Husqvarna Automower 405XE NERA Handleiding

Husqvarna Robotmaaier Automower 405XE NERA

Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna Automower 405XE NERA (64 pagina’s), behorend tot de categorie Robotmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna Automower 405XE NERA of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
NL, Nederlands
Gebruiksaanwijzing
HUSQVARNA AUTOMOWER
®
305E/310E/405XE/410XE
NERA
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en gebruik de
machine niet voordat u de instructies goed hebt begrepen.

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Husqvarna
Categorie: Robotmaaier
Model: Automower 405XE NERA

Handleiding Husqvarna Automower 405XE NERA – volledige tekst

Inhoud1 Veiligheid1. 1 Veiligheidsdefinities. 31. 2 Algemene veiligheidsinstructies. 31. 3 Veiligheidsinstructies voor installatie. 41. 4 Veiligheidsinstructies voor bediening. 41. 5 Veiligheidsinstructies voor onderhoud. 51. 6 Veiligheid bij accu's. 51. 7 Product optillen en verplaatsen. 52 Inleiding2. 1 Inleiding. 62. 2 Steun. 62. 3 Productbeschrijving. 62. 4 Productoverzicht. 72. 5 Symbolen op het product. 82. 6 Symbolen op de accu. 92. 7 Symbolen op het display. 92. 8 Overzicht menustructuur in Automower®Access. 102. 9 Schade aan het product. 113 Installatie met virtuele grens3. 1 Inleiding - installatie. 123. 2 Systeemoverzicht voor EPOS™-installatie. 133. 3 Hoofdonderdelen voor de installatie. 133. 4 Voorbereiden op installatie. 133. 5 Onderzoeken waar het laadstation moetworden geplaatst. 143. 6 Onderzoeken waar het laadstation moetworden geplaatst. 143.

7 Onderzoeken waar de voeding moetworden geplaatst. 153. 8 Onderzoeken waar de virtuele grenzenmoeten worden geïnstalleerd. 153. 9 De functie EPOS™ Support by wire gebruiken. 173. 10 Montage van het product. 184 Installatie met begrenzingsdraad4. 1 Inleiding - installatie. 244. 2 Hoofdonderdelen voor de installatie. 244. 3 Voorbereiden op installatie. 244. 4 Vóór de installatie van de draden. 244. 5 Montage van het product. 295 Instellingen5. 1 Schema. 335. 2 Maaihoogte. 335. 3 Patroon. 335. 4 Werking. 345. 5 Installatie-instellingen. 355. 6 Accessoires. 365. 7 Algemeen. 365. 8 Veiligheid. 375. 9 Automower® Connect. 375. 10 Meldingen. 375. 11 Automower® Intelligent Mapping (AIM). 385. 12 Firmware draadloos downloaden FOTA(Firmware over the air). 385. 13 Maaiprofielen. 385. 14 Het laadstation opnieuw installeren op dekaart. 386 Werking6. 1 Product op ON zetten. 396. 2 Product starten. 396.

5 De bladen vervangen. 448 Probleemoplossing8. 1 Meldingen. 458. 2 Led-indicator van het laadstation. 538. 3 Symptomen. 548. 4 Breuken in de lusdraad opsporen. 559 Vervoer, opslag en verwerking9. 1 Transport. 589. 2 De machine in opslag zetten. 589. 3 Het laadstation opbergen. 589. 4 Het laadstation na opslag installeren. 589. 5 Afvoeren. 5910 Technische gegevens10. 1 Technische gegevens. 6022369 - 003 -.

1 Veiligheid1. 1 VeiligheidsdefinitiesWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen enopmerkingen worden gebruikt om te wijzen opbelangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruiktom te wijzen op de kans op ernstig offataal letsel voor de gebruiker of omstanderswanneer de instructies in de handleiding nietworden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien ereen risico bestaat op schade aan hetproduct en andere eigendommen of aande omgeving wanneer de instructies in dehandleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in eenbepaalde situatie. 1. 2 Algemene veiligheidsinstructiesWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door enzorg dat u de instructies hebt begrepen voordat uhet product gaat gebruiken. Bewaren om later tekunnen raadplegen.

• Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik doorkinderen of personen met fysieke, zintuiglijke ofgeestelijke beperkingen (die van invloed kunnenzijn op het veilig bedienen van het product), ofeen gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zebegeleiding bij of aanwijzingen voor het gebruikvan het apparaat hebben ontvangen van eenpersoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Volgens EU-vereisten mag het apparaat echterworden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar enouder en andere personen die ondanks hunfysieke, sensorische of geestelijke handicap ofgebrek aan ervaring en kennis onder toezicht ofinstructie van een verantwoordelijke persoon instaat zijn veilig gebruik te maken van het apparaaten op de hoogte zijn van alle gevaren. Kinderenmogen niet spelen met het apparaat. Kinderenmogen het apparaat niet zonder toezicht reinigenof onderhouden.

• Om schade aan het product en ongelukkenmet voertuigen en personen te voorkomen, magu geen werkgebieden en transportpaden overopenbare paden installeren. • Het product is geen speelgoed. De messen vanhet product kunnen letsel veroorzaken bij mensenen dieren. • Houd kinderen jonger dan 8 jaar buiten hetwerkgebied terwijl u het product gebruikt. Kinderenen huisdieren moeten te allen tijde onder toezichtstaan. • Alle personen moeten zich op een afstand vanminimaal 3 m/10 ft van het product bevindenwanneer het in bedrijf is. Slaap of zonnebaadbijvoorbeeld niet in het werkgebied wanneer hetproduct in bedrijf is. • Er moeten waarschuwingsborden wordengeplaatst rondom het werkgebied van het productals het in openbare gebieden wordt gebruikt. De borden moeten de volgende tekst bevatten:Waarschuwing. Automatische gazonmaaier. Blijfuit de buurt van de machine. Houd toezicht opkinderen.

• Gebruik het product niet wanneer u het handmatigbedient met appDrive. Zorg ervoor dat u te allentijde een veilige en stabiele positie hebt. Zorgervoor dat er zich geen personen in de buurtvan het product bevinden wanneer het op steilehellingen werkt. Draag altijd stevig schoeisel eneen lange broek als u het product gebruikt metappDrive. • Om het product uit te schakelen gaat u achterhet product staan en drukt u op de STOP-knop. U kunt de app gebruiken om het product tepauzeren als dit van toepassing is op uw product. Wanneer het product is uitgeschakeld, moet uminimaal 3seconden wachten voordat u hetproduct verplaatst. • Zet het product op OFF voordat u een blokkadeverhelpt, onderhoud uitvoert of het productonderzoekt, en als het product abnormaal begintte trillen. Controleer het product op beschadigingvoordat u het opnieuw start. Gebruik het productniet als het beschadigd is.

• Als zich een letsel of ongeval voordoet, dient umedische hulp in te schakelen. • Plaats de voedingskabel en de verlengkabel nietin het werkgebied. Dit kan schade aan de kabelsveroorzaken. • Sluit geen beschadigde kabel of stekker aan enraak een beschadigde kabel niet aan voordatde kabel is losgekoppeld van het stopcontact. 2369 - 003 - Veiligheid - 3.

Koppel de stekker los van het stopcontactals de kabel beschadigd raakt tijdens hetgebruik. Een versleten of beschadigde kabelverhoogt het risico op elektrische schokken. Eenbeschadigde kabel moet worden vervangen dooronderhoudspersoneel. • Wanneer u de voedingskabel op het stopcontactaansluit, moet u een aardlekschakelaar (RCD)gebruiken met een afschakelstroom van maximaal30 mA. • Laad het product alleen op in het meegeleverdelaadstation. Voor veilig afvoeren van de accuraadpleegt u Afvoeren op pagina 59. Onjuistgebruik kan leiden tot elektrische schokken,oververhitting of lekkage van corroderendevloeistof uit de accu. Spoelen met water/neutralisatiemiddel in geval van lekkage vanelektrolyt. Roep medische hulp in als er bijtendevloeistof in uw ogen komt. • Gebruik alleen originele accu's die wordenaanbevolen door Husqvarna.

De veiligheid vanhet product kan niet worden gegarandeerd metniet-originele accu's. Gebruik geen niet-oplaadbareaccu's. • Volg de installatie-instructies, inclusief deinstructies om het werkgebied te specificeren, zieInleiding - installatie op pagina 12. • Volg de instructies voor het starten en gebruikenvan het product, zie Werking op pagina 39. • Als er kans op onweer is, raadt Husqvarnaaan om de voedingskabel en alle draden naarhet laadstation los te koppelen om het risicoop schade aan elektrische componenten teverminderen. Sluit de voedingskabel en alledraden weer aan als er geen onweer meer dreigt. Het is belangrijk dat alle draden correct zijnaangesloten. • Volg de onderhoudsinstructies op en gebruikindien nodig originele reserveonderdelen vanHusqvarna, zie Onderhoud op pagina 41.

• Het product mag uitsluitend worden bediend,onderhouden en gerepareerd door personen dievolledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerkenvan en veiligheidsregels voor het product. • Het is niet toegestaan om het originele ontwerpvan het product te wijzigen. • Volg de nationale voorschriften voor elektrischeveiligheid. • Husqvarna staat niet garant voor volledigecompatibiliteit tussen het product en andere typendraadloze systemen, zoals afstandsbedieningen,radiozenders of dergelijke. • Het ingebouwde alarm maakt een zeer hardgeluid. Let op, in het bijzonder wanneer hetproduct in een gesloten ruimte wordt gehanteerd. • Het bedrijfs- en opslagtemperatuurbereik is 0-45°C / 32-113 °F. Het temperatuurbereik voorhet opladen is 5-45 °C / 41-113 °F. Te hogetemperaturen kunnen schade aan het productveroorzaken. 1.

3 Veiligheidsinstructies voorinstallatieWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Installeer het laadstation, inclusief accessoires,niet op een plek die zich onder of binnen 60cm / 24 inch van brandbaar materiaal bevindt. Ingeval van een storing kunnen het laadstation ende voeding heet worden en kan er brandgevaarontstaan. • Zet de voeding niet op een hoogte waar er eenrisico bestaat dat deze in het water komt te staan. Zet de voeding niet op de grond. • Kapsel de voeding niet in. Condenswater kan devoeding beschadigen en het risico op elektrischeschokken vergroten. • Installeer het laadstation niet op een plek waarzich ongedierte bevindt, zoals mieren. • Van toepassing voor USA/Canada. Als devoedingseenheid buiten is opgesteld: Risico vanelektrische schok.

Alleen aansluiten op eenafgedekt GFCI-stopcontact (RCD), klasse A, datvoorzien is van een behuizing die waterdicht is,ongeacht of de kap van de aansluitstekker isgeplaatst. • Installeer het laadstation niet op een plek waar ereen risico bestaat op water vorming. 1.

4 Veiligheidsinstructies voorbedieningWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Houd handen en voeten uit de buurt van roterendemessen. Plaats uw handen of voeten niet in debuurt van of onder het product wanneer het op ONstaat. • Gebruik de functie Parkeren of zet het productop OFF wanneer personen, vooral kinderen, ofdieren zich in het werkgebied bevinden. Zie Hetproduct uitschakelen op pagina 39. Husqvarnaraadt aan om het product in te stellen op gebruik4 - Veiligheid 2369 - 003 -.

wanneer er in het werkgebied geen activiteit is. Het product kan 's nachts letsel bij dieren in hetwerkgebied veroorzaken, bijvoorbeeld bij egels. Zie Bedieningsmodi - Parkeren op pagina 39. • Controleer of er geen voorwerpen zoals stenen,takken, gereedschappen of speelgoed op hetgazon aanwezig zijn. De messen kunnenbeschadigd raken als ze een voorwerp raken. • Til het product niet op en verplaats het nietwanneer het op ON is gezet. • Laat het product niet in botsing komen metpersonen of dieren. Als een persoon of dier inde baan van het product komt, moet het productonmiddellijk worden gestopt. Zie Product stoppenop pagina 39. • Zet geen objecten boven op het product of hetlaadstation. • Gebruik het product niet als de STOP-knop nietwerkt. • Zet het product altijd op OFF wanneer u het nietgebruikt. Het product kan alleen worden gestart alsu de juiste pincode invoert.

• Gebruik het product niet tegelijkertijd met een pop-up-sproeier. Gebruik de functie Schema zodat hetproduct en de pop-up-sproeier niet tegelijkertijdwerken. Zie Schema op pagina 33. • Gebruik dit product niet als er plassen water inhet werkgebied bevinden. Bijvoorbeeld als zwareregenval waterplassen veroorzaakt. 1. 5 Veiligheidsinstructies vooronderhoudWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat uonderhoud aan het product gaat uitvoeren. • Zet het product op OFF voordat u onderhoud aanhet product uitvoert. • Reinig het product niet met een hogedrukspuit. Gebruik geen oplosmiddelen om het product tereinigen. • Ontkoppel de stekker naar het laadstation voordatu reinigings- of onderhoudswerkzaamhedenverricht aan het laadstation. 1. 6 Veiligheid bij accu'sWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken.

Behandel de accu voorzichtig,demonteer de accu niet, open de accu niet envoorkom elektrisch/mechanisch misbruik. Zet eenaccu niet in direct zonlicht. • Gebruik geen beschadigde accu. Verwijder deaccu als deze beschadigd is. Zie Afvoeren oppagina 59. 1. 7 Product optillen en verplaatsenWAARSCHUWING: Het productmoet uitgeschakeld zijn voordat u het optilt. Het product is uitgeschakeld wanneer hetindicatielampje op het draaiwiel uitgaat. OPGELET: Til het product niet opals het in het laadstation is geparkeerd. Hierdoor kunnen het laadstation en/of hetproduct worden beschadigd. Druk op deSTOP-knop en trek het product uit hetlaadstation voordat u het optilt. Voor het veilig verplaatsen van het product uit of binnenhet werkgebied:1. Druk op de STOP-knop om het product te stoppen. 2. Zet het product op OFF. 3. Draag het product aan de hendel, met demaaischijf van uw lichaam af.

2 Inleiding2.1 InleidingFabriekspincode: 1234Serienummer:Productnummer:Het serienummer en het productnummer staan op het productplaatje en op de productverpakking.• Registreer uw product op www.husqvarna.com. Voer het serienummer van het product, het productnummer ende aankoopdatum in om uw product te registreren.2.2 SteunNeem contact op met uw Husqvarna-dealer voorondersteuning met betrekking tot het product.2.3 ProductbeschrijvingLet op: Husqvarna werkt het uiterlijk en de werkingvan producten regelmatig bij. Zie Steun op pagina 6.Het product is een robotmaaier. Het product bevat eenaccu en werkt automatisch. Wanneer de laadstatusvan de accu laag is, gaat het product terug naar hetlaadstation om op te laden. Het product begint weer tewerken wanneer de accu volledig is opgeladen.Het product is voorzien van EdgeCut, waardoorhet product de randen van uw gazon maait.

Dezeregelmatige maaitechniek verbetert de kwaliteit van hetgras en vermindert het gebruik van meststoffen. Hetgras hoeft niet te worden verzameld.2.3.1 InstallatiemethodeU kunt het product installeren met virtuele grenzenmet EPOS™-technologie of met fysieke grenzen metgrensdraad.Voor installatie met EPOS™, zie Installatie met virtuelegrens op pagina 12. Voor het aanbrengen van debegrenzingsdraad, zie Installatie met begrenzingsdraadop pagina 24.2.3.2 Automower® AccessAutomower® Access is de gebruikersinterface van hetproduct. Deze bestaat uit het display, het draaiwiel,de START-knop en de STOP-knop. Zie Overzichtmenustructuur in Automower® Access op pagina 10.6 - Inleiding 2369 - 003 -

15. Chassis met elektronica, accu en motoren16. EdgeCut-maaischijf17. Hoofdmaaischijf18. Handgreep19. Contactplaten20. Led-indicator van het laadstation21. Deksel22. Laadstation23. Laagspanningskabel24. Voeding425. Extra bladen26. Schroeven voor bevestiging van het laadstation27. Meetlat voor het installeren van debegrenzingsdraad (de meetlat moet van de doosvan het product worden verwijderd)28. Bedieningshandleiding en beknopte handleiding29. Alarmsticker30. Krammen531. Aansluitklemmen voor de lusdraad632. Lusdraad voor begrenzingsdraad engeleidingsdraad 733. Koppelingen voor de lusdraad834. Referentiestation EPOS™ RS1935. Automower® EPOS™ Plug-in102. 5 Symbolen op het productDeze symbolen staan op het product. Zorg ervoor dat udeze begrijpt. WAARSCHUWING: Lees degebruikersinstructies voordatu het product gebruikt.

WAARSCHUWING: Schakelhet product uit voordat u on-derhoud aan het product uit-voert of het product optilt. WAARSCHUWING: Bewaareen veilige afstand tot hetproduct als dit in gebruik is. Houd uw handen en voetenuit de buurt van de roterendemessen van het product. WAARSCHUWING: Ga nietop het product zitten. Plaatsuw handen of voeten niet inde buurt van of onder het pro-duct. Gebruik een losse voedingmet de specificaties die ophet typeplaatje naast hetsymbool staan vermeld. Dit product voldoet aan de geldende EU-richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende UK-richtlijnen. Het is niet toegestaan om het product alsnormaal huishoudelijk afval af te voeren. Houd u aan de nationale voorschriften engebruik het lokale recyclingsysteem. Het chassis bevat onderdelen die gevoeligzijn voor elektrostatische ontlading (ESD).

Voer geen aanpassingen uit aan delaagspanningskabel.Gebruik geen heggenschaar of eengrastrimmer in de buurt van delaagspanningskabel.2.6 Symbolen op de accuWAARSCHUWING: Lithium-Ion accu'skunnen ontploffen of brand veroorzakenindien ze zijn gedemonteerd ofkortgesloten of indien er ruw mee wordtomgegaan. Stel ze niet bloot aan water,vuur of hoge temperaturen.Lees de gebruikersinstructies goed door.Dank de accu niet af door deze in eenvuur te gooien en stel de accu niet blootaan een warmtebron.Dompel de accu niet onder in water.2.7 Symbolen op het displayHet product is in bedrijf.Het product is geparkeerd.Het product is gepauzeerd.Er is een fout opgetreden.Maaihoogte van het product.Sterkte van het mobiele signaal.Wi-Fi signaalsterkte.Bluetooth® verbinding is ingeschakeld.De accu wordt opgeladen.Accuniveau.2369 - 003 - Inleiding - 9

2.8 Overzicht menustructuur in Automower® Access2.8.1 Symbolen in het hoofdmenu voorAutomower® AccessMaaihoogteIn het menu Maaihoogte kunt u demaaihoogte instellen.ParkerenIn het menu Parkeren kunt u het productzo instellen dat het tot nader order ofvolgens het ingestelde schema wordtgeparkeerd.MaaienIn het menu Maaien kunt u instellen dathet product maait volgens het ingesteldeschema of u kunt het product in debijgebied-modus zetten.VerbindenIn het menu Verbinden kunt u Bluetooth®inschakelen en een koppelingsbewerkingmet uw mobiele apparaat uitvoeren.TaalIn het menu Taal kunt u een taal op hetdisplay selecteren.UitschakelenUitschakelen schakelt het product uit.2.8.2 Symbolen in het submenu voorAutomower® AccessTerugAls u Terug selecteert, keert u terug naarhet hoofdmenu.10 - Inleiding 2369 - 003 -

SchemaIn het submenu Schema kunt ude Schema-instellingen selecteren. DeSchema-instellingen worden ingesteld inde Automower® Connect-app. Geselecteerde bedieningsmodusAls u slechts één werkgebied hebt, kunt uervoor kiezen om het schema te negerenen door te gaan met maaien totdat u debedrijfsmodus wijzigt. Als u meer dan één werkgebiedhebt, kunt u ervoor kiezen om hetschema te negeren en slechts éénvan de werkgebieden te maaien. Voorwerkgebieden met onregelmatig maaienzal het product dit gebied maaientotdat u de bedrijfsmodus wijzigt. Voorsystematische werkgebieden zal hetproduct maaien totdat het gebied isvoltooid en vervolgens in het laadstationworden geparkeerd. BijgebiedIn het submenu Bijgebied kunt u debedrijfsmodus Bijgebied selecteren. ZieBijgebied op pagina 39. VerbondenHet product en het mobiele apparaat zijnverbonden met Bluetooth®.

Niet verbondenHet product en het mobiele apparaat zijnniet verbonden met Bluetooth®. 2. 8. 3 Symbolen in de appToont de status van de correctiegegevensdie het product ontvangt. De status is EPOS™ bevestigd. Hetproduct heeft een nauwkeurige positieen richting. Dit is nodig om het productautomatisch te laten werken en voor deinstallatie van kaartobjecten. De status is EPOS™-actie is noodzakelijk. Het product heeft een nauwkeurigepositie, maar het is noodzakelijk omhet product handmatig of automatisch tebedienen voor een nauwkeurige richting. De status is EPOS™ zoeken. Hetproduct heeft geen nauwkeurige positieen zoekt naar de satellietsignalen en decorrectiegegevens om een nauwkeurigepositie te verkrijgen. 2. 9 Schade aan het productWe zijn niet verantwoordelijk voor schade aan onsproduct als:• het product niet goed is gerepareerd.

• het product is gerepareerd met onderdelen die nietvan de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen dieniet zijn goedgekeurd door de fabrikant. • het product een accessoire bevat dat nietafkomstig is van de fabrikant of niet isgoedgekeurd door de fabrikant.

3 Installatie met virtuele grens3.1 Inleiding - installatieWAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het product monteert.OPGELET: Gebruik originelereserveonderdelen en origineelinstallatiemateriaal.Let op: Zie www.husqvarna.com voor meerinformatie over de installatie.Voor installatie met virtuele grenzen met EPOS™, maakthet product gebruik van satellieten en correctiegegevensom te navigeren. De correctiegegevens kunnenworden ontvangen via de Husqvarna® Cloud of eenreferentiestation. Het referentiestation is een optioneleaccessoire dat u kunt gebruiken als u geen verbindingkunt maken met de Husqvarna® Cloud.Let op: Alle landen ondersteunen geenreferentiestations of correctiegegevens via deHusqvarna® Cloud.

Neem voor informatie contact op uwlokale Husqvarna-vertegenwoordiger.Om een installatie uit te voeren, wordt het productbediend met appDrive in de Automower® Connect-app.Waypoints worden toegevoegd om een kaart te makenin de app.Werkgebieden zijn de gebieden waar het product werkten gras maait. U kunt ook te vermijden zones makenwaar het product niet mag komen.Vóór het laadstation bevindt zich een koppelpunt.Deze wordt gebruikt om het product naar en van hetlaadstation te laten navigeren.Transportpaden zijn nodig om te navigeren tussen hetkoppelpunt en de werkgebieden. Het product maaitgeen gras wanneer het langs een transportpad werkt.Zie Systeemoverzicht voor EPOS™-installatie op pagina13.12 - Installatie met virtuele grens 2369 - 003 -

Robotmaaier3.3 Hoofdonderdelen voor de installatieDe installatie bevat de volgende onderdelen:• Robotmaaier die het gazon automatisch maait.• Oplaadstation, waarmee het product wordtopgeladen.• Voeding, die is aangesloten tussen het laadstationen een stopcontact van 100-240 V.• Referentiestation12, dat satellietsignalen ontvangten correctiegegevens naar de robotmaaier stuurt.• Mobiel apparaat met de Automower® Connect-appom de installatie van het product uit te voeren ende instellingen te regelen.3.4 Voorbereiden op installatieOPGELET: Gaten met water in hetgazon kunnen schade aan het productveroorzaken.11Optionele accessoire dat afzonderlijk wordt aangeschaft.12Optionele accessoire dat afzonderlijk wordt aangeschaft.2369 - 003 - Installatie met virtuele grens - 13

OPGELET: Lees het hoofdstuk overinstallatie voordat u de installatie start. • Als u EPOS™ via Husqvarna® Cloud gebruikt, zorger dan voor dat het product correctiegegevens inhet volledige werkgebied kan ontvangen. Let op: Mobiele dekking of Wi-Fi is nodigom correctiegegevens voor het product viaHusqvarna® Cloud te ontvangen. Automower®405XE/410XE NERA moet mobiele dekkinghebben en Automower® 305E/310E NERA moetWi-Fi-dekking in het volledige werkgebied hebben. Als dit niet mogelijk is, kunt u een lokaalreferentiestation gebruiken om correctiegegevensals alternatief te ontvangen. • Maak een blauwdruk van het werkgebied en neemer alle obstakels in op. Dit maakt het eenvoudigerom te onderzoeken waar het laadstation, devirtuele grenzen en het referentiestation moetenworden geplaatst.

• Maak een markering op de blauwdrukwaar het laadstation, het onderhoudspunt, detransportpaden, de virtuele grenzen, de tevermijden zones en het referentiestation moetenworden geplaatst. • Vul de gaten in het gazon in om het vlak te maken. • Voor Automower® 305E/310E NERA moetu ervoor zorgen dat u Wi-Fi-dekking inhet laadstation hebt om nieuwe firmware tedownloaden. Zie Firmware draadloos downloadenFOTA (Firmware over the air) op pagina 38. VoorAutomower® 405XE/410XE NERA wordt Wi-Fi ofmobiele technologie gebruikt voor FOTA. • Voor Automower® 305E/310E NERA, moet uervoor zorgen dat u Wi-Fi-dekking in hetwerkgebied hebt als u de Automower® Connect-app op afstand gebruikt. Zie Om te koppelen metde Automower® Connect-app op pagina 19. VoorAutomower® 405XE/410XE NERA wordt Wi-Fi ofmobiele technologie gebruikt voor Automower®Connect. • Maai het gras voordat u het product installeert.

Zorg ervoor dat het gras maximaal 6 cm/2. 5 inchis. Let op: De eerste weken na de installatie kan hetgeluidsniveau bij het maaien van het gras hoger zijn dangewoonlijk. Het geluidsniveau wordt na verloop van tijdlager. 3.

5 Onderzoeken waar het laadstationmoet worden geplaatstLees en begrijp de instructies over waar uhet referentiestation moet plaatsen. Raadpleeg debedieningshandleiding voor het referentiestation. 3. 6 Onderzoeken waar het laadstationmoet worden geplaatst• U kunt het laadstation in of buiten het werkgebiedplaatsen. • Als het koppelpunt zich buiten de werkgebiedenbevindt, installeer dan een transportpad van hetkoppelpunt naar de werkgebieden. • Plaats het laadstation (A) in een open gebied. • Plaats het koppelpunt tussen 70-250 cm/28-98inch vanaf het laadstation. Zorg ervoor dat hetkoppelpunt (B) onbelemmerd zicht op de luchtheeft. • Zorg voor voldoende vrije ruimte vóór hetlaadstation. Let op: Husqvarna adviseert om minimaal 6m / 20 ft. (C) vrije ruimte voor het laadstation tehebben. • De achteruitrijafstand kan worden ingesteld op70-250 cm / 28-98 inch.

BCAABCLet op: Een korte achteruitrijafstand verminderthet risico op sporen. Een lange achteruitrijafstandkan nodig zijn voor een goede ontvangst vansatellietsignalen bij het koppelpunt. • Plaats het laadstation in de buurt van eenstopcontact. 14 - Installatie met virtuele grens 2369 - 003 -.

• Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond. • De bodemplaat van het laadstation mag nietgebogen zijn. • Als het werkgebied twee delen heeft die zijngescheiden door een steile helling,Husqvarnaraden wij aan het laadstation op het laagste deelte plaatsen. OPGELET: Installeer het laadstationniet op een plek waar zich metalenobjecten in de grond bevinden. Metalenobjecten kunnen interferentie met hetlaadstationsignaal veroorzaken. 3. 7 Onderzoeken waar de voedingmoet worden geplaatstOPGELET: Zorg ervoor dat de messenop het product niet de laagspanningskabeldoorsnijden. OPGELET: Plaats delaagspanningskabel niet in een spoel ofonder de plaat van het laadstation. Debobine veroorzaakt interferentie met hetsignaal van het laadstation. • Plaats de voeding in een gebied met een dak enbescherming tegen de zon en de regen. • Plaats de voeding in een gebied met een goedeluchtstroom.

• Gebruik een aardlekschakelaar met eenafschakelstroom van maximaal 30 mA wanneer ude voeding aansluit op het stopcontact. Laagspanningskabels van verschillende lengtes zijnverkrijgbaar als accessoires. 3. 8 Onderzoeken waar de virtuelegrenzen moeten worden geïnstalleerdOPGELET: Als het werkgebied aaneen waterpartij, helling, afgrond of openbareweg grenst, moet er een beschermendemuur worden geplaatst. De muur moetminimaal 15 cm/6 inch hoog zijn. OPGELET: Laat het product nietwerken op grind. • Voor een voorzichtige werking zonder lawaai moetu te vermijden zones rond alle obstakels zoalsbomen, wortels en stenen maken. • Maak een blauwdruk van het werkgebied voordat ude virtuele grenzen installeert. 3. 8. 1 Kaartobjecten installeren bijgebouwen en bomen• Zorg dat het 90° gedeelte van de hemelonbelemmerd is waar het product werkt.

90°Let op: Het product kan geen signalen vannavigatiesatellieten ontvangen als de hemel wordtbelemmerd. • Maak een te vermijden zone (B) rond bomenen boomgroepen met een bladerdak met eendiameter van meer dan 4m/ 13ft (A).

Let op: Bomen en boomgroepen met eenbladerdak met een diameter van meer dan4m / 13ft (A) kunnen tijdelijke stops van hetproduct veroorzaken. Kleinere bomen veroorzakengewoonlijk geen verstoring van de werking van hetproduct.• Installeer de virtuele grens op een minimaleafstand (C) van 1.5m / 5ft van L-vormigegebouwen.C• Als u virtuele grenzen wilt installeren in een gebiedmet een U-vormig gebouw, moet de afstand (E)minimaal 6m / 20ft bedragen. Als het gebouwhoger is dan 3m / 10ft moet de afstand (E)twee keer zo groot zijn als de hoogte van hethoogste gebouw. Installeer de virtuele grens opeen minimale afstand (D) van 1.5m / 5ft van hetobject.DDDDE• Zorg dat de gebieden tussen objecten een afstand(F) van minimaal 4m / 13ft hebben.FLet op: Voor gebieden minder breed dan 4 m /13 ft.

kan een transportpad worden gemaakt voorde robotmaaier om door te gaan zonder te snijden.3.8.2 De kaartobjecten op een hellinginstallerenHet product kan werken op 30% hellingen in hetwerkgebied. Bij de virtuele grenzen is de maximale16 - Installatie met virtuele grens 2369 - 003 -

Voorbeeld: 10 cm/100 cm = 10%.10 cm/4"100 cm/40"10%• Voor hellingen steiler dan 30% binnen hetwerkgebied isoleert u de helling met een tevermijden zone.• Voor hellingen grenzend aan een openbare wegplaatst u een hek of een beschermende muurlangs de buitenrand van de helling.• Husqvarna raadt aan om de richting van hetsystematische patroon recht omhoog de helling opin te stellen om slijtage van het gras te voorkomen.3.8.3 DoorgangenEen doorgang is een sectie met een virtuele grens aanelke kant die twee delen van het werkgebied verbindt.De doorgangsbreedte moet minimaal 2m / 6.5ft zijnvoor een goed maairesultaat.3.8.4 Onderzoeken waar te vermijdenzones moeten worden gemaakt• Maak te vermijden zones rond objecten die groterzijn dan 2x2m.• Zorg dat de te vermijden zone minimaal 30x30cm / 1x1 ft is.• Zorg ervoor dat de te vermijden zone het volledigegebied (A) omvat waar het product niet magkomen.ABLet op: Maak geen te vermijden zone (B) doorhet werkgebied om te voorkomen dat het productdelen van het werkgebied binnengaat.3.9 De functie EPOS™ Support by wiregebruikenDe begrenzingsdraad kan worden geïnstalleerd voorgebruik met het EPOS™-systeem.

Installeer debegrenzingsdraad als de satellietsignalen zwak zijn.Deze mag worden geïnstalleerd in een deel van hetwerkgebied of in een gebied waarin u een transportpadhebt geïnstalleerd.Let op: Gebruik de begrenzingsdraad niet om hetwerkgebied te vergroten.• Plaats een deel van de begrenzingsdraad (A) opongeveer 2m / 6,6 ft afstand van het gebied waarhet satellietsignaal zwak is.A2369 - 003 - Installatie met virtuele grens - 17

• Schakel de functie EPOS™ Support by wire inwanneer de begrenzingsdraad geïnstalleerd is. Selecteer Accessoires > EPOS™ Support by wire> Inschakelen in de Automower® Connect-app. • Verleng de begrenzingsdraad in het werkgebiedals het product blijft stoppen in een gedeelte vanhet werkgebied. • Verleng de begrenzingsdraad in het werkgebiedals het product het gebied niet met debegrenzingsdraad kan verlaten. 3. 10 Montage van het product3. 10. 1 Installatiegereedschappen• Inbussleutel, 8 mm. Meegeleverd in de doos. 3. 10. 2 Het laadstation installerenLees en begrijp de instructies over het laadstation. Zie Onderzoeken waar het laadstation moet wordengeplaatst op pagina 14. OPGELET: Het is niet toegestaan omnieuwe gaten in de plaat van het laadstationte maken. OPGELET: Plaats uw voeten niet op debodemplaat van het laadstation.

WAARSCHUWING: Zorg ervoordat de pluggen van de laagspanningskabelen de voedingseenheid schoon en droogzijn voordat u ze aansluit. Gebruik wanneer u de voeding aansluit altijdeen stopcontact dat is aangesloten op eenaardlekschakelaar (RCD). 3. 10. 2. 1 Laadstation monterenOPGELET: Het is niet toegestaan omnieuwe gaten in de plaat van het laadstationte maken. OPGELET: Plaats uw voeten niet op debodemplaat van het laadstation. WAARSCHUWING: Zorg ervoordat de pluggen van de laagspanningskabelen de voedingseenheid schoon en droogzijn voordat u ze aansluit. Gebruik bij het aansluiten van de voeding altijdeen stopcontact dat is aangesloten op eenaardlekschakelaar (RCD). 1. Lees en begrijp de instructies over het laadstation. Zie Onderzoeken waar het laadstation moetworden geplaatst op pagina 14. 2. Plaats het laadstation in het geselecteerde gebied. 3. Open de klep aan de voorkant van het laadstation.

4. Bevestig de bovenkant van het laadstation. 5. Kantel de bovenkant van het laadstation en til hemop. 6. Breng de doorvoertule met de kabels aan. 7. Sluit de kabel op het laadstation aan. 8. Sluit de laagspanningskabel aan op hetlaadstation.

min 30 cm / 12”11. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van100-240V. 12. Plaats de laagspanningskabel met staken in degrond of graaf de kabel in. 13. Bevestig het laadstation aan de grond met behulpvan de bijgeleverde schroeven. 3. 10. 2. 2 Visuele controle van het laadstation uitvoeren1. Controleer of de led-indicator op het laadstationgroen brandt. Raadpleeg Led-indicator van hetlaadstation op pagina 53 voor informatie over deled-indicator. 2. Als de led-indicator niet groen is, controleert ude installatie. Zie Led-indicator van het laadstationop pagina 53 en Het laadstation installeren oppagina 18. 3. 10. 3 Het product opladen1. Plaats het product in het laadstation. Let op: Het product begint automatisch op teladen wanneer het product zich in het laadstationbevindt. 3. 10. 4 Om te koppelen met de Automower®Connect-app1.

Download de Automower® Connect-app op uwmobiele apparaat. 2. Meld u aan voor een Husqvarna-account in deAutomower® Connect-app en volg de instructies. 3. Voer de fabriekspincode 1234 op het product in. 4. Gebruik het draaiwiel op het product om het menuBluetooth® te selecteren om de koppelingsmodusin te schakelen. 5. Selecteer Mijn maaiers in de Automower®Connect-app en voeg uw product toe. 6. Volg de instructies in de Automower® Connect-app. Let op: Husqvarna raadt u aan de fabriekspincode inde app te wijzigen in een nieuwe pincode. 3. 10. 5 De EPOS™ Plug-in installerenVolg de installatie-instructies in debedieningshandleiding voor Automower® EPOS™ Plug-in. 3. 10. 6 Om EPOS™ in de Automower®Connect-app in te schakelenSchakel EPOS™ in de Automower® Connect-app in omeen installatie met virtuele grenzen te maken. 1.

Selecteer Instellingen > Accessoires > EPOS™Technologie in de Automower® Connect-app. 3. 10. 7 Het referentiestation installerenInstalleer het referentiestation volgens de instructies inde gebruikershandleiding van het referentiestation. 3. 10.

AFBADECVoor een complete kaartinstallatie moet u eenwerkgebied en een laadstation op de kaart installeren. Een werkgebied wordt gespecificeerd door virtuelegrenzen. Er kunnen maximaal 20 werkgebieden enbijgebieden op een kaart worden geïnstalleerd. Er zijn twee soorten werkgebieden:• Een werkgebied met daarin een laadstation of eenwerkgebied dat verbonden is met een transportpadwaar het product automatisch werkt. • Een bijgebied is een werkgebied zonderlaadstation en zonder transportpad. Het productmoet handmatig naar en van het werkgebiedworden verplaatst. Een transportpad is een opgegeven pad tussen hetkoppelpunt vóór het laadstation en een werkgebied. Hetproduct kan automatisch werken op dit pad, maar maaitgeen gras. Een transportpad kan tijdelijk worden in- enuitgeschakeld in de app. Er kunnen te vermijden zones worden gemaakt als ergebieden zijn waar het product niet mag werken.

Eente vermijden zone wordt gespecificeerd door virtuelegrenzen. Te vermijden zones kunnen tijdelijk worden in-en uitgeschakeld in de app. Een onderhoudspunt is een specifieke plaats waar hetproduct kan worden geparkeerd. Dit kan bijvoorbeeldworden gebruikt als servicepunt waar onderhoud aanhet product wordt uitgevoerd. Het onderhoudspunt is viaeen pad verbonden met het koppelpunt. Als u objecten op de kaart wilt plaatsen, bedient u hetproduct met de appDrive-installatie om waypoints opde kaart toe te voegen. Zie Objecten op de kaart teplaatsen op pagina 20. 3. 10. 8. 1 Objecten op de kaart te plaatsenDe waypoints (A) zijn posities die de virtuele grenzenen paden (B) vormen. De lijnen zijn recht tussende waypoints. Wij raden aan om zo weinig mogelijkwaypoints te gebruiken. Voor elk werkgebied en debijbehorende te vermijden zones en transportpad is hettotale maximumaantal waypoints 800.

Husqvarnaraadt u aan een minimale afstand van 30cm / 1ft aante houden tussen waypoints. U kunt de posities van dewaypoints aanpassen in de app, na de installatie van dekaart. BAOPGELET: Til het product niet open verplaats het niet tussen de waypointsals u de kaartobjecten installeert. GebruikappDrive voor een correcte installatie. 20 - Installatie met virtuele grens 2369 - 003 -.

Let op: De positie van het waypoint wanneer u eenwerkgebied of een te vermijden zone plaatst, bevindtzich in de linker voorhoek van het product.Let op: De positie van het waypoint bij deinstallatie van een transportpad of een pad naar eenonderhoudspunt bevindt zich in het midden van hetproduct tussen de aandrijfwielen.• Zorg ervoor dat u zich in de buurt van het productbevindt en met het product verbonden bent via deapp door middel van Bluetooth®.• Zorg ervoor dat de status EPOS™ bevestigd is inde appDrive.Let op: Een gamecontroller met Bluetooth® kanworden gebruikt metappDrive om het product tebedienen.• Selecteer het object dat u wilt plaatsen en gebruikde knoppen in de appDrive-installatie om hetproduct te bedienen.• Gebruik de knop omhoog (A) om het product naarvoren te verplaatsen.• Gebruik de knop omlaag (B) om het product naarachteren te verplaatsen.• Gebruik de knop met de pijl naar links (C) om hetproduct naar links te draaien.• Gebruik de knop met de pijl naar rechts (D) hetproduct naar rechts te draaien.• Gebruik de middelste knop (E) als joystick om hetproduct in een willekeurige richting te bewegen ente draaien.• Gebruik de knop waypoint (F) om een waypoint toete voegen op de kaart.ADFBCELet op: Loop 2-3 m / 6.5-9.8 ft.

achter het productwanneer u het product gebruikt met appDrive.Een werkgebied makenEr zijn minimaal 3 waypoints nodig om een werkgebiedte maken.• Bedien het product rechtsom rond de grens vanhet werkgebied en plaats waypoints.• Voeg het waypoint toe in de buitenste hoek om devirtuele grens om een hoek te plaatsen.2369 - 003 - Installatie met virtuele grens - 21

• Stel geen waypoints in die een virtuele grens overzichzelf laten lopen in hetzelfde werkgebied.• Sla het werkgebied op om het eerste en laatstewaypoint automatisch te verbinden met eenvirtuele grens.12345678Een te vermijden zone makenEr zijn minimaal 3 waypoints nodig om een te vermijdenzone te maken.• Bedien het product linksom rond de grens van dete vermijden zone.• Stel geen waypoints in die een virtuele grens overzichzelf laten lopen in dezelfde te vermijden zone.• Sla de te vermijden zone op om het eerste enlaatste waypoint automatisch te verbinden met eenvirtuele grens.Een transportpad maken• Gebruik het product en voeg waypoints toe op dekaart om een transportpad aan te brengen. Beginin een werkgebied op minimum 1 m / 3.3 ft.

van devirtuele grens.• Installeer het transportpad loodrecht op de virtuelegrens van het werkgebied.• Breng geen transportpad aan over een tevermijden zone.• Stel geen waypoints in die ervoor zorgen dat eentransportpad over hetzelfde transportpad loopt.• Vermijd het maken van scherpe bochten wanneeru het transportpad installeert. Husqvarna raadt uaan meer waypoints toe te voegen om vloeienderebochten te maken.135º135º 90º• Gebruik het product en voeg waypoints toe om hettransportpad met het koppelpunt te verbinden.• Plaats het laatste waypoint op een transportpad(A) in een hoek van +/-45graden ten opzichte vanhet koppelpunt.A• Sla het transportpad op om het laatste waypointautomatisch te verbinden met het koppelpunt.22 - Installatie met virtuele grens 2369 - 003 -

• Stel de doorrijbreedte (A) in voor het transportpad.De doorrijbreedte kan worden ingesteld op 2-5 m /6.6-16.4 ft.BAEen onderhoudspunt maken• Gebruik het product en voeg waypoints toe opde kaart. Begin met het toevoegen van waypointsop de positie waar u het onderhoudspuntwilt installeren. Het eerste waypoint geeft hetonderhoudspunt aan.• Vermijd het maken van scherpe bochten wanneeru een transportpad installeert. Husqvarna raadt uaan meer waypoints toe te voegen om vloeienderebochten te maken.135º135º 90º• Gebruik het product en voeg waypoints toe om eenpad naar het laadstation te maken.• Plaats het laatste waypoint op een transportpad(A) in een hoek van +/-45graden ten opzichte vanhet koppelpunt.A• Sla het onderhoudspunt op om het laatstewaypoint automatisch te verbinden met hetkoppelpunt.• Stel de doorrijbreedte (A) in voor hetonderhoudspunt.

4 Installatie met begrenzingsdraad4. 1 Inleiding - installatieWAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het product monteert. OPGELET: Gebruik originelereserveonderdelen en origineelinstallatiemateriaal. Let op: Zie www. husqvarna. com voor meerinformatie over de installatie. 4. 2 Hoofdonderdelen voor de installatieDe installatie bestaat uit de volgende onderdelen:• Een robotmaaier die het gazon automatisch maait. • Een laadstation met 3 functies:• Controlesignalen door de begrenzingsdraadverzenden. • Controlesignalen langs de geleidingsdraadsturen, zodat het product de geleidingsdraadnaar specifieke afgelegen gebieden in detuin kan volgen en terug kan keren naar hetlaadstation. • Het product opladen. • Een voeding, die is aangesloten tussen hetlaadstation en een stopcontact van 100-240 V.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna Automower 405XE NERA stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden