Kia Rio (2015) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kia Rio (2015) (74 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen. Heb je een vraag over Kia Rio (2015) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kia |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Rio (2015) |
Handleiding Kia Rio (2015) – volledige tekst
Kia,HET BEDRIJFHartelijk dank voor de aanschaf van een nieuwe Kia. Als wereldwijde autofabrikant die zich richt op het bouwen vankwalitatief hoogwaardige auto's voor een betaalbare prijs, doetKia Motors er alles aan om u meer service te bieden dan uverwacht en de klanten een prettige ervaring te geven.Bij onze Kia-dealerbedrijven zult u de “Family-like Care”-belofte ervaren, die u een gevoel van warmte, gastvrijheid envertrouwen geeft; het gevoel dat er voor u wordt gezorgd doormensen die om u geven.Alle informatie in dit instructieboekje was actueel ten tijde vande druk. Kia behoudt zich echter te allen tijde het recht voorwijzigingen door te voeren, zodat ons beleid van continueproductverbetering kan worden uitgevoerd.Dit instructieboekje is van toepassing op alle Kia-modellen enbevat beschrijvingen van en uitleg over opties en destandaarduitrusting.
iHartelijk dank voor het kiezen van een Kia.Onthoud dat voor onderhoud uw dealer de aangewezenpersoon is. Uw dealer heeft door de importeur getraindemonteurs in dienst, beschikt over de aanbevolen specialegereedschappen, originele Kia-onderdelen en zal er allesaan doen u optimaal van dienst te zijn.Bewaar het instructieboekje in de auto voor eeneventuele volgende eigenaar.Dit instructieboekje zal u vertrouwd maken met debediening, het onderhoud en de veiligheidsaspecten vanuw nieuwe auto. Bij het instructieboekje hoort eengarantie- en onderhoudsboekje waarin u informatie vindtover de garantie.
We raden u aan om deze informatiezorgvuldig te lezen en de daarin opgenomenaanwijzingen zorgvuldig op te volgen, zodat u veilig enprobleemloos van uw nieuwe auto kunt genieten.Kia rust zijn talrijke modellen uit met een groteverscheidenheid aan opties, componenten en kenmerken.Het is dan ook mogelijk dat de uitrusting die in ditinstructieboekje beschreven staat en die op illustratiesafgebeeld is, niet allemaal van toepassing is op uw auto. De in dit instructieboekje opgenomen informatie enspecificaties golden ten tijde van het ter perse gaan. Kiabehoudt zich te allen tijde het recht voor wijzigingendoor te voeren zonder voorafgaande kennisgeving. Als uvragen heeft, kunt u zich te allen tijde tot uw Kia-dealerwenden.Wij zullen er alles aan doen om u optimaal en tot volletevredenheid van uw nieuwe Kia te laten genieten.© 2015 Kia MOTORS NEDERLAND B.V.Alle rechten voorbehouden.
Introductie21Wij willen u helpen om het meeste rijplezier van uw auto te krijgen. Hetinstructieboekje kan daar op vele manieren toe bijdragen. Wij raden u tenzeerste aan het complete instructieboekje door te lezen. Om dekans op letsel te beperken, moet u metname de gedeeltes metWAARSCHUWING en OPMERKINGdoor het gehele instructieboekje lezen. De afbeeldingen vormen een waardevolle aanvulling op de tekst. In uwinstructieboekje vindt u informatie overde kenmerken, over belangrijkeveiligheidsaspecten en over het rijdenonder diverse omstandigheden. De algemene indeling van hetinstructieboekje vindt u in de inhoudsopgave. De index geeft eenalfabetisch overzicht van alle informatie in uw instructieboekje. Gebruik dezewanneer u op zoek bent naar eenspecifiek onderwerp. Hoofdstukken: Dit instructieboekje heeft acht hoofdstukken en een index.
Elkhoofdstuk begint met een korteinhoudsopgave, zodat u direct kunt zienof het gewenste hoofdstuk de gewensteinformatie bevat. U vindt verschillendeWAARSCHUWINGEN, OPMERKINGENen AANWIJZINGEN in dit instructieboekje. Deze dienen tervergroting van uw persoonlijke veiligheid. Lees ALLE procedures enaanbevelingen in dezeWAARSCHUWINGEN, OPMERKINGENen AANWIJZINGEN nauwkeurig door enneem ze in acht. ✽✽✽✽✽✽ AANWIJZING OPMERKING geeft aan dat erinteressante of nuttige informatie wordtgegeven. BenzinemotorLoodvrijVoor optimale prestaties van uw autoraden wij aan om ongelode benzine meteen octaangetal (RON) hoger dan95/AKI (Anti Knock Index) hoger dan 91 te tanken. U kan gebruik maken vanongelode benzine met een octaangetal(RON) 91~94 / AKI 87~90, maar hierdoorkunnen de prestaties van de auto iets minder worden. (Gebruik geenbrandstoffen die methanol bevatten.
GEBRUIK VAN DIT INSTRUCTIEBOEKJEWAARSCHUWING Een WAARSCHUWING wijst u eropbijzonder voorzichtig te zijn tervoorkoming van schade en ernstigletsel. OPMERKINGInformatie waar VOORZICHTIG bij staat, dient ervoor om te voorkomendat u een fout maakt waardoor uwauto beschadigd zou kunnen raken. VEREISTE BRANDSTOF.
1 3IntroductieLoodhoudende benzine (indien van toepassing)In sommige landen moet erloodhoudende benzine worden gebruikt.Neem contact op met een officiële Kia-dealer om te informeren of uw autogeschikt is voor het gebruik vanloodhoudende benzine of niet.Het vereiste octaangetal voorloodhoudende benzine is gelijk aan datvoor loodvrije benzine.Benzine die alcohol en methanolbevatIn sommige landen is naast benzine ook gasohol verkrijgbaar. Dit is een mengselvan benzine en ethanol of methanol.Gebruik dit mengsel niet met meer dan10% ethanol en gebruik geen benzine of mengsel dat methanol bevat. Dezebrandstoffen kunnen rijproblemen enschade aan het brandstofsysteemveroorzaken.Gebruik gasohol niet langer wanneer errijproblemen optreden.Schade aan de auto of rijproblemenvallen mogelijk niet onder defabrieksgarantie wanneer ze veroorzaaktworden door het gebruik van: 1.
Benzinemengsels met meer dan 10%ethanol. 2. Benzine of gasohol die methanolbevat. 3. Loodhoudende benzine.WAARSCHUWING • Probeer de tank niet verder tevullen nadat het vulpistoolautomatisch is afgeslagen. • Controleer altijd of de tankdop goed vastgedraaid is, om morsenvan brandstof in geval van eenaanrijding te voorkomen. OPMERKINGGebruik nooit benzinemengsels die methanol bevatten. Gebruikgasoholproducten niet langerwanneer er rijproblemen optreden.OPMERKINGGEBRUIK NOOIT LOODHOUDENDE BENZINE. Loodhoudende benzineis schadelijk voor de katalysator ende lambdasensor van hetmotorregelsysteem en zal deemissieregeling nadeligbeïnvloeden.Voeg nooit brandstofadditievenproducten toe aan het brandstofsysteem. (Neem voordetails contact op met een officiëleKia-dealer.)
Introductie41Andere brandstoffenHet gebruik van brandstoffen als - brandstof die silicium (Si) bevat - brandstof die MMT (mangaan, Mn)bevat - brandstof die ferroceen (Fe) bevat - Brandstoffen met anderemetaalachtige toevoegingen kunnenschade aan de auto en de motorveroorzaken en de volgende zaken kunnen zich voordoen: verstopping,overslaan, slechte acceleratie, afslaanvan de motor, oververhitting van dekatalysator, abnormale corrosie, kortere levensduur, enz. Ook gaatmogelijk het controlelampjemotormanagement (MIL) branden. ✽✽✽✽✽✽AANWIJZINGSchade aan het brandstofsysteem vanuw auto of problemen met betrekkingtot de prestaties van de auto worden nietdoor de garantie gedekt indien ze veroorzaakt worden door het gebruikvan deze brandstoffen.
Gebruik van MTBEGeadviseerd wordt geen brandstof in uwauto te gebruiken die meer dan 15,0volumeprocent MBTE (Methyl TertiairButyl Ether) (zuurstofmassa 2,7%) bevat. Brandstof die meer dan 15,0volumeprocent MBTE (zuurstofmassa2,7%) bevat kan de prestaties van deauto in negatieve zin beïnvloeden endampvorming of slecht aanslaanveroorzaken. Gebruik geen methanolUw auto is niet geschikt voor het gebruik van methanol (methylalcohol). Dit typebrandstof heeft een negatieve invloed opde prestaties van uw auto en kan schadeaan het brandstofsysteem,motorregelsysteem enemissieregelsysteem veroorzaken. BrandstofadditievenKia raadt u aan loodvrije benzine tetanken met een octaangetal van RON(Research Octane Number) 95/AKI (AntiKlop Index) van 91 of hoger (Europa) ofeen octaangetal van RON (ResearchOctane Number) 91/AKI (Anti KlopIndex) van 87 of hoger (behalve Europa).
Bij uw officiële Kia-dealer zijnadditieven verkrijgbaar met de daarbij behorende gebruiksinstructies. Gebruikgeen andere additieven. OPMERKINGSchade aan het brandstofsysteemvan uw auto of het verhelpen vanproblemen met betrekking tot deprestaties van de auto worden nietdoor de garantie gedekt indien zeveroorzaakt worden door brandstofdie methanol bevat of brandstof diemeer dan 15,0 volumeprocentMTBE (Methyl Tertiair Butyl Ether)(zuurstofmassa 2,7%) bevat.
1 5IntroductieRijden in het buitenlandAls u van plan bent om met uw auto naarhet buitenland te gaan: • Zorg ervoor dat uw auto voldoet aande in dat land geldende wettelijkevoorschriften met betrekking totregistratie en verzekering. • Informeer of de juiste brandstofverkrijgbaar is.DieselmotorDieselbrandstofGebruik voor de dieselmotor alleen bijhet benzinestation verkrijgbare diesel-brandstof die aan de EN 590-norm of vergelijkbaar voldoet. (EN staat voor“European Norm”).Gebruik geen dieselbrandstof diebestemd is voor de scheepvaart, lichtestookoliën of niet-goedgekeurde brand-stoftoevoegingen, aangezien dit deslijtage zal bespoedigen en de motor enhet brandstofsysteem kan beschadigen.Het gebruik van niet-goedgekeurdebrandstoffen en/of brandstoftoevoegin-gen heeft een beperking van de garantietot gevolg.Het cetaangetal van de dieselbrandstof voor uw auto moet hoger zijn dan 51.
Alser twee soorten diesel leverbaar zijn,moet afhankelijk van de temperatuurworden gekozen voor zomer- ofwinterdiesel. • Boven -5°C ... Zomerkwaliteit diesel-brandstof • Onder -5°C ... Winterkwaliteit diesel-brandstofZorg ervoor dat de brandstoftank niet leeg raakt. Als de motor doorbrandstoftekort afslaat, moeten debrandstofcircuits volledig wordenontlucht voordat de motor weer kanworden gestart.OPMERKINGZorg ervoor dat er geen benzine ofwater in de brandstoftank terechtkomt. Als dat wel het geval ismoet de brandstoftank wordenafgetapt en moet het brandstof-systeem worden ontlucht omschade aan de brandstofpomp ende motor te voorkomen.
Introductie61BiodieselIndien uw auto aan de EN 14214-norm ofvergelijkbaar voldoet, mag bij hetbenzinestation verkrijgbare dieselmeng-sels met niet meer dan 7% biodiesel, algemeen bekend als “B7-diesel” worden gebruikt. (EN staat voor “European Norm”). Het gebruik van biobrandstoffenvan meer dan 7% gemaakt uit koolzaadmethylester (RME), vetzuur methylester(FAME), plantaardige methylester (VME), enz. of een diesel/biodiesel-mengsel zal de slijtage bespoedigen enkan de motor of het brandstofsysteem beschadigen. Reparatie of vervangingvan versleten of beschadigdeonderdelen als gevolg van het gebruikvan niet-goedgekeurde brandstoffen valtniet onder de fabrieksgarantie. U hoeft de auto niet gedurende een bepaalde periode in te rijden. U kuntechter door het opvolgen van een paareenvoudige aanwijzingen gedurende deeerste 1.
000 km de prestaties, hetbrandstofverbruik en de levensduur vanuw auto in positieve zin beïnvloeden. • Voer het toerental van de motor niet tehoog op. • Houd tijdens het rijden hetmotortoerental tussen de 2. 000 - 4. 000omw/min. • Rijd niet gedurende langere tijd met een constante snelheid. Om de motorgoed in te rijden, moet hetmotortoerental worden gevarieerd. • Vermijd plotseling afremmen, behalvein noodgevallen, om de onderdelenvan het remsysteem de gelegenheid tegeven op elkaar in te lopen. • Laat de motor niet langer dan 3minuten achtereen stationair draaien. • Trek gedurende de eerste 2. 000 kmmet uw auto geen aanhanger. INRIJPROCEDUREOPMERKING • Gebruik nooit brandstof, ongeacht of diesel, B7-biodiesel of anderszins, dat niet aan demeest recente specificatiesvoldoet. • Gebruik nooit brandstoftoe-voegingen en dergelijke die nietdoor de fabrikant zijn aanbevolenof goedgekeurd.
Indeze positie bent u in geval vaneen aanrijding het bestebeschermd.(Vervolg) WAARSCHUWING -Opklappen van derugleuningZorg ervoor, indien u de rugleuning weer rechtop zet, dat u dezevasthoudt en rustig omhoog klapt.Als u de rugleuning niet vasthoudt tijdens het omhoog klappen, kan derugleuning terugschieten waardooru letsel kunt oplopen. WAARSCHUWINGGebruik geen zitkussen waardoorde wrijving tussen de stoel en de passagier verminderd wordt. Depassagier kan bij een aanrijding ofeen noodstop onder de gordel doorglijden. Omdat deveiligheidsgordel niet normaal kan werken, kan ernstig letsel ontstaan.
Veiligheidsysteem van uw auto43(Vervolg)• Ga zo ver van het stuurwiel afzitten als mogelijk is zonder datdit ten koste gaat van hetbedieningscomfort om onnodigen wellicht ernstig letsel door deairbag te voorkomen. Geadviseerd wordt een minimaleafstand van 250 mm tussen uwbovenlichaam en het stuurwiel. WAARSCHUWING -Rugleuning achterbank • De rugleuning achter moet goed vergrendeld zijn. Als dat niet het geval is, kunnen passagiers enobjecten in geval van afremmenof een aanrijding plotseling naar voren schieten, waardoor ernstigletsel kan ontstaan. • Bagage en andere lading moetplat in de bagageruimte worden gelegd. Als de objecten groot of zwaar zijn, of moeten worden gestapeld, moeten ze worden vastgezet. Objecten in debagageruimte mogen nooit hogerworden gestapeld dan derugleuning.
(Vervolg)(Vervolg)Het niet opvolgen van dezewaarschuwingen kan leiden toternstig letsel in geval vanafremmen of een aanrijding. • In de bagageruimte mogen geenpassagiers vervoerd worden entijdens het rijden mogen er geenpassagiers zitten of liggen op een neergeklapte rugleuning. Allepassagiers moeten zitten en deaanwezige veiligheidsgordelsdragen. • Controleer na het terugklappenvan de rugleuning of deze goedvergrendeld is door te proberenhem naar voren en naar achterente bewegen. • Voorkom de kans opbrandwonden en verwijderdaarom de vloerbedekking in de bagageruimte niet. Deemissieregelsystemen onder devloer brengen hogeuitlaattemperaturen met zich mee. WAARSCHUWING Controleer na het afstellen van destoel altijd of deze goed is vergrendeld, door te proberen dezenaar voren of achteren te schuivenzonder de ontgrendelhendel te gebruiken.
(Dehendel MOET zijn oorspronkelijkepositie weer innemen om derugleuning te vergrendelen.)Afstellen van de zittinghoogte(bestuurdersstoel)Duw de hendel aan de zijkant van dezitting omhoog of omlaag om de hoogtevan de zitting te veranderen. • Duw de hendel een aantal maalomlaag om de zitting lager af te stellen. • Trek de hendel een aantal maalomhoog om de zitting hoger af testellen. OUB031002 OUB031003 OUB031004
Veiligheidsysteem van uw auto63HoofdsteunDe stoelen van de bestuurder envoorpassagier zijn voor extra veiligheiden comfort voorzien van een hoofdsteun.De hoofdsteun biedt niet alleen comfort,maar helpt tevens bij de beschermingvan hoofd en nek van de inzittenden bijeen aanrijding.Afstellen van de hoogte Hoger: trek de hoofdsteun omhoog omhem in de gewenste positie (1) te zetten. Lager: druk de ontgrendelknop (2) in enlaat de hoofdsteun in de gewenstepositie (3) zakken.WAARSCHUWING • Voor een optimale beschermingin geval van een aanrijding moetde hoofdsteun zo afgesteld zijndat het midden van dehoofdsteun zich op dezelfdehoogte bevindt als hetzwaartepunt van het hoofd vande inzittende. Over het algemeenbevindt het zwaartepunt van hethoofd zich op dezelfde hoogte alsde bovenzijde van de ogen.Zorg dat de hoofdsteun zich zodicht mogelijk bij uw hoofd bevindt.
Gebruik daarom geenkussen waardoor het lichaamverder van de rugleuning af komt. • Gebruik de auto niet als de hoofdsteunen zijn verwijderd. Ingeval van een aanrijding kan dan ernstig letsel ontstaan. Een goedafgestelde hoofdsteun biedtoptimale bescherming tegennekletsel. • Verstel de hoofdsteun van debestuurder niet als de auto rijdt. OPA039052 OUB031005
OUB034100 OUB034101OPMERKINGWanneer u de rugleuning naarvoren klapt terwijl de hoofdsteun en zitting niet zijn ingeklapt, raakt dehoofdsteun mogelijk de zonneklepof andere onderdelen van de auto.OYFH034205WAARSCHUWINGLaat iemand tijdens het rijdenNOOIT zitten in een stoel waarvande hoofdsteun verwijderd is.WAARSCHUWINGControleer of de hoofdsteunengoed vergrendeld zijn nadat zeopnieuw geplaatst zijn en of zegoed zijn afgesteld.
Veiligheidsysteem van uw auto83Verstellen invoorwaartse/achterwaartse richtingDe hoofdsteun kan in vier standen naarwens naar voren worden getrokken. Trek dehoofdsteun helemaal naar voren en laathem los om de hoofdsteun helemaal naar achteren te plaatsen. Zorg ervoor dat dehoofdsteun hoofd en nek goed ondersteunt. Stoelverwarming (indien van toepassing)Met de stoelverwarming kunnen devoorstoelen bij lage buitentemperaturen verwarmd worden. De stoelverwarmingkan worden ingeschakeld door op deschakelaar te drukken voor debestuurdersstoel en/of de stoel van devoorpassagier als het contact in standON staat. Laat de schakelaars in stand UIT staanals de stoelverwarming niet gebruikthoeft te worden. • Telkens als u op de toets drukt,verandert de temperatuurinstellingvoor de stoel als volgt: • De standaardinstelling voor destoelverwarming is UIT als het contactin stand ON wordt gezet.
Automatische stoelverwarming (indien van toepassing, metautomatisch verwarmings- enventilatiesysteem en alleen bijbestuurdersstoel)Als het buiten koud is of als detemperatuur in het interieur laag is, wordtde stoelverwarming automatischingeschakeld. De temperatuur van de stoelverwarmingwordt automatisch ingesteld, afhankelijkvan de temperatuur buiten of in hetinterieur. Als de temperatuur buiten of in hetinterieur hoog genoeg is, wordt de stoelverwarming in stand "Low" ( )gezet of automatisch uitgeschakeld. Als u de automatische stoelverwarmingniet wilt gebruiken, kunt u deze functieals volgt uitschakelen:1. Zet het contact in stand ON. 2. Houd de toets voorruitontwasemingingedrukt. 3. Houd de toets voorruitontwasemingingedrukt en druk de luchttoevoertoetsbinnen 3 seconden minimaal 5 keer in.
3 9Veiligheidsysteem van uw autoHet LCD-scherm van het automatischeverwarmings- en ventilatiesysteem zal 3keer knipperen om aan te geven dat deautomatische stoelverwarming isuitgeschakeld.✽✽✽✽✽✽AANWIJZINGAls de schakelaars voor destoelverwarming in stand AAN staan,schakelt de stoelverwarmingautomatisch aan of uit, afhankelijk vande temperatuur van de stoel.Toegang tot de achterbank (3 deurs)Wanneer u de walk-in-hendel (2) aan deachterzijde van de rugleuning van debestuurders - of voorpassagiersstoelomhoogtrekt, klapt de rugleuning naar voren. Duw de stoel vervolgens naarvoren om de passagiers te lateninstappen.Wanneer u de rugleuning omhoogtrekt,keert deze terug naar de oorspronkelijkepositie. WAARSCHUWING -Verbranding door destoelverwarmingWees extra voorzichtig bij hetgebruik van de stoelverwarming,vanwege het gevaar vooroververhitting en de kans op brandwonden.
De inzittendenmoeten in staat zijn om te voelenwanneer de stoel te warm wordt enmoeten de stoelverwarming kunnen uitschakelen. De stoelverwarmingkan zelfs bij lage temperaturen brandwonden veroorzaken, vooralals de functie gedurende langere tijd wordt gebruikt. Met name devolgende categorieën personendienen erg voorzichtig te zijn: 1. Kinderen, ouderen,gehandicapten enziekenhuispatiënten2. Personen met een gevoelige huid 3. Vermoeide personen 4. Dronken personen 5. Personen die onder invloed zijnvan medicijnen die hetreactievermogen verminderen ofslaap opwekkenOPMERKING • Gebruik voor het reinigen van destoelen geen organisch oplosmiddel, zoals thinner,alcohol of wasbenzine. Hierdoorkan de stoelverwarming en destoel zelf beschadigd worden.
Veiligheidsysteem van uw auto103Opbergvak in rugleuning(indien van toepassing)In de rugleuning van beide voorstoelenbevindt zich een opbergvak.Afstellen van de achterbankHoofdsteun (indien van toepassing)De zitplaatsen achterin zijn voor extraveiligheid en comfort van de inzittendenvoorzien van hoofdsteunen.De hoofdsteun biedt niet alleen comfort,maar helpt tevens bij de beschermingvan hoofd en nek van de inzittenden bijeen aanrijding.OPA039053OUB031009 WAARSCHUWING -Opbergvakken rugleuningPlaats geen zware of scherpevoorwerpen in de opbergvakken.Bij een ongeval kunnen ze uit deopbergvakken geslingerd wordenen inzittenden verwonden.WAARSCHUWING Rijd niet met de rugleuning van de passagiersstoel neergeklapt. Het isgevaarlijk om deze tijdens het rijden te verstellen. Controleer ofde rugleuning goed is vergrendeldalvorens te gaan rijden.
Stel dehoofdsteun vervolgens af op degewenste hoogte.WAARSCHUWINGZorg dat de hoofdsteun wordtvergrendeld nadat deze is versteld,zodat de inzittenden optimaalbeschermd zijn.OUB031017OUB031016WAARSCHUWING • Voor een optimale beschermingin geval van een aanrijding moetde hoofdsteun zo afgesteld zijndat het midden van dehoofdsteun zich op dezelfdehoogte bevindt als hetzwaartepunt van het hoofd vande inzittende. Over het algemeenbevindt het zwaartepunt van hethoofd zich op dezelfde hoogte alsde bovenzijde van de ogen.Zorg dat de hoofdsteun zich zodicht mogelijk bij uw hoofd bevindt. Gebruik daarom geenkussen waardoor het lichaamverder van de rugleuning af komt. • Gebruik de auto niet als dehoofdsteunen zijn verwijderdomdat dan in geval van eenaanrijding ernstig letsel kan ontstaan. Een goed afgesteldehoofdsteun biedt een zo optimaalmogelijke bescherming tegenernstig nekletsel.
Veiligheidsysteem van uw auto123Opklappen van de achterbank (indien van toepassing)De rugleuning achter kan wordenopgeklapt om het vervoer van langerevoorwerpen mogelijk te maken of debagageruimte te vergroten. Neerklappen van de achterbank: De rugleuning van de achterbank kan naarvoren worden geklapt waardoor extrabagageruimte ontstaat en debagageruimte van binnenuit toegankelijk is. • Omhoog klappen: til de rugleuningomhoog en druk deze naar achterentotdat hij vastklikt. • Plaats bij het omhoog klappen van derugleuning de veiligheidsgordels in hunoorspronkelijke positie zodat ze op dejuiste manier gebruikt kunnen worden. OPMERKING • Let er bij het neerklappen ofopklappen van de achterbank opdat de voorstoelen geheel naar voren geschoven zijn.
Gebruikgeen overmatige kracht als eronvoldoende ruimte is om deachterbank neer te klappenomdat hierdoor schade kanontstaan aan de hoofdsteunen ofde stoelen. • Verwijder de veiligheidsgordel voor gebruik uit de houder. Als ude veiligheidsgordel uitrolt terwijl deze nog in de houder zit, kan degordel of de houder beschadigdraken. • Gebruik de houder alleenwanneer er geen passagiers opde achterbank zitten of wanneer ude achterbank moet neerklappen. WAARSCHUWING Als na het neerklappen van deachterbank de positie van debestuurdersstoel niet juist kan worden ingesteld, mag deachterbank niet worden neergeklapt. Anders kan debestuurder bij een noodstop ofaanrijding letsel oplopen. WAARSCHUWING Het doel van de opklapbarerugleuning is het vervoer vanlangere voorwerpen mogelijk temaken waarvoor anders geenruimte is.
Laat nooit iemand op eenneergeklapte rugleuning zitten alsde auto rijdt omdat dat geen veiligepositie is en omdat dan deveiligheidsgordels niet gebruikt kunnen worden. Hierdoor kan bijeen aanrijding of een noodstop ernstig letsel ontstaan. Voorwerpendie op de neergeklapte rugleuningvervoerd worden mogen niet bovende bovenzijde van de voorstoelen uitsteken.
Plaats de veiligheidsgordel weer in dejuiste positie.3.Controleer, wanneer de rugleuningvolledig is afgesteld, nogmaals dehendel van de rugleuning.OUB032049WAARSCHUWING Als na het neerklappen van deachterbank de positie van debestuurdersstoel niet juist kanworden ingesteld, mag deachterbank niet wordenneergeklapt omdat de bestuurderanders bij een noodstop ofaanrijding letsel kan oplopen.WAARSCHUWING -Opklappen van derugleuning Zorg ervoor, indien u de rugleuning weer rechtop zet, dat u dezevasthoudt en rustig omhoog klapt.Als u de rugleuning niet vasthoudt tijdens het omhoog klappen, kan derugleuning terugschieten waardooru letsel kan oplopen.OUB032018
Veiligheidsysteem van uw auto143 OPMERKING -Veiligheidsgordels achterVergeet niet bij het omhoogklappen van de rugleuning deschoudergordels in de juiste positiete plaatsen.OPMERKING - Voorkombeschadiging van deveiligheidsgordels achter Steek, wanneer u de rugleuning van de achterbank neerklapt, degordelsluiting tussen de rugleuning en de zitting. Hierdoor wordtvoorkomen dat de gordelsluitingbeschadigd raakt. WAARSCHUWING -BagageBagage moet altijd wordenvastgezet om te voorkomen dat hetbij een aanrijding door de auto wordt geslingerd, waardoor deinzittenden letsel kunnen oplopen.Wees extra voorzichtig met hetplaatsen van voorwerpen op de achterstoelen, omdat ze inzittendenvoorin kunnen raken bij eenfrontale aanrijding.WAARSCHUWING -Bagage Zet de motor uit, zet de transmissiein stand P (parkeren) en bedien deparkeerrem alvorens bagage in of uit te laden.
Het niet opvolgen vandeze stappen kan ertoe leiden datde auto zich onbedoeld inbeweging zet als de selectiehendelper ongeluk in een andere standgezet wordt.WAARSCHUWING Bij het terugzetten van deachterbank in zijn oorspronkelijkepositie nadat de bank isneergeklapt:Let erop dat het materiaal van degordel of de gesp niet beschadigdworden. Zorg ervoor dat de gordelof gesp niet klem komen te zitten.Controleer of de rugleuning goedvergrendeld is door tegen debovenzijde van de rugleuning te drukken. Anders kan bij eenaanrijding of noodstop derugleuning naar voren klappen,waardoor de bagage in hetpassagierscompartiment terechtkan komen en de inzittendenernstig letsel zouden kunnenoplopen.
Alseen kind van 13 jaar of ouder opde voorpassagiersstoel vervoerdmoet worden, moet hij of zij deveiligheidsgordel op de juistemanier dragen en moet de stoelzover mogelijk naar achterenworden gezet.(Vervolg)WAARSCHUWINGVeiligheidsgordels zijn ontworpenom aan te liggen tegen debotstructuur in het lichaam enmoeten daarom zo laag mogelijk over het bekken of het bekken, de borst en de schouder, afhankelijkvan het type gordel, gedragenworden; het dragen van hetheupgedeelte over de onderbuikmoet voorkomen worden.De veiligheidsgordel moet zo strakmogelijk tegen het lichaam aangedragen worden, voor zover het comfort het toelaat, om eenmaximale bescherming te kunnenbieden.Een loshangende veiligheidsgordelbiedt veel minder bescherming.(Vervolg)(Vervolg) • Draag nooit de schoudergordelonder de arm door of achter uw rug.
Het niet op de juiste maniergebruiken van de schoudergordelkan bij een aanrijding resulteren in ernstig letsel. Deschoudergordel moet over hetmidden van uw schouder worden gedragen, over uw sleutelbeen. • Zorg ervoor dat deveiligheidsgordels niet gedraaid zitten. Als de gordel gedraaid is, werkt hij minder effectief. Bij eenaanrijding kan een gedraaideveiligheidsgordel zelfssnijwonden veroorzaken. Zorg erdaarom voor dat de gordel nietverdraaid zit. • Let erop dat het materiaal van degordel niet beschadigd wordt.Laat een beschadigdeveiligheidsgordel vervangen.
Veiligheidsysteem van uw auto163Waarschuwingssysteem voor deveiligheidsgordelsType AAls herinnering voor bestuurder lichttelkens als het contact in stand ON wordtgezet het waarschuwingslampje van deveiligheidsgordels gedurende 6seconden op, ongeacht of de gordels zijnvastgemaakt. Wanneer de veiligheidsgordel van debestuurder niet vastgemaakt is nadat hetcontact in stand ON is gezet, zal hetwaarschuwingslampje nogmaalsgedurende 6 seconden gaan knipperen. (Vervolg)Voorkomen moet worden dat degordel in aanraking komt met polijstmiddelen, olie en chemicaliën, in het bijzonderaccuzuur. De veiligheidsgordelskunnen op een veilige maniergereinigd worden met een milde zeepoplossing. Deveiligheidsgordel moet wordenvervangen als hij gerafeld, verontreinigd of beschadigd is.
Deveiligheidsgordel moet ook wordenvervangen als hij gedragen is tijdens een zware aanrijding, ook alis de gordel niet zichtbaar beschadigd. Bij het dragen mag de gordel niet gedraaid zitten. Elkeveiligheidsgordel mag maar door één persoon gedragen worden; hetis gevaarlijk een kind op schoot tevervoeren met de gordel om beidepersonen heen. WAARSCHUWING • Er mogen geen wijzigingen aande gordel worden aangebracht ofhulpmiddelen worden gebruiktdie voorkomen dat hetgordelmechanisme de gordelstrak tegen het lichaam aan kantrekken of die het verstellen vande gordel onmogelijk maken. • Zorg er bij het vastmaken van deveiligheidsgordel voor dat u degordel niet in de gordelsluiting van een andere stoel steekt. Dit iserg gevaarlijk omdat u mogelijkniet volledig door deveiligheidsgordel wordtbeschermd. • Maak de veiligheidsgordel tijdenshet rijden niet (herhaaldelijk) los en vast.
Hierdoor kunt u decontrole verliezen waardoor eenongeluk met ernstig letsel ofschade het gevolg kan zijn. • Zorg er bij het vastmaken van deveiligheidsgordel voor dat degordel niet over harde ofbreekbare voorwerpen ligt. • Controleer of er geen voorwerpenin de gordelsluiting aanwezig zijn.
3 17Veiligheidsysteem van uw autoWanneer de veiligheidsgordel van debestuurder niet vastgemaakt is, zalgedurende ongeveer 6 seconden eenwaarschuwingszoemer klinken zodra het contact in stand ON wordt gezet. Ditgebeurt ook als de veiligheidsgordelweer losgemaakt wordt als het contact in stand ON staat. In dat geval stopt dezoemer onmiddellijk als de veiligheidsgordel is vastgemaakt. (indienvan toepassing)Type B(1) Waarschuwingslampje veiligheids-gordel bestuurdersstoel(2) Waarschuwingslampje veiligheids-gordel voorpassagierAls herinnering voor bestuurder en voor-passagier brandt telkens als het contactin stand ON wordt gezet het waar-schuwingslampje van de veiligheids-gordels gedurende 6 seconden,ongeacht of de gordels zijn vastgemaakt.
Wanneer de veiligheidsgordel van debestuurder of voorpassagier nietvastgemaakt is als het contact in standON wordt gezet, zal het waarschuwings- lampje gaan branden. Dit gebeurt ook alsde veiligheidsgordel weer losgemaaktwordt als het contact in stand ON staat. Als u de veiligheidsgordel nog steedsniet draagt en de rijsnelheid hoger wordtdan 9 km/h, zal hetwaarschuwingslampje gaan knipperen ofbranden totdat de rijsnelheid lager wordtdan 6 km/h. Als u door blijft rijden zonder dat u deveiligheidsgordel draagt en sneller gaatrijden dan 20 km/h, zal dewaarschuwingszoemer gedurendeongeveer 100 seconden klinken en zalhet desbetreffendewaarschuwingslampje gaan knipperen. ✽✽✽✽✽✽AANWIJZING • Het waarschuwingslampje voor de gordel voor de voorpassagier bevindtzich in de middenconsole.
• Ook als er niemand op devoorpassagiersstoel zit, zal hetwaarschuwingslampje van deveiligheidsgordel gedurende 6seconden branden. • De waarschuwing voor de gordel vande voorpassagier kan in werkingtreden als bagage op devoorpassagiersstoel wordt geplaatst. OUB035014LWAARSCHUWINGHet rijden in een verkeerdezitpositie heeft een nadeligeinvloed op de werking van dewaarschuwingsfunctie voor deveiligheidsgordel van devoorpassagier.
Veiligheidsysteem van uw auto183Achter (indien van toepassing)Als het contact in stand ON wordt gezet(motor loopt niet) terwijl deveiligheidsgordel van de achterpassagierniet is vastgemaakt, gaat hetdesbetreffende waarschuwingslampjebranden tot de gordel is vastgemaakt.Vervolgens gaat het desbetreffendewaarschuwingslampje gedurendeongeveer 35 seconden branden als éénvan de volgende situaties zich voordoet;- u start de motor maar deveiligheidsgordel achter is nietvastgemaakt.- u rijdt harder dan 9km/h en deveiligheidsgordel achter is nietvastgemaakt.- de veiligheidsgordel achter wordtlosgemaakt terwijl u langzamer dan 20km/h rijdt.Als de veiligheidsgordel achter wordtvastgemaakt, zal hetwaarschuwingslampje onmiddellijkdoven.Als de veiligheidsgordel achter wordtlosgenomen bij een snelheid die hoger isdan 20km/h, zal gedurende 35 secondenhet bijbehorende waarschuwingslampjegaan knipperen en dewaarschuwingszoemer klinken.Als de veiligheidsgordel binnen 9seconden tweemaal wordt vastgemaakten losgenomen nadat de gordel isomgedaan, zal hetwaarschuwingslampje voor deveiligheidsgordel niet werken.Hoogteverstelling (Voorstoel)U kunt de hoogte van het bovenstebevestigingspunt in vier standenafstellen voor maximaal comfort en eenmaximale veiligheid.De gordel biedt geen optimalebescherming als de veiligheidsgordel te dicht langs de nek loopt.
Hetschoudergedeelte van de gordel moetzodanig zijn aangepast dat het over deborst en het midden van de schouderloopt, en nooit over de nek.Verhoog of verlaag het bovenstebevestigingspunt van deveiligheidsgordel tot de juiste hoogte.Trek het bovenste bevestigingspunt (1)omhoog om het hoger af te stellen.OUB035015L OTA030017Voorstoel
3 19Veiligheidsysteem van uw autoDruk het bovenste bevestigingspuntomlaag (3) en houd daarbij de knop (2)ingedrukt om het bovenstebevestigingspunt lager af te stellen.Laat de knop los om het bovenstebevestigingspunt in de ingestelde positie te blokkeren. Probeer het bovenstebevestigingspunt omhoog of omlaag teschuiven om te controleren of hetgeblokkeerd is.DriepuntsgordelVastmaken van uw gordel:Trek de gordel uit de blokkeerautomaaten plaats de metalen gesp (1) in de gordelsluiting (2). Wanneer de gesp in degordelsluiting vergrendelt, is een klikhoorbaar.De veiligheidsgordel kan zich alleenautomatisch tot de juiste lengte oprollenals u eerst handmatig het heupgedeeltevan de gordel strak over uw heupen trekt.Als u zich langzaam voorover beweegt,rolt de gordel af en heeft u een maximale bewegingsruimte. Bij een noodstop ofeen aanrijding echter zal de gordel geblokkeerd worden.
Daarnaast zal degordel blokkeren wanneer u te snel naarvoren buigt.✽✽✽✽✽✽AANWIJZINGAls het u niet lukt om deveiligheidsgordel uit deblokkeerautomaat te trekken, trek dankrachtig aan de gordel en laat dezevervolgens los. U kunt dan de gordelgemakkelijk uittrekken.WAARSCHUWING • Controleer of het bovenstebevestigingspunt op de juiste hoogte geblokkeerd is. Laat hetschoudergedeelte van de gordelnooit langs uw nek of over u gezicht lopen. Een onjuistgedragen veiligheidsgordel kanbij een aanrijding leiden toternstig letsel. • Als u de veiligheidsgordels naeen aanrijding niet laat vervangen, kan het gebeuren datze u bij een eventuele volgendeaanrijding niet goed beschermen,waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Laat deveiligheidsgordels van uw autona een aanrijding zo snelmogelijk vervangen.B180A01NF-1
Veiligheidsysteem van uw auto203Gebruik voor het bevestigen van demiddelste veiligheidsgordel achter degordelsluiting met de aanduiding CENTER. (indien van toepassing)Losmaken van de gordel:De gordel kan worden losgemaakt doorop de ontgrendelknop (1) van de gordelsluiting te drukken. Als de gordellosgemaakt is, moet hij automatischoprollen.Controleer als dat niet gebeurt of degordel niet gedraaid is en probeer hetopnieuw.WAARSCHUWINGU moet het heupgedeelte van deveiligheidsgordel zo laag mogelijkover uw heupen dragen en niet over uw middel. Als u de gordel te hoog over uw middel draagt, neemt dekans op letsel bij een aanrijdingtoe. Draag de gordel niet onder of over uw beide armen.
3 21Veiligheidsysteem van uw autoHeupgordel (indien van toepassing)Vastmaken van uw gordel:Steek de gesp (1) van detweepuntsheupgordel in de gordelsluiting (2). Wanneer de gesp in de gordelsluitingvergrendelt, is een klik hoorbaar.Controleer of de gordel goedgeblokkeerd is en niet gedraaid zit.Een tweepuntsheupgordel moethandmatig zo worden afgesteld dat hij strak aanligt over uw heupen. Zet degordel vast en trek aan het losse uiteinde om de gordel strak te trekken. De gordelmoet zo laag mogelijk over uw heupen lopen en niet over uw middel. Als degordel te hoog gedragen wordt, neemtde kans op letsel bij een aanrijding toe.Gebruik voor het bevestigen van demiddelste veiligheidsgordel achter degordelsluiting met de aanduidingCENTER.OVI039066OHM039105N220B01NF/HTe hoogCorrectKorter makenOAM039023
Veiligheidsysteem van uw auto223Losmaken van de gordel:Druk op de knop (1) van de gordelsluitingom de gordel los te maken.Geleider schoudergordel (3 deurs)U kunt de positie van de geleider voor deschoudergordel aanpassen, zodat ugemakkelijker bij de schoudergordel kunt. Zet voor het gebruik van de gordel de geleider in de gewenste positie. Enzet de geleider in de stand (1 - 3)wanneer u via het bestuurdersportierinstapt.Gordelspanner veiligheidsgordel (indien van toepassing)De veiligheidsgordels van de bestuurderen voorpassagier zijn uitgerust met gordelspanners. Het doel van degordelspanner is ervoor te zorgen dat deveiligheidsgordel strak tegen het lichaamvan de inzittende ligt bij bepaalde frontale aanrijdingen.
3 23Veiligheidsysteem van uw autoWanneer plotseling wordt afgeremd ofwanneer de inzittende te snel vooroverprobeert te buigen, wordt de gordel door de blokkeerautomaat vergrendeld. Bijbepaalde frontale aanrijdingen zal degordelspanner echter geactiveerdworden en zal deze de gordel strakker omhet lichaam van de inzittende trekken.Als de gordelspanner wordt geactiveerden het systeem registreert dat despankracht van één of beideveiligheidsgordels te groot wordt, zorgteen spankrachtbegrenzer ervoor dat de gordel iets wordt gevierd. (indien vantoepassing) Het gordelspannersysteem bestaathoofdzakelijk uit de volgende onderdelen. De plaats hiervan wordt inde afbeelding aangegeven: 1. Waarschuwingslampje AIRBAG 2. Blokkeerautomaat met gordelspanner 3.
AirbagmoduleWAARSCHUWING Zorg, in verband met uw eigen veiligheid, dat de gordelband nietlos of verdraaid zit en neem altijdde juiste zithouding aan.8KMB3311WAARSCHUWINGVoor een optimale werking van degordelspanner: 1. De veiligheidsgordel moet goedwerken en goed afgesteld zijn. Lees a.u.b. de informatie en devoorzorgsmaatregelen metbetrekking tot deveiligheidssystemen - inclusiefveiligheidsgordels en airbags - inuw auto in deze handleidingzorgvuldig door en volg deaanwijzingen op. 2. Zorg ervoor dat u en uwpassagiers de veiligheidsgordelste allen tijde op de juiste manierdragen.
Veiligheidsysteem van uw auto243✽✽✽✽✽✽AANWIJZING • Zowel de gordelspanner voor de bestuurder als die voor devoorpassagier wordt bij bepaaldefrontale aanrijdingen geactiveerd. Degordelspanners worden samen met deairbags geactiveerd als de frontaleaanrijding ernstig genoeg is. • Wanneer de gordelspannersgeactiveerd worden, kan een luide knal hoorbaar zijn en kan er fijn stof,dat doet denken aan rook, zichtbaarworden in hetpassagierscompartiment. Dat zijnnormale verschijnselen en het stof isniet schadelijk. • De fijne stof is normaal gesprokenonschadelijk, maar kan bij personenmet een gevoelige huid irritatieveroorzaken. Tevens dient langduriginademen van de stof vermeden teworden. Was de aan het stofblootgestelde huid zorgvuldig na eenongeval waarbij de gordelspannerszijn geactiveerd.
(Vervolg)(Vervolg) • Omdat de sensor die de airbagactiveert in verbinding staat met degordelspanner, zal het waarschuwingslampje airbag ( ) in het dashboard gedurende ongeveer 6seconden gaan branden nadat hetcontact in stand ON wordt gezet. Daarna zou het lampje uit moetengaan. OPMERKINGAls de gordelspanner niet goed werkt, zal dit waarschuwingslampje gaan branden, ook al is er geen defect aan het airbagsysteem. Alshet waarschuwingslampje airbagniet gaat branden als het contact in stand ON wordt gezet, als het nietdooft nadat het gedurendeongeveer 6 seconden heeft gebrand, of als het gaat branden tijdens het rijden, laat dan hetgordelspanner- en/of hetairbagsysteem zo spoedig mogelijkcontroleren door een officiële Kia-dealer. WAARSCHUWING • Gordelspanners zijn ontworpen voor eenmalig gebruik. Nadat eengordelspanner is geactiveerd,moet deze worden vervangen.
Alle veiligheidsgordels dietijdens een aanrijding zijn gebruikt, moeten compleetvervangen worden. • Het mechanisme van degordelspanners wordt tijdens het activeren heet. Raak deonderdelen van hetgordelspannersysteem niet aannadat ze geactiveerd zijn.
3 25Veiligheidsysteem van uw autoVoorzorgsmaatregelen metbetrekking tot deveiligheidsgordelsBaby's en kleine kinderenHoud u bij het vervoer van baby's enkleine kinderen aan de wettelijke voorschriften. Baby- en kinderzitjesmoeten op de juiste manier op deachterbank worden geplaatst en gemonteerd. Raadpleeg voor meerinformatie over baby- en kinderzitjes"Kinderzitjes" in dit hoofdstuk.(Vervolg) • Een onjuiste behandeling van deonderdelen van hetgordelspannersysteem en hetniet opvolgen van dewaarschuwingen kunnen leidentot een onvolledige werking ofhet onverhoeds activeren van degordelspanner en tot ernstigletsel. • Draag te allen tijde deveiligheidsgordel wanneer u ineen auto rijdt of meerijdt.
• Als de auto of de gordelspanner moet worden afgevoerd, dient ucontact op te nemen met eenofficiële Kia-dealer.WAARSCHUWINGAlle inzittenden moeten te allentijde hun veiligheidsgordel dragen.Veiligheidsgordels en kinderzitjesbeperken de kans op letsel in gevalvan een aanrijding of een noodstop. Als de veiligheidsgordelniet gedragen wordt, kunnen deinzittenden te dicht bij een zich vullende airbag komen, delen in hetinterieur van de auto raken of uit de auto geslingerd worden. Juistgedragen veiligheidsgordelsreduceren deze gevaren inaanzienlijke mate.Volg altijd de voorzorgsmaatregelenmet betrekking tot veiligheidsgordels,airbags en de veiligheid voor deinzittenden in dit instructieboekjezorgvuldig op.WAARSCHUWINGElke inzittende in uw auto moetgebruik maken van de juiste beschermende systemen, inclusief baby's en kleine kinderen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kia Rio (2015) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Kia
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto