Inventum BV010 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Inventum BV010 (108 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 75 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Inventum BV010 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/108
INDUCTION COOKER INDUKTIONSHERD CUISINIÈRE
À INDUCTION
inductie fornuis
BV010
gebruiksaanwijzing
instruction manual
Gebrauchsanleitung
mode d’emploi

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Inventum
Categorie: Fornuis
Model: BV010

Handleiding Inventum BV010 – volledige tekst

NederlandsEnglish• 31. veiligheidsvoorschriften pagina 42. productomschrijving pagina 93. voor het eerste gebruik pagina 114. installatie pagina 115. gebruik van de oven pagina 146. bediening van het kookgedeelte pagina 167. pannen voor inductie pagina 191. safety instructions page 282. product description page 333. prior to first use page 354. installation page 355. use of the oven page 386. operating the cooking section page 407. pans for induction page 431. Sicherheitshinweise Seite 522. Produktbeschreibung Seite 573. Vor dem ersten Gebrauch Seite 594. Installation Seite 595. Verwendung des Backofens Seite 626. Bedienung des Kochbereichs Seite 647. Für Induktionskochfelder geeignete Töpfe und Pfannen Seite 671. consignes de sécurité page 762. description du produit page 813. avant la toute première utilisation page 834. installation page 835. utilisation du four page 866.

• Lees eerst de gebruiksaanwijzing aandachtig en geheel door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.• Gebruik dit apparaat uitsluitend voor de in de gebruiksaanwijzing beschreven doeleinden. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen in dit apparaat. Het fornuis is alleen geschikt voor het bereiden van voedsel. Het apparaat is niet geschikt voor industrieel of laboratorium gebruik.• WAARSCHUWING: het apparaat en de toegankelijke delen worden heet tijdens het gebruik. Raak hete delen niet aan.

Houd kinderen jonger dan 8 jaar uit de buurt tenzij er voortdurend op hen wordt gelet.• Het apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens of gebrek aan ervaring of kennis, wanneer zij het apparaat onder toezicht gebruiken of zijn geïnstrueerd over het veilige gebruik ervan en zij de daaruit voortkomende gevaren begrijpen.• Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.• Het apparaat mag niet door kinderen worden gereinigd of onderhouden, tenzij dit onder toezicht gebeurt.• Bewaar geen voorwerpen in kastjes boven of achter het apparaat die voor kinderen interessant zijn.• De kookzones worden warm tijdens het gebruik en blijven na gebruik ook nog een tijd warm.

Laat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken.• Let op: Vloeistoffen en ander voedsel mogen niet opgewarmd worden in gesloten conservenblikken, omdat deze kunnen exploderen door de druk.• Alcoholdampen kunnen vlam vatten. Nooit gerechten klaar maken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank gebruiken met een hoog alcoholpercentage. De ovendeur voorzichtig openen.Nederlandsveiligheidsvoorschriften14 • Nederlands

Nederlands • 5• De buitenzijde van het fornuis kan warm worden nadat het fornuis langdurig is gebruikt. Dit geldt ook voor de ovendeur. Bijlangdurig gebruik op de maximale temperatuur wordt de ruit van de ovendeur heet. Let op als er kinderen in de buurt zijn. • WAARSCHUWING: brandgevaar: laat niets op het fornuisstaan. • WAARSCHUWING: koken met vet of olie op een fornuis zonder toezicht kan gevaarlijk zijn en kan brand tot gevolg hebben. Probeer NOOIT de brand te blussen met water, maar zet het apparaat uit en dek de vlammen daarna af met bijvoorbeeld een deksel of een blusdeken. • Het fornuis moet regelmatig gereinigd worden en verwijder eventuele voedselresten. • Wanneer er krassen op de ruit van de ovendeur zitten, kan deze springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken. • Gebruik het apparaat niet als werkblad.

Het apparaat kan per ongeluk worden ingeschakeld of nog heet zijn, waardoor voorwerpen kunnen smelten, heet worden of vlam vatten. • Dek het apparaat nooit af met een doek of iets dergelijks. Alshet apparaat nog heet is of wordt ingeschakeld, bestaat er brandgevaar. • Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels op het oppervlak van het kookgedeelte. Deze kunnen heet worden. • De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer er iets op valt, bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp, kan er een breuk ontstaan. • WAARSCHUWING: als het kookoppervlak is gebarsten, schakelt u het apparaat uit om het risico van een elektrische schok te vermijden. • Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hogere stand heeft ingesteld.

• Gebruik nooit een hogedruk- of stoomreiniger voor het reinigen van het fornuis. • Gebruik het apparaat niet in een ruimte met een omgevingstemperatuur beneden 5°C.

• WAARSCHUWING: indien de glasplaat van het kookgedeelte is gebroken: - schakel onmiddellijk alle kookzones en elektrische verwarmingselementen uit en verbreek de stroomtoevoer naar het apparaat. - raak het oppervlak van het apparaat niet aan. - gebruik het apparaat niet.• In geval van rook het fornuis uitschakelen en de stekker uit het stopcontact verwijderen. Houd de ovendeur gesloten om de vlammen te verstikken.• Controleer of het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om het risico op een elektrische schok te vermijden.• Zet geen toebehoren van de oven op de open ovendeur.• De bodem van de oven nooit afdekken met aluminiumfolie. Aluminiumfolie houdt warmte tegen en geeft daardoor slechte bakresultaten. Bovendien kan het emaille van de ovenbodem beschadigd raken.• Het fornuis heeft een ventilator die de ovenmantel koelt.

