KTM 1390 Super Duke R EVO (2024) Handleiding

KTM Motor 1390 Super Duke R EVO (2024)

Bekijk gratis de handleiding van KTM 1390 Super Duke R EVO (2024) (181 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over KTM 1390 Super Duke R EVO (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/181
BEDIENINGSHANDLEIDING2024
1390SUPERDUKEREVO
Artikelnr.3214945nl

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: KTM
Categorie: Motor
Model: 1390 Super Duke R EVO (2024)

Handleiding KTM 1390 Super Duke R EVO (2024) – volledige tekst

BESTE KTM KLANT,*3214945nl*3214945nl12. 02. 2024BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een moderne, sportievemotorfiets en we zijn er zeker van dat u er veel plezier mee zult beleven, mits u de motorfiets goed onderhoudt. We wensen u veel rijplezier. Vul hieronder de serienummers van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 14) Stempel dealerMotornummer ( pag. 14)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.

© 2024 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.

1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN61.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.

Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is ontworpen en gebouwd om bestand te zijn tegen de gebruikelijke belastingen van normaal wegge-bruik en gebruik op het circuit. Dit voertuig is alleen geschikt voor gebruik op geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.

3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.

WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.

3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.

– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Voor het wegverkeer is het juiste rijbe-wijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.

Indien dit speciale gereedschap niet bij de leveringvan het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.

Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.

Binnendringendvuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN102.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.

Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM

BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantievolledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroor-zaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.

3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereikenvan het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.

6 BEDIENINGSELEMENTEN166.1 KoppelingshendelS03879-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijge-steld.6.2 RemhendelS03880-10De remhendel1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.De voorwielrem wordt bediend met de remhendel.6.3 GashendelS03880-11De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.6.4 Combinatieschakelaar linksDe linker combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.S03881-10Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 17)2Knoppen van de cruisecontrol ( pag. 18)3Menutoetsen ( pag. 17)4Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 17)5Claxonknop ( pag. 18)6+RES/-SET-knop ( pag. 19)

BEDIENINGSELEMENTEN 6176.5 LichtschakelaarI00312-10De lichtschakelaar1is links op de combinatieschakelaar aange-bracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standB. Indeze stand zijn het groot licht en het achterlicht inge-schakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standC. In dezestand wordt het seinlicht bediend.

De lichtschakelaarspringt na het bedienen terug in de standA.6.6 MenutoetsenS03881-11De menutoetsen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het display van het gecombineerdeinstrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de RIGHT‑toets.Toets3is de DOWN‑toets.Toets4is de LEFT‑toets.Toets5is de SET-toets.Toets6is de BACK-toets.6.7 RichtingaanwijzerschakelaarS03881-12De richtingaanwijzerschakelaar1is aan de combinatieschakelaarlinks aangebracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uit – Richtingaanwijzerschakelaarnaar het schakelaarhuis geduwd.Richtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar rechts geschakeld.

6 BEDIENINGSELEMENTEN18InfoAls softwarefunctie is een automatische richtingaanwijzer-uitschakelaar (ATIR) beschikbaar.De ATIR-functie gebruikt een tijdklok en een rijafstandsme-ter.Als de richtingaanwijzer gedurende minimaal 10 secondenen 150 meter rijafstand ingeschakeld is geweest, wordt derichtingaanwijzer uitgeschakeld.Als het voertuig stilstaat, worden de beide meters gestopt.Als de richtingaanwijzerschakelaar opnieuw wordt bediend,worden beide meters gereset.6.8 ClaxonknopS03881-13De claxonknop1is op de gecombineerde schakelaar links aan-gebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie.• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.9 Knoppen van de cruisecontrolS03881-14De knoppen1,2en3van de cruisecontrol zijn links op decombinatieschakelaar aangebracht.Mogelijke toestanden• Knop van cruisecontrol in de uitgangspositie.• Knop +RES kort ingedrukt.

– De als laatste opgeslagen doel-snelheid wordt weer geactiveerd. Elke keer dat de schakelaarwordt aangetikt, wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mphverhoogd.• Knop +RES ingedrukt houden. – De doelsnelheid neemt staps-gewijs toe met 5 km/h of 5 mph.• Knop ‑SET ingedrukt. – De cruisecontrol wordt geactiveerden de actuele snelheid wordt aangehouden. Elke keer datde schakelaar wordt aangetikt, wordt de doelsnelheid met1 km/h of 1 mph verlaagd.• Knop ‑SET ingedrukt houden. – De doelsnelheid neemt staps-gewijs af met 5 km/h of 5 mph.InfoNa activering van de cruisecontrol kan de gashendel in deuitgangspositie teruggedraaid worden.

De gekozen snelheidblijft behouden.Als nog geen doelsnelheid is opgeslagen, kan deze eenma-lig met de +RES-knop worden opgeslagen.Als de doelsnelheid door verdraaien van de gashendel voorminder dan 30 seconden wordt overschreden, blijft de crui-secontrol geactiveerd.Voor het uitschakelen van de cruisecontrol-functie de knop van decruisecontrol indrukken.

BEDIENINGSELEMENTEN 619De cruisecontrol wordt bovendien in de onderstaande situatiesgedeactiveerd:– bediening van de remhendel– bediening van het rempedaal– bediening van de koppelingshendel– Versnelling schakelen zonder QUICKSHIFTER+– Dichtdraaien van de gashendel verder dan de uitgangspositie– regeling van de motorfiets-tractiecontrole (MTC)– slip aan het achterwiel of omhoog komend voorwiel–Optreden van een fout die de functie van de cruisecontrolnadelig beïnvloedt– overschrijden van de doelsnelheid bij een inhaalmanoeuvregedurende meer dan 30 secondenWaarschuwingGevaar voor ongevallen De cruiscontrol-functie is niet vooralle rijsituaties geschikt. De gekozen doelsnelheid wordt onderschreden als op eenhelling het motorvermogen niet voldoende is. De gekozen doelsnelheid wordt overschreden als op eenhelling de motorremwerking niet voldoende is.

– Gebruik de cruisecontrol-functie niet op wegen metveel bochten. – Gebruik de cruisecontrol-functie niet op een glad weg-dek (bijvoorbeeld regen, ijs, sneeuw), bij slecht zichtof op een onverharde ondergrond (bijvoorbeeld zand,stenen, grind). – Gebruik de cruisecontrol-functie niet als de verkeerssi-tuatie geen constante snelheid toelaat. De cruisecontrol is alleen bij geactiveerde motorfiets-tractiecontrole (MTC) beschikbaar. Als de motorfiets-tractiecontrole (MTC) wordt uitgeschakeld, wordtde cruiscontrol eveneens uitgeschakeld. De cruisecontrol kan tijdens een sterke acceleratie niet wordengeactiveerd. De cruisecontrol kan alleen in de 3e, 4e, 5e en 6e versnelling wor-den geactiveerd. Het regelbereik loopt van 40 tot 200 km/h of van 25 tot 125 mph. 6. 10 +RES/-SET-knopS03881-15De +RES-knop1is linksvoor op het stuur aangebracht. De ‑SET-knop2is linksachter op het stuur aangebracht.

20)6.12 NoodknipperlichtschakelaarS03883-12De noodknipperlichtschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.De noodknipperlichten worden gebruikt voor het aangeven vannoodsituaties.InfoDe noodknipperlichten kunnen bij ingeschakelde ontste-king of tot 60 seconden na het uitschakelen van de ontste-king worden in- of uitgeschakeld.Noodknipperlichten slechts zo lang gebruiken als beslistnodig is, aangezien dit de 12V-accu ontlaadt.Mogelijke toestandenNoodknipperlichten aan – Alle vier knipperlichtenen de groene controlelampjes op het gecombineerdeinstrument knipperen.6.13 Startknop/noodstopschakelaarS03883-14De startknop/noodstopschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.Mogelijke toestandenStartknop/noodstopschakelaar uit (bovenste stand)– In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken.Een draaiende motor schakelt uit en een stilstaandemotor kan niet worden gestart.

Er verschijnt een mel-ding op het display.Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand)– Deze stand is noodzakelijk bij het rijden, het ontste-kingscircuit is gesloten.Startmotor aan (onderste stand) – In deze stand wordtde startmotor geactiveerd.

BEDIENINGSELEMENTEN 6216.14 OntgrendelknopS03883-13De ontgrendelknop1is rechts op de combinatieschakelaar aan-gebracht.InfoDe ontgrendelknop heeft bij dit voertuig de functie vancontactslot.De besturing kan alleen worden geblokkeerd als het stuurnaar links is gedraaid.Mogelijke toestanden• Ontgrendelknop in de uitgangspositie.• Ontgrendelknop kort ingedrukt – Kort indrukken scha-kelt het contact in en ontgrendelt de stuurvergrendeling ofschakelt het contact uit.

Het wegrijblokkering-controlelampjebrandt een keer kort ter bevestiging.• Ontgrendelknop lang ingedrukt – Lang indrukken schakelthet contact uit en vergrendelt tegelijkertijd de stuurvergrende-ling.6.15 C1 en C2-schakelaarS03884-10De schakelaar C1 en C2 is op de combinatieschakelaar aange-bracht.InfoDe C1 en C2-schakelaar dient als snelle toegang tot ver-schillende menu’s.De C1 en C2-schakelaar kan vrij worden geconfigureerd.6.16 Stuurslot (antenne)S06098-10Bij dit voertuig wordt het contact- en stuurslot door eencontactloze sleutel met transpondersleutel (RACE-ON‑sleutel( pag. 22)) vervangen.Om de stuurvergrendeling te activeren, moet het stuur naar linksgedraaid zijn.Het stuur wordt via de RACE-ON‑knop ( pag.

21) elektrome-chanisch ver- en ontgrendeld.Als de accuspanning van de RACE-ON‑sleutel te laag is, ofwel deRACE-ON‑sleutel of de RACE-ON-chip in het bereikAtegen demotorfiets houden en de startprocedure herhalen.InfoZodra de motor is gestart, de RACE-ON‑sleutel of de RACE-ON-chip weer veilig opbergen.Mogelijke toestanden• Contact uit, besturing geblokkeerd – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken en de besturing geblokkeerd.• Contact uit, stuur ontgrendeld – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en de besturing ontgrendeld.

6 BEDIENINGSELEMENTEN22• Contact aan, besturing ontgrendeld – In deze stand is het ont-stekingscircuit gesloten en de besturing ontgrendeld. 6. 17 WegrijblokkeringS03841-10De elektronische wegrijblokkering beveiligt het voertuig tegengebruik door onbevoegden. Zodra het contact via de ontgrendelknop ( pag. 21) wordt uit-geschakeld, is de wegrijblokkering geactiveerd en de motorelektro-nica geblokkeerd. Het controlelampje wegrijblokkering1kan door knipperen foutenaangeven. Als de optionele alarminstallatie is geïnstalleerd, knippert hetontgrendelknop-controlelampje1als het contact is uitgescha-keld en de alarminstallatie is ingeschakeld. 6. 18 RACE‑ON-sleutelE02206-10De RACE-ON-sleutel1heeft bij dit voertuig alle functies van eenklassieke contactsleutel.

Als de accuspanning van de RACE-ON‑sleutel te laag is, kan hetvoertuig worden gestart door de RACE-ON-sleutel direct tegen deantenne van het voertuig ( pag. 21) te houden. De RACE-ON-chip2is alleen voor situaties bedoeld waarin deRACE-ON-sleutel niet beschikbaar is. De RACE-ON-chip kan zoals de RACE-ON-sleutel voor het star-ten van het voertuig worden gebruikt door de chip direct tegen deantenne van het voertuig ( pag. 21) te houden. InfoDe contactsleutels zijn uitgerust met elektronische compo-nenten. Altijd een afstand van meerdere centimeter aan-houden tot andere apparaten met elektronische componen-ten. Een verloren contactsleutel moet door een geautoriseerde KTM-werkplaats worden gedeactiveerd om te voorkomen dat onbevoeg-den met het voertuig gaan rijden. De meegeleverde contactsleutels zijn in de leveringstoestand geac-tiveerd.

Er kunnen in totaal tot vier contactsleutels bij een geautoriseerdeKTM-werkplaats worden geactiveerd. 6. 19 Anti‑Relay‑Attack (ARA)H04521-01De RACE‑ON‑sleutel beschikt over de functie Anti Relay Attack diede diefstalbeveiling verhoogt. In het gecombineerde instrument kan de functie Anti Relay Attack( ARA) worden geactiveerd of gedeactiveerd.

Als de functie isgeactiveerd, wordt het radioantwoord van de RACE‑ON‑sleutel5 minuten na uitschakelen van de ontsteking gedeactiveerd. Inhet gecombineerde instrument wordt bij het uitschakelen van deontsteking weergegeven of Anti‑Relay‑Attack in de contactsleutelsuccesvol werd geactiveerd. Ook als de RACE‑ON‑sleutel zich binnen het bereik bevindt,kan het voertuig na afloop van de termijn niet contactloos metde RACE‑ON‑sleutel worden gestart. Op het gecombineerde.

BEDIENINGSELEMENTEN 623instrument wordt dezelfde knippercode weergegeven als wanneerde RACE-ON-sleutel buiten bereik is. Zo wordt voorkomen dat een andere persoon middelsuitbreiding van het bereik het voertuig start, hoewel eigenaar enRACE‑ON‑sleutel niet in de buurt van het voertuig zijn. InfoAls de RACE‑ON‑sleutelaccu werd gewisseld, isAnti‑Relay‑Attack in de RACE-ON-sleutel ook geactiveerd,als de functie Anti Relay Attack in het gecombineerdeinstrument actief is. Pas als de RACE‑ON‑sleutel bij de volgende keeruitschakelen binnen bereik is, wordt Anti‑Relay‑Attack inde RACE‑ON‑sleutel weer geactiveerd. M01883-10In het bereikAvan de RACE‑ON‑sleutel bevindt zich een knop. Als deze knop wordt ingedrukt en de led13x knippert, wordtAnti‑Relay‑Attack op de RACE‑ON‑sleutel gedurende 10 minu-ten gedeactiveerd waardoor een contactloze start van het voertuigmogelijk is. TipDeze functie kan bijv.

worden gebruikt voordat deRACE‑ON‑sleutel in de motorkleding wordt opgeborgen. Als binnen deze termijn geen voertuigstart wordt uitgevoerd, wordtAnti‑Relay‑Attack op de RACE‑ON‑sleutel weer geactiveerd. Het voertuig kan onafhankelijk van Anti‑Relay‑Attack steeds wor-den gestart, door de RACE‑ON‑sleutel of de RACE-ON-chip directtegen de antenne van het voertuig ( pag. 21) te houden. InfoIn dit geval wordt bij de volgende keer uitschakelen van hetcontact Anti‑Relay‑Attack niet geactiveerd. Het voertuig activeert Anti‑Relay‑Attack bij het uitschakelen vanhet contact steeds in slechts een RACE‑ON‑sleutel. Aanbevolen wordt om slechts één RACE-ON-sleutel te gebruiken,aangezien niet kan worden voorzien in welke RACE-ON-sleutelAnti-Relay Attack wordt geactiveerd. 6. 20 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.

De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen. – Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.

6 BEDIENINGSELEMENTEN24WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.VoorwaardenDe motorfiets staat stil.De motor is uit.Het contact is ingeschakeld of sinds minder dan 1 minuut uitge-schakeld.S06114-10–Afdekking1langzaam omhoog klappen.De tankdop ontgrendelt.–Tankdop2omhoogklappen.6.21 Tankdop sluitenS06115-10WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.–Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.–Tankdop1omlaag klappen en omlaag drukken.De tankdop klikt hoorbaar vast.

BEDIENINGSELEMENTEN 6256.22 Buddyseat-ontgrendelingS06088-10De knop1van de buddyseat-noodontgrendeling bevindt zich aande linkerkant van het voertuig onder de buddyseat.De knop van de buddyseat-noodontgrendeling functioneert alleenals de motorfiets stilstaat, de motor uitgeschakeld is en het con-tact ingeschakeld of minder dan 1 minuut uitgeschakeld is.Als de knop van de buddyseat-noodontgrendeling nietfunctioneert, kan het zadel met de buddyseat-noodontgrendeling( pag. 25) worden ontgrendeld.6.23 Buddyseat-noodontgrendelingS06083-10De buddyseat-noodontgrendeling1bevindt zich aan de linker-kant van het voertuig onder de afdekking2.De buddyseat-noodontgrendeling wordt gebruikt, als de knop vande zadelontgrendeling niet functioneert, bijv.

omdat de 12V-accuontladen is.6.24 BoordgereedschapS03888-10Het boordgereedschap1bevindt zich onder de buddyseat.6.25 RiemS03889-10De riem1is onder de buddyseat gemonteerd.InfoAls de riem niet nodig is, kan deze onder de buddyseatworden opgeborgen.De bijrijder kan zich tijdens het rijden aan de riem1vasthou-den.

6 BEDIENINGSELEMENTEN266.26 Voetsteun passagierS03890-01De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.27 Versnellingshendel402299-10De versnellingshendel1is aan de motor links aangebracht.402299-11De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van deafbeelding.De vrije stand bevindt zich tussen 1e en 2e versnelling.6.28 Rempedaal402301-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.

BEDIENINGSELEMENTEN 6276.29 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard ingeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de aanwijzingen in het hoofdstuk Stoppen, par-keren.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.

30)2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situaties heet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.7.2 demo-modusI00748-10ActiveringDe demo-modus is af fabriek geactiveerd en maakt het testen vanoptionele softwarefuncties mogelijk.Na afloop van een afgelegde afstand wordt de demo-modus auto-matisch gedeactiveerd, zodra het contact wordt uitgeschakeld.Afgelegde afstandtot de deactiveringvan de demo-modus1.500 kmDe demo-modi worden in het bereik1van het display weergege-ven.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 729InfoEr worden regelmatig berichten over het resterende trajecttot deactivering van de demo-modus weergegeven.Alle optionele softwarefuncties worden na het einde van dedemo-modus gedeactiveerd en niet meer weergegeven. Deoptionele softwarefuncties zijn bij een geautoriseerde KTM-dealer verkrijgbaar.In de demo-modus beschikbare functies– TECH PACK incl.

rijmodus TRACK, MTC+MSR, deactiveerbareABS van het achterwiel, instelbare karakteristiek van de gas-respons, instelbare motorfietstractiecontrole– QUICKSHIFTER+– MSR– Cruisecontrol7.3 Activering en testI00195-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en alle controlelamp-jes branden kort in het kader van een functiecontrole.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait. Als de motor draait en het controlelampje sto-ring brandt, volgens de verkeersregels stoppen en con-tact opnemen met een geautoriseerde KTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet draait.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT307.4 WaarschuwingenI00700-10Waarschuwingen verschijnen in het midden van het display, afhan-kelijk van hun relevantie krijgen ze een gele of rode achtergrond.Gele waarschuwingen tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen tonen fouten of informatie die een onmid-dellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle bestaande waarschuwingen worden in hetsubmenu Warning weergegeven tot deze niet meer actiefzijn.7.5 ControlelampjesI00701-10De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact gaan alle controlelampjes behalve het TC-controlelampje kort branden.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 731InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor draait en het contro-lelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage. Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet draait. Wanneer de motor draaiten het waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stoppenen de motor afzetten. Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid van ca. 6 km/h (ca. 4 mph) of meer is bereikt. Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld. Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd.

Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage. ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS. ABS-rear-waarschuwingslampje brandt geel – ABS is aan het achterwiel gedeactiveerd. Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld. TC-controlelampje brandt/knippert geel – MTC ( pag. 142) is niet actief of is bezig metregelen. Het TC-controlelampje brandt ook als er een fout wordt herkend. Contact opnemenmet geautoriseerde KTM-garage. Het TC-controlelampje knippert als MTC actief ingrijpt. Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag. Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten. Controlelampje alarminstallatie brandt/knippert rood – Status- of foutmelding bij de alarmin-stallatie.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7337.7 Performance Display (optioneel)I00848-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus Perfor-mance (optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnellingweergegeven.1Versnellingsindicatie2Tijd ( pag. 37)3Toerental ( pag. 36)3Schakelindicator ( pag. 36)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.4Eenheid voor de toerentalindicatie5Eenheid voor de snelheidsindicatie6Favorites‑weergave ( pag. 40)7Handgreepverwarming (optioneel) ( pag. 39)8Launch Control (optioneel)9Anti-Wheelie-modus (optioneel)bkThrottle Response (optioneel)blDamp‑weergave ( pag. 40)bmLoad‑weergave ( pag. 40)bnSlip Adjuster (optioneel)boABS‑weergave ( pag. 38)bpOmgevingslucht-temperatuurindicator ( pag. 37)bqBrandstofpeilweergave ( pag. 39)

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT34brSnelheidsindicator ( pag. 37)bsBereikweergavebtWeergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 38)7.8 Track Display (optioneel)I00849-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus TRACK(optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnelling weerge-geven.1Versnellingsindicatie2Weergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 38)3Toerental ( pag. 36)3Schakelindicator ( pag. 36)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.4Delta voor Target Lap, beste ronde of laatste ronde5Eenheid voor de toerentalindicatie6Ronde-indicatie7Launch Control (optioneel)8Anti-Wheelie-modus (optioneel)9Throttle Response (optioneel)bkDamp‑weergave ( pag. 40)blLoad‑weergave ( pag. 40)bmABS‑weergave ( pag. 38)bnSlip Adjuster (optioneel)

GECOMBINEERD INSTRUMENT 735boTijd ( pag. 37)bpEenheid voor de snelheidsindicatiebqSnelheidsindicator ( pag. 37)brRondetijd (optioneel)bsBereikweergavebtBrandstofpeilweergave ( pag. 39)ckOmgevingslucht-temperatuurindicator ( pag. 37)7.9 Telemetry Display (optioneel)I00705-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus TRACK(optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnelling weerge-geven.1Versnellingsindicatie2Toerental ( pag. 36)2Schakelindicator ( pag. 36)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.3Throttle Response (optioneel)4Eenheid voor de toerentalindicatie5Slip Adjuster (optioneel)6Lean Angle Right (optioneel)7Delta voor Target Lap, beste ronde of laatste ronde8Rondetijd (optioneel)9Eenheid voor de snelheidsindicatie

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT36bkSnelheidsindicator ( pag. 37)blLean Angle Left (optioneel)bmVersnellingsweergave (optioneel)7.10 ToerentalI00706-10Het toerental wordt in omwentelingen per minuut weergegeven.I00832-10Als de motorfiets niet bedrijfswarm is, wordt het maximale motor-toerental tot 6500 omwentelingen begrensd. In het gecombineerdinstrument heeft de toerentalband na 6500 omwentelingen eenblauwe achtergrond.7.11 SchakelindicatorI00707-10De schakelindicator is in het display geïntegreerd.In het submenu Shift Light kan het toerental voor deschakelindicator worden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot1000 km/621 mi) is de schakelindicator altijd actief. Pas daarnakan de schakelindicator worden gedeactiveerd en kunnen dewaarden voor RPM1 en RPM2 worden ingesteld.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7377.12 SnelheidsindicatorI00709-10De snelheid wordt in het bereik1van het display weergegeven.De snelheid wordt in kilometer per uur km/h of in mijl per uur mphweergegeven.De eenheid van de snelheid kan in het submenu Distance wordengeconfigureerd.7.13 Weergave van de cruisecontrol (optioneel)I00710-10De bedrijfstoestand van de geactiveerde cruisecontrol wordt in hetbereik1van het display weergegeven.De cruisecontrol wordt bestuurd met de knop van cruisecontrol .InfoAls de functie cruisecontrol is ingeschakeld maar de cruise-control niet actief is, brandt het controlelampje cruisecon-trol geel.Als de functie cruisecontrol is ingeschakeld en de cruise-control actief is, brandt het controlelampje cruisecontrolgroen.7.14 TijdI00709-11De tijd wordt in het gedeelte1van het display weergegeven.In alle talen kan de tijd in 24 uursformaat of 12 uursformaat wor-den weergegeven.Het formaat van de tijd kan in het menu Clock Format wordengeconfigureerd.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.7.15 Omgevingslucht-temperatuurindicatorI00709-12De omgevingstemperatuur wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De omgevingstemperatuur wordt in °C of °F weergegeven.In het submenu Temperature kan de eenheid van de omgevings-temperatuur worden geconfigureerd.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT387.16 Ride‑Mode‑weergaveI00709-13De ingestelde Ride Mode ( pag. 142) wordt in het bereik1vanhet display weergegeven.In het submenu Ride Mode kan de rijmodus worden geconfigu-reerd.7.17 ABS‑weergaveI00709-14De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De ABS kan in het submenu ABS worden geconfigureerd.InfoAls de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aan beidewielen.Als de ABS‑modus Supermoto actief is, regelt het ABSalleen aan het voorwiel. Het achterwiel wordt niet meer viahet ABS geregeld; het kan bij het remmen blokkeren.7.18 MTC‑weergaveI00709-15In het bereik1van het display wordt weergegeven of MTC( pag.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met KTM 1390 Super Duke R EVO (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden