KTM 250 Duke (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van KTM 250 Duke (2025) (131 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over KTM 250 Duke (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | KTM |
| Categorie: | Motor |
| Model: | 250 Duke (2025) |
Handleiding KTM 250 Duke (2025) – volledige tekst
BESTE KTM KLANT,*3240178nl*3240178nl22. 01. 2025BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummers van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13) Stempel dealerMotornummer ( pag. 13)Sleutelnummer ( pag. 13)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. Een aantal van de afgebeelde modellen zijn voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2025 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken. Afgegeven door: TÜV SÜD Management Service GmbHKTM Sportmotorcycle GmbHStallhofnerstraße 35230 Mattighofen, OostenrijkDit document is geldig voor de volgende modellen:250 DUKE B.
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.
Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 1 GebruiksdefinitieKTM-sportmotorfietsen zijn zodanig ontworpen en gebouwd, dat ze bestand zijn tegen de gangbare belastingen inhet normale wegverkeer. Ze zijn echter niet geschikt voor het rijden op circuits en niet geasfalteerde wegen. InfoDe motorfiets is alleen in de gehomologeerde versie toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.
Indien dit speciale gereedschap niet bij de leveringvan het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.
Binnendringendvuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.
Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM
3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantievolledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroor-zaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Daarom kan het nodig zijn om voor elke rit of het ver-vangen van onderdelen de onderdelen al voor het bereiken van het volgende service-interval te controleren of tevervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.
SERIENUMMERS 5135.1 Voertuigidentificatiennummer402408-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 TypeplaatjeT04575-01Het typeplaatje1bevindt zich aan het frame rechts achter hetbalhoofd.5.3 Motornummer402486-10Het motornummer1is aan de linker kant van de motor onderhet ketting-aandrijfwiel gegraveerd.5.4 Sleutelnummer402245-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoVoor de bestelling van een reservesleutel is het sleutelnum-mer nodig. KEYCODECARD op een veilige plaats bewaren.Als nog minstens een contactsleutel aanwezig is, kan eenreservesleutel worden gemaakt. Als er geen contactsleutelmeer aanwezig is, moet het complete slotsysteem wordenvervangen.
6 BEDIENINGSELEMENTEN146.1 KoppelingshendelT04576-01De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.6.2 RemhendelT04577-01De remhendel1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelT04578-01De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.6.4 CombinatieschakelaarDe combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.T04622-01Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 15)2Noodknipperlichtschakelaar ( pag. 15)3Menutoetsen ( pag. 15)4Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 16)5Claxonknop ( pag. 15)
BEDIENINGSELEMENTEN 6156.5 NoodknipperlichtschakelaarT04623-01De noodknipperlichtschakelaar1is boven op de combinatie-schakelaar aangebracht.De noodknipperlichten worden gebruikt voor het aangeven vannoodsituaties.InfoDe noodknipperlichten kunnen bij ingeschakeld contactof tot 60 seconden na het uitschakelen van het contactworden in- of uitgeschakeld.Noodknipperlichten slechts zo lang gebruiken als beslistnodig is, aangezien dit de 12V-accu ontlaadt.Mogelijke toestandenNoodknipperlichten aan – Alle vier knipperlichtenen de groene controlelampjes op het gecombineerdeinstrument knipperen.6.6 MenutoetsenW00462-10De menutoetsen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het display van het gecombineerdeinstrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de DOWN‑toets.Toets3is de SET‑toets.Toets4is de BACK‑toets.6.7 ClaxonknopT04579-01De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.8 LichtschakelaarT04583-01De lichtschakelaar1is links op de combinatieschakelaar aange-bracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA.
In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd. In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld.
De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.InfoAls softwarefunctie is een automatische richtingaanwijzer-uitschakelaar (ATIR) beschikbaar.De ATIR-functie gebruikt een tijdklok en een rijafstandsme-ter.Als de richtingaanwijzer gedurende minimaal 10 secondenen 150 meter rijafstand ingeschakeld is geweest, wordt derichtingaanwijzer uitgeschakeld.Als het voertuig stilstaat, worden de beide meters gestopt.Als de richtingaanwijzerschakelaar opnieuw wordt bediend,worden beide meters gereset.6.10 NoodstopschakelaarT04585-01De noodstopschakelaar1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestandenNoodstopschakelaar uit – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor scha-kelt uit en een stilstaande motor schakelt niet wordengestart.Noodstopschakelaar aan – Deze stand is nodig voorhet rijden.
Het ontstekingscircuit is gesloten.6.11 StartknopT04585-02De startknop1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Startknop in de uitgangspositie• Startknop ingedrukt – In deze stand wordt de startmotorgeactiveerd.
BEDIENINGSELEMENTEN 6176.12 Contact- en stuurslotT04586-01Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroonplaat.Mogelijke toestandenContact uitgeschakeld OFF – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken. Een draaiende motorschakelt uit en een stilstaande motor schakelt nietin. De contactsleutel kan eruit worden getrokken.Contact ingeschakeld ON – In deze stand is hetontstekingscircuit gesloten en kan de motor wordengestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken en het stuur geblokkeerd.
De con-tactsleutel kan eruit worden getrokken.6.13 USB‑aansluitingT04648-01De USB‑aansluiting1voor de voedingsspanning van externeapparaten is aan de linker zijde van de maskerdrager aangebracht.De USB-aansluiting wordt ingeschakeld met het contact.USB‑aansluitingSpanning 5 VMaximalestroomopname2,1 A6.14 Stuur vergrendelenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.400732-01– Voertuig parkeren.– Het stuur helemaal naar links draaien.– Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar links draaien. Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan niet meer worden bewogen.
Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan weer worden bewogen.6.16 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
BEDIENINGSELEMENTEN 619T04644-01–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen en con-tactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij overbelas-ting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.– Contactsleutel eruit trekken.6.17 Tankdop sluitenT04645-01WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Contactsleutel in het slot steken.– Tankdop dichtklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Tankdop indrukken, totdat het slot vergrendelt.– Contactsleutel eruit trekken.
6 BEDIENINGSELEMENTEN206.18 ZadelslotT04587-01Het zadelslot1bevindt zich links naast het zadel.Het zadelslot kan met de contactsleutel ontgrendeld worden.6.19 BoordgereedschapT04588-01Onder het zadel bevindt zich het boordgereedschap1.6.20 RiemT04589-01De riem1is bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een passagier kan deze zich hieraan vasthou-den.6.21 Voetsteun passagierT04591-01De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.
BEDIENINGSELEMENTEN 6216.22 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.6.23 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.6.24 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet.
Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.
23)2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situaties heet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.7.2 Activering en testI00565-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en alle controlelamp-jes branden kort in het kader van een functiecontrole.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 723InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait. Als de motor draait en het controlelampje sto-ring brandt, volgens de verkeersregels stoppen en con-tact opnemen met een geautoriseerde KTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet draait. Wanneer de motor draait en het waar-schuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgensde geldende verkeersregels stoppen en de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje brandt tot een snelheidvan ca. 6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.7.3 WaarschuwingenI00572-01Waarschuwingen verschijnen aan de linkerkant van het display.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle bestaande waarschuwingen worden in hetsubmenu Warning weergegeven tot deze niet meer actiefzijn.7.4 ControlelampjesI00578-11De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjes kort op.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT24InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor draait en het contro-lelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet draait. Wanneer de motor draaiten het waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stoppenen de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje brandt tot een snelheid van ca. 6 km/h (ca. 4 mph) of meer is bereikt.Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld.Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd.
Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag. Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten.Controlelampje alarminstallatie brandt/knippert rood – Status- of foutmelding bij de alarmin-stallatie.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.Algemeen waarschuwingslampje brandt geel – Een aanwijzing/waarschuwing voor de veiligheidis gedetecteerd. Dit wordt ook op het display weergegeven.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT267.6 ToerentalI00579-10Het toerental wordt in omwentelingen per minuut weergegeven.7.7 SchakelindicatorI00588-10Led1wordt als schakelindicator gebruikt.In het submenu Shift Light kan het toerental voor deschakelindicator worden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot1000 km/621 mi) is de schakelindicator altijd actief. Pas daarnakan de schakelindicator worden gedeactiveerd en kunnen dewaarden voor RPM1 en RPM2 worden ingesteld.
Bij RPM1 knippertde led1en bij RPM2 brandt de led1permanent.InfoIn de 6e versnelling is de schakelindicator bij warme motorna de eerste service gedeactiveerd.Koelmiddeltempera-tuur≤ 35 °CODO 35 °CODO > 1.000 kmRPM1 Schakelindica-torknippertRPM2 Schakelindica-torbrandt permanent.7.8 SnelheidsindicatorI00562-10De snelheid wordt in het bereik1van het display weergegeven.De snelheid wordt in kilometer per uur km/h of in mijl per uur mphweergegeven.De eenheid van de snelheid kan in het submenu Distance wordengeconfigureerd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7277.9 TijdI00562-11De tijd wordt in het gedeelte1van het display weergegeven.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.7.10 ABS‑weergaveI00562-12De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De ABS kan in het submenu ABS worden geconfigureerd.InfoAls de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aan beidewielen.Als de ABS‑modus Supermoto actief is, regelt het ABSalleen aan het voorwiel.
Het achterwiel wordt niet meer viahet ABS geregeld; het kan bij het remmen blokkeren.7.11 Weergave van de koelmiddeltemperatuurI00562-13De koelmiddeltemperatuur wordt door een symbool1weergege-ven: Afhankelijk van de temperatuur wisselt het symbool tussenLOW, OK en HOT.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp.
corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.InfoAls de koelmiddel-temperatuurindicatie1HOT aangeeft,begint de weergave aanvullend te knipperen.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden•Motor koud – Koelmiddel-temperatuurindicator1geeft LOWaan.•Motor warm – Koelmiddel-temperatuurindicator1geeft OKaan.•Motor heet – Koelmiddel-temperatuurindicator1geeft HOTaan.
Hoe verder de balkis gevuld, des te meer brandstof zich in de brandstoftank bevindt.InfoAls de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knipperthet laatste segment en verschijnt bovendien dewaarschuwing LOW FUEL.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdens hetrijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets vertraagdweergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopschake-laar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergave1niet geactualiseerd.Als de zijstandaard wordt ingeklapt en de noodstopschake-laar ingeschakeld, wordt de volgende actualisering pas na2 minuten uitgevoerd.Als het gecombineerde instrument geen signaal van debrandstofpeilsensor ontvangt, knippert de brandstofpeil-weergave.7.13 Favorites‑weergaveI00562-15In de Favorites‑weergave1worden tot vier informatietekstenweergegeven.In het submenu Favorites kan de Favorites‑weergave vrij wordengeconfigureerd.7.14 Quick Selector 1‑weergaveDoor op de UP-knop te drukken, wordt bij gesloten menu de Quick Selector 1-weergave opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Quick Selector 1-weergave gesloten.InfoDe Quick Selector 1-weergave kan in het menu Settings onder Quick Selector 1 worden geconfigureerd.
Erkan een willekeurige informatietekst worden geselecteerd.7.15 Quick Selector 2‑weergaveDoor op de DOWN-knop te drukken, wordt bij gesloten menu de Quick Selector 2-weergave opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Quick Selector 2-weergave gesloten.InfoDe Quick Selector 2-weergave kan in het menu Settings onder Quick Selector 2 worden geconfigureerd. Erkan een willekeurige informatietekst worden geselecteerd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7297.16 Navigation‑weergave (optioneel)I00564-01De Navigation-weergave (optioneel) verschijnt bij geactiveerde navi-gatiefunctie.In de Navigation‑weergave (optioneel) worden de richtingspijl,de afstand tot de bestemming, de geschatte aankomsttijd vande mobiele telefoon, de afstand tot het volgende wegpunt en destraatnaam weergegeven.In het submenu Navigation (optioneel) kan de Navigation‑weergave(optioneel) worden in- of uitgeschakeld.Voorwaarden voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.– De KTMconnect-app (optioneel) is op een geschikte telefoon(Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparaten vanaf ver-sie 14) geïnstalleerd en verbonden.7.17 Call‑weergaveI00569-10WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw koptele-foon kan van het verkeer afleiden.– Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in dat uhet overige verkeer nog kunt horen.De Call‑weergave verschijnt bij binnenkomende resp.
actieveoproepen.Door de SET‑knop in te drukken, wordt een binnenkomende oproepaangenomen.Door de BACK‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep afgewezen.Door de UP-knop in te drukken, wordt het volume verhoogd.Door de DOWN-knop in te drukken,wordt het volume verlaagd.InfoDe wijziging van het audiovolume met de gecombineerdeschakelaar kan niet met elke mobiele telefoon worden uit-gevoerd.Belduur en contactpersoon worden weergegeven. Afhan-kelijk van de instelling van de mobiele telefoon wordt decontactpersoon met naam weergegeven.Bij actieve telefonie kan niet in het menu worden genavi-geerd.Voorwaarde voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.
3 secondenwordt de Remote Control Mode (optioneel) verlaten.Als de Remote Control Mode (optioneel) is geactiveerd, kan via decombinatieschakelaar in de app aan de mobiele telefoon wordengenavigeerd.InfoEr kan in de Remote Control Mode (optioneel) alleen binnende app worden genavigeerd.Bij actieve Remote Control Mode (optioneel) kan niet aanhet gecombineerde instrument worden genavigeerd.De Remote Control Mode (optioneel) kan niet worden geacti-veerd als een menu is geopend.Voorwaarden voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument moet met een geschiktemobiele telefoon verbonden zijn.– De KTMconnect-app (optioneel) moet op een geschikte mobieletelefoon (Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparatenvanaf versie 14) geïnstalleerd en geopend zijn.7.19 menuI00555-10InfoOm het menu te openen op het startscherm opde SET‑knop1drukken.Met de UP-knop2of de DOWN-knop3in het menunavigeren.Door de BACK-knop4in te drukken springt de menus-tructuur een stap terug resp.
wordt het menu gesloten.7.19.1 ABSI00565-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot ABS is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het submenu geopend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een verkeerd gekozen ABS-modus bemoeilijkt de controle over het voertuig aan-zienlijk.De ABS-modi zijn telkens slechts voor bepaaldeomstandigheden geschikt.– Kies altijd een ABS-modus die bij de ondergrondpast.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 731– Door de SET-knop in te drukken de gewenste ABS-modusselecteren.InfoDe ABS‑modus kan tijdens het rijden worden gewisseld.Tijdens de selectie geen gas geven.Als de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aanbeide wielen.Als de ABS‑modus Supermoto actief is, regelt het ABSalleen aan het voorwiel. Het achterwiel wordt niet meervia het ABS geregeld en kan bij het remmen blokkeren.7.19.2 Bike InfoI00565-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Bike Info is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.In Bike Info kunnen algemene informatie en eventueel actievewaarschuwingen worden opgeroepen.7.19.3 Bike InfoI00565-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Bike Info is geselecteerd.
Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.Engine Temperature geeft de koelmiddeltemperatuur aan.Fuel Range toont de mogelijk af te leggen afstand met de brand-stofreserve.Battery geeft de accuspanning aan.Odometer geeft de totale afstand aan.Service geeft aan wanneer de volgende servicebeurt moet wordenuitgevoerd.Warnings geeft opgetreden waarschuwingen aan tot die niet meeractief zijn.7.19.4 WarningI00565-01Voorwaarden• Melding of waarschuwing aanwezig.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Bike Info is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Warning is geselecteerd.
Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het submenu geopend.– Met de UP- of DOWN‑knop door de waarschuwingen navigeren.InfoDe opgetreden waarschuwingen worden zo lang weerge-geven en opgeslagen tot ze niet meer actief zijn.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT327.19.5 Trip InfoI00565-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Trip is geselecteerd. Door deSET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.In het menu Trip kan algemene informatie over de afgelegdeafstand, rijtijd, gemiddeld verbruik en gemiddelde snelheidworden opgeroepen.7.19.6 Trip 1I00565-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Trip is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Trip 1 is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het submenu geopend.In het submenu Trip 1 kan informatie over Trip 1 worden opgeroe-pen.InfoTrip geeft de gereden afstand aan sinds de laatste reset,bijvoorbeeld tussen twee tankstops.
Trip loopt mee en telttot 9999.Trip Time toont de rijtijd op basis van Trip en loopt zodraeen snelheidssignaal wordt ontvangen.ØConsump. toont het gemiddelde verbruik op basis van Trip.ØSpeed toont de gemiddelde snelheid op basis van Tripen Trip Time.Met Reset Trip kunnen alle vermeldingen in het menu Trip 1worden gereset.7.19.7 Trip 2I00565-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Trip is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het menu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Trip 2 is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het submenu geopend.In het submenu Trip 2 kan informatie over Trip 2 worden opgeroe-pen.InfoTrip geeft de gereden afstand aan sinds de laatste reset,bijvoorbeeld tussen twee tankstops.
Trip loopt mee en telttot 9999.Trip Time toont de rijtijd op basis van Trip en loopt zodraeen snelheidssignaal wordt ontvangen.ØConsump. toont het gemiddelde verbruik op basis van Trip.ØSpeed toont de gemiddelde snelheid op basis van Tripen Trip Time.Met Reset Trip kunnen alle vermeldingen in het menu Trip 2worden gereset.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7337.19.8 Navigation (optional)I00565-01Voorwaarden• Functie Bluetooth®geactiveerd.• De KTMconnect-app (optioneel) is op een geschikte telefoon(Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparaten vanaf ver-sie 14) geïnstalleerd en verbonden.• Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.• De GPS-functie is geactiveerd op de verbonden telefoon.• Voor spraaknavigatie: Het gecombineerde instrument is meteen geschikt audioapparaat verbonden en er is een passendtaalpakket in de KTMconnect Navigation-app (optioneel)gedownload.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Navigation is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken wordt het submenu geopend.7.19.9 Volume (optioneel)I00565-01Voorwaarden• De KTMconnect-app (optioneel) is op een geschikte telefoon(Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparaten vanaf ver-sie 14) geïnstalleerd en verbonden.• Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.• Voor spraaknavigatie: Het gecombineerde instrument is meteen geschikt audioapparaat verbonden en er is een passendtaalpakket in de KTMconnect-app (optioneel) gedownload.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Navigation is geselecteerd.Door de SET‑knop in te drukken wordt het submenu geopend.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw kopte-lefoon kan van het verkeer afleiden.– Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in datu het overige verkeer nog kunt horen.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Volume is geselecteerd.
Doorde SET‑knop in te drukken wordt het submenu geopend.– Door de UP‑knop in te drukken wordt het volume van de geacti-veerde spraaknavigatie verhoogd.– Door de DOWN‑knop in te drukken wordt het volume van degeactiveerde spraaknavigatie verlaagd.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT347. 19. 10 Start/stop navigatie (optioneel)I00565-01Voorwaarden• Functie Bluetooth®geactiveerd. • De KTMconnect-app (optioneel) is op een geschikte telefoon(Android-apparaten vanaf versie 7. 0, iOS-apparaten vanaf ver-sie 14) geïnstalleerd en geopend. • Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Navigation is geselecteerd. Door de SET‑knop in te drukken wordt het submenu geopend. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Start/Stop Navigation is gese-lecteerd. Door de SET‑knop in te drukken de selectie bevesti-gen. – Door de SET-knop in te drukken de visuele navigatie in- of uit-schakelen. InfoEen geactiveerde spraaknavigatie blijft verder ingeschakeld.
Het volume van de geactiveerde spraaknavigatie ishetzelfde als het volume van de audiospeler op de mobieletelefoon. Als het volume op de mobiele telefoon wordtgewijzigd, verandert ook het volume van de geactiveerdespraaknavigatie. 7. 19. 11 AudioI00566-01Voorwaarden• Functie Bluetooth®geactiveerd. • Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden. • Het gecombineerde instrument is met een geschikt communi-catiesysteem verbonden of de Headset Type Corded is geselec-teerd. – Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw kopte-lefoon kan van het verkeer afleiden. – Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in datu het overige verkeer nog kunt horen. – UP- of DOWN‑knop indrukken tot Audio is geselecteerd. Doorde SET‑knop in te drukken, wordt het submenu geopend.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met KTM 250 Duke (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor KTM
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor