HP Mini 100e Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van HP Mini 100e (77 pagina’s), behorend tot de categorie Laptop. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over HP Mini 100e of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | HP |
| Categorie: | Laptop |
| Model: | Mini 100e |
| Gewicht: | 240 g |
| Land van herkomst: | China |
| Materiaal: | Neopreen |
| Hoofdkleur van product: | Blauw |
| Type etui: | Opbergmap/sleeve |
| Afmetingen (B x D x H): | 280 x 50 x 250 mm |
| Schouderband: | Nee |
| Maximale schermgrootte: | - " |
Handleiding HP Mini 100e – volledige tekst
© Copyright 2010 Hewlett-PackardDevelopment Company, L.P.Het SD-logo is een handelsmerk van dedesbetreffende eigenaar.De informatie in deze documentatie kanzonder kennisgeving worden gewijzigd. Deenige garanties voor HP producten endiensten staan vermeld in de explicietegarantievoorwaarden bij de betreffendeproducten en diensten. Aan de informatie indeze handleiding kunnen geen aanvullenderechten worden ontleend. HP aanvaardtgeen aansprakelijkheid voor technischefouten, drukfouten of weglatingen in dezepublicatie.Tweede editie: augustus 2010Artikelnummer van document: 621115-332Kennisgeving over het productIn deze handleiding worden devoorzieningen beschreven die op demeeste modellen beschikbaar zijn.
Mogelijkzijn niet alle voorzieningen op uw computerbeschikbaar.SoftwarevoorwaardenDoor het installeren, kopiëren, downloadenof anderszins gebruiken van eensoftwareproduct dat vooraf op dezecomputer is geïnstalleerd, bevestigt u dat ugehouden bent aan de voorwaarden van deHP EULA (End User License Agreement).Als u niet akkoord gaat met dezelicentievoorwaarden, is uw enigerechtsmogelijkheid om het volledige,ongebruikte product (hardware en software)binnen 14 dagen te retourneren en teverzoeken om restitutie van hetaankoopbedrag op grond van hetrestitutiebeleid dat op de plaats vanaankoop geldt.Neem contact op met het lokaleverkooppunt (de verkoper) als u meerinformatie wilt of als u een verzoek omvolledige restitutie van het aankoopbedragvan de computer wilt indienen.
Kennisgeving aangaande de veiligheidWAARSCHUWING! U kunt het risico van letsel door verbranding of van oververhitting van decomputer beperken door de computer niet op schoot te nemen en de ventilatieopeningen van decomputer niet te blokkeren. Gebruik de computer alleen op een stevige, vlakke ondergrond. Zorg datde luchtcirculatie niet wordt geblokkeerd door een voorwerp van hard materiaal (zoals een optioneleprinter naast de computer) of een voorwerp van zacht materiaal (zoals een kussen, een kleed ofkleding). Zorg er ook voor dat de netvoedingsadapter tijdens het gebruik niet in contact kan komenmet de huid of een voorwerp van zacht materiaal. De computer en de netvoedingsadapter voldoenaan de temperatuurlimieten voor oppervlakken die voor de gebruiker toegankelijk zijn, zoalsgedefinieerd door de International Standard for Safety of Information Technology Equipment (IEC60950).iii
Inhoudsopgave1 Welkom. 1Nieuwe functies. 1Informatie zoeken. 12 Vertrouwd raken met de computer. 3Bovenkant. 3Bovendeksel. 3Touchpad. 4Lampjes. 5Aan/uit-knop. 6Toetsen. 7Voorkant. 8Rechterkant. 9Linkerkant. 10Beeldscherm. 11Onderkant. 123 Netwerk. 13Gebruikmaken van een internetprovider. 13Statuspictogrammen voor draadloze communicatie en netwerk herkennen. 13Draadloze verbinding tot stand brengen. 14Voorzieningen van het besturingssysteem gebruiken. 14WLAN gebruiken. 14Verbinding maken met een bestaand WLAN. 14Een nieuw draadloos netwerk installeren. 15Draadloos netwerk beveiligen. 15Roamen naar een ander netwerk. 16Verbinding maken met een bekabeld netwerk. 16Een modem gebruiken (alleen bepaalde modellen). 16Modemkabel aansluiten. 16Modemkabeladapter voor specifieke landen/regio's aansluiten. 17Verbinding maken met een lokaal netwerk (LAN) (alleen bepaalde modellen).
31Lage acculading herkennen. 31Problemen met lage acculading verhelpen. 31Lage acculading verhelpen wanneer een externe voedingsbronbeschikbaar is. 31Lage acculading verhelpen wanneer een opgeladen accubeschikbaar is. 31Lage acculading verhelpen wanneer geen voedingsbronbeschikbaar is. 31Lage acculading verhelpen wanneer de computer dehibernationstand niet kan beëindigen. 32Accuvoeding besparen. 32Accu opbergen. 32Afvoeren van afgedankte accu's. 32vi.
Taal van setupprogramma wijzigen. 55Navigeren en selecteren in het setupprogramma. 55Systeeminformatie weergeven. 56Fabrieksinstellingen in setupprogramma herstellen. 56Het setupprogramma afsluiten. 56BIOS bijwerken. 56BIOS-versie bepalen. 58BIOS-update downloaden. 58Bijlage A Problemen oplossen en ondersteuning. 59Problemen oplossen. 59De computer kan niet worden opgestart. 59Het computerscherm is leeg. 59De software werkt niet goed. 59De computer is ingeschakeld maar reageert niet. 60De computer is ongebruikelijk heet. 60Een extern apparaat werkt niet. 60De draadloze netwerkverbinding werkt niet. 61Contact opnemen met de klantenondersteuning. 61Labels. 61Bijlage B Onderhoud. 63Richtlijnen voor schoonmaken. 63Schoonmaakproducten. 63Schoonmaakprocedures. 63Beeldscherm schoonmaken. 63Zijkanten en bovenkant schoonmaken. 64Touchpad en toetsenbord schoonmaken.
1Welkom●Nieuwe functies●Informatie zoekenNadat u de computer gebruiksklaar hebt gemaakt en hebt geregistreerd, moet u de volgende stappenuitvoeren:●Maak verbinding met internet: configureer een bekabeld of draadloos netwerk waarmee uverbinding kunt maken met internet. Raadpleeg Netwerk op pagina 13 voor meer informatie. ●Raak vertrouwd met de computer: maak kennis met de voorzieningen van uw computer. Raadpleeg Vertrouwd raken met de computer op pagina 3 en Toetsenbord encursorbesturing op pagina 19 voor aanvullende informatie. ●Zoek geïnstalleerde software: toegang tot een overzicht van de vooraf op de computergeïnstalleerde software. Selecteer Computer > More Applications (Meer applicaties). Raadpleeg de instructies van de softwarefabrikant voor verdere informatie over het gebruik vande software die bij de computer is geleverd.
Deze instructies kunnen bij de software zijnverstrekt of kunnen op de website van de fabrikant staan. OPMERKING: Selecteer Computer (Computer) > Help (Help) voor informatie over het gebruikvan de bij de computer meegeleverde software. U kunt ook de instructies van desoftwarefabrikant raadplegen. Deze instructies kunnen bij de software zijn verstrekt of kunnenop de website van de fabrikant staan. ●Programma's en stuurprogramma's bijwerken: werk uw programma's en stuurprogramma'sregelmatig bij tot de nieuwste versies. Als u de computer aanmeldt, dan worden de nieuwsteversies van de programma's en stuurprogramma's automatisch op de computer bijgewerkt. Als uzich aanmeldt, kunt u ervoor kiezen automatisch op de hoogte te worden gebracht vanbeschikbare updates. Gedurende 90 dagen wordt u automatisch op de hoogte gehouden vanbeschikbare updates van het besturingssysteem. U kunt ook http://www.
●Aanwijzingen voor een optimale werkplek, een goede houdingen gezonde werkgewoonten●Informatie over elektrische en mechanische veiligheidBoekje Worldwide Telephone Numbers(Telefoonnummers voor wereldwijde ondersteuning)Dit boekje wordt bij de computer geleverd. Telefoonnummers voor ondersteuning van HPWebsite van HPVoor deze website gaat u naar http://www. hp. com/support. ●Informatie over ondersteuning●Onderdelen bestellen en aanvullende ondersteuning vinden●Updates van software, stuurprogramma's en BIOS(setupprogramma)● Accessoires die voor het apparaat beschikbaar zijnBeperkte garantie*U kunt als volgt de garantie weergeven:Selecteer Computer (Computer) > Help. – of –Ga naar http://www. hp. com/go/orderdocuments.
Garantiegegevens*Beperkte-garantieverklaringDe specifiek toegekende HP beperkte garantie die van toepassing is op uw product, kunt u vinden in de elektronischehandleidingen op de computer en/of op de cd/dvd die is meegeleverd in de doos. Voor sommige landen of regio's wordt eengedrukte versie van de HP beperkte garantie meegeleverd in de doos. In landen of regio's waar de garantie niet in drukvormwordt verstrekt, kunt u een gedrukt exemplaar aanvragen. Ga naar http://www. hp.
com/go/orderdocuments of schrijf naar:●Noord-Amerika: Hewlett-Packard, MS POD, 11311 Chinden Blvd, Boise, ID 83714, VS●Europa, Midden-Oosten, Afrika: Hewlett-Packard, POD, Via G. Di Vittorio, 9, 20063, Cernusco s/Naviglio (MI), Italië●Azië en Stille Oceaan: Hewlett-Packard, POD, P. O. Box 200, Alexandra Post Office, Singapore 911507Neem in de brief het productnummer, de garantieperiode (deze vindt u op het label met het serienummer), uw naam en uwadres op. OPMERKING: Dit product is een leerhulpmiddel, geen speelgoed. Gebruikers jonger dan 10 jaar oud moeten bij hetgebruik van deze computer onder toezicht staan van een volwassene. Dit geldt met name voor het correct en veilig omgaanmet de voeding, de accu en het netsnoer. 2 Hoofdstuk 1 Welkom.
2 Vertrouwd raken met de computer●Bovenkant●Voorkant●Rechterkant●Linkerkant●Beeldscherm●OnderkantBovenkantBovendekselOnderdeel BeschrijvingNetwerklampje Uit: Alle netwerkfuncties zijn uitgeschakeld.Aan: De computer is aangesloten op een bekabeld netwerkof er is een geïntegreerd apparaat voor draadlozecommunicatie, zoals een draadloosnetwerkmodule,ingeschakeld.Bovenkant 3
TouchpadOnderdeel Beschrijving(1)TouchPadlampje Hiermee kunt u het touchpad in- en uitschakelen. Tik tweekeer snel achtereen op het touchpadlampje om hettouchpad in en uit te schakelen.(2) Touchpadzone Hiermee kunt u de aanwijzer (cursor) verplaatsen enonderdelen op het scherm selecteren of activeren.(3) Linkerknop van het touchpad Deze knop heeft dezelfde functie als de linkerknop op eenexterne muis.(4) Rechterknop van het touchpad Deze knop heeft dezelfde functie als de rechterknop op eenexterne muis.4 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
LampjesOnderdeel Beschrijving(1) Touchpadlampje●Aan: het touchpad is uitgeschakeld.●Uit: het touchpad is ingeschakeld.(2) Caps Lock-lampje●Aan: Caps Lock is ingeschakeld.●Uit: Caps Lock is uitgeschakeld.(3)Aan/uit-lampje ● Aan: de computer is ingeschakeld.●Knipperend: de computer staat in de stand-bystand.●Uit: de computer is uitgeschakeld of staat in dehibernationstand.(4)Lampje Geluid uit●Aan: de geluidsweergave van de computer isuitgeschakeld.●Uit: de geluidsweergave van de computer isingeschakeld.(5)Lampje voor draadloze communicatie●Uit: alle apparatuur voor draadloze communicatie isuitgeschakeld.●Aan: de computer is aangesloten op een bekabeldnetwerk of een geïntegreerd apparaat voor draadlozecommunicatie, zoals een draadloosnetwerkmodule, isingeschakeld.Bovenkant 5
VoorkantOnderdeel Beschrijving(1) Ventilatieopening Deze opening zorgt voor luchtkoeling van de interne onderdelen.OPMERKING: de ventilator van de computer start automatischom interne onderdelen te koelen en oververhitting te voorkomen.Het is normaal dat de interne ventilator automatisch aan- enuitgaat terwijl u met de computer werkt.(2) Luidspreker Hiermee wordt het geluid van de computer weergegeven.8 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
RechterkantOnderdeel Beschrijving(1)Audio-uitgang (hoofdtelefoon) Hierop kunt u optionele stereoluidsprekers met eigenvoeding, een hoofdtelefoon, een oortelefoon, een headsetof een televisietoestel aansluiten.WAARSCHUWING! Zet het volume laag voordat u dehoofdtelefoon, oortelefoon of headset opzet. Zo beperkt uhet risico van gehoorbeschadiging. Raadpleeg Informatieover voorschriften, veiligheid en milieu voor aanvullendeinformatie over veiligheid.OPMERKING: Als er een apparaat is aangesloten op deuitgang, is de luidspreker uitgeschakeld.(2)Audio-ingang (microfoon) U kunt hierop een optionele externe microfoon aansluiten.(3) SD Card-lezer Ondersteunt de volgende typen digitale kaarten:●MultiMediaCard (MMC)●Secure Digital High Capacity-kaart (SDHC)(4)USB-poort Hierop kunt u een optioneel USB-apparaat aansluiten.
Alsdeze poort de enige USB-poort is die in gebruik is, danwerkt deze als een USB-poort met eigen voeding.(5) Netwerkactiviteitslampje Knipperend oranje: Er worden gegevens over het netwerkverzonden.(6)RJ-45-netwerkconnector Hierop sluit u een netwerkkabel aan.(7) Netwerkverbindingslampje Groen: De computer is aangesloten op het netwerk.(8)Bevestigingspunt voor eenbeveiligingskabelHiermee bevestigt u een als optie verkrijgbarebeveiligingskabel aan de computer.OPMERKING: van de beveiligingskabel moet in deeerste plaats een ontmoedigingseffect uitgaan. Dezevoorziening kan echter niet voorkomen dat de computerverkeerd wordt gebruikt of wordt gestolen.Rechterkant 9
LinkerkantOnderdeel Beschrijving(1) Ventilatieopening Deze opening zorgt voor luchtkoeling van de interneonderdelen.OPMERKING: de ventilator van de computer startautomatisch om interne onderdelen te koelen enoververhitting te voorkomen. Het is normaal dat de interneventilator automatisch aan- en uitgaat terwijl u met decomputer werkt.(2)Netvoedingsconnector Hierop kunt u een netvoedingsadapter aansluiten.(3) Acculampje●Uit: de computer werkt op accuvoeding.●Oranje: de accu is bijna leeg of heeft een kritiek lageacculading bereikt, of er is een accufout.● Wit: de computer is aangesloten op een externevoedingsbron en de accu is opgeladen.(4)Poort voor externe monitor Hierop kunt u een optionele VGA-monitor of projectoraansluiten.(5)USB-poort Hierop kunt u een optioneel USB-apparaat aansluiten.
Alsdeze poort de enige USB-poort is die in gebruik is, danwerkt deze als een USB-poort met eigen voeding.(6)RJ-11-modemconnector Hierop kunt u een optionele modemkabel aansluiten.10 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
BeeldschermOnderdeel Beschrijving(1) Interne microfoon Hiermee kunt u geluid opnemen.(2) Lampje van de webcam Aan: de webcam is in gebruik.(3) Webcam Hiermee kunt u videobeelden vastleggen en foto's maken.(4) WLAN-antenne* Met deze antennes voor draadloze communicatie wordendraadloze signalen verzonden en ontvangen binnen eendraadloos lokaal netwerk (WLAN).*De antenne is niet zichtbaar aan de buitenkant van de computer. Voor een optimale signaaloverdracht houdt u de directeomgeving van de antenne vrij van obstakels. Voor informatie over de voorschriften voor draadloze communicatie raadpleegtu het gedeelte over uw land of regio in Informatie over voorschriften, veiligheid en milieu. Deze voorschriften vindt u in deHelp.Beeldscherm 11
OnderkantOnderdeel Beschrijving(1) Computerhendel (alleen bepaaldemodellen)Hiermee kunt u de computer dragen.VOORZICHTIG: Sluit de computer voordat u deze met dehendel optilt om het risico van schade aan de computer tebeperken.(2) Onderhoudsdeksel Via dit deksel hebt u toegang tot de vaste-schijfruimte, eengeheugenmoduleslot en de draadloosnetwerkmodule.(3)Accuvergrendeling Hiermee kunt u de accu in de accuruimte vergrendelen.(4) Ventilatieopening Deze opening zorgt voor luchtkoeling van de interneonderdelen.OPMERKING: de ventilator van de computer startautomatisch om interne onderdelen te koelen enoververhitting te voorkomen. Het is normaal dat de interneventilator automatisch aan- en uitgaat terwijl u met decomputer werkt.(5)Accuvergrendeling Hiermee ontgrendelt u de accu uit de accuruimte.(6) Accuruimte Hierin bevindt zich de accu.12 Hoofdstuk 2 Vertrouwd raken met de computer
3Netwerk●Gebruikmaken van een internetprovider●Statuspictogrammen voor draadloze communicatie en netwerk herkennen●Draadloze verbinding tot stand brengen●WLAN gebruiken●Verbinding maken met een bekabeld netwerkOPMERKING: de voorzieningen van internethardware en -software variëren, afhankelijk van hetcomputermodel en uw locatie. Uw computer kan een van de volgende of beide onderstaande typen internettoegang ondersteunen:●Draadloos: voor mobiele internettoegang kunt u een draadloze verbinding gebruiken. RaadpleegVerbinding maken met een bestaand WLAN op pagina 14 of Een nieuw draadloos netwerkinstalleren op pagina 15. ●Bekabeld: u krijgt toegang tot internet door verbinding te maken met een bekabeld netwerk. Gebruikmaken van een internetproviderOm toegang te krijgen tot internet, moet u een account bij een internetprovider openen.
Neem contactop met een lokale internetprovider voor het aanschaffen van een internetservice en een modem. Deinternetprovider helpt u bij het instellen van het modem, het installeren van een netwerkkabelwaarmee u de computer met voorzieningen voor draadloze communicatie aansluit op het modem, enhet testen van de internetservice. OPMERKING: van uw internetprovider ontvangt u een gebruikers-id en wachtwoord voor toegangtot internet. Noteer deze gegevens en bewaar ze op een veilige plek. Statuspictogrammen voor draadloze communicatie ennetwerk herkennenPictogram Naam BeschrijvingDraadloos (verbinding) Geeft aan dat een of meer apparaten voor draadlozecommunicatie zijn ingeschakeld. Status vannetwerkverbindings-pictogram (verbonden)Hiermee wordt aangegeven dat er verbinding is met hetbekabelde netwerk en dat het netwerk actief is.
Draadloze verbinding tot stand brengenUw computer kan zijn voorzien van een of meer van de volgende apparaten voor draadlozecommunicatie:● WLAN-apparaat (wireless local area network)● HP module voor mobiel breedband, een WWAN-apparaat (WWAN: wireless wide area network)●Bluetooth®-apparaatVoorzieningen van het besturingssysteem gebruikenGa als volgt te werk om een bekabeld en/of draadloos netwerkapparaat in- of uit te schakelen:1. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Network Connection (Netwerkverbinding) in hetsysteemvak aan de rechterkant van de taakbalk. 2.
Om een van de volgende apparaten in of uit te schakelen, schakelt u de selectievakjes van eenvan de volgende opties in of uit:● Enable Networking (Netwerk inschakelen) (alle netwerkapparaten)●Enable Wireless (Draadloos netwerk inschakelen)WLAN gebruikenMet een draadloze verbinding wordt de computer verbonden met Wi-Fi-netwerken of WLAN's. EenWLAN bestaat uit andere computers en accessoires die met elkaar zijn verbonden met behulp vaneen draadloze router of een draadloos toegangspunt. Verbinding maken met een bestaand WLAN1. Controleer of het WLAN-apparaat is ingeschakeld. OPMERKING: Raadpleeg Vertrouwd raken met de computer op pagina 3 voor informatie overhet vinden van de knop en het lampje voor draadloze communicatie op de computer. 2. Klik op het pictogram Network Connection (Netwerkverbinding) in het systeemvak aan derechterkant van de taakbalk.
Onder Wireless Networks (Draadloze netwerken) vindt u een lijst met beschikbare draadlozenetwerken. 3. Klik op het correcte draadloze netwerk. Als het netwerk een beveiligd WLAN is, wordt u gevraagd een netwerkbeveiligingscode in tevoeren. Typ de code en klik vervolgens op OK om de verbinding te voltooien.
OPMERKING: Om een verbinding te maken met een netwerk dat niet automatischgedetecteerd wordt, klikt u op het pictogram Network Connection (Netwerkverbinding) enselecteert u Connect to Hidden Wireless Network (Verbinding maken met verborgendraadloos netwerk). Voer de ESSID-gegevens in en stel de versleutelingsparameters in. OPMERKING: Als er geen WLAN's worden weergegeven en uw netwerk niet verborgen is,betekent dit dat u zich buiten het bereik van een draadloze router of toegangspunt bevindt. Als u het netwerk waarmee u een verbinding wilt maken niet ziet, klik dan op het pictogramNetwork Connection (Netwerkverbinding) in het systeemvak aan de rechterkant van detaakbalk en klik vervolgens op Edit Connections (Verbindingen bewerken). 14 Hoofdstuk 3 Netwerk.
Een nieuw draadloos netwerk installerenVereiste apparatuur:●Een breedbandmodem (DSL of kabel) (1) en een snelle internetservice van een ISP (InternetService Provider)● Een draadloze router (afzonderlijk aangeschaft) (2)●De draadloze computer (3)De volgende afbeelding toont een voorbeeld van een draadloze netwerkinstallatie die is aangeslotenop internet. OPMERKING: sommige modems hebben een ingebouwde draadloze router. Vraag bij uwinternetprovider na wat voor type modem u hebt. OPMERKING: Zorg bij het tot stand brengen van een draadloze verbinding dat de computer en dedraadloze router zijn gesynchroniseerd. Om de computer en de draadloze router te synchroniseren,schakelt u de computer en de draadloze router uit en daarna weer in. Naarmate het netwerk groeit, kunnen aanvullende draadloze en bekabelde computers op het netwerkworden aangesloten om toegang tot internet te verkrijgen.
Voor hulp bij het installeren van uw WLAN raadpleegt u de informatie die wordt verstrekt door defabrikant van de router of door uw ISP. Draadloos netwerk beveiligenSchakel bij het instellen van een WLAN of het gebruiken van een bestaand WLAN altijdbeveiligingsvoorzieningen in om uw netwerk te beschermen tegen ongeoorloofde toegang. WLAN's inopenbare gelegenheden (hotspots), zoals cafés en luchthavens bieden mogelijk geen extrabeveiliging. Als u bezorgd bent om de beveiliging van uw computer in een hotspot, beperkt u uwnetwerkactiviteiten tot niet-vertrouwelijke e-mail en eenvoudig surfen op internet. Draadloze radiosignalen hebben bereik tot buiten het netwerk, zodat andere WLAN-apparatenonbeveiligde signalen kunnen ontvangen.
●Versleuteling voor draadloze communicatie–WPA en WPA2 (Wi-Fi Protected Access)versleutelt en ontsleutelt gegevens die via het netwerk worden verzonden. WPA maakt gebruikvan TKIP (Temporal Key Integrity Protocol) om op dynamische wijze een nieuwe sleutel tegenereren voor elk pakket. Bovendien worden voor elke computer op het netwerk anderesleutelsets gegenereerd. WEP (Wired Equivalent Privacy) versleutelt gegevens voordat dezemet een WEP-sleutel verzonden worden. Zonder de correcte sleutel kunnen anderen het WLANniet gebruiken. WLAN gebruiken 15.
Roamen naar een ander netwerkWanneer u uw computer binnen het bereik van een ander WLAN plaatst, probeert hetbesturingssysteem verbinding te maken met dat netwerk. Als dit lukt, wordt automatisch eenverbinding gemaakt tussen uw computer en het nieuwe netwerk. Als het besturingssysteem hetnieuwe netwerk niet herkent, volgt u dezelfde procedure als bij het tot stand brengen van een eersteverbinding met het WLAN.Verbinding maken met een bekabeld netwerkEen modem gebruiken (alleen bepaalde modellen)Een modem moet zijn aangesloten op een analoge telefoonlijn via een 6-pins RJ-11-modemkabel(niet meegeleverd). In sommige landen/regio's is bovendien een specifieke modemkabeladaptervereist. Connectoren voor digitale PBX-systemen lijken mogelijk op analoge telefoonconnectorenmaar zijn niet compatibel met het modem.WAARSCHUWING!
Sluit geen modem- of telefoonkabel aan op een RJ-45-netwerkconnector, omhet risico van een elektrische schok, brand of schade aan de apparatuur te beperken.Als de modemkabel een ruisonderdrukkingscircuit (1) bevat, waarmee storing van de ontvangst vantv- en radiosignalen wordt voorkomen, sluit u de kabel aan op de computer met het uiteinde waar zichhet ruisonderdrukkingscircuit bevindt (2).Modemkabel aansluiten1. Steek de modemkabel in de modemconnector (1) van de computer.16 Hoofdstuk 3 Netwerk
2. Steek de modemkabel in de RJ-11-telefoonaansluiting in de muur (2).Modemkabeladapter voor specifieke landen/regio's aansluitenTelefoonconnectoren verschillen per land/regio. Als u de modem en de modemkabel wilt gebruikenbuiten het land of de regio waarin u de computer hebt aangeschaft, moet u een modemkabeladapteraanschaffen voor specifieke landen/regio's.Volg deze stappen om de modem aan te sluiten op een analoge telefoonlijn die geen RJ-11telefoonconnector heeft:1. Steek de modemkabel in de modemconnector (1) van de computer.2. Steek de modemkabel in de modemkabelconnector (2).3. Steek de modemkabeladapter (3) in de telefoonaansluiting in de muur.Verbinding maken met een bekabeld netwerk 17
Verbinding maken met een lokaal netwerk (LAN) (alleen bepaaldemodellen)Als u verbinding wilt maken met een lokaal netwerk (LAN), hebt u een 8-pins RJ-45-netwerkkabelnodig (niet meegeleverd). Als de netwerkkabel een ruisonderdrukkingscircuit (1) bevat, waarmeestoring van de ontvangst van tv- en radiosignalen wordt voorkomen, sluit u de kabel aan op decomputer met het uiteinde waar zich het ruisonderdrukkingscircuit bevindt (2).Ga als volgt te werk om de netwerkkabel aan te sluiten:1. Sluit de netwerkkabel aan op de netwerkconnector van de computer (1).2. Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op een netwerkaansluiting in de wand (2).WAARSCHUWING! Sluit geen modem- of telefoonkabel aan op een RJ-45-netwerkconnector,om het risico van een elektrische schok, brand of schade aan de apparatuur te beperken.18 Hoofdstuk 3 Netwerk
4 Toetsenbord en cursorbesturing●Toetsenbord gebruiken●Cursorbesturing gebruikenToetsenbord gebruikenHotkeys herkennenHotkeys zijn combinaties van de fn-toets (1) en een van de functietoetsen (2).U gebruikt een hotkey als volgt:▲Druk kort op de fn-toets en druk vervolgens kort op de tweede toets van de hotkeycombinatie.Hotkeycombinatie Beschrijvingfn+f1 Hiermee opent u de Help.De Help bevat zelfstudieprogramma's, antwoorden op vragen en productupdates.fn+f2 Hiermee verlaagt u de helderheid van het beeldscherm.fn+f3 Hiermee verhoogt u de helderheid van het beeldscherm.fn+f4 Hiermee schakelt u tussen de weergaveapparaten die op het systeem zijn aangesloten.
Alsbijvoorbeeld een monitor op de computer is aangesloten, wordt de weergave iedere keer dat u opfn+f4 drukt, geschakeld tussen het scherm van de computer, de monitor, en zowel hetcomputerscherm als de monitor tegelijk.De meeste externe monitoren maken gebruik van de externe-VGA-videostandaard omvideogegevens van de computer te ontvangen. Met de hotkey fn+f4 kunt u de weergave ookschakelen van en naar andere apparaten die weergavegegevens van de computer ontvangen.Toetsenbord gebruiken 19
Hotkeycombinatie Beschrijvingfn+f5 Hiermee speelt u het vorige muziekstuk van een audio-cd of het vorige gedeelte van een dvd of bdaf.fn+f6 Hiermee kunt u een audio-cd, dvd of bd afspelen of het afspelen onderbreken of hervatten.fn+f7 Hiermee stopt u het afspelen van audio of video op een cd, dvd of bd.fn+f8 Hiermee speelt u het volgende muziekstuk van een audio-cd of het volgende gedeelte van een dvdof bd af.fn+f9 Hiermee verlaagt u het geluidsvolume.fn+f10 Hiermee verhoogt u het geluidsvolume.fn+f11 Hiermee schakelt u de geluidsweergave uit (en weer in).fn+f12 Hiermee schakelt u de voorziening voor draadloze communicatie in of uit.OPMERKING: met deze hotkey kunt u geen draadloze verbinding tot stand brengen.
Als u eendraadloze verbinding tot stand wilt brengen, moet er een draadloos netwerk zijn ingesteld.Toetsenblokken gebruikenDe computer ondersteunt een optioneel extern numeriek toetsenblok of een optioneel externtoetsenbord met een numeriek toetsenblok.Optioneel extern numeriek toetsenblok gebruikenBij de meeste externe numerieke toetsenblokken is de werking van de toetsen afhankelijk van het welof niet ingeschakeld zijn van Num Lock. Bijvoorbeeld:●Wanneer Num Lock is ingeschakeld, kunt u met de meeste toetsenbloktoetsen cijfers typen.●Wanneer Num Lock is uitgeschakeld, werken de meeste toetsenbloktoetsen als pijltoetsen, pageup-toets of page down-toets.U schakelt als volgt Num Lock in of uit tijdens het werken met een extern toetsenblok:▲Druk op de num lk-toets op het externe toetsenblok.20 Hoofdstuk 4 Toetsenbord en cursorbesturing
Cursorbesturing gebruikenOPMERKING: naast de bij de computer horende cursorbesturingen kunt u een (afzonderlijk aan teschaffen) externe USB-muis gebruiken door deze aan te sluiten op een van de USB-poorten van decomputer.Voorkeuren voor cursorbesturing instellenSelecteer Computer (Computer) > Control Center (Beheercentrum) > Mouse (Muis) om deinstellingen voor de cursorbesturing, zoals bijvoorbeeld de knopconfiguratie, de kliksnelheid en deopties voor de aanwijzer, aan te passen.Touchpad gebruikenTouchpad in- of uitschakelenTik twee keer snel achtereen op het touchpadlampje om het touchpad in en uit te schakelen. Hettouchpad is uitgeschakeld wanneer het touchpadlampje oranje brandt.NavigerenAls u de aanwijzer wilt verplaatsen, schuift u een vinger over het touchpad in de richting waarin u deaanwijzer wilt bewegen.Cursorbesturing gebruiken 21
5 Multimedia●Actietoetsen voor het afspelen van media gebruiken●Audio●Webcam●Poort voor externe monitor (VGA)De computer beschikt mogelijk over het volgende:●Geïntegreerde luidsprekers●Geïntegreerde microfoons● Geïntegreerde webcam● Vooraf geïnstalleerde multimediasoftware●Multimediaknoppen of toetsenActietoetsen voor het afspelen van media gebruikenAfhankelijk van uw computermodel beschikt u mogelijk over de volgende bedieningselementen voorhet afspelen van media waarmee u een mediabestand kunt afspelen, pauzeren, vooruit spoelen ofterugspoelen:●Mediaknoppen●Mediahotkeys (specifieke toetsen die in combinatie met de fn-toets worden ingedrukt)●Actietoetsen voor mediaOPMERKING: Raadpleeg de handleiding Vertrouwd raken met de computer op pagina 3 enToetsenbord en cursorbesturing op pagina 19 voor informatie over de bedieningselementen voor hetafspelen van media van uw computer.AudioUw computer biedt de mogelijkheid uiteenlopende audiovoorzieningen te gebruiken:●Muziek afspelen.● Hiermee neemt u geluid op.●Muziek downloaden van internet.●Multimediapresentaties maken.●Beeld en geluid overbrengen met expresberichtenprogramma's.●Radioprogramma's streamen (alleen bepaalde modellen).●Audio-cd's maken (branden) met een optionele externe optische-schijfeenheid (apart aan teschaffen).Actietoetsen voor het afspelen van media gebruiken 23
Geluidsvolume aanpassenAfhankelijk van uw computermodel kunt u het volume aanpassen met:●Volumeknoppen●Volumehotkeys● VolumetoetsenWAARSCHUWING. Zet het volume laag voordat u de hoofdtelefoon, oortelefoon of headset opzet. Zo beperkt u het risico van gehoorbeschadiging. Raadpleeg Informatie over voorschriften, veiligheiden milieu voor aanvullende informatie over veiligheid. OPMERKING: U kunt het geluidsvolume ook aanpassen via het besturingssysteem en via bepaaldeprogramma's. OPMERKING: Raadpleeg Vertrouwd raken met de computer op pagina 3 en Toetsenbord encursorbesturing op pagina 19 voor informatie over het type bedieningselementen voor het volumewaarover uw computer beschikt. Audiofuncties controlerenU controleert het systeemgeluid van de computer als volgt:1. Selecteer Computer (Computer) > Control Center (Beheercentrum). 2. Klik op Sound (Geluid). 3.
Selecteer het tabblad Devices (Apparaten), en klik vervolgens op de knop Test (Test) om elkgeluid te testen. U controleert de opnamefuncties van de computer als volgt:1. Selecteer Computer (Computer) > Control Center (Beheercentrum). 2. Klik op het tabblad Devices (Apparaten) en klik vervolgens op de knop Test (Test) naast Soundcapture (Geluid vastleggen). OPMERKING: Voor optimale resultaten tijdens het opnemen spreekt u rechtstreeks in de microfoonen neemt u geluid op in een omgeving die vrij is van achtergrondruis. U kunt de audio-instellingen op uw computer bevestigen of wijzigen door met de rechtermuisknop teklikken op het pictogram Sound (Geluid) in het systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk. WebcamBepaalde computers zijn voorzien van een geïntegreerde webcam, die zich boven aan hetbeeldscherm bevindt.
In combinatie met de vooraf geïnstalleerde software, Cheese, kunt u dewebcam gebruiken om een foto te maken of een video op te nemen. U kunt de gemaakte foto ofvideo-opname weergeven en op de vaste schijf van de computer opslaan.
Met de webcamsoftware kunt u experimenteren met de volgende voorzieningen:●videobeelden vastleggen en delen;●video streamen met software voor expresberichten;●foto's maken. OPMERKING: Klik op het menu Help in de Cheese-software voor informatie over het gebruiken vande webcam. 24 Hoofdstuk 5 Multimedia.
Poort voor externe monitor (VGA)De externe-monitorpoort of VGA-poort is een analoge weergave-interface waarmee u een externVGA-weergaveapparaat aansluit op de computer, zoals een externe VGA-monitor of VGA-projector.▲ Sluit de kabel van het apparaat aan op de externe-monitorpoort om een VGA-weergaveapparaataan te sluiten.OPMERKING: Druk op fn+f4 om het beeld te schakelen tussen de weergaveapparaten die zijnaangesloten op de computer.Poort voor externe monitor (VGA) 25
6 Energiebeheer●Computer afsluiten●Opties voor energiebeheer instellen●Accuvoeding gebruiken●Externe netvoeding gebruikenComputer afsluitenVOORZICHTIG: Als u de computer afsluit zal alle informatie die u niet heeft opgeslagen verlorengaan. Met de opdracht Shut down (Afsluiten) worden alle geopende programma's gesloten, inclusief hetbesturingssysteem, en vervolgens het beeldscherm en de computer uitgeschakeld. Sluit de computer af in de volgende gevallen:●als u de accu wilt vervangen of toegang wilt tot onderdelen in de computer;●als u externe hardware aansluit die niet op een USB-poort kan worden aangesloten;●als u de computer langere tijd niet gebruikt en loskoppelt van de externe voedingsbron.
Voer de volgende stappen uit om de computer uit te schakelen:OPMERKING: Als de computer in de slaapstand of in de hibernationstand staat, moet u eerst deslaapstand of de hibernationstand beëindigen voordat u de computer kunt afsluiten. 1. Sla uw werk op en sluit alle geopende programma's af. 2. Selecteer Computer (Computer) > Shutdown (Afsluiten) > Shut Down (Afsluiten). Als de computer niet reageert en het niet mogelijk is de hierboven genoemde afsluitprocedures tegebruiken, probeert u de volgende noodprocedures in de volgorde waarin ze hier staan vermeld:●Druk op ctrl+alt+delete en klik vervolgens op Shut Down (Afsluiten). ●Druk op de Aan/uit-knop en houd deze minimaal vijf seconden ingedrukt. ● Koppel de externe voedingsbron los en verwijder vervolgens de accu uit de computer.
Opties voor energiebeheer instellenEnergiebesparende standen gebruikenStandaard zijn twee energiebesparende voorzieningen ingeschakeld: de slaapstandvoorziening ende hibernationvoorziening. Wanneer de slaapstand wordt geactiveerd, knipperen de aan/uit-lampjes en wordt het schermleeggemaakt. Uw werk wordt opgeslagen in het geheugen. Het beëindigen van de slaapstand gaatsneller dan het beëindigen van de hibernationstand.
Als de hibernationstand is geactiveerd, wordt uw werk opgeslagen in een hibernationstandbestand opde vaste schijf en wordt de computer uitgeschakeld. VOORZICHTIG: Activeer de slaapstand of de hibernationstand niet terwijl er wordt gelezen van ofgeschreven naar een schijf of een externe-mediakaart. Zo voorkomt u mogelijke verslechtering vande audio- of videokwaliteit, verlies van audio- of video-afspeelfunctionaliteit of verlies van gegevens. OPMERKING: Wanneer de computer in de slaapstand of de hibernationstand staat, is het nietmogelijk om netwerkverbindingen te maken of de computer te gebruiken. Slaapstand activeren of beëindigenStandaard is het systeem zo ingesteld dat de slaapstand wordt geactiveerd als de computer enige tijdinactief is geweest en op accuvoeding of een externe voedingsbron werkt.
U kunt de instellingen voor energiebeheer en de wachttijden wijzigen in het onderdeel PowerManagement (Energiebeheer) van het Control Center (Beheercentrum). Als de computer is ingeschakeld, kunt u op elk van de volgende manieren de slaapstand activeren:●Druk kort op de aan/uit-knop. ●Sluit het beeldscherm. OPMERKING: Dit werkt alleen als de computer op accuvoeding werkt. ●Selecteer Computer (Computer) > Shutdown (Afsluiten) > Suspend (Slaapstand). ●Klik op het pictogram Power (Energie) rechtsonder op de taakbalk en vervolgens opSuspend(Slaapstand). U beëindigt als volgt de slaapstand:▲Druk kort op de aan/uit-knop. Als de slaapstand wordt beëindigd, gaat het aan/uit-lampje branden en verschijnt uw werk op hetpunt waar u was gestopt met werken.
Hibernationstand activeren of beëindigenStandaard is het systeem zo ingesteld dat de hibernationstand wordt geactiveerd als de computerenige tijd inactief is geweest en op accuvoeding of netvoeding werkt of wanneer de acculading eenkritiek laag niveau bereikt. U kunt de instellingen voor energiebeheer en de wachttijden wijzigen in het onderdeel PowerManagement (Energiebeheer) van het Control Center (Beheercentrum).
Als de computer is ingeschakeld, kunt u op elk van de volgende manieren de hibernationstandactiveren:●Druk kort op de aan/uit-knop. ●Selecteer Computer (Computer) > Shutdown (Afsluiten) > Hibernate (Hibernationstand). ●Klik op het pictogram Power (Energie) rechtsonder op de taakbalk en vervolgens op Hibernate(Hibernationstand). U beëindigt als volgt de hibernationstand:▲Druk kort op de aan/uit-knop. Als de hibernationstand wordt beëindigd, gaat het aan/uit-lampje branden en verschijnt uw werk ophet punt waar u was gestopt met werken. Opties voor energiebeheer instellen 27.
Pictogram Power (Energie) gebruikenHet pictogram Power (Energie) bevindt zich in het systeemvak aan de rechterkant van de taakbalk. Via het pictogram Power (Energie) hebt u snel toegang tot de voedingsinstellingen, kunt u deovergebleven acculading bekijken, en een ander energiebeheerschema selecteren. ●Klik op het pictogram Power (Energie) en vervolgens op Information (Informatie) om hetpercentage van de resterende acculading weer te geven. ●Klik op het pictogram Power (Energie) en vervolgens op Preferences (Voorkeuren) om devoorkeuren voor het energiebeheer te openen. Power Options (Energiebeheer) gebruikenPower Management (Energiebeheer) bestaat uit een verzameling systeeminstellingen waarmee hetenergieverbruik van de computer wordt beheerd. U kunt energiebeheer gebruiken om energie tebesparen of de prestaties van de computer te maximaliseren.
U kunt de instellingen van het energiebeheer aanpassen. Huidige instellingen van energiebeheer weergeven▲Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Power (Energie) in het systeemvak aan derechterkant van de taakbalken vervolgens op Preferences (Voorkeuren). Huidige instellingen van energiebeheer wijzigen1. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Power (Energie) in het systeemvak aan derechterkant van de taakbalken vervolgens op Preferences (Voorkeuren). 2. Wijzig indien gewenst de instellingen op het tabblad On AC Power (Netvoeding), On BatteryPower (Accuvoeding) en General (Algemeen). Accuvoeding gebruikenWanneer er zich een opgeladen accu in de computer bevindt en de computer niet is aangesloten opeen externe voedingsbron, werkt de computer op accuvoeding.
Als er een opgeladen accu in de computer is geplaatst en de computer op externe voeding werkt viade netvoedingsadapter, schakelt de computer over op accuvoeding wanneer de netvoedingsadapterwordt losgekoppeld van de computer. OPMERKING: De helderheid van het beeldscherm wordt verlaagd om accuvoeding te besparenwanneer u de computer loskoppelt van de netvoeding. Raadpleeg Toetsenbord en cursorbesturingop pagina 19 voor meer informatie over het verlagen of verhogen van de helderheid van hetbeeldscherm. U kunt een accu in de computer laten zitten of de accu verwijderen en opbergen. Dit is afhankelijkvan de manier waarop u de computer gebruikt. Als u de accu in de computer laat zitten wanneer decomputer is aangesloten op een netvoedingsbron, wordt de accu opgeladen. Bovendien wordt zo uwwerk beschermd in geval van een stroomstoring.
Een accu in de computer wordt echter langzaamontladen wanneer de computer is uitgeschakeld en niet is aangesloten op een externe voedingsbron. WAARSCHUWING. Gebruik om veiligheidsredenen alleen de bij de computer geleverde accu, eendoor HP geleverde vervangende accu of een compatibele accu die als accessoire is aangeschaft bijHP. 28 Hoofdstuk 6 Energiebeheer.
De werktijd van de accu van een computer kan verschillen, afhankelijk van de instellingen voorenergiebeheer, geopende programma's, de helderheid van het beeldscherm, externe apparatuur dieop de computer is aangesloten en andere factoren.Acculading weergeven▲Beweeg de cursor over het pictogram Power (Energie) in het systeemvak aan de rechterkantvan de taakbalk.Accu plaatsen of verwijderenU plaatst de accu als volgt:1. Duw de buitenzijde (1) van de accu in de accuruimte.2. Duw de binnenzijde (2) van de accu omlaag tot de accu vastklikt.3. Schuif de accuvergrendeling (3) naar binnen om de accu in de accuruimte te vergrendelen.U verwijdert de accu als volgt:VOORZICHTIG: bij het verwijderen van een accu die de enige beschikbare voedingsbron voor decomputer vormt, kunnen er gegevens verloren gaan.
Laad de accu van de computer niet op aan boord van een vliegtuig.Wanneer de computer via een netvoedingsadapter of een optionele voedingsadapter op een externevoedingsbron aangesloten is, wordt de accu opgeladen.De accu wordt opgeladen ongeacht of de computer in gebruik is of uit staat, maar het opladenverloopt sneller wanneer de computer is uitgeschakeld.Het opladen kan langer duren wanneer de accu nieuw is, langer dan twee weken niet is gebruikt ofveel warmer of kouder is dan de normale kamertemperatuur.Ga als volgt te werk om de accuwerktijd te verlengen en de nauwkeurigheid van de weergave van deacculading te optimaliseren:●Als u een nieuwe accu oplaadt, wacht u tot de accu volledig is opgeladen voordat u de computerinschakelt.OPMERKING: Als de computer is ingeschakeld wanneer de accu wordt opgeladen, is hetmogelijk dat de Energiemeter in de taakbalk aangeeft dat de accu voor 100 procent isopgeladen, terwijl dit nog niet het geval is.●Laad de accu pas op wanneer deze door normaal gebruik is ontladen tot ongeveer 5 procentvan de volledige lading.●Als de accu één maand of langer niet is gebruikt, is het noodzakelijk de accu te kalibreren inplaats van op te laden.Acculading maximaliserenGa als volgt te werk om de accuwerktijd te maximaliseren:1.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met HP Mini 100e stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Laptop HP
Handleiding Laptop
Nieuwste handleidingen voor Laptop