Junkers AGS5 T ISM1 DESIGN Handleiding

Junkers Boiler AGS5 T ISM1 DESIGN

Bekijk gratis de handleiding van Junkers AGS5 T ISM1 DESIGN (24 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen. Heb je een vraag over Junkers AGS5 T ISM1 DESIGN of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
Installatie- en onderhoudshandleiding
Design-zonnestation
6 720 802 132-00.1ITL
AGS5 T ISM1 | AGS5 T MS100
6 720 804 401 (2012/12) BE

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Junkers
Categorie: Boiler
Model: AGS5 T ISM1 DESIGN

Handleiding Junkers AGS5 T ISM1 DESIGN – volledige tekst

4 Leidingen en overloopleiding op het zonnestation aansluiten. 105. 5 Temperatuursensor monteren. 105. 5. 1 Collectortemperatuursensor. 105. 5. 2 Boilertemperatuursensor onder. 106 In bedrijf nemen. 116. 1 Gebruik van solarvloeistof. 116. 2 Spoelen en vullen met vulstation (onder druk vullen) 116. 2. 1 Parallel geschakelde collectorvelden. 116. 2. 2 Vul het zonnesysteem en spoel deze luchtvrij. 126. 2. 3 Het vullen afsluiten en bedrijfsdruk instellen. 136. 2. 4 Controleer of het zonnesysteem vrij is van lucht. 146. 3 Vorstbeschermingstemperatuur bepalen. 146. 3. 1 Vorstbescherming corrigeren. 146. 4 Doorstroomhoeveelheid instellen. 156. 4. 1 Voorwerkzaamheden uitvoeren. 156. 4. 2 Debiet controleren. 156. 4. 3 Doorstroomhoeveelheid instellen. 166. 5 Afsluitende werkzaamheden. 167 Milieubescherming/afvoeren. 178 Inbedrijfstelling- inspectie- en onderhoudsprotocol. 179 Storingen. 19Bijlage.

Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12) 31 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen1. 1 Toelichting van de symbolenWaarschuwingSignaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing geven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanneer de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet gerespecteerd worden. •OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. •VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan. •WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ont-staan. •GEVAAR betekent dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ont-staan. Belangrijke informatieAanvullende symbolen1. 2 Algemene veiligheidsinstructiesInstallatie De montage en het onderhoud mogen alleen door een erkend installa-teur worden uitgevoerd. ▶ Lees deze handleiding zorgvuldig door.

▶ Voer geen veranderingen uit aan de onderdelen. ▶ Defecte onderdelen direct vervangen. Er mogen alleen originele on-derdelen worden gemonteerd. ▶ Bouw voor de begrenzing van de taptemperatuur op maximaal 60 °C een tapwatermengkraan in. ▶ Gebruik alleen materialen, die tegen glycol en de mogelijke tempera-turen tot maximaal 150 °C bestand zijn. Elektrotechnische werkzaamheden▶ Laat elektrotechnische werkzaamheden uitsluitend uitvoeren door geautoriseerde vakspecialisten. ▶ Er op letten dat een scheidingsvoorziening conform EN 60335-1 voor het over alle polen loskoppelen van het stroomnet beschikbaar is. Bij werkzaamheden aan het zonnestation:▶ Schakel de regelaar spanningsloos. Instructie van de eigenaar▶ Informeer de eigenaar over de werking van de ketel en instrueer hem over de bediening van de gehele installatie.

▶ Overhandig deze installatie- en onderhoudshandleiding aan de eige-naar. Wijs deze erop, dat de handleiding moet worden bewaard en moet worden overgedragen aan een volgende eigenaar/gebruiker. Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aange-geven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader. Belangrijke informatie, zonder gevaar voor mens of ma-terialen, wordt met het nevenstaande symbool gemar-keerd. Dit wordt gescheiden van de tekst door een lijn onder en boven de tekst. Symbool Betekenis▶ Handelingsstap Kruisverwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten• Opsomming/lijstpositie– Opsomming/lijstpositie (2e niveau)Tab. 1.

Specificaties zonnestationDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12)42 Specificaties zonnestation2.1 ProductbeschrijvingVoor het zonnestation is altijd een zonneregelaar gemonteerd. Het zon-nestation is beschikbaar als uitvoering met een hoogrendement zonne-pomp (AGS5 T MS100) en als uitvoering met een standaard zonnepomp (AGS5 T ISM1).Afb. 1 Zonnestation op boilerAfb. 2 Zonnestation zonder mantelAfb.

4 Modules van een zonnesysteem[1] Collector met temperatuursensor boven[2] Leiding (retour)[3] Zonnestation met expansievat, temperatuur- en veiligheidsin-richtingen[4] Zonneboiler[5] BUS-kabel [6] Netkabel [7] Zonneregelaar [8] Leiding (aanvoer)De volgende onderwerpen worden in de handleidingen van de modules beschreven:Zonnestation • Montage van het zonnestation• Montage van de leidingen• Inbedrijfstelling van de totale installatie• Onderhoud van het zonnestation en de totale installatie• Instructies betreffende storingen in de totale installatieZonneboiler • Opstelling en montage van de boiler• Inbedrijfstelling van de boiler• Onderhoud van de boilerZonneregelaar • Onderhoud van de regelaar• Instructies betreffende storingen van de regelaarAanvullende handleidingen kunnen in de toebehoren aanwezig zijn. 2.

5 Leveringsomvang▶ Controleer of de leveringsomvang compleet is en niet beschadigd is. Afb. 5 Zonnestation, hier: met geïntegreerde regelaar[1] Mantel[2] Zak met aansluitset voor boilertemperatuursensor, zelftappende schroeven, 15 mm klemringen en zeskant bout met vulring voor rvs-houder dubbele zonneleiding. [3] Slang, 2x[4] Isolatiekap[5] Montageplaat met voorgemonteerde componenten[6] Montagehaak2. 6 Extra benodigde hulpmiddelenNaast het gebruikelijke gereedschap heeft u voor de montage een steek-sleutel (13 mm) met een 150 mm lange verlenging en een accuschroef-machine nodig of een boormachine met kruiskopbit. 2. 7 Ontluchting Het zonnesysteem wordt door het onder druk vullen ontlucht (hoofdstuk 6. 2, pagina 11).

VoorschriftenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12)63 VoorschriftenVoor de praktische werkzaamhedengelden de betreffende regels der techniek. ▶ Voor de montage en het gebruik van de installatie de nationale en plaatselijke normen en richtlijnen respecteren. Gewijzigde voorschriften of aanvullingen zijn ook op het tijdstip van de installatie geldig en moeten worden nageleefd. • Elektrische aansluiting:– NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. – Alle elektrische aansluitingen moeten voldoen aan de normen van het AREI. • Aansluiting van thermische zonnesystemen:– EN 12976: thermische zonnesystemen en hun onderdelen (pre-fab-installaties)– ENV 12977: thermische zonnesystemen en hun onderdelen (klant-specifiek gefabriceerde installaties).

– DIN EN 1151 deel 1: niet-automatische circulatiepompen (voor analyse van de hydraulische capaciteit van het zonnestation be-langrijk)• Installatie en uitrusting van tapwaterboilers:– Alle drinkwateraansluitingen moeten voldoen aan de normen van Belgaqua. – De koudwateraansluiting van de boiler moet voorzien zijn van een veiligheidsgroep. 4 Leidingen installeren4. 1 Algemeen over het leidingwerk4. 2 Leiding leggenVacüumbuiscollectorenDe minimale leidinglengte van het zonnestation tot het collectorveld is 10 m (enkelvoudige lengte). De hoogte-afstand voor de aansluiting van het expansievat tot aan het collectorveld is minimaal 2 m. Afb. 6 Afstand tot collectorveldWij adviseren voor de verbinding tussen collectorveld en zonnestation het gebruik van een voorgeïsoleerde dub-bele rvs-zonnebuis. OPMERKING: Schade aan de installatie door defecte onderdelen.

▶ Gebruik alleen materialen die bestand zijn tegen gly-col, de druk en de temperatuur (minimaal tot 150 °C). ▶Gebruik geen kunststof leidingen (bijv. PE-buis) of verzinkte leidingen. Het verdient aanbeveling de leidingen via een leidingnet-berekening te dimensioneren. Tab. 3 maakt een ge-schatte dimensionering mogelijk.

Leidingen installerenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12) 7Vlakke collectorenOm luchtinsluitingen bij gebruik van een automatische ontluchter op het collectorveld te voorkomen:▶ Leidingen van boiler naar collector/ontluchter [1] stijgend installe-ren. ▶ Wanneer een richtingsverandering naar beneden toe onvermijdelijk is, extra temperatuurbestendige (150 °C) ontluchter monteren. Afb. 7 Positie van de automatische ontluchting[1] Collector/ontluchterIn bepaalde gevallen kan het zonnestation [1] niet onder de collecto-ren worden gemonteerd (bijv. bij dakverwarmingscentrales). Om bij deze installaties oververhitting te voorkomen, met de aanvoer een "leidingzak" vormen:▶ Aanvoer eerst op hoogte van de collectorretouraansluiting [2] instal-leren. Daarna tot het zonnestation installeren. Afb.

8[1] Zonnestation[2] CollectorretouraansluitingLeidingen koppelen▶ Soldeer de koperleidingen alleen met hardsoldeer. -of-▶ Gebruik glycol- en temperatuurbestendige (150 °C) klemringkoppe-lingen of persfittingen. Leidingen aardenDe werkzaamheden moeten door een erkende installateur worden uitge-voerd. ▶ Breng een aardklem aan op de aanvoer- en retourleiding (willekeurige positie). ▶ Aardklemmen via potentiaalvereffeningskabel (minimaal 6 mm2) op de potentiaalvereffening van het gebouw aansluiten. Leidingen isoleren ▶ Leidingen gehele zonnecircuit conform de voorschriften isoleren. ▶ Gebruik voor de isolatie van de leidingen buiten UV-bestendige mate-rialen en materialen die bestand zijn tegen hoge temperaturen (150 °C). ▶ Gebruik voor de isolatie van de leidingen binnen materialen die be-stand zijn tegen hoge temperaturen (150 °C). ▶ Isolatie indien nodig tegen vogelvraat beschermen. Afb.

Wanneer schroefdraadkoppelingen worden afgedicht met hennep: ▶ Gebruik een tot 150 °C temperatuurbestendige schroef-draadafdichtpasta (bijv. NeoFermit universal). Wij adviseren voor de verbinding tussen collectorveld en zonnestation het gebruik van een voorgeïsoleerde dub-bele rvs-zonnebuis. UV> 150 °C> 150 °C6720801165. 10-1. ST.

Installeer zonnestationDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12)85 Installeer zonnestation5. 1 Monteer zonnestation▶ Neem het deksel van de boiler. ▶ Hang de montagehaken [1] aan de mantel van de boiler en richt deze op het midden van de felsnaad. Afb. 10 Hang de montagehaken aan de boiler[1] Montagehaak▶ Neem de isolatiekap van het zonnestation. Afb. 11 Neem de isolatiekap weg en hoek monteren[1] RVS-houder voor dubbele zonneleiding (toebehoren)[2] Isolatiekap[3] Hoeksteun (toebehoren aansluitset) ter bevestiging van het ex-pansievat▶ Hoeksteun (toebehoren) voor expansievat (toebehoren) met de schroeven, moeren en vulringen uit de aansluitset op de montage-plaat bevestigen. ▶ Monteer de rvs-houder voor de dubbele zonneleiding (toebehoren) met de bouten en ringen op de montageplaat.

▶ Hang de montageplaat [1] aan de montagehaken en richt deze met behulp van de uitgestansde driehoeken uit op de felsrand. Afb. 12 Uitrichten montageplaat[1] Montageplaat▶ Bevestig de montageplaat met de zelftappende schroeven op de boi-ler. Let erop, dat de montageplaat correct is uitgelijnd en dat de schroeven naast de felsnaad in de boilermantel worden geschroefd. De schroefverbinding is alleen bedoeld om de montageplaat vast te zetten. Het gewicht wordt door de montagehaken gedragen. ▶ Verbindt de zonneslangen met de aanvoer en retour en let erop, dat de hoekstukken van de zonneslangen met de meegeleverde dichtin-gen op de boiler worden aangebracht. 5. 2 Elektrische aansluitingHet zonnestation kan links en rechts op de boiler worden gemonteerd. Hierna wordt alleen de montage links op de boiler ge-toond. De montage aan de rechterkant verloopt op de-zelfde wijze.

De montage van de hoeksteun [3] is optioneel (wanneer het expansievat direct op de montageplaat moet worden aangebracht). Bij wandmontage moet de hoeksteun op deze plaats niet worden gemonteerd. 6 720 802 132-22. 1ITL16 720 802 132-35. 1ITL231OPMERKING: Materiële schade aan de boiler.

Boor geen gaten voor de schroeven in de boiler; hier-door kan schade aan de boiler ontstaan. ▶ Bevestig de montageplaat alleen met de meegelever-de zelftappende schroeven op de boiler. GEVAAR: Levensgevaar door elektrocutie. ▶ Voor werkzaamheden aan het elektrische deel de voe-dingsspanning (230 V AC) onderbreken (zekering, vermogensautomaat) en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen. De stroomaansluiting mag alleen door een erkend instal-lateur worden uitgevoerd. OPMERKING: Beschadiging van de pomp door drooglo-pen. ▶ Stel de pomp pas in bedrijf, wanneer het leidingsy-steem met leidingwater is gevuld. 6 720 802 132-23. 1ITL1.

Het voorschakelvat beschermt het expansievat voor ontoelaatbaar hoge temperaturen. Voorschakelopvangvat aansluitenWanneer de leiding naar het expansievat stijgend moet worden gelegd, dan moet een extra ontluchting worden ingebouwd. ▶ Bevestig de leidingen van en naar het voorschakelvat met leidingbeu-gels [2]. Het voorschakelvat moet in verticale positie gemonteerd worden. ▶ Expansievat [1] met een koperen leiding op het voorschakelvat aan-sluiten. ▶ Sluit de aansluiting onder het overstortventiel met kap ¾ " lokaal af. Afb. 13 Montage van het voorschakelvat[1] Expansievat[2] Leidingbeugel (bouwzijdig)[3] Voorschakelvat[4] RVS-golfbuis van de aansluitset voor het expansievat (toebehoren)5. 3. 2 Monteer expansievat (toebehoren)Het expansievat (toebehoren) kan met behulp van een hoeksteun (toe-behoren) op de montageplaat van het zonnestation worden gemon-teerd.

▶ Gebruik de aanwezige boorgaten om het expansievat aan de zijkant op de montageplaat te monteren. ▶ Monteer het expansievat met de meegeleverde schroeven, moeren en vulringen.

Schakel de CV-ketel niet stroomloos tijdens de vakantie of zomerperiode, omdat hierdoor ook het zonnesysteem uit bedrijf genomen wordt. Het voorschakelvat (indien aanwezig) en het expansievat evenals de aangesloten leidingen tot aan de veiligheids-groep mogen niet geïsoleerd worden. 5liter 12 literHoogte 270 mm 270 mmDiameter 160 mm 270 mmAansluiting 2 x R ¾ " 2 x R ¾ "Maximale bedrijfsdruk 10 bar 10 barTab. 4 Technische gegevens voorschakelvatWAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel. Wanneer het overstortventiel beschadigd raakt, kan dit explosie-achtige gevolgen hebben. Ter bescherming van het overstortventiel tegen te hoge temperaturen:▶ Voorschakel- en expansievat met een T-stuk (G¾ A buiten met vlakke dichting, lokaal) 20 tot 30 cm bo-ven het zonnestation in de retour installeren. WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel.

Wanneer het overstortventiel beschadigd raakt, kan dit explosie-achtige gevolgen hebben. Ter bescherming van het overstortventiel tegen te hoge temperaturen:▶ Voorschakel- en expansievat met een T-stuk (G¾ A buiten met vlakke dichting, lokaal) 20 tot 30 cm bo-ven het zonnestation in de retour installeren. Installeer de leiding met permanente stijging, zodat de lucht uit de leiding en het expansievat kan ontwijken. 6 720 802 132-16. 1ITL20-30 cm7747006489. 14-1. SD4321.

Installeer zonnestationDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12)10▶ Expansievat [1] in de retour op de veiligheidsgroep van het zonnesta-tion aansluiten. Afb. 14[1] Expansievat[2] RVS-ribbelbuis van de aansluitset (toebehoren)[3] Hoeksteun (toebehoren aansluitset)[4] Overstortventiel5. 3. 3 Voordruk van het expansievat aanpassenOm het maximaal bruikbare volume ter beschikking te stellen:▶ Stel de voordruk in bij onbelast vat (zonder vloeistofdruk). ▶ Wanneer de berekende voordruk hoger of lager is dan de in de fabriek ingestelde voordruk moet u de voordruk overeenkomstig corrigeren. 5. 4 Leidingen en overloopleiding op het zonnestation aansluiten ▶ Kort de leidingen zodanig in, dat deze tot aan de aanslag in de klem-ringkoppeling [4] kunnen worden geschoven. ▶ Overstortleiding [3] zichtbaar in het opvangvat [1] laten uitmonden en vastzetten met een leidingbeugel [2]. Afb.

15 Aansluiting op het zonnestation[1] Leeg vat (opvangvat)[2] Leidingbeugel (bouwzijdig)[3] Overstortleiding (niet meegeleverd)[4] Knelkoppeling[5] Aanzetpunten voor tegenhouden van de schroefverbinding5. 5 Temperatuursensor monterenDe temperatuursensoren zijn beveiligd tegen ompolen. 5. 5. 1 Collectortemperatuursensor▶ Verleng de sensorkabel met een tweeaderige kabel:– tot 50 m = 2 x 0,75 mm2– tot 100 m = 2 x 1,5 mm2 ▶ Bescherm de verbindingen boven en onder eventueel met een aan-sluitdoos. 5. 5. 2 Boilertemperatuursensor onderDe montageinstructies en -gegevens kunt u in de installatiehandleidin-gen voor boiler en regelaar vinden. De voordruk van het expansievat wordt berekend uit de statische installatiehoogte1) plus een toeslag. ▶ Reken de voordruk uit en stel deze in, echter minimaal 1,2 bar. VK.

5 VoorbeeldberekeningWAARSCHUWING: Persoonlijk letsel en materiële schade door hete solarvloeistof. ▶ Voer de afblaasleiding uit in de afmeting van de uit-laatdoorsnede van het overstortventiel (maximaal 2 m lang en maximaal 2 bochten). De bovenste leidingen zijwaarts naar achteren uit het zonnestation leiden, anders kan de mantel niet meer worden aangebracht. 6 720 802 132-13. 1ITL1324Het opvangvat (container) kan evt. onder in het zonne-station worden geplaatst. Opvangvat in passende groot-te is als toebehoren leverbaarOm de onderste knelkoppelingen vast te kunnen zetten, kunt u het aansluitblok vasthouden op de met gemar-keerde plaatsen [5] met een steeksleutel of een pijp-tang. Gebruik een waterdichte aansluitdoos, wanneer het ge-vaar bestaat, dat de leiding naar de collectortempera-tuursensor ter hoogte van de regelaar nat of vochtig kan worden. 6 720 802 132-21. 1ITL213555544.

In bedrijf nemenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12) 116 In bedrijf nemen6. 1 Gebruik van solarvloeistofDe solarvloeistof is gebruiksklaar gemengd. Zo wordt er een veilige wer-king gegarandeerd binnen het aangegeven temperatuurbereik, is de in-stallatie beschermd tegen vorst en wordt er een hoge bescherming tegen verdamping geboden. De solarvloeistof is biologisch afbreekbaar. Een veiligheidsspecifica-tieblad met meer informatie kan bij de leverancier worden opgevraagd. Gebruik de collectoren alleen met de volgend solarvloeistof:6. 2 Spoelen en vullen met vulstation (onder druk vullen)Het vulstation genereert tijdens het vullen met solarvloeistof een zeer hoog debiet. Daardoor wordt de lucht die zich in het systeem bevindt, in het reservoir gedrukt. Er is geen ontluchter op het dak nodig.

Restlucht, die zich nog in de vloeistof bevindt, wordt via de ontluchting van het zonnestation, of via een extra ontluchter in de leiding (lokaal, hoofdstuk 4. 2) afgescheiden. Afb. 16 Onderdelen van een vulstation[1] Persslang (vulslang)[2] Retourslang[3] Solarvulpomp[4] ContainerExpansievat demonterenHet verdient aanbeveling het expansievat voor het luchtvrijspoelen te demonteren. Deze demontage moet aan de onderste koppeling van de expansievataansluitset worden uitgevoerd omdat tijdens het spoelen de aanvoerleiding naar het expansievat wordt gevuld. Wanneer het expansievat niet wordt gedemonteerd, wordt het expansie-vat vanwege het drukverschil met te veel medium gevuld. Dit medium wordt bij het uitschakelen van de solarvulpomp weer terug in het vat ge-drukt. Eventueel kan het vat overlopen (wanneer tijdens het vullen wordt bijgevuld, om het minimale niveau niet te onderschrijden).

De demontage van het expansievat kan komen te vervallen, wanneer een afsluiter met ontluchtingsmogelijkheid direct voor het expansievat wordt gemonteerd. Dan kan tijdens het vullen m. b. v. de afsluiter het ex-pansievat worden afgesloten. 6. 2.

1 Parallel geschakelde collectorveldenBij parallel geschakelde collectorvelden moet ieder afzonderlijk collec-torveld worden gespoeld. ▶ Monteer in de aanvoer glycol- en temperatuurbestendige afsluiters [1]. OPMERKING: Schade aan de collectoren door verdam-ping in het zonnecircuit of bevroren water. ▶ Spoel en vul het zonnesysteem alleen dan, wanneer de zon niet op de collectoren schijnt en er geen vorst (bij spoelen met water) wordt verwacht. Houdt bij het vullen van de solarvloeistof rekening met het extra volume van het voorschakelvat (mits geïnstal-leerd). Het voorschakelvat en het expansievat moeten voldoen-de worden ontlucht. De pomp in het zonnestation is tijdens bedrijf zelfont-luchtend en hoeft daarom niet met de hand te worden ontlucht. VOORZICHTIG: Gevaar voor letsel door contact met so-larvloeistof. ▶ Draag bij de omgang met solarvloeistof handschoe-nen en een veiligheidsbril.

▶ Wanneer solarvloeistof op de huid komt: solarvloei-stof met water en zeep afwassen. ▶ Wanneer er solarvloeistof in uw ogen komt, moet u uw ogen, met opengesperde oogleden, meteen grondig onder stromend water uitspoelen en een arts consul-teren. OPMERKING: Schade aan de installatie door onbruik-bare solarvloeistof. ▶ Solarvloeistof LS niet met andere solarvloeistoffen mengen. ▶ Wanneer het zonnesysteem langer dan 4 weken stil-staat, collectoren afdekken. Collectortype Solarvloeistof TemperatuurbereikVlakke collector Type L – 30. +170 °CVlakke collector, vacuümcollectorType LS – 28. +170 °CTab. 6Respecteer de handleiding, die met het vulstation wordt meegeleverd. WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel. Wanneer de leiding naar het overstortventiel wordt afge-sloten, kan dit explosie-achtige gevolgen hebben.

In bedrijf nemenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12)12Afb. 17 Spoelen van parallel geschakelde collectorvelden[1] Afsluiter (lokaal)6. 2. 2 Vul het zonnesysteem en spoel deze luchtvrij▶ Vul het zonnesysteem in drie stappen:– Onder het zonnestation– Boven het zonnestation– Zonnesysteem luchtvrij spoelen. Vul het zonnesysteem onder het zonnestation▶ Sluit het vulstation aan, zoals in afb. 18 is weergegeven. ▶ Open en sluit de kogelkraan [2] meerdere keren aan het begin van de vulprocedure. De lucht wordt uit de pomp verdrongen. ▶ Sluit de kogelkraan [2]. ▶ Til tijdens het vullen af en toe de zonneslangen tussen boiler en zonne-station op, om evt. luchtzakken te vermijden. ▶ Vul het zonnesysteem tot er geen luchtbellen meer in de slang en in het vulstation zichtbaar zijn. Afb.

18 Vullen onder het zonnestation[1] Vul- en aftapkranen[2] Kogelkraan en terugslagklep gesloten Zonnesysteem boven het zonnestation vullen▶ Sluit het vulstation aan, zoals in afb. 19 is weergegeven. ▶ Laat de kogelkraan gesloten. ▶ Vul het zonnesysteem tot er geen luchtbellen meer in de slang en in het vulstation zichtbaar zijn. Afb. 19 Vullen boven het zonnestation[1] Vul- en aftapkraan[2] Kogelkraan geslotenZonnesysteem luchtvrij spoelen▶ Sluit het vulstation aan, zoals in afb. 20 is weergegeven. ▶ Langzaam spoelen, dan het debiet stapsgewijs verhogen. ▶ Spoel de leidingen gedurende ca. 30 minuten, tot de solarvloeistof in de slangen en in de container zonder luchtbellen is. ▶ Tijdens het spoelen de vul- en aftapkraan [2] meerdere malen kort-stondig smoren en daarna snel geheel openen. Daardoor kunnen de opgehoopte luchtbellen in de leiding loskomen.

In bedrijf nemenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12) 13▶ Dichtheidstest uitvoeren - daarbij de toegestane drukken van alle mo-dules bewaken.Afb. 20 Spoelen van het standaardsysteem[1] Kogelkraan en terugslagklep op thermometer geopend (45°-stand)[2] Vul- en aftapkraan op de doorstroombegrenzer 6.2.3 Het vullen afsluiten en bedrijfsdruk instellen▶ Sluit de vul- en aftapkraan op de veiligheidsgroep [4], op de door-stroombegrenzer [5] en op de ontluchting [1].▶ Na het inschakelen van de pomp: vul- en aftapkraan [4] op de inlaat-combinatie langzaam openen, tot de benodigde bedrijfsdruk is be-reikt. Sluit daarna weer de aftapkraan [4].▶ Pomp uitschakelen.▶ Zet de kogelkraan [3] op 0° (terugslagklep bedrijfsklaar).▶ Zonnepomp op de hoogste snelheid instellen en minimaal 15 minuten laten draaien, zodat de nog resterende lucht zich in de ontluchter kan verzamelen.

▶ Ontluchter [2] ontluchten en evt. de bedrijfsdruk corrigeren. Afb. 21 Vul- en aftapkraan sluiten en openen[1] Vul- en aftapkraan op ontluchter[2] Ontluchtingsschroef op de ontluchting[3] Kogelkraan op stand 0° (terugslagklep bedrijfsklaar)[4] Vul- en aftapkraan op de veiligheidsgroep[5] Vul- en aftapkraan op de debietmeterDe bedrijfsdruk moet 0,7 bar boven de statische druk1) liggen. ▶ Bepaal de bedrijfsdruk en stel deze in; echter mini-maal 1,5 bar (in koude toestand 20 °C).FKC-2/FKT-1 VK...-1Statische hoogte1)1) Een meter hoogteverschil (tussen collectorveld en zonnestation) komt overeen met 0,1 bar(10 m) 1,0 bar (10 m) 1,0 bar+ toeslag + 0,7 bar + 2,0 bar= bedrijfsdruk = 1,7 bar = 3,0 barTab. 7 Voorbeeld: collectorafhankelijke bedrijfsdruk6 720 802 132-30.1ITL2004060°C 80100120126 720 802 132-24.1ITL2004060°C 8010012013245

In bedrijf nemenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12)146. 2. 4 Controleer of het zonnesysteem vrij is van lucht▶ Zonnepomp handmatig in- en uitschakelen. ▶ Controleer tijdens het schakelen de zwarte wijzer van de manometer [1] op de inlaatcombinatie. Afb. 22 Manometeraanwijzing controleren[1] Manometer6. 3 Vorstbeschermingstemperatuur bepalenOm de vorstbeschermingstemperatuur te bepalen, verdient het aanbe-veling bij de eerste inbedrijfname de vorstbeveiliging van de solarvloei-stof te controleren met een vorstbeveiligingsmeetinstrument (Glykomat of refractometer). Glycomaten voor vrachtwagenvloeistoffen zijn hiervoor niet geschikt. Een geschikt instrument kan afzonderlijk besteld worden. Bij installatiebedrijf met solarvloeistof LSWanneer het zonnesysteem met solarvloeistof LS wordt gebruikt, moet de waarde aan de hand van tab. 8 worden omgerekend. 6. 3.

1 Vorstbescherming corrigerenWanneer de minimale vorstbescherming niet wordt gehaald, dan moet solarvloeistofconcentraat worden bijgevuld. ▶ Om de exacte bijvulhoeveelheid te bepalen, het installatievolume con-form tab. 9 bepalen. De bijvulhoeveelheid komt overeen met de hoe-veelheid, die eerder werd afgetapt. Wanneer de zwarte wijzer van de manometer [1] bij het in- en uitschakelen van de zonnepomp drukvariaties aan-geeft, dan moet het zonnesysteem verder worden ont-lucht. Het demonteren en reinigen van het vulstation is opge-nomen in de handleiding, die met het vulstation is meege-leverd. OPMERKING: Vorstschade ▶ Controleer iedere 2 jaar of de benodigde vorstbe-scherming tot minimaal –25 °C is gewaarborgd. 6 720 802 132-19.

In bedrijf nemenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12) 15▶ Bijvulhoeveelheid (Vvervang) van het concentraat bepalen met de vol-gende formule. Voorbeeld voor solarvloeistof L: • Installatievolume (Vtot): 22 l• Vorstbeveiliging (afgelezen waarde): – 14 °C• Komt overeen met concentratie ( tab. 8, pagina 14): 29 % (C = 29)• Resultaat: Vvervang = 4,9 liter. ▶ Berekende navulhoeveelheid (Vvervang) aftappen en concentraat bij-vullen. 6. 4 Doorstroomhoeveelheid instellenHet zonnestation met geïntegreerde regelaar bevat een hoogrendement-pomp, die via een stuursignaal wordt gemoduleerd en daarom geen trap-penschakelaar heeft. Wanneer de regelaar niet met een toerentalregeling is uitgerust of wan-neer deze is uitgeschakeld, dan moet de doorstroomhoeveelheid op een vast debiet worden ingesteld. Het debiet wordt in koude toestand (30 - 40 °C) ingesteld.

Instelling van het debiet is bij een hoogrendement-zonnepomp niet no-dig. Alle hierna beschreven punten hebben betrekking op het gebruik van een standaard zonnepomp. • Wanneer de zonnepomp toerentalgeregeld wordt gebruikt, bepaalt de regelaar afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden de door-stroomhoeveelheid. Wanneer u het debiet wilt instellen:1. Voorwerkzaamheden uitvoeren ( hoofdstuk 6. 4. 1)2. Debiet controleren ( hoofdstuk 6. 4. 2)3. Debiet instellen ( hoofdstuk 6. 4. 3)6. 4. 1 Voorwerkzaamheden uitvoeren▶ Zet de kogelkraan [1] op 0° (terugslagklep bedrijfsklaar). ▶ Debietbegrenzer [3] compleet openen. ▶ Op de regelaar de bedrijfsstand “handbedrijf AAN” kiezen ( handlei-ding regelaar). Afb. 23[1] Terugslagklep bedrijfsgereed[2] Pompschakelaar op de zonnepomp[3] Instelschroef op de doorstroombegrenzer[4] Afleeszijde voor de doorstroomhoeveelheid6. 4.

▶ Stel als voorinstelling van het debiet de stappenschakelaar van de zonnepomp [2] zodanig in, dat het benodigde debiet bij de zo laag mogelijke pompstand wordt bereikt. V vervang= Vtot x 45 - Cconcentratie100 - CconcentratieTab. 10 Formule voor de berekening van de te vervangen vloeistofDe specificaties in tab. 11 gelden voor eenrijige of parallel geschakelde meerrijige collectorvelden. In serie gescha-kelde collectorvelden moeten via het te bepalen totale debiet worden ingesteld (planningsdocumentatie). Wanneer het gegeven debiet bij de hoogste pompstand van de pomp niet wordt bereikt: ▶ Controleer de toegestane leidinglengte en dimensio-nering (hoofdstuk 4. 1). ▶ Pas indien nodig een krachtiger pomp toe. Aantal FKC-2/FKT-1 VK140-1 VK280-1l/min1)1) Nom. debiet per collector: 50 l/h6 buizenl/min2)2) Nom. debiet per collector: 46 l/h12 buizenl/min3)3) Nom.

In bedrijf nemenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12)166. 4. 3 Doorstroomhoeveelheid instellenBij zonnesystemen tot 4 vlakke collectoren (of 3 vacuümbuiscollecto-ren) kan het nodig zijn het debiet te reduceren. ▶ Stel op de zonneregelaar het toerental in op 100 % ( handleiding van de regelaar: "Functietest"). Wanneer het maximaal debiet ( tab. 12) wordt overschreden: ▶ Smoor het debiet via de debietbegrenzer [3] zover, tot het maximaal debiet weer wordt onderschreden. ▶ Kies op de regelaar de bedrijfsmodus "Auto". De doorstroomhoeveel-heid wordt afhankelijk van de bedrijfstoestand via het toerental van de zonnepomp geregeld. ▶ Sluit de instelschroef van de doorstroombegrenzer [3] zover tot in het venster de rand van de vlotter [4] het aanbevolen debiet aanwijst (tab. 12). ▶ Kies op de regelaar de bedrijfsmodus "Auto".

Na de inbedrijfnameDoor de viscositeit van de solarvloeistof wordt de lucht wezenlijk sterker vastgehouden dan in schoon water. ▶ Zonnesysteem via ontluchting in het zonnestation [5] en via de ont-luchter op het dak (indien aanwezig) na een aantal uren bedrijf van de zonnepomp ontluchten. Afb. 24[1] Terugslagklep bedrijfsklaar[2] Zonne-energiepomp[3] Instelschroef op de doorstroombegrenzer[4] Afleeszijde voor de doorstroomhoeveelheid[5] Ontluchting op luchtafscheider6. 5 Afsluitende werkzaamhedenOm het zonnestation te sluiten: ▶ Isolatiekap op het zonnestation schuiven. Afb. 25 Plaatsen isolatiekap▶ Schuif de mantel zijwaarts op het zonnestation en til deze aan het eind iets op. De mantel wordt door inhaken vastgezet. ▶ Plaats het deksel van de boiler. Afb.

Milieubescherming/afvoerenDesign-zonnestation – 6 720 804 401 (2012/12) 177 Milieubescherming/afvoerenMilieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch-groep. Kwaliteit van de producten, rendement en milieubescherming zijn voor ons gelijkwaardige doelstellingen. Wetten en voorschriften op het ge-bied van de milieubescherming worden strikt aangehouden. Ter bescherming van het milieu gebruiken wij, rekening houdend met bedrijfseconomische gezichtspunten, de best mogelijke techniek en ma-terialen. VerpakkingVoor wat de verpakking betreft, nemen wij deel aan de nationale verwer-kingssystemen, die een optimale recyclage waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. Oude ketelOude ketels bevatten materialen, die hergebruikt kunnen worden. De modules kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gemarkeerd.

Daardoor kunnen de verschillende componenten wor-den gesorteerd en voor recyclage worden aangeboden. 8 Inbedrijfstelling- inspectie- en onderhoudsprotocolWe raden u aan de eerste inspectie of het eerste onderhoud uit te voeren na ca. 500 bedrijfsuren. ▶ Controleer het zonnesysteem met tussenpozen van minimaal 2 jaar (inspectie). Gebreken direct verhelpen (onderhoud). ▶ Werkzaamheden uitvoeren en protocol invullen. GEVAAR: Voor valpartijen. ▶ Bij alle werkzaamheden op het dak beveiligen tegen vallen. ▶ Wanneer geen onafhankelijk valbeveiliging aanwezig is, persoonlijke beschermingsuitrusting dragen. GEVAAR: Levensgevaar door elektrocutie. ▶ Voor werkzaamheden aan het elektrische deel de voe-dingsspanning (230 V AC) onderbreken (zekering, vermogensautomaat) en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen.

De inbedrijfstelling, inspectie en het onderhoud van de ketel mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd. Respecteer de handleidingen van de componenten.

De eigenaar werd over de werking en bediening van het zonnesysteem geïnformeerd. Firmastempel/datum/handtekening1) pH-waarde = indicator voor het zuurgehalte van een vloeistof; meetstaafje verkrijgbaar bij apotheek of servicekoffer. 2) Zie handleiding onderdeel. 3) Indien nodig. 4) Afhankelijk van specifieke installatie-omstandigheden. Inbedrijfstelling, inspectie en onderhoud Pagina In bedrijf nemenInspectie/Onderhoud1. 2. 3. Tab. 14Soort storingEffect Mogelijke oorzaken OplossingDe pomp draait niet, hoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan. De zonneboiler wordt niet opge-warmd door de zonne-energie. De pomp is defect. Pomp controleren, indien nodig vervangen. De pomp zit vast als gevolg van een mechanische blokkade. Draai de gleufschroef op de pompkop los en de pompas met een schroevendraaier. Niet tegen de pompas slaan.

Doorstroomhoeveelheid controleren en instellen. Positie temperatuursensor of -aansluiting onjuist. Controleer de positie van de temperatuursensor. Pomp schakelt niet uit. Warmte wordt uit de boiler ge-transporteerd. Temperatuursensor defect of op verkeerde positie. Positie, montage en karakteristiek van de temperatuursensor con-troleren. Regelaar defect. Opmerking: toerentalgeregelde pompen schakelen niet direct af, maar pas na het bereiken van het laagste toerental. Te heet tapwater. Gevaar voor brandwonden De begrenzing van de boilertemperatuur en de mengkraan is te hoog ingesteld. De begrenzing van de boilertemperatuur en de tapmengkraan lager instellen. Tapwatermenger defect Tapwatermenger controleren, indien nodig vervangen. Te koud tapwater (of te geringe hoeveelheid warm tapwater).

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Junkers AGS5 T ISM1 DESIGN stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden