Kia Joice Handleiding

Kia Auto Joice

Bekijk gratis de handleiding van Kia Joice (311 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 66 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Kia Joice of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/311
KI @
A MOTORS
JCIIG=
INSTRUCTIEBOEKJE

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Kia
Categorie: Auto
Model: Joice

Handleiding Kia Joice – volledige tekst

VOORWOORD Gefeliciteerd met aankoop van Kia. de uw Wanneer uw auto onderhoud toe is, aan vergeet dat dealer dan niet uw uw auto als geen kent. ander Uw dealer beschikt over technici die door opgeleid de producent werden, over aanbevolen speciale het gereedschap en originele Kia-onderdelen. Bovendien uw tevredenheid ligt hem nauw aan het hart. Omdat de volgende eigenaar deze belangrijke informatie ook nodig hebben, dient dit boekje bij de auto te blijven wanneer u hem verkoopt. In deze handleiding leest alles de u over werking, het onderhoud veiligheid van en de uw nieuwe auto. In de bijlage vindt u ook een garantieboekje met belangrijke informatie over alle geboden garanties op uw auto: garantie op het nieuwe voertuig, garantie op de aandrijving, garantie van corrosiebesten- digheid garantie op het en uitlaatcontrole- systeem.

Is met een uw auto uitgerust audiosysteem, dan krijgt u ook een handleiding voor het geontegreerde audiosysteem van Kia, waarin u alles werking van leest over de het systeem. al We ra d en a a n u d ez e documentatie gronding door te nemen en de aanbevelingen te volgen. Zo bent zeker van u een optimaal rijcomfort en absolute veiligheid van uw nieuwe auto. Kia biedt een uitgebreide serie van opties, componenten en kenmerken voor zijn diverse modellen aan. Daarm is mogelijk dat de in deze het handlieiding beschreven uitrusting en de vele illustraties niet helemaal van toepassing zijn op specifieke informatie en uw auto. De de specificaties deze handleiding waren in accuraat op ogenblik het dat gedrukt ze werden.

Kia behoudt zich recht de het voor specificaties het ontwerp stop te zetten of of aan te passen z onder voora fgaande mededeling en dat zonder hieraam verpli- chtingen nog voortvloeien. Hebt u vragen, neem gerust contact op uw dan met Kia- dealer. We verzekeren dat in werk u we alles het zullen stellen uw rijgenot en tevredenheid uw over uw Kia. waarborgen. te O 2001 Kia Motors Corp. Alle rechten voorbehouden.

Guide b 1-1 In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruik: I * : Een sterretje verwijst naar onderdelen die optioneel niet modellen of op alle aanwezig zijn. Dit symbool duidt aan in welke positie de contactschakelaar moet staan opdat u het onderdeel zou kunnen bedienen. @ON s De functie kan alleen geactiveerd worden als de contactschakelaar op "ON" staat. e De functie kan geactiveerd I @%c worden als de contactschakelaar op "ON" of "ACCU staat. A Opgelet e Dit symbool wijst op gevaar voor lichamelijk letsel Opgepast @ Dit symbool waarschuwt voor mogelilke defecten of ,schadigingen van het voeriuig Het i s zeer dat de belangrijk u mededelingen die worden voorafgegaan door een van deze symbolen, nauwgezet in acht neemt.

3-2 ( Veiligheidsinstructies Controleer uw auto dagelijks voor u start. @ Door voor iedere dag u u start auto na te kijken, kunt uw ongelukken voorkomen. Plaats geen brandbare vloeistoffen of gassen in de auto. @ Als de verpakking beschadigd wordt, kan de vloeistof het ontsnappen of gas en vuur auto. vatten in uw Boe altijd uw velligheidsgordell om. Raadpleeg het betreffende hoofdstuk om uw te hoe weten u veiligheidsgordel correct moet vastmaken@ o Zeg tegen uw passagiers dat veiligheidsgordel ze hun moeten dragen. Laad uw auto niet te vol. a Stapel de lading niet de stoelen, hoger dan want dan belemmert het kan de lading ze zicht. Bovendien dan naar voren vallen als plots u moet remmen. @ Overschrijd het toegelaten niet. maximumgewicht @ Als geladen is, zijn uw auto achteraan te zwaar vermindert stabiliteit. s Zorg dat de lading niet tijdens het rijden.

ervoor kan verschuiven Laat de auto eerst opwarmen. @ Begin pas te rijden als de watertemperatuurmeter begint de wijzer van te bewegen. @ Neem voorzorgen tegen uitlaatgasvergiftiging als de motor u lang laat draaien gesloten in een ruimte. @ Controleer zich geen ontvlambare voorwerpen achter de auto of er bevinden. Tank alleen de voorgeschreven brandstof. @ Vul de met tank alleen loodvrije benzine. Loodhoudende een benzine of ongeschikt additief (waaronder antivries) kunnen katalysator de beschadigen. Controleer of er niets de beweging van de pedalen belemmefl. @ Laat voorwerpen rondslingeren buurt pedalen. Het geen in de van de kan fatale gevolgen hebben als u plots moet remmen en u de rempedaal niet helemaal kunt induwen iets ligt. doordat er onder @ Controleer vloermat niet pedalen ligt. of de over de

Schakei de motor niet uit tijdens ket rijden. @ Als motor uitschakelt tijdens het rijden, neemt het remvermogen u de af en auto moeilijker besturen. is de te t3 Trek de sleutel niet uit de contactschakelaar terwijl u rijdt. Anders blokkeert het stuur verliest de controle over auto. en u de @ Het de kan schade veroorzaken aan uitlaat. Test hel remvermogen ais de auto nat is geworden. s Door water op kan het remvermogen tijdelijk afnemen. Als de rem de auto nat geworden, moet vertragen en voldoende afstand nemen is u van voor achter zodat een paar de voertuigen en u, u rempedaal de keer kunt induwen om de remmen te tot normaal drogen ze weer functioneren. e Als met grote snelheid rijdt op een nat wegdek, vermindert u de wiijving tussen het remde de band en weg, waardoor - en stuurvermogen afnemen MS0001 8 s Neem volgende voorzorgsmaatregelen als u de bij nat weer rijdt.

(1) Matig uw snelheid. (2) Rij met niet versleten banden. (3) Zorg goede voor een bandenspanning. Veiligheidsinstructies ) 3-3 Kijk achter u voor u achteruitraidt. s Het volstaat niet in achteruitkijkspiegel de te kijken, want daarin kunt u niet alles zien. @ Pas op voor kinderen en afsluitingen. Wem op de motor als u bergaf rijdt. o Door steeds op de rempedaal drukken, kunt de rem te u oververhitten, wat gevaarlijk kan zijn. Daarom moet ook op de motor remmen. u @ Rem niet plots op motor als op de u een I nat beijzeld rijdt, want dan of wegdek /I kan de auto beginnen slippen. te * Remmen motor op de Remmen op motor betekent de de gaspedaal waardoor loslaten, u vertraagt. In een lage versnelling het effect groter. is MSOKQO (Bij u de een automatische versnellingsbak gebruikt versnelling 2 of L.) Neem uw voet van de rempedaal wanneer u niet remt.

Als ze in contact komt met zaken gemakkelijk vuur vatten, zoals droge bladeren papier, kan die of er ontstaan. brand beg de motor stil wanneer u de auto verlaat. o Leg de de motor stil om brand vermijden en vergrendel te deuren om diefstal te vermijden. o Laat geen waardevolle voorwerpen achter in auto. de Leg de motor altijd still als u in de auto slaapt. @ U zou uw in slaap versnellingspook keuzehendel en gaspedaal de of de kunnen bedienen en ongeluk veroorzaken. Als onbewust zo een u de gaspedaal ingedrukt houdt, motor, uitlaat oververhit kan de de enz. raken. @ Als er u de motor laat draaien op een onverluchte plaats, bestaat gevaar van uitlaatgasvergiftiging. Bij hel parkeren op een helling moet u in een andere versnelling schakelen, de handrem aanhalen en de auto vastzetten met een wig. s Zet auto in eerste versnelling als bergop parkeert in de de u en "R" als u bergaf parkeert.

3-6 4 Veiligheidsinstructies De deuren, ruiten en stoelen mogen alleen door volwassenen worden bediend. e Pas op dat niemands hoofd hand gekiemd geraakt. er of e Vergrendel elektrisch bedienbare ramen. de baat niet toe dat iemand zijn hand of hoofd uit het raam steekt. Plaats kleine kinderen in speciale kinderzitjes. @ Als het kind nog is zo klein dat schoudergordel het gezicht keel de of de kan raken, moet een kinderzitje worden gebruikt. grotere kinderen Voor volstaat een stoelverhoger. ( Laat geen kinderen vooraan plaatsnemen. e Schakel het kinderslot in$4131 baat geen kinderen alleen in de auto achter. @ Bij de warm weer kan het kind oververhit geraken in auto. s Het kind kan per ongeluk in beweging zetten brand de auto of teroorzaken. Laat geen kind in de bagageruimte spelen tijdens hart rijden. @ Dat kan gevaarlijk zijn.

Veiligheidsinstructies b 3-7' Kinderen moeten in de auto altijd op de achterbank in een veiligheidssysteem worden meegenomen, zodat op verwondingen een aanrijding, de kans bij plotseling afremmen of plotselinge manoeuvres wordt beperkt. Volgens ongevalstatistieken de zijn kinderen veiliger als ze op juiste wijze een in veiligheidsvoorziening op de achterbank dan op voorstoel worden de meegenomen. Grotere kinderen moeten een v2n de aanwezige veiligheidsgordels gebruiken. Volgens wet moet voor kinderen een veiligheidssysteem voor kinderen de worden Kleine kinderen auto een gebruikt. moeten in de in veiligheidssysteem (kinderzitje) worden meegenomen. Kinderen kunnen bij een aanrijding gewond raken als hun veiligheidssysteem niet correct is bevestigd. kleine kinderen en baby's moet een kinderzitje Voor of babyzitje worden gebruikt.

Voordat bepaald veiligheidssysteem voor een kinderen wordt aangeschaft, gecontroleerd het moet worden of systeem voor en veiligheidsgordels geschikt en voor uw uw auto de is passend is kind. Volg het installeren van het veiligheidssysteem voor kinderen alle bij instructies door fabrikant van het systeem worden gegeven. die de WAARSCHUWING: o Een veiligheidssysteem voor kinderen moet achterbank op de worden bevestigd. Een kinder- of babystoeltje mag op nooit de voorstoel worden bevestigd. Als bij de een aanrijding de zij-airbag passagierszijde aan in werking treedt, het of baby kan kind de in het kinder- of babystoeltje levensgevaarlijk gewond Gebruik daarom raken. een veiligheidssysteem voor kinderen alleen op achterbank.

de o Omdat een veiligheidsgordel veiligheidssysteem voor of een kinderen in een zeer afgesloten stilstaande auto warm kan worden, moelen stoelhoes gordelsloten worden gecontroleerd, de en de voordat het kind in de auto wordt geplaatst. o Wanneer de het moet met kinderzitje niet wordt gebruikt het veiligheidsgordel worden vastgezet zodat het niet bij een of ongeval noodstop naar voren wordt geslingerd.

o Kinderen die te groot zijn voor het veiligheidssysteem voor kinderen, moeten achterbank gordel zitten. op de in de aanwezige o Let erop dat het schoudergedeeite van buitenste driepuntsgordel de in het midden van schouder ligt, tegen Door het de nooit de nek. kind dichter bij het midden bank te plaatsen, kan betere van de een aanligging van worden verkregen. heupgedeelte de gordel Het van de driepuntsgordel of de middelste heupgordel moet zo laag mogelijk op de van heup het kind en aanliggen. zo prettig mogelijk o Als veiligheidsgordel passend voor het kind, de niet volledig is moet goedgekeurde een zitblok op achterbank worden gebruikt, de zodat zithoogte van het wordt aangepast de kind aan de aanwezige veiligheidsgordel. o zitting Laat nooit op een kind de staan knielen.

of o nooit rugleuning Gebruik een babydrager of kinderzitje over dat de "haakt"; het kan bij een aanrijding onvoldoende bescherming geven. o het inzittende Laat onder rijden een nooit kind een in de armen houden; kan het hierdoor kind bij een of een aanrijding sterke afremming ernstig gewond raken. Het vasthouden van een kind tijdens het rijden biedt geen enkele vorm van bescherming, zelfs niet als de betreffende persoon veiligheidsgordel heeft omgegespt. de.

3-8 4 Veiligheidsinstructies Geschiktheid van vei8Pgheidssysteem voor kinderen voor zitplaatsen Gebruik een veiligheidssysteem oificieel goedgekeurd voor kinderen dat is en voor geschikt is. dat uw kinderen U :Geschikt voor "universele" categorie veiligheidssystemen goedgekeurd voor gewichtsklasse gebruik in deze UF :Geschikt voor voorwaartse geplaatste in richting "universele1' categorie veiligheidssystemen deze gewichtsklasse goedgekeurd voor gebruik in X :Zitplaats niet deze geschikt voor kinderen in gewichtsklasse Verbouw de auto niet. @ Het verboden op welke manier ook verbouwen. Het is de auto dan te is niet alleen tegen de wet, maar het kan ook het vermogen, de levensduur en de veiligheid het kunt van voertuig aantasten. Bovendien u geen aanspraak maken op herstellingen onder garantie ais auto de is verbouwd. Gebruik alleen banden en wielen met de voorgeschreven afmetingen.

@ Als u andere banden wielen monteert, kan auto beginnen en de te trillen, te brandstof bestuurbaar veel verbruiken of slecht worden enz. Bovendien kan het leiden tot vroegtijdige slijtage van het aandrijfsysteem. Wees voorzichtig met de installatie van radiozenders of andere apparaten met een elektrisch veld. @ Uitrusting die niet geschikt niet juist geonstalleerd kan werking of is, de van de de elektrische zoals systemen, boordcomputer, verstoren. Bovendien kan een beschadigde bedrading, een storing in de elektrische signalen veroorzaken. Neem contact op met enz. brand uw concessiehouder.

3-4 0 4 Veiiigheidsinstructies Rijden in de winter Door onderstaande voorschriften leven, vermindert op de na te u kans de problemen in winter. de O Groot onderhoud en voorbereidingen b Concentratie antivries koelvloeistof. in de b Vorstvrije vloeistof voor ruitensproeier. de b Hoeveelheid en zuurtegraad accuvloeistof. B Bouaie en onderdelen voor het starten. b l~skrabbertje. b Winterbanden of sneeuwkettingen . O Tijdens het rijden op sneeuw of ijzel b Start in versnelling automatische versnellingsbak: "D" in 2de (bij in "HOLDV-modus.) ) Breng sneeuwbanden sneeuwkettingen of aan. ) Rem op motor te vertragen. de om B Houd voldoende de afstand van voertuigen voor en achter u. b Druk rempedaal traag in. de b Zorg ervoor dat zich geen sneeuw of ijs kan opstapelen binnen er de wielkast. O Parkeren s Als u buiten parkeert, doe het dan met de voorkant in de richting van de zonsopgang.

ga, Zet ruitenwissers naar boven, zodat niet kunnen vastvriezen de ze aan ruit. de e Bij extreme koude moet versnellingspook in u de de l e versnelling of "R" zetten een wig onder wielen plaatsen. en de De handrem kan immers bevriezen als is aangehaald. ze

Veiligheidsinstructies b 3-1 1 Een bocht nemen Vertraag voor bocht rijd van buitenkant naar binnenkant. Als de en de de u bijna uit de bent, u rijdt u terug buitenkant. bocht versnelt en naar de (eerst vertragen, dan versnellen) Let u in wel op dat de middenstreep niet overschrijdt, want dat kan zeker een bocht bijzonder gevaarlijk zijn. Rem of schakel niet op een nat wegdek. e Beginnen te vertragen Auto's met ABS-systeem Tijdens kan het rijden onverharde weg, zand sneeuw op een of de remafstand langer zijn dan auto zonder daarom traag bij een ABS. Rij en voorzichtig. Aangezien remafstand afhankelijk ligging weg, de is de van van de moet steeds een veilige afstand van andere voertuigen bewaren. u de @ Terwijl het ABS actief is, trillingen en geluid in carrosserie, het zult u de stuur gewaarworden.

en de rempedaal U hoeft dan niet ongerust te zijn, dat wijst gewoon op dat het ABS er normaal functioneert. @ Als het controlelampje van het ABS brandt, functioneert het ABS niet. U bent de dan aangewezen op gewone remmen. (Neem in dat geval altijd contact op met erkend servicecenter.) een

4-2 4 Vergrendelingen Bij de levering van uw auto twee ontvangt u sleutels. De auto van buiten af openen\ Openen vergrendelen of met e e n sleutel 6) De sleutel in het slot steken (of eruit trekken) Q Op slot O Van slot i Voorportier O Druk op de vergrendelknop. Q Sluit de deur. ~ t t ~ ~ t i ~ ~ 1. Leg de motor altijd stil en doe het portier op slot als u uw auto verlaal, zo voorkomtu brand, diefstal enz. Laat geen kinderen alleen de in auto achter. 2. Controleer steeds of de deur goed gesloten is, zodat ze niet kan openslaan tijdens het rijden. 3. Vergeet niet de sleutel uit het slot nemen nadat u de deur op slot hebt gedaan.

Vergrendelingen b 4-3 H Achterportier O Druk op vergrendelknop. de @ Sluit de deur. auto van binnen uit openen of vergrendelen U kunt slot de op deur doen door de vergrendelknop de in te drukken. Om deur te kunnen openen, moet u de vergrendelknop weer uittrekken. fOD slot Van sio;) gesloten zijn. Een deur die plots openslaat. kan gevaarlijk zijn. (!inderslot) (Kinderslot op de achterdeuren) Als is de het kinderslot ingeschakeld, kunnen achterdeuren niet van binnen uit geopend worden. Schakel in kinderen het kinderslot altijd als er meerijden. Bediening Op beide achterportieren bevindt zich een grendel voor het kinderslot. Als u de grendel in de positie LOCK zet, kan de deur niet van binnen uit worden geopend. Als de grendel in de positie FREE staat, is het kinderslot ingeschakeld.

niet Als kinderslot ingeschakeld, u het het is kunt achterportier alleen openen van buiten af met de deurkruk. Om de laadklep op slot te doen, draait u de sleutel naar links. Om de deur van het slot te doen, draait u de sleutel naar rechts. @I De laadklep openen Doe laadklep van slot met sleutel de de en trek naar boven. ze De laadklep sluiten Duw de laadklep naar beneden. Opgepast 1. Zet de rugleuning van de achterste bank overeind voor de laadklep u siuit. 2. Controleer laadklep goed of de gesloten is, voor u beg~nt te rijden. Als de laadklep opengaat tijden het rijden. kan bagage uit de uw auto vallen.

Vergrendelingen b 4-5 n Korte druk op de knop (raam van de beslulerder) U kunt h e t r a a m snel openen door de bedieningsknop even helemaal in te drukken. Als het raam genoeg is ver geopend, kunt u het openingsmechanisme stopzetten de door schakelaar naar boven zachtjes te trekken. B i Raamvergrendeling Als u op de schakelaar van de raamvergrendel~ng drukt, het raam van de bestuurder kan alleen nog worden gesloten. geopend of Druk nogmaals op de schakelaar om de ramen te ontgrendelen. h Opgelet Schakel de raamvergrendel~ng altqd in als er kinderen meerilden Als de kinderen met de schakelaars spelen, loopt u anders het gevaar dat een er hand of een hoofd tussen het raam geklemd geraakt Schakelaars aan de e Het raam openen Drukde schakelaar in om het raam te openen. Het raam sluiten Hef schakelaar om het raam sluiten.

de op te Als raamvergrendeling ingeschakeld, de is werkt de schakelaar niet. Controleer u op de schakelaar voor van de elektrisch ramen drukt er bedienbare of geen hand of hoofd kan geklemd raken. De ramen openen en sluiten immers met een aanzienlijke kracht. Neem steeds de sleutel uit de contactschakelaar wanneer u de auto verlaat en laat geen kinderen alleen achter. Als de laat zitten u sleutel en er zich kinderen bevinden, kunnen de in auto de kinderen letsels oplopen hoofd als hun o f hand tussen het raam geklemd geraakt. (schakelaars aan de zitbank 1 Het raam openen Druk de schakelaar in om het raam te openen. Het raam sluiten Hef om de schakelaar op het raam te sluiten. Als de raamvergrendeling IS ingeschakeld. werkt schakelaar niet. de A Opgelet De ramen van de ; ; n ~ n o ; ~ : d g e d e e l t e l i j k worden geopend

Vergrendelingen b 4-7 Trek het hendeltje links onder de bestuurdersstoel naar boven om de brandstofvulklep te ontgrendelen. Rook niet terwijl tankt en houd u voorwerpen d ie v u r kunnen maken. zoals sigarettenaanstekers, op een veilige afstand. 2. Vul met de tank alleen de voorgeschreven brandstof. 3. Sluit brandstofvulklep de na het tanken. Als de sleutel uit contactschakelaar neemt u de en de de deur opent terwijl het mistachterlicht of achterlichten branden, nog hoort u een waarschuwingssignaal. Elektronische startblokkering * De elektronische startblokkering is een autodiefstalbeveiliging. Dit systeem zorgt ervoor dat auto alleen kan worden gestart de de met originele autosleutel. De sleutel past niet alleen mechanisch op het slot, maar zendt ook een elektronisch signaal uit naar de ICM (Immobilizer Control Module). Zonder dit signaal kan de motor niet gestart worden.

Pas op dat u het elektron~sche onderdeel &let ":ey;;,':zcJ$t~?t dan kan Reseivesieutels: Reservesleutels alleen verkrijgbaar bij zijn een concessiehouder. Hij nagaan de persoon zal of die de sleutel bestelt, recht heeft op een nieuwe sleutel. De concessiehouder kan sleutel een ook elektronisch blokkeren als hij verloren is) (bv. en opnieuw teruggevonden activeren als (bv. hij wordt). De motor kan niet gestart worden met een sleutel die is geblokkeerd.

5-2 4 Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten Controlelampjes richtingaanwijzers/noodknipperlichten \ Snelheidsmeter p!q Toerenteller I Waarschuwingslampje aarschuwingslampje ITFI Controieiampje positie keuzehendel ' HDSO19 kH Meer over de meters de waarnaar wordt verwezen. informatie lampjes en vindt op u pagina's B '*' Een erop dat het sterretje wijst genoemde lampje verwijst optionele uitrusting. naar

Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten b 5-3 De snelheidsmeter duidt snelheid van auto in kilometer per uur de de (km/ U) aan. De toerenteller duidt de motorsnelheid aan (Urnin) Rode zone C M 3 . Opgepast Houd t~jdens het rijden de toerenteller in het oog en zorg ervoor dat de wijzer niet in de rode zone komt De duidt totale aantal kilometer aan itilometerteller het dat de heeft auto afgelegd. Aantal kilometer HDSM4

5-4 4 Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten De dagteller het aantal kilometer dat auto heeft afgelegd duidt aan de sedert dagteller laatste keer werd nulgesteld. de de Druk op nulstelknop de om de teller op O te zetten. Op de u de brandstofmeter kunt het peil in brandstoftank aflezen. F . . . Er zit nog ongeveer 60 1 brandstof in tank. de E . . - Het is tijd om bij te tanken. A Opgepast Als u na het tanken de contactschakelaar op "ONNdraait, duurt het even voor de * wijzer het juiste brandstofpeil aanduidt. Rode zone \ -Sc De watertemperatuurmeter duidt temperatuur van het koelwater aan. de @ Als motor functioneert, van de normaal bedraagt temperatuur de het koelwater 80 tot 95°C. ,, Opgepast Als de wijzer in de rode zone komt terwijl de motor draait, is de motor waarschijnlijk oververhit. Parkeer de auto onmiddellijkop een veilige plaats en neem de nodige maatregelen.

Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten ) 5-5 -- - .- - -- e-ontrolelemp jes richtingaatswijzew Qm I nood knippedichten 1 Richtingaanwijzers Zodra begint het u richtingaanwijzers ingeschakeld, de overeenkomstige controlelampje knipperen. het lampje te knippert, te Als snel is de richtingaanwijzer misschien niet goed lampje aangesloten het of doorgebrand. Noodknipperlichten Als op de schakelaar van noodknipperlichten hebt gedrukt, branden u de de controlelampjes allebei. C%nt~olelkampj,je .. groot licht: -- P- -- 3 Dit controlelampje gaat aan zodra het groot licht wordt ingeschakeld. C~rn~echrai~lingsi ampje portier g@opeild 7 - . - - . - . . - -. . . - - - . - - - . . - -. - . - -. Dit waarschuwingslampje brandt als het niet goed portier geopend of gesloten is. A Opgepast Controleer voor u begint te rijden of het lampje wel uit is l

5-6 q Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten Dit lampje begint branden als het peil in de brandstoftank laag is. te (zo'n 8 liter). [ ~ ra n d s to f vu l kl e ~] [ >~~ ] Als het lampje brandt, moet spoedig bijtanken. u A Opgepast Rijd niet met een te laag brandstofpeil. Als u zonder brandstof valt, kan de katalysator beschadigd worden. Vul de tank steeds tijdig bij. Dit lampje gaat aan als oliedruk te laag is terwijl motor draait. de de Normaal gezien begint het lampje te branden als contactschakelaar in de de "0N"- stand wordt gedraaid gaat het weer uit zodra motor is gestart. en de A opgepast 1. Als het lampje aangaat terwijl de motor draait, moet u de auto op onmiddellijk een veilige plaats parkeren, de motor stilleggen en het oliepeil nakijken. 2 Als het lampje aangaat dat het zonder oliepeik is gedaald. moet u het laten nakijken in een erkend sewicecenter. 3.

Het lampje vermeldt het oliepeil niet, dat moet u controleren met de peilstok. Dit als een probleem met het laadsvsteem van accu. lampie Gaat aan er is de ~ o r m a a i ge-zien begint het te branden als in de lampje de conta&ìchakelaar "0N"- stand wordt gedraaid gaat het weer uit zodra de motor en is gestart. A 1 Als het lampje begint te branden tijdens het rqden, is er een probleem met het laadsysteem Controleer eerst de ventilatorriem Als die in orde IS, neemt u het best contact op met een erkend sew~cecenter 2 Als de spanning op de ventilatorriem niet grootgenoeg is, verbruikt de accu meer stroom Dan kan het zijn dat de laadstroom te klein is om de motor te stafien, ook al brandt het waarschuwingslampje van de 1aadst:oom niet

Controle-, meet- en bedieningsinctrumenten b 5-7 Dit lampje begint branden in volgende gevallen: te de * Als de aangehaald. handrem is D Als het remvloeistofpeil gedaald onder een waarde. is bepaalde @J Het lampje ook aangaan als veel op rempedaal drukt tijdens kan u de het rijden een of van een maar dan op beijzelde weg helling, hoeft u zich geen zorgen maken. te Opgepast Als het lampje niet brandt terwijl de handrem is aangehaald, of niet uitgaat wanneer de handrem moet laten nakijken in een erkend wordt losgelaten, u het servicecenter. Als het waarschuwingslampje wan de rem aangaat tijdens het rijden 7 kan het dat betekenen dat remvermogen is verminderd. Parkeer de auto als volgt een op veilige plaats: I 1. Druk harder op de rempedaal als de remmen minder goed functioneren. 2.

Als de remmen niet meer functioneren, moet u op de remmen motor om snelheid minderen de handrem traag aanhalen de auto te en om te parkeren. Duw ondertussen op de rempedaal, zodat men aan uw remlichten kan zien dat u afremt. 3. Als het waarschuwingslampje zowel van rem als dat van het de ABS beginnen branden, moet rempedaal traag indrukken uw te u de om I auto veilig te parkeren. Als U te snel de rempedaal drukt. stoppen en op zal de auto ( \ ronddraaien. d A Opgepast Als u de handrem te snel aanhaalt, stoppen alleen de achterste w~elen en draalt de auto rond Trek de handrem traag op

s-$ 4 Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten Dit lampje u achterruitverwarming gaat aan zodra de schakelaar voor de hebt achterruit te ontwasemen. ingedrukt om de Dit lampje brandt gedurende 6 seconden zodra contactschakelaar de op "ON" wordt gezet. Het herinnert de bestuurder eraan dat veiligheidsgordels de moeten worden vastgemaakt. @ Het waarschuwingslampje gaat uit zodra contactschakelaar in de de positie "ACC" of "OFF" wordt gedraaid. Als dit een een sensoren lampje brandt, is er probleem met van de of de computer van uitlaatgasregeling. Het gaat ook enkele seconden (ECU) de aan zodra de contactschakelaar wordt gedraaid. in ON Als dit lampje aangaat tijdens het rijden niet aangaat of als d e contactschakelaar in wordt gedraaid, moet ON u het laten nakijken het bij dichtstbijzijnde servicecenter.

Controle-, meet- e n bedieningsinstrumenten b 5-9 Dit lampje begint te branden als contactschakelaar in wordt gezet en gaat de "ON" ongeveer 6 seconden later weer uit. (Dat normaal.) is Als het aangaat terwijl rijdt, iets mis met airbag. u is er de , Opgepast Laat het in de volgende gevallen nakijken en repareren in een erkend sewicecenter: 3 Als het lampje niet aangaat zodra contactschakelaar in "ON" wordt gedraaid of als het niet uitgaat na 8 seconden. b :c AD het lampje begint te branden terwijl u aan het rijden bent. Als dit lampje brandt, een probleem het antiblokkeerremsysteem is er met (ABS). @ Het is normaal het aangaat de contactschakelaar dat lampje wanneer in ON wordt gedraaid en na 3 seconden weer uitgaat. O te Als het waarschuwingslampje begint branden tijdens het rijden: (1) Parkeer auto een veilige plaats motor stil.

de op en leg de (2) Start de motor opnieuw zien of lampje uitgaat. Als dan om te het het lampje uitblijft wanneer voortrijdt, geen probleem. u is er (3) Als waarschuwingslampje blijft branden, functioneert het ABS niet. het U kunt dan alleen nog vertrouwen op het standaardremsysteem, dat wel normaal nog functioneert. , Opgepast In de volgende gevallen moet u zich tot een erkend sewicecenter wenden & Als het waarschuwingslampje blijft branden, ook nadat u de motor opnieuw hebt gestart 3 Als het larnple niet aangaat zodra ude motor start. 31 Als het lampje aangaat tijdens het rijden * : Optie

5-1 0 Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten Dit brandt als de laadklep geopend niet goed gesloten is. Als dit lampje lampje of brandt wanneer u wilt vertrekken, moet u eerst de laadklep goed sluiten. (~s~~troleQaitspje ove?rdrke " @M fau%omatische ~ersn@lliusgsba t:) - - - .- - . -- . . - - . . . . . . . . . . Dit lampje brandt als overdrivede -schakelaar is geactiveerd en gaat uit als hij wordt uitgeschakeld. Het dat brandt, duidt in welke positie de hendel zich bevindt. lampje aan

5-q 2 4 Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten B Functies van het display BultenluchnhermOmeter ~ i ~ * i ~ a r ~ m et e r i ~ o o g t e m e t e r , ~ e~ at ~ ev e Azimutkompas Azimutkomoas , hoogtemeter I Barometer Hoogtemeter Relatieve- hoogtemeter Weg afhankelijk Weg afhankelijk van van de rijsnelheid de rijsnelheid Buitenluchtthermometer Klok Modusknop HDS-020 1. Azimutkompas Het het de azimutkompas toont azimut van rijrichting van auto. weergavebereik de Het bedraagt 180" met een om schaalaanduiding de 223". - Het kompas bijregelen (1) Druk seconden op minder dan 5 de ADJ- knop begint en de azimutwijzer te trillen. (2) de auto rond. Draait traag (3) het draaien stopt met trillen Na te wijzer en juist ingesteld. is kompas het 2. Klok Als op MODEu de - knop drukt, worden achtereenvolgens klok, barometer, de de de hoogtemeter en relatievede -hoogtemeter weergegeven.

Weergavebereik: 1:00 - 12:59 De klok bijregelen Uur: de Druk op H-knop tot het gewenste uur verschijnt. Minuten : Druk op Mde -knop tot het gewenste aantal minuten verschijnt. Bijregelen : Als op de Su -knop drukt terwijl de klok 1 tot minuten aanduidt, wordt 29 het aantal minuten gewist. klok Als de 30-59 aanduidt en drukt Su op de -knop, wordt het aantal gewist wordt het met minuten en uur één verhoogd. 3. Barometer/HoogtemeterlRelatieve- hoogtemeter Druk op de MODE-knop om het gewenste instrument selecteren. te (1) Barometer De luchtdruk wordt weergegeven in eenheden van (mbar). Het bereik gaat hpa van 720 1045 hpa. tot (2) Hoogtemeter De hoogte verschijnt in meter voorafgegaan door "ALTI". Het bereik gaat 2800 van 200 tot m. De hoogte bijregelen De verschilt zelfs op weergegeven hoogte een op plaats, omdat luchtdruk de het zeeniveau m) verschilt. (O U kunt fout de corrigeren met max.

Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten b 5-1 3 Door aan het uiteinde van hendel te draaien de om :oo:of % O t e selecteren, maakt u de lichten aan die insde onderstaande tabel met "0" aangeduid zijn. niet te lang branden alsde motor stilstaat. Als de accu leeg is, kunt u de motor niet Eifl Groot licht I dimlicht 1. Trek om de hendel u toe naar het groot licht in te schakelen. Zet naar de ter ug hendel achteren om weer over te - schakelen op dimlicht. op het instrumentenbord. O 2. Als groot ingeschakeld, het licht is brandt controlelampje van het groot licht het MSO-O? 36 H Met de lichten knipperen 1. Als hendel even naar toe trekt en u de u weer loslaat, gaat het groot licht aan en uit. Het overeenkomstige controlelampje op het instrumentenbord zal dan eveneens aangaan. 2 . U kunt ook lichten knipperen als met de de koplichten niet zijn.

5-g 4 d Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten 1. Door naar de hendel beneden te trekken, activeert u de linkerrichtingaanwijzers. Door hem omhoog te duwen, schakelt de u rechterrichtingaanwijzers in. De overeenkomstige controlelampjes het op instrumentenbord gaan dan eveneens aan. 2. Zodra auto is gedraaid, keert hendel de de automatisch terug zijn uitgangspositie. in Als automatisch zijn de hendel niet in uitgangspositie na terugkeert een kleine richtingsverandering, moet u hem handmatig verzetten. Rechts Links Als voor u op de schakelaar de noodknipperlichten drukt, zowel gaan de linker- als de rechterrichtingaanwijzers knipperen. weten de andere Zo weggebruikers dat auto in uw nood verkeert. schakelaar. @ @ Om de noodknipperlichten uit te schakelen, drukt nogmaals u op de br an d e n t e rw i j l d e is motor uitgeschakeld, wordt de accu ontladen.

Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten F& 5-1 5 De hendel heeft verschillende standen. Door de hendel u roe te trekken, u naar activeert de volgende functies, afhankelijk van de stand waarin hij zich bevindt: INT - De over en wissers gaan weer met een interval. instelbaar LOW - De gaan traag wissers over en weer. HIGH - De wissers gaan snel over en weer. LOVV HIGH MSO-0143 Wisinterval instellen INT is Als geselecteerd, kunt interval instellen u een van 2 tot 1 0 seconden door draaien aan t e de intervalregelaar. Trager Zolang de ruitenwissers zijn ingeschakeld, vraagt de ruitenwissermotor stroom, ook al zijn de ruitenwissers geblokkeerd door zware sneeuw Daarom enz. moet u de automotor uitschakelen, om schade aan de ruitenwissermotor te voorkomen. Parkeer de auto op een veilige plaats en leg de de motor stil.

Verwijder sneeuw of andere obstaitels zodat de ruitenwissers weer vrij kunnen bewegen. a Ruitensproeiers Trek naar de hendel u toe om de ruitensproeiers in schakelen. te U kunt de sproeiers ook inschakelen als de ruitenwissers niet aanstaan. 1 seconde na het sproeien zullen ruitenwissers de 2 tot 3 keer over en weer gaan. Het zich sproeierreservoir bevindt aan de rechterkant van rnotorruirnte. de 12 6 D Als u de sproeier gebruikt bij vorst, kan de sproeivloeistof op de ruit bevriezen en het zicht Schakel belemmeren. daarom de voorruitverwarming in voor u sproeit.

Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten ) 5-1 7 Zet deze verwarming aan om achterruit en de de buitenspiegels snel vrij te maken van wasem en ijzel. @ Zodra de schakelaar ingedrukt, gaat het is controlelampje op het instrumentenbord aan. Druk schakelaar om nogmaals op de het verwarmingssysteem uit te schakelen. @ Als op schakelaar u de drukt terwijl motor draait, zal het de systeem automatisch @ uitgeschakeld worden ongeveer na 15 &Opgepast 1. Gebruik d e ac h te rr ui t- en buitenspiegelverwarming alleen om ~rt~~eren, niet om sneeuw te 2. Leg geen voorwerpen naast de achterruit. De verwarmingsdraad zou beschadigd kunnen wordendoor de trillingen van de auto. 3. Wrijf de binnenkant van de ruit schoon met een zachte doek in de richting van de verwarmingsdraden. Schrob niet en gebruik geen schurend materiaal, om de verwarmingsdraden niet te beschadigen.

5-1 8 4 Controle-, meet- en bedieningsinstrumenten Druk op de schakelaar om het mistachterlicht aan te maken. De mistlichten werken alleen als de koplichten ingeschakeld. zijn Draai aan van de straal de de knop om hoogte van aan te aan het aantal de koplichten passen passagiers en gewicht in laadruimte. het de De koplichten stralen lager naarmate u een hoger cijfer instelt. Stel de straal altijd goed in. zodat uw tegenliggers niet worden verblind door uw koplichten. In opzoeken hoe de tabel hiernaast kunt u u de straal het best instelt afhankelijk van het geladen gewicht van de auto. Als uw situatie niet voorkomt in tabel, moet u die de de situatie kiezen er het best mae te vergelijken is.

6-1 6 4 Interieuruitrusting voor comfortabel rijden De SRS-airbags vormen een aanvulling op de veiligheidsgordels. Ze beschermen de bestuurder enlof passagier vooraan bij botsing een frontale vanaf een kracht. zekere SRS voor Restraint System. staat Supplemental Maak de veiligheidsgordels altijd vast. De redenen u uw waarom veiligheidsgordel moet vastmaken. 1. Als de airbag bij een botsing openschiet, biedt de veiligheidsgordel het bijkomende voordeel dat het lichaam in de stoel blijft. 2. Als niet vermindert de de airbag openschiet, veiligheidsgordels de letsels. Stel de stoel juist in. Steun met uw rug tegen de stoel. Ga niet met uw gezicht en dicht het bovenlichaam te bij stuur zitten. 1. Als de airbag eenmaal is opgeblazen, moet hij vervangen worden. Dezelfde airbag kan geen twee keer gebruikt worden. 2. Als airbag openschiet, komt de er een witte stofwolk vrij.

Deze is niet schadelijk voor de gezondheid. 3. Na openschieten begint de het airbag onmiddellijk leeg te lopen, zodat hij het zicht niet belemmert. 4. In de volgende gevallen zal de airbag niet openschieten: @P als de auto aan de zij- of achterkant wordt geraakt; 8 als de auto omslaat over kop of gaat; 8 als de auto tegen een betonnen muur rijdt met snelheid een van 20krnlu of minder; 8 als de auto tegen paal rijdt een met een snelheid van 30kmlu of minder. A Opgepast 1. Raak de airbag niet aan vlak na het openschieten. Wacht hij is tot wat afgekoeld. 2. Plaats geen sticker op de plaats waar de airbag zich bevindt, want dat kan het openschieten belemmeren.

Normaal het waarschuwingslampje aan gaat zodra contactschakelaar de in "ON" wordt gedraaid uit en het weer gaat na een paar ,Opgepast In de onderstaande gevallen is een er probleem met het systeem en moet u het ;;,"o"ij:egten nakijken in een erkend B als het waarschuwingslampje blijft branden nadat de contactschakelaar in "ON" werd gedraaid; 8 als het waarschuwingslampje begint te branden tijdens het rijden.

Interieuruitrusting voor comfortabel rijden b & j g 8 (~nderhoud CRS-systeem) Alle montage-, demontage- en reparatiewerken aan het SRS-systeem het stuur mogen alleen of uitgevoerd worden door een erkend Santamo- concessiehouder. Een verkeerde behandeling van het SRS-systeem kan ernstige verwondingen gevolg hebben. tot e OPGEPAST @ Levensgevaar. Plaats geen kind op een zitje met de rug naar de airbag. @ Wijzigingen aan onderdelen bedrading of de van het SUS-systeem alsook het aanbrengen van stickers op de plaats van de airbag of het wijzigen van de carrosserie kunnen de werking van het SUS- systeem verstoren en verwondingen tot gevolg hebben. O Maak waar airbag zich bevindt, de plaats de alleen proper een zachte, droge doek. met U mag ook een doek gebruiken die is bevochtigd met zuiver water.

Reinigingsproducten en oplosmiddelen zijn echter verboden, omdat ze de behuizing van airbag de kunnen beschadigen en werking de de goede van airbags kunnen verstoren. @ Leg niets op het stuur het dashboard, waar of de airbags zich bevinden. Voorwerpen die op deze plaatsen kunnen ernstige liggen, verwondingen veroorzaken als airbags de bij een ongeluk openschieten. 63 Airbags zijn opengeschoten, moeten die vervangen worden door een erkend Santamo- concessiehouder. @ Wijzig ontkoppel bedrading andere of de of onderdelen van het SRS-systeem niet. Anders kan airbag onverwachts openschieten de of niet openschieten als het nodig is. Beide situaties kunnen ernstige letsels tot gevolg hebben. @ Plaats geen kinderzitje stoelverhoger of op de passagiersstoel vooraan. Het ernstig verwond raken als kind kan de airbag openschiet een ongeluk.

bij 63 Als onderdelen van er het SRS-systeem moeten worden gedemonteerd, of als de auto moet worden gesloopt, moet bepaalde u veiligheidsmaatregelen nemen om verwondingen te informatie kunt voorkomen. Meer hierover u verkrijgen bij uw concessiehouder.

&fl 4 Interieuruitrusting voor comfortabel rijden B Kaarthouder Achteraan zonneklep een klem voor de is wegenkaarten, ticketten enz. aangebracht. Als de zon u verblindt tijdens het rijden, kunt u de zonneklep gebruiken om de zon vooraan en opzij te weren. H Make-upspiegeltje In het zijpaneel van de interieurbekleding bevindt Achteraan de zonneklep voor de passagiersstoel l zich een om stekkerdoos u kunt gebruiken die is makeeen -upspiegeltje aangebracht. elektrische apparaten van stroom te voorzien.

6-22 4 interieuruitrusting voor comfortabel rijden De tijd insteliepi H-knop Druk op H-knop om het uur veranderen. te Laat knop los zodra het gewenste de uur Ver~chijnt. M-knop Druk Mop - knop om aantal het minuten te veranderen. Laat knop zodra het de los gewenste aantal minuten verschijnt. S-knop Druk op de S-knop om het aantal minuten nul te stellen. Als het aantal mlnuten 30-59 bedraagt, het uur met één verhoogd wordt anders niet. ~ - p j ' p + ~ I 1. Als de accu ontkoppeld is geweest, moet opnieuw de klok ingesteld worden. 2. De klein, zodat het knopjes zijn handiger is ze in te drukken met de punt een pen. van In het handschoenkastje kunt u kleine voorwerpen bewaren. de klep naar voren het Trek om te openen. A Opgelet het Houd handschoenkastje gesloten tijdens het rijden. zodat zich niemand eraan kan verwonden bij een ongeluk of 1 m een bruuske stop. 1

6-24 4 interieuruitrusting voor comfortabel rijden Als u rugleuning de de van middenbank naar voren hebt geklapt, kunt u de bank gebruiken als tafel. aan Trek de de hendel om bank te verschuiven. [Zie: "Middenbank" - "De bank verschuiven"] In opbergvak voorwerpen het kunt kleine u bewaren. U kunt het ook gebruiken voor gereedschap, autowas, de gevarendriehoek enz. Aan het zonnedak bevindt zich handmatig een uitschuifbaar zonnescherm, het zonlicht al om of niet binnen te laten. Het zonnescherm kan alleen gebruikt worden als het zonnedak is gesloten. OPGEPAST: Regel het zonnescherm nooit tijdens het rijden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kia Joice stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden