Indesit OS 1A 100 2 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Indesit OS 1A 100 2 (4 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Indesit OS 1A 100 2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Indesit |
| Categorie: | Vriezer |
| Model: | OS 1A 100 2 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Boven |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Gewicht: | 21100 g |
| Breedte: | 527 mm |
| Diepte: | 569 mm |
| Hoogte: | 860 mm |
| Netbelasting: | 75 W |
| Type stekker: | Type F (CEE 7/4) |
| Snoerlengte: | 1.7 m |
| Geluidsniveau: | 41 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | F |
| Jaarlijks energieverbruik: | 211 kWu |
| Gewicht verpakking: | 22000 g |
| Nettocapaciteit vriezer: | 99 l |
| Vriescapaciteit: | 6 kg/24u |
| Verlichting binnenin: | Nee |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Nee |
| No Frost (vriezer): | Nee |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 18 uur |
| Snelvriesfunctie: | Nee |
| Aantal planken vriezer: | 1 |
| Aantal sterren: | 4* |
| Totale nettocapaciteit: | 97 l |
| No Frost system: | Nee |
| Stroom: | 16 A |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Automatische ontdooiing ( diepvries ): | Nee |
| Geluidsemissieklasse: | C |
| Verstelbare voeten: | Nee |
| Met slot: | Nee |
| Instelbare thermostaat: | Ja |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Bedrijfstemperatuur (T-T): | 10 - 43 °C |
| Type product: | Diepvrieskist |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
| Geschikt voor huishoudelijk gebruik: | Ja |
Handleiding Indesit OS 1A 100 2 – volledige tekst
GEBRUIKSAANWIJZING1NLA. HandgreepB. Veiligheidssluiting (indien aanwezig)C. AfdichtingD. Dop afvoerkanaal voor dooiwater (indien aanwezig)E. BedieningspaneelF. Mand (indien aanwezig)G. Condensator (aan de achterkant)INSTALLATIE• Raadpleeg het hoofdstuk “ALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN”. • Haal het apparaat uit de verpakking. • Verwijder de vier beschermdelen tussen de deur en het apparaat. • Controleer of de dop voor de afvoer van het dooiwater (indien aanwezig) op de juiste manier geplaatst is (4). • Om de maximale prestaties te verkrijgen en schade te voorkomen bij het openen van de deur van het apparaat, dient een afstand van tenminste 7 cm van de achterwand en 7 cm van de zijkanten te worden vrijgelaten. • Breng de bijgeleverde accessoires aan (indien aanwezig). • Maak de binnenkant van het apparaat schoon alvorens het te gebruiken. 1.
Thermostaat: maakt het mogelijk om de interne temperatuur van het apparaat te regelen. 2. Rood controlelampje (indien aanwezig): als dit lampje brandt wordt aangegeven dat de temperatuur aan de binnenkant van het apparaat nog niet laag genoeg is. 3. Groen controlelampje (indien aanwezig): als dit lampje brandt wordt aangegeven dat het apparaat ingeschakeld is. 4. Oplichtende gele/oranje knop (indien aanwezig): inschakelen/uitschakelen van de snelvriesfunctie. BELANGRIJK: controleer wanneer u het product als koeler gebruikt of de snelvriesfunctie niet is ingeschakeld, om te voorkomen dat er essen barsten. De conguratie van het bedieningspaneel kan afhankelijk van de modellen variëren. Inschakelen van het apparaat• De temperatuur van het apparaat is in de fabriek ingesteld voor de functionering bij een aanbevolen temperatuur van -18 °C.
• Ook het rode controlelampje wordt geactiveerd (indien aanwezig), aangezien aan de binnenkant van het apparaat de temperatuur nog niet laag genoeg is om hier levensmiddelen in te bewaren. Dit controlelampje deactiveert zich normaal gesproken binnen zes uur na de inschakeling. • Wanneer na de aansluiting van het apparaat op het stroomnet de optimale temperatuur is bereikt, controleert u of de snelvriestoets niet is ingedrukt (de gele led, indien aanwezig, staat uit). • Plaats de levensmiddelen alleen in het apparaat als het rode controlelampje (indien aanwezig) niet langer brandt. Opmerking: de afdichting sluit de vriezer hermetisch af, dus u kunt de deur van het apparaat niet onmiddellijk na sluiting weer openen. Wacht enkele minuten voordat u de deur van het apparaat opnieuw opent. Instelling van de temperatuurStel met behulp van de thermostaat de correcte temperatuur in.
Dit apparaat kan worden gebruikt als vriezer en als koeler. • Stel de thermostaat in op de stand “freezer” om het apparaat te gebruiken als vriezer. In dit geval moet het apparaat worden gebruikt om bevroren levensmiddelen te bewaren, verse levensmiddelen in te vriezen en ijs te maken. De interne temperatuur kan tussen -14°C en CO Small.
2 KOELER GEBRUIKENVoer het volgende uit alvorens over te schakelen van vriezer naar koeler:1. controleer of er geen bevroren levensmiddelen aanwezig zijn in de ruimte om ongewenst bevriezen van levensmiddelen te voorkomen. 2. ontdooi en reinig het apparaat om wateropeenhoping op de bodem te voorkomen. Opmerking: Het is mogelijk dat er bij hoge luchtvochtigheid in het apparaat condens op de wanden en op de bodem van het compartiment wordt gevormd. Dit is normaal en brengt de werking van het apparaat absoluut niet in gevaar. Wij raden in dit geval aan met vloeistof gevulde pannen (bijv: steelpannen met bouillon) te sluiten, voedsel met een hoog vochtgehalte (bijvoorbeeld: groenten). BELANGRIJK: controleer wanneer u het product als koeler gebruikt of de snelvriesfunctie niet is ingeschakeld, om te voorkomen dat er essen barsten.
VRIEZER GEBRUIKEN Controleer alvorens bevroren levensmiddelen in de ruimte te plaatsen of het apparaat is ingesteld als vriezer (zie de paragraaf “Instelling van de temperatuur”) en of het rode controlelampje niet brandt. ALVORENS OVER TE GAAN VAN KOELER NAAR VRIEZER CONTROLEREN OF ER GEEN LEVENSMIDDELEN OF FLESSEN AANWEZIG ZIJN IN DE RUIMTE, OM ONGEWENST BEVRIEZEN VAN LEVENSMIDDELEN OF BARSTEN VAN FLESSEN TE VOORKOMEN. Raadpleeg de tabel op het apparaat (indien aanwezig). Indeling van de ingevrorenlevensmiddelenZet de ingevroren levensmiddelen in de vriezer en deel ze in; het is raadzaam om de invriesdatum op de verpakking aan te geven, om te zorgen dat het product tijdig geconsumeerd wordt.
Tips voor het bewaren van diepvriesproductenBij de aankoop van diepvriesproducten moet u op de volgende punten letten:• Zorg dat de verpakking niet beschadigd is (diepgevroren levensmiddelen in beschadigde verpakkingen kan een verminderde kwaliteit hebben). Indien de verpakking bol staat of vochtplekken heeft, werd het mogelijk niet bij optimale omstandigheden bewaard en het ontdooien is mogelijk al begonnen.
• Tijdens het winkelen dient u de aankopen van diepgevroren levensmiddelen als laatste te doen en u dient de producten in een thermisch geïsoleerde koelzak te transporteren. • Leg de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in de vriezer. • Vermijd of beperk temperatuurvariaties tot een minimum. De uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking moet worden gerespecteerd. • Houd steeds rekening met de opslaginformatie op de verpakking. Opmerking:Ontdooide of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen moeten onmiddellijk worden geconsumeerd. Vries ze niet opnieuw in, tenzij het voedsel na het ontdooien gekookt is. Nadat het gekookt is, mag het opnieuw worden ingevroren. Als de stroom gedurende langere tijd uitvalt:• Open de deur van het apparaat niet, behalve om de vrieselementen (indien beschikbaar) boven op het ingevroren voedsel aan de rechter- en linkerkant van het apparaat te plaatsen.
Op deze manier kunt u de snelheid waarmee de temperatuur stijgt beperken. BEWAREN VAN DIEPVRIESPRODUCTENINVRIEZEN VAN LEVENSMIDDELENControleer alvorens levensmiddelen te bevriezen in de ruimte of het apparaat is ingesteld als vriezer (zie de paragraaf “Instelling van de temperatuur”) en of het rode controlelampje niet brandt. Klaarmaken van verse levensmiddelen om in te vriezen• Alvorens verse levensmiddelen in te vriezen dient u het te wikkelen en verzegelen in: aluminiumfolie, plastic folie, lucht- en waterdichte plastic zakken, polytheen containers met deksel die geschikt zijn voor het invriezen van levensmiddelen. -22°C worden ingesteld (afhankelijk van de omgevingsomstandigheden, dit kan licht variëren). • Stel de thermostaat in op de stand “cooler” om het apparaat te gebruiken als koeler. In dit geval moet het apparaat worden gebruikt om verse levensmiddelen en dranken te bewaren.
• Zet de thermostaat in de stand OFF om het apparaat uit te schakelen. In dit geval is het apparaat reeds aangesloten op de netvoeding. BELANGRIJK: controleer wanneer u het product als koeler gebruikt of de snelvriesfunctie niet is ingeschakeld, om te voorkomen dat er essen barsten. ALS HET APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKTOntkoppel het apparaat van het elektriciteitsnet en leeg, ontdooi (indien nodig) en reinig het apparaat. Laat de deur open staan, zodat lucht in de compartimenten kan circuleren. Dit voorkomt schimmelvorming, onaangename geuren en oxidatie (zwart worden) van de binnenwanden.
3• De levensmiddelen moeten vers, rijp en van een zeer goede kwaliteit zijn. • Verse groenten en fruit zo mogelijk direct na de oogst invriezen, om de voedingsstoen, de consistentie, de kleur en de smaak te behouden. • Laat warme levensmiddelen altijd afkoelen voordat u ze in het apparaat legt. Invriezen van verse levensmiddelen• Plaats de in te vriezen levensmiddelen direct tegen de verticale wanden van het apparaat:A. in te vriezen levensmiddelen,B. reeds bevroren voedsel. • Plaats de in te vriezen levensmiddelen niet direct tegen de al ingevroren levensmiddelen aan. • Voor beter en sneller invriezen raden wij aan de levensmiddelen in kleine pakjes te verdelen; dit is ook nuttig op het moment van gebruik van het ingevroren voedsel. 1. Druk ten minste 24 uur voordat u verse levensmiddelen in het apparaat gaat leggen op de snelvriestoets. 2.
Plaats de in te vriezen levensmiddelenen houd de deur van het apparaat 24 uur gesloten. De functie Fast Freeze wordt na 50 uur automatisch uitgeschakeld. ONTDOOIEN VAN HET APPARAATHet apparaat moet ontdooid worden wanneer de laag ijs op de wanden 5-6 mm dik geworden is. • Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. • Haal de levensmiddelen uit het apparaat, wikkel ze strak tegen elkaar in kranten en berg ze op een koele plaats of in een isolerende tas op. • Laat de deur van het apparaat openstaan. • Verwijder de binnendop van het afvoerkanaal (afhankelijk van model). • Verwijder de buitendop van het afvoerkanaal (afhankelijk van model) en plaats hem zoals aangegeven in de afbeelding. • Zet een bak onder het afvoerkanaal om het restwater op te vangen. Gebruik indien beschikbaar de verdeler.
• U kunt het ontdooien versnellen door met een spatel het ijs op de wanden van het apparaat los te maken. • Verwijder het ijs van de bodem van het apparaat. • Gebruik, om onherstelbare schade aan het vriesvak te voorkomen, geen puntige of scherpe metalen voorwerpen om het ijs te verwijderen.
• Gebruik geen schuurmiddelen en verwarm het vriesvak niet kunstmatig. • Maak de binnenkant van het apparaat zorgvuldig droog. • Plaats na aoop van het ontdooien de dop weer in zijn behuizing. REINIGING EN ONDERHOUD• Verwijder het ijs op de bovenste randen (zie Opsporen van storingen). • Reinig na het ontdooien de binnenkant met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. • Reinig het ventilatierooster aan de zijkant (afhankelijk van model). • Verwijder het stof van de condensor aan de achterkant van het apparaat. Voordat u begint met het onderhoud van uw apparaat, dient u de stekker uit het stopcontact te halen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of vlekkenverwijderaars (bijvoorbeeld aceton, trichloorethyleen) om het apparaat te reinigen.
Om het apparaat optimaal te laten functioneren, wordt geadviseerd om het tenminste eenmaal per jaar te reinigen en te onderhouden. VERVANGEN VAN HET DEURLAMPJE (indien aanwezig)• Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. • Verwijder de melkglazen kap aan de hand van de aanwijzingen van de afbeelding en in de aangegeven volgorde. • Draai het lampje los en vervang het door een nieuw lampje met dezelfde spanning en hetzelfde vermogen. • Plaats de melkglazen kap opnieuw en stek de stekker van het apparaat in het stopcontact. CONSUMENTENSERVICEVoordat u contact opneemt met de Consumentenservice:1. Ga na of u de storingen niet zelf kunt verhelpen. 2. Schakel het apparaat opnieuw in en controleer of het probleem is opgelost. Indien niet, koppelt u het apparaat los van de stroomtoevoer en wacht ongeveer een uur voordat u het opnieuw inschakelt. 3.
Indien het probleem aanhoudt na deze actie, neemt u contact op met de Consumentenservice. HANDLEIDING VOOR PROBLEEMOPLOSSING1. Het rode controlelampje (indien aanwezig) blijft branden. • Is de stroom uitgevallen. • Heeft u het ontdooien geactiveerd. • Is de deur van het apparaat goed dicht.
• Staat het apparaat in de buurt van een warmtebron. • Staat de thermostaat op de correcte stand. • Zijn het ventilatierooster en de condensor schoon. 2. Het apparaat maakt erg veel lawaai. • Is het apparaat perfect waterpas geïnstalleerd. • Staat het apparaat tegen andere meubels of voorwerpen aan die trillingen kunnen veroorzaken. • Is de verpakking van het onderstel van het apparaat verwijderd. Opmerking: de circulatie van het koelgas kan een zacht.
4geluid maken, ook nadat de compressor stopgezet is. Dit is geheel normaal. 3. Het groene controlelampje (indien aanwezig) brandt niet en het apparaat functioneert niet. • Is de stroom uitgevallen. • Zit de stekker goed in het stopcontact. • Is de voedingskabel niet beschadigd. 4. Het groene controlelampje (indien aanwezig) brandt niet en het apparaat functioneert. • Het groene controlelampje is stuk. Neem contact op met de Consumentenservicevoor vervanging. 5. De compressor werkt onafgebroken. • Heeft u misschien warm voedsel in het apparaat gezet. • Is de deur van het apparaat langdurig open geweest. • Staat het apparaat in een te warme ruimte of in de buurt van een warmtebron. • Staat de thermostaat op de correcte stand. • Heeft u ongewild de knop voor de snelvriesfunctie (afhankelijk van model) ingedrukt. 6. Te veel ijsvorming op de bovenranden.
• Zijn de doppen van het afvoerkanaal voor het dooiwater correct geplaatst. • Is de deur van het apparaat goed dicht. • Is de afdichting van de deur van het apparaat beschadigd of vervormd. (Zie hoofdstuk “Installatie”)• Zijn de vier beschermdelen verwijderd. (Zie hoofdstuk “Installatie”)7. Er vormt zich condens aan de buitenkant van het apparaat• Condensvorming is normaal onder bepaalde klimatologische omstandigheden (luchtvochtigheid hoger dan 85%) of als het apparaat geïnstalleerd is in vochtige en slecht geventileerde ruimtes. Dit heeft echter geen negatieve invloed op de prestaties van het apparaat. 8. De ijslaag op de binnenwanden van de vriezer is niet overal even dik. • Dit is normaal. 400011234644CONSUMENTENSERVICEVoordat u contact opneemt met de Consumentenservice:1. Ga na of u de storingen niet zelf kunt verhelpen. 2.
Schakel het apparaat opnieuw in en controleer of het probleem is opgelost. Indien niet, koppelt u het apparaat los van de stroomtoevoer en wacht ongeveer een uur voordat u het opnieuw inschakelt. 3.
Indien het probleem aanhoudt na deze actie, neemt u contact op met de Consumentenservice. Vermeld het volgende:• de aard van de storing,• het model,• het servicenummer (het nummer na het woord SERVICE op het typeplaatje aan de achterzijde van het apparaat),• uw volledige adres,• uw telefoonnummer en zonecode.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Indesit OS 1A 100 2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vriezer Indesit
Handleiding Vriezer
Nieuwste handleidingen voor Vriezer