Intergas Xtreme 30 Handleiding

Intergas CV Ketel Xtreme 30

Bekijk gratis de handleiding van Intergas Xtreme 30 (92 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 165 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Intergas Xtreme 30 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/92
INSTALLATIEVOORSCHRIFT
Hoog Rendement Gaswandketel
Lees voor het installeren en gebruik van het toestel dit installatievoorschri
zorgvuldig door. Bewaar dit installatievoorschri bij het toestel.
Handel altijd volgens de aangegeven voorschrien.
XTREME 24
XTREME 30
XTREME 36

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Intergas
Categorie: CV Ketel
Model: Xtreme 30

Foutcodes Intergas Xtreme 30

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
F1 Power LED wordt niet getoond / Geen voeding 1. Controleer de voedingsspanning aan het toestel. 2. Controleer de zekering volgens het elektrisch schema (§10.1). 3. Vervang de zekering indien nodig.
N152 Vermogensreductie toestel door rookgassensor fout 1. Controleer of rookgassensor S5 aanwezig is en plaats deze indien nodig. 2. Controleer of deze op de juiste wijze gemonteerd is. 3. Controleer de bedrading op breuk/kortsluiting. 4. Vervang rookgassensor S5.
N202 Brander uitgeschakeld als gevolg van temperatuurbegrenzing rookgassen 1. Rookgastemperatuur is hoger dan te verwachten. 2. Controleer de ribben van de warmtewisselaar op slijtage. 3. Vervang de warmtewisselaar indien nodig.
N245 Ventilator toerental aangepast op CLV protectie 1. Terugstroming van rookgassen gedetecteerd. 2. Ventilator draait op laag toerental ter voorkoming van recirculatie rookgassen. 3. Controleer de rookgas terugslagklep.
N030 Tapvraag is geblokkeerd 1. Controleer of parameter P001 juist is ingesteld. 2. Controleer of warmwatersensor S3 aanwezig is en plaats deze indien nodig. 3. Controleer of deze op de juiste wijze gemonteerd is. 4. Controleer de bedrading op breuk/kortsluiting. 5. Vervang warmwatersensor S3 indien defect.

Handleiding Intergas Xtreme 30 – volledige tekst

35. 8. 5 Dakuitmonding en luchttoevoer vanuit de gevel C53. 385. 8. 6 Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeenschappelijk afvoersysteem C83 395. 8. 7 Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeenschappelijk afvoersysteem onder overdruk C(12)3 405. 8. 9 Dakuitmonding CLV-systeem C(10)3. 415. 8. 10 Dakuitmonding CLV-systeem C(11)3. 425. 8. 11 Vrij in de markt verkrijgbare rookgasafvoerdelen C63. 435. 8. 12 Rookgasafvoer concentrisch horizontaal, verticaal lucht omsloten door schacht C93 455. 8. 13 Beugelen rookgasafvoer en luchttoevoer. 466 In bedrijf stellen 486. 1 Het bedieningspaneel gebruiken. 486. 2 Voorbereidende werkzaamheden. 486. 2. 1 Vullen en ontluchten CV-installatie. 486. 2. 2 Warm tapwatervoorziening. 506. 2. 3 Gastoevoer. 506. 3 Inbedrijfstellingsprocedure. 506. 4 Buiten bedrijf stellen van het toestel. 517 Instelling en afregeling 527.

41 TOELICHTING EN VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENIntergas Verwarming BV aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschrien en - instructies, dan wel door onachtzaamheid tijdens het installeren van het Intergas toestel en de eventueel bijbehorende accessoires. Dit toestel kan door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer deze onder toezicht staan of, voor wat betre het veilig gebruik van het toestel, zijn geïnstrueerd en de daaruit resulterende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.

”Wanneer de netaansluitkabel wordt beschadigd, moet deze door de fabrikant of haar servicedienst of een gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaar te vermijden. Intergas Verwarming BV zoekt voortdurend naar manieren om de kwaliteit van haar producten te waarborgen en waar nodig te verbeteren. Hierdoor behoudt zij zich het recht voor om op elk moment de in dit document genoemde kenmerken te wijzigen. Lees alle veiligheidsvoorschrien in deze handleiding en neem deze in acht ter voorkoming van onveilige situaties, brand, explosie, schade aan eigendommen of persoonlijk letsel. 1. 1. 1 Pictogrammen in het installatievoorschri1. 1. 2 Symbolen op de verpakking1.

1 Algemene toelichtingVOORZICHTIG / BELANGRIJK Procedures die, indien deze niet met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd worden, schade aan het product, de omgeving of aan het milieu kunnen toebrengen of lichamelijk letsel tot gevolg kunnen hebben. OPMERKING Procedures en/of voorschrien welke, bij niet opvolgen, de werking van het toestel in negatieve zin kunnen beïnvloeden. ZIE Verwijzing naar andere handleidingen.

INSTRUCTIE (DEZE ZIJDE BOVEN)De omhoog wijzende pijlen geven aan dat de inhoud rechtop vervoerd en bewaard dient te worden. INSTRUCTIE (BREEKBAAR)Dit symbool gee aan dat de inhoud van de doos kwetsbaar is. Behandel deze voorzichtig. MAX 3 MAX 2INSTRUCTIE (DROOG HOUDEN)Dit symbool gee aan dat de inhoud van de doos droog gehouden dient te worden. INSTRUCTIE (MAXIMAAL STAPELEN)Dit symbool gee aan op welke wijze en hoeveel de betreende dozen maximaal gestapeld mogen worden. BELANGRIJK ►Lees voor het installeren het installatievoorschri en het bedieningsvoorschri. ► Het toestel en installatie dienen elk jaar door een erkend installateur gecontroleerd en zo nodig gereinigd te worden. Zie voor de jaarlijkse reini ging §9. ► Het toestel kan met een vochtige doek gereinigd worden. Gebruik geen agressieve of schurende schoonmaak- of oplosmiddelen.

51. 1. 3 Afkortingen ►WW: Warm tapwater. ►CV: Centrale verwarming. ►CW: Comfort warmwater. ►HR: Hoog rendement. ►NZ: Naverwarming Zonneboiler. ►LT: Lage temperatuur (zone). ►HT: Hoge temperatuur (zone). ►OT: OpenTherm. ►RF: Draadloze communicatie (Radio frequentie) ►PC: Personal computer. ►NTC: Sensor (Negatieve temperatuur coëiciënt) ►PP: Polypropeen. ►CLV: Combinatie luchttoevoer verbrandingsgasafvoersysteemIndien u gas ruikt: ► Geen vuur gebruiken, niet roken, geen elektrische contacten of schakelaars gebruiken (bel, verlichting, motor, li, etc. ). ►Sluit de gastoevoer af. ► Open de ramen. ►Ontruim de woning. ► Bel de gasleverancier of, indien deze onbereikbaar is, de brandweer1. 2 VeiligheidsvoorschrienDe gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschrien, zoals vermeld in: ►Dit installatievoorschri. ►NEN 1087: Ventilatie van woongebouwen.

►NPR 1088 : Toelichting op NEN 1087. ►NEN 3215: Eisen voor verbrandingsinstallaties. ►Het bouwbesluit. 1. 2. 1 Algemeen1. 2. 3 Gasinstallatie1. 2. 2 CV-installatieDe gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschrien, zoals vermeld in: ►NEN 8078: Voorziening voor gas met een werkdruk t/m 500 mbar (bestaande bouw). ►NEN 1078: Voorziening voor gas met een werkdruk t/m 500 mbar (nieuwbouw). ►NPR 3378: Praktijkrichtlijn gasinstallaties. De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschrien, zoals vermeld in: ►NEN 3028: Eisen voor verbrandingsinstallaties. ►Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III)1. 2.

4 Elektrische installatieDe gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschrien, zoals vermeld in: ►NEN 1010: Elektrische installaties op laagspanning ►Afhankelijk van het bouwjaar kan een Intergas HR ketel een onderdeel bevatten waarin keramische vezels zijn verwerkt.

6De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschrien, zoals vermeld in: ► NEN 1006: Algemene voorschrien voor leidingwater installaties.De rookgasafvoer en luchttoevoerinstallatie moet voldoen aan: ► EN 1856-2: Schoorstenen - Eisen voor metalen schoorstenen - Deel 2: Metalen voering en aansluitleidingen. ► NEN-EN 14471: Schoorstenen - Systeemschoorstenen met kunststof binnenbuizen - Eisen en beproevingsmethoden. ► NEN 2757-1: Bepalingsmethoden voor de afvoer van rookgas van gebouwgebonden installaties (≤ 130kW). ► NEN 2757-2: Afvoer van rook van gebouwgebonden installaties (>130kW). ► NPR 3378: Toelichting op NEN 1078. ► NEN 8757: Afvoer van rook van verbrandingstoestellen in gebouwen. Bepalingsmethoden voor bestaande bouw. ► NEN 3028: Veiligheidseisen voor CV-installaties. ► Het bouwbesluit.

72 TOESTELGEGEVENSDe Intergas Xtreme gaswandketel is een gesloten toestel. Het toestel is uitsluitend bedoeld om voor huishoudelijk gebruik warmte te leveren aan het water van een CV-installatie en de warm tapwater installatie. De Intergas Xtreme voldoet aan de Europese richtlijnen en aanvullende nationale voorschrien wat is aangeduid in een CE-markering. De bijbehorende conformiteitsverklaring is op te vragen bij Intergas Verwarming BV (zie ook ). §11De Intergas Xtreme voldoet aan elektrische beschermingsklasse IPX4D. Het toestel wordt, ten behoeve van een tweepijps aansluiting, standaard geleverd met een 80 mm rookgasadapter. Als optie kan op bestelling een concentrische 60/100 of 80/125 rookgasadapter geleverd worden. Het toestel kan worden aangesloten op roestvaststalen of kunststof (PP T120) combidoorvoeren, zie ook §5. 6. 2. 1 Algemeen2. 1.

1 GaskeurlabelsHet toestel draagt diverse Gaskeurlabels. De toekenning hiervan volgt vanuit een beoordelingsrichtlijn die is vastgesteld door het College van Deskundigen Energie Prestatie Keur van Kiwa. Deze onafhankelijke prestatielabels worden toegekend aan gasverbruiktoestellen die voldoen aan de specifieke eisen met betrekking tot een aantal doelmatigheids-, milieutechnische en comfortaspecten. Aan de Intergas Xtreme zijn de labels HR, CW en NZ toegekend. Comfort Warmwater klasse 3 [Xtreme 24]:Dit houdt in dat de Xtreme 24 voldoet bij de bereiding van warm tapwater aan CW klasse 3. Hiermee is de Xtreme 24 geschikt voor: ► Tapdebiet van 6 l/min van 60°C (bij koudwatertemperatuur van tenminste 10°C). ► Een douchefunctie vanaf 6 l/min tot tenminste 10 l/min van gemengd 40 C. ° ► Binnen 12 minuten vullen van een bad met 100 liter water van gemengd 40 C.

► Een douchefunctie vanaf 6 l/min tot tenminste 12,5 l/min van gemengd 40 C. ° ► Binnen 11 minuten vullen van een bad met 120 liter water van gemengd 40 C. ° Comfort Warmwater klasse 5 [Xtreme 36]: Dit houdt in dat de Xtreme 36 voldoet bij de bereiding van warm tapwater aan CW klasse 5. Hiermee is de Xtreme 36 geschikt voor: ► Tapdebiet van 9 l/min van 60°C (bij koudwatertemperatuur van tenminste 10°C). ► Een douchefunctie vanaf 6 l/min tot tenminste 12,5 l/min van gemengd 40 C. ° ► Binnen 10 minuten vullen van een bad met 150 liter water van gemengd 40 C. °De Xtreme voldoet aan de CW eisen indien de tapcomfortfunctie is ingesteld op stand " " of " " (zie ). on eco §7. 1. 2.

82.1.3 Toestelcategorieën2.1.2 ErP labelHoog rendement verwarming: Dit houdt in dat het rendement van de Xtreme tijdens CV-bedrijf voldoet aan de Gaskeur HR criteria. Naverwarming Zonneboiler:Dit houdt in dat de Xtreme geschikt is als naverwarmer voor zonneboilers. Het label geldt in combinatie met de zonneboileraansluitset.Categorie Gastype Gasvoordruk (mbar)II2E3P Aardgas (G20) 20II2EK3PAardgas (G25.3) 25Propaan (G31) 30 of 50De Intergas Xtreme is fabriekswege ingesteld voor K-gas, G25.3. Het toestel kan eventueel omgebouwd worden naar een andere gassoort m.b.v. een ombouwset (zie ).§7.7 A+ABCDEF2019 811/2013 dB kW A+++A++A+ABCDAAIntergas Verwarming BV Xtreme --XXL----Op basis van een Europese ErP richtlijn (Energy related Products) moeten alle nieuw geproduceerde CV ketels voldoen aan minimumeisen op het gebied van energieprestaties.

De Intergas Xtreme is voorzien van een Europees energielabel met daarop specifieke informatie op het gebied van energie eiciency klasse (voor CV en warm tapwater), geluidsniveau en vermogen. De Intergas Xtreme is voorzien van een A-label voor zowel CV als warm tapwater.Daarnaast voldoet de Intergas Xtreme aan een XXL capaciteitsprofiel voor tapwater.De uitgebreide productfiche is te vinden in §10.2.

9De typeplaat bevindt zich aan de onderzijde van het toestel en bevat onder meer de volgende informatie:2.3 Typeplaat2.2 WerkingDe Intergas Xtreme is een modulerende hoog rendement ketel. Dit houdt in dat het vermogen wordt aangepast aan de gewenste warmtebehoee. In de aluminium warmtewisselaar zijn twee van elkaar gescheiden koperen circuits geïntegreerd.Daarnaast is de Intergas Xtreme voorzien van een 2e warmtewisselaar (warmte-terugwin-unit). Deze 2e warmtewisselaar is geïntegreerd in de rookgasafvoer van het toestel waarmee het rendement op tapwater verder verhoogd wordt. Eveneens wordt de restwarmte van de rookgassen van het CV gebruik benut om het tapwater voor te verwarmen.

Door toepassing van deze technologie is er minder energie nodig om het water op temperatuur te brengen en wordt er een extreem hoog rendement behaald.Het toestel is voorzien van een branderautomaat die bij iedere warmtevraag van de verwarming of de warm tapwatervoorziening de pomp aanstuurt (alleen tijdens warmtevraag van de verwarming), de ventilator aanstuurt, de gasklep opent, de brander ontsteekt en de vlam continu bewaakt en regelt, afhankelijk van het gevraagde vermogen.

10Het toestel kent een aantal bedrijfstoestanden: Het toestel is uitgeschakeld.Het toestel is buiten bedrijf, maar is wel aangesloten op de netspanning. De display weergave in deze toestand wordt gekenmerkt door : ►Het tonen van de power LED. [ ] ► Het tonen van de druk in de CV-installatie (in bar) op het linker display. [ ] ►Het tonen van een streepje op het rechter display. [ ]Het toestel is ingeschakeld en is gereed voor een warmtevraag.Het toestel is ingeschakeld en is gereed voor het beantwoorden van een vraag naar of warm tapwater of warm CV water. De display weergave in deze toestand wordt gekenmerkt door: ► Het tonen van de power LED [ ]. Alle overige symbolen en waarden zijn gedoofd. 2.4 BedieningspaneelHet toestel is voorzien van een volledig geïntegreerd touchscreen bedieningspaneel dat informatie weergee over de bedrijfstoestand van het toestel.

Er kunnen symbolen (toetsen), cijfers, punten en/of letters worden weergegeven. De toetsen lichten op zodra deze bedienbaar zijn. Zie voor uitgebreide bedieningsmogelijkheden §7.2.5 BedrijfstoestandenToestel is uitgeschakeld(netspanning wel aanwezig)Toestel is ingeschakeld(gereed voor warmtevraag)Het toestel is in bedrijf en levert warm tapwater.Het toestel is in bedrijf en levert warm tapwater aan één van de tappunten. De display weergave wordt gekenmerkt door: ►Het tonen van de power LED. [ ] ►Het tonen van de vlam. De brander is ingeschakeld. [ ] ►Het tonen van het tap symbool. [ ]Het toestel is in bedrijf en levert warm CV-water.Het toestel is in bedrijf en levert warm CV-water. De display weergave wordt gekenmerkt door: ►Het tonen van de power LED. [ ] ►Het tonen van de vlam. De brander is ingeschakeld. [ ] ►Het tonen van het radiator symbool.

Postzegel n n giet odivo klanor tvo fabrikanor t123 564 7 891 01 6 9 102345 781 45 67891 023vo insta lateuor l rInstallatie- en bedieningsvoorschri GarantiekaartAansluit materiaalKnelmoer Ø15 (3x) Ø22 (2x)Knelring Ø15 (3x) Ø22 (2x)Controleer of de verpakking onbeschadigd is. Pak het toestel uit en controleer of alle onderdelen aanwezig zijn. Controleer ook op eventuele beschadigingen aan het toestel of toebehoren, meldt deze direct aan de leverancier. 3. 2 AccessoiresOriginele Intergas accessoires zijn separaat bij de reguliere groothandel te bestellen. Instructies over het op de juiste wijze monteren en gebruiken van deze accessoires worden bij bestelling meegeleverd en worden derhalve niet in dit installatievoorschri behandeld. Art. nr 090557Conc. rookgasadapter 80/125Art. nr 090547Conc. rookgasadapter 60/100Art. nr 093004MontagebeugelbasisArt. nr 094047Intergas Diagnostic SowareArt.

144.2.1 In een keukenkastje plaatsenHet toestel kan tussen twee keukenkastjes of binnenin een kastje geplaatst worden. Zorg hierbij wel voor voldoende ventilatie aan de onder- en bovenzijde. Indien het toestel binnenin een kastje geplaatst wordt, dienen er aan zowel boven- als onderzijde ventilatieopeningen van tenminste 50 cm2 aangebracht te worden.Het toestel dient aan een wand gemonteerd te worden die voldoende draagkracht hee om de ketel, gevuld met water, te kunnen dragen. Bij het toestel dient er op maximaal 1 meter afstand een wandcontactdoos met randaarde voorhanden te zijn en dient er een mogelijkheid te zijn om de condensafvoer van het toestel op het riool aan te sluiten.Om bevriezing van de condensafvoerleiding te voorkomen, dient het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd te worden.

Draag zorg voor een goede bereikbaarheid van het toestel door voldoende vrije ruimte rondom de ketel in acht te houden. Dit bevordert onder meer het onderhoud aan het toestel.4.2 Opstellingsruimteminimaal 50 cm2minimaal 50 cm2min. 250Hmin. 250min. 50277 min. 1000450min. 50

154.2.2 Frontpaneel afnemen/monterenVoor diverse werkzaamheden aan het toestel dient het frontpaneel van het toestel verwijderd te worden. Ga hierbij als volgt te werk: ► Draai de beide (verliesvrije) inbusschroeven (1) onder het toestel los m.b.v. een inbussleutel 5 mm. ► Schuif het frontpaneel (2) naar boven en neem het vervolgens naar voren toe weg. 12Frontpaneel terugplaatsenOm het frontpaneel terug te plaatsen gaat u als volgt te werk: ► Plaats het frontpaneel (3) tegen het toestel aan en schuif het naar beneden tot het goed aangesloten op het toestel zit. ► Draai de beide inbusschroeven onder het toestel vast m.b.v. een inbussleutel 5 mm.3

164.3 Toestel monteren1. Monteer de ophangstrip.2. Plaats het toestel: Schuif deze van boven naar beneden over de ophangstrip. 3. Verwijder de sifonbeker. 4. Vul de sifonbeker tot net over de hel met water.5. Plaats de beker weer terug. Monteer de ribbelslang op de uitloop van de sifon. 6. Sluit de ribbelslang van de sifon, eventueel samen met de overstortleiding van de inlaatcombinatie en het overstortventiel, aan op het riool via een open aansluiting. 7. Monteer de luchttoevoer en de rookgasafvoer (zie ).§5.6OPMERKING ► De Intergas Xtreme is voorzien van een specifiek bij dit toestel behorende sifonbeker. Let op dat bij een eventuele vervanging de juiste uitvoering wordt besteld. (Art.nr. 510054).1. Ophangstrip monteren4. Sifonbeker vullen 5. Sifonbeker terugplaatsen en ribbelslang monteren6. Ribbelslang via een open aansluiting op het riool aansluiten.2. Toestel plaatsen 3.

17OPMERKING ► De positie van de elektrische afsluiter moet zodanig worden gekozen dat het veiligheidsventiel en expansievat niet geïsoleerd kunnen raken van het toestel. Houdt er hierbij rekening mee dat het toestel ook is voorzien van een interne terugslagklep in de retourbuis. Bij toepassing van een tweewegklep dient de interne terugslagklep te worden verwijderd. 5. 1. 1 Thermostatische radiatorkranenAls alle radiatoren zijn uitgevoerd met thermostatische of afsluitbare radiatorkranen waarbij de aanvoer geheel van de retour kan worden afgesloten, dient een minimale watercirculatie te worden gewaarborgd bijvoorbeeld door het monteren van een bypass leiding (zie ook §7. 4). 5 AANSLUITEN5. 1. 2 VloerverwarmingVloerverwarming met pompIndien een vloerverwarmingssysteem niet hydraulisch neutraal is kan de vloerverwarmingspomp ongewenste waterstroming veroorzaken.

Voor een goede werking van de warmtapwatervoorziening mag er geen ongewenste circulatie door het toestel zijn door een tweede pomp in het CV-circuit. Sluit een vloerverwarming indirect hydraulisch neutraal aan, of voorzie het circuit van een elektrische afsluiter (E)(tweewegklepset) die doorstroming door het toestel voorkomt als er geen CV-warmtevraag is. Zorg voor een minimale watercirculatie, zie §7. 4. Aansluitschema vloerverwarmingA. CV-ketelB. CV-pompC. Thermostatische regelafsluiterD. Elektrische afsluiter 230V~E. RadiatorenF. Ruimte-/klokthermostaatG. Maximaal thermostaatAFGECBCD5. 1 CV-installatie aansluitenVul/aapkraanRetourleidingAanvoerleidingOverstortventiel ►Spoel de CV-installatie goed schoon. Aanvoer: ► Monteer de aanvoerleiding met behulp van een Ø22 mm knelaansluiting aan de montagebeugel.

► Monteer in deze leiding een overstortventiel van 3 bar op een afstand van maximaal 500 mm van het toestel. Tussen het toestel en het overstortventiel mag zich geen afsluiter of vernauwing bevinden.

Retour: ► Monteer de retourleiding met behulp van een Ø22 mm knelaansluiting aan de montagebeugel. ► Monteer in deze leiding, direct onder het toetel, een vul-/aapkraan. ►Plaats een expansievat in de retourleiding. ► Wanneer zich op korte afstand van het toestel stijgleidingen bevinden, bestaat de mogelijkheid dat tijdens tapwaterbedrijf de warmtewisselaar afkoelt als gevolg van thermosifonwerking. Hierdoor zou de aanvoer van warm tapwater vertraagd kunnen worden. Dit kan eenvoudig worden voorkomen door het monteren van een terugslagklep in de retourleiding. ► Alle leidingen moeten spanningsvrij gemonteerd worden om tikken van de leidingen te voorkomen.

185. 1. 3 LT/HT zone systeemHet is mogelijk om de CV-installatie op te delen in 2 groepen met een verschillende stooktemperatuur, bijvoorbeeld een hoog temperatuur zone (HT) met radiatoren en een laag temperatuur zone (LT) met vloerverwarmingssysteem zonder eigen circulatiepomp. Beide zones moeten beschikken over een eigen ruimtethermostaat. De regeling wordt geactiveerd door het wijzigen van een aantal parameters. Voor het installeren van het LT/HT zone systeem zijn 2 verschillende installatiesets beschikbaar: ►Installatieset met tweewegklep (art. nr. 093697). ►Installatieset met driewegklep (art. nr. 093707). Werkingsprincipe met driewegklepDe driewegklep verdeelt de warmte over beide zones. Beidezones hebben een eigen ruimtethermostaat en worden, indienbeide zones warmte vragen, afwisselend verwarmd door hetomschakelen van de driewegklep.

Indien of de LT-zone ofde HT-zone warmte vraagt zal deze zone continu verwarmdworden. De aanlegsensor bewaakt de LT-zone tegen een te hogetemperatuur. Als onverhoopt de temperatuur in de LT-zonehoger wordt dan de veiligheidstemperatuur zal de sensorde brander uitschakelen en pas weer inschakelen als detemperatuur voldoende is gedaald. Beide zones kunnen onafhankelijk van elkaar werken enzullen, indien beide zones warmte vragen, afwisselend wordenverwarmd. Sluit de kamerthermostaten, de driewegklep en de aanlegsensor aan zoals beschreven in de meegeleverde handleiding in de set. Werkingsprincipe met tweewegklepIn hoofdlijn komt deze overeen met de LT/HT zoneregeling middels driewegklep. Behalve wanneer de LT-zone warmte vraagt zal ook de HT-zone worden voorzien van dezelfde LT warmte als basis.

Sluit de kamerthermostaten, de tweewegklep en de aanlegsensor aan zoals beschreven in de meegeleverde handleiding in de setBELANGRIJK ► Let op dat er tijdens de ontwerpfase van de vloerverwarming rekening gehouden dient te worden met de externe opvoerhoogte van de CV-pomp in het toestel. ► Indien de radiatoren in de HT-zone worden voorzien van thermostatische radiatorkranen moet deze zone worden voorzien van een bypass ventiel. ABAB Aanleg sensorLT-zoneHT-zoneDriewegklepmin. 500 mmToestelAanlegsensorLT-zoneHT-zoneTweewegklepmin. 500 mmToestel.

19WerkingsprincipeIndien de kamerthermostaat het toestel uitschakelt doordat een andere verwarmingsbron de ruimte opwarmt, is het mogelijk dat de overige ruimten afkoelen. Dit kan worden voorkomen door de CV-installatie op te delen in twee groepen. De groep met de externe warmtebron (Z2) kan middels een elektrische afsluiter worden afgesloten van het hoofdcircuit. Beide groepen worden voorzien van een eigen kamerthermostaat.N.B. Deze regeling “externe warmtebron” kan alleen worden toegepast indien er geen externe boiler opgewarmd hoe te worden.Installatievoorschri ►Plaats de afsluiter (B) volgens het aansluitschema.5.1.4 Opdeling CV-installatie in groepen bij aanwezigheid extra warmtebronAansluitschema regelingA. CV-ketelB. Elektrische afsluiter 230V ~C. RadiatorenT1. Kamerthermostaat groep 1T2. Kamerthermostaat groep 2Z1. Groep 1Z2.

Groep 2AZ1BCT1Z2CT2OPMERKING ► In beide groepen zijn alle types thermostaten (OpenTherm, aan/uit of RF) te gebruiken.12X13 X12 121212T1 T2Indien een OT of een aan/uit thermostaat toegepast wordt: ► Sluit de kamerthermostaat van groep 1 (T1) aan op connector X13 1/2. ► Sluit de kamerthermostaat van groep 2 (T2) aan op (optionele) connector X12 1/2. ► Wijzig parameter 81 (zie ).§7.2Indien een RF thermostaat toegepast wordt: ► Koppel de RF thermostaat middels het RF menu, zie §7.1.4. De RF thermostaat kan alleen voor groep 2 gebruikt worden. ► Wijzig parameter 81 (zie ).§7.2Thermostaten groep 1 en 2 aansluiten

205.2.1 Weerstandsgrafiek tapcircuit ►Spoel de installatie goed schoon. ► Monteer de koudwaterleiding met behulp van een Ø15 mm knelaansluiting aan de montagebeugel. ► Monteer in deze leiding, direct onder het toestel, een inlaatcombinatie die voorzien is van KIWA keur en sluit deze met een open verbinding aan op de riolering. ► Monteer de warmwaterleiding met behulp van een Ø15 mm knelaansluiting aan de montagebeugel.Opmerkingen ► Voor de Xtreme 24 bedraagt de specifieke leidinglengte bij een leidingdiameter 12/10 mm 23,5 meter en voor de Xtreme 30 en Xtreme 36 bedraagt deze 30,0 meter. Bij een leidingdiameter van 15/13 mm bedraagt deze respectievelijk 13,9 meter en 17,7 meter. ► Als het toestel alleen voor de warm tapwatervoorziening wordt gebruikt kan de verwarmingsfunctie uitgeschakeld worden. Hiervoor dient parameter gewijzigd te worden 001van 0 naar 2.

De CV-installatie behoe dan niet aangesloten of gevuld te worden. ► Als het toestel tijdens de winter buiten bedrijf wordt gesteld en van het lichtnet afgesloten wordt, moet het water afgetapt worden om bevriezing te voorkomen. Neem hiervoor de tapwateraansluitingen gelijk onder het toestel los. ► De Xtreme 24 is voorzien van een doorstroombegrenzer met een nominale waarde van 7 l/min. De Xtreme 30 en Xtreme 36 zijn niet voorzien van een doorstroombegrenzer. Indien gewenst kan deze als optie bij Intergas besteld worden. Bij de Xtreme 36 zijn bij hoge waterdrukken grotere volumestromen mogelijk. Om bij de Xtreme 36 een uitstroomtemperatuur van 60°C te garanderen dient de warm tapwaterinstallatie op 9 liter/minuut ingesteld te worden.B, CA5.2 Warm tapwater aansluitenWaterleidingdruk (bar)Debiet (L/min)A. Xtreme 24B. Xtreme 30C. Xtreme 36Koudwaterleiding WarmwaterleidingInlaatcombinatie

21ABCDEFA. WarmtepompB. CV-ketelC. OmschakelventielD. Koud water inlaatE. Uitstroomtemperatuur warmtepompF. Uitstroomtemperatuur warm tapwaterAansluitschema toestel met warmtepompboilerInstallatie:De combinatie dient aangesloten te worden volgens het aansluitschema. Om een goede werking van de combinatie te kunnen garanderen zijn de volgende punten belangrijk. Thermostatisch omschakelventiel: Het toegepaste thermostatische omschakelventiel is een gemodificeerd ventiel welke aan de specifieke eisen, die aan de combinatie warmtepompboiler en Intergas Xtreme worden gesteld, voldoet. Voor de juiste werking van de combinatie is het omschakelventiel voorzien van een vaste temperatuurinstelling. ►Thermostatisch omschakelventiel art. nr. : 065127.

Wanneer de uitstroomtemperatuur van de warmtepompboiler lager is geworden dan de ingestelde temperatuur van het omschakelventiel min 12K, gaat bijna de volledige tapflow door de Intergas Xtreme. De kleine lekflow wordt nu uit de warmtepompboiler gehaald. Na het volledig omschakelen van het omschakelventiel wordt de tapflow begrensd door de Intergas Xtreme. 5. 2. 2 Toestel met warmtepompboilerHet toestel is geschikt om in combinatie met een warmtepompboiler toegepast te worden. Indien de uitstroomtemperatuur van een warmtepompboiler lager is dan 55°C, zorgt de Intergas Xtreme ervoor dat het tapwater uit de warmtepompboiler onder HR condities wordt naverwarmd. Werkingsprincipe:De warm tapwateraansluiting van de warmtepompboiler is aangesloten op de mix ingang van het thermostatisch omschakelventiel (zie het principeschema).

Indien de uitstroomtemperatuur van de boiler hoger is dan de ingestelde temperatuur van het omschakelventiel, zal uit de warmtepompboiler worden getapt. Doordat het omschakelventiel niet geheel afsluitend is, zal tevens een kleine hoeveelheid door de Intergas Xtreme lopen (ongeveer 10% van de totale flow).

22Tapwatervoordruk: Voor een doorstroomhoeveelheid van 20 liter per minuut zal de voordruk minimaal 2,3 bar moeten bedragen. De toegestane warmtapwater bedrijfsdruk voor de combinatie mag maximaal 6 bar bedragen. Hiervoor dient een inlaatcombinatie (6 bar) gemonteerd te worden.Maximale doorstroomhoeveelheid: Indien de tapflow groter is dan 20 liter per minuut zal de Intergas Xtreme in tapwaterbedrijf gaan, ongeacht de uitstroomtemperatuur van de warmtepompboiler.Maximale temperatuurinstelling warmtepompboiler: De temperatuur van de warmtepompboiler mag niet hoger dan 60°C worden ingesteld.Positie thermostatisch omschakelventiel: Om te voorkomen dat het thermostatisch omschakelventiel teveel door de omgevingslucht wordt beïnvloed, dient deze in verticale stand en zo dicht mogelijk op de warm tapwater aansluiting van de boiler te worden geplaatst (maximale afstand 100mm).

Hierdoor wordt voorkomen dat het toestel bij iedere tapvraag in bedrijf komt.Beïnvloeding waterstromen: Om te voorkomen dat de flow door de Intergas Xtreme tijdens het omschakelen van het ventiel wordt beïnvloed, dient de warm tapwater-uit leiding van de combinatie rechtdoor te lopen (zie aansluitschema [F]).5.2.3 Toestel met Naverwarming ZonneboilerHet toestel is voorzien van het Gaskeur NZ-label: Naverwarming Zonneboiler. Hiervoor is op bestelling een aansluitset en een thermostatisch mengventiel beschikbaar.Opmerking:De koudwatersensor dient op connector X13 4/5 aangesloten te worden. In combinatie met een zonne-energiesysteem moet er na het toestel altijd een thermostatisch mengventiel geplaatst te worden, ingesteld op 62,5°C. ►Ombouwset Naverwarmen Zonneboiler art.nr. 090347. ►Thermostatisch mengventiel art.nr. 842177.CCHDBCEGFIThermostaticmixing valveAAansluitschema NZ:A. ToestelB.

235.3 Elektrisch aansluiten ►Controleer of de gasleiding inwendig schoon is. ► Monteer de gasaanvoerleiding met behulp van een Ø15 mm knelaansluiting. ► Monteer in deze leiding, direct onder het toestel, een gaskraan. ► Plaats een gaszeef in de aansluiting voor het toestel indien er sprake kan zijn van vervuild gas. ►Sluit de hoofd gasleiding aan op de gaskraan. ►De gasleiding dient spanningsvrij te worden gemonteerd. ► Controleer de gasvoerende delen op lekkage op een druk van maximaal 50 mbar.VOORZICHTIG ► Sluit de hoofdgaskraan voor de start van de werkzaamheden.5.4 Gas aansluitenIndien er werkzaamheden aan het elektrisch circuit uitgevoerd dienen te worden: ►Neem de steker uit de wandcontactdoos. ► Verwijder het frontpaneel, zie en trek de §4.2.2 branderautomaat unit naar voren, de branderautomaat zal daarbij naar beneden kantelen.

► Raadpleeg het elektrisch schema in voor het maken §10.1 van de aansluitingen. ► Schuif nadat de gewenste aansluitingen zijn aangebracht de branderautomaat terug in het toestel (tot de linker en rechter borging weer vergrendeld zijn) en plaats het frontpaneel weer terug op het toestel, zie §4.2.2. ► Sluit na het maken van de gewenste aansluitingen het toestel weer aan op een wandcontactdoos met randaarde.VOORZICHTIG ► Een wandcontactdoos met randaarde moet zich op maximaal 1 meter van het toestel bevinden. ► De wandcontactdoos dient goed toegankelijk te zijn. ► Wanneer het netsnoer vervangen moet worden, dient deze bij Intergas besteld te worden.VOORZICHTIG ► De Xtreme voldoet aan IPX4D. Om dit te waarborgen dient er gebruik gemaakt te worden van kabeltules bij maken van elektrische aansluitingen.GaskraanHoofd gasleidingGaskraan

245. 5. 2 Aan/uit kamerthermostaat aansluiten5. 5 Kamerthermostaat aansluitenHet toestel is geschikt voor het aansluiten van een 2-draads aan/uit kamerthermostaat. ► Plaats de thermostaat in de ruimte die als referentiepunt geldt (over het algemeen de woonkamer). ► Sluit de 2-draads kamerthermostaat aan op connector X13 1/2 (zie ook ), hierbij is polariteit niet van belang. §10. 1Eventueel kan er een 2e aan/uit thermostaat aangesloten worden op de (optionele) connector X12. Comfort Touch (OpenTherm) en/of aan/uit kamerthermostaten aansluiten12X13 X12 12 1212AanUitAanUit ► Indien er zowel een OpenTherm als een aan/uit thermostaat aangesloten is, hee de aan/uit thermostaat voorrang ten opzichte van de OpenTherm thermostaat. Het toestel is standaard voorzien van een OpenTherm Smart Power aansluiting. Hierdoor kan de Intergas Comfort Touch (wit art. nr. 030004/ zwart art. nr.

030034) zonder aanpassingen aangesloten worden. De Comfort Touch is een modulerende kamerthermostaat waarbij het vermogen van het toestel automatisch wordt aangepast aan de gewenste warmtebehoee. Het toestel is eveneens geschikt voor aansluiting van andere OpenTherm thermostaten. Raadpleeg de handleiding van de desbetreende thermostaat voor aansluitinstructies. ► Plaats de Comfort Touch kamerthermostaat in de ruimte die als referentiepunt geldt (over het algemeen de woonkamer). ► Sluit de modulerende kamerthermostaat aan op connector X13 1/2 (zie ook ), hierbij is de polariteit van de §10. 1draden niet van belang. Het toestel biedt de mogelijkheid om 2 OpenTherm thermostaten aan te sluiten. Sluit een 2e OpenTherm thermostaat aan op (optionele) connector X12.

Indien men gebruik wil maken van de tapwater aan/uit schakel functie van de OpenTherm thermostaat dient de tapcomfortfunctie op “ ” of “ ” ingesteld te worden (zie eco on§7. 1. 2 74) en moet parameter op 0 worden ingesteld.

255. 5. 3 Buitentemperatuurvoeler aansluitenHet toestel is voorzien van een aansluiting voor een Intergas buitentemperatuurvoeler. De buitentemperatuurvoeler dient in combinatie met een aan/uit of OpenTherm kamerthermostaat toegepast te worden. In principe kan elke willekeurige aan/uit of OpenTherm kamerthermostaat gecombineerd worden met een Intergas buitenvoeler. Het toestel zal bij een aan/uit thermostaat de aanvoertemperatuur regelen volgens de ingestelde stooklijn. Bij toepassing van een OpenTherm thermostaat bepaald deze de invloed op de aanvoertemperatuur. ► Sluit de buitentemperatuurvoeler aan op connector X13 3/4 (zie ook ). §10. 1 Voor de stooklijngrafiek, zie §7. 6. 34X13 X12 34 ► Om bevriezing van de condensafvoerleiding te voorkomen, dient het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd te worden.

► Om bevriezing van het toestel te voorkomen is het toestel voorzien van een vorstbeveiliging. Als de temperatuur van het water in de warmtewisselaar te laag wordt, gaat de pomp draaien (eventueel wordt de brander ingeschakeld) tot de temperatuur van het water weer op een vorstveilig niveau is. OpmerkingIndien een aan/uit kamerthermostaat toegepast wordt, beveilig dan een vorstgevaarlijke ruimte tegen vorst in combinatie meteen vorstthermostaat. De radiatorkraan in de vorstgevoelige ruimte moet opengedraaid zijn. ► Plaats in vorstgevaarlijke ruimten (bijvoorbeeld een garage) een vorstthermostaat. ► Sluit de vorstthermostaat samen met een aan/uit kamerthermostaat of RF-thermostaat parallel aan op connector X13 1/2 (zie ook ). §10. 15. 5. 4 VorstbeveiligingVOORZICHTIG ► Bij toepassing van een OpenTherm thermostaat kan er geen vorstthermostaat parallel op connector X13 aangesloten worden.

Indien de (externe) vorstthermostaat in de installatie is aangebracht en deze op het toestel is aangesloten, is deze niet actief indien het toestel uitgeschakeld is. 12X13 X12 1212AanUit12X13 X12 12 1212Buitentemperatuurvoeler aansluitenVorstthermostaat en aan/uit thermostaat parallel aansluitenVorstthermostaat en OpenTherm thermostaat aansluiten.

2645X13 X12 45X15 X14X13 http://www.intergasverwarming.nl ► De boilersensor/-thermostaat kan aangesloten worden op connector X13 4/5 (zie ook ).§10.15.5.5 Boilersensor/-thermostaat aansluitenMet behulp van IDS kan data communicatie plaatsvinden tussen een computer en de branderautomaat van het toestel. Met behulp van IDS is het mogelijk om het gedrag van het toestel te volgen en de instellingen, storingen en gebruikshistorie uit te lezen. ► Sluit de kabel aan op connector X14 (zie ook ). §10.15.5.6 Intergas Diagnostic Soware (IDS )5.5.7 Beheer op afstandBoilersensor/-thermostaat aansluitenPC aansluitenHet is mogelijk om de Xtreme met de Intergas Gateway (optioneel verkrijgbaar) te combineren.

De Intergas Gateway (LAN2RF) zorgt voor verbinding tussen een internetrouter en het toestel, waarna middels het Service Dashboard een installateur het toestel op afstand (via een webserver) kan monitoren en beheren, mits de eindgebruiker daarvoor toestemming hee gegeven, nadat de eindgebruiker door de installateur in het Service Dashboard is uitgenodigd. De Intergas Gateway is via de reguliere technische groothandel te verkrijgen (art.nr 094037). Wanneer de Intergas Gateway wordt toegepast kan tevens de eindgebruiker gebruik maken van de Comfort Touch App; een thermostaat App. De Comfort Touch App is te downloaden via zowel de Google Play Store als de Apple Appstore. ►Er is eveneens een volledige Gateway set beschikbaar. Deze set bestaat uit de Intergas Gateway en de Comfort Touch kamerthermostaat. De set is beschikbaar met zowel een witte (art. nr. 032014) als een zwarte (art. nr.

27 ► De leidingen voor rookgassen en luchttoevoer hebben een diameter van Ø80 mm. Neem voor andere diameters contact op met de fabrikant. ► Voor een concentrische aansluiting zijn aansluitsets beschikbaar van Ø80x125 mm of Ø60x100 mm, zie. §3. 2 ► Volg altijd de voorgeschreven norm NPR3378 bij het aansluiten van rookgas en luchttoevoersystemen. ► Zie voor het installeren van het rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal de bij het materiaal ingesloten handleiding. Neem contact op met de fabrikant van het desbetreende rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal voor uitgebreide technische informatie en specifieke montagevoorschrien. ► Alleen roestvaststaal of kunststof (PP T120) rookgasafvoermateriaal is toegestaan. ► Zorg voor het goed afsluiten van de mofverbindingen van de rookgasfavoer en luchttoevoermaterialen.

Het niet goed bevestigen van de rookgasafvoer en de luchttoevoer kan tot gevaarlijke situaties leiden of lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Controleer alle rookgas- en luchtvoerende delen op dichtheid. ► Gebruik geen schroeven of parkers om het rookgasafvoersysteem te monteren. Dit kan een "lek" systeem veroorzaken. ► Gebruik geen vetten of andere smeermiddelen, maar alleen water bij het monteren van de leidingen. Het gebruik van vetten of andere smeermiddelen kan aantasting van de afdichtingsrubbers veroorzaken. ► Per fabrikant bestaan er verschillende methodes van koppelen en verbinden. Het is niet toegestaan om materialen, leidingen of verbindingsmethodes van verschillende fabrikanten door elkaar te gebruiken. 5. 6 Rookgasafvoer en luchttoevoer5. 6.

Eventueel geïsoleerd met 10 mm dampdicht isolatiemateriaal of kunststof bij kans op condensatie aan de buitenzijde door een lage wandtemperatuur en een hoge ruimtetemperatu ur met een hoge relatieve vochtigheid. Lekkage mag maximaal 5 m/h bedragen (gemeten met 50 Pa overdruk), volgens NPR3378-46:2016. Rookgasafvoer Ø80 mm Volgens tabel 3,4, 5 en 6 van (C- categorie toestellen)NPR3378-46 (B-categorie toestellen)NPR3378-47 Alleen RVS of PP T120. Rookgasafvoersystemen (rookgasafvoer en luchttoevoer) worden gedefinieerd door categorieën zoals beschreven in de van toepassing zijnde normen. Voor het toesteltypen C13, C33, C53 en C93 moet het rookgasmateriaal worden goedgekeurd in combinatie met het toestel. De Intergas Xtreme gaswandketel is goedgekeurd met het rookkanaal van M&G Group, vermeld in de Declaration of Performance (DoP) 001-MG-PP,DoP, 002-MG-RVS DoP en 001-MG-RVS DoP.

28Leiding Leidinglengten Leidinglengte totaalRookgasafvoer L1+L2+L3+(2x4m) 16 mLuchttoevoer L4+L5+L6+(2x4m)+(1x2m) 18 mOpmerkingen ► De totale leidinglengte is: De som van de rechte leidinglengten + de som van de vervangende leidinglengten van bochten/knieën bedragen samen 34 meter. ► Indien de toelaatbare lengte van luchttoevoerleiding en rookgasafvoerleiding samen 80 meter bedraagt (exclusief de lengte van de combidoorvoer of de dubbelpijpsdoorvoer) dan valt de berekening binnen de toegestane leidinglengte. L6 = 1,5mL1 = 1mL4 = 6mL3 = 6,5mNaarmate de weerstand van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen toeneemt zal het vermogen van het toestel afnemen. De toegestane vermogensafname bedraagt maximaal 5%.De weerstand van de luchttoevoer en de rookgasafvoer is afhankelijk van de lengte en diameter van het leidingsysteem en alle bijbehorende componenten.

Per toestelcategorie is de totale toegestane leidinglengte aangegeven van de luchttoevoer en de rookgasafvoer.Bij de opgave van de leidinglengte in meters wordt uitgegaan van Ø80 mm.5.7 Leidinglengten5.7.1 Vervangende lengten (Ø80)5.7.2 RekenvoorbeeldBocht 90° R/D=1 2 mBocht 45° R/D=1 1 mKnie 90° R/D=0,5 4 mKnie 45° R/D=0,5 2 mNeem contact op met de fabrikant voor controle berekeningen ten behoeve van de weerstand van de luchttoevoer- en rookgasafvoerleiding en voor de wandtemperatuur aan het uiteinde van de rookgasafvoerleiding.DDRRR/D = 0,5R/D = 0,5DRR/D = 1DR/D = 1R ► Zorg ervoor dat de juiste diameter en lengte van het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem is geïnstalleerd. Zorg ervoor dat het systeem grondig is bevestigd aan een constructie met voldoende draagkracht.OPMERKING ►Bij toepassing van kleinere of grotere diameters dan 80 mm dient u contact op te nemen met de fabrikant.

30 C(10)3 C(11)3 C(10)3 C(11)3 C(10)3 C(11)3 C33C(12)3C(12)3C(12)3C(12)3C83C83C83C83Toelichting bij rookgasafvoersystemenCat. Toelichting volgens CEC(10)3/C(11)3Gemeenschappelijke concentrisch luchttoevoer- rookgasafvoerkanaal (CLV) onder overdruk. Alleen toestellen waarbij C(10)3/C(11)3 op de typeplaat staat aangegeven mogen volgens deze categorie worden aangesloten.C(12)3Toestel geschikt om te worden aangesloten op een zogenaamd half CLV-systeem (= gemeenschappelijk rookgasafvoer) onder overdruk. Alleen toestellen waarbij C(12)3 op de typeplaat staat aangegeven mogen volgens deze categorie worden aangesloten.C13 De uitmonding vindt in de gevel plaats; de instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Intergas Xtreme 30 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden