KTM 790 Duke (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van KTM 790 Duke (2024) (145 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over KTM 790 Duke (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | KTM |
| Categorie: | Motor |
| Model: | 790 Duke (2024) |
Handleiding KTM 790 Duke (2024) – volledige tekst
BESTE KTM KLANT,*3214948nl*3214948nl13. 11. 2023BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummer van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13) Stempel van de dealerMotornummer ( pag. 13)Sleutelnummer ( pag. 13)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2023 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.
Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is ontworpen en gebouwd om bestand te zijn tegen de gebruikelijke belastingen van normaal wegge-bruik en gebruik op het circuit. Dit voertuig is alleen geschikt voor gebruik op geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.
Deze maken geen deel uit van het voertuig, maarkunnen worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aan-brengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2.
9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.
Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM
3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in het KTM Dealer. net worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat ergeen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereikenvan het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.
SERIENUMMERS 5135.1 Voertuigidentificatiennummer402324-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 TypeplaatjeV01213-10Het typeplaatje1is op het balhoofd links aangebracht.Het typeplaatje Australië2is op het frame achter het balhoofdlinks aangebracht.5.3 SleutelnummerV01200-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoU hebt het sleutelnummer nodig voor het bestellen vaneen reservesleutel. Bewaar de KEYCODECARD op een veiligeplaats.5.4 MotornummerH01047-10Het motornummer1is op het motorhuis boven gegraveerd.
BEDIENINGSELEMENTEN 6156.1 KoppelingshendelV01187-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.6.2 RemhendelV01188-10De remhendel1is rechts aan het stuur aangebracht.De voorwielrem wordt bediend met de remhendel.6.3 GashendelV01189-10De gashendel1is aan de rechterzijde van het stuuraangebracht.6.4 Schakelaars links aan stuur6.4.1 CombinatieschakelaarDe combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.V01190-10Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 16)2Menutoetsen ( pag. 16)3Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 16)4Claxonknop ( pag. 16)
6 BEDIENINGSELEMENTEN166.4.2 LichtschakelaarV01191-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd.
In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standCtrekken.6.4.3 MenutoetsenV01192-10De menutoetsen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het display van het gecombineerdeinstrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de DOWN‑toets.Toets3is de SET‑toets.Toets4is de BACK‑toets.6.4.4 RichtingaanwijzerschakelaarV01192-11De richtingaanwijzerschakelaar1is aan de linkerzijde van hetstuur aangebracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uitRichtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar rechts geschakeld.
De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Voor het uitschakelen van de richtingaanwijzer moet u de richting-aanwijzerschakelaar richting de schakelaarbehuizing duwen.6.4.5 ClaxonknopV01192-12De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.
BEDIENINGSELEMENTEN 6176.5 Schakelaars rechts aan stuur6.5.1 Startknop/noodstopschakelaarV01194-10De startknop/noodstopschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.Mogelijke toestandenStartknop/noodstopschakelaar uit (bovenste stand)– In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken.Een draaiende motor schakelt uit en een stilstaandemotor kan niet worden gestart. Er verschijnt een mel-ding op het display.Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand)– Deze stand is noodzakelijk bij het rijden, het ontste-kingscircuit is gesloten.Startmotor aan (onderste stand) – In deze stand wordtde startmotor geactiveerd.6.6 Contact- en stuurslotF03783-01Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroonplaat.Mogelijke toestandenOntsteking uit – In deze stand is het ontstekingscir-cuit onderbroken.
Een draaiende motor schakelt uiten een stilstaande motor schakelt niet in. De contact-sleutel kan eruit worden getrokken.Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscir-cuit gesloten en kan de motor worden gestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken en het stuur geblokkeerd. De con-tactsleutel kan eruit worden getrokken.6.7 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
6 BEDIENINGSELEMENTEN18WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.V01196-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen en con-tactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij overbelas-ting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.6.8 Tankdop sluitenV01197-01– Tankdop neerklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klok indraaien tot het slot sluit.WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Contactsleutel eruit trekken en afdekking neerklappen.
BEDIENINGSELEMENTEN 6196.9 ZadelslotV01198-10Het zadelslot1bevindt zich aan de linkerkant van het voertuig.Hij kan worden vergrendeld met de contactsleutel.6.10 BoordgereedschapF03784-10Het boordgereedschap1bevindt zich onder de buddyseat.6.11 GreepV01225-10De greep1is bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een buddyseat kan de passagier zich hieraanvasthouden.6.12 Voetsteun passagierV01199-01De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.
6 BEDIENINGSELEMENTEN206.13 VersnellingshendelV01271-11De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.V01271-10De positie van de versnellingen kunnen afgelezen worden op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.6.14 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.15 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet.
Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7217.1 Gecombineerd instrumentA01135-10Het gecombineerde instrument is voor het stuur aangebracht.Het gecombineerde instrument is ingedeeld in twee functieseg-menten.1Controlelampjes ( pag. 22)2Display7.2 Activering en testA01136-10ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en de controlelamp-jes branden kort in het kader van een functiecontrole.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait. Als de motor loopt en het controlelampje sto-ring brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contactopnemen met een geautoriseerde KTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet loopt.
Wanneer de motor loopt en het waar-schuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens degeldende verkeersregels stoppen en de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampjeblijven branden totdat een snelheid van ca. 6 km/h (ca. 4mph) of meer is bereikt.7.3 Dag-nacht-modusA01137-10De dagmodus wordt in lichte kleuren weergegeven.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT22A01138-10De nachtmodus wordt in donkere kleuren weergegeven.InfoDe omgevingslichtsensor in het gecombineerde instrumentmeet de helderheid van de omgeving en schakelt het dis-play automatisch in dag- of nachtmodus. Afhankelijk vande helderheid die de omgevingslichtsensor meet, wordt hetdisplay lichter of donkerder of in de andere modus gescha-keld.De weergavemodus kan niet handmatig worden gewisseld.7.4 WaarschuwingenH02619-01Als bij de controlelampjes ( pag. 22) het algemene waarschu-wingslampje gaat branden, wordt de bijbehorende melding ophet display weergegeven.
Door een willekeurige knop in te druk-ken, wordt de ontvangst van de informatie bevestigd en verdwijntde melding.Alle actuele waarschuwingen worden in het menu Warnings weer-gegeven tot ze niet meer actief zijn.7.5 ControlelampjesA01139-10De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjes kort op.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 723InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor loopt en het contro-lelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage. Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet loopt. Wanneer de motor loopt enhet waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stoppen en demotor afzetten. Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampje blijven branden totdat een snelheid van ca. 6 km/h (ca. 4 mph) of meer is bereikt. Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld. Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd.
Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage. ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS. TC-controlelampje brandt geel – MTC ( pag. 107) is niet actief of is bezig met regelen. Het TC-controlelampje brandt ook als er een fout wordt herkend. Contact opnemen metgeautoriseerde KTM-garage. Het TC-controlelampje knippert als MTC actief ingrijpt of als deLaunch Control ( pag. 51) is geactiveerd. Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld. Controlelampje wegrijblokkering brandt/knippert rood – Status- of foutmelding bij de alarmin-stallatie. Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag. Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten. Controlelampje cruisecontrol (optioneel) brandt geel – De functie cruisecontrol is ingescha-keld, maar de cruisecontrol is niet actief.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT247.6 DisplayA01140-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument. Als het menu geopend is, wordtverder de snelheid weergegeven.1Versnellingsindicatie2Handgreepverwarming (optioneel)3Weergave van de cruisecontrol (optioneel)4Bluetooth®(optioneel)5Ride Mode ( pag. 107)6Eenheid voor de snelheidsindicatie7Brandstofpeilweergave ( pag. 26)8Weergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 26)9BereikweergavebkSnelheidblDeeltrajectteller ( pag. 27)bmOmgevingstemperatuurbnTijd ( pag. 26)boABS‑weergavebpToerentellerbpSchakelindicator ( pag. 25)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7257.7 TRACK display (optioneel)A01146-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus TRACK(optioneel). Als het menu geopend is, wordt verder de snelheid weergegeven.1Throttle response (optioneel) ( pag. 108)2Slipaanpassing (optioneel) ( pag. 108)3Launch‑Control (optioneel) ( pag. 51)4Anti Wheelie modus (optioneel)7.8 SchakelindicatorH02613-01De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïnte-greerd.In het menu Shift Light kan het toerental voor de schakelindicatorworden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot 1000 km/600 mi) isde schakelindicator altijd actief. Pas daarna kan de schakelindica-tor worden gedeactiveerd en kunnen de waarden voor Lights up enFlashes worden ingesteld.
Hoemeer balkjes er branden, hoe meer brandstof zich in de brandstof-tank bevindt.InfoAls de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knippert hetlaatste balkje oranje en verschijnt bovendien de waarschu-wing LOW FUEL.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdens hetrijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets vertraagdweergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopschake-laar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergave nietgeactualiseerd.Als de zijstandaard wordt ingeklapt en de noodstopschake-laar ingeschakeld, wordt de volgende actualisering pas na2 minuten uitgevoerd.Als het gecombineerde instrument geen signaal van debrandstofpeilsensor ontvangt, knippert de brandstofpeil-weergave.7.10 TijdF02750-10In alle talen behalve EN‑US wordt de tijd1in de 24-uursnotatieweergegeven.
De tijd1wordt weergegeven in de 12‑uursnotatieals de taak EN‑US ingesteld is.In het menu Clock/Date kan de tijd worden geconfigureerd.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruitgehaald was.7.11 Weergave van de koelmiddeltemperatuurH02616-01AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp.
corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.De temperatuurindicatie op het display bestaat uit acht balkjes.Hoe meer balkjes er branden, hoe warmer het koelmiddel.Bij een koelmiddeltemperatuur van 120 °C wordt de noodloopmo-dus automatisch ingeschakeld.InfoAls alle balkjes branden, verschijnt bovendien de waarschu-wing ENGINE TEMP HIGH.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 727Mogelijke toestanden• Motor koud – Tot drie balkjes branden.• Motor warm – Vier tot vijf balkjes branden.• Motor heet – Zes tot acht balkjes branden.• Motor zeer heet – Alle acht balkjes knipperen oranje.7.12 DeeltrajecttellerH02617-01Als deeltrajectteller wordt op het startscherm Trip 1 weergegeven.Dit kan niet worden gewijzigd.Informatie over de totale afstand kan in het menu General Infoonder het menupunt Odometer worden opgeroepen.In het menu Trip 1 kan de deeltrajectteller worden geconfigureerd.Informatie over een verder traject kan in het menu Trip 2 wordenopgeroepen en geconfigureerd.7.13 MenuV01145-10InfoOm het menu te openen, op de SET‑knop1drukken.Met de UP-knop2of de DOWN-knop3in het menunavigeren.Door de BACK-knop4in te drukken, wordt het actuelemenu resp.
het menuoverzicht gesloten.7.13.1 FavoritesH02858-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– Door de SET‑knop nog eens in te drukken, wordt het menu geo-pend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren enmet de SET‑knop selecteren.In het menu Favorites kunnen vijf vrij configureerbare menu’sdirect worden aangestuurd.In het menu Set Favorites wordt het menu Favorites geconfigureerd.7.13.2 Trip 1H02859-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trip 1 op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.Trip 1 geeft de gereden afstand aan sinds de laatste reset, bijvoor-beeld tussen twee tankstops. Trip 1 loopt mee en telt tot 9999.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT28ØConsumption1 toont het gemiddelde verbruik op basis van Trip 1en Trip time 1.ØSpeed1 toont de gemiddelde snelheid op basis van Trip 1 enTrip time 1.Trip time 1 toont de rijtijd op basis van Trip 1 en loopt zodra eensnelheidssignaal wordt ontvangen.Fuel range toont de mogelijk af te leggen afstand met de brandstof-reserve.Knop 3 -5 secondeningedrukthouden.In het menu Trip 1 worden alle vermeldingen,behalve Fuel range, gewist.7.13.3 Trip 2H02857-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trip 2 op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.Trip 2 geeft de gereden afstand aan sinds de laatste reset, bijvoor-beeld tussen twee tankstops.
Trip 2 loopt mee en telt tot 9999.ØConsumption2 toont het gemiddelde verbruik op basis van Trip 2en Trip time 2.ØSpeed2 toont de gemiddelde snelheid op basis van Trip 2 enTrip time 2.Trip time 2 toont de rijtijd op basis van Trip 2 en loopt zodra eensnelheidssignaal wordt ontvangen.Fuel range toont de mogelijk af te leggen afstand met de brandstof-reserve.Knop 3 -5 secondeningedrukthouden.In het menu Trip 2 worden alle vermeldingen,behalve Fuel range, gewist.7.13.4 General InfoV01111-01WaarschuwingGevaar voor ongevallen Het controlesysteem voor debandenspanning vormt geen vervanging voor de con-trole voordat u gaat rijden.Om valse alarmen te vermijden, worden de banden-spanningswaarde over meerdere minuten geëvalueerd.– Controleer de bandenspanning voor iedere rit.– Corrigeer de bandenspanning als de deze afwijktvan de opgegeven waarde.– Stop ook bij correcte bandenspanningswaardenmeteen als het gedrag van het voertuig op eendrukverlies in de band wijst.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 729– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu General Info op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.Date geeft de datum aan.Odometer geeft de totale afstand aan.Battery geeft de accuspanning aan.Tire press fron (optioneel) geeft de bandenspanning voor aan.Tire press rear (optioneel) geeft de bandenspanning achter aan.7.13.5 SettingsV01139-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd.
Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.In het menu Settings worden instellingen voor eenheden of ver-schillende waarden uitgevoerd. Enkele functies kunnen wordengeactiveerd of gedeactiveerd.7.13.6 Bluetooth®(optioneel)V01112-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil.• Functie KTM MY RIDE (optioneel) geactiveerd.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd.
Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Bluetooth®op het display isgemarkeerd.– Met de SET-knop de Bluetooth®-functie in- of uitschakelen.InfoDe functie Bluetooth®kan alleen in combinatiemet KTM MY RIDE (optioneel) worden gebruikt.Als een apparaat via het menu Pairing is gekoppeld, maarmomenteel niet is verbonden, knippert bij ingeschakeldeBluetooth®-functie het Bluetooth®-symbool. Zodra een appa-raat is verbonden, brandt het Bluetooth®-symbool.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT307. 13. 7 DistanceF02752-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Units op het display is gemar-keerd. Door de SET‑knop nog eens in te drukken, wordt hetmenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Distance op het display isgemarkeerd. Door nog een keer op de SET‑knop te drukken,wordt de eenheid ingesteld. Eenheid kilometer km of mijl mi voor de afstand selecteren. 7. 13. 8 TemperatureV01116-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.
– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Units op het display is gemar-keerd. Door de SET‑knop nog eens in te drukken, wordt hetmenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Temperature op het displayis gemarkeerd. Door nog een keer op de SET‑knop te drukken,wordt de eenheid ingesteld. Eenheid °C of °F voor de temperatuurindicatie selecteren. 7. 13. 9 PressureV01117-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil. • Model met TPMS. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.
– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Units op het display is gemar-keerd. Door de SET‑knop nog eens in te drukken, wordt hetmenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Pressure op het display isgemarkeerd. Door nog een keer op de SET‑knop te drukken,wordt de eenheid ingesteld. Eenheid bar of psi selecteren.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7317. 13. 10 ConsumptionF02757-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Units op het display is gemar-keerd. Door de SET‑knop nog eens in te drukken, wordt hetmenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Consumption op het displayis gemarkeerd. Door nog een keer op de SET‑knop te drukken,wordt de eenheid ingesteld. Eén van de mogelijke verbruiksindicaties selecteren. 7. 13. 11 LanguageV01119-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.
– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Language op het display isgemarkeerd. Door de SET‑knop nog een keer in te drukken detaal selecteren. De menutalen zijn Engels US, Engels UK, Duits, Italiaans, Fransen Spaans. 7. 13. 12 Clock/DateF02753-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT32InfoAls de 12V-accu gedemonteerd is geweest, wordt aanvul-lend de softwareversie weergegeven.7.13.13 DRLV01140-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd.
Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Dagrijlicht is bij slecht zichtgeen vervanging voor dimlicht.Bij zeer slecht zicht door mist, sneeuw of regen kande automatische omschakeling tussen dagrijlicht endimlicht slechts beperkt ter beschikking staan.– Steeds controleren of de juiste verlichting is gese-lecteerd.– Dagrijlicht voor het rijden of bij stilstand via hetmenu uitschakelen, zodat het dimlicht permanentis ingeschakeld.– Controleer of het dagrijlicht met de diagnosetoolwordt gedeactiveerd, als het menupunt nietbeschikbaar is, maar dimlicht vereist is. (Degeautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)– Houdt u zich aan de wettelijke vereisten voor hetdagrijlicht.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot DRL op het display is gemar-keerd.
Door op de SET‑knop te drukken, wordt het menu voordagrijlicht in- of uitgeschakeld.7.13.14 TPMS warningV01141-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil.• Model met TPMS.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot TPMS warning op het displayis gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken de aanwijzin-gen bij te hoge of te lage bandenspanning in- of uitschakelen.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 733Voorgeschreven waardeBandenspanning solovoor 2,3 barachter 2,6 barBandenspanning met passagier / volledige nuttige belastingvoor 2,3 barachter 2,6 bar7.13.15 Quick Selector 1V01121-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Quick Selector 1 ophet display is gemarkeerd.
Door de SET‑knop in te drukken,wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot de gewenste menu is gemar-keerd.– SET‑knop indrukken om de selectie te bevestigen.In het menu Quick Selector 1 kan een menu voor directe selectieworden vastgelegd.Door op de UP-knop te drukken, wordt bij gesloten menu hetin Quick Selector 1 vastgelegde menu opgeroepen.InfoIn de rijmodus TRACK (optioneel) wordt met de UP-knop deslipaanpassing ingesteld.7.13.16 Quick Selector 2V01122-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Trips/Data op hetdisplay is gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordthet menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot het menu Settings op het dis-play is gemarkeerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met KTM 790 Duke (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor KTM
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor