KTM 390 Adventure (2024) Handleiding

KTM Motor 390 Adventure (2024)

Bekijk gratis de handleiding van KTM 390 Adventure (2024) (146 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over KTM 390 Adventure (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/146
BEDIENINGSHANDLEIDING2024
390ADVENTURE
Artikelnr.3214963nl

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: KTM
Categorie: Motor
Model: 390 Adventure (2024)

Handleiding KTM 390 Adventure (2024) – volledige tekst

BESTE KTM KLANT,*3214963nl*3214963nl16. 02. 2024BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummers van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13) Stempel dealerMotornummer ( pag. 13)Sleutelnummer ( pag. 13)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.

© 2024 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.

SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.

Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 1 GebruiksdefinitieHet voertuig is zo ontworpen en gebouwd, dat het kan worden gebruikt bij normale belastingen tijdens het rijdenover de weg en op eenvoudig terrein (niet-geasfalteerde wegen). Dit voertuig is niet geschikt voor gebruik op race-circuits. InfoDe motorfiets is alleen in de gehomologeerde versie toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.

3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.

WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.

3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.

– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.

Indien dit speciale gereedschap niet bij de leveringvan het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.

Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.

Binnendringendvuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.

Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM

3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantievolledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroor-zaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.

3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereikenvan het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.

SERIENUMMERS 5135.1 Voertuigidentificatiennummer402408-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 Typeplaatje402174-10Het typeplaatje1bevindt zich aan het frame rechts achter hetbalhoofd.5.3 Motornummer402486-10Het motornummer1is aan de linker kant van de motor onderhet ketting-aandrijfwiel gegraveerd.5.4 Sleutelnummer402245-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoVoor de bestelling van een reservesleutel is het sleutelnum-mer nodig. KEYCODECARD op een veilige plaats bewaren.Als nog minstens een contactsleutel aanwezig is, kan eenreservesleutel worden gemaakt. Als er geen contactsleutelmeer aanwezig is, moet het complete slotsysteem wordenvervangen.

6 BEDIENINGSELEMENTEN146.1 KoppelingshendelS04142-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.6.2 RemhendelS04143-10De remhendel1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelS04143-11De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.6.4 Schakelaars links aan stuur6.4.1 CombinatieschakelaarDe combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.S04151-01Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 15)2Menutoetsen ( pag. 15)3Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 15)4Claxonknop ( pag. 15)

BEDIENINGSELEMENTEN 6156.4.2 LichtschakelaarS04123-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd.

In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standCtrekken.6.4.3 MenutoetsenS04124-10De menuknoppen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het display van het gecombineerdeinstrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de DOWN‑toets.Toets3is de SET‑toets.Toets4is de BACK‑toets.6.4.4 RichtingaanwijzerschakelaarS04124-11De richtingaanwijzerschakelaar1is links aan het stuur aange-bracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uit – Richtingaanwijzerschakelaarnaar het schakelaarhuis geduwd.Richtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar rechts geschakeld.

De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.6.4.5 ClaxonknopS04124-12De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.

6 BEDIENINGSELEMENTEN166.5 Schakelaars rechts aan stuur6.5.1 NoodstopschakelaarS04125-10De noodstopschakelaar1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestandenNoodstopschakelaar uit – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor scha-kelt uit en een stilstaande motor schakelt niet wordengestart.Noodstopschakelaar aan – Deze stand is nodig voorhet rijden. Het ontstekingscircuit is gesloten.6.5.2 StartknopS04125-11De startknop1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Startknop in de uitgangspositie• Startknop ingedrukt – In deze stand wordt de startmotorgeactiveerd.6.6 Contact- en stuurslotA00686-10Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroonplaat.Mogelijke toestandenContact uitgeschakeld OFF – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken.

Een draaiende motorschakelt uit en een stilstaande motor schakelt nietin. De contactsleutel kan eruit worden getrokken.Contact ingeschakeld ON – In deze stand is hetontstekingscircuit gesloten en kan de motor wordengestart.Stuur geblokkeerd LOCK – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en het stuur geblokkeerd. Decontactsleutel kan eruit worden getrokken.6.7 Stuur vergrendelenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.

BEDIENINGSELEMENTEN 617400732-01– Voertuig parkeren.– Het stuur helemaal naar links draaien.– Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar links draaien. Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan niet meer worden bewogen.6.8 Stuur ontgrendelen400731-01–Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar rechts draaien.

Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan weer worden bewogen.6.9 Stopcontact voor elektrisch toebehorenA00685-10Het stopcontact1voor elektrisch toebehoren is voor de bovenstekroonplaat aangebracht.Het is aangesloten op ontstekingsplus en gezekerd.Stopcontact voor elektrisch toebehorenSpanning 12 VMaximalestroomopname10 A6.10 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.

6 BEDIENINGSELEMENTEN18WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.S04127-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen en con-tactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij overbelas-ting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.6.11 Tankdop sluitenA00705-10WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Tankdop neerklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klok indraaien tot het tankdop-slot sluit.– Contactsleutel eruit trekken en afdekking neerklappen.

BEDIENINGSELEMENTEN 6196.12 ZadelslotS04137-10Het zadelslot1bevindt zich links naast het zadel.Het zadelslot kan met de contactsleutel ontgrendeld worden.6.13 BoordgereedschapS04140-10Het boordgereedschap1bevindt zich onder de buddyseat.6.14 GrepenS04141-10De grepen1zijn bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een buddyseat kan de passagier zich hieraanvasthouden.6.15 Voetsteun passagierS04131-01De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.

6 BEDIENINGSELEMENTEN206.16 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.6.17 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.6.18 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet.

Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7217.1 Gecombineerd instrumentS04176-10Het gecombineerde instrument is voor het stuur aangebracht.Het gecombineerde instrument is ingedeeld in twee functieseg-menten.1Controlelampjes ( pag. 22)2Display7.2 Activering en testS04177-10ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en de controlelamp-jes branden kort in het kader van een functiecontrole.7.3 Dag-nacht-modusM01578-01De dagmodus wordt in lichte kleuren weergegeven.M01579-01De nachtmodus wordt in donkere kleuren weergegeven.InfoDe omgevingslichtsensor in het gecombineerde instrumentmeet de lichtsterkte van de omgeving.

Afhankelijk van delichtsterkte die de omgevingslichtsensor meet, wordt hetdisplay lichter of donkerder en wordt afhankelijk van deinstelling in de andere modus geschakeld.De weergavemodus kan in het menu Display Theme wor-den geconfigureerd. Hier kan de automatische dag-nacht-modus of permanente nachtmodus worden geselecteerd.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT227.4 WaarschuwingenF00904-10Waarschuwingen verschijnen aan de bovenste en/of onderste dis-playrand, afhankelijk van de relevantie hebben ze een gele of rodeachtergrond.Gele waarschuwingen1tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen2tonen fouten of informatie die eenonmiddellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle actuele waarschuwingen worden in het menu Warningweergegeven tot ze niet meer actief zijn.7.5 ControlelampjesS04178-01De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjes kort op.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait.

Als de motor loopt en het contro-lelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet loopt. Wanneer de motor loopt enhet waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stoppen en demotor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje brandt tot een snelheid van ca. 6 km/h (ca. 4 mph) of meer is bereikt.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 723Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld.Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd. Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS.TC-controlelampje brandt geel – MTC ( pag. 109) is niet actief of is bezig met regelen. HetTC-controlelampje brandt ook als er een fout wordt herkend. Contact opnemen met geautori-seerde KTM-garage. Het TC-controlelampje knippert als MTC actief ingrijpt.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag.

Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten.Controlelampje alarminstallatie knippert rood – Statusmelding bij de alarminstallatie (optio-neel).Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.Algemeen waarschuwingslampje brandt geel – Een aanwijzing/waarschuwing voor de veiligheidis gedetecteerd. Deze wordt aanvullend weergegeven.7.6 DisplayS04179-011Toerental ( pag. 24)1Schakelindicator ( pag. 24)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.2Versnellingsindicatie

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT243Eenheid voor de toerentalindicatie4Snelheid ( pag. 25)5Eenheid voor de snelheidsindicatie6ODO‑weergave ( pag. 26)7ABS‑modus8Weergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 26)9Brandstofpeilweergave ( pag. 26)bkBluetooth®(optioneel)blTijd ( pag. 27)bmSETWordt alleen bij gesloten menuoverzicht weergegeven.bnFavourites‑weergave ( pag. 27)7.7 ToerentalA00941-10Het toerental1wordt in omwentelingen per minuut weergege-ven.7.8 SchakelindicatorA00942-10De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïnte-greerd.In het menu Shift Light kan het toerental voor de schakelindicatorworden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot 1000 km/621 mi) isde schakelindicator altijd actief. Pas daarna kan de schakelindi-cator worden gedeactiveerd en kunnen de waarden voor RPM1 enRPM2 worden ingesteld.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 725RPM2 Schakelindica-torknippert en verandert van kleur7.9 SnelheidM01581-11De snelheid1wordt aangegeven in kilometer per uur km/h of inmijl per uur mph.7.10 Ride‑weergaveF01775-10De ingestelde Ride Mode ( pag. 109) wordt in het bereik1vanhet display weergegeven.In het submenu Ride Mode kan de rijmodus worden geconfigu-reerd.7.11 ABS‑weergaveA00940-11De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.In het submenu ABS kan het ABS worden geconfigureerd.7.12 MTC‑weergaveA00940-10In het bereik1van het display wordt weergegeven of MTC( pag. 109) is in- of uitgeschakeld.In het submenu MTC kan de motorfietstractiecontrole worden in-of uitgeschakeld.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT267.13 ODO‑weergaveM01581-12De afgelegde totale afstand ODO wordt weergegeven in hetbereik1van het display.InfoDeze waarde blijft ook opgeslagen als de 12V-accu van hetvoertuig losgekoppeld wordt en/of de zekering is gesmolten.7.14 Weergave van de koelmiddeltemperatuur402808-01De weergave van de koelmiddeltemperatuur bestaat uit balkjes.Hoe meer balkjes er branden, hoe warmer het koelmiddel.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp.

corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.InfoAls alle balkjes branden, verschijnt bovendien de waarschu-wing ENGINE TEMP HIGH.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud – Tot drie balkjes branden.• Motor warm – Vier tot vijf balkjes branden.• Motor heet – Zes tot acht balkjes branden.• Motor zeer heet – Alle acht balkjes branden rood.7.15 Brandstofpeilweergave402807-10De inhoud van de brandstoftank wordt in het gedeelte1van hetdisplay weergegeven.De weergave van het brandstofpeil bestaat uit balkjes. Hoe meerbalkjes er branden, hoe meer brandstof zich in de brandstoftankbevindt.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 727InfoAls de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knippert hetlaatste segment rood en verschijnt bovendien de waarschu-wing LOW FUEL.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdens hetrijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets vertraagdweergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopschake-laar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergave nietgeactualiseerd.Als de zijstandaard wordt ingeklapt en de noodstopschake-laar ingeschakeld, wordt de volgende actualisering pas na2 minuten uitgevoerd.Als het gecombineerde instrument geen signaal van debrandstofpeilsensor ontvangt, knippert de brandstofpeil-weergave.7.16 TijdM01581-13De tijd wordt in het gedeelte1van het display weergegeven.In alle talen behalve EN-US wordt de tijd in de 24‑uursnotatieweergegeven.

Als de taal EN-US ingesteld is, wordt de tijd weer-gegeven in de 12-uursnotatie.In het menu Clock/Date kan de tijd worden geconfigureerd.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.7.17 Favourites‑weergaveV01182-01In de Favourites‑weergave worden tot acht informatieteksten weer-gegeven.In het menu Favourites kan de Favourites‑weergave vrij wordengeconfigureerd.InfoEén tot vier geselecteerde informatieteksten worden optwee regels weergegeven. Vijf tot acht geselecteerde infor-matieteksten worden op één regel weergegeven.7.18 Quick Selector 1‑weergaveE01065-01Door op de UP-knop te drukken, wordt bij geslotenmenu Quick Selector 1 opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt Quick Selector 1 gesloten.InfoIn het menu Quick Selector 1 kan°Quick Selector 1 wordengeconfigureerd.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT287.19 Quick Selector 2‑weergaveE01066-01Door op de DOWN-knop te drukken, wordt bij geslotenmenu Quick Selector 2 opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt Quick Selector 2 gesloten.InfoIn het menu Quick Selector 2 kan°Quick Selector 2 wordengeconfigureerd. Er kan een willekeurige informatietekstworden geselecteerd.7.20 MenuS04132-10InfoOm het menu te openen op het startscherm op deSET‑knop1drukken.Met de UP-knop2of de DOWN-knop3in het menunavigeren.Door de BACK-knop4in te drukken, wordt het actuelemenu resp.

het menuoverzicht gesloten.7.20.1 KTM MY RIDE (optioneel)A00943-10Voorwaarden• De motorfiets staat stil.• Functie KTM MY RIDE (optioneel) geactiveerd.• Functie Bluetooth®(optioneel) geactiveerd.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot KTM MY RIDE is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.InfoDeze functie is alleen beschikbaar, als het voertuig overBluetooth®‑hardware beschikt.In het menu KTM MY RIDE kan een geschikte mobiele telefoonof een geschikte headset via Bluetooth®met het gecombineerdeinstrument worden verbonden.InfoNiet elke mobiele telefoon en niet elke headset is geschiktom met het gecombineerde instrument te verbinden.De standaard Bluetooth®2.1 moet ondersteund worden.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7297.20.2 Trips/DataS04180-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Trips/Data is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.In Trips/Data kan algemene informatie worden opgeroepen.7.20.3 MotorcycleV01162-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.In Motorcycle kan de rijmodus van het voertuig worden geconfigu-reerd.7.20.4 SettingsV01163-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Settings is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.In Settings kan de weergave van het gecombineerde instrumentworden geconfigureerd. Er kunnen instellingen voor eenheden ofverschillende waarden worden uitgevoerd.

Enkele functies kunnenworden geactiveerd of gedeactiveerd. Favorieten en snelselectieskunnen worden geconfigureerd.7.20.5 Pairing (optioneel)F01958-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil.• Functie KTM MY RIDE (optioneel) geactiveerd.• Functie Bluetooth®(optioneel) geactiveerd.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot KTM MY RIDE is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Pairing is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.InfoDeze functie is alleen beschikbaar, als het voertuig overBluetooth®‑hardware beschikt.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT30In het menu Pairing kan een geschikte mobiele telefoon of headsetvia Bluetooth®met het gecombineerde instrument worden verbon-den. InfoDe functie Bluetooth®kan alleen in combinatie metKTM MY RIDE (optioneel) worden gebruikt. Bij ingeschakelde Bluetooth®-functie en verbonden apparaatverschijnt het Bluetooth®-symbool op het display van hetgecombineerde instrument. Niet elke mobiele telefoon en niet elke headset is geschiktom met het gecombineerde instrument te verbinden. 7. 20. 6 Phone (optioneel)F01959-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil. • Functie KTM MY RIDE (optioneel) geactiveerd. • Functie Bluetooth (optioneel) geactiveerd. • Functie Bluetooth®op het apparaat dat moet worden gekoppeldeveneens geactiveerd. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot KTM MY RIDE is geselecteerd.

Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Pairing is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Phone is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. InfoDeze functie is alleen beschikbaar, als het voertuig overBluetooth®‑hardware beschikt. Er kunnen nooit twee mobiele telefoons tegelijkertijdmet het gecombineerde instrument worden verbonden. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Pairing is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. – Het gecombineerde instrument start het zoeken naar eengeschikte mobiele telefoon. Als het zoeken succesvol is,wordt de naam van de mobiele telefoon in het menu Pairingweergegeven. Door de SET‑knop in te drukken, wordt deverbinding gestart.

InfoDe mobiele telefoon moet via Bluetooth®zichtbaar zijn,zodat deze door het gecombineerde instrument kanworden gevonden. – Op het gecombineerde instrument verschijnt een melding datdit gereed is voor de verbinding.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 731InfoBij succesvolle verbinding wordt de naam van de ver-bonden mobiele telefoon in het menu Phone weergege-ven. UP- of DOWN-knop indrukken tot het gekoppelde appa-raat is geselecteerd. Door de SET-knop in te drukken,kan het gekoppelde apparaat worden gewist. Niet elke mobiele telefoon is geschikt om met hetgecombineerde instrument te verbinden. – Het reeds eerder verbonden apparaat bij geactiveerde Blue-tooth®-functie binnen het bereik van het gecombineerde instru-ment brengen. Het apparaat wordt automatisch met het gecombineerdeinstrument verbonden. Als het apparaat niet automatisch na ca. 30 seconden methet gecombineerde instrument wordt verbonden:– gecombineerd instrument opnieuw opstarten of Pai-ring-procedure herhalen. 7. 20. 7 Headset (optioneel)F01960-01Voorwaarden• De motorfiets staat stil. • Functie KTM MY RIDE (optioneel) geactiveerd.

• Functie Bluetooth (optioneel) geactiveerd. • Functie Bluetooth®op het apparaat dat moet worden gekoppeldeveneens geactiveerd. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot KTM MY RIDE is geselecteerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Pairing is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Headset is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Pairing is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. InfoDeze functie is alleen beschikbaar, als het voertuig overBluetooth®‑hardware beschikt. – Het gecombineerde instrument start het zoeken naar eengeschikte headset. Als het zoeken succesvol is, wordt denaam van de headset in het menu Pairing weergegeven.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT32InfoDe headset moet zich in de pairing-modus bevinden,zodat de headset door het gecombineerde instrumentkan worden gevonden. Bedieningshandleiding van deheadset in acht nemen. Bij succesvolle verbinding wordt de naam van de ver-bonden headset in het menu Headset weergegeven. UP- of DOWN-knop indrukken tot het gekoppelde appa-raat is geselecteerd. Door de SET-knop in te drukken,kan het gekoppelde apparaat worden gewist. Niet elke headset is geschikt om met het gecombi-neerde instrument te verbinden. – Het reeds eerder verbonden apparaat bij geactiveerde Blue-tooth®-functie binnen het bereik van het gecombineerde instru-ment brengen. Het apparaat wordt automatisch met het gecombineerdeinstrument verbonden. Als het apparaat niet automatisch na ca.

30 seconden methet gecombineerde instrument wordt verbonden:– gecombineerd instrument opnieuw opstarten of Pai-ring-procedure herhalen. 7. 20. 8 Audio (optioneel)V01165-01Voorwaarden• Functie KTM MY RIDE (optioneel) geactiveerd. • Functie Bluetooth®(optioneel) geactiveerd. • Functie Bluetooth®op het apparaat dat moet worden gekoppeldeveneens geactiveerd. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot KTM MY RIDE is geselecteerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw kopte-lefoon kan van het verkeer afleiden. – Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in datu het overige verkeer nog kunt horen. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Audio is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.

InfoDeze functie is alleen beschikbaar, als het voertuig overBluetooth®‑hardware beschikt. – Ingedrukt houden van de UP‑knop verhoogt het audiovolume. – Ingedrukt houden van de DOWN‑knop verlaagt het audiovo-lume. – Kort indrukken van de UP‑knop wisselt naar de volgende audio-titel.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 733InfoVoor een eenvoudigere bediening kan de audiofunctieaan Quick Selector 1 of aan Quick Selector 2 worden toe-gevoegd.7.20.9 Telefonie (optioneel)V01183-01Voorwaarden• Functie KTM MY RIDE geactiveerd (optioneel).• Functie Bluetooth®geactiveerd.• FunctieBluetooth®op het apparaat dat moet worden gekoppeldeveneens geactiveerd.• Headset met geschikte mobiele telefoon verbonden.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw kopte-lefoon kan van het verkeer afleiden.– Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in datu het overige verkeer nog kunt horen.– Door de SET‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep aangenomen.InfoDeze functie is alleen beschikbaar, als het voertuig overBluetooth®‑hardware beschikt.– Door de BACK‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep afgewezen.InfoBelduur en contactpersoon worden weergegeven.Afhankelijk van de instelling van de mobiele telefoonwordt de contactpersoon met naam weergegeven.7.20.10 General InfoV01166-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Trips/Data is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot General Info is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.Date geeft de datum aan.ODO geeft de totale afstand aan.Battery geeft de accuspanning aan.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met KTM 390 Adventure (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden