Kia Cee’d (2010) Handleiding

Kia Auto Cee’d (2010)

Bekijk gratis de handleiding van Kia Cee’d (2010) (406 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Kia Cee’d (2010) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/406
I
Index
ED(FL) Dutch-Index.qxp 12/9/2009 10:22 AM Page 1

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Kia
Categorie: Auto
Model: Cee’d (2010)

Handleiding Kia Cee’d (2010) – volledige tekst

Index2IAanbevolen smeermiddelen en hoeveelheden ·············8-5Aanvullend veiligheidssysteem ···································3-39Accu···············································································7-53Achterklep ····································································4-14Afmetingen ·····································································8-2Afscheidingsnet ··························································4-104Alarmknipperlichten ···················································4-60Als de motor niet gestart kan worden ·························6-3Als de motor oververhit raakt······································6-6Antidiefstalsysteem ························································4-8Audiosysteem······························································4-109Automatisch verwarmings- en ventilatiesysteem ·····4-84Automatische transmissie ···········································5-15Automatische-transmissievloeistof ·····························7-42Banden en wielen···················································7-56/8-4Bandenspanningslabel···················································8-8Bevestigingssteun voor dakdrager ···························4-107Brandstofbesparing ·····················································5-38Brandstoffilter······························································7-45Controlelampjes in het instrumentenpaneel ···············1-6Controlesysteem lage bandenspanning (TPMS)·······6-15Cruise control-systeem ················································5-32Door de eigenaar uit te voeren onderhoudswerkzaamheden·······································7-6Emissieregelsysteem·····················································7-93Exterieur ·····································································4-108Gebruik van dit instructieboekje ·································1-2Gloeilampen··································································7-76Handbediend verwarmings- en ventilatiesysteem ····4-74Handgeschakelde transmissie ·····································5-12Inrijprocedure ································································1-5Instrumentenpaneel ·····················································4-38ABCDEGHIED(FL) Dutch-Index.

Index4ISloten·············································································4-10Snelheidslimietregelsysteem········································5-36Spiegels··········································································4-34Standen contactslot ························································5-5Starten met hulpaccu·····················································6-4Starten van de motor ·····················································5-7Stoelen ·············································································3-2Stuurwiel·······································································4-32Tankdopklep·································································4-24Uitleg bij onderhoudsschema ·····································7-33Veiligheidsgordels ························································3-15Vereiste brandstof ··························································1-3Verlichting ····································································4-61Voertuigcertificatielabel ················································8-7Voertuig-identificatienummer (VIN) ···························8-7Vóór het rijden·······························································5-3Voorruit ontdooien en ontwasemen ···························4-92Waarschuwingssignalen ················································6-2Wat te doen in een noodgeval tijdens het rijden ········6-2Wattage gloeilampen ·····················································8-3Zekeringen····································································7-67UVWZTED(FL) Dutch-Index.

F1IInnssttrruuccttiieebbooeekkjjeeBedieningOnderhoudTechnische gegevensDe specificaties en de beschrijvingen in deze handleiding warencorrect ten tijde van druk. KIA streeft echter naar een voort-durende verbetering van zijn producten en behoudt zich het rechtvoor op elk moment, zonder voorafgaande kennisgeving, wijzigin-gen in de specificatie en uitrusting aan te brengen.Deze handleiding geeft een beschrijving van alle KIA modelleninclusief alle extra's en uitrusting. Het kan derhalve voorkomendat sommige van de behandelde onderwerpen niet van toepassingzijn op uw wagen.ED(FL) Dutch-FOREWORD.QXP 7/8/2009 3:32 PM Page 1

iHartelijk dank voor het kiezen van een KIA.Onthoud dat voor onderhoud uw dealer de aangewezenpersoon is. Uw dealer heeft door de importeur getraindemonteurs in dienst, beschikt over de aanbevolen specialegereedschappen, originele KIA-onderdelen en zal er allesaan doen u optimaal van dienst te zijn.Bewaar het instructieboekje in de auto voor eeneventuele volgende eigenaar.Dit instructieboekje zal u vertrouwd maken met de bedi-ening, het onderhoud en de veiligheidsaspecten van uwnieuwe auto. Bij het instructieboekje hoort een garantie-en onderhoudsboekje waarin u informatie vindt over degarantie.

We raden u aan om deze informatie zorgvuldigte lezen en de daarin opgenomen aanwijzingenzorgvuldig op te volgen, zodat u veilig en probleemloosvan uw nieuwe auto kunt genieten.KIA rust zijn talrijke modellen uit met een grote ver-scheidenheid aan opties, componenten en kenmerken.Het is dan ook mogelijk dat de uitrusting die in ditinstructieboekje beschreven staat en die op illustratiesafgebeeld is, niet allemaal van toepassing is op uw auto. De in dit instructieboekje opgenomen informatie en spec-ificaties golden ten tijde van het ter perse gaan. KIAbehoudt zich te allen tijde het recht voor wijzigingendoor te voeren zonder voorafgaande kennisgeving. Als uvragen heeft, kunt u zich te allen tijde tot uw KIA-dealerwenden.Wij zullen er alles aan doen om u optimaal en tot volletevredenheid van uw nieuwe KIA te laten genieten.© 2009 KIA MOTORS SLOVAKIA S.R.O.Alle rechten voorbehouden.

Complete of gedeeltelijkereproductie op wat voor manier dan ook, elektronisch ofmechanisch, inclusief kopiëren, vastleggen via een sys-teem voor het opslaan en terughalen van informatie, ofvertalen is niet toegestaan zonder schriftelijke toestem-ming van KIA Motors Slovakia s.r.o..VoorwoordED(FL) Dutch-FOREWORD.QXP 7/8/2009 3:32 PM Page 2

Introductie21Wij willen u helpen om het meesterijplezier van uw auto te krijgen. Hetinstructieboekje kan daar op velemanieren toe bijdragen. Wij raden u tenzeerste aan het completeinstructieboekje door te lezen. Om dekans op letsel te beperken, moet u metname de gedeeltes metWAARSCHUWING en OPMERKINGdoor het gehele instructieboekje lezen.De afbeeldingen vormen eenwaardevolle aanvulling op de tekst. In uwinstructieboekje vindt u informatie overde kenmerken, over belangrijkeveiligheidsaspecten en over het rijdenonder diverse omstandigheden.De algemene indeling van hetinstructieboekje vind u in deINHOUDSOPGAVE. De index vormt eengoede ingang om de gewenste passagete vinden.Hoofdstukken: Dit instructieboekje heeftacht hoofdstukken en een index.

Elkhoofdstuk begint met een korteinhoudsopgave, zodat u direct kunt zienof het gewenste hoofdstuk de gewensteinformatie bevat.U vindt verschillende WAARSCHU-WINGEN, OPMERKINGEN enAANWIJZINGEN in dit instructieboekje.Deze dienen ter vergroting van uwpersoonlijke veiligheid. Lees ALLEprocedures en aanbevelingen in dezeWAARSCHUWINGEN, OPMERKINGENen AANWIJZINGEN nauwkeurig door enneem ze in acht.✽✽ AANWIJZINGAANWIJZING geeft aan dat erinteressante of nuttige informatie wordtgegeven.GEBRUIK VAN DIT INSTRUCTIEBOEKJEWAARSCHUWING Een WAARSCHUWING wijst u eropbijzonder voorzichtig te zijn tervoorkoming van schade en ernstigletsel.OPMERKINGInformatie waar OPMERKING bijstaat, dient ervoor om te voorkomendat u een fout maakt waardoor uwauto beschadigd zou kunnen raken.ED(FL) Dutch-1.qxp 12/9/2009 10:15 AM Page 2

13IntroductieBenzinemotorLoodvrijGebruik voor optimale prestaties van uwauto loodvrije benzine met eenoctaangetal van 95 RON/91 AKI ofhoger.Gebruik uitsluitend loodvrije benzine meteen octaangetal van 91~94 RON/87~90AKI of meer voor uw nieuwe Kia.Bij gebruik van LOODVRIJE BENZINEzijn de prestaties maximaal en deuitlaatgassen het schoonst en wordtvervuiling van de bougies tegengegaan.Benzine die alcohol en methanolbevatIn sommige landen is naast benzine ookgasohol verkrijgbaar. Dit is een mengselvan benzine en ethanol of methanol.Gebruik dit mengsel niet met meer dan10% ethanol en gebruik geen benzine ofmengsel dat methanol bevat.

Dezebrandstoffen kunnen rijproblemen enschade aan het brandstofsysteemveroorzaken.Gebruik gasohol niet langer wanneer errijproblemen optreden.Schade aan de auto of rijproblemenvallen mogelijk niet onder defabrieksgarantie wanneer ze veroorzaaktworden door het gebruik van:1. Benzinemengsels met meer dan 10%ethanol.2. Benzine of gasohol die methanolbevat.3. Loodhoudende benzine.VEREISTE BRANDSTOFWAARSCHUWING • Probeer de tank niet verder tevullen nadat het vulpistoolautomatisch is afgeslagen.• Controleer altijd of de tankdopgoed vastgedraaid is, om morsenvan brandstof in geval van eenaanrijding te voorkomen.OPMERKINGGEBRUIK NOOIT LOODHOUDENDEBENZINE. Loodhoudende benzineis schadelijk voor de katalysator ende lambdasensor van het motor-regelsysteem en zal de emissie-regeling nadelig beïnvloeden.Voeg nooit brandstofadditievenproducten toe aan het brand-stofsysteem.

Introductie41Gebruik van MTBEGeadviseerd wordt geen brandstof in uwauto te gebruiken die meer dan 15,0volumeprocent MBTE (Methyl TertiairButyl Ether) (zuurstofmassa 2,7%) bevat. Brandstof die meer dan 15,0volumeprocent MBTE (zuurstofmassa2,7%) bevat kan de prestaties van deauto in negatieve zin beïnvloeden endampvorming of slecht aanslaanveroorzaken. Gebruik geen methanolUw auto is niet geschikt voor het gebruikvan methanol (methylalcohol). Dit typebrandstof heeft een negatieve invloed opde prestaties van uw auto en kan schadeaan het brandstofsysteem veroorzaken. Benzines die het milieu minderbelastenOm een bijdrage te leveren aan hettegengaan van luchtverontreiniging,wordt geadviseerd benzine te gebruikendie reinigende additieven bevat. Dezebenzines helpen inwendigeverontreiniging te voorkomen.

Hetgebruik van niet-goedgekeurdebrandstoffen en/of brandstof-toevoegingen heeft een beperking vande garantie tot gevolg. Het cetaangetal van de dieselbrandstofvoor uw auto moet hoger zijn dan 52. Alser twee soorten diesel leverbaar zijn,moet afhankelijk van de temperatuurworden gekozen voor zomer- ofwinterdiesel. • Boven -5°C (23°F)…zomerdiesel. • Beneden -5°C (23°F).

winterdiesel. Houd het brandstofpeil zorgvuldig in degaten : als de motor afslaat bij gebrekaan brandstof, moet het completebrandstofsysteem worden ontluchtalvorens de motor opnieuw gestart kanworden. OPMERKINGSchade aan het brandstofsysteemvan uw auto of het verhelpen vanproblemen met betrekking tot deprestaties van de auto worden nietdoor de garantie gedekt indien zeveroorzaakt worden door brandstofdie methanol bevat of brandstof diemeer dan 15,0 volumeprocentMTBE (Methyl Tertiair Butyl Ether)(zuurstofmassa 2,7%) bevat. ED(FL) Dutch-1. qxp 12/9/2009 10:15 AM Page 4.

15IntroductieBiodieselIndien uw auto aan de EN 14214-norm ofvergelijkbaar voldoet, mag bij hetbenzinestation verkrijgbare diesel-mengsels met niet meer dan 7%biodiesel, algemeen bekend als “B7-diesel” worden gebruikt. (EN staat voor“European Norm”). Het gebruik vanbiobrandstoffen van meer dan 7%gemaakt uit koolzaad methylester(RME), vetzuur methylester (FAME),plantaardige methylester (VME), enz. ofeen diesel/biodieselmengsel zal deslijtage bespoedigen en kan de motor ofhet brandstofsysteem beschadigen. Reparatie of vervanging van versleten ofbeschadigde onderdelen als gevolg vanhet gebruik van niet-goedgekeurdebrandstoffen valt niet onder defabrieksgarantie. U hoeft de auto niet gedurende eenbepaalde periode in te rijden. U kuntechter door het opvolgen van een paareenvoudige aanwijzingen gedurende deeerste 1.

000 km de prestaties, hetbrandstofverbruik en de levensduur vanuw auto in positieve zin beïnvloeden. • Voer het toerental van de motor niet tehoog op. • Zorg ervoor dat het toerental van demotor (omw/min of omwentelingen perminuut) tijdens het rijden niet hogerwordt dan 3. 000 omw/min. • Rijd niet gedurende langere tijd meteen constante snelheid. Om de motorgoed in te rijden, moet hetmotortoerental worden gevarieerd. • Vermijd plotseling afremmen, behalvein noodgevallen, om de onderdelenvan het remsysteem de gelegenheid tegeven op elkaar in te lopen. • Laat de motor niet langer dan 3minuten achtereen stationair draaien. • Trek gedurende de eerste 2. 000 km(1. 200 mijl) met uw auto geenaanhanger. INRIJPROCEDUREOPMERKING• Zorg ervoor dat er geen benzineof water in de brandstoftankterechtkomt.

Als dat wel het gevalis, moet de brandstoftank wordenafgetapt en moet het brandstof-systeem worden ontlucht omschade aan de brandstofpomp ende motor te voorkomen. • In de winter mag, om afslaan vande motor door vlokken van debrandstof te voorkomen,petroleum aan de brandstofworden toegevoegd als detemperatuur daalt tot lager dan10°C (14°F).

Gebruik nooit meerdan 20% petroleum. OPMERKING• Gebruik nooit brandstof,ongeacht of diesel, B7-biodieselof anderszins, dat niet aan demeest recente specificatiesvoldoet. • Gebruik nooit brandstof-toevoegingen en dergelijke dieniet door de fabrikant zijnaanbevolen of goedgekeurd. OPMERKING- DieselbrandstofHet is raadzaam om alleendieselbrandstof te gebruiken diegeschikt is voor voertuigen met hetroetfiltersysteem. Als u dieselbrandstof gebruikt meteen hoog zwavelgehalte (meer dan50 ppm ) en niet gespecificeerdeadditieven, kan het roetfilter-systeem beschadigen en witte rookworden waargenomen. ED(FL) Dutch-1. qxp 12/9/2009 10:15 AM Page 5.

33Veiligheidsysteem van uw autoWAARSCHUWING- Bestuurdersstoel• Probeer de stoel nooit tijdens hetrijden te verstellen. Hierdoor kuntu de controle verliezen waardooreen ongeluk met ernstig letsel ofschade het gevolg kan zijn.• Zorg ervoor dat de rugleuningaltijd in de normale positie kanstaan. Als de rugleuningvanwege hinderlijk geplaatstevoorwerpen of andere oorzakenniet goed vergrendeld kanworden, kan dit bij een noodstopof aanrijding ernstig letsel totgevolg hebben.• Zet voor het wegrijden derugleuning altijd rechtop enplaats de heupgordel strak en zolaag mogelijk over de heupen.

Indeze positie bent u in geval vaneen aanrijding het bestebeschermd.• Ga zo ver van het stuurwiel afzitten als mogelijk is zonder datdit ten koste gaat van hetbedieningscomfort om onnodigen wellicht ernstig letsel door deairbag te voorkomen.Geadviseerd wordt een minimaleafstand van 250 mm tussen uwbovenlichaam en het stuurwiel.WAARSCHUWING- Opklappen van derugleuningZorg ervoor, indien u de rugleuningweer rechtop zet, dat u dezevasthoudt en rustig omhoog klapt.Als u de rugleuning niet vasthoudttijdens het omhoog klappen, kan derugleuning terugschieten waardooru letsel kunt oplopen.WAARSCHUWING- Losliggende voorwerpenLosliggende voorwerpen in devoetenruimte van de bestuurderkunnen de werking van de pedalennadelig beïnvloeden en mogelijkeen ongeval veroorzaken.

Veiligheidsysteem van uw auto43Afstellen van voorstoel Voorwaartse/achterwaartse richtingVerstel de stoel als volgt naar voren ofnaar achteren:1. Houd de hendel voor delangsverstelling aan de voorzijde vande stoel omhooggetrokken. 2. Schuif de stoel in de gewenste positie. 3. Laat de hendel los en controleer of destoel vergrendeld is. Stel de stoel af voordat u gaat rijden encontroleer of de stoel goed vergrendeldis door te proberen deze handmatig naarvoren of achteren te schuiven. Als destoel beweegt, dan is hij niet goedvergrendeld. (Vervolg)• Controleer na het terugklappenvan de rugleuning of deze goedvergrendeld is door te proberenhem naar voren en naar achterente bewegen. • Voorkom de kans opbrandwonden en verwijderdaarom de vloerbedekking in debagageruimte niet. De emissie-regelsystemen onder de vloerbrengen hoge uitlaattempera-turen met zich mee.

WAARSCHUWING- Rugleuning achterbank• De rugleuning achter moet goedvergrendeld zijn. Als dat niet hetgeval is, kunnen passagiers enobjecten in geval van afremmenof een aanrijding plotseling naarvoren schieten, waardoor ernstigletsel kan ontstaan. • Bagage en andere lading moetplat in de bagageruimte wordengelegd. Als de objecten groot ofzwaar zijn, of moeten wordengestapeld, moeten ze wordenvastgezet. Objecten in debagageruimte mogen nooit hogerworden gestapeld dan derugleuning. Het niet opvolgenvan deze waarschuwingen kanleiden tot ernstig letsel in gevalvan afremmen of een aanrijding. • In de bagageruimte mogen geenpassagiers vervoerd worden entijdens het rijden mogen er geenpassagiers zitten of liggen op eenneergeklapte rugleuning. Allepassagiers moeten zitten en deaanwezige veiligheidsgordelsdragen.

(Vervolg)WAARSCHUWING Controleer na het afstellen van destoel altijd of deze goed isvergrendeld, door te proberen dezenaar voren of achteren te schuivenzonder de ontgrendelhendel tegebruiken. Als de bestuurdersstoelplotseling in beweging komt, kunt ude controle over de auto verliezen. OED036015ED(FL) Dutch-3.

35Veiligheidsysteem van uw autoRugleuning afstellenDraai de knop naar voren of naarachteren om de rugleuning in degewenste stand te zetten.Afstellen van de zittinghoogte(bestuurdersstoel)Duw de hendel aan de zijkant van dezitting omhoog of omlaag om de hoogtevan de zitting te veranderen.• Duw de hendel een aantal maalomlaag om de zitting lager af te stellen.• Trek de hendel een aantal maalomhoog om de zitting hoger af testellen.Lendensteun (indien van toepassing)De lendensteun kan worden verstelddoor de hendel aan de zijkant van derugleuning te bewegen. Door hetverdraaien van de hendel neemt delendensteun toe of af.OED036016OED036017 OED036018ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:11 PM Page 5

Veiligheidsysteem van uw auto63HoofdsteunDe stoelen van de bestuurder envoorpassagier zijn voor extra veiligheiden comfort voorzien van een hoofdsteun.De hoofdsteun biedt niet alleen comfort,maar helpt tevens bij de beschermingvan hoofd en nek van de inzittenden bijeen aanrijding.Afstellen van de hoogteHoger: trek de hoofdsteun omhoog omhem in de gewenste positie (1) te zetten.Lager: druk de ontgrendelknop (2) in enlaat de hoofdsteun in de gewenstepositie (3) zakken.WAARSCHUWING • Voor een optimale beschermingin geval van een aanrijding moetde hoofdsteun zo afgesteld zijndat het midden van dehoofdsteun zich op dezelfdehoogte bevindt als hetzwaartepunt van het hoofd vande inzittende. Over het algemeenbevindt het zwaartepunt van hethoofd zich op dezelfde hoogte alsde bovenzijde van de ogen.Zorg dat de hoofdsteun zich zodicht mogelijk bij uw hoofdbevindt.

Gebruik daarom geenkussen waardoor het lichaamverder van de rugleuning af komt.• Gebruik de auto niet als dehoofdsteunen zijn verwijderd. Ingeval van een aanrijding kan danernstig letsel ontstaan. Een goedafgestelde hoofdsteun biedtoptimale bescherming tegennekletsel.• Verstel de hoofdsteun van debestuurder niet als de auto rijdt.OPA039052OED036072ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:11 PM Page 6

37Veiligheidsysteem van uw autoVerwijderenTrek de hoofdsteun zo ver mogelijkomhoog en druk vervolgens deontgrendelknop (1) in om de hoofdsteunte verwijderen (2).Stop, om de hoofdsteun terug te plaatsen,de pennen van de hoofdsteun (3) in degaten terwijl u de ontgrendelknop (1)indrukt. Stel de hoofdsteun vervolgens afop de gewenste hoogte.Als de auto is uitgerust met een actievehoofdsteun, kunt u de hoofdsteun nietverwijderen.Actieve hoofdsteun (indien van toepassing)De actieve hoofdsteun is ontworpen omnaar voren en boven te bewegen bij eenaanrijding van achteren. Dit voorkomt dathet hoofd van de bestuurder ofvoorpassagier naar achteren beweegtwaardoor nekletsel kan ontstaan.De actieve hoofdsteunen kunnen, vooruw eigen veiligheid, niet wordenverwijderd.

Laat de auto controleren dooreen officiële KIA-dealer wanneer er eenprobleem is ontstaan met een actievehoofdsteun.Stoelverwarming (indien van toepassing)Met de stoelverwarming kunnen devoorstoelen bij lage buitentemperaturenverwarmd worden. De stoelverwarmingkan worden ingeschakeld door op deschakelaar te drukken voor debestuurdersstoel en/of de stoel van devoorpassagier als het contact in standON staat.• Iedere keer als u op de toets druktverandert de temperatuurinstellingvoor de stoel als volgt:WAARSCHUWING Zorg dat de hoofdsteun wordtvergrendeld nadat deze is versteld,zodat de inzittenden optimaalbeschermd zijn.HNF2041-1OED030073 OED030019OFF HIGH ( ) MID ( )LOW ( )ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:11 PM Page 7

Veiligheidsysteem van uw auto83• De standaardinstelling voor destoelverwarming is UIT als het contactin stand ON wordt gezet.Laat de schakelaars in stand UIT staanals de stoelverwarming niet gebruikthoeft te worden.✽✽AANWIJZING• Als de schakelaars voor destoelverwarming in stand AAN staan,schakelt de stoelverwarmingautomatisch aan of uit, afhankelijkvan de temperatuur van de stoel.• Laat de stoelverwarming controlerendoor een officiële dealer wanneer deverwarming niet werkt bij eenomgevingstemperatuur die lager isdan 21°C (70°F).WAARSCHUWING- Verbranding door destoelverwarmingWees erg voorzichtig bij hetgebruik van de stoelverwarmingvanwege het gevaar vooroververhitting, waardoor brand kanontstaan. Vooral de volgendecategorieën personen dienen ergvoorzichtig te zijn:1. Kinderen, ouderen, gehandi-capten en ziekenhuispatiënten2. Personen met een gevoelige huid3. Vermoeide personen4.

Til de voorzijde van de zitting op.WAARSCHUWING- Opbergvakken rugleuningPlaats geen zware of scherpevoorwerpen in de opbergvakken.Bij een ongeval kunnen ze uit deopbergvakken geslingerd wordenen inzittenden verwonden.OUN028040/HWAARSCHUWING Het doel van de opklapbarerugleuning (of zitting) is het vervoervan langere voorwerpen mogelijk temaken waarvoor anders geenruimte is.Laat nooit iemand op eenneergeklapte rugleuning zitten alsde auto rijdt omdat dat geen veiligepositie is en omdat dan deveiligheidsgordels niet gebruiktkunnen worden. Hierdoor kan bijeen aanrijding of een noodstopernstig letsel ontstaan. Voorwerpendie op de neergeklapte rugleuningvervoerd worden mogen niet bovende bovenzijde van de voorstoelenuitsteken. Als dat wel het geval iskan de lading bij een noodstop naarvoren schuiven en letsel of schadeveroorzaken.OED036023AED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:12 PM Page 9

Zorg ervoor dat derugleuning vergrendeld is (rodegedeelte is niet zichtbaar).5. Plaats de veiligheidsgordel weer in dejuiste positie.WAARSCHUWING Bij het terugzetten van deachterbank in zijn oorspronkelijkepositie nadat de bank isneergeklapt:Let erop dat het materiaal van degordel of de gesp niet beschadigdworden. Zorg ervoor dat de gordelof gesp niet klem komen te zitten.Controleer of de rugleuning goedvergrendeld is door tegen debovenzijde van de rugleuning tedrukken. Anders kan bij eenaanrijding of noodstop derugleuning naar voren klappen,waardoor de bagage in hetpassagierscompartiment terechtkan komen en de inzittendenernstig letsel zouden kunnenoplopen.OPMERKING- Achterbank 3-deursLaat de rugleuning achter niet telang neergeklapt.Door de wrijving tussen derugleuning en de zitting kan debekleding van de achterbankbeschadigd raken.ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:12 PM Page 11

Het niet opvolgen vandeze stappen kan ertoe leiden datde auto zich onbedoeld inbeweging zet als de selectiehendelper ongeluk in een andere standgezet wordt.WAARSCHUWING- BagageBagage moet altijd wordenvastgezet om te voorkomen dat hetbij een aanrijding door de autowordt geslingerd, waardoor deinzittenden letsel kunnen oplopen.Wees extra voorzichtig met hetplaatsen van voorwerpen op deachterstoelen, omdat ze inzittendenvoorin kunnen raken bij eenfrontale aanrijding.OPMERKING- Veiligheidsgordels achterVergeet niet bij het omhoogklappen van de rugleuning deschoudergordels in de juiste positiete plaatsen.OPMERKING - Voorkombeschadiging van deveiligheidsgordels achterPlaats de gordelsluiting in deuitsparing tussen de zitting en derugleuning wanneer u derugleuning voorover klapt ofwanneer u bagage op deachterbank plaatst.

313Veiligheidsysteem van uw autoAfstellen van de hoogteHoger: trek de hoofdsteun omhoog omhem in de hoogste positie (1) te zetten.Lager: druk de ontgrendelknop (2) in enzet de hoofdsteun in de laagste positie(3).VerwijderenTrek de hoofdsteun zo ver mogelijkomhoog en druk vervolgens deontgrendelknop (1) in om de hoofdsteunte verwijderen (2). Stop, om dehoofdsteun terug te plaatsen, de pennenvan de hoofdsteun (3) in de gaten terwijlu de ontgrendelknop (1) indrukt. Stel dehoofdsteun vervolgens af op degewenste hoogte.WAARSCHUWING • Voor een optimale beschermingin geval van een aanrijding moetde hoofdsteun zo afgesteld zijndat het midden van dehoofdsteun zich op dezelfdehoogte bevindt als hetzwaartepunt van het hoofd vande inzittende.

Over het algemeenbevindt het zwaartepunt van hethoofd zich op dezelfde hoogte alsde bovenzijde van de ogen.Zorg dat de hoofdsteun zich zodicht mogelijk bij uw hoofdbevindt. Gebruik daarom geenkussen waardoor het lichaamverder van de rugleuning af komt.• Gebruik de auto niet als dehoofdsteunen zijn verwijderdomdat dan in geval van eenaanrijding ernstig letsel kanontstaan. Een goed afgesteldehoofdsteun biedt een zo optimaalmogelijke bescherming tegenernstig nekletsel.WAARSCHUWINGZorg dat de hoofdsteun wordtvergrendeld nadat deze is versteld,zodat de inzittenden optimaalbeschermd zijn.OED036030 OED030031ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:12 PM Page 13

Alseen kind van 12 jaar of ouder opde voorpassagiersstoel vervoerdmoet worden, moet hij of zij deveiligheidsgordel op de juistemanier dragen en moet de stoelzover mogelijk naar achterenworden gezet.(Vervolg)WAARSCHUWINGVeiligheidsgordels zijn ontworpenom aan te liggen tegen debotstructuur in het lichaam enmoeten daarom zo laag mogelijkover het bekken of het bekken, deborst en de schouder, afhankelijkvan het type gordel, gedragenworden; het dragen van hetheupgedeelte over de onderbuikmoet voorkomen worden.De veiligheidsgordel moet zo strakmogelijk tegen het lichaam aangedragen worden, voor zover hetcomfort het toelaat, om eenmaximale bescherming te kunnenbieden.Een loshangende veiligheidsgordelbiedt veel minder bescherming.(Vervolg)(Vervolg)• Draag nooit de schoudergordelonder de arm door of achter uwrug.

Het niet op de juiste maniergebruiken van de schoudergordelkan bij een aanrijding resulterenin ernstig letsel. Deschoudergordel moet over hetmidden van uw schouder wordengedragen, over uw sleutelbeen.• Zorg ervoor dat deveiligheidsgordels niet gedraaidzitten. Als de gordel gedraaid is,werkt hij minder effectief. Bij eenaanrijding kan een gedraaideveiligheidsgordel zelfssnijwonden veroorzaken. Zorg erdaarom voor dat de gordel nietverdraaid zit.• Let erop dat het materiaal van degordel niet beschadigd wordt.Laat een beschadigdeveiligheidsgordel vervangen.ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:12 PM Page 15

Veiligheidsysteem van uw auto163Waarschuwingssysteem voor deveiligheidsgordelsType AAls herinnering voor bestuurder lichttelkens als het contact in stand ON wordtgezet het waarschuwingslampje van deveiligheidsgordels gedurende 6seconden op, ongeacht of de gordels zijnvastgemaakt.Wanneer de veiligheidsgordel van debestuurder niet vastgemaakt is nadat hetcontact in stand ON is gezet, zal hetwaarschuwingslampje nogmaalsgedurende 6 seconden gaan knipperen.1GQA2083(Vervolg)Voorkomen moet worden dat degordel in aanraking komt metpolijstmiddelen, olie enchemicaliën, in het bijzonderaccuzuur. De veiligheidsgordelskunnen op een veilige maniergereinigd worden met een mildezeepoplossing. De veiligheids-gordel moet worden vervangen alshij gerafeld, verontreinigd ofbeschadigd is.

De veiligheidsgordelmoet ook worden vervangen als hijgedragen is tijdens een zwareaanrijding, ook al is de gordel nietzichtbaar beschadigd. Bij hetdragen mag de gordel niet gedraaidzitten. Elke veiligheidsgordel magmaar door één persoon gedragenworden; het is gevaarlijk een kindop schoot te vervoeren met degordel om beide personen heen.WAARSCHUWINGEr mogen geen wijzigingen aan degordel worden aangebracht ofhulpmiddelen worden gebruikt dievoorkomen dat het gordel-mechanisme de gordel strak tegenhet lichaam aan kan trekken of diehet verstellen van de gordelonmogelijk maken.ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:12 PM Page 16

317Veiligheidsysteem van uw autoWanneer de veiligheidsgordel van debestuurder niet vastgemaakt is, zalgedurende ongeveer 6 seconden eenwaarschuwingszoemer klinken zodra hetcontact in stand ON wordt gezet. Ditgebeurt ook als de veiligheidsgordelweer losgemaakt wordt als het contact instand ON staat. In dat geval stopt dezoemer onmiddellijk als deveiligheidsgordel is vastgemaakt. (indienvan toepassing)OED030090AType B(1) Waarschuwingslampje veiligheidsgordel bestuurdersstoel(2) Waarschuwingslampje veiligheidsgordel voorpassagier(3) Waarschuwingslampje veiligheidsgordel passagier links achter (indien van toepassing)(4) Waarschuwingslampje veiligheidsgordel passagier midden achter (indien van toepassing)(5) Waarschuwingslampje veiligheidsgordel passagier rechts achter(indien van toepassing)Type A Type BED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:12 PM Page 17

Veiligheidsysteem van uw auto183VoorAls herinnering voor bestuurder envoorpassagier brandt telkens als hetcontact in stand ON wordt gezet hetwaarschuwingslampje van deveiligheidsgordels gedurende 6 seconden,ongeacht of de gordels zijn vastgemaakt. Wanneer de veiligheidsgordel van debestuurder of voorpassagier nietvastgemaakt is als het contact in stand ONwordt gezet, zal het waarschuwingslampjegaan branden. Dit gebeurt ook als deveiligheidsgordel weer losgemaakt wordtals het contact in stand ON staat. Als u de veiligheidsgordel nog steeds nietdraagt en de rijsnelheid hoger wordt dan 9km/h, zal het brandende waarschuwings-lampje gaan knipperen totdat derijsnelheid lager wordt dan 6 km/h.

Als u door blijft rijden zonder dat u deveiligheidsgordel draagt en sneller gaatrijden dan 20 km/h, zal dewaarschuwingszoemer gedurendeongeveer 100 seconden klinken en zal hetdesbetreffende waarschuwingslampjegaan knipperen. Daarnaast zal de waarschuwingszoemerongeveer 100 seconden klinken wanneeru uw veiligheidsgordel weer losmaakt ende rijsnelheid 9 km/h of meer bedraagt enhet bijbehorende waarschuwingslampjeknippert of brandt, afhankelijk van dehierboven beschreven rijsnelheid. ✽✽AANWIJZING• Het waarschuwingslampje voor degordel voor de voorpassagier bevindtzich in de middenconsole. • Ook als er geen passagier op de stoelzit, zal het waarschuwingslampjegedurende 6 seconden knipperen ofbranden. • De waarschuwing voor de gordel vande voorpassagier kan in werkingtreden als bagage op de voor-passagiersstoel wordt geplaatst.

Waarschuwingslampjeveiligheidsgordel achterpassagier(indien van toepassing)Als de veiligheidsgordel achter nietgedragen wordt als het contact in standON wordt gezet (motor draait niet), zalhet bijbehorende waarschuwingslampjerood gaan branden en als deveiligheidsgordel omgedaan wordt, zalhet bijbehorende waarschuwingslampjegroen gaan branden.

Na het starten van de motor en hetwegrijden zal na 35 seconden hetbijbehorende waarschuwingslampjedoven als u langzamer rijdt dan 9 km/h. Als alle achterpassagiers hun gordeldragen, zal het groene waarschuwings-lampje voor de veiligheidsgordels doven. Als u harder rijdt dan 9 km/h, zal na 35seconden het bijbehorende waar-schuwingslampje (veiligheidsgordel om:groen; veiligheidsgordel niet om: rood)aan en uit gaan. Als de veiligheidsgordel achter wordtlosgenomen bij een snelheid die hoger isdan 9 km/h, zal het bijbehorendewaarschuwingslampje gedurende 35seconden gaan knipperen. Maar als de veiligheidsgordel tweemaallosgenomen wordt binnen 9 secondennadat de gordel is omgedaan, zal hetwaarschuwingslampje voor deveiligheidsgordel niet werken. ED(FL) Dutch-3. qxp 10/28/2009 3:12 PM Page 18.

319Veiligheidsysteem van uw autoDriepuntsgordelVastmaken van uw gordel:Trek de gordel uit de blokkeerautomaaten plaats de metalen gesp (1) in degordelsluiting (2). Wanneer de gesp in degordelsluiting vergrendelt, is een klikhoorbaar.De veiligheidsgordel kan zich alleenautomatisch tot de juiste lengte oprollenals u eerst handmatig het heupgedeeltevan de gordel strak over uw heupen trekt.Als u zich langzaam voorover beweegt,rolt de gordel af en heeft u een maximalebewegingsruimte. Bij een noodstop ofeen aanrijding echter zal de gordelgeblokkeerd worden. Daarnaast zal degordel blokkeren wanneer u te snel naarvoren buigt.✽✽AANWIJZINGAls het u niet lukt om de veiligheids-gordel uit de blokkeerautomaat tetrekken, trek dan krachtig aan de gordelen laat deze vervolgens los.

U kunt dande gordel gemakkelijk uittrekken.U kunt de hoogte van het bovenstebevestigingspunt in vier standenafstellen voor maximaal comfort en eenmaximale veiligheid.De gordel biedt geen optimalebescherming als de veiligheidsgordel tedicht langs de nek loopt. Hetschoudergedeelte van de gordel moetzodanig zijn aangepast dat het over deborst en het midden van de schouderloopt, en nooit over de nek.Verhoog of verlaag het bovenstebevestigingspunt van de veiligheids-gordel tot de juiste hoogte.OUN026100VoorstoelB180A01NFED(FL) Dutch-3.qxp 12/9/2009 10:51 AM Page 19

Veiligheidsysteem van uw auto203Trek het bovenste bevestigingspunt (1)omhoog om het hoger af te stellen. Drukhet bovenste bevestigingspunt omlaag(3) en houd daarbij de knop (2) ingedruktom het bovenste bevestigingspunt lageraf te stellen.Laat de knop los om het bovenstebevestigingspunt in de ingestelde positiete blokkeren. Probeer het bovenstebevestigingspunt omhoog of omlaag teschuiven om te controleren of hetgeblokkeerd is.Gebruik voor het bevestigen van demiddelste veiligheidsgordel achter degordelsluiting met de aanduidingCENTER. (indien van toepassing)WAARSCHUWING• Controleer of het bovenstebevestigingspunt op de juistehoogte geblokkeerd is. Laat hetschoudergedeelte van de gordelnooit langs uw nek of over ugezicht lopen.

Een onjuistgedragen veiligheidsgordel kanbij een aanrijding leiden toternstig letsel.• Als u de veiligheidsgordels naeen aanrijding niet laatvervangen, kan het gebeuren datze u bij een eventuele volgendeaanrijding niet goed beschermen,waardoor ernstig letsel kanontstaan. Laat de veiligheidsgordelsvan uw auto na een aanrijding zo snelmogelijk vervangen.B200A02NFWAARSCHUWINGU moet het heupgedeelte van deveiligheidsgordel zo laag mogelijkover uw heupen dragen en niet overuw middel. Als u de gordel te hoogover uw middel draagt, neemt dekans op letsel bij een aanrijdingtoe. Draag de gordel niet onder ofover uw beide armen. De gordelmoet over de ene arm en onder deandere arm door lopen, zoalsaangegeven in de afbeelding.Draag nooit de schoudergordelonder de arm door die zich hetdichtst bij het portier bevindt.OED030121ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:12 PM Page 20

321Veiligheidsysteem van uw autoLosmaken van de gordel:De gordel kan worden losgemaakt doorop de ontgrendelknop (1) van degordelsluiting te drukken. Als de gordellosgemaakt is, moet hij automatischoprollen.Controleer als dat niet gebeurt of degordel niet gedraaid is en probeer hetopnieuw.Opbergen van veiligheidsgordelsachterAls de veiligheidsgordels achterin nietgebruikt worden, kunnen degordelsluitingen in het opbergvak tussenrugleuning in zitting worden geschoven.Gordelspanner veiligheidsgordel (indien van toepassing)De veiligheidsgordels van de bestuurderen voorpassagier zijn uitgerust metgordelspanners. Het doel van degordelspanner is ervoor te zorgen dat deveiligheidsgordel strak tegen het lichaamvan de inzittende ligt bij bepaaldefrontale aanrijdingen.

Veiligheidsysteem van uw auto223Wanneer plotseling wordt afgeremd ofwanneer de inzittende te snel vooroverprobeert te buigen, wordt de gordel doorde blokkeerautomaat vergrendeld. Bijbepaalde frontale aanrijdingen zal degordelspanner echter geactiveerdworden en zal deze de gordel strakkerom het lichaam van de inzittendetrekken.Als de gordelspanner wordt geactiveerden het systeem registreert dat despankracht van één of beideveiligheidsgordels te groot wordt, zorgteen spankrachtbegrenzer ervoor dat degordel iets wordt gevierd. (indien vantoepassing)Het gordelspannersysteem bestaathoofdzakelijk uit de volgendeonderdelen. De plaats hiervan wordt inde afbeelding aangegeven:1. Waarschuwingslampje AIRBAG2. Blokkeerautomaat met gordelspanner3. AirbagmoduleWAARSCHUWINGVoor een optimale werking van degordelspanner:1. De veiligheidsgordel moet goedwerken en goed afgesteld zijn.Lees a.u.b.

323Veiligheidsysteem van uw auto✽✽AANWIJZING• Zowel de gordelspanner voor debestuurder als die voor devoorpassagier wordt bij bepaaldefrontale aanrijdingen geactiveerd. Degordelspanners worden samen met deairbags geactiveerd als de frontaleaanrijding ernstig genoeg is. • Wanneer de gordelspannersgeactiveerd worden, kan een luideknal hoorbaar zijn en kan er fijn stof,dat doet denken aan rook, zichtbaarworden in hetpassagierscompartiment. Dat zijnnormale verschijnselen en het stof isniet schadelijk. • De fijne stof is normaal gesprokenonschadelijk, maar kan bij personenmet een gevoelige huid irritatieveroorzaken. Tevens dient langduriginademen van de stof vermeden teworden. Was de aan het stofblootgestelde huid zorgvuldig na eenongeval waarbij de gordelspannerszijn geactiveerd.

✽✽AANWIJZINGOmdat de sensor die de airbag activeertin verbinding staat met degordelspanner, zal het waarschuwings-lampje airbag ( ) in het dashboardgedurende ongeveer 6 seconden gaanbranden nadat het contact in stand ONwordt gezet. Daarna zou het lampje uitmoeten gaan. OPMERKINGAls de gordelspanner niet goedwerkt, zal dit waarschuwingslampjegaan branden, ook al is er geendefect aan het airbagsysteem. Alshet waarschuwingslampje airbagniet gaat branden als het contact instand ON wordt gezet, als het nietdooft nadat het gedurendeongeveer 6 seconden heeftgebrand, of als het gaat brandentijdens het rijden, laat dan hetgordelspanner- en/of hetairbagsysteem zo spoedig mogelijkcontroleren door een officiële KIA-dealer. WAARSCHUWING• Gordelspanners zijn ontworpenvoor eenmalig gebruik. Nadat eengordelspanner is geactiveerd,moet deze worden vervangen.

Alle veiligheidsgordels dietijdens een aanrijding zijngebruikt, moeten compleetvervangen worden. • Het mechanisme van degordelspanners wordt tijdens hetactiveren heet. Raak deonderdelen van hetgordelspannersysteem niet aannadat ze geactiveerd zijn. • Probeer nooit zelf degordelspanners te controleren ofte vervangen.

Veiligheidsysteem van uw auto243Voorzorgsmaatregelen metbetrekking tot deveiligheidsgordelsBaby's en kleine kinderenHoud u bij het vervoer van baby's enkleine kinderen aan de wettelijkevoorschriften. Baby- en kinderzitjesmoeten op de juiste manier op deachterbank worden geplaatst engemonteerd. Raadpleeg voor meerinformatie over baby- en kinderzitjes"Kinderzitjes" in dit hoofdstuk.WAARSCHUWINGAlle inzittenden moeten te allentijde hun veiligheidsgordel dragen.Veiligheidsgordels en kinderzitjesbeperken de kans op letsel in gevalvan een aanrijding of eennoodstop. Als de veiligheidsgordelniet gedragen wordt, kunnen deinzittenden te dicht bij een zichvullende airbag komen, delen in hetinterieur van de auto raken of uit deauto geslingerd worden.

Juistgedragen veiligheidsgordelsreduceren deze gevaren inaanzienlijke mate.Volg altijd de voorzorgsmaatregelenmet betrekking tot veiligheidsgordels,airbags en de veiligheid voor deinzittenden in dit instructieboekjezorgvuldig op.(Vervolg)• Een onjuiste behandeling van deonderdelen van het gordel-spannersysteem en het nietopvolgen van de waarschuwin-gen kunnen leiden tot eenonvolledige werking of hetonverhoeds activeren van degordelspanner en tot ernstigletsel.• Draag te allen tijde de veilig-heidsgordel wanneer u in eenauto rijdt of meerijdt.• Als de auto of de gordelspannermoet worden afgevoerd, dient ucontact op te nemen met eenofficiële KIA-dealer.WAARSCHUWINGElke inzittende in uw auto moetgebruik maken van de juistebeschermende systemen, inclusiefbaby's en kleine kinderen.

Houdnooit een kind op uw schoot of inuw armen in een rijdende auto.Door de grote krachten die bij eenaanrijding optreden zal het kind uituw armen en door het interieurgeslingerd worden. Gebruik altijdeen kinderzitje dat geschikt is voorde lengte en het gewicht van hetkind dat er in vervoerd moetworden.ED(FL) Dutch-3.qxp 10/28/2009 3:13 PM Page 24

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kia Cee’d (2010) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden