Indesit KP 9 F 91 S X Handleiding

Indesit Fornuis KP 9 F 91 S X

Bekijk gratis de handleiding van Indesit KP 9 F 91 S X (24 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen. Heb je een vraag over Indesit KP 9 F 91 S X of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
CUISINRE
KP9F91S/NL
Sommaire
Installation, 2-5
Branchement électrique
CARACTÉRISTIQUES TECHNIQUES
Tableau Caractéristiques des brûleurs et des
injecteurs
Descriptiondelappareil,7
Vue densemble
Tableau de bord
Miseenmarcheettilisation, -1u 80
Utilisation du plan de cuisson
Utilisation du four
Tableau de cuisson au four
Précautionset onseils,c 11
Sécurité générale
Mise au rebut
Economies et respect de lenvironnement
Nettoyageetentretien,12
Mise hors tension
Nettoyage de lappareil
Entretien robinets gaz
Remplacement de lampoule déclairage du four
Assistance
Modedemploi
FR
Fran ais,ç 1
FR
NL
Nederlands,13

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Indesit
Categorie: Fornuis
Model: KP 9 F 91 S X
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Ingebouwd display: Nee
Breedte: 900 mm
Diepte: 600 mm
Hoogte: 850 mm
Grill: Ja
Energie-efficiëntieklasse: B
Aantal branders/kookzones: 5 zone(s)
Type kookplaat: Combi
Voedingsbron oven: Electrisch/Gas
Aantal ovens: 1
Aantal automatische programma's: 9
Controle positie: Voorkant
Energieverbruik (conventioneel): 5 kWu
Grootte oven: Middelmaat
Netto capaciteit oven: 68 l
Ovenpositie: Bodem
Brutocapaciteit oven: 68 l
Type product: Vrijstaand fornuis

Handleiding Indesit KP 9 F 91 S X – volledige tekst

NL14Deze instructies zijn bestemd voor een bevoegdeinstallateur, zodat deze het apparaat kan installeren,regelen en het onderhoud op de juiste wijze kanuitvoeren volgens de geldende normen. Belangrijk: alle handelingen van regeling ofonderhoud enz. moeten worden uitgevoerdals de stroom is uitgeschakeld. Als hetapparaat absoluut onder spanning moet blijvenstaan dient u alle noodzakelijkevoorzorgsmaatregelen te treffen. De fornuizen hebben de volgende technischekenmerken:Cat. II 2E+3+De maximale afmetingen van de keuken zijnaangegeven in de afbeelding op pagina 2. Voor eengoede werking van de inbouwapparaten moeten deminimum afstanden zoals aangeduid in afb. 8worden gerespecteerd. Bovendien moeten deaangrenzende oppervlakken en de achterwand uithittebestendig materiaal vervaardigd zijn om eenboventemperatuur van 65°C te weerstaan.

Alvorens het fornuis te plaatsen moeten debijgeleverde stelvoetjes, 95÷155 mm hoog, in dedaarvoor bestemde gaten aan de onderzijde van hetfornuis (fig. 9) worden bevestigd. De stelvoetjeskunnen worden geregeld door ze los of vast teschroeven, zodat het fornuis waterpas kan wordengesteld. PlaatsingDit apparaat mag uitsluitend in permanentgeventileerde ruimten worden geïnstalleerd enfunctioneren, volgens de voorschriften van degeldende Norm. Aan de volgende voorwaarden moetworden voldaan: Het apparaat moet de verbrandingsproductenafvoeren naar een speciaal hiervoor bestemdekap die op een schoorsteen, een afvoerkanaal ofrechtstreeks naar buiten moet zijn aangesloten(afb. 10).  Als het gebruik van een kap niet mogelijk is, kaneen op het raam of de buitenmuur geplaatsteelektroventilator worden gebruikt die tegelijkertijdmet het apparaat in werking moet worden gesteld.

Ventilatie van keuken deIn de ruimte waar het apparaat wordt geïnstalleerdmoet een hoeveelheid lucht worden aangevoerd dievoldoende is voor de verbranding van het gas en deventilatie van de ruimte.

De natuurlijke toevoer vanlucht moet plaats vinden door middel vanpermanente openingen in de buitenmuur van dekeuken, of door enkele of collectieve vertaktekanalen die voldoen aan de norm. De lucht moetrechtstreeks van buiten komen, ver van bronnen vanluchtvervuiling. De ventilatieopening moet over devolgende eigenschappen beschikken (afb. 11A): een totale volledig onbelemmerdedoorgangssectie van tenminste 6 cm² voor iederekW nominale warmtecapaciteit van het apparaat,met een minimum van 100 cm² (dewarmtecapaciteit kan worden afgelezen op hettypeplaatje); de mondstukken aan zowel de binnen- als debuitenzijde van de wand mogen niet verstoptraken; hij moet met bijvoorbeeld een rooster, metalengazen, enz. zijn beschermd zodat debovengenoemde nuttige sectie niet wordtverminderd.  hij moet op een hoogte net boven de vloer zijngeplaatst. Installatie min. min. min. min. min.

NL15De lucht mag eveneens vanuit een aangrenzenderuimte worden toegevoerd, op voorwaarde dat hethier geen slaapkamer of een ruimte waarbrandgevaar bestaat betreft, zoals bijv. garages,magazijnen met brandbaar materiaal enz. , en hijmoet geventileerd zijn volgens de norm. Deluchttoevoer vanuit het aangrenzende vertrek naarhet te ventileren vertrek moet vrijelijk kunnen vloeiendoor middel van permanente openingen met eendoorsnee die niet kleiner is dan hierbovenaangegeven. Deze openingen kunnen ook wordenverkregen door de vrije ruimte tussen de deur en devloer te vergroten (fig. 11B). Als voor de afvoer vande verbrandingsproducten een elektroventilatorwordt gebruikt, zal de ventilatieopening moetenworden aangepast aan de maximale capaciteit vande luchtverplaatsing ervan.

De capaciteit van deelektroventilator dient voldoende te zijn om per uureen luchtverversing van 3÷5 maal het volume vande ruimte te garanderen. Bij een intensief enlangdurig gebruik van het apparaat kan extraventilatie noodzakelijk blijken, die kan wordenverkregen door bijvoorbeeld het openen van eenraam of verbetering van de afzuigcapaciteit van deelektroventilator, indien aanwezig. Vloeibaarpetroleumgas (LPG) is zwaarder dan lucht en blijftlaag hangen. De ruimtes waarin gasflessen met LPGstaan moeten dan ook openingen naar buitenhebben ter hoogte van de vloer, zodat eventueelgaslekken van onderen afgevoerd kunnen worden. Zet geen LPG gasflessen (ook als deze leeg zijn) inondergrondse ruimtes.

Het is beter in het vertrekalleen de gasfles te laten staan die op dat momentin gebruik is, De fles moet uit de buurt staan vanwarmtebronnen die hem op een temperatuur vanmeer dan 50°C zouden kunnen brengen. G vastoe oer De aansluiting van het apparaat op de gasleidingof -fles moet worden uitgevoerd inovereenstemming met voorschriften van de vantoepassing zijnde normen en uitsluitend na tehebben gecontroleerd of het apparaat is afgesteldop het soort gas waarmee het zal worden gevoed.

 Dit apparaat is vooraf ingesteld om tefunctioneren met het soort gas dat staat vermeldop het plaatje op de kookplaat. Indien debeschikbare gassoort niet overeenstemt met degassoort waar het apparaat op is ingesteld, moetu de betreffende bijgeleverde sproeiersverwisselen, na het doornemen van de paragraafAanpassen aan de verschillende soorten gas.  Om zeker te zijn van de goede werking van hetapparaat, om de energie op adequate wijze tekunnen benutten en om de levensduur van hetapparaat te verlengen moet u zich ervanverzekeren dat de voedingsdruk overeenstemtmet de waarden die in de tabel 1 Kenmerken vande branders en sproeiers staan. Als dit niet zo isinstalleert u op de toevoerbuis een specialedrukregelaar, volgens de norm.  Voer de aansluiting zo uit dat er geen enkelebelasting op het apparaat staat. Voer de aansluiting uit d. m. v.

het verbindingsstukmet schroefdraad ½G cilindrische schroefbout F(afb. 12) aan de achterzijde van het apparaat. Gebruik een niet-flexibele metalen buis metverbindingsstukken (afb. 12-D) overeenkomstig degeldende normen, of een metalen flexibele buis metonafgebroken wand en verbindingsstukken (afb. 12-C), in overeenstemming met de geldende normen,die in uitgerekte vorm niet langer dan 2000 mm magzijn. Controleer of de buis niet met bewegende delenin aanraking kan komen die tot beschadigingen ofhet afklemmen ervan zouden kunnen leiden. Als ugebruik maakt van een rubberen buis moet u despeciale slanghouder voor vloeibaar gas (afb. 12-A) of voor aardgas (afb. 12-B) installeren. Debijgeleverde afdichting G moet worden gebruiktvoor alle soorten aansluiting. Bevestig de tweeuiteinden van de buis met de specialeklemschroeven E volgens.

Bovendien: moet de buis zo kort mogelijk zijn, met een lengtevan maximaal 1,5 meter; mag de buis geen bochten en knelpuntenvertonen; mag de buis niet in aanraking komen met deachterwand van het apparaat of in ieder geval nietmet delen die een temperatuur van 50°C kunnenbereiken; mag de buis niet door openingen of gleuven lopendie bestemd zijn voor het afvoeren van deverbrandingsgassen van de oven;ADetail A AangrenzendvertrekVertrek waar een ventilatie nodig isafb. 11A afb. 11B Vergroting van de kier tussen deur en vloer Voorbeeld van ventilatieopeningenvoor verbrandingslucht.

NL16 mag de buis niet in aanraking komen met scherpedelen of scherpe hoeken; moet de buis over de gehele lengte makkelijk teinspecteren zijn zodat u probleemloos kuntcontroleren of hij in goede staat verkeert; de buis moet voor de datum die erop staatvervangen worden. Belangrijk: Om de aansluiting met vloeibaargas (flessengas) tot stand te brengen moeter een drukregelaar tussen geplaatst wordendie aan de norm voldoet. Als de installatie is voltooid moet het gascircuit metbehulp van zeepsop op lekkages wordengecontroleerd (nooit met een vlam). Controleer of dedruk van de gasleiding voldoende is voor hetvoeden van het apparaat als alle branders aan zijn.

A anpassing aan de vers illen soorten gasch de ( b zge ruiksaanwij ing voor kook laat dep)Voor het aanpassen van de kookplaat aan een soortgas dat verschilt van het gas waarvoor het fornuisgebruiksklaar is gemaakt (aangegeven op het etiketaan de bovenkant van de kookplaat of op deverpakking) moeten de sproeiers van de brandersop de volgende manier worden vervangen: verwijder de roosters en de branders.  schroef de sproeiers los (afb. 13) met eensteeksleutel van 7 mm en vervang ze metsproeiers geschikt voor het nieuwe type gas (zietabel 1 Kenmerken van de branders en desproeiers). Zet allee onderdelen in omgekeerdevolgorde weer op hun plaats.  aan het einde van deze handeling moet u hetoude etiket dat de gasinstelling aangeeftvervangen met het etiket dat overeenkomt methet nieuwe gas dat u gaat gebruiken, dat u vindtin de sproierkit.

R pegelen rimaire lucht van de sproeiersDe branders hebben geen regeling van de primairelucht nodig. Instellen van et minimum h  Zet het kraantje op de minimumstand; verwijder de bedieningsknop en draai aan destelschroef aan de rechterkant van de kraan (afb. 14) totdat u een kleine regelmatige vlam krijgt. Gebruik daarbij een schroevendraaier(losschroevend wordt het minimum hoger,vastschroevend lager). N.

B: bij vloeibaar gas moet het regelschroefjegeheel dicht worden geschroefd.  Controleer of de branders aanblijven als u deknop snel van hoog naar laag draait.  Als bij de apparaten met eenveiligheidsmechanisme (thermokoppelbeveiliging)dit systeem niet werkt als de branders op deminimum stand staan, moet u het minimumverhogen door aan de stelschroef te draaien. Als de regeling voltooid is moet u de zegels op debypass schroefjes weer op hun plaats brengen metzegellak of soortgelijk materiaal. afb. 14afb. 13afb. 12AAAAA.

NL17Elektrische aansluitingHET APPARAAT MOET BESLIST GEAARDWORDEN.Het fornuis is bestemd om te worden gebruikt metwisselstroom met een spanning en frequentie zoalsvermeld op het typeplaatje met de technischegegevens (geplaatst aan de achterzijde of aan heteinde van de gebruiksaanwijzing). Controleer of devoedingsspanning ter plaatse overeenstemt met dievermeld op het plaatje.Aansluiting van de vo de ingskab el aan hetelektri iteitsnetcBij de modellen zonder stekker moet een stekkerworden aangebracht die geschikt is voor hetvermogen aangegeven op het typeplaatje en dezemoet worden aangesloten op een passendstopcontact. Voor een rechtstreekse aansluiting ophet elektriciteitsnet moet tussen het apparaat en hetelektriciteitsnet een meerpolige schakelaar wordengeplaatst met een minimum afstand tussen decontacten van 3 mm, aangepast aan de belasting enin overeenstemming met de geldende normen.

Geen verloopstekkers,adapters of aftakdozen gebruiken die totoververhitting of schroeien zouden kunnen leiden.Vóór het aansluiten moet u controleren dat: de hoofdzekering en uw elektriciteitsnet de ladingvan het apparaat kunnen dragen (zie typeplaatje); de elektrische voeding over een efficiënteaardaansluiting beschikt in overeenstemming metde geldende normen en wettelijke voorschriften; het stopcontact of de meerpolige schakelaargemakkelijk te bereiken zijn als de kookplaat isgeïnstalleerd.HET BEDRIJF AANVAARDT GEEN ENKELEVERANTWOORDELIJKHEID ALS DE ONGEVALLENPREVENTIENORMEN NIET WORDEN NAGELEEFD.Vervangen van de kabelGebruik een rubberen kabel van het type H05VV-Fmet een sectie van 3 x 1,5 mm². De geelgroenegeleider moet 2÷3 cm langer zijn dan de anderegeleiders.

NL20Gebruik van de kookplaat Aansteken van de branders Naast elke BRANDER knop wordt met een vol rondjeaangegeven bij welke brander deze knop hoort. Om een brander van de kookplaat aan te steken:1. houd een vlam of aansteker bij de brander;2. druk en draai tegelijkertijd de BRANDER knoplinksom tot aan het symbool van de grootste vlam. 3. regel de sterkte van de gewenste vlam, door deBRANDER knop linksom te draaien: op het minimum, op het maximum of in een tussenliggende stand. Het apparaat is voorzien vaneen elektronische ontstekingaan de binnenkant van deknop. Voor het aansteken vande gewenste gasbranderdrukt u de bijhorende knopgeheel in en draait u hemlinksom tot aan het symboolvan de grote vlam. Druk hem volledig in om deelektronische ontsteking te activeren en houd hemingedrukt totdat de vlam aan blijft. Het kan zijn datde brander uitgaat wanneer u de knop loslaat.

In ditgeval moet u de handeling herhalen en de knop ietslanger ingedrukt houden.  Mocht de vlam per ongeluk uitgaan, doe dan debrander uit en wacht minstens 1 minuut voordat uhem weer probeert aan te steken. Als het apparaat is voorzien van eenthermokoppelbeveiliging dient u de BRANDER knopcirca 2-3 seconden ingedrukt te houden om de vlamaan te houden en de beveiliging te activeren. Om de brander uit te zetten draait u aan de knop tothij op uit staat . Praktisch vadies voor het gebruik van de bran ersdVoor een beter rendement van de branders en eenminimaal gasverbruik dient u pannen te gebruikenmet een platte onderkant, die voorzien zijn van eendeksel en die afgestemd zijn op de afmetingen vande brander:Om het type brander te selecteren kunt u detekeningen raadplegen die staan weergegeven inhet hoofdstuk Eigenschappen branders ensproeiers.

Starten en gebruikBrander ø Diameter Pannen (cm)Snel 24 - 30H alfsnel 15 20 -H ulp 6 - 14D rie vo ud ige Vlamkroon 24 30 - Op modellen die voorzien zijn van eenvlamverspreider moet deze alleen worden gebruiktop de extra brander wanneer men pannen gebruiktdie een doorsnede hebben van minder dan 12 cm. Gebruik oven Wij raden u aan bij het eerste gebruik de ovenminstens een uur leeg te laten functioneren, opmaximum temperatuur en met de deur dicht. Nadatu de oven heeft uitgeschakeld, opent u de ovendeuren lucht u het vertrek. De lucht die u ruikt komt doorhet verdampen van de middelen die wordengebruikt om de oven te beschermen.  Zet nooit voorwerpen op de bodem van de oven; uriskeert hiermee het email te beschadigen.

De oven biedt negen verschillendecombinatiemogelijkheden voor de elektrischeverwarmingselementen; als voor het te kokengerecht de geschiktste combinatie wordt gekozenzullen uiterst precieze resultaten worden bereikt. De verschillende functies worden verkregen door deknop van de keuzeschakelaar te draaien zoalsaangegeven in de tabel hiernaast :Symbool Functie Vermogen 0 0) Uit - 2) Bovenste en onderste verwarmingselement 2350 W 3) Onderste verwarmingselement 1300 W 4) Bovenste verwarmingselement 1050 W 5) Verwarmingselement grill 2000 W 6) Weerstand maxigrill 3050 W 6) Weerstanden minigrill + ventilator 3100 W 7) Onderste verwarmingselementen + ventilator 1350 W 8) Cirkelvormig verwarmingselement + ventilator 2850 W 9) Snel ontdooien 50 W.

NL21Nadat u de gewenste kookfunctie heeftgeselecteerd, plaatst u de knop van dethermostaat met het symbool op de gewenstetemperatuur.  Voor de traditionele bereidingen conventionelemodus (braadstukken, koekjes, enz. ) gebruikt ude functie (boven- en onderwarmte). De te bereiden gerechten pas in de oven plaatsenals de ingestelde temperatuur is bereikt en bijvoorkeur slechts één niveau gebruiken. Als daarentegen slechts een verwarming van debovenkant of de onderkant van de gerechten isgewenst, draait u de keuzeschakelaar in de stand (warmte onder), of (warmte boven).  De functie (boven- en onderwarmte +ventilatie) zorgt voor een traditionele bereiding(warmte boven en onder) in combinatie metwarme lucht die in de oven circuleert.

 Met de functie (geventileerd) komt debereiding tot stand door middel vanvoorverwarmde lucht gecreëerd door eenweerstand, die door een ventilator door de heleoven wordt verspreid. De oven wordt zeer snelverwarmd en zorgt ervoor dat u delevensmiddelen gelijk bij het aanzetten van deoven erin kan zetten. Voorts bestaat demogelijkheid om tegelijkertijd op tweeverschillende niveaus te koken.  Bij de functie snel ontdooien worden geenverwarmingselementen gebruikt, maar uitsluitendde ovenverlichting en de ventilator.  Bij het grillen wordt een hoogverwarmingsvermogen gebruikt, wat hetonmiddellijke roosteren van debuitenoppervlakken van de gerechten mogelijkmaakt en speciaal geschikt is voor vleessoortendie van binnen zacht moeten blijven. Voor hetkoken met de grill moet de keuzeschakelaar opéén van de volgende standen worden gezet (grill), (grill+ventilator).

Bij het grillen is het van belang dat deovendeur gesloten blijft. De thermostaatknopmag niet op een temperatuur van meer dan200°C worden ingesteld (ook bij de functiemin ig r i ll ). Draaispit *Dit accessoire wordt uitsluitend voor koken onder degrill gebruikt.

Ga als volgt te werk: prik het vlees opde dwarsspies in de lengterichting en zorg ervoordat het vlees tussen de beide speciale verstelbarevorken klemzit. Doe de steunen A en B in despeciale gaten in de lekplaat E. Plaats de gleufvan de stang in de opening   en schuif het roosterCop de eerste geleider van de bodem van de oven af. Steek nu de stang nu in het gat van het draaispit enschuif de gleuf naar voren in de opening D(zieafbeelding). Activeer grill en braadspit door dethermostaatknop van de oven op de positie met hetsymbool , , te zetten. C mo ontr lela pjeDit lichtje geeft aan in welke verwarmingsfase deoven zich bevindt. Als het licht uitgaat betekent hetdat de temperatuur in de oven het ingestelde niveauheeft bereikt. Het aan- en uitgaan van het lampjebetekent dat de thermostaat correct functioneert omde oventemperatuur constant te houden.

NL23Voorzorgsmaatregelenen advies Dit apparaat is ontworpen en vervaardigd volgensde geldende internationale veiligheidsvoorschriften. De volgende aanwijzingen zijn geschreven voor uwveiligheid en u dient ze derhalve goed door tenemen. Algemene veili eigh d Dit apparaat is vervaardigd voor niet-professioneel gebruik binnenshuis.  Het apparaat dient niet buitenshuis te wordengeplaatst, ook niet in overdekte toestand. Het iserg gevaarlijk als het in aanraking komt met regenof onweer.  Raak het apparaat niet aan als u blootsvoets bentof met natte of vochtige handen of voeten.  Het apparaat dient om gerechten te koken. Hetmag uitsluitend door volwassenen wordengebruikt en alleen volgens de instructies diebeschreven staan in deze handleiding, geldigvoor de landen waarvan de symbolen aan hetbegin van deze handleiding worden afgebeeld.

 Deze handleiding betreft een apparaat van klasse1 (losstaand) of klasse 2 - subklasse 1(ingebouwd tussen 2 meubels). Tijdens het gebruik van de oven worden deverwarmingselementen en enkele delen vande ovendeur zeer heet. Raak ze niet aanen houd kinderen op een afstand.  Voorkom dat elektrische snoeren van anderekleine keukenapparaten op warme delen van hetapparaat terechtkomen.  Laat de ventilatieopeningen en warmteafvoer vrij.  Gebruik altijd ovenwanten om gerechten in deoven te zetten en eruit te halen.  Gebruik geen ontvlambare vloeistoffen (alcohol,benzine enz. ) in de buurt van het apparaat als hetin gebruik is.  Plaats geen brandbaar materiaal in de ondersteopberglade of in de oven: als de oven plotselingaan zou worden gezet, zou dit materiaal vlamkunnen vatten.

 Controleer altijd dat de knoppen in de stand staan en dat de gaskraan dichtgedraaid is als hetapparaat niet gebruikt wordt.  Trek nooit de stekker aan het snoer uit hetstopcontact, maar pak altijd de stekker directbeet.  Maak het apparaat niet schoon of voer geenonderhoud uit als de stekker nog in hetstopcontact zit.

 Probeer in geval van storingen nooit zelf deinterne mechanismen van het apparaat terepareren. Neem contact op met de TechnischeDienst.  Plaats geen zware voorwerpen op de openovendeur.  Als het fornuis op een voetstuk wordt geplaatstmoet u er voor zorgen dat het er niet af kanschuiven.  Dit apparaat mag niet worden gebruikt doorpersonen (kinderen inbegrepen) met een beperktlichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen ofpersonen die niet de nodige ervaring of kennishebben met het apparaat, tenzij onder toezichtvan een persoon die verantwoordelijk is voor hunveiligheid of nadat hun is uitgelegd hoe hetapparaat werkt.  U moet controleren dat kinderen niet met hetapparaat spelen. Afvalverwijdering Het verwijderen van het verpakkingsmateriaal:houdt u aan de plaatselijke normen zodat hetmateriaal hergebruikt kan worden.

 De Europese richtlijn 2002/96/EG, betreffendeafgedankte elektrische en elektronischeapparatuur (AEEA), voorziet dat huishoudelijkeapparatuur niet met het normale afval mag wordenmeegegeven. De verwijderde apparaten moetenapart worden opgehaald om het terugwinnen enrecyclen van de materialen waaruit ze bestaan teoptimaliseren en te voorkomen dat er eventueleschade voortvloeit voor de gezondheid en hetmilieu. Het symbool van de afvalemmer met eenkruis staat op alle producten om de consumenteraan te herinneren dat dit gescheiden afval is. Ukunt oude apparaten laten ophalen of afleveren bijde reinigingsdienst of, indien dit door delandelijke wetten wordt voorzien, ze bij aanschafvan eenzelfde soort nieuw product, inleveren bijde verkoper ervan. Alle belangrijkste fabrikanten van huishoudelijkeapparaten zijn actief bij het beheer van verzamel-en verwijderingsystemen van afgedankteapparatuur.

NL24De elektrische stroom afsluitenSluit altijd eerst de stroom af voordat u tot enigehandeling overgaat. Reini eng van et h apparaat Gebruik nooit stoom- of hogedrukreinigers voor hetreinigen van het apparaat.  De buitenkant, dus zowel het email en het roestvrijstaal als de rubberen afdichtingen, kunnen meteen spons en een sopje worden afgenomen. Alsde vlekken moeilijk te verwijderen zijn, kunt u eenspeciaal reinigingsmiddel gebruiken. Spoel endroog het na het schoonmaken goed af. Gebruikgeen schuurmiddelen of bijtende producten.  De pannendragers, de branderdeksels, devlamkronen en de branders van de kookplaatkunnen worden verwijderd voor eengemakkelijkere reiniging; was ze in warm water eneen niet schurend reinigingsmiddel. Zorg ervoorde afzettingen te verwijderen en doe ze pas ophun plaats als ze volledig droog zijn.  Reinig geregeld het uiteinde van dethermokoppelbeveiliging.

 De binnenkant van de oven kunt u het bestedirect na elk gebruik schoonmaken, als hij noglauw is. Gebruik warm water en eenschoonmaakmiddel, spoel vervolgens af en droogmet een zachte doek. Gebruik geenschuurmiddelen.  Reinig het glas van de deur met een spons enniet schurende producten. Droog met een zachtedoek. Gebruik geen ruwe schurende materialen ofscherpe schrapertjes die het oppervlak zoudenkunnen krassen waardoor als gevolg het glas zoukunnen barsten.  De accessoires kunnen gewoon wordenafgewassen (eventueel ook in de vaatwasser). H et controleren van tin en fde a dich g van en vdeoControleer regelmatig de staat van de afdichtingenrondom de ovendeur. In het geval de afdichtingbeschadigd is, dient u zich tot de dichtstbijzijndeErkende Servicedienst te wenden. Gebruik de ovenniet voordat de reparatie is uitgevoerd.

Onderhoud gaskranenMet verloop van de tijd kan een kraan stroef wordenof vast blijven zitten; in dat geval is het noodzakelijkde kraan te vervangen. D o d g o d dit met wor en uit ev er door een door ef ba rikant be e evo gd installateur.

V v ver angen van het oenlampje1. Nadat u deoven heeftlosgekoppeld vanhet elektrischenet, verwijdert uhet glazen dekselvan delamphouder (zieafbeelding). 2. Schroef hetlampje los envervang het meteenzelfde soort lampje: spanning 230 V, vermogen25 W, fitting E 14. 3. Doe het deksel weer op zijn plaats en sluit deoven weer aan op het elektrische net. Servicedienst Wendt u nooit tot niet erkende monteurs. D d git ient u door te even: Het soort storing; het model van het apparaat (Mod. ) Het serienummer (S/N)Deze informatie bevindt zich op het typeplaatje ophet apparaat. Onderhoud enverzorging07/2008 1950701 1. 00 -6XEROX BUSINESS SERVICES.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Indesit KP 9 F 91 S X stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden