KTM 1290 Super Duke GT (2024) Handleiding

KTM Motor 1290 Super Duke GT (2024)

Bekijk gratis de handleiding van KTM 1290 Super Duke GT (2024) (177 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over KTM 1290 Super Duke GT (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/177
BEDIENINGSHANDLEIDING2024
1290SUPERDUKEGT
Artikelnr.3214942nl

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: KTM
Categorie: Motor
Model: 1290 Super Duke GT (2024)

Handleiding KTM 1290 Super Duke GT (2024) – volledige tekst

BESTE KTM KLANT,*3214942nl*3214942nl17.01.2024BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken.We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe!Vul hieronder de serienummers van uw voertuig in.Voertuigidentificatiennummer ( pag. 14) Stempel dealerMotornummer ( pag. 14)Sleutelnummer ( pag. 14)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten.Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen.

De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.© 2024 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur.ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.Afgegeven door: TÜV Management ServiceKTM Sportmotorcycle GmbHStallhofnerstraße 35230 Mattighofen, OostenrijkDit document is geldig voor de volgende modellen:1290 SUPER DUKE GT EU (F9903XF)

1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN61.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.

Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is ontworpen en gebouwd om bestand te zijn tegen de gebruikelijke belastingen van normaal wegge-bruik en gebruik op het circuit. Dit voertuig is alleen geschikt voor gebruik op geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied. 2.

3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.

WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.

3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.

– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Voor het wegverkeer is het juiste rijbe-wijs vereist. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.

Indien dit speciale gereedschap niet bij de leveringvan het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.

Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.

Binnendringendvuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN102.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.

Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde KTM‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar wor-den besteld.Internationale KTM‑website: KTM.COM

BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in het KTM Dealer. net worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat ergeen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.

3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereikenvan het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.

5 SERIENUMMERS145.1 Voertuigidentificatiennummer402324-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.Het voertuigidentificatienummer staat ook op het typeplaatje.5.2 Typeplaatje402302-10Het typeplaatje1is op het balhoofd vooraan aangebracht.5.3 SleutelnummerF01249-10Het sleutelnummer Code number1staat op de KEYCODECARD.InfoU heeft het sleutelnummer nodig om een reservesleutel tebestellen. De KEYCODECARD op een veilig plaats bewaren.5.4 Motornummer402296-10Het motornummer1is aan rechterkant van de motor gegraveerd.

6 BEDIENINGSELEMENTEN166.1 KoppelingshendelV02594-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aange-bracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijge-steld.6.2 RemhendelV02595-10De remhendel1is rechts aan het stuur aangebracht.De voorwielrem wordt bediend met de remhendel.6.3 GashendelV02595-11De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.6.4 Combinatieschakelaar linksDe linker combinatieschakelaar is links aan het stuur aangebracht.V02596-10Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 17)2Knoppen van de cruisecontrol ( pag. 18)3Menutoets ( pag. 17)4Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 17)5Claxonknop ( pag. 18)6+RES/-SET-knop ( pag. 19)

BEDIENINGSELEMENTEN 6176.5 LichtschakelaarV02597-10De lichtschakelaar1is links op de combinatieschakelaar aange-bracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standB. Indeze stand zijn het groot licht en het achterlicht inge-schakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standC. In dezestand wordt het seinlicht bediend.

De lichtschakelaarspringt na het bedienen terug in de standA.6.6 MenutoetsV02598-10De menutoetsen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het matrixdisplay op het gecombi-neerde instrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de RIGHT‑toets.Toets3is de DOWN‑toets.Toets4is de LEFT‑toets.Toets5is de SET‑toets.Toets6is de BACK‑toets.6.7 RichtingaanwijzerschakelaarV02598-11De richtingaanwijzerschakelaar1is op de combinatieschakelaarlinks aangebracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uit – Richtingaanwijzerschakelaarnaar het schakelaarhuis duwen.Richtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar rechts geschakeld.

6 BEDIENINGSELEMENTEN18InfoAls softwarefunctie is een automatische richtingaanwijzer-uitschakelaar (ATIR) beschikbaar.De ATIR-functie gebruikt een tijdklok en een rijafstandsme-ter.Als de richtingaanwijzer gedurende minimaal 10 secondenen 150 meter rijafstand ingeschakeld is geweest, wordt derichtingaanwijzer uitgeschakeld.Als het voertuig stilstaat, worden de beide meters gestopt.Als de richtingaanwijzerschakelaar opnieuw wordt bediend,worden beide meters gereset.6.8 ClaxonknopV02598-12De claxonknop1is op de gecombineerde schakelaar links aan-gebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie.• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.9 Knoppen van de cruisecontrolV02596-11De knoppen1,2en3van de cruisecontrol zijn links op decombinatieschakelaar aangebracht.Mogelijke toestanden• Knop van cruisecontrol in de uitgangspositie.• Knop +RES kort ingedrukt.

– De als laatste opgeslagen doel-snelheid wordt weer geactiveerd. Elke keer dat de schakelaarwordt aangetikt, wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mphverhoogd.• Knop +RES ingedrukt houden. – De doelsnelheid neemt staps-gewijs toe met 5 km/h of 5 mph.• Knop ‑SET ingedrukt. – De cruisecontrol wordt geactiveerden de actuele snelheid wordt aangehouden. Elke keer datde schakelaar wordt aangetikt, wordt de doelsnelheid met1 km/h of 1 mph verlaagd.• Knop ‑SET ingedrukt houden. – De doelsnelheid neemt staps-gewijs af met 5 km/h of 5 mph.InfoNa activering van de cruisecontrol kan de gashendel in deuitgangspositie teruggedraaid worden.

De gekozen snelheidblijft behouden.Als nog geen doelsnelheid is opgeslagen, kan deze eenma-lig met de +RES-knop worden opgeslagen.Als de doelsnelheid door verdraaien van de gashendel voorminder dan 30 seconden wordt overschreden, blijft de crui-secontrol geactiveerd.Voor het uitschakelen van de cruisecontrol-functie de knop van decruisecontrol indrukken.

BEDIENINGSELEMENTEN 619De cruisecontrol wordt bovendien in de onderstaande situatiesgedeactiveerd:– bediening van de remhendel– bediening van het rempedaal– bediening van de koppelingshendel– Versnelling schakelen zonder QUICKSHIFTER+– Dichtdraaien van de gashendel verder dan de uitgangspositie– regeling van de motorfiets-tractiecontrole (MTC)– slip aan het achterwiel of omhoog komend voorwiel–optreden van een fout die de werking van de cruisecontrolbeperkt– overschrijden van de doelsnelheid bij een inhaalmanoeuvregedurende meer dan 30 secondenWaarschuwingGevaar voor ongevallen De cruiscontrol-functie is niet vooralle rijsituaties geschikt. De gekozen doelsnelheid wordt onderschreden als op eenhelling het motorvermogen niet voldoende is. De gekozen doelsnelheid wordt overschreden als op eenhelling de motorremwerking niet voldoende is.

– Gebruik de cruisecontrol-functie niet op wegen metveel bochten. – Gebruik de cruisecontrol-functie niet op een glad weg-dek (bijvoorbeeld regen, ijs, sneeuw), bij slecht zichtof op een onverharde ondergrond (bijvoorbeeld zand,stenen, grind). – Gebruik de cruisecontrol-functie niet als de verkeerssi-tuatie geen constante snelheid toelaat. De cruisecontrol is alleen bij geactiveerde motorfiets-tractiecontrole (MTC) beschikbaar. Als de motorfiets-tractiecontrole (MTC) wordt uitgeschakeld, wordtde cruiscontrol eveneens uitgeschakeld. De cruisecontrol kan tijdens een sterke acceleratie niet wordengeactiveerd. De cruisecontrol kan alleen in de 3e, 4e, 5e en 6e versnelling wor-den geactiveerd. Het regelbereik loopt van 40 tot 200 km/h of van 25 tot 125 mph. 6. 10 +RES/-SET-knopV02596-12De +RES-knop1is linksvoor op het stuur aangebracht. De ‑SET-knop2is linksachter op het stuur aangebracht.

6 BEDIENINGSELEMENTEN206.11 Combinatieschakelaar rechtsDe rechter combinatieschakelaar is rechts op het stuur aange-bracht.V02599-10Overzicht combinatieschakelaar rechts1C1 en C2-schakelaar ( pag. 21)2Noodknipperlichtschakelaar ( pag. 20)3Ontgrendelknop ( pag. 21)4Startknop/noodstopschakelaar ( pag. 20)6.12 Startknop/noodstopschakelaarV02599-12De startknop/noodstopschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.Mogelijke toestandenStartknop/noodstopschakelaar uit (bovenste stand)– In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken.Een draaiende motor schakelt uit en een stilstaandemotor kan niet worden gestart.

Er verschijnt een mel-ding op het display.Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand)– Deze stand is noodzakelijk bij het rijden, het ontste-kingscircuit is gesloten.Startmotor aan (onderste stand) – In deze stand wordtde startmotor geactiveerd.6.13 NoodknipperlichtschakelaarV02599-11De noodknipperlichtschakelaar1is rechts op de combinatie-schakelaar aangebracht.De noodknipperlichten worden gebruikt voor het aangeven vannoodsituaties.InfoDe noodknipperlichten kunnen bij ingeschakeld contactof tot 60 seconden na het uitschakelen van het contactworden in- of uitgeschakeld.Noodknipperlichten slechts zo lang gebruiken als beslistnodig is, aangezien dit de 12V-accu ontlaadt.Mogelijke toestandenNoodknipperlichten aan – Alle vier knipperlichtenen de groene controlelampjes op het gecombineerdeinstrument knipperen.

BEDIENINGSELEMENTEN 6216.14 OntgrendelknopV02599-13De ontgrendelknop1is rechts op de combinatieschakelaar aan-gebracht.InfoDe ontgrendelknop heeft bij dit voertuig de functie vancontactslot.De besturing kan alleen worden geblokkeerd als het stuurnaar links is gedraaid.Mogelijke toestanden• Ontgrendelknop in de uitgangspositie.• Ontgrendelknop kort ingedrukt – Kort indrukken scha-kelt het contact in en ontgrendelt de stuurvergrendeling ofschakelt het contact uit.

Het wegrijblokkering-controlelampjebrandt een keer kort ter bevestiging.• Ontgrendelknop lang ingedrukt – Lang indrukken schakelthet contact uit en vergrendelt tegelijkertijd de stuurvergrende-ling.6.15 C1 en C2-schakelaarV02600-10De schakelaar C1 en C2 is op de combinatieschakelaar rechts aan-gebracht.InfoDe C1 en C2-schakelaar dient als snelle toegang tot ver-schillende menu’s.De C1 en C2-schakelaar kan vrij worden geconfigureerd.6.16 RACE‑ON-sleutelS01724-10De RACE-ON-sleutel1heeft bij dit voertuig alle functies van eenklassieke contactsleutel.Met de knop2wordt de sleutelbaard uitgeklapt.

De sleutelbaardwordt alleen gebruikt om het zadelslot te ontgrendelen en de kof-fers (optioneel) te openen.De zwarte contactsleutel3is alleen voor situaties bedoeldwaarin de RACE-ON-sleutel niet beschikbaar is of niet werkt.De zwarte contactsleutel kan voor het starten van het voertuig wor-den gebruikt als de batterijspanning van de RACE-ON‑sleutel telaag is en de transponder van het voertuig niet wordt herkend. Ookkan met de zwarte contactsleutel het zadelslot worden ontgrendelden kunnen de koffers (optioneel) worden geopend.InfoDe contactsleutels zijn uitgerust met elektronische compo-nenten. Altijd een afstand van meerdere centimeter aan-houden tot andere apparaten met elektronische componen-ten.

6 BEDIENINGSELEMENTEN22Een verloren contactsleutel moet door een geautoriseerde KTM-werkplaats worden gedeactiveerd om te voorkomen dat onbevoeg-den met het voertuig gaan rijden.De meegeleverde contactsleutels zijn in de leveringstoestand geac-tiveerd.Er kunnen in totaal tot vier contactsleutels onder vermelding vanhet sleutelnummer bij een geautoriseerde KTM-werkplaats wordengeactiveerd.6.17 Stuurslot (antenne)S03212-10Bij dit voertuig wordt het contact- en stuurslot door eencontactloze sleutel met transpondersleutel (RACE-ON‑sleutel( pag. 21)) vervangen.Om de stuurvergrendeling te activeren, moet het stuur naar linksgedraaid zijn.Het stuur wordt via de ontgrendelknop ( pag.

21) elektrome-chanisch ver- en ontgrendeld.Als de batterijspanning van de RACE-ON‑sleutel te laag is, ofwelde RACE-ON‑sleutel of de zwarte contactsleutel in het bereikAneerleggen en de startprocedure herhalen.InfoZodra de motor is gestart, de contactsleutel weer veiligopbergen.Mogelijke toestanden• Contact uit, besturing geblokkeerd – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken en de besturing geblokkeerd.• Contact uit, stuur ontgrendeld – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en de besturing ontgrendeld.• Contact aan, besturing ontgrendeld – In deze stand is het ont-stekingscircuit gesloten en de besturing ontgrendeld.6.18 WegrijblokkeringE02045-10De elektronische wegrijblokkering beveiligt het voertuig tegengebruik door onbevoegden.Zodra het contact via de ontgrendelknop ( pag.

BEDIENINGSELEMENTEN 6236.19 Stopcontact voor elektrisch toebehorenV02601-10Het stopcontact1voor elektrisch toebehoren is aan de linker-zijde van de instrumentenhouder aangebracht.Deze is aangesloten op constant plus en gezekerd.Stopcontact voor elektrisch toebehorenSpanning 12 VMaximalestroomopname10 A6.20 USB‑aansluitingV02603-10In het linker opbergvak bevindt zich een USB-aansluiting1voorde spanningsvoorziening van externe apparaten.De USB-aansluiting wordt ingeschakeld met het contact.USB‑aansluitingSpanning 5 VMaximalestroomopname2,1 A6.21 USB-kabel verbindenVoorwerk– Opbergvak links openen. ( pag.

24)V02604-10Hoofdwerk–Geschikte USB-kabel met de USB-aansluiting1verbinden.– USB-kabel met het apparaat verbinden en in hetopbergvak2opbergen.InfoAfhankelijk van de grootte van het apparaat is eenhoekstekker handig.Voorwerpen in het opbergvak altijd aanvullend tegenvocht beschermen.Kabel zodanig opbergen, dat deze niet beschadigdraken.Nawerk– Opbergvak links sluiten. ( pag. 25)

6 BEDIENINGSELEMENTEN246.22 USB-kabel loskoppelenVoorwerk– Opbergvak links openen. ( pag. 24)V02604-11Hoofdwerk–USB-kabel1van het apparaat loskoppelen.–USB-kabel van de USB-aansluiting2loskoppelen.Nawerk– Opbergvak links sluiten. ( pag. 25)6.23 Opbergvak links openenS03201-10– Het stuur volledig naar rechts draaien.–Opbergvak in het bereikArichting vorkpoot uitklappen.– Opbergvak openen.InfoIn het opbergvak bevindt zich een USB‑bus( pag. 23)1voor de stroomvoorziening van externeapparaten.Voor het rijden moet het opbergvak gesloten zijn.

BEDIENINGSELEMENTEN 6256.24 Opbergvak rechts openenS03202-10– Stuur helemaal naar links draaien.–Opbergvak in het bereikArichting vorkpoot uitklappen.– Opbergvak openen.InfoVoor het rijden moet het opbergvak gesloten zijn.6.25 Opbergvak links sluitenS03201-11– Opbergvak sluiten.– Opbergvak dichtklappen.InfoBij naar links gedraaid stuur en geblokkeerde bestu-ring is het opbergvak moeilijk toegankelijk, maar hetopbergvak kan niet worden afgesloten.6.26 Opbergvak rechts sluitenS03202-11– Opbergvak sluiten.– Opbergvak dichtklappen.InfoHet opbergvak kan niet worden afgesloten.

6 BEDIENINGSELEMENTEN266.27 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.VoorwaardenDe motorfiets staat stil.De motor is uit.Het contact is ingeschakeld of sinds minder dan 1 minuut uitge-schakeld.S01718-10–Afdekking1langzaam omhoog klappen.De tankdop ontgrendelt.–Tankdop2omhoogklappen.

BEDIENINGSELEMENTEN 6276.28 Tankdop sluitenS01719-10WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar enschadelijk voor de gezondheid.–De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.–Tankdop1omlaag klappen en omlaag drukken.De tankdop klikt hoorbaar vast.6.29 ZadelslotS03205-10Het zadelslot1bevindt zich aan de linker voertuigzijde onderhet zadel.Het kan met de RACE-ON‑sleutel of de zwarte contactsleutel wor-den ontgrendeld.6.30 BoordgereedschapS01097-10In het opbergvak onder de buddyseat bevindt zich het boordge-reedschap1.6.31 GreepS01566-10De bijrijder kan zich tijdens het rijden aan de greep1vasthou-den.

6 BEDIENINGSELEMENTEN286.32 KofferdragersF01241-10De kofferdragers1bevinden zich aan de zijkant naast de buddy-seat.Aan de kofferdragers kan een koffersysteem (optioneel) wordenbevestigd.De kofferdragers mogen maximaal met het aangegeven gewichtworden belast.Hoogst toegestanebelasting van de kof-ferdragers per zijde7 kgInfoOp de aanwijzingen van de kofferfabrikant letten.6.33 Voetsteun passagierS01098-11De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder passa-gier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.34 Versnellingshendel402299-10De versnellingshendel1is aan de motor links aangebracht.402299-11De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van deafbeelding.De vrije stand bevindt zich tussen 1e en 2e versnelling.

BEDIENINGSELEMENTEN 6296.35 Rempedaal402301-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.36 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard ingeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de aanwijzingen in het hoofdstuk Stoppen, par-keren.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstandaardworden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem is actief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT307.1 Gecombineerd instrumentV02258-01Het gecombineerde instrument is voor het stuur aangebracht.Het gecombineerde instrument is ingedeeld in twee functiesegmenten.1Controlelampjes ( pag. 33)2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situaties heet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.InfoDe kanteling van het gecombineerde instrument kan niet worden ingesteld.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7317.2 Activering en testV02259-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en de controlelamp-jes branden kort in het kader van een functiecontrole.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motorniet draait. Als de motor loopt en het controlelampje sto-ring brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contactopnemen met een geautoriseerde KTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet loopt. Wanneer de motor loopt en het waar-schuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens degeldende verkeersregels stoppen en de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampjeblijven branden totdat een snelheid van ca.

6 km/h (ca. 4mph) of meer is bereikt.7.3 WaarschuwingenV02260-01Waarschuwingen verschijnen in het midden van het display, afhan-kelijk van hun relevantie krijgen ze een gele of rode achtergrond.Gele waarschuwingen tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen tonen fouten of informatie die een onmid-dellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle bestaande waarschuwingen worden in hetmenu Warnings weergegeven totdat ze niet meer actief zijn.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT327.4 Temperatuurwaarschuwing remsysteemV02261-01Overmatig lang en vaak gebruiken van de achterwielrem, bijvoor-beeld bij omlaag rijden, kan leiden tot een verhoogde temperatuurvan het remsysteem.De waarschuwing wordt in het midden van het display weergege-ven.Aanbevolen wordt om de achterwielrem en de voorwielrem gecom-bineerd te gebruiken.WaarschuwingGevaar voor ongevallen De remtemperatuurbewakingbeschermt niet tegen oververhitting.De remtemperatuur wordt berekend, niet gemeten.– Lees de aanwijzingen in het hoofdstuk Afremmen.– Stop ook zonder weergegeven temperatuurwaarschu-wing, als het drukpunt van de remhendel onduidelijkwordt.7.5 Waarschuwing voor glad wegdekV02262-01Het verschijnen van de waarschuwing voor glad wegdek wijst opeen verhoogd risico op gladde wegen.De waarschuwing voor glad wegdek verschijnt in het midden vanhet display met een gele achtergrond.De waarschuwing voor glad wegdek verschijnt op het displaywanneer de omgevingstemperatuur onder de aangegeven waarde isgedaald.Temperatuur ≤ 4 °CDe waarschuwing voor glad wegdek verdwijnt weer van het dis-play wanneer de omgevingstemperatuur weer boven de aangegevenwaarde is gestegen.Temperatuur ≥ 6 °CInfoWanneer de waarschuwing voor glad wegdek oplicht, ver-schijnt ook de waarschuwing ICE WARNING.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7337.6 ControlelampjesV02256-01De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjes kort op.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor loopt en het contro-lelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautoriseerdeKTM-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet loopt. Wanneer de motor loopt enhet waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stoppen en demotor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampje blijven branden totdat een snelheid van ca.6 km/h (ca.

4 mph) of meer is bereikt.Mogelijke toestandenWegrijblokkering‑controlelampje brandt/knippert geel/oranje/rood – Status- of foutmelding bijhet race-on-systeem/bij de alarminstallatie.Linker controlelampje richtingaanwijzer knippert groen in het knipperritme – Richtingaanwij-zer links is ingeschakeld.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag. Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten.Algemeen waarschuwingslampje brandt geel – Een aanwijzing/waarschuwing voor de veiligheidis gedetecteerd. Dit wordt ook op het display weergegeven.Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronica gecon-stateerd.TC-controlelampje brandt/knippert geel – De MTC ( pag. 137) is niet actief of is bezig metregelen. Het TC-controlelampje brandt ook als er een fout wordt herkend. Contact opnemenmet geautoriseerde KTM-garage.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT34Controlelampje cruisecontrol brandt geel – De functie cruisecontrol is ingeschakeld, maar decruisecontrol is niet actief.Controlelampje cruisecontrol brandt groen – De functie cruisecontrol is ingeschakeld en decruisecontrol is actief.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS. HetABS-waarschuwingslampje knippert als de ABS-modus Supermoto is geactiveerd.Waarschuwing glad ijs op het display actief – De waarschuwingslamp brandt bij verhoogdgevaar voor glad wegdek.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.Het rechter controlelampje richtingaanwijzer knippert groen in het knipperritme – Richting-aanwijzer rechts is ingeschakeld.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld.7.7 DisplayV02264-01InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7355Weergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 39)6Ride‑Mode‑weergave ( pag. 39)7Eenheid van de snelheidsindicator8Load‑weergave ( pag. 39)9Damping‑weergave ( pag. 38)bkMTC‑weergave ( pag. 38)blABS‑weergave ( pag. 38)bmFavorites‑weergave ( pag. 41)bnBereikweergaveboBrandstofpeilweergave ( pag. 40)bpZadelverwarming (optioneel) ( pag. 40)bqHandgreepverwarming (optioneel) ( pag. 40)7.8 Track Display (optioneel)V02266-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus Track(optioneel).In de rijmodus Track worden alle favorieten verborgen.KTMconnect is in deze weergavemodus niet beschikbaar.Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geschakelde versnelling weergegeven.1Toerental ( pag. 37)1Schakelindicator ( pag.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT363Eenheid voor de toerentalindicatie4Snelheidsindicator ( pag. 38)5Eenheid van de snelheidsindicator6Load‑weergave ( pag. 39)7Damping‑weergave ( pag. 38)8Throttle Response (optioneel) ( pag. 138)9ABS‑weergave ( pag. 38)bkAnti-wheelie-modus (optioneel) ( pag. 80)blLaunch‑Control (optioneel) ( pag. 79)bmBrandstofpeilweergave ( pag. 40)bnVersnellingsindicatie ( pag. 39)7.9 Performance Display (optioneel)V02265-01InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus Perfor-mance (optioneel).In de rijmodus Performance (optioneel) wordt het standaardaanzicht van het gecombineerde instrumentgecombineerd met de functies van de rijmodus Track (optioneel).Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geschakelde versnelling weergegeven.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7377.10 ToerentalV02267-01Het toerental wordt in omwentelingen per minuut weergegeven.7.11 SchakelindicatorV02268-01De schakelindicator is in de weergave van de toerentellermeterresp. in het display geïntegreerd.In het menu Shift Light kan het toerental voor de schakelindicatorworden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot 1000 km/621 mi)is de schakelindicator altijd actief. Pas daarna kan de schakelin-dicator worden gedeactiveerd en kunnen de waarden voor RPM1en RPM2 worden ingesteld.

Bij RPM1 knippert de toerentalindica-tie rood en bij RPM2 knippert het hele display rood.InfoIn de 6e versnelling is de schakelindicator bij warme motorna de eerste service gedeactiveerd.Koelmiddeltempera-tuur≤ 35 °CODO 35 °CODO > 1.000 kmRPM1 toerentalindi-catieknippert roodRPM2 gehele display knippert rood7.12 Weergave van de cruisecontrolV02270-10De bedrijfstoestand van de geactiveerde cruisecontrol wordt in hetbereik1van het display weergegeven.De cruisecontrol wordt bestuurd met de knop van cruisecontrol( pag. 18).InfoAls de functie cruisecontrol is ingeschakeld maar de cruise-control niet actief is, brandt het controlelampje cruisecon-trol geel.Als de functie cruisecontrol is ingeschakeld en de cruise-control actief is, brandt het controlelampje cruisecontrolgroen.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT387.13 SnelheidsindicatorV02269-10De snelheid wordt in het bereik1van het display weergegeven.De eenheid van de snelheid kan in het menu Units worden geconfi-gureerd.De snelheid wordt in kilometer per uur km/h of in mijl per uur mphweergegeven.7.14 ABS‑weergaveV02272-10De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.In het menu ABS kan het ABS worden geconfigureerd.7.15 MTC‑weergaveV02273-10In het gedeelte1van het display wordt weergegeven of MTC isin- of uitgeschakeld.In het menu MTC kan de motorfiets-tractiecontrole worden in- ofuitgeschakeld.7.16 Damping‑weergaveV02274-10De ingestelde Damping-modus wordt in het gedeelte1van hetdisplay weergegeven.In het menu Damping kan de demping worden geconfigureerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met KTM 1290 Super Duke GT (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden