Kern DE 150K2DL Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Kern DE 150K2DL (39 pagina’s), behorend tot de categorie Spiegelreflexcamera. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 54 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Kern DE 150K2DL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/39
KERN & Sohn GmbH
Ziegelei 1
D-72336 Balingen
E-Mail: info@kern-sohn.com
Tel.:+49-[0]7433- 9933-0
Fax:+49-[0]7433-9933-149
Internet: www.kern-sohn.com
Gebruiksaanwijzing
Platformweegschaal
KERN DE
Versie 5.8
2017-11
NL
DE-BA-nl-1758

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Kern
Categorie: Spiegelreflexcamera
Model: DE 150K2DL

Handleiding Kern DE 150K2DL – volledige tekst

DE-BA-nl-1758 11 2 Grondopmerkingen (algemene informatie) 2. 1 Gebruik volgens bestemming De door u aangekochte weegschaal dient ter bepaling van het gewicht (weegwaarde) van het gewogen materiaal. Hij is ontworpen voor gebruik als een “niet-zelfstandige weegschaal”, d. w. z. het gewogen materiaal met de hand voorzichtig dient te worden geplaatst in het midden van het weegplateau. De weegwaarde kan na bereiken van een stabiele waarde worden afgelezen. 2. 2 Afwijkend gebruik De weegschaal niet voor dynamisch wegen gebruiken. Indien de hoeveelheid gewogen materiaal enigszins verminderd of vergroot wordt, kan het in de weegschaal geplaatste “compensatie en stabilisatie” mechanisme uitlezing van foutieve weegresultaten veroorzaken. (Voorbeeld: De vloeistof vloeit langzaam van de container uit die op de weegschaal is geplaatst. ) Het weegplateau niet aan langdurige belasting blootstellen.

Het kan beschadiging van het meetmechanisme veroorzaken. Stoten en overbelasting van de weegschaal boven aangegeven maximale last (max. ), met bestaande tarravooraftrek, absoluut mijden. Het kan tot beschadiging van de weegschaal leiden. De weegschaal nooit in ruimtes met explosiegevaar gebruiken. Serie-uitvoering is geen explosiebestendige uitvoering. Het is niet toegestaan om wijzigingen in de constructie van de weegschaal aan te brengen. Het kan tot foutieve weegresultaten, veiligheidstechnische overtredingen als ook beschadiging van de weegschaal leiden. De weegschaal mag enkel conform beschreven richtlijnen worden gebruikt. Andere gebruiksbereiken / toepassingsgebieden vereisen schriftelijke toestemming van de firma KERN. 2.

3 Garantie De garantie vervalt ingeval van • niet naleven van onze richtlijnen bepaald in de gebruiksaanwijzing • gebruik niet volgens beschreven toepassingen • wijziging of opening van de apparatuur • mechanische beschadiging en beschadiging als gevolg van werking van media, vloeistoffen • natuurlijk verbruik • onjuiste plaatsing of onjuiste elektrische installatie • overbelasting van het meetmechanisme.

DE-BA-nl-1758 12 2.4 Toezicht over controlemiddelen In het kader van kwaliteitsverzekeringssysteem dienen regelmatig technische meeteigenschappen van de weegschaal en eventueel beschikbare controlegewichten te worden gecontroleerd. Daarvoor dient de bevoegde gebruiker een juist tijdsinterval als ook aard en omvang van dergelijke controle te bepalen. Informatie betreffende toezicht over controlemiddelen zoals de weegschaal en noodzakelijke controlegewichten zijn toegankelijk op de website van de firma KERN (www.kern-sohn.com). De controlegewichten en weegschalen kan men snel en goedkoop ijken in een kalibratielaboratorium van de firma KERN geaccrediteerd door DKD (Deutsche Kalibrierdienst) (terugzetten naar de norm geldende in bepaald land).

3 Veiligheid grondrichtlijnen 3.1 Richtlijnen van de gebruiksaanwijzing nakomen Vóór het plaatsen en aanzetten van de weegschaal dient men onderhavige gebruiksaanwijzing nauwkeurig te lezen, ook indien u al ervaring met KERN weegschalen hebt. 3.2 Personeelscholing Het apparaat mag enkel door geschoolde medewerkers worden bediend en onderhouden. 4 Vervoer en opslag 4.1 Controle bij ontvangst Onmiddellijk na ontvangst van het pakket controleren of er geen zichtbare beschadigingen aanwezig zijn, hetzelfde betreft het apparaat na uitpakken. 4.2 Verpakking / retourvervoer  Alle delen van de originele verpakking dienen te worden behouden voor het geval van eventueel retourvervoer.  Alleen originele verpakking bij retourvervoer gebruiken.  Vóór versturen dienen alle aangesloten kabels en losse/bewegende onderdelen te worden afgekoppeld.

 Indien aanwezig dient de vervoerbescherming opnieuw te worden aangebracht.  Alle delen, bv. het glazen windscherm, het weegplateau, de netadapter, e.d. dienen voor uitglijden en beschadiging te worden beveiligd.

DE-BA-nl-1758 13 5 Uitpakken, installeren en aanzetten 5.1 Plaats van installatie, gebruikslocatie De weegschalen zijn op dergelijke manier geconstrueerd dat er in normale gebruiksomstandigheden geloofwaardige weegresultaten worden bereikt. De keuze van juiste locatie van de weegschaal verzekert een precieze en snelle werking. Daarom dient men bij keuze van plaats van installatie volgende regels in acht te nemen: • de weegschaal op stabiele, even oppervlakte plaatsen; • extreme temperaturen als ook temperatuurverschillen bij bv. plaatsing bij verwarming of in plaatsen met directe werking van zonnestralen mijden; • tegen directe werking van tocht beveiligen die door open ramen en deuren wordt veroorzaakt; • bij wegen stoten mijden; • de weegschaal tegen hoge luchtvochtigheid, dampen en stof beschermen; • het apparaat niet aan langdurige werking van grote vochtigheid blootleggen.

Ongewenst dauwen (condensatie van luchtvocht op het apparaat) kan voorkomen indien een koud apparaat in een veel warmere ruimte wordt geplaatst. In dergelijk geval dient het van netwerk gescheiden apparaat ca. 2 uur aanpassingtijd van de temperatuur met de omgeving ondergaan. • statische ladingen mijden die van gewogen materiaal, weegschaalcontainer komen. Ingeval van elektromagnetische velden (bv. van mobiele telefoons of radioapparatuur), statische ladingen als ook instabiele elektrische voeding zijn grote onregelmatigheden in weergave mogelijk (foutief weegresultaat). Men dient de weegschaal dan te verplaatsen of de storingsbron verwijderen. 5.2 Uitpakken De weegschaal voorzichtig uit de verpakking halen, plastic zakje afnemen en de weegschaal in een aangegeven werkplek plaatsen. 5.2.1 Plaatsing De weegschaal dient zo te worden geplaatst dat het weegplateau horizontaal geplaatst is.

DE-BA-nl-1758 14 5.2.2 Leveringsbereik Serietoebehoren: • Terminal • Platform • Netadapter • Werkdeksel • Gebruiksaanwijzing 5.2.3 Draagconstructie • De weegschaal op even, stevige oppervlakte plaatsen. (zie ook “5.2.1 Plaatsing”) • Eventuele folie van het weegplateau afnemen. 5.3 Contactdoos Elektrische voeding gebeurt door een externe netadapter. De spanningwaarde zichtbaar op de netadapter moet in overeenstemming zijn met lokale spanning. Enkel originele netadapter van de firma KERN gebruiken. Toepassing van andere producten vereist toestemming van de firma KERN.

DE-BA-nl-1758 15 5.4 Werking met batterijvoeding / werking met accuvoeding (optie) Het deksel van batterijcontainer in het benedengedeelte van de weegschaal afnemen. Platte batterij 9 V aansluiten. Opnieuw het deksel van batterijcontainer opleggen. Bij batterijvoeding is de weegschaal voorzien van automatische uitschakeling die door menu geactiveerd en gedeactiveerd kan worden (hoofdstuk 8.1) Men dient daarvoor als volgt te handelen: De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. De toets drukken en gedrukt houden totdat op display het symbool „UNIT” verschijnt. De toets 4 keer drukken, op display verschijnt het symbool „AF”. Met de toets bevestigen. Door de toets is het mogelijk om één van twee onderstaande instellingen te kiezen: 1.

„AF on“: Om de batterij te besparen wordt de weegschaal automatisch uitgeschakeld 3 minuut na voltooien van weging. 2. „AF off“: De uitschakelingfunctie is gedeactiveerd. De gekozen instelling door de toets bevestigen. Indien de batterijen leeg zijn, verschijn het symbool “LO” op display. De toets drukken en onmiddellijk batterijen vervangen. Indien de weegschaal langer niet wordt gebruikt, batterijen eruit nemen en afzonderlijk bewaren. Uitgelekte vloeistof van de batterij kan de weegschaal beschadigen. Indien een optionele accu toegankelijk is, kan hij door een apart contact in de batterijcontainer worden aangesloten. In een dergelijk geval dient men ook de contact-netadapter te gebruiken die samen met accu wordt geleverd.

5.5 Aansluiting van randapparatuur Vóór aansluiten of afkoppelen van extra apparatuur (printer, computer) aan het gegevensinterface dient de weegschaal noodzakelijk van netwerk te worden gescheiden. Alleen accessoires en randapparatuur van de firma KERN die optimaal aan de weegschaal worden aangepast, mogen met de weegschaal worden gebruikt.

DE-BA-nl-1758 16 5. 6 Eerste ingebruikname Om precieze weegresultaten met behulp van elektronische weegschalen te krijgen dienen ze een juiste werkingstemperatuur te bereiken (zie: “Opwarmingstijd”, hoofdstuk 1). Tijdens opwarming moet de weegschaal elektrisch gevoed worden (contact, accu of batterij). De juistheid van de weegschaal is van lokale valversnelling afhankelijk. Men dient de voorschriften van het hoofdstuk "Justeren” absoluut te volgen. 5. 7 Justeren Omdat de waarde van de valversnelling niet op elke plek op aarde gelijk is, dient elke weegschaal aangepast te worden - conform de weegregel voortvloeiende uit regels van natuurkunde - aan de valversnelling op de plaats van instelling van de weegschaal (enkel indien de weegschaal niet in de fabriek op locatie is gejusteerd).

Een dergelijk justeringsproces dient men uit te voeren bij eerste ingebruikname, na elke wijziging van locatie als ook bij veranderingen in de omgevingtemperatuur. Om precieze meetwaarden te bereiken is het aanbevolen om aanvullend cyclisch de weegschaal te justeren ook in de weegmodus. 5. 8 Justeren Justeren dient te worden uitgevoerd met aanbevolen kalibratiegewicht (zie hoofdstuk 1 “Technische gegevens”). Justeren kan ook met gewichten worden uitgevoerd met andere nominale waarden (zie tabel 1), maar het is niet optimaal overeenkomstig de meettechniek. Handelingen tijdens justeren: Voor stabiele omgevingsomstandigheden zorgen. Vereiste opwarmingstijd verzekeren (zie hoofdstuk 1) voor weegschaalstabilisatie. De weegschaal met de toets aanzetten. De toets drukken en gedrukt houden, na akoestisch signaal verschijnt op display het symbool „CAL”.

Vervolgens verschijnt op display blinkende, precieze waarde van gekozen kalibratiegewicht (hoofdstuk 7. 4). Vervolgens het kalibratiegewicht in het midden van het weegplateau plaatsen. Bevestigen door de toets te drukken.

Een moment later verschijnt het symbool “CAL F” en vervolgens wordt de weegschaal automatisch terug in normale weegmodus gezet. Op display verschijnt de waarde van het kalibratiegewicht. Bij foutief justeren of foutieve kalibratiemassa verschijnt het symbool "CAL E". Justeren herhalen. Kalibratiegewicht bij de weegschaal bewaren. Bij toepassing met groot kwaliteitbelang wordt het aanbevolen om dagelijks de nauwkeurigheid van de weegschaal te controleren.

DE-BA-nl-1758 18 6.2 Wegen De weegschaal met de toets aanzetten. Circa 3 seconden lang verschijnt op display de waarde „88888” en vervolgens de waarde „0”. De weegschaal is paraat. Belangrijk: Indien de aanduiding blinkt of geen “0” toont, de toets drukken. Pas nu (!) het gewogen materiaal op weegplateau leggen. Men dient op te letten dat het gewogen materiaal niet op de weegschaalbehuizing of de bodem schuurt. Het totale gewicht wordt afgelezen; daarna verschijnt na positieve stilstandcontrole rechts op het display de weegeenheid (bv. g of kg). Indien het gewogen materiaal zwaarder is dan het weegbereik, symbool “Error” (= overbelasting) verschijnt op display en het akoestische signaal luidt (piep). 6.3 Tarreren De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. De tarracontainer op het weegplateau zetten en de toets drukken.

Op weegschaaldisplay verschijnt de waarde “0”. Containergewicht wordt in het weegschaalgeheugen gememoriseerd. Na voltooid weegproces opnieuw de toets drukken, op display verschijnt opnieuw de waarde “0”. Het tarreren kan willekeurige aantal keren worden herhaald, bijvoorbeeld bij het wegen van enkele ingrediënten van een mengsel (bijwegen). De grens wordt bereikt op het moment dat het hele weegbereik wordt gebruikt. Na afnemen van tarracontainer wordt het gewicht als negatieve aflezing getoond.

DE-BA-nl-1758 19 6.4 PRE-Tare functie Door deze functie is het mogelijk om het gewicht van tarracontainer te memoriseren. De waarde wordt ook dan gememoriseerd als de weegschaal ondertussen wordt uit en opnieuw ingeschakeld. Daarvoor de weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. Tarracontainer op het weegplateau leggen en 6 keer de toets drukken totdat op display het blinkende symbool “PtArE“ verschijnt. Na drukken van de toets wordt het actuele gewicht op de weegschaal gememoriseerd als PRE-Tare gewicht. Om deze functie uit te schakelen dient men, bij ontlast weegplateau, de toets 6 keer drukken totdat op display het symbool “PtArE” blinkt. Druk vervolgens de toets . 6.5 Wegen plus/minus Bijvoorbeeld voor controle van stukgewicht, controle tijdens productie, enz.

De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. Gegeven gewicht op het wegplateau leggen en met de toets de weegschaal tot de waarde “0” tarreren. Gegeven gewicht afnemen. Op het weegplateau de gecontroleerde voorwerpen achtereen stellen, elke afwijking van gegeven gewicht wordt met respectievelijk waardeteken "+" en "-" afgelezen. Op dezelfde manier kunnen verpakkingen worden vervaardigd met hetzelfde gewicht, in overeenstemming met gegeven gewicht. Terug naar weegmodus na drukken van de toets .

DE-BA-nl-1758 20 6.6 Samentellen De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. Kort de toets drukken. Aantal referentiestuks verschijnt: 5. Door meermals de toets te drukken is het mogelijk om volgende aantallen referentiestuks op te vragen. 10, 20, 25 en 50. Op de weegschaal zoveel te tellen elementen leggen als conform ingestelde aantal referentiestuks vereist is. Door de toets bevestigen. De weegschaal is op het ogenblik in optelmodus en telt alle elementen samen die zich op het weegplateau bevinden. Door de toets te drukken wordt de weegschaal terug in weegmodus gezet en gewicht van samengetelde elementen verschijnt. Belangrijk: Hoe groter het aantal referentiestuks hoe preciezer het wegen. Het kleinste te tellen gewicht, zie tabel “Technische gegevens”, na overschrijden ervan wordt op display symbool "Er 1” afgelezen.

Terug naar weegmodus met de toets . Tarracontainers kunnen ook tijdens samentellen worden gebruikt. Vóór samentellen de tarracontainer tarreren met de toets . 6.7 Wegen netto-totaal Gebruikt bij bijwegen in één tarracontainer van een mengsel uit verschillende ingrediënten en aan het einde vereist voor controle van totaalgewicht van alle gewogen componenten (netto-totaal, d.i. zonder het gewicht van tarracontainer). Voorbeeld: De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. Tarracontainer op het wegplateau leggen en met de toets tot de waarde “0” tarreren. Ingrediënt  wegen, met de toets (Geheugen) de weegschaal tot de waarde "0" tarreren. Geheugenactivatie wordt met een driehoek getoond afgelezen bij linkerrand van de display. Ingrediënt  wegen, na drukken van de toets wordt netto-totaal gewicht afgelezen, d.i.

DE-BA-nl-1758 21 Ingrediënt  wegen, na drukken van de toets wordt netto-totaal gewicht afgelezen, d.w.z. totaal gewicht (opgeteld) van ingrediënten  en  en . Indien nodig het recept bijvullen tot gevraagde eindwaarde. Terug naar weegmodus na drukken van de toets . 6.8 Percentagewegen Afgelezen symbool: % Door percentagewegen is aflezen van gewicht in percent, ten aanzien van referentiegewicht, mogelijk. De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. Opnieuw kort de toets drukken. Aantallen van referentiestuks van optelfunctie doorlopen, vervolgens verschijnt op display de waarde “100%”, Referentieobject op de weegschaal leggen. De toets drukken, het objectgewicht wordt als referentiewaarde overgenomen (100%).

DE-BA-nl-1758 22 6.9 Weegeenheden (Unit) De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. De toets drukken en gedrukt houden totdat op display het symbool „UNIT” verschijnt. De toets kort drukken, op het scherm verschijnt de ingestelde eenheid. Door de toets is het mogelijk om tussen verschillende eenheden te kiezen (zie tabel). Na drukken van de toets wordt de gekozen weegeenheid toegepast. Display Aanduiding Omrekeningsfactor 1 g = gram g 1.

kilogram kg 0.001 pond lb 0.0022046226 ons oz 0.035273962 troy ounce ozt 0.032150747 tael (Hongkong) tlh 0.02671725 tael (Taiwan) tlt 0.0266666 grain gn 15.43235835 pennyweight dwt 0.643014931 momme mom 0.2667 tola tol 0.0857333381 karaat ct 5 Willekeurig gekozen factor *) FFA xx.xx *) Om eigen omrekeningsfactor te kiezen dient men als boven beschreven zo lang de toets te drukken dat op display het symbool “FFA” verschijnt. Drukken van de toets leidt naar keuzemenu. Laatste positie begint te blinken. Met de toets wordt de afgelezen waarde met 1 vergroot en met de toets met 1 verminderd. Drukken van de toets leidt tot sprong één positie naar links. Na invoer van alle wijzigingen de ingevoerde waarde met de toets memoriseren en na opnieuw drukken van de toets wordt de „Willekeurig gekozen factor” als actuele weegeenheid overgenomen.

DE-BA-nl-1758 24 6.10 Verlichte achtergrond van display Met behulp van menu kan de functie van displayverlichting worden in- en uitgeschakeld. Men dient daarvoor als volgt te handelen: De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. De toets drukken en gedrukt houden totdat op display het symbool „UNIT” verschijnt. De toets 7 keer drukken, op display verschijnt het symbool „bl”. Bevestigen door de toets te drukken. Door de toets is het mogelijk om één van drie onderstaande instellingen te kiezen: Aanduiding Instelling Functie „bl“ on verlichte achtergrond van display aan Contrastaanduiding die zelfs in het donker zichtbaar is.

DE-BA-nl-1758 25 6.11 Functie dieren wegen De weegschaal is voorzien van een geïntegreerde functie dieren wegen (bepaling van gemiddelde waarde). Daardoor is het mogelijk om huisdieren of kleine dieren te wegen ook als ze niet rustig op het weegplateau staan. Let op: Precies wegen is niet mogelijk als de dieren te beweeglijk zijn. De functie dieren wegen kan met menu aan- en uitgeschakeld worden. Men dient daarvoor als volgt te handelen: De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. De toets drukken en gedrukt houden totdat op display het symbool „UNIT” verschijnt. De toets 8 keer drukken, op display verschijnt het symbool „ANL”. Bevestigen door de toets te drukken.

Door de toets is het mogelijk om één van onderstaande instellingen te kiezen: Aanduiding Functie „ANL“ Off functie dieren wegen uit „ANL“ 3 bepaling van gemiddelde waarde 3 seconden van waarde-aflezen „ANL“ 5 bepaling van gemiddelde waarde 5 seconden van waarde-aflezen „ANL“ 10 bepaling van gemiddelde waarde 10 seconden van waarde-aflezen „ANL“ 15 bepaling van gemiddelde waarde 15 seconden van waarde-aflezen De gekozen instelling door de toets bevestigen. Bediening: De weegschaal met de toets ON aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. Het gewogen materiaal (het dier) op het weegplateau zetten en de toets drukken. Op display verschijnt de vooraf gekozen tijd afgeteld. Ondertussen overneemt de weegschaal enkele meetwaarden. Na bereiken van de waarde “0” luidt een akoestisch signaal en de weegwaarde verschijnt.

DE-BA-nl-1758 26 UnitPrLAPrbaudAFtrCALblANLrstrE CRPrPC AU PC AU Pr BA PrHdrGrSNet tAr N7E PCS AUJ rqtFFD19200 9600 4800 2400 1200on offon off100 200 300 400on off CHoff 3 5 10 15no yes7 Instellingen 7.1 Menustructuur opvragen De weegschaal met de toets aanzetten en afwachten totdat op display de waarde „0” verschijnt. Om toegang tot menustructuur te verkrijgen, ca. 3 s lang de toets gedrukt houden totdat op display het symbool “UNIT” verschijnt. Na drukken van de toets worden verschillende menupunten opgevraagd. Door de toets menupunt kiezen. Binnen bepaalde menupunt gebeurt de keuze door de toets . Na opnieuw de toets te drukken wordt de instelling gememoriseerd.

DE-BA-nl-1758 27 7.2 Menustructuur verlaten Men kan de menustructuur van elke menuplaats verlaten en daarbij de ingevoerde wijzigingen opslaan of wissen. Nadat de toets wordt gedrukt verschijnt op display het symbool “Exit”. A: Bevestigen door de toets (Ja) te drukken. Op display verschijnt het symbool “store”. Om gegevens te memoriseren dient men opnieuw de toets te drukken. Om het menu zonder opslaan te verlaten, dient men de toets (Nee) te drukken. B : Om aan volgende menupunt over te gaan dient men de toets (niet verlaten) te drukken. Na invoer van alle individuele instellingen kunnen ze worden gememoriseerd. 7.3 Doseren en zero tracking Door de functie van automatisch op nul zetten (Auto-Zero) is het mogelijk om kleine gewichtschommelingen automatisch te tarreren.

Indien de hoeveelheid gewogen materiaal enigszins verminderd of vergroot wordt, kan het in de weegschaal geplaatste “compensatie en stabilisatie” mechanisme uitlezing van foutieve weegresultaten veroorzaken. (Voorbeeld: De vloeistof vloeit langzaam van de container uit die op de weegschaal is geplaatst.) Bij doseren met kleine gewichtschommelingen is het aanbevolen om deze functie uit te schakelen. Nadat zero tracking is uitgeschakeld, wordt de weegschaalaanduiding onrustig. Zero tracking activeren/deactiveren Weegschaalaanduiding 1. De toets zo lang gedrukt houden totdat het symbool „Unit” verschijnt. Unit 2. Enkele keren de toets drukken totdat het symbool “tr” verschijnt. tr 3. De functie kan worden geactiveerd door de toets te drukken. tr on (aan) 4. Na volgend drukken van de toets wordt de functie gedeactiveerd. tr off 5. Door de toets worden de gewijzigde instellingen overgenomen.

DE-BA-nl-1758 28 7.4 Keuze van kalibratiegewicht Ingeval van modelreeks KERN DE kan het kalibratiegewicht van drie vooraf bepaalde nominale waarden worden gekozen (ca. 1/3; 2/3; max.) (zie tabel 1 onderaan, fabriekinstellingen met grijze achtergrond). Om de meest waardevolle voor meettechniek weegresultaten te bereiken is het aanbevolen om de mogelijk grootste nominale waarde te kiezen.

DE-BA-nl-1758 31 7.6 Printkeuze Met deze functie wordt geselecteerd, welke gegevens door middel van het interface RS232C gezonden worden (geldt niet voor modus “Gegevenstransmissie” BAPr ).  In de weegmodus toets PRINT ingedrukt houden totdat [Unit] aangegeven wordt.  Toets MODE herhaaldelijk indrukken totdat „LAPr“ aangegeven wordt.  Met toets SET bevestigen, de actuele instelling wordt aangegeven.

 Met toets MODE gewenste uitvoerparameter selecteren Hdr Selectie van de kopregels GrS Uitvoer van het totale gewicht Net Uitvoer van het nettogewicht tAr Uitvoer van het tarragewicht N7E Uitvoer van het opgeslagen gewicht PCS Uitvoer van het aantal stuks AUJ Uitvoer van het gewicht per stuk Rqt Uitvoer van het referentieaantal FFd Uitgave van een bladaanvoer bij start afdrukuitvoer FFE Uitgave van een bladaanvoer bij einde afdrukuitvoer  Selectie met toets SET bevestigen, de actuele status ( on / off ) wordt aangegeven.  Met toets MODE en toets PRINT wordt de status gewijzigd „on  off“.  Selectie met toets SET bevestigen. De weegschaal keert terug naar de weegmodus. Op deze manier kan de gebruiker zijn eigen gegevensblok configureren, dat dan naar een printer of PC gezonden wordt.

DE-BA-nl-1758 32 7.7 Terug naar fabriekinstellingen Met deze functie worden alle weegschaalinstellingen terug op fabrieksinstellingen gezet.  In de weegmodus toets PRINT ingedrukt houden totdat [Unit] aangegeven wordt.  Toets MODE herhaaldelijk indrukken totdat „rSt“ aangegeven wordt.  Met toets SET bevestigen, de actuele instelling wordt aangegeven.  Met toets MODE gewenste instellingen selecteren rSt yes Weegschaal wordt terug op fabrieksinstelling gezet rSt no Weegschaal blijft in individuele instelling  Selectie met toets SET bevestigen. De weegschaal keert terug naar de weegmodus.

DE-BA-nl-1758 35 8.3.4 rE Cr Bevelen van afstandsbediening s/w/t/ worden van afstandsbedieningeenheid naar weegschaal gestuurd in de vorm van ASCII code. Na ontvangst door de weegschaal van s/w/t/ bevelen worden door de weegschaal volgende gegevens verstuurd. Men dient daarbij op te letten dat onderaan vermelde afstandsbedieningbevelen zonder daarop volgende teken CR LF dienen te worden verstuurd. s Functie: Met interface RS232 wordt een stabiele, gewogen gewichtswaarde verstuurd w Functie: Met interface RS232 wordt een (stabiele of onstabiele) gewogen gewichtswaarde verstuurd t Functie: Geen gegevens worden verstuurd, de weegschaal wordt getarreerd. h. Formaat voor stabiele gewichtswaarde/aantal stuks/percentagewaarde 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 M S N1 N2 N3 N4 N5 N6 N7 N8 N9 N10 B U1 U2 U3 CR LF i.

DE-BA-nl-1758 36 SYMBOLEN: 8.4 Uitgave van barcodes naar de printer Men dient de modus van gegevenstransmissie op „BA Pr” instellen (hoofdstuk 8.5.1). Systeemgekozen printer van barcodes is de printer Zebra modelLP2824. Men dient daarbij in acht te nemen dat uitgangformaat van de weegschaal gefixeerd gedefinieerd is en niet kan worden gewijzigd. Printformaat is in de printer gememoriseerd. Dat betekent dat ingeval van beschadiging van de printer geen nieuwe van de fabriek in plaats kan worden gesteld, men dient daarvoor in de firma KERN juiste software te downloaden. Zebra printer en de weegschaal dient men uitgeschakeld te verbinden met de geleverde interfacekabel. Na inschakelen en bedrijfsbereidheid van beide apparaten wordt telkens na drukken van de toets etiket geprint.

DE-BA-nl-1758 37 9 Onderhoud, behouden van werkprestatie, verwijdering 9.1 Reinigen Voordat men met reiniging begint dient men het apparaat van voedingbron te scheiden. Men dient geen agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken (oplosmiddel, e.d.) maar het apparaat enkel met een doekje met zachte zeeploog reinigen. Men dient daarbij op te letten dat het vloeistof niet binnen het apparaat doordringt en na reinigen de weegschaal drogen met een zacht doekje. Losse restanten van monsters / poeder kan men voorzichtig met een kwast of handstofzuiger verwijderen. Verstrooid gewogen materiaal onmiddellijk verwijderen. 9.2 Onderhoud, behouden van werkprestatie Het apparaat mag enkel door geschoolde en door de firma KERN bevoegde medewerkers worden bediend en onderhouden. Voordat men de weegschaal opent, dient ze van het netwerk te worden gescheiden.

DE-BA-nl-1758 38 10 Hulp bij kleine storingen Ingeval van storingen in programmaloop dient men de weegschaal kort uit te zetten en van het netwerk te scheiden. Vervolgens het weegproces opnieuw beginnen. Hulp: Storing Mogelijke oorzaak Gewichtsaflezing brandt niet. • De weegschaal is niet aangezet. • Onderbroken verbinding met het netwerk (voedingskabel niet aangesloten/beschadigd). • Gebrek aan netwerkspanning. Gewichtsaflezing verandert • Tocht/luchtbeweging continu. • Tafel-/grondvibratie • Weegplateau is in contact met vreemde lichamen. • Elektromagnetische velden/statische ladingen (andere instellingplaats voor de weegschaal kiezen/indien mogelijk het apparaat uitzetten dat storingen veroorzaakt) Weegresultaat is duidelijk • Weegschaalaflezing is niet op nul gesteld foutief • Onjuiste justering. • Grote temperatuurverschillen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kern DE 150K2DL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden