lang gebruiken als beslistnodig is, aangezien dit de 12V-accu ontlaadt.Mogelijke toestanden• Noodknipperlichtschakelaar in de uitgangspositie• Noodknipperlichtschakelaar ingedrukt – Alle vier knipper-lichten en de controlelampjes van de noodknipperlichten inhet gecombineerde instrument knipperen.6.6 Contact- en stuurslotI00415-01Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroonplaat.Mogelijke toestandenOntsteking uit – In deze stand is het ontstekingscir-cuit onderbroken.
Een draaiende motor schakelt uiten een stilstaande motor schakelt niet in. De contact-sleutel kan eruit worden getrokken.Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscir-cuit gesloten en kan de motor worden gestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken en het stuur geblokkeerd. De con-tactsleutel kan eruit worden getrokken.6.7 Stuur vergrendelenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.400732-01– Voertuig parkeren.– Het stuur helemaal naar links draaien.– Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar links draaien. Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan niet meer worden bewogen.
Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan weer worden bewogen.6.9 Stopcontact voor elektrisch toebehorenI00277-10Het stopcontact1voor elektrisch toebehoren is aan de linker-zijde van de maskendrager aangebracht.Het stopcontact is aangesloten op de ontstekingsplus en beveiligd.Stopcontact elektrische toebehorenSpanning 12 Vmaximalestroomafgifte10 A6.10 USB‑aansluitingT04546-01De USB‑aansluiting1voor de voedingsspanning van externeapparaten is aan de linker zijde van de maskerdrager aangebracht.De USB-aansluiting wordt ingeschakeld met het contact.USB‑aansluitingSpanning 5 VMaximalestroomopname2,1 A6.11 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
6 BEDIENINGSELEMENTEN22WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.F02010-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen en con-tactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij overbelas-ting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.6.12 Tankdop sluitenF02011-01– Tankdop neerklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klok indraaien tot het slot sluit.WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Contactsleutel eruit trekken en afdekking neerklappen.
BEDIENINGSELEMENTEN 6236.13 BrandstofkranenI00382-10Er bevindt zich een brandstofkraan1aan iedere kant van debrandstoftank.InfoDe brandstofkranen bevinden zich achter de brandstoftank-bekledingen.De brandstofkranen moeten tijdens het rijden altijd zijngeopend.De brandstofkranen worden alleen gesloten voor het verwij-deren van de brandstoftank.Mogelijke toestanden• Brandstofkranen gesloten – Er kan geen niveaucompensatieplaatsvinden en de brandstoftoevoer naar het smoorklephuisis gesloten.• Brandstofkranen geopend – Er kan een niveaucompensatieplaatsvinden en de brandstoftoevoer naar het smoorklephuisis geopend.6.14 Opbergvak links openenWerkzaamheden vooraf– Zadel verwijderen. ( pag. 89)– Zijbekleding links demonteren. ( pag. 95)F01898-10Hoofdwerkzaamheden–Afsluitrubber1optillen en in het bereikAlosmaken.– Opbergvak openen.
BEDIENINGSELEMENTEN 6256.17 Opbergvak rechts sluitenF01901-10Hoofdwerkzaamheden– Opbergvak sluiten.–Afsluitrubber1optillen en in het bereikAbevestigen.Werkzaamheden achteraf– Zijbekleding rechts monteren. ( pag. 96)– Zadel monteren. ( pag. 89)6.18 BoordgereedschapF01905-10In het opbergvak links of rechts bevindt zich het boordgereed-schap1.6.19 GrepenF01903-10De grepen1zijn bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een passagier kan deze zich hieraan vasthou-den.
6 BEDIENINGSELEMENTEN266.20 BagagedragerF01903-11De bagagedrager1bevindt zich achter de buddyseat.Op de bagagedrager kan de basisplaat van een koffersysteem (opti-oneel) worden bevestigd.De bagagedrager mag maximaal met het aangegeven gewicht wor-den belast.Hoogst toegestanebelasting van debagagedrager5 kgInfoOp de aanwijzingen van de kofferfabrikant letten.6.21 ZadelslotI00383-10Het zadelslot1bevindt zich aan de linkerkant van het voertuig.Hij kan met de contactsleutel ontgrendeld worden.6.22 Voetsteun passagierF01904-10De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.23 VersnellingshendelV01271-11De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.
BEDIENINGSELEMENTEN 627V01271-10De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van deafbeelding.De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2eversnelling.6.24 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.6.25 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.
31)2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situaties heet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.7.2 Activering en testI00195-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en alle controlelamp-jes branden kort in het kader van een functiecontrole.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 729InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait. Als de motor draait en het controlelampje sto-ring brandt, volgens de verkeersregels stoppen en con-tact opnemen met een geautoriseerde KTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet draait. Wanneer de motor draait en het waar-schuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgensde geldende verkeersregels stoppen en de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en hetTC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid vanca. 6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.7.3 demo-modusI00359-01ActiveringDe demo-modus is af fabriek geactiveerd en maakt het testen vanoptionele softwarefuncties mogelijk.Na afloop van een afgelegde afstand wordt de demo-modus auto-matisch gedeactiveerd, zodra het contact wordt uitgeschakeld.Afgelegde afstandtot de deactiveringvan de demo-modus1.500 kmDe demo-modi worden in het bereik1van het display weergege-ven.InfoRegelmatig verschijnen er berichten over het tijdstipwaarop de demo-modus wordt beëindigd.Alle optionele softwarefuncties worden na het einde van dedemo-modus gedeactiveerd en niet meer weergegeven. Deoptionele softwarefuncties zijn bij een geautoriseerde KTM-dealer verkrijgbaar.In de demo-modus beschikbare functies– TRACK PACK incl.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT307.4 WaarschuwingenI00333-01Waarschuwingen verschijnen in het midden van het display, afhan-kelijk van hun relevantie krijgen ze een gele of rode achtergrond.Gele waarschuwingen tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen tonen fouten of informatie die een onmid-dellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle bestaande waarschuwingen worden in hetsubmenu Warning weergegeven tot deze niet meer actiefzijn.7.5 Waarschuwing voor glad wegdekI00334-01Het verschijnen van de waarschuwing voor glad wegdek wijst opeen verhoogd risico op gladde wegen.De waarschuwing voor glad wegdek verschijnt op het displaywanneer de omgevingstemperatuur onder de aangegeven waarde isgedaald.Temperatuur ≤ 4 °CDe waarschuwing voor glad wegdek verdwijnt weer van het dis-play wanneer de omgevingstemperatuur weer boven de aangegevenwaarde is gestegen.Temperatuur ≥ 6 °CInfoWanneer de waarschuwing voor glad wegdek oplicht, ver-schijnt ook een tekstwaarschuwing.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7317.6 controlelampjesI00199-01De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact gaan alle controlelampjes behalve het TC-controlelampje kort branden.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor draait en het contro-lelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet draait. Wanneer de motor draaiten het waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stoppenen de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid van ca.6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld.Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd. Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS.ABS-rear-waarschuwingslampje brandt geel – ABS is aan het achterwiel gedeactiveerd.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT32TC-controlelampje brandt/knippert geel – MTC ( pag. 137) is niet actief of is bezig metregelen. Het TC-controlelampje brandt ook als er een fout wordt herkend. Contact opnemenmet geautoriseerde KTM-garage. Het TC-controlelampje knippert als MTC of MSR (optioneel)actief ingrijpen.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag.
Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten.Controlelampje alarminstallatie brandt/knippert rood – Status- of foutmelding bij de alarmin-stallatie.Controlelampje cruisecontrol (optioneel) brandt geel – De functie cruisecontrol is ingescha-keld, maar de cruisecontrol is niet actief.Controlelampje cruisecontrol (optioneel) brandt groen – De functie cruisecontrol is ingescha-keld en de cruisecontrol is actief.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.Algemeen waarschuwingslampje brandt geel – Een aanwijzing/waarschuwing voor de veiligheidis gedetecteerd. Dit wordt ook op het display weergegeven.Noodknipperlichten-controlelampjes – Noodknipperlichten zijn ingeschakeld.7.7 DisplayI00335-101Tijd ( pag. 35)2Toerental ( pag. 34)2Schakelindicator ( pag.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7335Weergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 36)6Ride‑Mode‑weergave ( pag. 36)7Handgreepverwarming (optioneel) ( pag. 37)8Eenheid voor de snelheidsindicatie9MTC‑weergave ( pag. 36)bkABS‑weergave ( pag. 36)blFavorites‑weergave ( pag. 38)bmBereikweergavebnBrandstofpeilweergave ( pag. 37)boOmgevingslucht-temperatuurindicator ( pag. 35)bpSnelheidsindicator ( pag. 35)7.8 Track Display (optioneel)I00336-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus Track(optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnelling weerge-geven.1Brandstofpeilweergave ( pag. 37)2Toerental ( pag. 34)2Schakelindicator ( pag. 34)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.3Slipaanpassing (optioneel) ( pag. 138)4Tijd ( pag. 35)5Weergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 36)
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT346Snelheidsindicator ( pag. 35)7Eenheid voor de snelheidsindicatie8Favorites‑weergave ( pag. 38)9Handgreepverwarming (optioneel) ( pag. 37)bkThrottle Response (optioneel) ( pag. 138)blABS‑weergave ( pag. 36)bmBereikweergavebnVersnellingsindicatieboEenheid voor de toerentalindicatiebpOmgevingslucht-temperatuurindicator ( pag. 35)7.9 ToerentalI00202-01Het toerental wordt in omwentelingen per minuut weergegeven.7.10 SchakelindicatorI00203-10De schakelindicator is in de weergave van de toerentellermeterresp. in het display geïntegreerd.In het submenu Shift Light kan het toerental voor deschakelindicator worden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot1000 km/621 mi) is de schakelindicator altijd actief. Pas daarnakan de schakelindicator worden gedeactiveerd en kunnen dewaarden voor RPM1 en RPM2 worden ingesteld.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7357.11 SnelheidsindicatorI00337-10De snelheid wordt in het bereik1van het display weergegeven.De snelheid wordt in kilometer per uur km/h of in mijl per uur mphweergegeven.De eenheid van de snelheid kan in het submenu Distance wordengeconfigureerd.7.12 Weergave van de cruisecontrol (optioneel)I00338-10De bedrijfstoestand van de geactiveerde cruisecontrol wordt in hetbereik1van het display weergegeven.De cruisecontrol wordt bestuurd met de knop van cruisecontrol( pag.
17).InfoAls de functie cruisecontrol is ingeschakeld maar de cruise-control niet actief is, brandt het controlelampje cruisecon-trol geel.Als de functie cruisecontrol is ingeschakeld en de cruise-control actief is, brandt het controlelampje cruisecontrolgroen.7.13 TijdI00337-11De tijd wordt in het gedeelte1van het display weergegeven.In alle talen kan de tijd in 24 uursformaat of 12 uursformaat wor-den weergegeven.Het formaat van de tijd kan in het menu Clock Format wordengeconfigureerd.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.7.14 Omgevingslucht-temperatuurindicatorI00337-12De omgevingstemperatuur wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De omgevingstemperatuur wordt in °C of °F weergegeven.In het submenu Temperature kan de eenheid van de omgevings-temperatuur worden geconfigureerd.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT367.15 Ride‑Mode‑weergaveI00337-13De ingestelde Ride Mode ( pag. 137) wordt in het bereik1vanhet display weergegeven.In het submenu Ride Mode kan de rijmodus worden geconfigu-reerd.7.16 ABS‑weergaveI00337-14De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.Als de Ride Mode Track ( pag. 137) is geactiveerd, kan in hetsubmenu ABS het ABS geconfigureerd worden.InfoAls de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aan beidewielen.Als de ABS‑modus Supermoto actief is, regelt het ABSalleen aan het voorwiel. Het achterwiel wordt niet meer viahet ABS geregeld; het kan bij het remmen blokkeren.7.17 MTC‑weergaveI00337-15In het bereik1van het display wordt weergegeven of MTC( pag.
137) is in- of uitgeschakeld.In het submenu MTC kan de motorfietstractiecontrole worden in-of uitgeschakeld.7.18 Weergave van de koelmiddeltemperatuurI00206-01De koelmiddeltemperatuur wordt door een symbool weergegeven.Afhankelijk van de temperatuur wisselt het symbool tussen LOW,OK en HOT.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp. corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 737InfoAls de koelmiddel-temperatuurindicatie HOT aangeeft,begint de weergave aanvullend te knipperen.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud– Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft LOWaan.• Motor warm – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft OK aan.• Motor heet – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft HOT aan.7.19 BrandstofpeilweergaveI00207-02De brandstofpeilweergave bestaat uit de reikwijdteweergave en eenbalk.
Hoe verder de balk is gevuld, des te meer brandstof zich inde brandstoftank bevindtInfoDe meting van de brandstofvoorraad wordt pas vanaf hetbereiken van de helft van de brandstoftankinhoud actief.Tot de helft van de brandstoftankinhoud wordt de brand-stofpeilweergave als vol weergegeven.Als de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knippert hetlaatste segment rood en verschijnt bovendien de waarschu-wing LOW FUEL.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdens hetrijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets vertraagdweergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopschake-laar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergave nietgeactualiseerd.Als de zijstandaard wordt ingeklapt en de noodstopschake-laar ingeschakeld, wordt de volgende actualisering pas na2 minuten uitgevoerd.Als het gecombineerde instrument geen signaal van debrandstofpeilsensor ontvangt, knippert de brandstofpeil-weergave.7.20 Handgreepverwarming (optioneel)I00339-10De status van de greepverwarming wordt in het bereik1van hetdisplay weergegeven.De handgreepverwarming kan in het menu Heated Grip wordengeconfigureerd.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT387.21 Favorites‑weergaveI00337-16In de Favorites‑weergave worden tot vier informatieteksten weerge-geven.In het submenu Favorites kan de Favorites‑weergave vrij wordengeconfigureerd.7.22 Quick Selector 1‑weergaveI00231-01Door op de UP-knop te drukken, wordt bij gesloten menude Quick Selector 1-weergave opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Quick Selector 1-weergave gesloten.InfoDe Quick Selector 1-weergave kan in het menu Settingsonder Quick Selector 1 worden geconfigureerd. Er kan eenwillekeurige informatietekst worden geselecteerd.7.23 Quick Selector 2‑weergaveI00232-01Door op de DOWN-knop te drukken, wordt bij gesloten menude Quick Selector 2-weergave opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Quick Selector 2-weergave gesloten.InfoDe Quick Selector 2-weergave kan in het menu Settingsonder Quick Selector 2 worden geconfigureerd.
Er kan eenwillekeurige informatietekst worden geselecteerd.7.24 Navigation‑weergaveI00340-01De Navigation-weergave verschijnt bij geactiveerde navigatiefunc-tie.In de Navigation‑weergave worden de richtingspijl, de afstand totde bestemming, de geschatte aankomsttijd van de mobiele tele-foon, de afstand tot het volgende wegpunt en de straatnaam weer-gegeven.In het submenu Navigation kan de Navigation-weergave worden in-of uitgeschakeld.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met KTM 890 SMT (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor KTM
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor