KTM 125 SX (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van KTM 125 SX (2025) (156 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over KTM 125 SX (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | KTM |
| Categorie: | Motor |
| Model: | 125 SX (2025) |
Handleiding KTM 125 SX (2025) – volledige tekst
BESTE KTM KLANT,*3240041nl*3240041nl17. 04. 2024BESTE KTM KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportiefvoertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Hieronder het serienummer van uw voertuig invullen. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13) DealerstempelMotornummer ( pag. 13)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter nietworden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technischegegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en der-gelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding teannuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voor-afgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen vanafbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. Een aantal van de afgebeelde modellen zijn voorzienvan speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2024 KTM Sportmotorcycle GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schrifte-lijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagement-norm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat dezewerkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage.
Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde spe-ciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermendie in de begrippenlijst worden uitgelegd.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62.1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruik(Alle SX-modellen)Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normale races kan weerstaan.Dit voertuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationalemotorsportbonden.InfoGebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.(XC)Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normale races kan weerstaan.Dit voertuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationalemotorsportbonden.InfoGebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.Dit voertuig is speciaal ontworpen voor langeafstandsraces op het terrein en niet voor het overwegendegebruik in de motocross.2.2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze.Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu.Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifica-ties voor het toepassingsgebied.2.3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen.
Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in detekst.InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwings-stickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbrekenkunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt. WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaat-regelen neemt. AanwijzingWaarschuwing voor een gevaar dat aanmerkelijke schade aan machine of materiaal tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. AanwijzingWaarschuwing voor een gevaar dat schade aan het milieu tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgs-maatregelen neemt. 2.
5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-king is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-gassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen vanhet inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2.
6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN8WaarschuwingGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. – Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
– Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermendekleding. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpon-dersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist. Indien dit speciale gereedschap niet bij de leveringvan het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer.
013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroe-ven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelenvervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van defabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen. Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen. Binnendringendvuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292.9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen enconflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebrui-ken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren.Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land.Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wet-telijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.2.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rij-den.
In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneertijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op deKTM Motorcycles-website beschikbaar.
3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde KTM-garageworden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantievolledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroor-zaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aan-bevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM-website. Internationale KTM‑website: KTM. COM3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in debedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat, stoffig ofmodderig traject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen, luchtfilters of veringscomponen-ten duidelijk sneller verslijten.
Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgendeservice-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtnemingdaarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor debetreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt uzich aan de aanwijzingen in de tekst. 3.
BEDIENINGSELEMENTEN 6156.1 KoppelingshendelS05507-10(Alle SX-modellen)De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuuraangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijge-steld.S05508-10(XC)De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuuraangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijge-steld.6.2 RemhendelS05509-10(Alle SX-modellen)De remhendel1is rechts aan het stuur aangebracht.S05510-10(XC)De remhendel1is rechts aan het stuur aangebracht.De voorwielrem wordt bediend met de remhendel.
6 BEDIENINGSELEMENTEN166.3 GashendelS05509-11(Alle SX-modellen)De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.S05510-11(XC)De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.6.4 UitschakelknopS05511-10(Alle SX-modellen)De uitschakelknop1is rechts op het stuur aangebracht.S05512-10(XC)De uitschakelknop1is rechts op het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Uitschakelknop in de uitgangspositie – In deze stand is hetontstekingscircuit gesloten en kan de motor worden gestart.• Uitschakelknop ingedrukt – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uiten een stilstaande motor schakelt niet in.
BEDIENINGSELEMENTEN 6176.5 StartknopS05511-11(Alle SX-modellen)De startknop1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.S05512-11(XC)De startknop1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.Mogelijke toestanden• Startknop in de uitgangspositie• Startknop ingedrukt – In deze stand wordt de startmotorgeactiveerd.6.6 CombinatieschakelaarW00016-10De combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden1Mager – Bij brandend wit controlelampjeAis demagere mapping geactiveerd. Deze mapping wordtaanbevolen voor vaste/harde ondergrond.2Vet – Bij brandend groen controlelampjeBis devette mapping geactiveerd.
Deze mapping wordt aan-bevolen voor zandige/losse ondergrond.Met de knop1en knop2van de combinatieschakelaar kan demotorkarakteristiek worden gewijzigd.6.7 Overzicht controlelampjes (Alle SX-modellen)W00017-10Mogelijke toestandenControlelampje storing brandt/knippert oranje – DeOBD heeft een fout in de voertuigelektronica gecon-stateerd.ControlelampjeAbrandt wit – STANDARD Mappingis geactiveerd.ControlelampjeBbrandt groen – ADVANCED Map-ping is geactiveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN186.8 Overzicht controlelampjes (XC)W00015-10Mogelijke toestandenControlelampje storing brandt/knippert oranje – DeOBD heeft een fout in de voertuigelektronica gecon-stateerd.ControlelampjeAbrandt wit – Magere Mapping isgeactiveerd. Deze mapping wordt aanbevolen voorvaste/harde ondergrond.ControlelampjeBbrandt groen – Vette Mapping isgeactiveerd.
Deze mapping wordt aanbevolen voorzandige/losse ondergrond.FUEL wordt weergegeven – Brandstofpeil heeft dereservemarkering bereikt.6.9 Gecombineerd instrumentF03765-10Het gecombineerde instrument1is voor het stuur aangebracht.Het gecombineerde instrument toont het totaal aantal bedrijfsurenvan de motor.De bedrijfsuren worden geteld als de motor wordt gestart en stop-gezet als de motor wordt uitgeschakeld.InfoOp het gecombineerde instrument kan niets worden gewistof ingesteld.Zodra de diagnosetool is aangesloten, loopt de bedrijfsuren-teller.Voor langere diagnosesessies de bedrijfsurenteller achterhet startnummerbord loskoppelen.6.10 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
BEDIENINGSELEMENTEN 619WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.S05373-10(Alle SX-modellen)–Tankdop1tegen de klok in draaien en naar boven toeverwijderen.S05374-10(XC)–Ontgrendelknop1indrukken, tankdop tegen de klok indraaien en naar boven toe verwijderen.6.11 Tankdop sluitenS05373-11(Alle SX-modellen)–Tankdop1plaatsen en met de klok mee draaien tot debrandstoftank goed gesloten is.InfoSlang van de brandstoftankontluchting2zonderknikken leggen.
Om de grotere hoe-veelheid brandstof te verbranden, wordt er extra zuurstof aan demotor toegevoerd door het uittrekken van de koude-startknop.Als kort gas wordt gegeven en de gashendel dan wordt losgela-ten of de gashendel naar voren wordt gedraaid, springt de koude-startknop terug in de uitgangspositie.InfoControleer of de koude-startknop is teruggekeerd naar deuitgangspositie.Mogelijke toestanden• Koude-startknop geactiveerd – Koude-startknop is tot de aan-slag ingedrukt.• Koude-startknop gedeactiveerd – Koude-startknop staat in deuitgangspositie.6.13 Regelschroef stationair toerentalS05514-10De stationaire afstelling van de regelklep is van grote invloed ophet startgedrag, een stabiel stationair toerental en de response bijhet gas geven.Een motor met een correct ingesteld stationair toerental start mak-kelijker dan een motor met een verkeerd ingesteld stationair toe-rental.Het stationaire toerental wordt met de regelschroef stationair toe-rental1afgesteld.Als de regelschroef stationair toerental met de klok mee wordtgedraaid, wordt het stationaire toerental hoger.Als de regelschroef stationair toerental tegen de klok in wordtgedraaid, wordt het stationaire toerental lager.
BEDIENINGSELEMENTEN 6216.14 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.401950-11De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van deafbeelding.De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2eversnelling.6.15 Rempedaal401956-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.16 Plug-in standaard (Alle SX-modellen)H02629-10De opname voor de plug-in standaard1is de linkerzijde van desteekas.De plug-in standaard wordt gebruikt voor het parkeren van demotorfiets.Bij het transporteren van de motorfiets wordt de plug-in-standaardals vorkblokkering gebruikt.InfoDe plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.
INBEDRIJFSTELLING 7237. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-zelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmedebroek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. WaarschuwingGevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.
Verschillende profielen kunnen de controle over het voertuig aanzienlijk moeilijker maken. – Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een niet-aangepaste rijwijze beïnvloedt het rijgedrag. – Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. – Neem geen bijrijder mee. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt vrijgegeven slijten de remplaketten ononderbroken. – De voet van het rempedaal nemen, als u niet wilt afremmen. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Totaal gewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. – Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet.
WaarschuwingGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen zijn eventueel niet met het voertuig vertrouwd. – Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait. – Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden.
InfoHoud er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van over-matig lawaai. – Controleren of de werkzaamheden van de controle voor de verkoop zijn uitgevoerd door een geautoriseerdeKTM-garage. U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig. – Voordat u voor het eerst gaat rijden, moet u de volledige bedieningshandleiding goed doorlezen. – Met de bedieningselementen vertrouwd maken.
121)– Eerst op een hiervoor geschikt terrein wennen aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veeleisendetocht onderneemt.InfoDit voertuig is niet goedgekeurd voor het rijden op openbare wegen.Bij het rijden op het terrein is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaarte assisteren.– Ook eens zo langzaam mogelijk proberen te rijden en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motorfietskrijgt.– Geen ritten maken die te hoge eisen stellen aan uw vaardigheden en ervaring.– Het stuur tijdens het rijden met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten.(Alle SX-modellen)– Geen bagage meenemen.(XC)– Wanneer bagage wordt meegenomen, moet deze zo veel mogelijk in het midden van het voertuig veiligworden vastgezet en het gewicht moet gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel.InfoMotorfietsen zijn gevoelig voor veranderingen in de gewichtsverdeling.– Het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximaal toegestane aslasten aanhouden.Voorgeschreven waardeMaximaal toegestaan totaalgewicht 335 kgHoogst toegestane asbelasting voor 145 kgMaximale asbelasting achter 190 kg– Spaakspanning controleren.
( pag. 103)InfoDe spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd.– Motor inrijden. ( pag. 24)7.2 Motor inrijden– Tijdens de inrijperiode het aangegeven motorvermogen niet overschrijden.Voorgeschreven waardeMaximaal motorvermogentijdens de eerste 3 rij-uren
INBEDRIJFSTELLING 7257. 3 Startvermogen van lithium-ion-accu's bij lage temperaturenS04303-10Lithium-ion-accu's zijn veel lichter dan lood-zuur-accu's, hebbeneen lage zelfontlading en bij temperaturen boven 15 °C (60 °F)meer startvermogen. Het startvermogen van lithium-ion-accu'sneemt bij lage temperaturen meer af dan dat van dan loodaccu's. Er kunnen verschillende startpogingen nodig zijn. Hiervoor 5seconden de startknop indrukken en tussendoor 30 secondenwachten. De onderbrekingen zijn noodzakelijk zodat de ontstanewarmte zich kan verdelen over de lithium-ion-accu en delithium-ion-accu niet beschadigd raakt. Wanneer de opgeladen lithium-ion-accu bij temperaturen onderde 15 °C (60 °F) de startmotor niet of nauwelijks doortrekt, is hijniet defect, maar moet hij inwendig worden opgewarmd om hetstartvermogen (stroomafgifte) te verhogen. Het startvermogen neemt toe met de opwarming. 7.
4 Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandighedenInfoWanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat ofmodderig traject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten dui-delijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgendeservice-interval te controleren of te vervangen. – Luchtfilterbak-deksel op borging voorbereiden. ( pag. 71)– Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen. ( pag. 69)InfoLuchtfilter om de ca. 30 minuten controleren. – Elektrische stekkers controleren op vocht en roest. Controleren of ze goed vastzitten. » Als ze vochtig, verroest of beschadigd zijn:– Stekker reinigen en drogen, indien nodig vervangen. – Mapping wijzigen. ( pag. 118)Voorgeschreven waardeMapping passend bij de ondergrond selecteren.
126)– Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.7.8 Voertuig voor hoge temperaturen of langzaam rijden voorbereiden600868-01– Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.InfoDe motorolie wordt snel heet als de koppeling wegenseen te lange secundaire overbrenging vaak moet wordenbediend.– Ketting reinigen.Kettingreinigingsmiddel ( pag. 145)– Radiateurlamellen reinigen.– Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.– Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 105)
RIJ-INSTRUCTIES 8298.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingInfoTelkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan wor-den gereden.Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.H02217-01– Cardanoliepeil controleren. ( pag. 123)– Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. ( pag. 87)– Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren.( pag. 93)– Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem con-troleren. ( pag. 89)– Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielremcontroleren. ( pag. 95)– Controleren of het remsysteem goed werkt.– Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 105)– Vervuiling van de ketting controleren. ( pag. 76)– Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleidingcontroleren. ( pag. 78)– Kettingspanning controleren. ( pag. 77)– Bandentoestand controleren.
( pag. 102)– Bandenspanning controleren. ( pag. 102)– Spaakspanning controleren. ( pag. 103)InfoDe spaakspanning moet regelmatig worden gecontro-leerd, omdat bij verkeerde spaakspanning de rijveilig-heid ernstig nadelig wordt beïnvloed.– Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. ( pag. 52)– Vorkpoten ontluchten. ( pag.
52)– Luchtfilter controleren.– Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld ensoepel bewegen.– Alle schroeven, moeren en slangklemmen regelmatig op goedvastzitten controleren.– Brandstofvoorraad controleren.8.2 Voertuig startenGevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolghebben.– Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.– Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.AanwijzingMotorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.– Rij de motor altijd met een laag toerental warm.
RIJ-INSTRUCTIES 8318. 4 Schakelen, rijdenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel en overbe-last de motor. – Schakel bij een hoog toerental niet terug naar een lagere versnelling. InfoAls u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemenmet een geautoriseerde KTM-garage. De 1e versnelling is de start- of bergversnelling. – Als de omstandigheden het toestaan (helling, rijsituatie etc. ) kunt u naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoor gas loslaten, tegelijkertijd koppelingshendel trekken, naar de volgende versnelling schakelen, koppe-lingshendel vrijgeven en gas geven. – Als u bij het starten de koude-startknop heeft bediend, kort gas geven en de gashendel loslaten of de gashen-del naar voren draaien. De koude-startknop keert terug in de uitgangspositie.
– Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snelheid is bereikt, deze tot ¾ gasterugdraaien. Pas uw snelheid aan de weggesteldheid en weersituatie aan. De snelheid verlaagt nauwelijks,maar er wordt aanmerkelijk minder brandstof verbruikt. – Slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment aankan - het abrupt opentrekken van de gashendel ver-hoogt het verbruik. – Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen. – Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijge-ven en gas geven resp. nog een keer schakelen. – Motor uitschakelen bij langdurig stationair toerental of bij stilstand. Voorgeschreven waarde≥ 1 min– Regelmatig of langdurig slepen van de koppeling vermijden. Daardoor verhitten de cardanolie, de motor enhet koelsysteem.
– Pas de remwijze aan de rijsituatie en rijwegsituatie aan. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een poreus drukpunt van voor- en/of achterwielrem vermindert de remwerking. – Controleer het remsysteem en rij pas verder, als het probleem is opgelost. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst. )WaarschuwingGevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig. – Rem meerdere keren voorzichtig om de remplaketten en remschijven te drogen en vuil te verwijderen. – Op een zandige, regennatte of gladde ondergrond zo veel mogelijk de achterwielrem gebruiken.
8 RIJ-INSTRUCTIES32– Het remmen moet altijd voor het begin van de bocht zijn afgerond. Afhankelijk van de snelheid naar eenlagere versnelling schakelen. – Tijdens langdurig bergaf rijden de remwerking van de motor gebruiken. Hiervoor een of twee versnellingenterugschakelen, maar de motor niet overbelasten. Zo moet aanzienlijk minder worden geremd en raakt hetremsysteem niet oververhit. 8. 6 Stoppen, parkerenWaarschuwingGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen zijn eventueel niet met het voertuig vertrouwd. – Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait. – Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. WaarschuwingGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. – Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als dezevoertuigcomponenten zijn afgekoeld.
– Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. AanwijzingGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar. – Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen. – Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken. AanwijzingMateriaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig. Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan. De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht. – Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond. – Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat. – Motorfiets afremmen. – Versnelling in stationair schakelen. – Uitschakelknop bij stationair toerental van de motor indrukken totdat de motor stilstaat.
RIJ-INSTRUCTIES 833H02628-01(Alle SX-modellen)– Motor uitzetten.– Plug‑in‑standaard aan de vorkpoten monteren.Plug‑in‑standaard (A46029094000)InfoDe plug‑in‑standaard maakt deel uit van de leve-ring.Zorg ervoor dat de remkabel voor deplug-in-standaard verloopt en niet klemt.401475-01– Motorfiets met spanriemen of andere geschikte bevesti-gingsmiddelen borgen tegen omvallen en wegrollen.InfoSpanriemen samentrekken tot plug-in-standaardstevig tegen het spatbord en de banden ligt.Op uitlijning van de plug-in-standaard ten opzichtevan de spatbordonderzijde letten.(XC)– Motor uitzetten.– Motorfiets met spanriemen of andere geschikte bevesti-gingsmiddelen borgen tegen omvallen en wegrollen.8.8 Brandstof tankenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.– Motor parkeren.– Tankdop openen.
SERVICESCHEMA 9359. 1 Extra informatieVoor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de servicewerkzaamheden, moet een extra opdrachtworden verstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht. Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen in uw land afwijkende service-intervallen gelden. Bij gebruik onder bijzonder veeleisende omstandigheden, bijvoorbeeld zware regenval, modder, zand, sneeuw,extreme temperaturen, groot aandeel volle last enz. kunnen kortere onderhoudsintervallen dan in de tabel aange-geven noodzakelijk zijn. In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten ver-anderen. Het laatst geldige serviceschema is beschikbaar bij erkende KTM-dealers voor de elektronische onder-houdsgegevens. Uw geautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag. 9.
CHASSIS AFSTELLEN 103710. 1 Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controlerenInfoVoor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen. 401030-01– Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereikenen om beschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug enframe te voorkomen moeten de basisinstelling en veringscom-ponenten bij het gewicht van de bestuurder passen. – KTM offroad-motorfietsen zijn in de leveringstoestand inge-steld op een bestuurder met standaard gewicht (met bescher-mende kleding). Voorgeschreven waardeStandaard bestuurdersge-wicht75 … 85 kg– Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moetde basisinstelling van de veringscomponenten worden aange-past.
– Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigenvan de veervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotereafwijkingen moet een aangepaste vering worden gemonteerd. 10. 2 Ingaande demping schokdemperDe ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken: highspeed en lowspeed. High- en lowspeed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid. De highspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed op de landing na een sprong. Het ach-terwiel veert daarbij snel in. De lowspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed bij het rijden over lange hobbels op deondergrond. Het achterwiel veert daarbij langzaam in. Beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high- en lowspeed is echter vloeiend.
Daaromzijn wijzigingen in het highspeedbereik van de ingaande demping ook van invloed op het lowspeedbereik enomgekeerd. 10. 3 Ingaande demping lowspeed van de schokdemper instellenVoorzichtigGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundiguit elkaar wordt genomen. De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. – Let op de aangegeven beschrijving.
10 CHASSIS AFSTELLEN38F03639-11–Instelelement1met de klok mee draaien tot de laatste voel-bare klik.– Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegende klok in draaien.Voorgeschreven waardeIngaande demping lowspeed (Alle SX-modellen)Comfort 17 klikkenStandaard 15 klikkenSport 13 klikkenIngaande demping lowspeed (XC)Comfort 17 klikkenStandaard 15 klikkenSport 13 klikkenInfoDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping.10.4 Ingaande demping highspeed van de schokdemper instellenVoorzichtigGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundiguit elkaar wordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.– Let op de aangegeven beschrijving.
(De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)F03640-10–Instelelement1met de klok mee draaien tot de laatste voel-bare klik.– Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegende klok in draaien.Voorgeschreven waardeUitgaande demping (Alle SX-modellen)Comfort 17 klikkenStandaard 15 klikkenSport 13 klikkenUitgaande demping (XC)Comfort 17 klikkenStandaard 15 klikkenSport 13 klikkenInfoDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.10.6 Maat achterwiel zonder belasting bepalenVoorwerk– Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 51)
10 CHASSIS AFSTELLEN40F03630-10Hoofdwerk– Veerwegmal in de achterwielas positioneren en de afstand totde markering SAG op het achterspatbord meten.Veerwegmal (00029090200)–Waarde als maatAnoteren.Nawerk– Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 51)10.7 Statische veerweg schokdemper controleren402416-10–MaatAachterwiel zonder belasting bepalen. ( pag. 39)– De motorfiets met behulp van iemand die assisteert rechtophouden.– Opnieuw met de veerwegmal de afstand tussen de achterwielasen de markering SAG op het achterspatbord meten.–Waarde als maatBnoteren.InfoDe statische veerweg is het verschil tussen maatAenB.– Statische veerweg controleren.Statische veerweg (Alle SX-modellen)35 mmStatische veerweg (XC) 35 mm» Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aange-geven maat:– Veervoorspanning van de schokdemper instellen.( pag. 41)
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met KTM 125 SX (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor KTM
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor