Intergas H22VR.W Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Intergas H22VR.W (4 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 75 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Intergas H22VR.W of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag


Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Intergas
Categorie: CV Ketel
Model: H22VR.W

Handleiding Intergas H22VR.W – volledige tekst

Na het vullen de ketel opstoken en nog enkele malen onluchten. Ditherhalen totdat er geen pomp- of leidinggeruis meer is. Vooral de eerste weken na het vullen dient de gehele installatie enkele keren ontlucht te worden. Het ontluchten dient altijd tegeschieden met uitgeschakelde branders en stilstaande pomp (dusstroomtoevoer uitschakelen nadat water afgekoeld is). Zakt de water-druk beneden het door de installateur opgegeven minimum (1 bar)dan de installatie weer bijvullen en zonodig ontluchten. Vul altijd met schoon drinkwater (zie montagevoorschriften). Aftappen 1. Draai de gaskraan dicht. 2. Schakel de elektrische stroom uit. 3. Zet de driewegklep op handbediening. 4. Voor het aftappen van de ketel kan ten dele gebruik gemaakt wor-den van de vul-taftapkraan rechtsonder aan de ketel.

De geëmail-leerde warmtewisselaar dient apart afgetapt te worden met hetaftapkraantje rechtsonder aan de warmtewisselaar. Demonteerhiervoor eerst het deurtje en het voorpaneel van de ketel. Voor het aftappen van de installatie dient op het laagste punt eveneenseen aftapmogeiijkheid aangebracht te worden. 5. Alle ontluchtingskraantjes opendraaien. 6. De ketel niet langer dan 1 à 2 maanden zonder water laten staan. Onderhoud De warmwatervoorziening op de ketel behoeft geen extra onderhoud. Dit kan gelijktijdig met het onderhoud van de CV-ketel geschieden. Wel dient erop gelet te worden dat de warmwaterinrichting inklusiefkranen, op tijd ontkalkt wordt (afhankelijk van de hardheid van hetwater). Door de konstruktie van de tapspiraal is deze niet erg kalkgevoelig.

Er dient zeker ontkalkt te worden indien de doorstroomhoeveelheiddoor de tappot sterk terugloopt (door installateur te kontroleren). NOOIT DE ELEKTRISCHE STROOM INSCHAKELEN ALS DEINSTALLATIE NIET GEHEEL GEVULD EN ONTLUCHT IS. Tappot De tappot bestaat uit een stalen vat, waarin zich een roodkoperenspiraalvormige ribbenbuis bevindt.

Het door deze ribbenbuis stromen-de water wordt verwarmd door het buitenom deze buis stromendeketelwater. Driewegklep De zich hierin bevindende motorgestuurde klep stuurt het ketelwaterof naar de CV-installatie of naar de tappot. KoudwaterthermostaatDeze zorgt ervoor dat de tapwatertemperatuur in de tappot op 60°Cgehouden wordt om direkt over warm water te kunnen beschikken. Warmwaterthermostaat Hiermee wordt de temperatuur van het tapwater geregeld. Doseerventiel Met dit apparaat wordt de hoeveelheid tapwater welke door de tap-spiraal stroomt begrensd opdat het tapwater niet te koud wordt. Dedoorstroomhoeveelheid is begrensd op 6 liter per minuut. Werking (alleen type H22VRTW) De Intergas gaswandketel met ventilator heeft een gesloten verbran-dingsruimte. De ventilator zorgt voor het transport van de verbran-dingsgassen en de luchttoevoer.

De verbrandingsgasafvoerleiding en de luchttoevoerleiding vormeneen wezenlijk onderdeel van de ketel. Het is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen in de verbrandings-gasafvoerleiding en/of luchttoevoerleiding. Vorst: Bij strenge vorst dienen de radiatoren geheel of gedeeltelijkgeopend te worden. De thermostaat dient bij strenge vorst nooit lagerdan 15°C ingesteld te worden. (alleen type H22VRTW)De Intergas gaswandketel type H22VRTW voldoet aan het CW-labelklasse 3. De warmwatervoorziening van de ketel is geschikt voor: - Het voeden van een keukentappunt met 6 I/min. van 60°C. - Het voeden van een douche of bad met 10 I/min. gemengd op40°C. De ketel is niet geschikt voor het gelijktijdig gebruik van het keuken-tappunt en douche of bad. Opmerkingen 1.

Draai de warmwaterkranen altijd goed dicht, daar lekkende kra-nen de kalkvorming in leidingen, kranen en tapspiraal velemalen versnellen. 2. Tijdens het opwarmen van de CV-installatie b. v. 's morgens bijhet overschakelen van de nachtstand naar de dagstand van dekamerthermostaat kan het gebeuren dat bij lage ketelwatertem-peratuur ook lage taptemperaturen ontstaan.

In dit gevallangzaam beginnen met tappen (kleine straal) totdat het waterop temperatuur is. 3. Voor het vullen, aftappen en ontluchten eerst de elektrischestroom uitschakelen. Vervolgens de driewegklep op handbedie-ning zetten. Alle poorten van de driewegklep zijn nu geopend. Alle ontluchtingskraantjes ontluchten. Na het ontluchten dehandle op de driewegklep weer achter het nokje weghalen. 4. Let op, dat van de CV-installatie er altijd één of meerdere radia-toren open staan, omdat er anders geen circulatie in de leidin-gen plaats vindt, zodat de ketel oververhit kan raken. Spaarschakelaar Omdat de CV-ketel t. b. v. het direkt over warm water te kunnenbeschikken steeds op + 60°C gehouden wordt, spreekt het vanzelfdat hierdoor tijdens de zomer kleine warmteverliezen zullen ont-staan. Om deze verliezen gedurende b. v.

de nacht of bij langereafwezigheid overdag te voorkomen, kan op de ketel of bij dekamerthermostaat een zogenaamde spaarschakelaar aangebrachtzijn/worden. Hiermee kan het tapwatergedeelte uitgeschakeld wor-den (CV blijft intakt). Vanzelfsprekend moet er na het weer inschakelen enkele minutengewacht worden om de ketel de gelegenheid te geven weer optemperatuur te komen. Afvoerbeveiliging (alleen type H22VRSW) Het toestel is voorzien van een beveiliging welke voorkomt dat erverbrandingsgassen in de woning komen. Deze beveiliging schakelt de branders uit. Als de beveiliging debranders uitschakelt, waarschuw dan uw installateur. Storingen A. Te weinig tapwater 1. Vuil in kraanzeef. 2. Waterdruk te laag. 3. Vuil in doseerventiel of inlaatkombinatie. 4. Kalk in tapspiraal. B. Watertemperatuur te laag. 1. Tapwaterhoeveelheid te groot. 2. Driewegklep staat op handbediening. 3. Kalk in tapspiraal.

CV-installatie wordt niet warm. 1. Regelthermostaat te laag ingesteld. 2. Kamerthermostaat te laag ingesteld. 3. Kamerthermostaat defekt. 4. Lucht in ketel en/of installatie. 5. Defekt in elektrisch systeem. Om toch tijdelijk over warmte te kunnen beschikken kunt U de driewegklep op handbediening zetten en de kamerther-mostaat laag. 6. Pomp draait niet. Kontroleer de stroomtoevoer. 7. Eén of meer radiatoren of konvektoren worden niet warm. De pompsnelheid is te laag of de andere kranen moeten beter ingeregeld worden. 8. De radiatorkranen (indien aanwezig) staan dicht. 9. De afvoerbeveiliging heeft de branders uitgeschakeld. (Alleen type H22VRSW). OnderhoudDe Intergasketel en warmwatervoorziening dienen elk jaar dooreen erkende installateur te worden schoongemaakt en nagezien. Hetzelfde geldt voor het rookgasafvoerkanaal. Wijzigingen voorbehoudenIntergas Verwarming B. V.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Intergas H22VR.W stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden