Karcher CW 5 Klean!Star Q Handleiding

Karcher Niet gecategoriseerd CW 5 Klean!Star Q

Bekijk gratis de handleiding van Karcher CW 5 Klean!Star Q (328 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Karcher CW 5 Klean!Star Q of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/328
CW 3 / CW 5 (CWB 3)
59687360 1/2 (12/22)
Deutsch2
English24
Français46
Italiano70
Nederlands94
Español118
Português142
Dansk166
Norsk188
Svenska210
Suomi232
Ελληνικά254
Русский279
Magyar304

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Karcher
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: CW 5 Klean!Star Q

Handleiding Karcher CW 5 Klean!Star Q – volledige tekst

94 NederlandsResponsabile della documentazione: S. ReiserAlfred Kärcher SE & Co. KGAlfred-Kärcher-Str. 28 - 4071364 Winnenden (Germany)Tel. : +49 7195 14-0Fax: +49 7195 14-2212Winnenden, 01/11/2022InhoudAlgemene instructiesVoordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele gebruiksaanwijzing en het hoofdstuk veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen. Bewaar deze voor later gebruik of voor de volgende eigenaar. MilieubeschermingDe verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder ver-pakkingen op een milieuvriendelijke manier. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevol-le recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batte-rijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen.

Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodza-kelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huis-vuil af. Instructies betreffende ingrediënten (REACH)Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www. kaer-cher.

de/REACHVeiligheidsinstructiesBij een verkeerde bediening of verkeerd gebruik dreigt er gevaar voor de bediener en andere personen door:● Hoge waterdruk● Hoge elektrische spanning● Perslucht● ZuiveringsmiddelenLees, om risico's voor personen, dieren en dingen te voorkomen, vóór het eerste gebruik van de installatie:● De gebruiksaanwijzing inclusief alle veiligheidsinstructies● De betreffende nationale voorschriften van de wetgever● De veiligheidsinstructies die bij de gebruikte reinigingsmidde-len zijn bijgevoegdVergewis u ervan:● Dat u zelf alle aanwijzingen begrepen hebt● Dat alle gebruikers van de installatie inzake de aanwijzingen op de hoogte zijn gesteld en deze begrepen hebbenAlle personen die met de plaatsing, inbedrijfstelling en bediening te maken hebben, moeten:● Adequaat gekwalificeerd zijn● De gebruiksaanwijzing kennen en in acht nemen● De betreffende voorschriften kennen en in acht nemenZorg ervoor dat in geval van zelfbediening alle gebruikers door middel van duidelijk zichtbare aanwijzingen worden geïnfor-meerd over:● Mogelijke gevaren● Veiligheidsvoorschriften● De bediening van de installatieDe gebruiksaanwijzing moet door de exploitant van de wasinstal-latie conform de plaatselijke en personele omstandigheden in een gebruiksinstructie worden omgezet.

De gebruiksinstructie moet op een geschikte manier door klaarleggen of ophangen aan de werkplek bekend worden gemaakt. Gevarenniveaus GEVAAR● Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelij-ke verwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden. LET OP● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materi-ële schade kan leiden.

Voorschriften en richtlijnenVoor het gebruik van deze installatie gelden in de bondsrepubliek Duitsland volgende voorschriften en richtlijnen (verkrijgbaar bij Carl Heymanns Verlag KG, Luxemburger Straße 449, 50939 Köln):● Voorschrift inzake ongevallenpreventie "Algemene voorschrif-ten" BGV A1 ● Veiligheid voertuigwasinstallaties EN 17281● Verordening m. b. t. de bedrijfsveiligheid (BetrSichV)VoertuigwasinstallatiesHet bedienen, bewaken, onderhouden en controleren van voer-tuigwasinstallaties mag alleen door personen worden uitgevoerd die met deze werkzaamheden en met de gebruiksaanwijzing ver-trouwd zijn en die over de met de installatie gepaard gaande ge-varen zijn geïnformeerd. Minerale olie bevattend afvalwaterLET OPMilieuverontreiniging door voertuigenLekkende oliën. Bescherm de bodem en voer de afgewerkte olie op een milieu-vriendelijke manier af.

Laat de tandwielolie en minerale olie bevattend afvalwater niet in de bodem of wateren terechtkomen. Behandel het afvalwater vooraleer u het in de riolering terecht laat komen. Neem de plaatselijk geldende wettelijke bepalingen en afvalwa-tervoorschriften in acht. ZelfbedieningBij zelfbedieningswasinstallaties moet tijdens de bedrijfsgereed-heid een persoon bereikbaar zijn die met de wasinstallatie ver-trouwd is en die in geval van storing de voor het vermijden van eventuele gevaren nodige maatregelen kan uitvoeren of kan la-ten uitvoeren. Voor de gebruiker van de wasinstallatie moeten goed zichtbare instructies over bediening en reglementair gebruik van de wasin-stallatie aan de wasinstallatie zijn aangebracht. Algemene instructies. 94 Milieubescherming. 94 Veiligheidsinstructies. 94 Reglementair gebruik. 96 Wateraansluiting. 96 Toebehoren en reserveonderdelen.

Nederlands 95Onderhoud en instandhoudingOnderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden mogen princi-pieel alleen bij een uitgeschakelde wasinstallatie worden uitge-voerd. 몇 WAARSCHUWINGGevaar voor letsel door machinebewegingenSchakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudings-werkzaamheden uit. Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot. Gebruik met reinigingsmiddel몇 WAARSCHUWINGGevaar door voor de gezondheid gevaarlijke stoffen in reini-gingsmiddelenNeem de veiligheidsgegevensbladen van de reinigingsmiddelen in acht. Neem de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen in acht. Draag voorgeschreven veiligheidskleding, zoals veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen.

LET OPVerhoogd corrosiegevaar door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelenVerwerk volgende reinigingsmiddelen aan de installatie niet:Reinigingsmiddelen die voor de reiniging van de washal bestemd zijn. Reinigingsmiddelen die voor de uitwendige reiniging van de wasinstallatie bestemd zijn. Zure reinigingsmiddelen. Reinigingsmiddelen die met een afzonderlijk toestel op het voer-tuig aangebracht worden (bijv. velgreiniger). Middel voor de afvalwaterbehandeling. Betreden van de portaalwasinstallatie GEVAARGevaar door betreden van de portaalwasinstallatieVerbied voor onbevoegde personen het betreden van de portaal-wasinstallatie. Wijs duidelijk en permanent op het toegangsverbod. GlijgevaarLET OPGlijgevaar door natheidDraag geschikt schoeisel bij het betreden van de installatie en beweeg voorzichtig. Wijs klanten door geschikte en permanent aanwezige borden op het glijgevaar.

Bediening van de installatie몇 WAARSCHUWINGGevaren door foute bedieningPersonen die de installatie bedienen, moeten:over het gebruik van de installatie geïnstrueerd zijn,hun kunde m. b. t. het bedienen hebben aangetoond,expliciet de opdracht hebben gebruik voor het gebruik. De gebruiksaanwijzing moet voor elke bediener toegankelijk zijn.

De installatie mag niet worden bediend door personen onder 18 jaar. Uitzondering hierop vormen leerlingen boven 16 jaar onder toezicht. 몇 WAARSCHUWINGStruikelgevaar door op de grond liggende voorwerpen of toevoerleidingenVerwijder vóór de ingebruikneming van de installatie op de was-plaats liggende voorwerpen. Vorstgevaar몇 WAARSCHUWINGGevaar voor letsel en beschadiging door ijsvorming in de in-stallatieTap bij vorstgevaar het water uit de installatie af. Houd de verkeerswegen voor alle personen slipvast (bijv. vloer-verwarming, kiezel). WerkplekDe installatie wordt aan het bedieningspaneel of een waskaart-/codelezer in gebruik genomen. ● Vóór de wasbeurt moeten de inzittenden het voertuig verlaten. ● Tijdens het wasproces is het betreden van de installatie verbo-den.

GevarenbronnenAlgemene gevaren GEVAARVerwondingsgevaar door ontsnappende perslucht, hoge-drukwater aan de sproeierkop alsook wegvliegende vuil-deeltjes of dergelijke in het bereik van de roterende borstels. Loskomende vuildeeltjes of voorwerpen kunnen personen of die-ren verwonden. Perslucht of hogedrukwater kan zelfs bij een uitgeschakelde in-stallatie nog onder druk staan. Houd de halbodem vrij van los rondslingerende voorwerpen. Bedien de persluchtinstallatie resp. het hogedruksysteem voor-zichtig. Draag bij werkzaamheden een veiligheidsbril. Explosiegevaar GEVAARExplosiegevaarGebruik de installatie niet in de buurt van explosieve ruimtes. Hiervan uitgezonderd zijn uitdrukkelijk hiervoor bedoelde en als zodanig aangeduide installatiesGebruik als reinigingsmiddel geen explosieve of giftige stoffen, zoals bijv.

InstructieAan de inrijzijde bedraagt het geluidsniveau bij droge werking 91 dB(A). 몇 WAARSCHUWINGGehoorschade voor bedieningspersoneel bij droge werkingDraag bij droge werking een gehoorbescherming. Gehoorschade door hoog volume in de machineruimteDraag geschikte gehoorbescherming tijdens het verblijf in de ma-chineruimte. Elektrische gevaren GEVAARGevaar voor elektrische schokNeem elektrische onderdelen en leidingen nooit met natte han-den vast. Zorg ervoor dat elektrische aansluitkabels of verlengsnoeren niet door erover te rijden, te pletten, te vervormen of dergelijke kun-nen worden beschadigd. Bescherm kabels tegen hitte, olie en scherpe randen. Richt nooit een waterstraal op elektrische apparaten of installa-ties. Bescherm alle stroomvoerende delen in het werkbereik tegen waterstralen.

96 NederlandsVoor de gezondheid gevaarlijke stoffen GEVAARGevaar door voor de gezondheid gevaarlijke stoffenNeem absoluut de bijgevoegde en opgedrukte instructies voor de reinigingsmiddelen in acht. Drink nooit het door de installatie afgegeven water. Door het bij-gemengde reinigingsmiddel bezit het geen drinkwaterkwaliteit. Neem de voorschriften m. b. t. de kiemremming van de fabrikant van de zuiveringsinstallatie in acht als u voor het gebruik van de installatie industriewater gebruikt. Zorg ervoor dat stoffen, die niet bij een algemeen gebruikelijke buitenreiniging van voertuigen ontstaan (zoals bijv. zware meta-len, pesticiden, radioactieve stoffen, fecaliën of smetstoffen), niet in de wasinstallatie terechtkomen. Gevaar door stroomuitvalHet ongecontroleerd heropstarten van de installatie na een stroomuitval is door constructieve maatregelen uitgesloten.

Gevaar voor het milieu door afvalwaterNeem de plaatselijke bepalingen voor de afvalwaterafvoer in acht. Instandhouding en bewakingOm een veilige werking van de installatie te garanderen en geva-ren bij onderhoud, bewaking en controle te verhinderen, moeten de betreffende aanwijzingen in acht worden genomen. Onderhoud en instandhoudingOnderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden moeten door een deskundige persoon op regelmatige tijdstippen volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden uitgevoerd. Neem hierbij bestaande bepalingen en veiligheidseisen in acht. Laat werk-zaamheden aan de elektrische installatie alleen door een elektri-cien uitvoeren. 몇 WAARSCHUWINGGevaar voor letsel door machinebewegingenSchakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudings-werkzaamheden uit. Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot.

Controleer de drukloosheid aan de manometer van de onder-houdseenheid. 몇 WAARSCHUWINGVerwondingsgevaar door hogedruksysteem dat na het uit-schakelen van de installatie onder druk staat. Schakel vóór alle werkzaamheden aan de installatie het hoge-druksysteem drukloos. Bewaking. Deze wasinstallatie moet vóór de eerste inbedrijfstelling en daar-na minstens halfjaarlijks door een deskundige persoon op veilige toestand worden gecontroleerd. Deze controle omvat vooral:● Visuele controle m. b. t. uiterlijk herkenbare slijtage resp. be-schadiging● Functiecontrole● Volledigheid en werking van veiligheidsinrichtingen bij zelfbe-dieningsinstallaties dagelijks vóór het begin van het werk, bij bewaakte installaties indien nodig, minstens echter een keer per maand.

Originele onderdelen gebruikenGebruik uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant of door hem aanbevolen onderdelen, omdat anders garantieclaims ver-vallen. Neem alle veiligheids- en gebruiksinstructies in acht die bij deze onderdelen zijn meegeleverd. Dit betreft:● Reserveonderdelen en slijtageonderdelen● Toebehoren● Bedrijfsstoffen● ZuiveringsmiddelenVeiligheidsinrichtingenDe hogedrukpompen voor de voorziening van de bodemwasin-richting en het hogedrukwassen hebben de volgende veiligheids-inrichtingen. VeiligheidsventielHet veiligheidsventiel gaat open bij overschrijding van de toege-stane bedrijfsoverdruk en het water stroomt drukloos naar buiten. Reglementair gebruikDeze wasinstallatie is uitsluitend voor de uitwendige reiniging van personenauto's met standaarduitrusting en gesloten leverwa-gens bestemd.

Tot het reglementaire gebruik behoren ook:● Naleven van alle aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing. ● In acht nemen van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften. LET OPGevaar voor beschadiging van de voertuigen bij het gebruik van CareTouch-borstelsRust de installatie met een aanbouwset hoge druk uit of reinig de voertuigen voor als u CareTouch-borstels gebruikt.

Afmetingen in acht nemenOm schade aan voertuigen en de wasinstallatie te vermijden, mo-gen alleen personenauto's en gesloten leverwagens overeen-komstig de opgegeven grensmaten worden gereinigd, zie hoofdstuk Technische gegevens. WateraansluitingOm het drinkwaternet te beschermen, moet er conform EN 1717 een netscheiding van categorie 5 tussen installatie en drinkwater-netwerk worden ingebouwd. OpstellingDe installatie moet door gekwalificeerd vakpersoneel worden op-gesteld. Bij de opstelling moeten de plaatselijk geldende veilig-heidsbepalingen in acht worden genomen (bijv. afstanden tussen installatie en gebouw). Te voorzien fout gebruikNiet-reglementair gebruik is verboden. Het bedieningspersoneel is aansprakelijk voor gevaar dat door het niet toegestane gebruik ontstaat. Het gebruik voor andere doeleinden dan in deze documentatie beschreven is verboden.

LET OPMateriële schade aan voertuigen en installatie door het niet naleven van de voertuiggrensmatenNeem de opgegeven voertuiggrensmaten in acht, zie hoofdstuk Technische gegevens. De portaalwasinstallatie is niet geschikt voor de reiniging van:● Speciale motorvoertuigen, zoals bijv. voertuigen met naar vo-ren boven de voorruit of naar achteren boven de achterruit staande dak- en alkoofopbouweenheden● Bouwmachines● Voertuigen met aanhanger ● Tweewiel- en driewielvoertuigen● Voertuigen met dubbele banden● Pick-ups (optioneel mogelijk)● Cabrio's met open kap ● Cabrio's met gesloten kap zonder bewijs van de fabrikant voor geschiktheid voor wasinstallatiesWorden deze aanwijzingen niet in acht genomen, dan is de fabrikant van de installatie niet aansprakelijk voor daaruit resulterend(e)● lichamelijk letsel,● materiële schade,● letsels bij dieren.

Nederlands 97Ongeschikte reinigingsmiddelenLET OPVerhoogd corrosiegevaar door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelenVolgende reinigingsmiddelen mogen niet door de installatie wor-den verwerkt:● Reinigingsmiddelen die voor de reiniging van de washal be-stemd zijn.● Reinigingsmiddelen die voor de uitwendige reiniging van de wasinstallatie bestemd zijn.● Zure reinigingsmiddelen.● Reinigingsmiddelen die met een afzonderlijk toestel op het voertuig aangebracht worden (bijv. velgreiniger).● Middel voor de afvalwaterbehandeling.Toebehoren en reserveonderdelenGebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonder-delen.

Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.InstallatiebeschrijvingInstallatieoverzicht inrijzijde1 Zuil 12 Sproeiers borstelbewaking (circuit A1 / A2 / A3 optionele in de plaats van C3)3 Dakborstel4 Zuil 25 Hogedrukventielen6 Pneumatisch ventieleiland7 Doseerpompen8 Onderhoudseenheid9 Drukregelaar10 Reinigings- en onderhoudsmiddel11 Onderstel12 Sproeiers vers water, chemische drooghulp, was (circuit A1)13 Sproeiers velgschuim / velgen voorsproeien14 Wielwasinrichting15 Hogedruksproeier wielwasser / wielkastreiniging16 Sproeiers schuim, insecten, intensief Basic (circuit B2)17 Sproeiers industriewater, shampoo (circuit B1)18 Hogedruksproeiers19 Looprails20 Indicatie wasfase21 Positioneringslamp

98 NederlandsInstallatieoverzicht uitrijzijde1 Zijborstel 22 Dakborstel3 Sproeiers polijsten (circuit C3)4 Sproeiers vers water, chemische drooghulp, was (circuit C2)5 Sproeiers industriewater, shampoo (circuit C1)6 Dakventilatormotor7 Rotatiemotor zijborstel 28 Dakdroger9 Rotatiemotor zijborstel 110 Zijborstel 1StandaarduitrustingZijborstelsDe roterende zijborstels reinigen het voertuig aan de zijkant, vooraan en achteraan.DakborstelDe roterende dakborstel verwijdert het vuil van de bovenkant van het voertuig.Wielwasinrichting (schijfborstel)Voor een grondige velgenreiniging is de wasinstallatie met twee wielwasinrichtingen uitgerust.

De positie van de wielen wordt door een fotocel geregistreerd.De roterende borstels worden door pneumatische cilinders tegen de velg gedrukt.De besproeiing van de borstels gebeurt telkens door een in het centrum aangebrachte sproeier.InstructieEen in de hoogte verstelbare wielwasinrichting is optioneel ver-krijgbaar.Sproeiers en sproeibogenMet de sproeiers en sproeibogen wordt industriewater en schoon water op het voertuig gesproeid.Afhankelijk van het wasprogramma wordt het water met reini-gings- en onderhoudsmiddel gemengd.A1 = schoon water, chemische drooghulp (CTH), wasA2 = industriewater, shampooA3 = polijsten (optioneel, in de plaats van C3)B1 = industriewater, shampooB2 = schuim, insecten, intensief BasicC1 = industriewater, shampooC2 = schoon water, CTH, wasC3 = polijstenG = velgen voorspuitenL = teerverwijderaarK = bandenglansH 2 = hoge druk wielwasH 3 = zijdelingse hogedruksproeiersH4 = hogedruksproeiers dak

Nederlands 99Schuim-wasbeurtHet reinigingsmiddel voor de voorreiniging wordt ter verlenging van de inwerktijd als schuim aangebracht. VuilvangersDe vuilvangers houden deeltjes tegen die de sproeiers zouden kunnen verstoppen. DoseerpompenDe doseerpompen voegen reinigings- en onderhoudsmiddel aan het water toe. ZijdrogersUit de drogers stroomt de voor het droogblazen van de voertuig-zijden benodigde lucht. DakdrogerDe drogerbalken worden langs de contouren van het voertuig ge-leid. Ingebouwde ventilatoren zorgen voor de luchtstroom die no-dig is om het voertuig te drogen. PositioneringslampDe positioneringslamp heeft volgende functies:● Vóór het wassen voor het positioneren van het voertuig. ● Na het wassen wordt de uitrijrichting weergegeven. ● Weergave van storingen. FotocellenMet de fotocellen wordt het volgende geregistreerd:● Positie en contouren van het voertuig.

● De positie van de voertuigwielen. Reinigings- en onderhoudsmiddelDe reinigings- en onderhoudsmiddelbussen en doseerpompen bevinden zich in de zuil 2. In de zuil 2 kunnen maximaal 8 bussen worden ondergebracht. Zijn er meer bussen nodig, dan kan de voorziening optioneel van-uit de technische ruimte gebeuren. De zuigslangen, bussen en bijbehorende doseerpompen zijn met dezelfde kleuren gemarkeerd. Markering van de doseerpompen. * Vatgrootte 10 liter** Vatgrootte 20 literTypeplaatjeOp het typeplaatje vindt u de belangrijkste gegevens over de in-stallatie. BesturingskastDe besturingskast van de installatie bevindt zich aan de toevoer-verdeler. VoedingsverdelerOp de voedingsverdeler is de hoofdschakelaar van de installatie aangebracht. De voedingsverdeler bevindt zich buiten van de wasinstallatie in de technische ruimte of een andere geschikte plaats in de buurt van de wasinstallatie.

1 Voedingsverdeler2 Sleutelschakelaar, zie ABS telsystemen– 0 = installatie uit– 1 = bediening via waskaartlezer– 2 = bediening via waskaartlezer en bedieningspaneel (dis-play)3 Hoofdschakelaar, zie HoofdschakelaarNoodstopBij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren moet de instal-latie door het indrukken van de "NOODSTOP"-toets onmiddellijk worden uitgeschakeld. "NOODSTOP"-toetsen bevinden zich:● aan de waskaart-/codelezer. ● aan het bedieningspaneel. ● optioneel aan de ingang van de washal als het bedieningspa-neel of de waskaart-/codelezer zich niet daar bevinden. BedieningsplaatsDe wasinstallatie wordt geleverd met:● een bedieningspaneel met display● een waskaart-/codelezer (optie)KantelbeveiligingEen mechanische beveiliging houdt de installatie ook bij foutief gedrag van de wasklant op de looprails.

OptiesWaskaartlezer/codelezerVoor het gebruik van de wasinstallatie met zelfbediening wordt een waskaartlezer of een codelezer gebruikt. InstructieDe voor het gebruik nodige waskaarten/codes zijn op de betref-fende installatie geprogrammeerd. IndustriewateraansluitingDe industriewateraansluiting maakt het gebruik van regenwater of recyclingwater als gedeeltelijke vervanging van schoon water mogelijk. PlaneetwielwasinrichtingIn de plaats van een schijfborstel is de planeetwielwasinrichting met 3 borstels uitgerust. In de hoogte verstelbare wielwasinrichtingDe wielwasinrichtingen kunnen bijkomend met een hoogtever-stelling worden uitgerust. WielkastreinigingWaterstralen uit 2 bijkomende sproeiers per wielwasinrichting rei-nigen de wielkasten en drempels van het voertuig. BodemwasinrichtingMet de bodemwasinrichting kan de voertuigonderkant worden gewassen.

100 NederlandsVoorspuiten (insecten losmaken)Met de voorspuitsproeiers wordt schuim op de voorste helft van het voertuig aangebracht. Het schuim wordt uit water, voorspuit-middel en perslucht gemaakt. Intensief basicUit stationaire sproeiers wordt chemisch voorreinigingsmiddel op het voertuig aangebracht. Het schuim wordt uit water, voorspuitmiddel en perslucht ge-maakt. VelgschuimMet 2 stationaire schuimsproeiers wordt een met perslucht opge-schuimd waterreinigingsmiddelmengsel op de velgen gespoten. HogedrukwassenMet het hogedrukwassen wordt het grove vuil van het voertuig-oppervlak verwijderd. Door het minimaliseren van het gevaar voor krassporen door zandkorrels of dergelijke draagt de HD-rei-niging in belangrijke mate bij tot de lakbesparende reiniging.

Er staan verschillende uitvoeringen ter beschikking:● Werkdruk 16 bar (1,6 MPa)● Werkdruk 60 bar (6 MPa)● Werkdruk 70 bar (7 MPa), hogedrukpomp onboard (in het por-taal)SchuimwaxUit de sproeiers voor de drooghulp wordt vóór het droogproces schuimwax op het voertuig aangebracht. Koude wasUit de koudewassproeiers wordt water gemengd met was op het voertuig gespoten. Er kunnen 2 verschillende soorten koude was (was 1 en was 2) worden gekozen. Verwarming voor reinigingsmiddelDe voor verwarming voor reinigingsmiddel bevindt zich in de rei-nigingsmiddeltoevoer in zuil 2. VorstbeveiligingsinstallatieDe wasinstallatie kan met een vorstbeveiligingsinstallatie worden uitgerust:Bij vorstgevaar wordt het water automatisch uit het lei-dingsysteem geblazen. De uitblaasbewerking wordt door een thermostaat gestuurd.

Installatie met omgekeerde osmoseVia de sproeiers voor de drooghulp wordt gedemineraliseerd wa-ter (uit een bij de klant voorhanden of optionele installatie met omgekeerde osmose) of schoon water met toegevoegde droog-hulp op het voertuig aangebracht. SchuimpolijstenMet 2 stationaire schuimsproeiers wordt een met perslucht ge-schuimd mengsel uit water en reinigingsmiddel op het voertuig gespoten.

Vervolgens vindt een polijstfase met de wasborstels plaats. VeiligheidsschakelaarsVeiligheidsschakelaars zijn nodig als de vereiste veiligheidsaf-standen tussen de wasinstallatie en vast geïnstalleerde inbou-weenheden (bijv. wanden, zuilen, wastafels) niet in acht kunnen worden genomen. Veiligheidsschakelaars verhinderen het in-klemmen van personen tussen installatie en wand. Raakt een veiligheidsschakelaar een hindernis, dan wordt de wasinstallatie onmiddellijk gestopt. InstructieControleer de oorzaak als de installatie door een veiligheidsscha-kelaar gestopt werd en laat deze door geautoriseerd personeel terugzetten. SpatbeschermingDoor de spatbescherming worden aan de wasplaats aangren-zende vlakken tegen wegspattend vuil en spatwater uit de rote-rende zijborstels beschermd. De spatbescherming is aan de buitenoppervlakken van de onder-stellen en de zuilen bevestigd.

WielsporenDe wielsporen hebben als taak om een centrale positionering van het voertuig te garanderen. Ze verhinderen het neerzetten van het voertuig te ver buiten het midden. AfstandsresetMet de reset-functie kan het wasportaal met een commando op afstand via een interface in de uitgangspositie worden gebracht. De functie kan worden geactiveerd via een afzonderlijke parame-ter in de installatiebesturing. ● In het algemeen mag deze functie alleen worden geactiveerd in landen of op plaatsen waar deze functie toegestaan is. ● Ter plaatse moet videobewaking worden geïnstalleerd die het gehele bereik van de washal of het gehele traject van de in-stallatie bestrijkt, en verder moeten de voorschriften worden toegepast die van kracht zijn in het land/de gemeente waar de installatie wordt geïnstalleerd.

Indien de op-dracht vervolgens door een persoon wordt aangevraagd, moet deze persoon melden dat de installatie en het traject volledig vrij zijn door een veiligheidsinstructie (bv. pop-upvenster) te bevestigen. ● De persoon die de installatie in zijn systeem integreert, bij-voorbeeld via internet, is verantwoordelijk voor de noodzake-lijke beveiliging of cyberveiligheid en er moet een risicobeoordeling van de installatie worden uitgevoerd. PoortbesturingDe voorhanden poortbesturing wordt door de personenautopor-taalbesturing met voor het wasproces juiste signalen aange-stuurd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zomerpoortbesturing en winterpoortbesturing. Zomerpoortbesturing● Vóór het begin van de wasbeurt zijn de poorten open. ● Het voertuig kan inrijden. ● Bij het begin van de wasbeurt worden de poorten gesloten.

● Na het einde van de wasbeurt worden de poorten geopend en blijven deze open. Winterpoortbesturing● Voor het begin van de wasbeurt is de inrijpoort gesloten en moet deze voor het inrijden van het voertuig worden geopend. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het inschuiven van een waskaart in de waskaartlezer. ● Bij het begin van de wasbeurt (bijv. toets "start" aan de was-kaartlezer indrukken) wordt de inrijpoort gesloten. ● Na het einde van de wasbeurt wordt de uitrijpoort geopend en na het uitrijden van het voertuig opnieuw gesloten. BedieningselementenNoodstopBij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren moet de instal-latie door het indrukken van de "NOODSTOP"-toets onmiddellijk worden uitgeschakeld. "NOODSTOP"-toetsen bevinden zich:● aan de waskaart-/codelezer. ● aan het bedieningspaneel.

● optioneel aan de ingang van de washal als het bedieningspa-neel of de waskaart-/codelezer zich niet daar bevinden. HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar bevindt zich aan de voedingsverdeler. Voor het inschakelen van de installatie de hoofdschakelaar op "1" zetten.

Nederlands 101ABS telsystemenAan de sleutelschakelaar aan de voedingsverdeler, zie Voe-dingsverdeler, kan worden gekozen vanuit welke bedieningspun-ten wasprogramma's kunnen worden gestart.● Stand 0: Geen programmastart mogelijk● Stand 1: Programmastart aan de waskaart-/codelezer moge-lijk● Stand 2: Programmastart aan de waskaart-/codelezer en aan het bedieningspaneel mogelijkWaskaart-/codelezerHet wasprogramma kan afhankelijk van de uitvoering van de waskaart-/codelezer als volgt worden gekozen:● Invoer aan een toetsenbord.● Het op de waskaart aangegeven programma.● Invoer van een codenummer.InstructieMeer aanwijzingen vindt u in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de waskaart-/codelezer.Bedieningspaneel1 Noodstopknop2 Display3 Toets stuurspanning/basisstandDoseerpompenDe reinigings- en onderhoudsmiddelen worden gedoseerd via doseerpompen die zich in de zuil 2 bevinden.De indeling van de doseerpompen dient als voorbeeld.

Als stan-daard zijn de doseerpompen 1-4 altijd zoals afgebeeld ingedeeld.Voor de doseerpompen 5-8 kan uit 7 verschillende reinigings- en onderhoudsmiddelen worden gekozen.1 Doseerpomp2 Doseerpomp shampoo3 Doseerpomp schuim4 Doseerpomp was 15 Doseerpomp voorreiniging (insecten)6 Doseerpomp was 27 Doseerpomp velgreiniger (velgschuim)8 Doseerpomp polijstenMet de doseerpompen worden aan het waswater reinigings- en onderhoudsmiddelen overeenkomstig het wasprogramma en de uitrusting van de installatie toegevoegd.InstructieDe doseerhoeveelheden worden door de monteur bij de eerste inbedrijfstelling van de installatie optimaal ingesteld.

102 NederlandsDoseerhoeveelheid instellen1 Ontluchtingsknop2 Ontluchtingshendel3 Instelknop doseerhoeveelheidLET OPBeschadiging van de doseerpomp door droogloopStel de doseerhoeveelheid alleen bij een lopende doseerpomp in. 1. De instelknop doseerhoeveelheid eruit trekken. 2. De ontluchtingsknop afwisselend indrukken en loslaten en on-dertussen de instelknop op de gewenste waarde draaien. 3. De ontluchtingsknop loslaten. 4. De instelknop doseerhoeveelheid indrukken. Doseerpomp ontluchtenDe luchtdruktoevoer van de installatie moet in gebruik zijn. 1 Ontluchtingsknop2 Ontluchtingshendel3 Instelknop doseerhoeveelheid1. De ontluchtingshendel linksom tot aan de aanslag draaien. 2. De doseerhoeveelheid op 100% instellen. 3. De ontluchtingsknop zo vaak indrukken tot het reinigingsmid-del zonder bellen uit de ontluchtingsleiding aan de onderkant van de doseerpomp naar buiten komt. 4.

De doseerhoeveelheid op de gewenste waarde terugzetten, zie Doseerhoeveelheid instellen. 5. De ontluchtingshendel rechtsom tot aan de aanslag draaien. DisplaybeschrijvingStartdisplayInstructieDe taal wordt bij de eerste inbedrijfstelling ingesteld en kan via het menu instellingen/algemeen worden gewijzigd. Via het display kunnen bijvoorbeeld instellingen aan de installatie worden uitgevoerd, weergaves op het display zelf worden inge-steld, informatie over de installatie worden weergegeven.

Statusbalk1 Datum2 Tijd3 Actueel aangemelde gebruiker4 Onderhoudstermijn is verstreken5 Actueel seizoen (indien vrijgeschakeld)6 Actuele installatiestatusSymboolbeschrijvingAfhankelijk van in welk menu men zich bevindt of welke status de installatie heeft, worden op het display volgende symbolen weer-gegevenPolijsten 2Intensief BasicDoseerpomp Reinigings- en onderhoudsmiddelInstallatie bedrijfsgereedInstallatie in storingToets homeMet de toets home kan vanuit een submenu een ni-veau teruggegaan worden.

Nederlands 103WassenIn het menu wassen kunnen programma's en extra programma's gekozen en gestart worden.Het lopende programma kan onderbroken worden en de voort-gangsindicatie kan in procent worden weergegeven.Wasprogramma starten, zie Programma aan het display starten..ServiceIn het servicemenu kunnen handfuncties worden uitgevoerd en de handmatige vorstbescherming worden gestart.Het menu service bevat volgende submenu's:● Handmatig bedrijf (handfuncties portaal, vorstbescherming handmatig starten, handfuncties watersysteem)● Diagnose (alleen exploitant en servicepersoneel)Zelftestfuncties van de installatie worden opgeroepenInstellingenHet menu instellingen bevat het gebruikersbeheer en er kunnen instellingen voor de installatie worden uitgevoerd.Het menu instellingen bevat volgende submenu's:● Gebruikersbeheer● Wasprogramma-instellingen (portaalsnelheid voor voorreini-ging, borstels, onderhoud en droging, seizoensgebonden in-stelling)● Installaties (reinigingsmiddel, watervoorziening, poortbedrijf, indicatie klanttekst-prio)● Algemeen (datum, tijd en openingstijden instellen, taal selec-teren, systeeminformatie weergeven)Algemene infoVia het menu kunnen analyses over de installatie en het actuele vulpeil van de reinigingsmiddelen worden weergegeven.Het menu algemene info bevat volgende submenu's:● Wasteller (alleen exploitant) - indicaties van de uitgevoerde en afgebroken wasbeurten● Bedrijfsuren● Onderhoud diagnose - interval van het volgende onderhoud, systeeminformatie, foutgeheugen, gebeurtenisgeheugen● Vulpeil reinigingsmiddelen - procentueel vulpeil van de reini-gingsmiddelen (optie)Seizoensgebonden wasprogramma's lente ingesteldSeizoensgebonden wasprogramma's zomer inge-steldSeizoensgebonden wasprogramma's herfst inge-steldSeizoensgebonden wasprogramma's winter inge-steld

104 NederlandsMeldingen op het displayBij het gebruik van de installatie kunnen volgende pushmeldin-gen op het display worden weergegeven. Kritieke fout GEVAARGevaar door kritieke foutenSchakel de installatie uit en informeer de service. Kritieke fouten mogen alleen door personen worden verholpen die over de servicewerkzaamheden van de installatie zijn geschoold. Is er sprake van meerdere fouten, dan worden deze doorlopend weergegeven. Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld. StoringStoringen zijn fouten die tijdens het wasprogramma optreden. Het wasprogramma wordt onderbroken en kan na het verhelpen van de storing worden voortgezet. Is er sprake van meerdere storingen, dan worden deze doorlo-pend weergegeven. Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld.

Een uitvoerige beschrijving voor het verhelpen van storingen be-vindt zich in hoofdstuk Hulp bij storingen. GebeurtenisEen gebeurtenis is een fout die optreedt als er geen wasprogram-ma actief is. Is er sprake van meerdere gebeurtenissen, dan worden deze doorlopend weergegeven. Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld. Een uitvoerige beschrijving voor het verhelpen van storingen be-vindt zich in hoofdstuk Hulp bij storingen. Installatie niet in basispositieDeze melding verschijnt als een aggregaat zich niet in de basis-positie bevindt. InstructieDruk op de knop (> 2 seconden) of druk op de blauwe toets (> 2 seconden) om de installatie in de basispositie te brengen. Onderhoud vereistDe melding verschijnt als een onderhoudstermijn verstreken is. InstructieLeg een onderhoudstermijn met de service vast. Inbedrijfstelling1. Afsluitventielen voor water en perslucht openen.

Schakel bij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren de in-stallatie onmiddellijk uit door de noodstopknop in te drukken. LET OPBeschadigingsgevaar van de voertuigen door niet verwij-derd reinigingsmiddelTreedt na het aanbrengen van het reinigingsmiddel een storing aan de wasinstallatie op, dan moet u het reinigingsmiddel na het uitschakelen van de installatie door grondig afspuiten met water onmiddellijk verwijderen om mogelijke lakschade door te lange inwerkingsduur te verhinderen. InstructieBij zelfbedieningsinstallaties moet altijd een deskundige, met de installatie vertrouwde persoon bereikbaar zijn die ter vermijding van eventuele gevaren nodige maatregelen kan uitvoeren of la-ten uitvoeren.

Nederlands 105Inschakelen na noodstopInstructieVerhelp voor het herinschakelen de oorzaak voor het bedienen van de noodstopknop. Personen of dieren mogen zich niet in het werkbereik bevinden. Voertuigen moeten uit de installatie worden gereden. 1 Noodstopknop2 Toets stuurspanning/basisstand1. Noodstopknop door trekken ontgrendelen. 2. Blauwe toets stuurspanning/basisstand aan het bedieningspa-neel indrukken. In de basispositie brandt het bovenste groene signaallampje "vooruit" van de positioneringslamp. De installatie is opnieuw bedrijfsklaar, het te wassen voertuig kan in de installatie rijden. Gebruiker aan het display aanmelden1. In het hoofdmenu instellingen/gebruikersbeheer selecteren. De mogelijke gebruikers worden weergegeven. 2. Gebruiker selecteren. Het venster voor het invoeren van de code wordt geopend. 3. Code invoeren en bevestigen.

Het symbool van de aangemelde gebruiker wordt in de boven-ste regel weergegeven. InstructieHet gebruikersniveau wordt na 30 minuten niet-gebruik automa-tisch naar het gebruikersniveau teruggezet. Voertuig voorbereidenLET OPBeschadiging van de installatie en van het voertuigZorg ervoor dat vóór het starten van de installatie volgende maat-regelen worden getroffen om schade aan het voertuig te vermij-den. 1. Ramen, deuren en dakluiken sluiten. 2. De antennes inschuiven, in richting achterzijde inklappen of verwijderen. 3. Grote of wijd openstaande spiegels inklappen. 4. Het voertuig op lossen voertuigdelen onderzoeken en deze demonteren, bijv.

Een versnelling kiezen. 3. Bij automatische transmissie stand "P" kiezen. 4. De handrem aantrekken. 5. Controleren of alle aanwijzingen uit Voertuig voorbereiden zijn omgezet. 6. Het voertuig verlaten (alle personen). 7. Het wasprogramma afhankelijk van het starttype starten. Programma starten. Aan de waskaart-/codelezerInstructieHet gebruik met een waskaart-/codelezer is in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing voor de waskaart-/codelezer beschreven.

106 NederlandsProgramma aan het display starten.1. Toets "Wassen" indrukken.2. Het gewenste wasprogramma selecteren.3. Gewenste opties selecteren en met OK bevestigen.4. Wasprogramma starten.5. In het lopende wasprogramma kunnen volgende gsm-functies op het display worden uitgevoerd:a Droger vergrendelen/omhoog bewegenb Dakborstel vergrendelen/omhoog bewegenc Zijborstel vergrendelen/naar buiten bewegend Wielborstels stoppenToets "Informatie" indrukken om de voortgangsindicatie van het programma weer te geven.Lopend programma onderbreken1. Toets "Stop" indrukken.Het programma wordt geannuleerd.2. Toets "Start" indrukken om het programma opnieuw voort te zetten.Programma-eindeNa het programma-einde wordt aan de positioneringslamp weer-gegeven of het voertuig vooruit of achteruit uit de installatie moet worden gereden.1. Het voertuig uit de installatie rijden.

Nederlands 107Handmatige modusHandmatige functies kunnen voor volgende bouwgroepen wor-den uitgevoerd:● Portaal - verplaatsen● Dakborstel - omhoog en omlaag brengen, in- en uitschakelen● Zijborstel - naar binnen en buiten brengen, in- en uitschakelen● Droger - omhoog en omlaag brengen, in- en uitschakelen● Wielborstel - vooruit en terug brengen, in- en uitschakelen1. In het hoofdmenu service/handmatig bedrijf/handportaal se-lecteren. Het menu van de uitvoerbare handfuncties wordt geopend. 2. Bouwgroep selecteren. Selecteerbare handfuncties worden in het geel weergegeven. 3. Handfunctie starten. Vooraleer een andere bouwgroep kan worden geselecteerd, moet de gekozen bouwgroep worden gedeselecteerd. Reinigings- en onderhoudsmiddel bijvullen몇 WAARSCHUWINGGevaar door chemicaliënNeem de veiligheidsgegevensbladen van de reinigings- en on-derhoudsmiddelen in acht.

InstructieOp het display de knoppen "Algemene informatie" en "Vulpeil rei-nigingsmiddel" indrukken om het vulpeil weer te geven, zie Alge-mene info. De indicatie van het vulpeil is optioneel. 1 10 liter bijvulbussen2 Uitloopbuis1. Uitloopbuis op de bijvulbus schroeven. 2. Betreffend reinigings- of onderhoudsmiddelreservoir openen. 3. Reservoir vullen en opnieuw sluiten. BuitenwerkingstellingKortstondige buitenbedrijfstelling1. Een lopend wasprogramma beëindigen. 2. De hoofdschakelaar op "1" laten zodat de optionele vorstbe-schermingsinrichting geactiveerd kan blijven. Langdurig stilleggen1. Een lopend wasprogramma beëindigen. 2. Alle watervoerende leidingen ontwateren als voor de tijd van de stillegging vorst te verwachten is. 3. De hoofdschakelaar op "0" zetten. 4. De waterleiding sluiten. 5. De persluchtleiding sluiten. 6. De reinigings- en onderhoudsmiddelen verwijderen.

Buitenbedrijfstelling door automatische vorstbeschermingsinrichting (optie)LET OPBeschadiging van de installatie door niet ingeschakelde vorstbeschermingsinrichtingLet er bij vorstgevaar op dat de hoofdschakelaar ingeschakeld is en dat er geen noodstopknop is ingedrukt. Wordt de minimumtemperatuur onderschreden, dan worden au-tomatisch volgende stappen uitgevoerd:1. Het lopende wasprogramma wordt voltooid. 2. Na het einde van het wasprogramma worden de slangen en de sproeierbuizen van het portaal met perslucht uitgeblazen. 3. Het starten van bijkomende wasprogramma's wordt geblok-keerd. InstructieNa het einde van het vorstgevaar is de installatie automatisch op-nieuw bedrijfsklaarAutomatisch vorstbschermingsverloop handmatig startenLET OPBeschadiging van de installatie door temperaturen onder het vriespuntVoer de vorstbescherming aan de installatie uit.

InstructieBij installaties met automatische vorstbescherming start de vorst-bescherming zodra de vooringestelde temperatuur is bereikt. 1. In het hoofdmenu service/handmatig bedrijf selecteren. 2. Toets "hand vorstbescherming" indrukken om de vorstbe-scherming te starten. De vorstbescherming wordt gestart en de resterende tijd op het display weergegeven.

108 NederlandsOnderhoudOnderhoudsaanwijzingenBasis voor een veilige installatie is regelmatig onderhoud volgens het onderhoudsschema. 몇 WAARSCHUWINGGevaar voor letsel door machinebewegingenSchakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudings-werkzaamheden uit. Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot. 몇 WAARSCHUWINGVerwondingsgevaar door persluchttanks en -leidingen die na het uitschakelen van de installatie onder druk staan. Bouw vóór alle werkzaamheden aan de installatie de druk af. Controleer de drukloosheid aan de manometer van de onder-houdseenheid. 몇 WAARSCHUWINGVerwondingsgevaar door hogedruksysteem dat na het uit-schakelen van de installatie onder druk staat. Schakel vóór alle werkzaamheden aan de installatie het hoge-druksysteem drukloos.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Karcher CW 5 Klean!Star Q stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden