JVC LX-UH1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van JVC LX-UH1 (46 pagina’s), behorend tot de categorie Beamer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over JVC LX-UH1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | JVC |
| Categorie: | Beamer |
| Model: | LX-UH1 |
Handleiding JVC LX-UH1 – volledige tekst
3 VeiligheidsmaatregelenVeiligheidsmaatregelenDit product bevat een High Intensity Discharge (HID) lamp die kwik bevat. Wegwerpen dient uitsluitend te geschieden volgens geldende wetgeving. Het wegwerpen van dit materiaal wordt in uw gemeente gereguleerd op grond van milieuwetgeving. Voor informatie over wegwerpen of hergebruiken, neemt u contact op met uw gemeente of, in de VS, met de Electronic Industries Alliance: http://www.eiae.org. of bel 1-800-252-5722 (in de VS) of 1-800-964-2650 (in Canada).VERKLARING M.B.T. GELUIDSEMISSIEHet geluidsdrukniveau op de positie van de bediener is gelijk aan of kleiner dan 60dB(A) volgens ISO7779.
4 Belangrijke veiligheidsinstructies Informatie voor gebruikers over het wegwerpen van oude apparatuur en batterijen[alleen voor de Europese Unie]Deze symbolen geven aan dat apparatuur met deze symbolen niet bij het huishoudelijk afval mag worden weggeworpen. Als u het product of de batterij wilt wegwerpen, maak dan gebruik van het inzamelingssysteem en -mogelijkheden voor de correcte verwerking. Let op: Het teken Pb onder het batterijsymbool geeft aan dat deze batterij lood bevat. Belangrijke veiligheidsinstructiesDe projector is ontwikkeld en getest volgens de nieuwste veiligheidsstandaards voor ict-apparatuur. Voor een veilig gebruik van dit product dient u de instructies in deze handleiding en op de verpakking van het product nauwkeurig op te volgen. 1. Lees deze gebruikershandleiding aandachtig door voordat u de projector gaat gebruiken.
Bewaar deze handleiding op een veilige plek voor naslag in de toekomst. 2. Plaats de projector tijdens het gebruik altijd op een stabiel en niet hellend oppervlak. - Plaats de projector nooit op een instabiel wagentje, standaard of tafel omdat deze dan kan vallen en kan worden beschadigd. - Plaats geen ontvlambare stoffen in de buurt van de projector. - Maak geen gebruik van de projector als deze gekanteld staat in een hoek van meer dan 10 graden (naar links of rechts) of in een hoek van meer dan 15 graden (voor naar achter). 3. Plaats de projector niet verticaal. De projector kan dan vallen en letsel veroorzaken of beschadigd raken. 4. Plaats de projector niet in de volgende omgevingen:- Slecht geventileerde of gesloten ruimtes. Zorg dat de projector ten minste 50 cm van de muur staat en laat voldoende ruimte vrij rondom de projector.
- Plekken waar de temperatuur extreem hoog kan oplopen, zoals in een auto met gesloten ramen. - Erg vochtige, stoffige of rokerige plaatsen die optische componenten mogelijk aantasten. Dit verkort de levensduur van de projector en verdonkert het beeld. - Plekken in de buurt van een brandalarm.
- Locaties met omstandigheden die niet zijn vermeld in "Projectorspecificaties". 5. Blokkeer nooit de ventilatieopeningen als de projector is ingeschakeld (zelfs in stand-bystand). - Bedek de projector nooit met een voorwerp. - Plaats deze projector niet op een deken, beddengoed of op een ander zacht oppervlak. 6. Op plekken waar het voltage van het elektriciteitsnet kan fluctueren met ±10 volt, wordt aanbevolen de projector via een stroomstabilisator, spanningspiekbeveiliging of ononderbroken voeding (UPS) aan te sluiten, afhankelijk van wat het beste past in uw situatie. 7. Trap niet op de projector of leg er geen voorwerpen op. JVCKENWOOD Deutschland 1-11, 61118 Bad Vilbel, DUITSLANDProducteBatterij.
5 Belangrijke veiligheidsinstructies8. Plaats geen vloeistoffen in de buurt van of op de projector. Mocht er enige vloeistof in de projector zijn gemorst, dan wordt die niet gedekt door de garantie. Mocht de projector nat worden, trek dan de stekker uit het stopcontact en neem contact op met om de projector te laten repareren. 9. Kijk tijdens het projecteren niet rechtstreeks in de lens van de projector. Dit kan uw ogen beschadigen. 10. Gebruik de projectorlamp niet langer dan de voorgeschreven levensduur. Als u de lamp toch langer gebruikt, kan deze in zeldzame gevallen breken. 11. De lamp wordt erg heet tijdens het gebruik. Laat de projector ongeveer 45 minuten afkoelen voordat u de lamp vervangt. 12. Probeer de lampcomponenten nooit te vervangen voordat de projector is afgekoeld en de stekker uit het stopcontact is getrokken. 13.
Dit product kan beelden omgekeerd weergeven, zodat plafondmontage mogelijk is. Gebruik alleen een geschikte plafondmontageset voor de montage. 14. DEZE APPARATUUR MOET WORDEN GEAARD. 15. Als u het apparaat installeert, monteert u een goed toegankelijke schakelaar in de bedrading, of steek de stekker in een goed bereikbaar stopcontact in de buurt van het apparaat. Als een probleem optreedt tijdens het gebruik van het apparaat, drukt u op de schakelaar om de stroom uit te schakelen of trekt u de stekker uit het stopcontact. Waarschuwing m. b. t. hoge temperatuurDe temperatuur van de behuizing rond en boven de luchtopeningen kan hoog oplopen als de projector wordt gebruikt. Het aanraken van deze plekken tijdens het gebruik kan resulteren in brandwonden op de handen. Raak deze plekken niet aan. Doet u dit toch, dan kan dat brandwonden veroorzaken.
Let er bijzonder goed op dat kleine kinderen deze plekken niet aanraken. Plaats bovendien geen metalen voorwerpen op deze plekken. Vanwege de warmte van de projector kan dit namelijk ongelukken of letsel veroorzaken.
Montage van de projector op het plafondAls u de projector tegen het plafond wilt bevestigen, is het raadzaam de plafondmontageset voor projectoren te gebruiken voor een veilige en stevige montage. Doet u dit niet, is het risico aanwezig dat de projector kan vallen wegens onjuiste bevestiging aan het plafond door schroeven van de onjuiste dikte of lengte te gebruiken. U kunt de plafondmontageset voor projectoren kopen bij de leverancier van uw projector. We raden u aan een aparte veiligheidskabel aan te schaffen die compatibel is met het Kensington-slot. Maak deze kabel vast aan de sleuf voor het Kensington-slot op de projector en aan de houder. Wanneer de projector loskomt van de houder, blijft het apparaat toch veilig zitten. Open deze projector niet zelf. De onderdelen van het apparaat staan onder hoge, levensgevaarlijke spanning.
6 Belangrijke veiligheidsinstructies Bewaar de originele verpakking voor eventueel vervoer in de toekomst. Als u de projector na gebruik moet vervoeren, stel dan de lenspositie in op een geschikte positie, plaats het lenskussen rond de lens en pas het lenskussen in het projectorkussen om beschadiging tijdens het transport tegen te gaan.Als u denkt dat de projector moet worden gerepareerd, breng de projector dan uitsluitend naar een gekwalificeerde reparateur.VochtcondensatieGebruik de projector nooit onmiddellijk nadat de projector van een koude naar een warme plek is gebracht. Als de projector aan zo'n temperatuurverandering wordt blootgesteld, kan vocht op belangrijke interne onderdelen condenseren.
Bij zo'n temperatuurverandering gebruikt u de projector niet gedurende ten minste 2 uur, om te voorkomen dat de projector beschadigt.Vermijd vluchtige vloeistoffenGebruik geen vluchtige vloeistoffen, zoals insecticide of bepaalde reinigingsmiddelen, in de buurt van de projector. Plaats geen rubberen of plastic producten gedurende langere tijd tegen de projector. Deze kunnen vlekken op de buitenkant achterlaten. Mocht u de projector met een chemisch behandelde doek reinigen, volg dan de veiligheidsinstructies van het schoonmaakmiddel.WegwerpenDit product bevat de volgende materialen, welke schadelijk kunnen zijn voor het menselijke lichaam en het milieu.• Lood, dit zit in het soldeer. • Kwik, dit zit in de lamp.Wilt u het product of gebruikte lampen wegwerpen, neem dan contact op met uw gemeente met informatie over de regelgeving.
8 Overzicht Buitenkant van de projectorVoorkant en bovenkant 1. Bedieningspaneel (zie "Besturingspaneel" voor details.)2. Lampdeksel3. Ventilatie (warme lucht uit)4. Projectielens5. Lensverschuivingsknop (links/rechts)Hiermee past u de horizontale positie van het geprojecteerde beeld aan.6. Lensverschuivingsknop (omhoog/omlaag)Hiermee past u de vertikale positie van het geprojecteerde beeld aan.7. Ventilatie (koele lucht in)8. IR-sensor afstandsbediening voorkant9. ZoomringHiermee past u de grootte van het geprojecteerde beeld aan.10.FocusringHiermee past u de scherpstelling van het geprojecteerde beeld aan.11. Aansluiting netsnoer12.Computer-ingang (D-Sub 15pin)13.HDMI 1-poort (HDCP 2.2)14.HDMI 2-poort15.Mini-usb-poortVoor onderhoud.16.RS-232-besturingspoort17.Usb-type-A-poortVoor het opladen van externe apparaten.
9 OverzichtBedieningselementen en functiesBesturingspaneel1. POWER (Aan/uit-indicator)Brandt of knippert als de projector wordt gebruikt.2. TEMP (waarschuwingslampje temperatuur)Brandt rood als de temperatuur van de projector te hoog wordt.3. LAMP (Lamp-indicator)Geeft de status van de lamp aan. Brandt of knippert als er een probleem is met de lamp.4. HIDEMaakt het beeld leeg. Druk op een willekeurige toets op de projector of afstandsbediening om het beeld te herstellen.5. Pijltoetsen ( , , , )Als het On-Screen Display (OSD)-menu is geactiveerd, gebruikt u deze toetsen als pijltoetsen om de gewenste menu-items te selecteren en om aanpassingen uit te voeren.6. MENU• Opent het On-Screen Display (OSD)-menu.• Keert terug naar het vorige OSD-menu, sluit en bewaart de menu-instellingen. 7. AAN/UITDit zet de projector aan of op stand-by.8. Keystone-toetsen ( , )Opent het venster Keystone.
Gebruik , om handmatig beelden te corrigeren die vervormd zijn door projectie onder een hoek.9. INPUTOpent de ingangselectiebalk.10.Activeert de paneeltoetsblokkering. Ontgrendel de toetsen door drie seconden ingedrukt te houden of via de instelling in het OSD-menu met de afstandsbediening.11. OKHiermee activeert u het geselecteerde menu-item in het schermmenu (OSD).12.BACKGaat terug naar eerdere OSD-menu's, verlaat het OSD-menu en bewaart alle gemaakte veranderingen in het schermmenu (OSD).13.IR-sensor bovenkant216347591213118108
10 Overzicht Afstandsbediening1. INPUTOpent de ingangselectiebalk. 2. LIGHTActiveert de verlichting van de afstandsbediening voor enkele seconden. Druk op een andere toets terwijl de verlichting brandt en deze blijft branden. Druk nogmaals op de toets om de verlichting uit te schakelen.3. NATURALSelecteert de beeldmodus: Natuurlijk.4. CINEMASelecteert de beeldmodus: Bioscoop.5. USER1Selecteert de beeldmodus: Gebruiker 1.6. USER2Selecteert de beeldmodus: Gebruiker 2.7. HIDEMaakt het beeld leeg. Druk op een willekeurige toets op de projector of afstandsbediening om het beeld te herstellen.8. OKHiermee activeert u het geselecteerde menu-item in het schermmenu (OSD).9. MENU• Opent het On-Screen Display (OSD)-menu.• Keert terug naar het vorige OSD-menu, sluit en bewaart de menu-instellingen.10.BRIGHTNESSToont de instellingenbalk voor het aanpassen van de helderheid.11.
AAN/UITDit zet de projector aan of op stand-by.12.DYNAMICSelecteert de beeldmodus: Dynamisch.13.GAMMAGeeft het Gamma selecteren-menu weer.14.TESTGeeft het testpatroon weer.15. RechtsActiveert de paneeltoetsblokkering. Ontgrendel de toetsen door drie seconden ingedrukt te houden of via de instelling in het OSD-menu met de afstandsbediening.16.Pijltoetsen ( links, rechts, omhoog, omlaag)Als het On-Screen Display (OSD)-menu is geactiveerd, gebruikt u deze toetsen als pijltoetsen om de gewenste menu-items te selecteren en om aanpassingen uit te voeren. 17.BACKKeert terug naar het vorige OSD-menu, sluit en bewaart de menu-instellingen.18.CONTRASTToont de instellingenbalk voor het aanpassen van het contrast.111121318141737910254681615
11 OverzichtDe batterij van de afstandsbediening plaatsen/vervangen1. U opent het batterijdeksel door de afstandsbediening om te draaien. Druk vervolgens op de vingergrendel van het deksel en schuif het deksel omhoog in de richting van de pijl in de afbeelding. 2. Verwijder de aanwezige batterijen (indien nodig) en installeer twee AA-batterijen. Let bij het plaatsen op de batterijpolen die in de batterijnis zijn aangegeven. Positief (+) hoort bij positief en negatief (-) bij negatief.3. Plaats het deksel terug door eerst de inkepingen van het deksel in de uitsparingen van de afstandsbediening te plaatsen. Druk het deksel terug in positie.
Stop als u een klik hoort.• Leg de afstandsbediening en de batterij niet in extreem warme of vochtige omgevingen, zoals in een keuken, badkamer, sauna, solarium of in een gesloten auto.• Gebruik alleen dezelfde batterijen of batterijen van hetzelfde type dat door de fabrikant van de batterij wordt aanbevolen.• Gooi batterijen weg volgens de instructies van de fabrikant en volgens de plaatselijke milieuregelgeving.• Werp batterijen nooit in vuur. Dit kan een explosie veroorzaken.• Als de batterijen leeg zijn of als u de afstandsbediening gedurende langere tijd niet gebruikt, verwijdert u de batterijen om beschadiging van de afstandsbediening door lekkende batterijen te voorkomen.Effectief bereik van de afstandsbedieningDe afstandsbediening moet in een hoek van 30 graden ten opzichte van de IR-sensor van de projector worden gehouden om correct te functioneren.
12 Installatie InstallatieHet kiezen van een plekVoordat u een plek voor de projector kiest, houdt u rekening met de volgende zaken:• Formaat en positie van het scherm • Plek van het stopcontact • Locatie en afstand tussen de projctor en de rest van de apparatuurU kunt de projector op de volgende manieren installeren.1. Voorkant:Selecteer deze plek als u de projector op de vloer en voor het scherm plaatst. Als u een snelle opstelling en draagbaarheid wenst, is dit de meest gebruikte opstelling.Schakel de projector in en maak de volgende instellingen:INSTALLATIE > Projectormodus > Voorkant3. Plafond voor:Selecteer deze locatie als de projector aan het plafond voor het scherm wordt gehangen.Schakel de projector in en maak de volgende instellingen:INSTALLATIE > Projectormodus > Plafond voorKoop bij uw verkoper een geschikte plafondmontageset voor de projector voor montage aan het plafond.2.
Achterkant:Selecteer deze plek als u de projector op de vloer en achter het scherm plaatst.Schakel de projector in en maak de volgende instellingen:INSTALLATIE > Projectormodus > Achterkant4. Plafond achter:Selecteer deze locatie als de projector aan het plafond achter het scherm wordt gehangen.Schakel de projector in en maak de volgende instellingen:INSTALLATIE > Projectormodus > Plafond achter Hiervoor is een speciaal scherm voor achterwaartse projectie vereist.Hiervoor zijn een scherm voor achterwaartse projectie en een geschikte plafondmontageset vereist.
13 InstallatieDe gewenste beeldgrootte van de projectie instellenDe grootte van het geprojecteerde beeld wordt bepaald door de afstand van de projectorlens tot het scherm, de zoominstelling en het videoformaat. U verschuift de lens door aan de lensverschuivingsknoppen op de projector te draaien. Zo schuif u de projectielens in elke gewenste richting binnen het toelaatbare bereik en verandert u de positie van het beeld.Naar voren projecteren• De beeldverhouding van het scherm is 16:9 en de beeldverhouding van het geprojecteerde beeld is 16:9.• De projectiepositie verticaal aanpassen met lensverschuiving• De projectiepositie horizontaal aanpassen met lensverschuivingA: Afstand van het midden van de lens tot de onderrand van het geprojecteerde beeld (als lensverschuiving op het hoogste niveau is ingesteld).
14 Installatie Alle maten zijn benaderingen en kunnen afwijken van de daadwerkelijke formaten. Als u de projector in een permanente opstelling installeert, wordt aanbevolen dat u de projectiegrootte, afstand en optische karakteristieken met de projector zelf uitprobeert voordat u de projector daadwerkelijk installeert. Op deze manier kunt u de exacte montagepositie bepalen die het beste past in uw opstelling.Het projectiebereik van lensverschuivingStop met draaien aan de verstelknop als u een klik hoort die aangeeft dat de knop niet verder kan. Als u de knop te ver draait, kan de projector beschadigd raken.• U kunt het beeld niet zowel horizontaal als vertikaal op een maximumwaarde instellen.• Het aanpassen van de lensverschuiving heeft geen invloed op de beeldkwaliteit.
In het onwaarschijnlijke geval dat het beeld vervormd wordt geprojecteerd, zie "Het geprojecteerde beeld aanpassen" voor details.a abbdca: Maximaal horizontaal bereik (H × 23%)b: Maximaal vertikaal bereik (V × 60%)c: 1/2 van de vertikale hoogte van het beeldd: 1/2 van de horizontale breedte van het beeld
15 AansluitingenAansluitingenAls u een signaalbron aansluit op de projector, volg dan deze instructies:1. Schakel alle apparatuur uit voordat deze aansluit.2. Gebruik de juiste signaalkabels voor elke bron.3. Zorg dat de kabels goed zijn geplaatst.In de afbeeldingen van de verbindingen die hieronder staan, zijn niet alle kabels weergegeven die bij de projector worden geleverd (zie "Inhoud van de verpakking"). Deze kabels zijn verkrijgbaar in elektronicawinkels.Alleen de HDMI 1-aansluiting ondersteunt 4K (Ultra HD)/HDR.Aansluiting HDCP ver. Gebruiken voorHDMI 1 2.2 4K/HDR-bronHDMI 2 1.4 Maximaal FHD (2K)-bron12 2Laptop of desktopcomputer AV-apparaatof1. VGA-kabel2. HDMI-kabel
16 Bediening BedieningDe projector opstarten1. Sluit het netsnoer aan op de projector en stop de stekker in een stopcontact. Schakel het stopcontact in (indien nodig). POWER (Aan/uit-indicator) op de projector brandt oranje zodra de stroom is ingeschakeld.Gebruik het bijgesloten netsnoer om mogelijk gevaar, zoals een elektrische schok of brand, te voorkomen.2. Druk op om de projector te starten. POWER (Aan/uit-indicator) knippert groen en blijft groen als de projector is ingeschakeld. Tijdens het opwarmen gaan de ventilatoren draaien en een opstartbeeld verschijnt in beeld. De projector reageert tijdens het opwarmen niet op verdere opdrachten.De projector uitschakelen1. Druk op . Als de projector wordt uitgeschakeld, verschijnt een bevestiging.2. Druk nogmaals op .
De POWER (Aan/uit-indicator) knippert oranje en de ventilatoren blijven ongeveer twee minuten draaien om de lamp af te koelen. Tijdens het afkoelen reageert de projector niet op opdrachten. 3. Als het afkoelen klaar is, brandt de POWER (Aan/uit-indicator) oranje.Als de projector gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, trek dan het netsnoer uit het stopcontact.Probeer de projector niet onmiddellijk weer in te schakelen als deze net is uitgeschakeld, aangezien grote hitte nadelig is voor de levensduur van de lamp. De daadwerkelijke levensduur van de lamp kan variëren, afhankelijk van de omgevingsomstandigheden en het gebruik.
17 BedieningEen ingangssignaal selecterenDe projector kan tegelijkertijd op verschillende apparaten worden aangesloten. Er kan echter op slechts één scherm op volledig scherm worden weergegeven. Tijdens het opstarten zoekt de projector automatisch beschikbare signalen.Als u wilt dat de projector altijd automatisch signalen zoekt:• Ga naar het menu SYSTEEMINSTLL: Basis en activeer Ingangssignaal automatisch zoeken. (zie "Ingangssignaal automatisch zoeken" op pagina 26)De video-ingang selecteren:1. Druk op INPUT om de ingangselectiebalk te openen.2. Druk op / totdat het gewenste signaal is geselecteerd en druk op OK.Zodra het signaal is gevonden, wordt de informatie over de geselecteerde ingang een aantal seconden in beeld gebracht.
Als er meerdere apparaten op de projector zijn aangesloten, herhaal dan stappen 1-2 om een ander signaal te zoeken.Zie "Projectorspecificaties" voor de eigenresolutie van deze projetor. Voor het beste beeldresultaat kiest u een ingangssignaal dat ook gebruik maakt van deze resolutie. Andere resoluties worden door de projector aangepast, afhankelijk van de instelling Beeldverhouding, waardoor enige beeldvervorming of verlies van beeldkwaliteit kan optreden. Zie "Beeldverhouding" voor details.
18 Bediening Het geprojecteerde beeld aanpassenDe projectiehoek aanpassen De projector beschikt over 2 verstelvoetjes. Deze verstellervoeten wijzigen de beeldhoogte en de projectiehoek. Schroef de voet zover in of uit als nodig is om de projectiehoek te richten en recht te krijgen.Als het scherm en projector niet loodrecht tegenover elkaar staan, krijgt het geprojecteerde beeld de vorm van een verticale trapezoïde. Zie "Keystone corrigeren" voor details om dit te corrigeren.Het beeldformaat en de helderheid fijn afstellenKeystone corrigerenKeystone verwijst naar het effect waarbij het geprojecteerde beeld merkbaar groter is aan bovenkant of onderkant. Dit doet zich voor als de projector niet loodrecht op het scherm staat. Behalve door de hoogte van de projector aan te passen, kunt u dit als volgt handmatig aanpassen:1.
Gebruik een van de volgende stappen om het venster Keystone te openen:• Druk op / of / op de projector.• Druk op / of / op de afstandsbediening.2. Onderstaande illustraties tonen hoe de keystonevervorming wordt gecorrigeerd: Kijk niet in de lens wanneer de projectorlamp brandt. Het felle licht kan schade toebrengen aan uw ogen.Draai aan de zoomring van de projector om de grootte van het geprojecteerde beeld aan te passen. Draai aan de focusring van de projector om het beeld scherper te maken.• Corrigeer keystone aan de onderkant van het beeld met of / . • Corrigeer keystone aan de bovenkant van het beeld met of / .Als u klaar bent, drukt u op BACK om de wijzigingen op te slaan en af te sluiten.Druk op / .Druk op /.
19 MenufunctiesMenufunctiesInfo over de OSD-menu'sOpen het OSD-menu door op MENU te drukken. Met het OSD-menuU opent het OSD-menu door op MENU op de projector of afstandsbediening te drukken. Het bevat de volgende hoofdmenu's. Zie de koppelingen van alle menu-items hieronder voor meer informatie.1. BEELD menu (zie pagina 20)2. WEERGAVE menu (zie pagina 24)3. INSTALLATIE menu (zie pagina 25)4. SYSTEEMINSTLL: Basis menu (zie pagina 26)5. SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd menu (zie pagina 26)6. INFORMATIE menu (zie pagina 28)Welke menu-items beschikbaar zijn, is afhankelijk van de aangesloten videoingangen of de specifieke instellingen.
Menu-items die niet beschikbaar zijn, worden grijs gemaakt.• Navigeer door de menu-items met de pijltoetsen ( / / / ) op de projector of afstandsbediening.• Bevestig het geselecteerde menu-item met OK.HoofdmenupictogramBEELDBeeldmodusGebruikersmodusinstellingHelderheidContrastKleurTintScherpteGeavanceerdAfsluitenSelecterenSubmenuStatusDruk op BACK om terug naar het vorige venster te gaan of om af te sluiten.hoofdmenuHuidig ingangssignaalActuele beeldmod. resetten
20 Menufuncties BEELD menuSubmenu Functies en beschrijvingenBeeldmodusSelecteert een vooraf ingestelde beeldus die past bij de gebruiksomgeving en beeldtype van het ingangssignaal. De vooraf ingestelde beeldmodi worden hieronder beschreven:• Natuurlijk: met een uitgebalanceerde kleurverzadiging en contrast bij een lage helderheid, is dit met name geschikt voor videobeelden. • Bioscoop: met goed gebalanceerde kleurverzadiging en contrast bij lage helderheid, is dit met name geschikt voor het genieten van films in een volledig donkere omgeving (zoals in een bioscoop). • Dynamisch: maximaliseert de helderheid van het geprojecteerde beeld. Deze modus is geschikt voor omgevingen waar buitengewoon hoge helderheid nodig is, zoals in goedverlichte ruimtes. • Gebruiker 1/Gebruiker 2: roept aangepaste instellingen op.
Nadat Gebruiker 1/Gebruiker 2 is geselecteerd, kunnen bepaalde submenu's van het menu WEERGAVE worden aangepast. Dit is afhankelijk van het geselecteerde ingangssignaal. Gebruiker 1 standaardinstelling is geschikt voor videobeelden. Gebruiker 2 standaardinstelling is geschikt voor HLG-beelden (Hybrid Log-Gamma). Als HDR 10-beelden zoals een UHD-BD-signaal wordt ingevoerd op de projector, schakelt deze automatisch over naar de correcte beeldmodus. (*Beeldmodus kan niet worden geschakeld)De volgende functies zijn uitsluitend beschikbaar als Beeldmodus is ingesteld op Gebruiker 1 of Gebruiker 2. Gebruikers-modusin-stelling• Instellingen laden: selecteert een beeldmodus die het beste past bij de beeldkwaliteit die u nodig hebt en is een startpunt. U kunt het beeld verder afstellen op basis van de onderstaande selecties. • Gebr. mod.
Pas deze optie zodanig aan, dat de zwarte gedeelten van het beeld daadwerkelijk zwart zijn en dat er nog details zichtbaar zijn in de donkere gedeelten. Hoe hoger de waarde, hoe helderder het beeld. Hoe lager de waarde, hoe donkerder het beeld. ContrastStelt de mate van verschil tussen donker en licht in het beeld in. Na het aanpassen van de waarde van Helderheid, past u Contrast aan om de piekwaarde van het witniveau in te stellen. Hoe hoger de waarde, hoe groter het contrast. 30 50 7030 50 70.
21 MenufunctiesKleurHiermee past u het verzadigingsniveau van de kleuren aan - de sterkte van elke kleur in een videobeeld. Lagere instellingen produceren minder verzadigde kleuren. Wanneer u de minimumwaarde instelt, wordt het beeld zwart-wit. Als de instelling te hoog staat, worden de kleuren op het beeld te fel, waardoor het beeld onrealistisch wordt.TintHiermee past u de rode en groene kleurtonen van het beeld aan. Hoe hoger de waarde, hoe roder het beeld. Hoe lager de waarde, hoe groener het beeld.ScherpteMaakt het beeld scherper of zachter. Hoe hoger de waarde, hoe scherper het beeld.
De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het geselecteerde signaaltype.- Hoog: maakt het beeld blauwachtig wit.- Normaal: de witte kleur behoudt de normale schakering.- Laag: maakt het beeld roodachtig wit.U kunt ook een voorkeurskleurtemperatuur instellen door de volgende opties aan te passen.• Rood effect/Groen effect/Blauw effect: past het contrast van Rood, Groen en Blauw aan.• Rode hoek/Groene hoek/Blauwe hoek: past de helderheid van Rood, Groen en Blauw aan.Als u HLG-beelden weergeeftStandaardinstelling van Gebruiker 2 is geschikt voor HLG-beelden.Het wordt aangeraden om "Gebruiker 2" in de beeldmodus te kiezen als u HLG-beelden (Hybrid Log-Gamma) weergeeft.Submenu Functies en beschrijvingen4712
22 Menufuncties Geavanceerd• 3D-kleurbeheerLevert zes kleurreeksen (RGBCMY) die kunnen worden aangepast. U kunt deze seelcteren of het kleurbereik en verzadiging aanpassen.1. Druk op OK om het venster 3D-kleurbeheer te openen. 2. Selecteer Primaire kleur en gebruik / om een kleur te selecteren uit R (Rood), G (Groen), B (Blauw), C (Cyaan), M (Magenta) en Y (Geel).3. Druk op om Tint te selecteren en gebruik / om het bereik ervan in te stellen. Een verhoging van het bereik omvat de kleuren die de twee naastliggende kleuren bevatten. De illustratie laat zien hoe de kleuren met elkaar samenhangen. Als u bijvoorbeeld R kiest en het bereik instelt op 0, wordt alleen puur rode kleur geselecteerd. Het verhogen van het bereik neemt ook rood op dat dicht bij geel en dicht bij magenta ligt.4. Druk op om Effect te selecteren en gebruik / om de waardes in te stellen.
Het contrastniveau van de geselecteerde primaire kleur wordt beïnvloed. Elke aangebrachte aanpassing is direct terug te vinden in het beeld.5. Druk op om Verzadiging* te selecteren en druk op / om de waardes ervan in te stellen. Elke aangebrachte aanpassing is direct terug te vinden in het beeld.6. Herhaal de stappen 2 tot en met 5 totdat u alle gewenste aanpassingen hebt aangebracht.7. Als u klaar bent, drukt u op BACK om af te sluiten.*Uitleg over verzadigingDit is de hoeveelheid van de betreffende kleur in een videobeeld. Lagere instellingen produceren minder verzadigde kleuren; een instelling van "0" verwijdert de betreffende kleur volledig uit het beeld. Als de verzadiging te hoog is, wordt de betreffende kleur te sterk en onrealistisch.Submenu Functies en beschrijvingenRood Geel GroenCyaanMagentaBlauw
23 MenufunctiesGeavanceerd• MoviePro• Kleurverbetering: hiermee kunt u de verzadiging van kleuren nog flexibeler aanpassen. Het moduleert complexe kleuralgoritmes om verzadigde kleuren, fijne schakeringen, tussenliggende tinten en subtiele pigmenten perfect te renderen.• Huidskleur: biedt een slimme aanpassing van tint, speciaal voor het aanpassen van alleen huidskleur en geen andere kleuren in het beeld. Het compenseert voor verkleuringen van huidtinten door het licht van de projectiestraal, waardoor elke huidtint een prachtige schakering krijgt.• Superresolutie: dit is een technologie voor superresolutie, waardoor kleuren, contrast en structuur van Full HD-beelden aanzienlijk worden verbeterd. Daarnaast is het een technologie voor detailverbetering, die details levensecht van het scherm laat knallen.
U kunt het niveau van de scherpte en detailverbetering naar eigen inzicht optimaliseren.• Autodiafragma• Uit: schakelt de functie automatische lensopening uit.• Laag: automatische lensopening blijft binnen een beperkt bereik.• Hoog: het volledige bereik van de lensopening wordt dynamisch gebruikt voor een optimale ervaring.Actuele beeldmod. resettenHerstelt alle gemaakte aanpassingen van de geselecteerde Beeldmodus (waaronder voorinstellingen, Gebruiker 1 en Gebruiker 2) naar de fabriekswaarden.Submenu Functies en beschrijvingen
24 Menufuncties WEERGAVE menuSubmenu Functies en beschrijvingenBeeldverhoudingIn de onderstaande afbeeldingen zijn de zwarte gedeelten inactief en de witte gedeelten actief.• AutoPast de grootte van een beeld proportioneel aan zodat de horizontale of verticale zijde bij de eigen resolutie van de projector past. Hierdoor wordt het meeste van het scherm benut en blijft de beeldverhouding ongewijzigd.• 4:3Past het beeld zodanig aan dat het in het midden van het scherm wordt weergegeven met een beeldverhouding van 4:3. • 16:9 Past het beeld zodanig aan dat het in het midden van het scherm wordt weergegeven in een beeldverhouding van 16:9. • 16:10Past het beeld zodanig aan dat het in het midden van het scherm wordt weergegeven in een beeldverhouding van 16:10. BeeldpositieGeeft het Beeldpositie-venster weer.
Gebruik de pijltoetsen op de projector of afstandsbediening om de positie van het geprojecteerde beeld aan te passen. De waardes onderin het venster veranderen met elke druk op de toets.Deze functie is alleen beschikbaar als het signaal PC is geselecteerd.Overscanaan-passingVerbergt slechte beeldkwaliteit in de vier randen. Hoe hoger de waarde, hoe groter het deel van het beeld dat wordt verborgen terwijl het scherm blijft opgevuld en geometrische accuraat blijft. Instelling 0 betekent dat het beeld voor 100% wordt weergegeven.FaseHiermee past u de klokfase aan om vervorming van het beeld te verminderen.Deze functie is alleen beschikbaar als het signaal PC is geselecteerd.Horizontale afmetingStelt de horizontale breedte van het beeld in.Deze functie is alleen beschikbaar als het signaal PC is geselecteerd.e-shiftSchakelt de beeldresolutie.• Uit: schakelt naar 2K-resolutie.
25 MenufunctiesINSTALLATIE menuSubmenu Functies en beschrijvingenProjectormodus Zie "Het kiezen van een plek" voor details. TestpatroonWordt gebruikt om de beeldgrootte en focus aan te passen om te controleren of het geprojecteerde beeld geen vervormingen vertoont. U sluit het testpatroon door terug te gaan naar dit menu en Uit te selecteren. Lampinstellingen• LampmodusStel het energieverbruik van de projectorlamp in op de volgende modi. • Normaal: de lamp brandt op volle sterkte. • Eco: beperkt systeemruis en energieverbruik van de lamp met 30%. Als de modus Eco is geselecteerd wordt minder licht geproduceerd en worden de geprojecteerde beelden donkerder. Zie "Instellen van Lampmodus" voor details. • Lamptimer herst. Activeer deze functie uitsluitend nadat een nieuwe lamp is geïnstalleerd.
Als u Reset kiest, verschijnt de melding "Opnieuw instellen gelukt" om aan te geven dat de lamptijd is ingesteld op "0". • LampinformatieSelecteren om te zien hoelang de lamp is gebruikt (in uren). Dit wordt automatisch berekend door de ingebouwde timer. 12V-triggerEr is één 12V-trigger die u voor diverse installaties kunt gebruiken. Er zijn twee opties beschikbaar:• Uit: als dit wordt geselecteerd, stuurt de projector geen elektronisch signaal als deze wordt ingeschakeld. • Aan: de projector verstuurt een laag naar hoog elektronisch signaal als deze wordt ingeschakeld en een hoog naar laag signaal als de projector wordt uitgeschakeld. HoogtemodusSelecteer deze modus wanneer u de projector op grote hoogte of bij hoge temperaturen gebruikt. Activeer deze functie als u zich op een hoogte tussen 1500 m – 3000 m boven zeeniveau bevindt en de omgevingstemperatuur tussen 0°C – 30°C ligt.
Tijdens het gebruik van de Hoogtemodus wordt er wellicht meer geluid geproduceerd omdat de ventilatoren sneller moeten draaien voor een betere koeling en optimale prestaties.
Als u de projector in andere dan deze extreme omstandigheden gebruikt, wordt het apparaat mogelijk automatisch uitgeschakeld om te voorkomen dat de projector oververhit geraakt. Schakel over naar Hoogtemodus om deze symptomen op te lossen. Dit betekent echter niet dat de projector in alle ruwe of extreme omstandigheden kan worden gebruikt.
26 Menufuncties SYSTEEMINSTLL: Basis menuSYSTEEMINSTLL: Geavanceerd menuSubmenu Functies en beschrijvingenTaal Hiermee stelt u de taal van de OSD-menu's in. Achtergrondkleur Stelt de achtergrondkleur van de projector in. OpstartschermHiermee selecteert u het logoscherm dat wordt weergegeven bij het opstarten van de projector. U kunt kiezen uit het JVC-logo, een Blauw scherm of een Zwart scherm. Automatisch uitschakelenVoorkomt onnodige projectie als gedurende langere tijd geen signaal wordt gedetecteerd. Zie "Instellen van Automatisch uitschakelen" voor details. Direct inschakelenHiermee kan de projector automatisch worden ingeschakeld zodra spanning op het netsnoer staat. Menu-instellingen• MenupositieStelt de OSD-menupositie in. • Weergaveduur menuBepaalt hoe lang het OSD op het scherm wordt weergegeven nadat u op de knop hebt gedrukt. • HerinneringZet herinneringen aan of uit.
Naam van ingangssignaal wijzigenVerandert de naam van de huidige ingangsbron in de gewenste naam. Gebruik / / / en OK om de gewenste tekens voor het verbonden bronitem in te stellen. Ingangssignaal automatisch zoekenStelt in of de projector automatisch naar ingangsignalen zoekt. Selecteer Aan zodat de projector ingangssignalen zoekt totdat eentje wordt gevonden. Als de functie is ingesteld op Uit, selecteert de projector het laatst gebruikte ingangssignaal. Submenu Functies en beschrijvingenHDR• HDRDe projector ondersteunt HDR-beeldbronnen. Het apparaat kan automatisch het dynamische bereik van de bron detecteren en instellingen optimaliseren voor beelden onder diverse lichtomstandigheden. Als de ingangsbron geen dynamische bereik heeft, kunt u zelf HDR of SDR instellen. • EOTFDe projector kan automatisch de helderheid van het beeld aanpassen op basis van de ingangsbron.
U kunt ook een helderheid kiezen voor een betere beeldkwaliteit. Als de waarde hoger is, wordt het beeld helderder. Als de waarde lager is, wordt het beeld donkerder.
27 MenufunctiesWachtwoordUit veiligheidsoogpunt en om ongeoorloofd gebruik tegen te gaan, kunt u een wachtwoord instellen voor de projector. Dit beperkt het gebruik van de projector tot degenen die het juiste wachtwoord kennen. Wanneer u 5 keer achter elkaar het verkeerde wachtwoord invoert, wordt de projector na korte tijd automatisch uitgeschakeld. Het is buitengewoon vervelend als u deze functie inschakelt en toch het wachtwoord vergeet. Schrijf het wachtwoord ergens op en bewaar dit op een veilige plek. Als niet eerder een wachtwoord is ingevoerd, wordt u gevraagd een nieuw wachtwoord in te stellen. Zoals in de afbeelding is aangegeven, vertegenwoordigen de vier pijltoetsen ( / / / ) de vier cijfers (1, 2, 3 en 4). Gebruik de pijltoetsen om een wachtwoord van zes tekens in te stellen. Als u deze tekens invoert, ziet u dit als ******.
• Wachtwoord wijzigenVoordat u een nieuw wachtwoord kunt invoeren, dient u het huidige wachtwoord in te voeren. • InschakelblokkeringVoordat u de instelling kunt wijzigen, dient u het huidige wachtwoord in te voeren. Als u een wachtwoord hebt ingesteld en de inschakelblokkering is ingeschakeld, kunt u de projector alleen gebruiken als het wachtwoord wordt ingevoerd. Telkens wanneer u de projector start, moet u het wachtwoord opgeven. Als u het wachtwoord bent vergeten, gaat u als volgt te werk:1. Houd OK drie seconden ingedrukt terwijl de foutmelding van het wachtwoord verschijnt. De projector toont een codenummer op het scherm. 2. Schrijf dit nummer op en schakel de projector uit. 3. Zoek hulp bij de klantenservice van JVC om het nummer te decoderen. Eventueel moet u een aankoopbewijs laten zien om te bewijzen dat u de projector ook echt mag gebruiken.
Als u Aan instelt voor deze functie, kunt u de projector niet bedienen met de besturingstoetsen, met uitzondering van AAN/UIT. U kunt de toetsblokkering opheffen door op de projector of afstandsbediening gedurende drie seconden ingedrukt te houden of door met de afstandsbediening Uit te selecteren. De functie is toegankelijk via de afstandsbediening of projectortoetsen. Instll. herstellenZet alle instellingen terug op de fabrieksinstellingen. De volgende instellingen blijven behouden: Taal, Projectormodus, Hoogtemodus, Wachtwoord. Submenu Functies en beschrijvingen.
28 Menufuncties INFORMATIE menuSommige informatie is uitsluitend beschikbaar als bepaalde ingangen in gebruik zijn. Submenu Functies en beschrijvingenIngangssignaal Geeft het huidige ingangssignaal weer.Beeldmodus Toont de huidige beeldmodus onder het menu BEELD.Resolutie Geeft de eigenresolutie van het ingangssignaal weer.Kleursysteem Geeft de indeling van het ingangsysteem aan.Gebruikstijd lamp Geeft het aantal uur weer dat de lamp is gebruikt.Firmware-versie Geeft de firmwareversie van de projector weer.
31 OnderhoudOnderhoudOnderhoud van de projectorDe lens reinigenReinig de lens als u vuil of stof op het oppervlak ziet. Voordat u een onderdeel van de projector reinigt, schakelt u de projector uit via de correcte procedure voor uitschakelen (zie "De projector uitschakelen"), trekt u het netsnoer uit het stopcontact en laat u de projector volledig afkoelen. • Verwijder stof met een fles met gecomprimeerde lucht. • Bij vuil of vlekken gebruikt u papier voor het reinigen van cameralenzen of bevochtigt u een zachte doek met reinigingsvloeistof voor cameralenzen en veegt u het oppervlak van de lens voorzichtig schoon. • Gebruik nooit een schuursponsje, reinigingsmiddel met alkaline/zuur, schuurmiddel of vluchtig oplosmiddel, zoals alcohol, wasbenzine, thinner of insecticide.
Het gebruik van zulke stoffen of langdurig contact met materiaal van rubber of vinyl, kan resulteren in beschadiging van het oppervlak en behuizing van de projector. Raak nooit met uw vinger de lens aan en wrijf nooit met schuurmiddelen over de lens. Zelfs papieren doekjes kunnen de lenscoating beschadigen. Gebruik uitsluitend lensborstels, doekjes en schoonmaakmiddelen die speciaal gericht zijn op optische apparatuur. Maak de lens nooit schoon als de projector is ingeschakeld of als deze nog warm is van het gebruik. De projectorbehuizing reinigenVoordat u een onderdeel van de projector reinigt, schakelt u de projector uit via de correcte procedure voor uitschakelen (zie "De projector uitschakelen"), trekt u het netsnoer uit het stopcontact en laat u de projector volledig afkoelen. • Verwijder vuil of stof met een zachte, droge en pluisvrije reinigingsdoek.
• Voor het verwijderen van hardnekkige vlekken gebruikt u een zachte doek die u hebt bevochtigd met water en een neutraal schoonmaakmiddel. Veeg hiermee de behuizing schoon. Gebruik nooit was, alcohol, benzine, thinner of andere chemische schoonmaakmiddelen. Hierdoor kan de behuizing beschadigd raken.
De projector opbergenDe project voor langere tijd opbergen:• Zorg dat de temperatuur en de luchtvochtigheid van de opslagruimte binnen het aanbevolen bereik voor de projector vallen. Zie "Specificaties" of neem contact op met uw leverancier voor het bereik. • Schuif de verstelvoetjes in. • Haal de batterijen uit de afstandsbediening. • Verpak de projector in de oorspronkelijke of een soortgelijke verpakking. De projector vervoerenHet wordt aanbevolen dat de projector in de oorspronkelijke of een gelijkwaardige verpakking wordt getransporteerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met JVC LX-UH1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Beamer JVC
Handleiding Beamer
Nieuwste handleidingen voor Beamer