Nadatde oven is uitgeschakeld, kan deze ventilator nog enige tijd nadraaien.• Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik.• Houd natuurlijke ventilatie-openingen open.• Bij langdurig gebruik van het fornuis is extra ventilatie noodzakelijk. Zet bijvoorbeeld een raam open of installeer eenmechanische ventilator.• Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde ventilator.• Vermijd directe aanraking en contact met niet-hittebestendige materialen.• Dit apparaat mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten.• Defecte onderdelen mogen alleen vervangen worden door originele onderdelen.

• Het apparaat mag niet via een verdeelstekker of verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Hiermee kan veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd. • Het apparaat moet altijd geaard zijn. • De wanden en het werkblad rondom het apparaat moeten minimaal tot 100°C hittebestendig zijn. Ook al wordt het apparaat zelf niet warm, door de warmte van een hete pan kan de wand verkleuren of vervormen. • Het niet schoon houden van het fornuis kan leiden tot slijtage wat weer effect heeft op de levensduur en kan resulteren in gevaarlijke situaties. • Het fornuis is niet geschikt om gebruikt te worden met een timer of een aparte afstandsbediening. • Sluit het apparaat alleen aan op wisselstroom, op een randgeaarde wandcontactdoos, met een netspanning overeenkomstig met de informatie aangegeven op het typeplaatje van het apparaat.

• De veiligheid tijdens het gebruik is alleen gegarandeerd als de montage technisch correct en in overeenstemming met dit installatievoorschrift is uitgevoerd. De installateur is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een foutieve montage. • De gasaansluiting moet voldoen aan de nationale en regionale veiligheidsvoorschriften. Laat het fornuis daarom aansluiten door een erkende installateur. • De elektrische aansluiting mag alleen worden uitgevoerd door een bevoegde electriciën. Deze is op de hoogte van de nationale en regionale veiligheidsvoorschriften waaraan de aansluiting moet voldoen. • Het fornuis behoort tot beschermingsklasse I en mag alleen worden gebruikt in combinatie met een geaarde aansluiting. Defabrikant is niet aansprakelijk voor de ongeschikte werking en de mogelijke schade veroorzaakt door ongeschikte installaties.

• Het fornuis moet worden aangesloten op een vaste installatiewaarin middelen voor uitschakeling zijn ingebouwd, inovereenstemming met de voorschriften van de installatie.

• Door verkeerde installatie, aansluiting of montage vervalt de garantie.• Attentie: elke wijziging in het apparaat, inclusief het vervangen van de voedingskabel, moet worden uitgevoerd door personeel van de technische dienst met een specifieke opleiding.• Dompel het snoer of de stekker nooit onder in water.• Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor huishoudelijk gebruik. Wanneer het apparaat oneigenlijk gebruikt wordt, kan er bij eventuele defecten geen aanspraak op schadevergoeding worden gemaakt en vervalt het recht op garantie.• Als u besluit het apparaat, vanwege een defect, niet langer te gebruiken, adviseren wij u, nadat u de stekker uit de wandcontactdoos heeft verwijderd, het snoer af teknippen. Huishoudelijke apparaten mogen niet bij het gewone huisvuil worden gevoegd.

voor het eerste gebruik3Voordat u het apparaat voor de eerste maal in gebruik neemt, dient u als volgt te werk te gaan: pak het fornuis voorzichtig uit en verwijder al het verpakkingsmateriaal en eventuele promotionele stickers. De verpakking (plastic zakken, piepschuim en karton) buiten het bereik van kinderen houden. Controleer na het uitpakken het apparaat zorgvuldig op uiterlijke schade, mogelijk ontstaan tijdens transport. Controleer of de spanning overeenkomt met die vermeld staat op het typeplaatje. Voorde installatie van het fornuis volgt u de instructies in het hoofdstuk INSTALLATIE. Reinig het fornuis en alle accessoires met warm water en een mild reinigingsmiddel. Goed naspoelen met alleen water endroog maken.

installatie4• De veiligheid tijdens het gebruik is alleen gegarandeerd als de montage technisch correct en in overeenstemming met dit installatievoorschrift is uitgevoerd. De installateur is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een foutieve montage. • Het fornuis behoort tot beschermingsklasse I en mag alleen worden gebruikt in combinatie met een geaarde aansluiting. De fabrikant is niet aansprakelijk voor de ongeschikte werking en de mogelijke schade veroorzaakt door ongeschikte elektrische installaties. • Het fornuis moet worden aangesloten op een vaste installatie waarin middelen voor uitschakeling zijn ingebouwd, inovereenstemming met de voorschriften van de installatie. • Zorg ervoor dat de voedingskabel niet bekneld raakt tijdens de installatie of langs scherpe randen loopt. Hij moet zo geplaatst worden dat er geen hete delen van het fornuis geraakt worden.

• Het aansluitpunt, de wandcontactdoos en/of de stekker moeten altijd toegankelijk zijn. • Door verkeerde installatie, aansluiting of montage vervalt de garantie. • Attentie: elke wijziging in het apparaat, inclusief het monteren en het vervangen van de voedingskabel, moet worden uitgevoerd door een erkende installateur.

OPSTELLING VAN HET FORNUIS• De locatie van het fornuis moet droog en goed gelucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De geschiktheid van de ruimte voor het opstellen van een fornuis wordt geëvalueerd op basis van volgende rechtsvoorschriften. • De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem. Deze installatie moet bestaan uit een ventilatierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling vanhet fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. • Als het fornuis intensief en lang gebruikt wordt, kan het noodzakelijk zijn om een raam te openen om de ventilatie te verbeteren. • Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten).

• Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige verspreiden van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuiflade er uit haalt. Regelbereik  5mm. AFZUIGKAPmin. 600 mmmin. 420 mmmin. 420 mmmin. 700 mmNederlands • 11.

HET FORNUIS AANSLUITEN OP DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE• Het fornuis wordt geleverd zonder aansluitkabel en is volgens aansluitschema A1 standaard ingesteld voor 2 x 1 fase (230V). Het fornuis maakt gebruik van een zogenaamde 5-polige Perilex stekker (niet inbegrepen). De groepen in de meterkast moeten gezekerd zijn met minimaal 16 Ampère elk. • Het fornuis kan ook worden aangesloten volgens aansluitschema A2. Dit mag alleen worden uitgevoerd door een erkende installateur. • Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische installatie moet voorzien zijn van een aardingspin en mag zich niet boven het fornuis bevinden.

Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische installatie moet ook na het opstellen van het fornuis bereikbaar zijn voor de gebruiker.• Voordat u het fornuis aansluit, moet u controleren of: - de zekering en de elektrische installatie bestand zijn tegen de belasting van de oven, - de elektrische installatie uitgerust is met een doeltreffend aardingssysteem dat voldoet aan de geldende normen en voorschriften. - het stopcontact goed bereikbaar is.MONTAGE VAN DE OMVALBEVEILIGINGDe omvalbeveiliging wordt gemonteerd om te voorkomen dat het fornuis kantelt. Dankzij de omvalbeveiliging tegen het kantelen vanhet fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaande ovendeur klimt het fornuis laat kantelen.Fornuis, hoogte 850 mmA = 60 mmB = 103 mmFornuis, hoogte 900 mmA = 104 mmB = 147 mmAB12 • NederlandsaansluitkabelaansluitblokaansluitkabelaansluitblokA2A1

POWER MANAGEMENTMet deze functie kunt u het totale maximale vermogen van het kookgedeelte in stellen. Dit kan nodig zijn in verband met de beschikbare elektrische aansluiting. Het kookgedeelte is standaard ingesteld op 3,7kW. Het kookgedeelte kan ingesteld worden op een van de volgende waarden: Aansluitschema Maximaal vermogenA1 2,8 kW3,7 kW (standaard)A2 6,5 kW (maximaal)Zodra u het fornuis heeft voorzien van een aansluitkabel en stekker en het fornuis staat op de juiste plek dan kunt u de stekker in het stopcontact steken. Indien u het maximale vermogen wilt aanpassen dan moet u dit binnen 5 minuten doen nadat u de stekker in het stopcontact heeft gedaan. • Zet het kookgedeelte aan met de aan/uit toets en houd daarna gedurende 3 seconden de toets van de kookzone linksvoor en de timertoets ingedrukt. • Op het display van de timer wordt de standaardwaarde [ 3.

7 ]of een eerder gekozen waarde getoond. • Gebruik de en de toetsen om een andere waarde te selecteren (3. 7 - 6. 5 - 2. 8). • Bevestig binnen 10 seconden de geselecteerde waarde door gedurende 3 seconden de timertoets ingedrukt te houden. De geselecteerde waarde knippert 3 keer kort en er klinkt een geluidssignaal. Daarna wordt het kookgedeelte uitgeschakeld. Het kookgedeelte functioneert nu met het maximale vermogen wat door u is ingesteld. • Wordt de geselecteerde waarde niet binnen 10 seconden bevestigd dan zal het kookgedeelte automatisch uitschakelen en blijven functioneren volgens de laatste instelling. Tijdens het gebruik van de verschillende kookzones controleert de functie Power Management of het gekozen totale vermogen niet wordt overschreden. Instellingen die tot een overschrijding van het vermogen zouden leiden, worden geblokkeerd en zijn niet toegankelijk voor de gebruiker.

U voorkomt hiermee dat er onaangename geuren ontstaan tijdens het bereiden van voedsel. Nederlands • 13MAXIMAAL VERMOGENTijdens het koken is het maximaal beschikbare vermogen van elke kookzone afhankelijk van hoeveel er tegelijk gekookt wordt en op welk wattage het power management is ingesteld:Aantal kookzones tegelijk in gebruik 1 2 3 4Aansluiting 2,8 kW210 P 9 9 9 7 7 7160 P 7 9 P P 8160 P 7 9 P P 8160 P 7 9 P P 8Aantal kookzones tegelijk in gebruik 1 2 3 4Aansluiting 3,7 kW - standaard210 P P P P 9 9 9 9 9 9 9 9 9 6160 P 8 P P P 8 8 7 7 9 7160 P 8 9 P P 7 8 8 7 9 7160 P 8 P P P 7 7 8 8 9 7Aantal kookzones tegelijk in gebruik 1 2 3 4Aansluiting 6,5 kW210 P P P P 9 P P 9 9 P 9160 P 8 P P P 8 8 P P P 8 P160 P P P P P P P P P160 P P P P P P P P P.

gebruik van de oven5Opgelet. Bij fornuizen die uitgerust zijn met een elektronische klok verschijnt na het aansluiten op het stroomnet “0. 00” opde display. Stel de huidige tijd in op de klok. De oven zal niet werken als het uur niet ingesteld is. ELEKTRONISCHE KLOK functies OK - toets voor functie selectie - toets voor [ + ]DE KLOK INSTELLENZodra u de stekker van het fornuis in het stopcontact heeft gedaan, knippert in het display 0. 00. • Druk op de toets [ OK ] om de tijd voor de eerste keer in te stellen. Het symbool staat nu in het display. • Stel de juiste tijd in met de toetsen [ < ] of [ > ]. • Zodra u de juiste tijd heeft ingesteld, zal na een aantal seconden de tijd stoppen met knipperen. De klok is ingesteld. • Om de tijd aan te passen, drukt u tegelijkertijd op de toetsen [ < ] en [ > ]. De tijdaanduiding begint te knipperen. Daarna kunt u de tijd wijzigen.

• Zodra u de juiste tijd heeft ingesteld, zal na een paar seconden de punt stoppen met knipperen. De tijd is aangepast. Opgelet. De oven kan gebruikt worden nadat het symbool in het display is verschenen. TIMERDe timer kan op elk moment geactiveerd worden, ongeacht de status van eventueel andere ingestelde functies. Het bereik van de timer is: 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten. • Druk op de toets [ OK ]. Het symbool knippert nu in het display. • Stel de gewenste tijd in met de toetsen [ < ] of [ > ]. Het display toont de ingestelde tijd van de timer en geeft met het symbool aan dat de timer actief is. Zodra de ingestelde tijd voorbij is, gaat er een geluidssignaal en begint het symbool te knipperen. • Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te schakelen. Het symbool verdwijnt en de klok met de huidige tijd blijft zichtbaar. Opgelet.

Als het geluidssignaal niet handmatig uitgeschakeld wordt, slaat deze automatisch af na ongeveer 7 minuten. AUTOMATISCHE UITSCHAKELING INSTELLENGebruik deze functie als de oven op een bepaalde tijd automatisch moet uitschakelen.

• Stel met de draaiknoppen de oven in op de gewenste ovenstand en temperatuur. • Druk op de toets [ OK ] totdat in het display verschijnt de tekst auto dur verschijnt. • Stel de gewenste bereidingstijd in met de toetsen [ < ] of [ > ]. De bereidingstijd kan ingesteld worden van 1 minuut tot 10 uur. • De ingestelde tijd wordt na een aantal seconden in het geheugen opgeslagen. De tekst auto geeft aan dat de functie automatische uitschakeling actief is en de klok met de huidige tijd verschijnt weer. • Zodra de ingestelde bereidingstijd voorbij is, schakelt de oven automatisch uit en klinkt er een geluidssignaal. De tekst auto knippert. • Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te schakelen. De tekst auto verdwijnt en de klok met de huidige tijd verschijnt weer. • Draai de knoppen voor de ovenstand en de temperatuur terug naar de uitstand [ 0 /  ]14 • Nederlands.

AUTOMATISCHE IN- EN UITSCHAKELING INSTELLENGebruik deze functie als de oven op een bepaalde tijd aan moet gaan gedurende een bepaalde bereidingstijd. Stel de bereidingstijd en de eindtijd in. Voorbeeld: Het is 15:30 uur. De bereidingstijd is 2 uren en 15 minuten. Het gerecht moet om 20. 30 uur klaar zijn. De oven begint om 18:15 uur (20:30 minus 2 uren en 15 minuten) met het bakken op de vooringestelde temperatuur en ovenfunctie en zal om 20:30 uur stoppen. • Druk op de toets [ OK ] totdat in het display de tekst auto dur verschijnt. • Stel de gewenste bereidingstijd in met de toetsen [ < ] of [ > ]. De bereidingstijd kan ingesteld worden van 1 minuut tot 10 uur. • Druk op de toets [ OK ]. In het display verschijnt de tekst auto end. • Stel de gewenste uitschakeltijd in met de toetsen [ < ] of [ > ]. De eindtijd kan ingesteld worden tot 23 uur en 59 minuten.

• Stel met de draaiknoppen de oven in op de gewenste ovenstand en temperatuur. • De ingestelde tijd wordt na een aantal seconden in het geheugen opgeslagen. De tekst auto geeft aan dat de functie automatische in- en uitschakeling actief is en de klok met de huidige tijd verschijnt weer. • Zodra de ingestelde bereidingstijd voorbij is, schakelt de oven automatisch uit en klinkt er een geluidssignaal. De tekst auto knippert. • Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te schakelen. De tekst auto verdwijnt en de klok met de huidige tijd verschijnt weer - bijv. 15. 30. • Draai de knoppen voor de ovenstand en de temperatuur terug naar de uitstand [ 0 /  ]. INSTELLINGEN RESETTENDe instelling van de timer of automatische (in- ) uitschakeling kunnen op elk moment gereset worden.

HET GELUIDSSIGNAAL AANPASSENDe toon van het geluidssignaal kunt u op de volgende wijze aanpassen. • Druk tegelijkertijd op de toetsen [ < ] en [ > ]. • Selecteer met de toets [ OK ] de functie ton. Het display zal knipperen. • Kies met de toets [ < ] de gewenste toon uit de drie opties - ton 1, ton 2 of ton 3. Nederlands • 15.

bediening van het kookgedeelte6Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor een inductie kookplaat. Het kookgedeelte functioneert door elektronische sensoren die worden bediend door de corresponderende tiptoets aan te raken. Bij elke aanraking van een tiptoets klinkt er een geluidssignaal. HET KOOKGEDEELTE INSCHAKELEN Schakel het kookgedeelte in door gedurende enkele seconden op de AAN/UIT toets te drukken. De displays van alle kookzones tonen een [0]. Als er binnen 10 seconden geen kookzone wordt geselecteerd, zal het kookgedeelte automatisch uitschakelen. HET KOOKGEDEELTE UITSCHAKELEN Schakel het kookgedeelte op elk moment uit door enkele seconden op de AAN/UIT toets te drukken. De AAN/UIT toets heeft altijd prioriteit in de uitschakel-functie. EEN KOOKZONE INSCHAKELEN Druk op de tiptoets van de kookzone die u wilt gebruiken. Het display geeft [0] aan bij de gekozen kookzone.

Plaats de pan op de kookzone. Selecteer het gewenste vermogen met de + toets of met de - toets. Om het eten snel aan de kook te brengen, selecteert u het hoogste vermogen [ 9 ] en druk nogmaals op de + toets. In het display verschijnt een P die de Boost functie aangeeft. BOOST FUNCTIE - De Boost functie geeft extra vermogen en is instelbaar voor één zone per keer. Selecteer een kookzone, zet het vermogen op de hoogste stand [ 9 ] en druk nogmaals op de + toets. In het display van de betreffende kookzone verschijnt nu een P die de Boost functie aangeeft. Om de Boost functie uit te schakelen, selecteert u de kookzone en drukt u op de - toets. De P verdwijnt van het display. Na 10 minuten schakelt de Boost functie automatisch terug naar het ingestelde vermogen. Zodra er ook een andere kookzone ingeschakeld wordt, vervalt de Boost functie van de eerder geselecteerde kookzone.

De nodige vermogensvermindering zal getoond worden door het knipperen van de betreffende kookzone. Het display knippert gedurende 3 seconden en gedurende die tijd kunnen er aanpassingen gedaan worden voordat het vermogen automatisch wordt verminderd. EEN KOOKZONE UITSCHAKELEN Selecteer de kookzone die u uit wilt schakelen door op de bijbehorende toets te drukken. Raak de - toets aan om het vermogen terug te zetten op [0] of houdt de bijbehorende kookzone toets gedurende 3 seconden ingedrukt. Als de kookzone heet is, zal in het display een [H] staan in plaats van [0]. ALLE KOOKZONES TEGELIJK UITSCHAKELEN Om alle kookzones in één keer uit te schakelen, drukt u op de AAN/UIT toets. Op het display van alle kookzones die nog heet zijn, staat een [H]. RESTWARMTE INDICATIE - / De restwarmte indicatie geeft aan dat het glas nog te heet is om aan te raken in het gebied van de kookzone.

Als het gebied van de kookzone nog te heet is, verschijnt er een [H] in het display van de betreffende kookzone, wanneer de temperatuur hoger is dan 60°C. Zodra de temperatuur tussen de 45°C en 60°C gezakt is, zal de [H] veranderen naar [h]. Derestwarmte is laag. Zodra de temperatuur onder de 45°C komt, gaat de restwarmte indicatie uit. Als de restwarmte indicatie brandt, raak de betreffende kookzone dan niet aan om verbrandingen te voorkomen en zet er geen voorwerpen op die gevoelig zijn voor warmte. Als de stroom uitgevallen is, wordt de restwarmte indicatie niet getoond. De kookzone kan echter nog steeds heet zijn. TOETSENBLOKKERING De toetsenblokkering is voor het blokkeren en het instellen van een veilige modus gedurende het gebruik. Kinderen kunnen de kookplaat dan niet per ongeluk aanzetten. Ook het aanpassen van een hoger vermogen of andere wijzigingen is niet mogelijk.

Het is in deze modus alleen mogelijk om het kookgedeelte uit te schakelen. De toetsenblokkering is geactiveerd als de toetsblokkering gedurende 5 seconden is ingedrukt.

TIMER FUNCTIE INSTELLENDe timer functie kan op twee manieren gebruikt worden: kooktimer en kookwekker. Kooktimer De kooktimer is gekoppeld aan een kookzone en kan voor elke kookzone apart ingesteld worden. In tegenstelling tot de kookwekker schakelt de kooktimer de kookzone uit als de ingestelde tijd voorbij is. • Schakel het kookgedeelte in met de AAN/UIT toets en selecteer een kookzone. • Stel het vermogen in met de + en - toets. • Druk op de TIMER toets en stel de gewenste kooktijd in met de + en - toets. • De brandende LED geeft aan voor welke kookzone de kooktimer is ingesteld. De kooktimer kan op alle werkende kookzones onafhankelijk van elkaar ingesteld worden. Wanneer er meer dan één kooktimer ingesteld is op het display van de timer dan wordt de kortste tijd getoond. De knipperende LED geeft aan voor welke kookzone dat is.

Wanneer de ingestelde kooktijd voorbij is, klinkt er een piepsignaal. Het piepsignaal stopt automatisch na 2 minuten of nadat u een willekeurige toets heeft aangeraakt. De geprogrammeerde kookzone zal uitgeschakeld worden en [H] verschijnt in het display als het gebied van de kookzone heet is. Om een extra kooktimer in te stellen, doet u het volgende:• Selecteer een andere kookzone. • Stel het vermogen in met de + en - toets. • Druk op de TIMER toets en stel de gewenste kooktijd in met de + en - toets. • De brandende LED geeft aan voor welke kookzone de kooktimer is ingesteld. • 10 seconden na de laatste instelling, zal het display de tijd aangeven van de kookzone waarvan de tijd het eerste verstrijkt (indien er meerdere kookzones geprogrammeerd zijn). De bijbehorende LED knippert in het display.

Om de ingestelde kooktijd aan te passen, doet u het volgende:• Selecteer de gewenste kookzone. Het ingestelde vermogen knippert in het display. • Druk op de TIMER toets • Stel de nieuwe gewenste kooktijd in met de + en - toets.

De kooktimer handmatig uitzetten als dit nodig is:• Selecteer de kookzone waarvan u de kooktimer wilt uitschakelen. Het ingestelde vermogen brandt in het display. • Houd vervolgens de TIMER toets 3 seconden ingedrukt of wijzig de tijd met de + en - toetsen in 00. Kookwekker De kookwekker kan gebruikt worden als extra alarm zonder dat er een kooktimer ingesteld is voor één van de kookzones. • Schakel het kookgedeelte in met de AAN/UIT toets. • Druk vervolgens op de TIMER toets en stel de gewenste kooktijd in met de + en - toets. De kookwekker kan ingesteld worden van 0 tot 99 minuten. Als er gedurende 10 seconden geen toetsen ingedrukt worden, start de kookwekker automatisch en wordt de tijd afgeteld. Wanneer de ingestelde tijd voorbij is, klinkt er een piepsignaal en de timer knippert. Het piepsignaal stopt automatisch na 2minuten of nadat u een willekeurige toets heeft aangeraakt.

WARMHOUDFUNCTIE - De warmhoudfunctie houdt reeds bereide gerechten warm op de kookzone. De geselecteerde kookzone is aan op een laag vermogen. Het vermogen van de kookzone wordt door de warmhoudfunctie zo geregeld dat het gerecht in de pan rond de 65°C blijft. Het warme voedsel dat klaar is om op te eten, veranderd hierdoor niet van smaak en kleeft niet vast aan de bodem van de pan. De warmhoudfunctie kan ook gebruikt worden voor het smelten van bijvoorbeeld boter of chocolade. Let op: de warmhoudfunctie is niet geschikt om koud voedsel op te warmen. De warmhoudfunctie werkt optimaal met een geschikte pan met vlakke bodem, zodat de sensor in de kookzone de temperatuur goed kan meten. De warmhoudfunctie kan op elke kookzone gebruikt worden. Om te voorkomen dat zich bacteriën ontwikkelen in het voedsel, adviseren wij u om de gerechten niet te lang warm te houden.

Het bedieningspaneel schakelt de warmhoudfunctie na 2 uur automatisch uit. De warmhoudfunctie is een extra vermogensniveau tussen de standen 0 en 1. • Selecteer de gewenste kookzone. • Stel het vermogen in met de + en - toets op de warmhoudfunctie. • In het display staat. De warmhoudfunctie is ingesteld. Om de warmhoudfunctie uit te schakelen, selecteert u de gewenste kookzone. Raak de - toets aan om het vermogen terug te zetten op [0] of houdt de bijbehorende kookzone toets gedurende 3 seconden ingedrukt. Als de kookzone heet is, zal in het display een [H] staan in plaats van [0]. AANKOOKAUTOMAAT - De aankookautomaat kunt u gebruiken om een geselecteerde kookzone gedurende een bepaalde tijd op het hoogste vermogen in te schakelen. Daarna wordt automatisch teruggeschakeld naar het ingestelde vermogen (doorkookstand).

• Druk opnieuw op de kookzonetoets. In het display verschijnt nu wisselend de en 7. De aankookautomaat is ingesteld en de kookzone wordt nu gedurende 2 minuten op het maximale vermogen verwarmd. • Na 2 minuten stopt de aankookautomaat en schakelt het vermogen automatisch terug naar de ingesteld stand, in dit geval 7. De aankookautomaat kunt u eerder stoppen door de kookzone te selecteren en het vermogen aan te passen. Ingesteld vermogenTijdsduur aankookautomaat(in minuten)10,82 1,23 2,343,554,467,27 283,2VEILIGE AUTOMATISCHE UITSCHAKELINGElke kookzone zal automatisch uitgeschakeld worden na een gedefinieerde maximum kookduur als het vermogen niet is gewijzigd. De maximale kookduur is afhankelijk van het geselecteerde vermogen. Vermogen Veilige automatische uitschakeling na: - 1 - 2 8 uur3 - 5 5 uur6 - 9 1½ uur18 • Nederlands.

pannen voor inductie7• Gebruik pannen met een dikke, vlakke bodem die dezelfde diameter hebben als de betreffende kookzone. Dit vermindert de kooktijd.• Een pan moet in het midden van de kookzone geplaatst worden. • Neem bij het koken in vuurvaste of hittebestendige glazen of porseleinen schalen de aanwijzingen van de fabrikant van de schalen in acht.• Wanneer u op het glazen kookgedeelte in een pan met een sterk weerkaatsende (licht metalen oppervlak) of dikke bodem kookt, kan het aan de kook brengen van het gerecht langer duren (tot 10 minuten extra).

Als u een grote hoeveelheid vocht aan de kook wilt brengen, is het gebruik van een pan met een vlakke donkere bodem aan te bevelen.• De kookzone kan beschadigd raken: - wanneer u deze leeg inschakelt of er een lege pan op zet; - wanneer u een ongeschikte pan gebruikt, bijvoorbeeld met een niet vlakke of bolle bodem of een pan met een te kleine doorsnede; - gebruik geen aardewerken schalen, deze maken krassen op de keramische plaat;• Droog de bodem van de pan goed af voordat u deze op het kookgedeelte plaatst, zodat de warmte goed geleidt en de kookzone niet beschadigt.ENERGIEBESPARING• Het gebruik van pannen waarvan de bodem enigszins hol is, wordt geadviseerd, omdat hierbij de warmte van de kookzone goed wordt overgedragen.• De doorsnede van de bodem van de braad- en kookpannen moeten met de doorsnede van de kookzone overeenkomen.

Wanneer de pan te klein is, ontstaat er warmteverlies en kan de kookzone beschadigd raken.• Gebruik altijd een deksel op de pan om de kooktijd te reduceren.• Kies een pan die de juiste grootte heeft ten opzichte van de hoeveelheid voedsel die u wilt koken. Kleine hoeveelheden in grote pannen betekent energieverlies.• Schakel het vermogen terug wanneer vloeistof kookt.• Gebruik niet te veel vocht of vet. Het koken of bakken duurt langer als u teveel gebruikt.• Selecteer het juiste vermogen voor de verschillende kookmogelijkheden.Nederlands • 19

De oven beschikt over de volgende functies:Ovenfunctie OmschrijvingOvenverlichting De ovenverlichting is onafhankelijk van de oven in te schakelen. Door de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. Snel verwarmen Het bovenste verwarmingselement, het grillelement en de ventilator zijn ingeschakeld. Te gebruiken voor het voorverwarmen van de oven. Ontdooien Alleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Ventilator en supergrillAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ventilator uitgevoerd. Deze functie versnelt het grillproces en geeft meer smaak aan het gerecht. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. SupergrillMet de functie Supergrill worden gerechten gegrild terwijl het bovenste verwarmingselement ook aan is.

De functie zorgt voor een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Voor het grillen van grote porties vlees of gratineren. GrillelementOppervlakkig grillen wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: steaks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (hetgegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). Onderste verwarmingsele-mentBij deze stand is enkel het onderste verwarmingselement aan. Speciaal voor gebak dat via de onderkant gebakken moet worden (bijv. vochtig gebak met vruchten). Boven en onder verwarmingselementMet deze functie wordt de oven op conventionele wijze verwarmd. Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza te bakken op een enkel niveau (voorverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist).

bediening van de multifunctionele oven8De multifunctionele oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan, eengrillelement en een verwarmingselement voor heteluchtcirculatie.

INSCHAKELENDe oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de draaiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen. UITSCHAKELENDe oven kan uitgeschakeld worden door de beide knoppen terug te draaien naar de uit-stand [  / 0 ]. Opgelet. Als er een ovenfunctie ingesteld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement) pas ingeschakeld als de temperatuur ingesteld is. 0505010015020025020 • Nederlands.

Ovenfunctie OmschrijvingHeteluchtOp de stand hetelucht wordt de verwarming van de oven op gecontroleerde wijze ondersteund met behulp van een heteluchtventilator die op een centrale plaats in de achterwand van de ovenruimte gemonteerd is. In vergelijking met een conventionele oven wordt een lagere baktemperatuur gebruikt. Deze methode zorgt voor een gelijkmatige spreiding van de warmte rond de gerechten in de oven. Boven en onder verwarm-ingselement met ventilatorDeze functie is het meeste geschikt voor het bakken van cakes. Wanneer deze functie geselecteerd is, maar de temperatuur staat op 0 dan zal alleen de ventilator aan zijn. Handig voor het afkoelen van gerechten. Turbo heteluchtDe hetelucht en het onderste verwarmingselement zijn aan. Dit verhoogt de temperatuur aan de onderkant van het gerecht. Ideaal voor nat gebak en pizza.

ECO heteluchtDeze functie zorgt voor een optimale verwarmingswijze van de oven welke geschikt is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten. De ovenverlichting zal niet functioneren op deze stand. Het inschakelen van de oven wordt aangegeven met twee lampjes, een thermostaatlampje en een controlelampje. Het controlelampje rechts naast de klok geeft aan dat de oven ingeschakeld is. Als het thermostaatlampje uit gaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het thermostaatlampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het thermostaatlampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het controlelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst.

HET GEBRUIK VAN DE GRILLTijdens het grillproces worden de gerechten verwarmd door een infrarood verwarmingselement. • Zet de draaiknop van de oven op de grillstand om de grill in te schakelen. • Verwarm de oven ongeveer 5 minuten voor (met gesloten deur).

• Plaats de bakplaat met het gerecht op het juiste niveau in de oven. • Sluit de deur van de oven. Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 250°C. Voor de functie grill met ventilator mag dit maximaal 190°C zijn. Opgelet. Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn. Laat geen kinderen bij de oven in de buurt komen als de grill gebruikt wordt. De buitenkant van de oven kan heet worden. GEBAK• Gebruik de bijgeleverde bakplaten of het rooster voor het bereiden van gebak. • Gebak kan bereid worden in bakvormen of op bakplaten die op het rooster geplaatst moeten worden. Gebruik donkere bakvormen omdat deze de warmte beter geleiden en de baktijd verkorten. • Het is af te raden om bakvormen en bakplaten met een licht glimmend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (boven en onder verwarmingselementen).

Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed gebakken. • Bij het gebruik van de hetelucht functie hoeft de oven niet voorverwarmd te worden. Bij het gebruik van een andere ovenfunctie moet de oven wel voorverwarmd worden voordat het gebak in de oven geplaatst wordt. • Controleer de gaarheid van cake met een houten satéprikker. Als de cake gaar is, blijft het stokje droog en schoon wanneer u deze erin steekt. • Om te voorkomen dat een cake of taart in zakt, is het aan te raden om het gebak nog ongeveer 5 minuten in de oven te laten nadat de oven uitgeschakeld is. • De baktemperaturen bij het gebruik van de hetelucht functie zijn normaal gesproken ongeveer 20 tot 30 graden lager danbij conventioneel bakken (gebruik van de boven en onder verwarmingselementen).

VLEES BRADEN• In de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken kunnen beter gebakken worden op de gasbranders van het fornuis.• Gebruik bij het braden van vlees vuurvaste schotels. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.• Bij het braden van vlees op het rooster kan er op het laagste niveau een bakplaat met een klein laagje water worden geplaatst om eventueel bakvocht op te vangen. • Draai het vlees halverwege tijdens de bereidingstijd minstens één keer om. Om het vlees meer smaak te geven, kan het bakvocht of de saus die ontstaat over het gerecht geschept worden. Dit kan ook met heet, zout water, maar nooit met koud water.

VERWARMINGSFUNCTIE ECO- HETELUCHT• Bij het gebruik van de functie ECO-hetelucht start een optimale verwarmingswijze van de oven die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten.• Het is niet mogelijk om de bereidingstijd te verkorten door een hogere temperatuur in te stellen. Het voorverwarmen van de oven is niet aan te raden. • Tijdens het bakken geen temperatuurinstellingen aanpassen en de ovendeur gesloten houden.

ACCESSOIRESReinig de losse accessoires zoals de bakplaat en het rooster met warm water en afwasmiddel. Maak alles goed droog voordat het weer gebruikt wordt. OVENLAMP VERVANGENOm een elektrische schok te vermijden, schakelt u het fornuis volledig uit door de stekker uit het stopcontact te verwijderen of door de zekering in de groepenkast los te draaien. • Draai het glazen beschermkapje tegen de klok in los. Reinig deze en goed drogen. • Verwissel de ovenlamp voor een soortgelijke lamp (25 W, 230V, E14 fitting en geschikt voor hoge temperaturen - tot 300°C). • Draai het glazen beschermkapje vast. • Steek de stekker weer in het stopcontact of draai de zekering vast in de groepenkast. Het reinigen en onderhouden van het fornuis heeft een belangrijke invloed op de levensduur en probleemloze werking. Hetfornuis mag niet gereinigd worden met een stoomreiniger of hogedruk reiniger.

Voor de reiniging moet het fornuis uitgeschakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknoppen in de uit-stand [  / 0 ] staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. HET KOOKGEDEELTE REINIGENLaat alle kookzones afkoelen voordat u het kookgedeelte schoonmaakt en verwijder de stekker uit het stopcontact voordat u begint. • Gebruik geen agressieve schurende reinigingsmiddelen, spuitbussen of scherpe voorwerpen om het oppervlak van het kookgedeelte te reinigen die niet voor dit doel ontwikkeld zijn. • Reinig het oppervlak van het kookgedeelte dagelijks met een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel, zoals afwasmiddel. Goed droog maken met keukenpapier of een droge theedoek. • Overgekookt voedsel kunt u verwijderen door de plek in te laten weken met een vochtige doek en een beetje afwasmiddel of gebruik een glasschraper. Let op: de glasschraper is scherp.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Inventum BV010 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden