IFM PI1612 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van IFM PI1612 (39 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 4 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over IFM PI1612 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | IFM |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | PI1612 |
Handleiding IFM PI1612 – volledige tekst
135 Montage G1-afdichtingsconus (PI16xx). 155. 1 Toepassing in het hygiënische bereik volgens 3A. 165. 2 Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDG. 166 Montage G1-afdichtingsconus met wartelmoer (PI18xx). 176. 1 Toepassing in het hygiënische bereik volgens 3A. 186. 2 Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDG. 186. 3 Ontluchtingsmembraan. 186. 3. 1 Functie ontluchtingsmembraan. 196. 3. 2 Uitlijning filterafdekking. 196. 3. 3 Filterafdekking vervangen. 197 Elektrische aansluiting. 218 Bedienings- en weergave-elementen. 229 Menu. 239. 1 Menustructuur: Hoofdmenu. 239. 2 Toelichting bij het hoofdmenu. 239. 3 Menustructuur: Niveau 2 (uitgebreide functies). 249. 4 Toelichting bij het menuniveau 2. 249. 5 Menustructuur: Niveau 3 (simulatie). 259. 6 Toelichting bij het menuniveau 3. 2510 Parametrering. 2610. 1 Parametrering algemeen. 2610. 2 Parametrering via IO-Link. 3010.
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor41 InleidingHandleiding, technische gegevens, certificeringen en overige informatie via de QR-code op hetapparaat/op de verpakking of op documentation.ifm.com.1.1 Gebruikte symbolenVoorwaardeInstructie voor het uitvoeren van een handelingReactie, resultaat[...] Aanduiding van toetsen, knoppen of indicatiesVerwijzingBelangrijke aanwijzingBij niet-naleving van de voorschriften kunnen storingen ontstaanInformatieAanvullende aanwijzing1.2 WaarschuwingenWaarschuwingen waarschuwen voor mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Daardoor is hetmogelijk veilig met het product om te gaan.
Waarschuwingen worden als volgt beoordeeld:WAARSCHUWINGWaarschuwing voor ernstig lichamelijk letselw Dodelijk en zwaar letsel is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.VOORZICHTIGWaarschuwing voor licht en middelzwaar persoonlijk letselw Licht tot middelzwaar letsel is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.ATTENTIEWaarschuwing voor materiële schadew Materiële schade is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx52 Veiligheidsaanwijzingen• Het beschreven apparaat wordt als deelcomponent in een systeem ingebouwd. – De veiligheid van het systeem is de verantwoordelijkheid van de bouwer. – De systeembouwer is verplicht een risicobeoordeling uit te voeren en van daaruit documentatieop te stellen en mee te leveren volgens de wettelijke gestandaardiseerde eisen voor deexploitant en de gebruiker van het systeem. Deze moet alle noodzakelijke informatie enveiligheidsaanwijzingen bevatten voor de exploitant, gebruiker en eventueel het door desysteembouwer geautoriseerde servicepersoneel. • Dit document voor inbedrijfstelling van het product lezen en tijdens de gebruiksduur opbergen. • Het product moet onbeperkt geschikt zijn voor de betreffende applicaties en omgevingscondities.
• Het product alleen volgens de voorschriften gebruiken (Ò Gebruik volgens de voorschriften). • Het product alleen voor de goedgekeurde media gebruiken (Ò Technische gegevens). • Het niet naleven van de gebruiksaanwijzingen of de technische gegevens kan tot materiële schadeen/of persoonlijke ongevallen leiden. • Voor gevolgen door wijzigingen in het product of verkeerd gebruik door de exploitant is de fabrikantniet aansprakelijk en biedt hij geen garantie. • De montage, elektrische aansluiting, inbedrijfstelling, bediening en onderhoud van het productmogen alleen door opgeleid vakkundig personeel worden uitgevoerd dat door de exploitant isgeautoriseerd. • Apparaten en kabels op een doeltreffende manier tegen beschadiging beschermen. • Bewaar het apparaat op in de originele verpakking. VOORZICHTIGBij hoge mediatemperaturen kunnen delen van het apparaat heet worden.
w Risico op brandwondenu Raak het apparaat niet aan. u Behuizing afschermen om niet in contact te komen met ontvlambare stoffen en tegenonopzettelijk aanraken. ATTENTIEStoomapplicatiesw Gevaar op mechanische beschadiging van de sensor of het leidingwerk door stoomslag.
u Bescherm de sensor tegen overmatige blootstelling aan cavitatie en stoomstoten. u Ontwerp het leidingwerk volgens de laatste stand van de techniek. u Installeer de sensor niet in de directe omgeving van kleppen, bochten en dergelijke inleidingen om onnodige stoomstoompieken tegen te gaan. u Verwarm de installatie voor voordat de stoom binnendringt en verwijder vloeistofrestenuit de leiding, door bijvoorbeeld deze uit te blazen of andere geschikte maatregelen tenemen. w De toegestane temperaturen van de sensor mogen daarbij niet worden overschreden Òdatablad.
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor62.1 CybersecurityInstallatieHet apparaat is geschikt voor gebruik in een veilige omgeving conform IEC 62443-1-1.Het apparaat is ontworpen voor gebruik achter een firewall.u Voer een risicobeoordeling van de installatie uit conform IEC 62443-1-1.u Neem maatregelen om de fysieke veiligheid te waarborgenBedrijfu Neem de beveiligingsfuncties in acht die in de documentatie van het apparaat staat vermeld enneem de aanbevelingen voor het gebruik in acht.Onderhoudu Beveilig de systeemconfiguratie en systeemgegevens conform de change-management-processenvan de onderneming.Ontmantelenu Zorg ervoor dat er geen gevoelige informatie in onbevoegde handen valt.u Voordat u het apparaat buiten gebruik stelt, moet u altijd de systeeminstellingen terugzetten naarde fabrieksinstellingen.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx73 Gebruik volgens de voorschriftenHet apparaat meet en bewaakt de systeemdruk, resp. het hydrostatische niveau en de temperatuur ininstallaties.3.1 ToepassingDruktype: relatieve drukGegevens over drukvastheid en barstdruk Ò DatabladStatische en dynamische overdrukken die de opgegeven drukvastheid overschrijden, moet doorgeschikte maatregelen worden tegengegaan. De opgegeven barstdruk mag niet wordenoverschreden. Al bij een kortstondige overschrijding van de barstdruk kan het apparaat wordenbeschadigd. ATTENTIE: verwondingsgevaar!Niet te gebruiken in installaties die moeten voldoen aan de criteria voor punt E9.2/ 63-04 van de3A-norm 63-04.De apparaten zijn bestendig tegen vacuüm. Gegevens op het datablad in acht nemen!
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor84 FunctieMeetcel:• De systeemdruk wordt door een keramisch capacitief meetmembraan gemeten. • De afdichting van de keramische meetcel is vrij van elastomeren en zodoende onderhoudsvrij. • De mediumtemperatuur wordt aan de achterzijde van de keramische meetcel gemeten:Berekeningsformule voor de nauwkeurigheid Ò DatabladSignaaloverdracht:• Het apparaat kan in de SIO-modus (Standard Input Output) en in de IO-Link-modus wordengebruikt. De basisbedrijfsmodus is SIO. Bij aansluiting op een IO-Link-master schakelt hetapparaat automatisch over naar de IO-Link-modus. Een handmatig omschakelen is daarom nietnoodzakelijk. SIO-modus:• Analoog signaal drukmeetwaarde 4-20 mA (pin 2). • Schakelinformatie (pin 4).
IO-Link-modus:• Drukmeetwaarde• Temperatuurmeetwaarde• Over- en onderschrijding van de grenzen van het meetbereik• Apparaatstatus• Schakelinformatie• Parameterinstelling• Apparaatdiagnose (events)4. 1 IO-LinkIO-Link is een communicatieinterface voor het aansluiten van intelligente sensoren en actuatoren opautomatiseringssystemen. IO-Link is gestandaardiseerd in de norm IEC 61131-9. Algemene informatie over IO-Link op io-link. ifmInput Output Device Description (IODD) met alle parameters, procesgegevens engedetailleerde beschrijvingen van het apparaat op documentation. ifm.
comIO-Link biedt de volgende voordelen:• Storingsvrije overdracht van alle gegevens en proceswaarden• Parametrering tijdens het lopende proces of vooraf ingesteld buiten de applicatie• Parameters voor de identificatie van de aangesloten apparaten in de installatie• Aanvullende parameters en diagnosefuncties• Automatische back-up en herstel van parametersets als een apparaat wordt vervangen(gegevensopslag)• Vastleggen van parametersets, proceswaarden en gebeurtenissen (events)• Bestand met apparaatbeschrijving (IODD - Input Output Device Description) voor eenvoudigeprojectplanning• Gestandaardiseerde elektrische aansluiting• Onderhoud op afstand.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx94. 2 IO-Link-eigenschappen van de sensor4. 2. 1 Beschrijving IO-Link-interfaceEen beschrijving van de IO-Link-interface vindt u op www. io-link. ifmDe sensor stelt de interne apparaattemperatuur als uitleesbare parameter beschikbaar voordiagnosedoeleinden. 4. 2. 2 Interne apparaattemperatuurDe interne apparaattemperatuur van de sensor kan via het IO-Link-kanaal worden uitgelezen. Meetbereik: -25. 155 °C (-13. 311 °F), resolutie 1 °C (1,8 °F), nauwkeurigheid +/- 5 °C (9 °F). Gegevens over het meetbereik en de nauwkeurigheid Ò Datablad. 4. 2. 3 Teller registratie overdrukmomentenHet apparaat beschikt over een teller voor registratie van de overdrukmomenten. De waardewaarboven een druk als overdruk wordt beschouwd, kan worden ingesteld. • HPIC = teller registratie overdrukmomenten HIPC telt hoe vaak de drempel HIPS werd overschreden.
De overschrijding moet min. 0,5 ms duren. • HIPS = drempel overdruk. De [HIPC] kan worden gereset met het reset-commando [Reset_HIPC] en met de [Back-to-Box]. Zie:Sensor/parameter resetten (Ò/33)Bij een onderbreking van de voedingsspanning kunnen maximaal de momenten van deafgelopen 10 minuten verloren gaan, omdat deze in de achtergrond worden opgeteld en nogniet vast in het geheugen zijn overgezet. 4. 2. 4 Optische lokalisatieDe sensor kan via de commando's [Knipperen_aan]/[Knipperen_uit] in de installatie wordengelokaliseerd. Bij gebruik van het commando knipperen de LED's van de schakeltoestand en hetapparaatdisplay toont [IO-L]. 4. 2. 5 Event-loggingMet IO-Link beschikt de sensor over twee logging-mechanismen:• Event History (parameter [Event_History])• Event Counter (parameter [Event_Counter])In de Event History worden de laatste 20 opgetreden events vastgelegd.
Aan de hand van de Event Counters (begrensd tot 232 gebeurtenissen) kan worden uitgelezen hoevaak een specifiek event bij de sensor is opgetreden. De Event Counter en de Event History kunnen worden gereset met behulp van de IO-Link-opdrachten[RESET_EVENT_HISTROY], [RESET_EVENT_COUTER] en [Back-to-Box]. Zie: Sensor/parameter resetten (Ò/33)4. 2. 6 BedrijfsurentellerIn de parameter [operating_hours] worden de uren geteld waarin de sensor actief was (kan nietworden gereset).
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor104. 2. 7 Teller voor schakelcycliDe sensor telt de schakelcycli bij uitgang 1 en uitgang 2 in de parameter [OUT_Counter] en slaat dezewaarden elke volle 60 minuten op. Deze parameter kan worden gereset met [Reset_to_zero] of met [Back to Box]. Zie: Sensor/parameter resetten (Ò/33)4. 3 Analyse van de meetcelDe keramisch-capacitieve meetcel is een betrouwbaar en overbelastbaar meetsysteem waarbij geenafvulvloeistof nodig is. Het apparaat bewaakt voortdurend de status ervan en die van de meetcel. Ontstaat er toch een beschadiging aan de meetcel, gaat de analoge uitgang naar een gedefinieerdetoestand, instelbaar via [FOU2], bovendien wordt dit gemeld via het display op het apparaat en de IO-Link-interface.
Afhankelijk van de beschadiging en het medium zal de sensor verschillende meldingen versturen:• Bij geleidbare media als water verstuurt de sensor [CELLErr] of een andere foutmelding. • In niet-geleidende media zoals lucht of olie verstuurt de sensor [CELLErr]. Medium dat zeer snel binnendringt, kan bovendien tot uitval van de elektronica leiden en zodoendeeen diagnose voorkomen. De functionaliteit van de meetceldiagnose [CELLErr] is vanuit de fabriek uitgeschakeld. AB xxxxPXxxxxAfb. 1: Voorbeeld apparaatstatusDe parameter [cELd] kan alleen via de IO-Link-communicatieworden geselecteerd en is beschikbaar vanaf deapparaatstatusAB. u De apparaatstatus staat vermeld in de opdruk op hetapparaat. De positie van het label varieert afhankelijk vanhet apparaat. Signalering op de sensor:• [Cell] en [Err] worden afwisselend in het display weergegeven.
Uitgang naar de besturing:• Het event [0x8CDF] wordt verzonden. IO-Link (Ò/8)IO-Link-masters onderbreken de communicatie met het apparaat na een defect aan hetapparaat. u Van event-meldingen moet daarom een back-up worden gemaakt. 4.
Om dat tegen tegaan, is het apparaat uitgerust met functies die het meetsignaal stabieler houden op deproceswaarde 0.Nulpuntgedrag apparaatweergave en schakeluitgang:541005++-23Afb.2: Apparaatweergave en schakeluitgang1: Proceswaarde2: Uitgangssignaal sensor met hysterese (groen)3: Ideaal meetsignaal (rood)4: Installatiedruk5:Nulpuntstabilisatie Ò databladDe eerste proceswaarde die op het display van het apparaat wordt getoond en via de schakeluitgangkan worden verwerkt, is bepaald door de nulpuntstabilisatie.Binnen de nulpuntstabilisatie kan de schakeluitgang niet worden geparametreerd.De nulpuntstabilisatie wordt weergegeven in % van het bereik Ò datablad.Nulpuntgedrag analoge uitgang en IO-Link-communicatie:5431005-++266Afb.3: Analoge uitgang en IO-Link-communicatie1: Proceswaarde2: Uitgangssignaal sensor (groen)3: Ideaal meetsignaal (rood)4: Installatiedruk5:Nulpuntstabilisatie Ò datablad6:0,5 x nulpuntstabilisatie Ò databladDe eerste proceswaarde die via de analoge uitgang en de IO-Link-communicatie kan wordenverwerkt, wordt vastgelegd door de helft van de nulpuntstabilisatie (6).In het verdere gedeelte van de nulpuntstabilisatie (5) verloopt het uitgangssignaal van de sensoronder een grotere hellingshoek.De nulpuntstabilisatie wordt aangegeven als een % van het bereik Ò datablad.4.6 BedrijfsmodiDe bedrijfsmodus wordt bepaald door de bekabeling (Ò Elektrische aansluiting) en automatischherkend door het apparaat.
Hierbij kunnen volgende schakelfuncties worden gekozen:• Hysteresefunctie / maakcontact: [OUx] = [Hno] (Ò Afbeelding hysteresefunctie).• Hysteresefunctie / verbreekcontact: [OUx] = [Hnc] (Ò Afbeelding hysteresefunctie).Eerst wordt het schakelpunt (SPx) vastgelegd, dan op de gewenste afstand het terugschakelpunt(rPX).• Vensterfunctie / maakcontact: [OUx] = [Fno] (Ò Afbeelding vensterfunctie).• Vensterfunctie / verbreekcontact: [OUx] = [Fnc] (Ò Afbeelding vensterfunctie)• De breedte van het venster is instelbaar door de afstand van SPx naar rPx. SPx = bovenstewaarde, rPx = onderste waarde.Afb.4: HysteresefunctieSPrPAfb.5: VensterfunctieP = SysteemdrukHY = HystereseFE = Venster4.8 Analoge uitgangHet apparaat geeft een analoog signaal af, dat proportioneel is aan de druk. Binnen het meetbereikligt het analoge signaal bij 4...20 mA.
Het meetbereik is schaalbaar:• [ASP2] bepaalt bij welke meetwaarde het uitgangssignaal 4 mA bedraagt.• [AEP2] bepaalt bij welke meetwaarde het uitgangssignaal 20 mA bedraagt.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx13Minimumafstand tussen [ ASP2 ] en [ AEP2 ] = 20% van de eindwaarde meetbereik.Ligt de meetwaarde buiten het meetbereik of is er een interne fout, dan wordt het stroomsignaalverzonden dat in de volgende afbeelding staat aangegeven.
Het analoge signaal voor de storing isinstelbaar:• [FOU] = On bepaalt dat het analoge signaal bij een storing naar de maximale waarde gaat (21,5mA).• [FOU] = Off geeft aan dat het analoge signaal bij een fout naar de minimum waarde gaat (3,5 mA).MEWMAW AEPASP[% MEW]P -1,25 0 100 103,1343,82020,521,5[mA]124ULOL363,55Afb.6: Uitgangskarakteristiek analoge uitgang volgens Namur1: Analoog signaal2: Meetwaarde (in geconfigureerde eenheid)3: Meetbereik (uitleveringstoestand)4: Schaalbaar meetbereik5: FOU = Off = 3,5mA6: FOU = On = 21,5mAP: DrukMAW: Beginwaarde meetbereik bij niet-schaalbaar meetbereik.MEW: Eindwaarde meetbereik bij niet- schaalbaar meetbereikASP: Analoog startpunt bij geschaald meetbereikAEP: Analoog eindpunt bij geschaald meetbereikUL: Weergavebereik onderschredenOL: Weergavebereik overschredenFOU: Uitgangsgedrag bij een storing4.9 Kalibratie door de klantDe kalibratie door de klant verandert de meetwaardecurve ten opzichte van de werkelijkemeetwaarden (nulpuntkalibratie en stijgingscorrectie).
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx155 Montage G1-afdichtingsconus (PI16xx)VOORZICHTIGBij mediatemperaturen van meer dan 50 °C (122 °F) kunnen sommige gedeelten van debehuizing warmer worden dan 65 °C (149 °F). w Verbrandingsgevaar. u Behuizing afschermen om niet in contact te komen met ontvlambare stoffen en tegenonopzettelijk aanraken. Voordat het apparaat wordt gemonteerd en gedemonteerd: Zorg er voor dat de installatiedrukloos is en er zich geen medium in de leiding of tank bevindt. u Houd rekening met gevaren die verbonden kunnen zijn met installatie- en mediatemperaturen. Informatie over beschikbare adapters op: www. ifm. comu Handleiding van de adapter in acht nemen. u Gebruik een goedgekeurde smeerpasta die geschikt is voor de toepassing. u Sensor met de procesadapter in de procesaansluiting aanbrengen. u Met een steeksleutel aandraaien: aandraaimoment 20 Nm.
De procesadapter kan worden aangepast aan verschillende procesaansluitingen. De volgende mogelijkheden zijn mogelijk:1: Montage in procesadapter met afdichtringu Afdichtring voor montage van de sensor in de groef van de adapter plaatsen. u Een geschikte O-ring gebruiken, bij hygiënische toepassingen een O-ring die voor de toepassing isgoedgekeurd. Gebruik van inlasadapters:u tijdens het inlassen erop letten dat de adapter niet vervormd wordt en het afdichtvlak niet beïnvloedwordt. u Handleiding en datablad van de gebruikte adapter in acht nemen. u Messing blindstop E30435 gebruiken voor een geoptimaliseerde warmteafvoer. Bij nabewerkingen aan de lasnaad:u het afdichtingsgedeelte uitsparen resp. beschermen. 2: Montage in procesadapter met metalen afdichtrandEen elastomeervrije afdichting bij chemische toepassingen is mogelijk met een metaal-op-metaal-afdichting.
u Bij hygiënische toepassingen moet een herhaalde montage worden vermeden, zodat de afdichtingniet wordt aangetast. Een garantie voor een langdurig stabiele afdichting bestaat alleen bij eenmalige montage.
Gebruik van inlasadapters:u tijdens het inlassen erop letten dat de adapter niet vervormd wordt en de afdichtrand niet beïnvloedwordt. u Handleiding en datablad van de gebruikte adapter in acht nemen. u Messing blindstop E30435 gebruiken voor een geoptimaliseerde warmteafvoer. Bij nabewerkingen aan de lasnaad:u de afdichtrand uitsparen resp. beschermen.
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor163: Montage aan G1-flens/G1-mofDe sensor wordt afgedicht door de afdichtring die aan de achterzijde bij de procesaansluiting isgeplaatst.u Het afdichtvlak bij de flens/mof moet vlak zijn ten opzichte van het boorgat en eenoppervlaktekwaliteit van minimaal Rz = 6,3 hebben (DIN EN ISO 1179-1 in acht nemen).5.1 Toepassing in het hygiënische bereik volgens 3AVoor apparaten met 3A-goedkeuring geldt:u voor de procesaansluiting alleen adapter met 3A-goedkeuringgebruiken.u Het apparaat mag niet op het diepste punt van de pijpleiding ofde tank (positie 5) worden ingebouwd, zodat het medium uit hetgedeelte van het meetelement kan wegstromen.5.2 Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDGLet op de EHEDG-conforme inbouw van het apparaat in de installatie. Zie documenten van deEHEDG-werkgroep.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx176 Montage G1-afdichtingsconus met wartelmoer (PI18xx)VOORZICHTIGBij mediatemperaturen van meer dan 50 °C (122 °F) kunnen sommige gedeelten van debehuizing warmer worden dan 65 °C (149 °F). w Verbrandingsgevaar. u Behuizing afschermen om niet in contact te komen met ontvlambare stoffen en tegenonopzettelijk aanraken. Voordat het apparaat wordt gemonteerd en gedemonteerd: Zorg er voor dat de installatiedrukloos is en er zich geen medium in de leiding of tank bevindt. u Houd rekening met gevaren die verbonden kunnen zijn met installatie- en mediatemperaturen. Het apparaat mag alleen in een daarvoor bestemde ifm-procesaansluiting met G1-afdichtingsconus worden gemonteerd. Informatie over beschikbare adapters op: www. ifm. comu Handleiding van de adapter in acht nemen.
u Zorg ervoor dat de sensor door de wartelmoer tegen de metalen aanslag in het voorste gedeeltewordt geperst dat in contact staat met het product. Dat moet onafhankelijk zijn van het feit of eenadapter met een metalen afdichtrand wordt gebruikt of een O-ring die voor de aanslag isaangebracht (afdichting aan mediumzijde). w De montage in een 1"-schroefdraad zonder metalen aanslag resulteert in lekkage. Voor de inbouw in 1"-schroefdraadhulzen met passend ontworpen kops vlak zijn desensorseries Pix7xx, Pmx7xx en Pi26xx beschikbaar. 234134461: Sensor2: Schroefdraadhuls3: Procesaansluiting4: O-ring (mits gebruikt)u Schroefdraad van de schroefdraadhuls (2) met een voor de actuele toepassing geschikte entoegestane smeerpasta iets invetten. u Sensor (1) in de procesaansluiting (3) aanbrengen. u De schroefdraadhuls (2) naar de binnendraad van de procesaansluiting (3) schuiven en losjesinschroeven.
De volgende mogelijkheden zijn mogelijk:1: Montage in procesadapter met afdichtringu Afdichtring voor montage van de sensor in de groef van de adapter plaatsen. u Een geschikte O-ring gebruiken, bij hygiënische toepassingen een O-ring die voor de toepassing isgoedgekeurd. Gebruik van inlasadapters:.
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor18u tijdens het inlassen erop letten dat de adapter niet vervormd wordt en het afdichtvlak niet beïnvloedwordt.u Handleiding en datablad van de gebruikte adapter in acht nemen.u Messing blindstop E30435 gebruiken voor een geoptimaliseerde warmteafvoer.Bij nabewerkingen aan de lasnaad:u het afdichtingsgedeelte uitsparen resp.
beschermen.2: Montage in procesadapter met metalen afdichtrandEen elastomeervrije afdichting bij chemische toepassingen is mogelijk met een metaal-op-metaal-afdichting.u Bij hygiënische toepassingen moet een herhaalde montage worden vermeden, zodat de afdichtingniet wordt aangetast.Een garantie voor een langdurig stabiele afdichting bestaat alleen bij eenmalige montage.Gebruik van inlasadapters:u tijdens het inlassen erop letten dat de adapter niet vervormd wordt en de afdichtrand niet beïnvloedwordt.u Handleiding en datablad van de gebruikte adapter in acht nemen.u Messing blindstop E30435 gebruiken voor een geoptimaliseerde warmteafvoer.Bij nabewerkingen aan de lasnaad:u de afdichtrand uitsparen resp.
beschermen.6.1 Toepassing in het hygiënische bereik volgens 3AVoor apparaten met 3A-goedkeuring geldt:u voor de procesaansluiting alleen adapter met 3A-goedkeuringgebruiken.u Het apparaat mag niet op het diepste punt van de pijpleiding ofde tank (positie 5) worden ingebouwd, zodat het medium uit hetgedeelte van het meetelement kan wegstromen.6.2 Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDGLet op de EHEDG-conforme inbouw van het apparaat in de installatie. Zie documenten van deEHEDG-werkgroep.6.3 OntluchtingsmembraanBij sensoren met een meetbereik-eindwaarde ≥100 bar is geen ontluchtingsmembraanaanwezig.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx196.3.1 Functie ontluchtingsmembraanHet ontluchtingsmembraan borgt de relatieve drukmeting doordat barometrische entemperatuurgerelateerde drukveranderingen in de meetcel ten opzichte van de omgeving wordengecompenseerd.Het ontluchtingsmembraan wordt door een geschroefde filterafdekking met omlopende boorgatenbeschermd tegen beschadigingen.Voor een probleemloze werking van het ontluchtingsmembraan het volgende in acht nemen:u vervuilingen en reinigingsmiddelen onmiddellijk met veel kalkarm spoelwater afspoelen.Bevindt de sensor zich vanwege het proces in een afkoelfase:u Het ontluchtingsmembraan niet met vloeistof belasten om een onderdruk in hetmeetsysteem (met een dan licht vervalste meetwaarde) en een extra belasting van hetontluchtingsmembraan te vermijden.6.3.2 Uitlijning filterafdekkingInbouwsituatie zo kiezen dat de filterafdekking horizontaal staat en het condensaat door dezwaartekracht kan wegvloeien.312u Ideale uitlijning (1): De filterafdekking bevindt zich in een horizontale positie.w Het ontluchtingsmembraan (2) in de filterafdekking staatloodrecht.u Maximale schuinstand van de filterafdekking: 30° (3)6.3.3 Filterafdekking vervangen(1) Vervanging van de filterafdekking incl.
ontluchtingsmembraan (E30483).Bij lastige omgevingscondities of een inbouwsituatie die niet voldoet aan de ideale uitlijning (1), kanhet volgende toebehoren worden gebruikt ter bescherming van het ontluchtingsmembraan:(2) Vervanging van de filterafdekking door een gesloten variant (E30148)*.(3) Vervanging van de filterafdekking door een variant met slangnippel en ontluchtingsslang die in een beschermde en drogeruimte eindigt (E30139).(4) Toebehorenset (E30467) met geïntegreerd vervangingsmembraan (ontluchtingsmembraan). Aanbevolen bij chemischveeleisende toepassingen in de buitenreiniging. Functie: (Ò Montagehandleiding E30467).
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor202341u Vervuiling en vocht tijdens de vervanging vermijden.u Schroefdraad voorzichtig en volledig reinigen.u Lijmvlak voor het membraan bij de sensor niet beschadigen.u Uitlijning filterafdekking in acht nemen (Ò Montagehandleidingen E30139 / E30467).*Bij gebruik van de gesloten filterafdekking kan de druk van de meetcel niet meer wordengecompenseerd. Daarom meetafwijkingen mogelijk door:• Schommelingen van de atmosferische druk.• Schommelingen van de interne apparaatdruk bij temperatuurveranderingen.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx217 Elektrische aansluitingHet apparaat mag uitsluitend door een elektromonteur worden geïnstalleerd.Nationale en internationale voorschriften voor de aanleg van elektrotechnische installatiesdienen te worden opgevolgd.Voeding conform SELV, PELV.u Installatie spanningsvrij schakelen.u Apparaat op de onderstaande wijze aansluiten:Connector: 1xM12; Codering:A432 1L1234OUT2L+MP1Afb.7: Bedradingsschema: MP: Multifunctioneel (OUT, data)2-draadsPen bezetting1 L+2 OUT2: AO3-draadsPen bezetting1 L+2 OUT2: DO2 (NO/NC), AO3 L-4 MP1: DO1 (NO/NC), IO-LinkParametreringPen bezetting1 L+3 L-4 MP1: IO-Link
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx239 Menu9.1 Menustructuur: Hoofdmenu1RUNrP1SP2rP2tcoF....tASP....tAEP....FH1FL1FH2FL2ASP2AEP2EFEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEESP11000100090090010001000900900100009.0511: Overgang naar menuniveau 2 (uitgebreide functies).Grijs gekleurde menupunten zijn actief afhankelijk van de configuratie van de uitgang.9.2 Toelichting bij het hoofdmenuSPx / rPx* Hysteresefunctie: Bovenste/onderste grenswaarde voor systeemdruk, waarbij OUTx schakelt. Voorwaarde: Instelling OUTx is [Hno] of [Hnc].FHx / FLx* Vensterfunctie: Bovenste/onderste grenswaarde voor systeemdruk, waarbij OUTx schakelt. Voorwaarde: Instelling OUTx is [Fno] of [Fnc].ASP2 Analoog startpunt voor systeemdruk: Meetwaarde, waarbij 4 mA (20 mA) wordt uitgegeven. Voorwaarde:Instelling OUT2 is [I] of ([InEG]).AEP2 Analoog eindpunt voor systeemdruk: Meetwaarde, waarbij 20 mA (4 mA) wordt uitgegeven.
Voorwaarde: In-stelling OUT2 is [I] of ([InEG]).tcoF Nulpuntkalibratie teachen.tASP Analoog startpunt voor systeemdruk teachen: Meetwaarde vastleggen waarbij 4 mA uitgevoerd wordt(20 mA bij [OU2] = [InEG]).tAEP Analoog eindpunt voor systeemdruk teachen: Meetwaarde vastleggen waarbij 20 mA uitgevoerd wordt(4 mA bij [OU2] = [InEG]).EF Uitgebreide functies / openen van het menuniveau 2.* Menupunten in het 2-draads-bedrijf niet actief
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor249.3 Menustructuur: Niveau 2 (uitgebreide functies)EEEEEEEEEEEEEEEEEE1EEEEEEEEEEEEEEEEEE12rESou1ou2dS1dr1dS2dr2uni.PP-nHi.PLo.PFOU1FOU2dAPdAAcoFCGAdiSSIMAPPLHnoI0.00.00.00.0bArPnP9000.00OnOn0.060.030.00d201: Overgang naar het hoofdmenu; 2: Overgang naar menuniveau 3 (simulatie).Grijs gekleurde menupunten zijn in het 2-draadsaansluiting niet actief.9.4 Toelichting bij het menuniveau 2rES Fabrieksinstelling terugzetten.• [APPL] = reset van de applicatie• [btb] = Back to BoxZie: Sensor/parameter resetten (Ò/33)ou1* Uitgangsfunctie voor OUT1:• Schakelsignaal voor de drukgrenswaarden: Hysteresefunctie [H ..] of vensterfunctie [F ..], elkmaakcontact [. no] of verbreekcontact [. nc], uitgang uit [Off].ou2 Uitgangsfunctie voor OUT2:• Schakelsignaal voor de drukgrenswaarden: Hysteresefunctie [H ..] of vensterfunctie [F ..], elkmaakcontact [.
no] of verbreekcontact [. nc], uitgang uit [Off].• Analoog signaal voor de actuele systeemdruk: 4...20mA [I].dS1 / dS2* Schakelvertraging voor OUT1 / OUT2.dr1 / dr2* Terugschakelvertraging voor OUT1 / OUT2.uni.P Standaardmaateenheid voor systeemdruk (weergave):[bAr] / [mbar] / [MPA] / [kPA] / [PSI] / [inHG] / [iH2O] / [mmWS].P-n* Schakellogica van de uitgangen: pnp / npn.Hi.P Maximumwaardegeheugen voor systeemdruk.Lo.P Minimumwaardegeheugen voor systeemdruk.FOU1* Gedrag van uitgang 1 in het geval van een interne fout.FOU2 Gedrag van uitgang 2 in het geval van een interne fout.dAP Demping van het schakelpunt/procesdatastroom (IO-Link-communicatie) en de weergave (Τ63**).dAA Demping van de analoge uitgang. Voorwaarde: Instelling OUT2 is [I] (T63**).coF Nulpuntkalibratie tussen: -5%...+5% van de MEW.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx25CGA Aanpassing eindwaarde meetbereik tussen: -5%...+5% van de MEW.diS Vernieuwingssnelheid en oriëntatie van de indicatieSIM Openen van het submenu SIM (simulatie)* Menupunten in het 2-draads-bedrijf niet actief** Tijdconstante tau9.5 Menustructuur: Niveau 3 (simulatie)EEEEEE22S.PRSS.TimS.On----3OFF2: Overgang naar menuniveau 2 (uitgebreide functies).9.6 Toelichting bij het menuniveau 3S.PRS Simulatie van een druk/fouttoestandS.Tim Simulatieduur 1...60 minS.On Simulatie start/stopDe simulatie wordt onderbroken door het indrukken van de knop [Enter].
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor2610 ParametreringDe parametrering kan worden uitgevoerd via de IO-Link-interface of via de bedieningselementen ophet apparaat.Parameters kunnen voor inbouw en inbedrijfstelling van het apparaat of tijdens het actieve bedrijfworden ingesteld.Wijzigt u de parameters tijdens het bedrijf, dan wordt de werking van de installatie beïnvloed.u Controleren of er geen storingen ontstaan in de installatie.Tijdens het parametreren blijft het apparaat in de bedrijfsmodus.
Het voert zijn bewakingsfuncties metde bestaande parameters verder uit tot de parametrering is voltooid.Afhankelijk van de parameterinstelling kunnen de parameters veranderen die beschikbaar zijnin het menu.10.1 Parametrering algemeenVOORZICHTIGBij hogere media- en omgevingstemperatuur kunnen sommige gedeelten van de behuizingerg heet worden.w Risico op brandwondenu Apparaat niet met de hand aanraken.u Gebruik indien nodig een stomp voorwerp om aanpassingen aan het apparaat aan tebrengen.u Elke parameterinstelling vereistt 3 stappen nodig.1: Parameter selecterenSP1rP1u [Enter] indrukken, om in het menu te komen.u [▲] of [▼] indrukken tot de gewenste parameter wordt weergegeven.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx272: Parameterwaarde instellen100120u [Enter] indrukken, om de geselecteerde parameter te bewerken.u [▲] of [▼] minimaal 1s indrukken.w Na 1 s: Instelwaarde wordt veranderd: Stapsgewijs door afzonderlijk indrukken of continu door permanent indrukken.Getalwaarden worden continu verhoogd met [▲] of verlaagd met [▼].3: Parameterwaarde bevestigenSP1u Kort op [Enter] drukken.w De parameter wordt opnieuw weergegeven.
De nieuwe instelwaarde is opgeslagen.Bijkomende parameters instellenu [▲] of [▼] indrukken tot de gewenste parameter wordt weergegeven.Parametrering beëindigenu Zo vaak op [▲] of [▼] drukken tot de actuele meetwaarde wordt weergegeven of 30 s wachten.w De sensor keert terug in de weergave van de proceswaarden.Wordt [C.Loc] weergeven bij een poging een parameterwaarde te veranderen, dan is eenparametreer proces via de IO-Link-communicatie actief (tijdelijke blokkering).Word [S.Loc] weergegeven, is de sensor via de software permanent vergrendeld. Dezevergrendeling kan alleen met een parametreringssoftware worden opgeheven.
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor28Omschakelen van menuniveau 1 naar menuniveau 2SP1EFu [Enter] indrukken, om in het menu te komen.u [▲] of [▼] indrukken tot [EF] wordt weergegeven.rESu [Enter] indrukken.w De eerste parameter van het submenu wordt weergegeven (hier [rES]).w Verder gaan met [▼].Vergrendelen/ontgrendelenHet apparaat kan elektronisch worden vergrendeld, om te voorkomen dat er onbedoeld onjuistewaarden worden ingevoerd.VergrendelenLoc10 su Controleren of het apparaat in de normale bedrijfsmodus is.u [▲] + [▼] tegelijkertijd 10s indrukken.w [Loc] wordt weergegeven.[Loc] wordt kort weergegeven als geprobeerd wordt om parameterwaarden te wijzigen.
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx29OntgrendelenuLoc10 su [▲] + [▼] tegelijkertijd 10s indrukken.w [uLoc] wordt weergegeven.TimeoutWordt tijdens de instelling van een parameter 30 s lang op geen enkele toets gedrukt, dan gaat hetapparaat met onveranderde waarde weer terug naar de bedrijfsmodus.Parameters verlaten, zonder de instellingen over te nemenu [▲] + [▼] tegelijkertijd indrukken.w Terugkeer naar het menuniveau.Menu-niveau verlatenu [▲] + [▼] tegelijkertijd indrukken.w Menu-niveau 2 schakelt over naar niveau 1ofNiveau 1 schakelt over naar het display.In het 2-draadsaansluiting zijn de betreffende menupunten niet actief die betrekking hebben opschakelfuncties (Ò Menustructuur), bovendien kunnen bij een aantal menupunten debetreffende parameterwaarden niet worden geselecteerd, omdat ze betrekking hebben opschakelfuncties.
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor3010. 2 Parametrering via IO-LinkHet apparaat kan op de volgende wijze via de IO-Link-interface worden geparametreerd:• Parametrering met geschikte parametreersoftware, bijv. ifm moneo|configure• Parametrering via een PLC• Parametrering via een IIoT-applicatieVoorwaarden voor de parametrering via de IO-Link-interface:ü De Input Output Device Description (IODD) voor het apparaat, indien geparametreerd via eenparametreersoftware, zie documentation. ifm. comü De beschrijving van de IO-Link-interface (PDF) voor het apparaat bij parametrering via een PLC ofeen IIoT-applicatie, zie documentation. ifm. comü Een IO-Link-masteru Verbind de IO-Link-master met de parametreersoftware, de PLC of de IIoT-applicatie. u Sluit het apparaat aan op een geschikte vrije poort van de IO-Link-master. u Stel de poort van de IO-Link-master in op de IO-Link-modus.
w Het apparaat schakelt over naar de IO-Link-modus. u Parameterinstellingen in de software wijzigen. u Parameterinstellingen naar het apparaat schrijven. Hulp bij systeemintegratie en voor de parametrering via IO-Link:Ò Handleiding van de parametreersoftware (bijv. moneo)Ò Toelichtingen en "startpakketten" op ifm. com/cnt/io-link-system-integration. 10. 3 Indicatie configureren (optioneel)Moet de maateenheid [uni. P] gewijzigd worden, dan moet dat voor de instelling van de andereparameters worden gedaan, om interne afrondingsafwijkingen door het omzetten van eenhedente vermijden. u [uni. P] kiezen en maateenheid vastleggen:• [bAr], [mbAr], [MPA], [kPA]. • [psi] (afhankelijk van het apparaat). • [InHO] (afhankelijk van het apparaat). • [mWS] (afhankelijk van het apparaat). • [mmWS] (afhankelijk van het apparaat). [uni. P]Selecteerbare maateenheden → datablad. Uni.
u [diS] kiezen en de vernieuwingssnelheid en oriëntatie van de weergave vastleggen:• [d1]: actualisering meetwaarde om de 50 ms. • [d2]: actualisering meetwaarde om de 200 ms. • [d3]: actualisering meetwaarde om de 600 ms. • [rd1], [rd2], [rd3]: indicatie zoals d1, d2, d3; 180 gedraaid. • OFF = de meetwaardeweergave is in de RUN-modus uitgeschakeld. Door op een van de toetsen te drukken, wordt 30 s lang de actuele meetwaarde weergegeven. Nog-maals indrukken van [Enter] opent de displaymodus. De leds blijven ook bij uitgeschakelde weergaveactief. Foutmeldingen worden ook bij uitgeschakeld display getoond. [diS].
Er kunnen alleen waarden worden ingevoerd die onder de waarde voorSPx liggen. [rP1][rP2]10. 4. 3 Schakelgrenzen vastleggen bij vensterfunctieu [ou1] / [ou2] moet als [Fno] of [Fnc] ingesteld zijn. u [FHx] kiezen en bovenste grenswaarde instellen. [FH1][FH2]u [FLx] kiezen en de onderste grenswaarde instellen. FLx is altijd kleiner dan FHx. Er kunnen alleen waarden worden ingevoerd die onder de waarde voorFHx liggen. [FL1][FL2]10. 4. 4 Analoge waarde voor OUT2 schalenu De gewenste minimale systeemdruk in de installatie instellen en constant houden. u [tASP] met [Enter] selecteren. u [▲] of [▼] indrukken tot [----] wordt weergegeven. u [----] met [Enter] bevestigen. w De actuele druk is als startwaarde voor het analoge signaal vastgelegd. [tASP]u De gewenste maximale systeemdruk in de installatie instellen en constant houden. u [tAEP] met [Enter] selecteren.
[tAEP]ASP/AEP kan alleen binnen vastgelegde grenzen worden geteacht (Ò Instelbereiken). Wordt bij eenongeldige drukwaarde geteacht, wordt afwisselend [Fail] en [UL] gedurende 30 s aangegeven. De tijdkan tijdens het indrukken van een toets worden afgebroken, de ASP-waarde/AEP-waarde wordt in datgeval niet veranderd.
PI16xx PI18xx Elektronische druksensor32Alternatief:u [ASP] kiezen en meetwaarde instellen waarbij 4 mA wordt weergegeven (20 mA bij [OU2] =[InEG]). u [AEP] kiezen en meetwaarde instellen waarbij 20 mA wordt weergegeven (4 mA bij [OU2] =[InEG]). Minimumafstand tussen ASP en AEP = 20% van de meetbereikeindwaarde (Turn-Down 1:5). [ASP][AEP]10. 5 Gebruikersinstellingen (optioneel)10. 5. 1 Nulpuntkalibratie en aanpassing eindwaarde meetbereiku [coF] kiezen en nulpunt tussen -5%. +5% instellen. De interne meetwaarde "0" wordt met dezewaarde verschoven. [coF]Alternatief: Automatische aanpassing van de offset in het bereik 0 bar ±5%. u controleren of de installatie drukvrij is. u Op [Enter] drukken tot [tCOF] verschijnt. u [▲] of [▼] indrukken en ingedrukt houden. w De actuele offsetwaarde (in %) wordt kortstondig knipperend weergegeven. w De actuele systeemdruk wordt weergegeven.
u [▲] of [▼] loslaten. u Kort op [Enter] drukken (= bevestiging van de nieuwe offsetwaarde). [tcoF]u [CGA] kiezen en eindwaarde meetbereik tussen -5 %. +5% instellen. De interne eindwaardemeetbereik "MEW" wordt met deze waarde verschoven. [CGA]10. 5. 2 Onjuist gedrag van de uitgangen vastleggenu [FOU1] kiezen en waarde vastleggen:• [On]= uitgang 1 schakelt in geval van storing IN. • [OFF] = uitgang 1 schakelt in geval van storing UIT. u [FOU2] kiezen en waarde vastleggen:• [On] = uitgang2 schakelt in geval van storing IN, het analoge signaal gaat naar de bovensteaanslagwaarde. • [OFF] = uitgang2 schakelt in geval van storing UIT, het analoge signaal gaat naar de ondersteaanslagwaarde. [FOU1][FOU2]10. 5. 3 Vertragingstijd voor de schakeluitgangen vastleggendS1] / [dS2] = inschakelvertraging voor OUT1 / OUT2. [dr1] / [dr2] = uitschakelvertraging voor OUT1 / OUT2.
4 Schakellogica voor de schakeluitgangen vastleggenu [P-n] kiezen en [PnP] of [nPn] instellen. [P-n]10. 5. 5 Demping voor het schakelsignaal vastleggenu [dAP] kiezen en waarde tussen 0,00…99,99 s instellen; (bij 0,00 is [dAP] niet actief). dAP-waarde = reactietijd tussen drukwijziging en wijziging van de schakeltoegang in seconden. [dAP] beïnvloedt de schakelfrequentie: fmax = 1 ÷ 2dAP. [dAP] werkt ook op de indicatie (Τ63*). [dAP].
Elektronische druksensor PI16xx PI18xx33* Tijdconstante tau10.5.6 Demping voor het analoge signaal vastleggenu [dAA] kiezen en waarde tussen 0,01…99,99 s instellen; (bij 0,00 is [dAA] niet actief).dAA-waarde = reactietijd tussen drukwijziging en wijziging van het analoge signaal in seconden(Τ63*).[dAA]* Tijdconstante tau10.6 Servicefuncties10.6.1 Aflezen van de min-/max-waarden voor systeemdruku [Hi.P] of [Lo.P] selecteren en kort op [▲] of [▼] drukken.[Hi.P] = maximale waarde, [Lo.P] = minimale waarde.Geheugen wissen:u [Hi.P] of [Lo.P] selecteren.u [▲] of [▼] indrukken en ingedrukt houden, tot [----] wordt weergegeven.u Kort op [Enter] drukken.[Hi.P][Lo.P]10.6.2 Sensor/parameter resettenGebruik een van de volgende mogelijkheden wanneer [rES] zonder uitvoering moet wordenverlaten:u 30 seconden wachten.u [▲] en [▼] tegelijkertijd indrukken.u Voeding onderbrekenu Voor uitvoering van [rES] de sensorinstellingen noteren.u [rES] selecteren en [Enter] indrukken.u [▲] of [▼] indrukken.u Vertragingsfunctie = weergave knippert.u Na de vertragingsfunctie met [▲] of [▼] tussen [APPL] en [btb] selecteren.• [APPL] = reset van de applicatie• [btb] = Back to Boxu [Enter] indrukken.w [----] de reset wordt uitgevoerd.[rES]Reset van de applicatie [APPL]:• De reset van de applicatie zet alle sensor- en uitgangsgerelateerde parameters terug.[APPL]Bij geactiveerde IO-Link-dataopslag wist dit meteen een parameterupdate in de master.Back to Box [btb]:• Met Back to Box-reset worden tevens alle schrijfbare apparaatidentificatieparameters gereset zoalsde ApplikationSpecificTag.[btb]Na de reset schakelt de sensor de communicatie en de meetfunctie uit tot despanningsonderbreking.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met IFM PI1612 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd IFM
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd