Kern CCS 1T-1L Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kern CCS 1T-1L (87 pagina’s), behorend tot de categorie Spiegelreflexcamera. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 6 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Kern CCS 1T-1L of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kern |
| Categorie: | Spiegelreflexcamera |
| Model: | CCS 1T-1L |
Handleiding Kern CCS 1T-1L – volledige tekst
CFS/CCS-BA-nl-1220 3 9 Basismodus. 36 9. 1 Aan- en uitzetten. 36 9. 2 Op nul zetten. 36 9. 3 De weegschaal / weegschaalplatform omschakelen. 36 9. 4 Wegen met tarra. 38 9. 4. 1 Tarreren. 38 9. 4. 2 Numerieke invoer van het tarragewicht. 38 10 Optellen. 39 10. 1 Manueel optellen. 39 10. 1. 1 Manueel optellen — modellen CFS 3K-5, CFS 6K0. 1, CFS 15K0. 2, CFS 30K0. 5. 39 10. 1. 2 Manueel optellen — modellen CFS 50K-3. 41 10. 2 Automatisch optellen. 44 11 Optellen. 45 11. 1 Het gemiddelde stukgewicht door wegen bepalen. 46 11. 1. 1 Modellen CFS 3K-5, CFS 6K0. 1, CFS 15K0. 2, CFS 30K0. 5:. 46 11. 1. 2 Modellen CFS 50K-3:. 47 11. 2 Het gemiddelde stukgewicht numeriek invoeren. 48 11. 3 Automatische optimalisering van de referentiewaarde. 48 11. 4 Optellen met het optelsysteem. 49 12 Wegen van het doelgewicht/ doelaantal stuks en tolerantiecontrole 51 12. 1 Tolerantiecontrole in de weegmodus.
CFS/CCS-BA-nl-1220 9 3 Basisopmerkingen (algemene informatie) 3. 1 Gebruik volgens bestemming De door u aangekochte weegschaal dient ter bepaling van het gewicht (de weegwaarde) van het gewogen materiaal. Hij dient te worden beschouwd als een ―niet-zelfstandige weegschaal‖ d. w. z. de gewogen voorwerpen dienen met de hand voorzichtig te worden geplaatst in het midden van het weegschaalplateau. De weegwaarde kan na bereiken van een stabiele aanduidingwaarde worden afgelezen. 3. 2 Afwijkend gebruik De weegschaal niet voor dynamische wegingen gebruiken. Indien de hoeveelheid gewogen materiaal enigszins verminderd of vergroot wordt, kan het in de weegschaal geplaatste ―compensatie en stabilisatie‖ mechanisme uitlezing van foutieve weegresultaten veroorzaken. (Voorbeeld: de vloeistof vloeit langzaam van de container uit die op de weegschaal is geplaatst.
) Het weegschaalplateau niet aan langdurige belasting blootstellen. Het kan beschadiging van het meetmechanisme veroorzaken. Stoten en overbelasting van de weegschaal boven aangegeven maximale last (max. ), met bestaande tarravooraftrek, absoluut mijden. Het kan beschadiging van de weegschaal veroorzaken. De weegschaal nooit in ruimtes met explosiegevaar gebruiken. Serie-uitvoering is geen explosiebestendige uitvoering. Geen wijzigingen in de constructie van de weegschaal aanbrengen. Het kan tot foutieve weegresultaten, inbreuk op technische veiligheidsvoorwaarden als ook tot beschadiging van de weegschaal leiden. De weegschaal mag enkel conform beschreven richtlijnen worden gebruikt. Andere gebruiksbereiken / toepassingsgebieden vereisen schriftelijke toestemming van de firma KERN. 3.
3 Garantie De garantie vervalt ingeval van: niet naleven van onze richtlijnen zoals in de gebruiksaanwijzing bepaald; gebruik niet volgens beschreven toepassingen; wijziging of opening van het toestel; mechanische beschadiging of beschadiging door werking van media, vloeistoffen; gewoon verbruik; onjuiste plaatsing of onjuiste elektrische installatie; overbelasting van het meetmechanisme.
10 CFS/CCS-BA-nl-1220 3.4 Toezicht over controlemiddelen In het kader van kwaliteitsverzekeringssysteem dienen regelmatig technische meeteigenschappen van de weegschaal en eventueel beschikbare controlegewichten te worden gecontroleerd. Daarvoor dient de bevoegde gebruiker een juist tijdsinterval als ook aard en omvang van dergelijke controle te bepalen. Informatie betreffende toezicht over controlemiddelen zoals weegschalen als ook over noodzakelijke controlegewichten zijn toegankelijk op de website van de firma KERN (www.kern-sohn.com). De controlegewichten en weegschalen kan men snel en goedkoop ijken in een kalibratielaboratorium van de firma KERN geaccrediteerd door DKD (Deutsche Kalibrierdienst) (terugzetten naar de norm geldende in bepaald land).
4 Veiligheid grondrichtlijnen 4.1 Richtlijnen van de gebruiksaanwijzing nakomen Vóór plaatsen en aanzetten van de weegschaal dient men de gebruiksaanwijzing nauwkeurig te lezen, ook indien u al ervaring met KERN weegschalen hebt. Alle taalversies bevatten vertaling die niet bindend is. Het oorspronkelijke document in het Duits is bindend. 4.2 Personeelscholing Het toestel mag enkel door geschoolde medewerkers worden bediend en onderhouden. 5 Vervoer en opslag 5.1 Controle bij ontvangst Onmiddellijk na ontvangst van het pakket controleren of er geen zichtbare beschadigingen aanwezig zijn, hetzelfde betreft het toestel na het uitpakken. 5.2 Verpakking/ retourvervoer Alle delen van de originele verpakking dienen te worden behouden voor het geval van eventueel retourvervoer. Alleen originele verpakking bij retourvervoer gebruiken.
Vóór versturen dienen alle aangesloten kabels en losse/bewegende onderdelen te worden afgekoppeld. Indien aanwezig dient de vervoerbescherming opnieuw te worden aangebracht. Alle delen, bv. het glazen windscherm, het weegplateau, de netadapter, e.d. dienen voor uitglijden en beschadiging te worden beveiligd.
CFS/CCS-BA-nl-1220 11 6 Uitpakken, installeren en aanzetten 6.1 Plaats van installatie, gebruikslocatie De weegschalen zijn op dergelijke manier geconstrueerd dat er in normale gebruiksomstandigheden geloofwaardige weegresultaten worden bereikt. De keuze van juiste locatie van de weegschaal verzekert een precieze en snelle werking. Daarom dient men bij keuze van plaats van installatie volgende regels in acht te nemen: De weegschaal op stabiele, effen oppervlakte plaatsen. Extreme temperaturen als ook temperatuurverschillen bij bv. plaatsing bij verwarming of in plaatsen met directe werking van zonnestralen mijden. Tegen directe werking van tocht beveiligen die door open ramen en deuren wordt veroorzaakt. Bij wegen stoten mijden. De weegschaal tegen hoge luchtvochtigheid, dampen en stof beschermen. Het toestel niet aan langdurige werking van grote vochtigheid blootleggen.
Ongewenst dauwen (condensatie van luchtvocht op het toestel) kan voorkomen indien een koud toestel in een veel warmere ruimte wordt geplaatst. In dergelijk geval dient het van netwerk gescheiden toestel ca. 2-godzinnej uur acclimatisering aan de omgevingstemperatuur te ondergaan. statische ladingen mijden die van het gewogen materiaal en van de weegschaalcontainer komen. In geval van elektromagnetische velden (bv. van mobiele telefoons of radioapparatuur), statische ladingen als ook instabiele elektrische voeding zijn grote onregelmatigheden in weergave mogelijk (foutief weegresultaat). Men dient in dat geval de weegschaal te verplaatsen of de storingsbron verwijderen. 6.2 Uitpakken/instellen De weegschaal voorzichtig uit de verpakking halen, plastic zakje uitnemen en de weegschaal in een aangegeven werkplek plaatsen.
De weegschaal waterpas zetten met schroefvoeten, de luchtbel in de libel (waterpas) moet zich in het gemarkeerde bereik bevinden. Bij toepassing als telsysteem dienen de weegschaal en het weegschaalplatform waterpas te worden gezet.
CFS/CCS-BA-nl-1220 15 6.3.2 Telsysteem KERN CCS Referentieweegschaal — modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5 Kwantiteitsweegschaal KERN KFP Referentieweegschaal KERN CFS Referentieweegschaal — modellen CFS 50K-3 Kwantiteitsweegschaal KERN KFP Referentieweegschaal KERN CFS De fabriekinstelling van het telsysteem KERN CCS is zo geconfigureerd dat er in de regel geen wijzigingen dienen te worden ingevoerd. Ingeval van aansluiting van een ander weegschaalplatform (niet van tevoren door de firma KERN geconfigureerd) dienen de volgende regels te worden opgevolgd: Het weegschaalplatform dient aan de interface van de tweede weegschaal met een juiste kabel te worden aangesloten. Belasting van de interfaceaansluiting, zie hoofdstuk 16. Configuratie van het platform van de weegschaal, zie hoofdstuk 14.
18 CFS/CCS-BA-nl-1220 6.4.1 Gewichtsaanduiding Hier verschijnt het gewicht van het gewogen materiaal in [kg]. De pijltjes [] boven de symbolen tonen: Aanduiding van de accu-oplaadstand NET Netto gewicht Stabilisatieaanduiding Aanduiding van de nulwaarde lb/kg De actuele weegeenheid 6.4.2 Aanduiding van het gemiddelde stukgewicht Hier verschijnt het gemiddelde stukgewicht in [g]. Deze waarde wordt door de gebruiker numeriek ingevoerd of door de weegschaal tijdens de weging berekend. De pijltjes [] boven de symbolen tonen: Te klein aantal opgelegde elementen De onderste waarde van het minimale stukgewicht is overschreden M+ De gegevens in het somgeheugen 1 2 Actieve weegschaal: 1. Referentieweegschaal KERN CFS 2. Kwantiteitsweegschaal KERN KFP
CFS/CCS-BA-nl-1220 19 6.4.3 Aanduiding van het aantal stuks Hier verschijnt het actuele aantal stuks (PCS = stuks) of in de optelmodus de som van de opgelegde elementen (zie hoofdstuk 10). De pijltjes [] boven de symbolen tonen: Tolerantiecontrole in de optelmodus Tolerantiecontrole in de weegmodus + Het gewogen materiaal boven de bovenste tolerantiegrens TOL Het gewogen materiaal in het tolerantiebereik - Het gewogen materiaal onder de onderste tolerantiegrens
20 CFS/CCS-BA-nl-1220 6.5 Toetsenbordoverzicht Modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5 Keuze Functie in de weegmodus Functie in het menu ….. Numerieke toetsen Decimaal Tijdens de numerieke invoer het cijfer links kiezen Wistoets Toevoegen aan het somgeheugen Aflezen van het totale gewicht/ het aantal wegingen/ het totale aantal stuks Tijdens de numerieke invoer het cijfer rechts kiezen Gegevensuitdraai (menu-instelling , zie hoofdstuk 13.2) De keuze van de geheugencel instellen of wissen (zie hoofdstuk 12.3) Tolerantiecontrole (zie hoofdstuk 11) Het menu opvragen De weegschaal omschakelen (zie hoofdstuk 9.3) Het gemiddelde stukgewicht door wegen invoeren (zie hoofdstuk 11.1)
22 CFS/CCS-BA-nl-1220 Modellen CFS 50K-3 Keuze Functie in de weegmodus Functie in het menu ….. Numerieke toetsen Geheugencellen met indirecte toegang (zie hoofdstuk 12.3.1) Decimaal Wistoets Toevoegen aan het somgeheugen Afdruk Aflezen van het totale gewicht/ het aantal wegingen/ het totale aantal stuks Het geheugen opvragen om te wissen Gegevensuitdraai (menu-instelling , zie hoofdstuk 13.2) ….. Geheugencellen met directe toegang (zie hoofdstuk 12.4)
CFS/CCS-BA-nl-1220 23 Tolerantiecontrole (zie hoofdstuk 12) Het menu opvragen Keuze van de geheugencel De weegschaal omschakelen (zie hoofdstuk 9.3) Tijdens de numerieke invoer het cijfer links kiezen Het gemiddelde stukgewicht door wegen invoeren (zie hoofdstuk 11.1) De functie/ parameter kiezen Het gemiddelde stukgewicht numeriek invoeren (zie hoofdstuk 11.2) Omschakelen van weegeenheden Tarreertoets Bevestigen Toets van op nul zetten Tijdens de numerieke invoer het cijfer rechts kiezen Terug naar het menu of naar de weegmodus
24 CFS/CCS-BA-nl-1220 6. 6 Netwerkaansluiting Elektrische voeding gebeurt door een externe netadapter. De spanningwaarde zichtbaar op de netadapter moet in overeenstemming zijn met lokale spanning. Enkel originele netadapters van de firma KERN gebruiken. Gebruik van andere producten vereist toestemming van de firma KERN. 6. 7 Bedrijf met accuvoeding (optioneel) De accu wordt met behulp van de geleverde netwerkkabel opgeladen. Vóór de eerste ingebruikname dient de accu met de netwerkkabel tenminste 15 uur lang te worden opgeladen. De bedrijfstijd van de accu bedraagt ca. 70 uur. Door aansluiting van de tweede weegschaal wordt de bedrijfstijd verkort. De oplaadtijd totdat de accu opnieuw vol is bedraagt ca. 12 uur. Om de accu te besparen kan in het menu (zie hoofdstuk 13.
2) de functie van automatisch uitzetten [― ‖ ― ‖] worden geactiveerd door de uitzettijd te kiezen 0, 3, 5, 15, 30 minuten. Nadat de weegschaal wordt aangezet, betekent het pijltje boven het accusymbool of het symbool ―bat lo‖ dat het accu binnenkort leeg wordt. De weegschaal kan nog ca. 10 uur werken, vervolgens wordt ze automatisch uitgeschakeld. De netwerkkabel zo snel mogelijk aansluiten om de accu op te laden. Tijdens het opladen informeert de LED aanduiding over de oplaadstand van de accu. Rood: De spanning staat onder een bepaald minimum. De netadapter aansluiten om de accu op te laden. Groen: De accu is volledig opgeladen. Geel: Het accuvolumen wordt binnenkort verbruikt. De netadapter zo snel mogelijk aansluiten om de accu op te laden. 6.
8 Randapparatuur aansluiten Vóór aansluiten of afkoppelen van extra apparatuur (printer, computer) aan de gegevensinterface dient de weegschaal noodzakelijk van netwerk te worden gescheiden. Alleen accessoires en randapparatuur van de firma KERN die optimaal aan de weegschaal worden aangepast, mogen met de weegschaal worden gebruikt. 6.
9 Eerste ingebruikname Om precieze weegresultaten met behulp van elektronische weegschalen te krijgen, dienen ze een juiste werkingstemperatuur te bereiken (zie ―Opwarmingstijd‖, hoofdstuk 1). Tijdens opwarming moet de weegschaal elektrisch gevoed worden (contact, accu of batterij). De nauwkeurigheid van de weegschaal is van lokale valversnelling afhankelijk. Men dient de voorschriften van het hoofdstuk "Justeren‖ absoluut te volgen.
CFS/CCS-BA-nl-1220 25 7 Justeren Omdat de waarde van de valversnelling niet op elke plek op aarde gelijk is, dient elke weegschaal aangepast te worden - conform de weegregel voortvloeiende uit regels van natuurkunde - aan de valversnelling op de plaats van installatie van de weegschaal (enkel indien de weegschaal niet eerder in fabriek is gejusteerd op de plaats van installatie). Een dergelijk justeerproces dient men uit te voeren bij eerste ingebruikname, na elke wijziging van locatie van de weegschaal als ook bij temperatuurschommelingen van de omgeving. Om nauwkeurige meetwaarden te bereiken is het aanbevolen om aanvullend cyclisch de weegschaal te justeren ook in de weegmodus. Handelingen tijdens justeren: Voor stabiele omgevingsomstandigheden zorgen. Vereiste opwarmingstijd verzekeren (zie hoofdstuk 1) voor de stabilisatie van de weegschaal.
Op het weegschaalplateau mogen zich geen voorwerpen bevinden. Informatie betreffende de kalibratiegewichten kunnen op internet worden gezocht onder: http://www.kern-sohn.com Om fouten tijdens bepaling van het aantal stuks te voorkomen dienen beide weegschalen te worden gejusteerd met gebruik van dezelfde waarde van de valversnelling. Door niet opvolgen van deze aanbeveling ontstaan er fouten in het optellen! 7.1 Referentieweegschaal justeren — modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5 Bediening Aanduiding De weegschaal aanzetten en tijdens de zelfdiagnose de toets drukken. Met de cijfertoetsen het wachtwoord invoeren: Het standaardwachtwoord ―0000‖ invoeren. Met de toets de ingevoerde gegevens bevestigen. Bij toepassing als een telsysteem dienen zowel de kwantiteits- als ook de referentieweegschaal te worden gejusteerd.
Het justeerproces dient voor beide weegschalen te worden uitgevoerd. Met de toets de kwantiteitsweegschaal of de referentieweegschaal kiezen. Het afgelezen symbool [] duidt de actieve weegschaal aan. Met de toets bevestigen.
26 CFS/CCS-BA-nl-1220 Indien nodig bij de nulaanduiding van de weegschaal met de toets de weegeenheid [kg of lb] kiezen met welke het justeren dient te worden uitgevoerd. Het afgelezen symbool [] duidt de actuele weegeenheid aan. Met de toets bevestigen. Op het weegschaalplateau mogen zich geen voorwerpen bevinden. Na succesvolle stabilisatiecontrole de toets drukken. De waarde van het kalibratiegewicht verschijnt. Met de toets bevestigen. Het vereiste kalibratiegewicht voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen en met de toets bevestigen. of Met de cijfertoetsen de waarde van het vereiste kalibratiegewicht invoeren en met de toets bevestigen. Om de meest waardevolle voor meettechniek weegresultaten te bereiken is het aanbevolen om de mogelijk grootste nominale waarde te kiezen. De waarde gelijk aan 80 max. wordt aanbevolen.
Het vereiste kalibratiegewicht voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen en met de toets bevestigen. Na succesvol justeren wordt de weegschaal zelfgediagnosticeerd. Tijdens de zelfdiagnose het kalibratiegewicht afnemen, de weegschaal wordt automatisch terug naar de weegmodus omgeschakeld. Ingeval van een justeerfout of een foutief kalibratiegewicht verschijnt op display een foutmelding [ ], het justeerproces herhalen.
CFS/CCS-BA-nl-1220 27 7.2 Referentieweegschaal justeren — modellen CFS 50K-3 Bediening Aanduiding De weegschaal aanzetten en tijdens de zelfdiagnose de toets drukken. Met de cijfertoetsen het wachtwoord invoeren: Het standaardwachtwoord ―0000‖ invoeren. Met de toets de ingevoerde gegevens bevestigen. Bij toepassing als een telsysteem dienen zowel de kwantiteits- als ook de referentieweegschaal te worden gejusteerd. Het justeerproces dient voor beide weegschalen te worden uitgevoerd. Met de toets de referentieweegschaal (―LoCAL‖) kiezen. Het afgelezen symbool [] duidt de actieve weegschaal aan. Met de toets bevestigen. Indien nodig bij de nulaanduiding van de weegschaal met de toets de weegeenheid [kg of lb] kiezen met welke het justeren dient te worden uitgevoerd. Het afgelezen symbool [] duidt de actuele weegeenheid aan. Met de toets bevestigen.
Op het weegschaalplateau mogen zich geen voorwerpen bevinden. Na succesvolle stabilisatiecontrole de toets drukken. Het vereiste kalibratiegewicht voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen en met de toets bevestigen. Na succesvol justeren wordt de weegschaal zelfgediagnosticeerd. Tijdens de zelfdiagnose het kalibratiegewicht afnemen, de weegschaal wordt automatisch terug naar de weegmodus omgeschakeld. Ingeval van een justeerfout of een foutief kalibratiegewicht verschijnt een foutmelding ( ), het justeerproces herhalen.
28 CFS/CCS-BA-nl-1220 7.3 Kwantiteitsweegschaal justeren — modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5 niet van tevoren door de firma KERN geconfigureerd Bediening Aanduiding De weegschaal aanzetten en tijdens de zelfdiagnose de toets drukken. Met de cijfertoetsen het wachtwoord invoeren: standaardwachtwoord ―0000‖. Met de toets de ingevoerde gegevens bevestigen. Met de toets de kwantiteitsweegschaal (―remote‖) kiezen. Het afgelezen symbool [] duidt de actieve weegschaal aan. Met de toets bevestigen. Indien nodig bij de nulaanduiding van de weegschaal met de toets de weegeenheid [kg of lb] kiezen met welke het justeren dient te worden uitgevoerd. Het afgelezen symbool [] duidt de actuele weegeenheid aan. Met de toets bevestigen. Op het weegschaalplateau mogen zich geen voorwerpen bevinden. Na succesvolle stabilisatiecontrole de toets drukken.
CFS/CCS-BA-nl-1220 29 Met de cijfertoetsen de waarde van het vereiste kalibratiegewicht invoeren en met de toets bevestigen. Om de meest waardevolle voor meettechniek weegresultaten te bereiken is het aanbevolen om de mogelijk grootste nominale waarde te kiezen. De waarde gelijk aan 80% max. wordt aanbevolen. Het vereiste kalibratiegewicht voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen en met de toets bevestigen. Na succesvol justeren wordt de weegschaal zelfgediagnosticeerd. Tijdens de zelfdiagnose het kalibratiegewicht afnemen, de weegschaal wordt automatisch terug naar de weegmodus omgeschakeld. Ingeval van een justeerfout of een foutief kalibratiegewicht verschijnt een foutmelding ( ), het justeerproces herhalen.
30 CFS/CCS-BA-nl-1220 7.4 Kwantiteitsweegschaal justeren — modellen CFS 50K-3 niet van tevoren door de firma KERN geconfigureerd Bediening Aanduiding De weegschaal aanzetten en tijdens de zelfdiagnose de toets drukken. Met de cijfertoetsen het wachtwoord invoeren: standaardwachtwoord ―0000‖. Met de toets de ingevoerde gegevens bevestigen. Met de toets de kwantiteitsweegschaal (―Remote‖) kiezen. Het afgelezen symbool [] duidt de actieve weegschaal aan. Met de toets bevestigen. Indien nodig bij de nulaanduiding van de weegschaal met de toets de weegeenheid [kg of lb] kiezen met welke het justeren dient te worden uitgevoerd. Het afgelezen symbool [] duidt de actuele weegeenheid aan. Met de toets bevestigen. Op het weegschaalplateau mogen zich geen voorwerpen bevinden. Na succesvolle stabilisatiecontrole de toets drukken.
CFS/CCS-BA-nl-1220 31 Met de cijfertoetsen de waarde van het vereiste kalibratiegewicht invoeren en met de toets bevestigen. Om de meest waardevolle voor meettechniek weegresultaten te bereiken is het aanbevolen om de mogelijk grootste nominale waarde te kiezen. De waarde gelijk aan 80% max. wordt aanbevolen. Het vereiste kalibratiegewicht voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen en met de toets bevestigen. Na succesvol justeren wordt de weegschaal zelfgediagnosticeerd. Tijdens de zelfdiagnose het kalibratiegewicht afnemen, de weegschaal wordt automatisch terug naar de weegmodus omgeschakeld. Ingeval van een justeerfout of een foutief kalibratiegewicht verschijnt een foutmelding ( ), het justeerproces herhalen.
32 CFS/CCS-BA-nl-1220 8 Liniarisatie De lineariteit betekent de grootste afwijking van de gewichtsaanduiding van de weegschaal ten opzichte van de gewichtswaarde van een bepaald controlegewicht, in plus en in minus, in het gehele weegbereik. Nadat een afwijking van de lineariteit door toezicht over de controlemiddelen wordt vastgesteld, is de verbetering daarvan mogelijk door liniarisatie. De liniarisatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een vakkundige met een grondige kennis van het omgaan met de weegschalen. De gebruikte controlegewichten dienen conform de weegschaalspecificatie te zijn (zie hoofdstuk 3.4 ―Toezicht over controlemiddelen‖). Voor stabiele omgevingsomstandigheden zorgen. Voor de stabilisatie is een opwarmingstijd vereist. Na succesvolle liniarisatie wordt aanbevolen de kalibratie door te voeren (zie hoofdstuk 3.4 ―Toezicht over controlemiddelen‖).
8.1 Liniarisatie — modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5: Bediening Aanduiding De weegschaal aanzetten en tijdens de zelfdiagnose de toets drukken. Met de cijfertoetsen het wachtwoord ―9999‖ invoeren: met de toets de ingevoerde gegevens bevestigen. Het menu ―tECH LoCAL‖ verschijnt; indien het niet verschijnt met de toets het menu ―tECH LoCAL‖ kiezen. Met de toets bevestigen. Het afgelezen symbool [] duidt de actieve weegschaal aan.
CFS/CCS-BA-nl-1220 33 Indien nodig bij de nulaanduiding van de weegschaal met de toets de weegeenheid [kg of lb] kiezen met welke de liniarisatie dient te worden uitgevoerd. Het afgelezen symbool [] duidt de actuele weegeenheid aan. Met de toets bevestigen. Op het weegschaalplateau mogen zich geen voorwerpen bevinden. Na succesvolle stabilisatiecontrole de toets drukken. De waarde van het 1ste kalibratiegewicht verschijnt. Het 1ste kalibratiegewicht voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen, afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en met de toets bevestigen. (voorbeeld) De waarde van het 2de kalibratiegewicht verschijnt. Het 1ste kalibratiegewicht afnemen. Het 2de kalibratiegewicht voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen, afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en met de toets bevestigen.
(voorbeeld) Na succesvolle liniarisatie wordt de weegschaal zelfgediagnosticeerd. Tijdens de zelfdiagnose het kalibratiegewicht afnemen, de weegschaal wordt automatisch terug naar de weegmodus omgeschakeld. Ingeval van een fout of een foutief kalibratiegewicht verschijnt een foutmelding op de display ( ), het liniarisatieproces herhalen. 8.1.1 Tabel van liniarisatiepunten Max. Aanduiding “1ste kalibratiegewicht” Gewicht Aanduiding “2de kalibratiegewicht” Gewicht 6 kg „A 2 kg‖ 2 kg „A 6 kg‖ 6 kg 15 kg „A 5 kg‖ 5 kg „A 15 kg‖ 15 kg 30 kg „A 10 kg‖ 10 kg „A 30 kg‖ 30 kg
34 CFS/CCS-BA-nl-1220 8.2 Liniarisatie — modellen CFS 50K-3 Bediening Aanduiding De weegschaal aanzetten en tijdens de zelfdiagnose de toets drukken. Met de cijfertoetsen het wachtwoord ―9999‖ invoeren: met de toets de ingevoerde gegevens bevestigen. Het menu ―tECH LoCAL‖ verschijnt; indien het niet verschijnt met de toets het menu ―tECH LoCAL‖ kiezen. Met de toets bevestigen. Het afgelezen symbool [] duidt de actieve weegschaal aan. Indien nodig bij de nulaanduiding van de weegschaal met de toets de weegeenheid [kg of lb] kiezen met welke de liniarisatie dient te worden uitgevoerd. Het afgelezen symbool [] duidt de actuele weegeenheid aan. Met de toets bevestigen. Op het weegschaalplateau mogen zich geen voorwerpen bevinden. Na succesvolle stabilisatiecontrole de toets drukken. Op display verschijnt de aanduiding ―LoAd 1‖.
Het kalibratiegewicht 15 kg voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen, afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en met de toets bevestigen. Op display verschijnt de aanduiding ―LoAd 2‖. Het kalibratiegewicht 30 kg voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen, afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en met de toets bevestigen.
CFS/CCS-BA-nl-1220 35 Op display verschijnt de aanduiding ―LoAd 3‖. Het kalibratiegewicht 50 kg voorzichtig in het midden van het weegschaalplateau plaatsen, afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en met de toets bevestigen. Na succesvolle liniarisatie wordt de weegschaal zelfgediagnosticeerd. Tijdens de zelfdiagnose het kalibratiegewicht afnemen, de weegschaal wordt automatisch terug naar de weegmodus omgeschakeld. Ingeval van een fout of een foutief kalibratiegewicht verschijnt een foutmelding op de display ( ), het liniarisatieproces herhalen. 8.2.1 Tabel van liniarisatiepunten — modellen CFS 50K-3 Max: 50 kg Aanduiding Gewicht “L0Ad 0” 0 kg “L0Ad 1” 15 kg “L0Ad 2” 30 kg “L0Ad 3” 50 kg
36 CFS/CCS-BA-nl-1220 9 Basismodus 9.1 Aan- en uitzetten Om de weegschaal aan te zetten de schakelaar ―Aan/Uit‖ onderaan de weegschaal naar voren schuiven. De weegschaal wordt zelfgediagnosticeerd. De weegschaal is paraat direct nadat de gewichtsaanduiding verschijnt. Om de weegschaal uit te zetten de schakelaar ―Aan/Uit‖ rechts onderaan de weegschaal naar achteren schuiven of in modellen CFS 50K-3 opnieuw naar voren. 9.2 Op nul zetten Door op nul te zetten wordt de invloed van kleine verontreinigingen op het weegschaalplateau gecorrigeerd. De fabriekinstelling van het nulbereik van de weegschaal is ±2% Max. Verdere instellingen zijn in het menu mogelijk (zie hoofdstuk 13). Bij toepassing als het telsysteem kan in het menu het nulbereik van beide weegschalen worden ingesteld (zie hoofdstuk 13). Manueel De weegschaal ontlasten.
De toets NULL drukken, de weegschaal wordt op nul gezet. Het symbool [] verschijnt boven het symbool . Automatisch In het menu bestaat er de mogelijkheid om de automatische correctie van het nulpunt uit te zetten of de waarde ervan te wijzigen (zie hoofdstuk 13). 9.3 De weegschaal / weegschaalplatform omschakelen Om op te tellen kan het weegschaalplatform worden aangesloten met de interface van de tweede weegschaal. In het telsysteem KERN CCS worden de stuks op de kwantiteitsweegschaal KERN KFP opgeteld. Dankzij de hoge resolutie maakt de referentieweegschaal KERN CFS het mogelijk om het gemiddelde stukgewicht zeer precies te bepalen. De tweede weegschaal wordt precies op dezelfde manier bediend als de eerste.
CFS/CCS-BA-nl-1220 37 Door de toets te drukken wordt de aanduiding van de ene naar de andere weegschaal gewijzigd. Op de display verschijnt het symbool of . Het afgelezen symbool [] duidt de actieve weegschaal aan. Modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5: (1) Referentieweegschaal KERN CFS (2) Kwantiteitsweegschaal Voorbeeld: (3) KERN KFP (telsysteem CCS) Modellen CFS 50K-3: (1) Referentieweegschaal KERN CFS (4) KwantiteitsweegschaalVoorbeeld: (5) KERN KFP (telsysteem CCS)
38 CFS/CCS-BA-nl-1220 9.4 Wegen met tarra De tarrawaarde kan zowel voor de referentieweegschaal als ook voor de kwantiteitsweegschaal worden ingevoerd. Vóór het instellen van de tarrawaarde dient de actieve weegschaal te worden gekozen, zie hoofdstuk 9.3. 9.4.1 Tarreren De weegschaalcontainer stellen. Na succesvolle stabilisatiecontrole de toets TARE drukken. De nulaanduiding en het symbool [] boven de aanduiding NET verschijnen. Het containergewicht wordt in het weegschaalgeheugen opgeslagen. Het gewogen materiaal wegen, het netto gewicht verschijnt. Nadat de weegschaalcontainer wordt weggenomen, verschijnt zijn gewicht als een negatieve aanduiding. Om de tarrawaarde te wissen dient het weegplateau te worden ontlast en de toets TARE gedrukt.
Het tarreren kan willekeurige aantal keren worden herhaald, bijvoorbeeld bij het wegen van enkele ingrediënten van een mengsel (bijwegen). De grens wordt bereikt op het moment dat het hele weegbereik wordt gebruikt. 9.4.2 Numerieke invoer van het tarragewicht De weegschaal ontlasten en op nul zetten. Het bekende tarragewicht met een decimaal invoeren en de toets TARE drukken. Het ingevoerde gewicht wordt als het tarragewicht gememoriseerd en met een minus teken afgelezen. Het symbool [] boven de aanduiding NET verschijnt. De gevulde weegschaalcontainer op de weegschaal stellen, het netto gewicht verschijnt. De tarrawaarde wordt opgeslagen totdat ze met de toets TARE wordt gewist. De tarrawaarde wordt afhankelijk van de afleesbaarheid van de weegschaal afgerond, d.w.z. voor de weegschaal met het bereik van max.
CFS/CCS-BA-nl-1220 39 10 Optellen Door de weegschaal is het optellen van de gewichtswaarde of het aantal stuks mogelijk. Bij toepassing als een telsysteem, onafhankelijk of het gewogen materiaal zich op de referentieweegschaal of op de kwantiteitsweegschaal bevindt. Voorbereiden: Bij toepassing als het telsysteem met de toets de weegschaal kiezen, waarop het optellen dient te worden uitgevoerd. Het afgelezen symbool [] duidt de actieve weegschaal aan. Bij optellen in de motelmodus het gemiddelde stukgewicht instellen (zie hoofdstuk 10.1 of 10.2). Indien nodig een lege weegschaalcontainer tarreren. 10.1 Manueel optellen 10.1.1 Manueel optellen — modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5 Door deze functie is het mogelijk om de afzonderlijke weegwaarden aan het optelgeheugen toe te voegen door de toets te drukken en deze na aansluiten van de optionele printer te printen.
Instellingen van het menu: ―F1 off‖ ―ACC‖ ―ON‖ en ―F2 Prt‖ ―P mode‖ ―Print‖ ―Au OFF‖ (zie hoofdstuk 13.2) Bij toepassing als een telsysteem is het optellen mogelijk zowel op de referentieweegschaal als ook op de kwantiteitsweegschaal. Vóór het optelproces dient de actieve weegschaal te worden gekozen (zie hoofdstuk 9.3).
40 CFS/CCS-BA-nl-1220 Optellen: Het gewogen materiaal A opleggen. Afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en vervolgens de toets drukken. De gewichtswaarde of het aantal stuks wordt opgeslagen en geprint. Het gewogen materiaal afnemen. Het volgende weegmateriaal kan pas worden toegevoegd als de aanduiding ≤ nul bedraagt. Het gewogen materiaal B opleggen. Afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en vervolgens de toets drukken. De gewichtswaarde of het aantal stuks wordt aan het geheugen toegevoegd en geprint. Het totale gewicht, het aantal wegingen en het totale aantal stuks worden 2 s lang afgelezen. Indien nodig het volgende gewogen materiaal zoals bovenbeschreven optellen. Tussen de afzonderlijk wegingen dient de weegschaal te worden ontlast. Deze procedure kan 99 keer worden herhaald of totdat het weegbereik van de weegschaal is opgebruikt.
De opgeslagen weeggegevens aflezen: De toets drukken, de waarden van het totale gewicht, het aantal wegingen als ook het totale aantal stuks verschijnen. Het opgelegde totale gewicht: Aantal wegingen: Totaal aantal stuks: De weeggegevens wissen: De toets drukken, de waarden van het totale gewicht, het aantal wegingen als ook het totale aantal stuks verschijnen. Tijdens deze aanduiding de toets opnieuw drukken. De gegevens in het optelgeheugen worden gewist.
CFS/CCS-BA-nl-1220 41 10.1.2 Manueel optellen — modellen CFS 50K-3 Door deze functie is het mogelijk om de afzonderlijke weegwaarden aan het optelgeheugen toe te voegen door de toets te drukken en deze na aansluiten van de optionele printer te printen. Optellen: Het gewogen materiaal A opleggen. Afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en vervolgens de toets drukken. De gewichtswaarde of het aantal stuks wordt opgeslagen en geprint. Het gewogen materiaal afnemen. Het volgende weegmateriaal kan pas worden toegevoegd als de aanduiding ≤ nul bedraagt. Het gewogen materiaal B opleggen. Afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt en vervolgens de toets drukken. De gewichtswaarde of het aantal stuks wordt aan het geheugen toegevoegd en geprint. Het totale gewicht, het aantal wegingen en het totale aantal stuks worden 2 s lang afgelezen.
Indien nodig het volgende gewogen materiaal zoals bovenbeschreven optellen. Tussen de afzonderlijk wegingen dient de weegschaal te worden ontlast. Deze procedure kan 99 keer worden herhaald of totdat het weegbereik van de weegschaal is opgebruikt. Deze procedure kan worden herhaald totdat op de display ―999999‖ of ―199999‖ verschijnt.
42 CFS/CCS-BA-nl-1220 De opgeslagen weeggegevens aflezen: De toets drukken, de waarden van het totale gewicht, het aantal wegingen als ook het totale aantal stuks verschijnen. Het opgelegde totale gewicht: Aantal wegingen: (voorbeeld) Totaal aantal stuks De weeggegevens wissen: De toets drukken, de waarden van het totale gewicht, het aantal wegingen als ook het totale aantal stuks verschijnen. Tijdens deze aanduiding de toets opnieuw drukken. De gegevens in het optelgeheugen worden gewist.
CFS/CCS-BA-nl-1220 43 Voorbeeld van een afdruk: 1 LOCAL/REMOTE SCALE Actieve weegschaal (zie hoofdstuk 9.3) 2 ID Identificatienummer van de gebruiker (zie hoofdstuk 13.2) 3 NET Het actueel opgelegde netto gewicht 4 U. W. Het gemiddelde stukgewicht (Unit weight) 5 PCS Het actueel opgelegde aantal stuks (Pieces) 6 TW Het opgelegde totale gewicht (Total weight) 7 TPC Het totale aantal stuks (Total pieces) 8 NO Aantal wegingen
44 CFS/CCS-BA-nl-1220 10.2 Automatisch optellen Door deze functie is het mogelijk om de afzonderlijke weegwaarden aan het optelgeheugen na ontlasten van de weegschaal toe te voegen zonder de toets te drukken en deze na aansluiten van de optionele printer te printen. Modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5: Instellingen van het menu: ―F1 off‖ ―ACC‖ ―ON‖ en "F2 Prt‖ ―P mode‖ ―Print‖ ―Au ON‖, zie hoofdstuk 13.2. Bij toepassing als een telsysteem is het optellen mogelijk zowel op de referentieweegschaal als ook op de kwantiteitsweegschaal. Vóór het optelproces dient de actieve weegschaal te worden gekozen, zie hoofdstuk 9.3. Modellen CFS 50K-3: Instellingen van het menu: ―F1 off‖ ―F2 Prt” ―P mode‖ ―Print‖ ―Au on‖, zie hoofdstuk 13.2 Bij toepassing als een telsysteem is het optellen mogelijk zowel op de referentieweegschaal als ook op de kwantiteitsweegschaal.
Vóór het optelproces dient de actieve weegschaal te worden gekozen, zie hoofdstuk 9.3. Optellen: Het gewogen materiaal A opleggen. Na succesvolle stabilisatiecontrole luidt een akoestisch signaal. Het gewogen materiaal afnemen, de weegwaarde wordt aan het somgeheugen toegevoegd en geprint. Het gewogen materiaal B opleggen. Na succesvolle stabilisatiecontrole luidt een akoestisch signaal. Het gewogen materiaal afnemen, de weegwaarde wordt aan het somgeheugen toegevoegd en geprint. Indien nodig het volgende gewogen materiaal zoals bovenbeschreven optellen. Tussen de afzonderlijk wegingen dient de weegschaal te worden ontlast. Deze procedure kan 99 keer worden herhaald of totdat het weegbereik van de weegschaal is opgebruikt. De weeggegevens aflezen en wissen, en uitdraaivoorbeeld (zie hoofdstuk 10.1.1 of 10.1.2 (CFS 50K-3)).
CFS/CCS-BA-nl-1220 45 11 Optellen Bij optellen van stuks kan men de in de container toegevoegde elementen bijtellen of de uit de container gehaalde elementen aftellen. Om het tellen van grotere aantallen mogelijk te maken dient het gemiddelde gewicht van één element te worden bepaald met behulp van klein aantal elementen (referentieaantal). Hoe groter het referentieaantal hoe preciezer het optellen. Ingeval van zeer kleine of verschillende elementen moet de referentiewaarde bijzonder groot zijn. Het gemiddelde stukgewicht kan enkel van stabiele weegwaarden worden bepaald. Bij de weegwaarden onder nul verschijnt op de aanduiding van het aantal stuk een negatief aantal stuks. De precisie van het gemiddelde stukgewicht kan op elk moment worden vergroot tijdens het optellen door het afgelezen aantal in te voeren en met de toets of toets (in modellen CFS 50K-3) te bevestigen.
Na succesvolle optimalisering van de referentiewaarde luidt er een akoestisch signaal. Omdat de extra elementen de basis voor de berekeningen vergroten, wordt de referentiewaarde ook preciezer.
46 CFS/CCS-BA-nl-1220 11.1 Het gemiddelde stukgewicht door wegen bepalen 11.1.1 Modellen CFS 3K-5, CFS 6K0.1, CFS 15K0.2, CFS 30K0.5: Referentiewaarde instellen De weegschaal op nul zetten of, indien nodig, een lege weegschaalcontainer tarreren. Als referentiewaarde kan een bekend aantal (bv. 10 stuk) van afzonderlijke elementen worden opgelegd. Afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt, vervolgens met de cijfertoetsen het aantal afzonderlijke elementen invoeren. Met de toets binnen 5 s bevestigen. Het gemiddelde stukgewicht wordt door de weegschaal bepaald. Optellen Indien nodig de weegschaal tarreren, het gewogen materiaal opleggen en het aantal stuks aflezen. Na aansluiten van een optionele printer kan de aanduidingwaarde worden geprint door de toets te drukken (instelling in het menu ―P mode‖ ―Print‖ ―Au OFF‖, hoofdstuk 13.2).
CFS/CCS-BA-nl-1220 47 11.1.2 Modellen CFS 50K-3: Referentiewaarde instellen De weegschaal op nul zetten of, indien nodig, een lege weegschaalcontainer tarreren. Als referentiewaarde kan een bekend aantal (bv. 10 stuk) van afzonderlijke elementen worden opgelegd. Afwachten totdat de stabilisatieaanduiding verschijnt, vervolgens met de cijfertoetsen het aantal afzonderlijke elementen invoeren. Met de toets binnen 5 s bevestigen. Het gemiddelde stukgewicht wordt door de weegschaal bepaald. Optellen Indien nodig de weegschaal tarreren, het gewogen materiaal opleggen en het aantal stuks aflezen. Na aansluiten van een optionele printer kan de aanduidingwaarde worden geprint door de toets te drukken (instelling in het menu ―P mode‖ ―Print‖ ―AuOFF‖, hoofdstuk 13.2). De referentiewaarde wissen De toets drukken.
48 CFS/CCS-BA-nl-1220 11.2 Het gemiddelde stukgewicht numeriek invoeren Referentiewaarde instellen Met de numerieke toetsen het bekende gemiddelde stukgewicht invoeren en binnen 5 s met de toets of toets (modellen CFS 50K-3) bevestigen. Indien op de gewichtsaanduiding de weegeenheid [kg] is actief, verschijnt het gemiddelde stukgewicht in [g]. Indien op de gewichtsaanduiding de weegeenheid [lb] is actief, verschijnt het gemiddelde stukgewicht ook in [lb]. Optellen Indien nodig de weegschaal tarreren, het gewogen materiaal opleggen en het aantal stuks aflezen. Na aansluiten van een optionele printer kan de aanduidingwaarde worden geprint door de toets te drukken (instelling in het menu ―P mode‖ ―Print‖ ―Au OFF‖, hoofdstuk 13.2). Stukgewicht wissen De toets drukken.
11.3 Automatische optimalisering van de referentiewaarde Indien tijdens de bepaling van de referentiewaarde het opgelegde gewicht of het opgelegde aantal stuks te klein is, verschijnt op de aanduiding van het gemiddelde stukgewicht een driehoeksymbool boven de aanduiding [ ] of [ ]. Om het berekende gemiddelde stukgewicht automatisch te optimaliseren dienen volgende elementen te worden opgelegd, waarvan het aantal/het gewicht kleiner is dan bij de eerste bepaling van de referentiewaarde. Na succesvolle optimalisering van de referentiewaarde luidt er een akoestisch signaal. Bij elke optimalisering van de referentiewaarde wordt het gemiddelde stukgewicht opnieuw berekend. Omdat de extra elementen de basis voor de berekeningen vergroten, wordt de referentiewaarde ook preciezer.
Door de toets of de toets (modellen CFS 50K-3) te drukken is het mogelijk om het volgende berekenen te vermijden en daardoor de referentiewaarde te blokkeren. De automatische optimalisering van de referentiewaarde wordt gedeactiveerd indien het aantal toegevoegde elementen het gememoriseerde aantal referentiestuks overschrijdt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kern CCS 1T-1L stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Spiegelreflexcamera Kern
Handleiding Spiegelreflexcamera
Nieuwste handleidingen voor Spiegelreflexcamera