Honda Forza 125 (2021) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Honda Forza 125 (2021) (148 pagina’s), behorend tot de categorie Scooter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Honda Forza 125 (2021) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Honda |
| Categorie: | Scooter |
| Model: | Forza 125 (2021) |
Handleiding Honda Forza 125 (2021) – volledige tekst
Deze handleiding dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan.Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2020 Honda Motor Co., Ltd.
WelkomVan harte gefeliciteerd met de aanschaf vanuw nieuwe Honda-voertuig. Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in deze handleidingzijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in deze handleidingen op het voertuig.●De volgende codes in deze handleidingduiden de landen aan.●De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type NSS125AD ED.LandcodesCode LandNSS125ADE, E VKⅤ ED, ED Directe verkoop EuropaⅣ *De specificaties kunnen van land tot landverschillen.
Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig iseen belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerdeveiligheidsbeslissingen te nemen, hebben wijbedieningsprocedures en andere informatie in dezehandleiding en op veiligheidslabels verstrekt. Dezeinformatie maakt u attent op potentiële gevarenwaardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of nietmogelijk om u te waarschuwen voor alle gevarendie kunnen optreden bij het rijden op enonderhouden van een voertuig.
U moet dan ookuw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:●Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan door eenwaarschuwingssymbool en een van de driewaarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging vanuw voertuig, andere eigendommenof het milieu te voorkomen.
VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:●Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in deze handleiding zijn beschreven.●Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.●Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kledinghet aantal en de ernst van hoofdletsel en ander letselaanzienlijk kunnen verminderen. Draag dus altijd eengoedgekeurde helm en beschermende kleding.2BLZ. 11Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditiebent, geconcentreerd bent en niet onder deinvloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoordat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.
Draag duopassagiers op om zich aan dehandgrepen of aan uw middel vast te houden, metu mee te leunen tijdens het schuinleggen van hetvoertuig in bochten en hun voeten altijd op devoetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuigstilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg
Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral 's avonds,door heldere reflecterende kleding te dragen, te rijden opplaatsen waar andere bestuurders u kunnen zien, uwrichting aan te geven voordat u afslaat of van rijstrookverandert en uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcohol of drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen. Zelfséén alcoholisch drankje kan uw vermogen om opwisselende omstandigheden te reageren verminderen enuw reactiesnelheid wordt minder na elk aanvullenddrankje. Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs.
Rijdniet onder de invloed van alcohol of drugs en laat uwvrienden dit ook niet doen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten ( BLZ. 18), bouw uw voertuig2niet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken ( BLZ. 17).2Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4
Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas.
Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheid koolmonoxi-de bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5
LabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangingslabel.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.
Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.LabelsVeiligheid van het voertuig6
ACCULABELGEVAAR•Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu.Accu's produceren explosief gas dat een explosie kanveroorzaken.•Draag een beschermbril en rubberen handschoenen bijhet hanteren van de accu, anders kunt u brandwondenoplopen of uw gezichtsvermogen verliezen door hetelektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accu aanrakentenzij ze op de hoogte zijn van de voorschriften voor hethanteren van accu's en de hieraan verbonden gevaren.•Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van deaccuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat.Contact met uw huid of ogen kan brandwondenveroorzaken of leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.•Lees deze handleiding aandachtig door en zorg ervoordat u de inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert.Het niet opvolgen van de instructies kan lichamelijk letselen beschadiging van het voertuig veroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje.
STICKER RADIATEURDOPGEVAARNOOIT OPENEN BIJ WARME MOTOR.Hete koelvloeistof veroorzaakt brandwonden.De overdrukklep opent bij .108 kPaWAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGACCESSOIRES EN BELADING•De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnennadelig worden beïnvloed door de toevoeging van accessoires enbagage.•Lees de instructies in de gebruikers- en montagehandleidingaandachtig door voordat u een accessoire monteert.•Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan , oftewel180 kgde maximale gewichtscapaciteit.•Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan onder alle19 kgomstandigheden.•Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordtniet aanbevolen.LabelsVeiligheid van het voertuig8
VEILIGHEIDSLABELDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.BRANDSTOFLABELUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentLABEL BELADINGSLIMIETMaximaal .10 kgLABEL BELADINGSLIMIETUitsluitend type V E, IV EDMaximaal .5,0 kgLABEL BELADINGSLIMIETMaximaal .1,5 kgLabelsVeiligheid van het voertuig10
Rijd defensief en houd altijdrekening met de weers- en wegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijk zichtbaarzijn en de juiste afmetingen voor uw hoofd hebben●De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt.●Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig11
Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.●Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.●Vermijd abrupt remmen.●Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:●Vermijd sterk afremmen.uDoor plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.uGa waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.●Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.uDe banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.●Vermijd continu remmen.uDoor herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig12
#Antiblokkeersysteem (ABS)Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat deremmen blokkeren tijdens abrupt remmen.●ABS verkort de remweg niet. In bepaaldegevallen kan het gebruik van het ABS-systeemeen langere remweg tot gevolg hebben.●ABS werkt niet bij snelheden lager dan 5 km/h.●Het kan zijn dat de remhendels licht terugspringenwanneer u de rem bedient.
Dit is normaal.●Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbandenom de werking van het ABS te waarborgen.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren●Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.●Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.●Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.●Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Om de kans op diefstal te verkleinen, moet ualtijd het stuur en de contactschakelaarvergrendelen ( BLZ.
51) en de Honda SMART2Key meenemen als u uw voertuig achterlaat.Deactiveer het Honda SMART Key-systeemindien nodig. BLZ. 462Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13Vervolg
#Parkeren op de zijstandaard of demiddenbok1.Zet de motor uit.2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.Middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linkerstuurgreep en delinkerhandgreep vast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.3.Draai het stuur volledig naar links.uHet draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Zet de contactschakelaar in de stand (Lock)( BLZ. 44) en vergrendel de contactschakelaar2( BLZ. 51).2Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14LinkerstuurgreepLinkerhandgreep Middenbok
Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:●Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.●Gebruik benzine met het aanbevolenoctaangetal. Het gebruik van benzine met eenlager octaangetal heeft een verminderdemotorprestatie tot gevolg.●Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. BLZ. 1372●Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig15Vervolg
Honda Selectable Torque ControlAls de Honda Selectable Torque Control wielspinvan het achterwiel detecteert tijdens acceleratie,wordt het koppel naar het achterwiel verlaagd.Torque Control werkt niet tijdens het vertragen envoorkomt niet dat het achterwiel wegglijdt tijdenshet remmen op de motor. Sluit de gashendel nietabrupt, zeker niet wanneer u op gladdeoppervlakken rijdt.Torque Control biedt mogelijk geen compensatievoor een ruw wegdek of snelle bediening van degashendel.
Houd altijd rekening met de weg- enweersomstandigheden en uw vaardigheden enconditie als u de gashendel bedient.Als uw voertuig is vastgelopen in modder, sneeuwof zand, kunt u het mogelijk gemakkelijker losrijdendoor Torque Control tijdelijk uit te schakelen.Het tijdelijk uitschakelen van Torque Control kanook helpen om de controle en het evenwicht tebewaren wanneer u op terrein rijdt.Gebruik altijd de aanbevolen banden en de Hondaoriginele onderdelen voor het aandrijfsysteem,zoals de aandrijfriem en de gewichtrollen, om eengoede werking van het Torque Control-systeem tegaranderen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig16
Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuigte installeren, moet u nagaan of dit veilig en legaalis.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.
Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig17
Beladen●Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid die isafgestemd op de belading.●Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/Maximaalbagagegewicht 2BLZ. 139●Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in deze handleiding.BeladenVeiligheid van het voertuig18
BasishandelingenBedieningshandleiding20#Inspectie voor het rijden (BLZ.77)Voor een veilige rit dient u uw voertuigeerst zorgvuldig te inspecteren.#Accelereren (BLZ.62)Draai het gas geleidelijk open.Houd u aan de snelheidslimiet.Het gebruik van basisfuncties.• Instrumenten (BLZ.24)•Controlelampjes (BLZ.40)• Schakelaars (BLZ.42)• Stuurslot (BLZ.44)#Motor starten (BLZ.59)Start de motor en laat deze warmdraaien.Drijf het toerental niet op.#Voertuig starten(BLZ.62)Geef, voor u wegrijdt, uw richting aanmet de richtingaanwijzerschakelaar encontroleer of er ander verkeer is.•Honda SMART Key-systeem(BLZ.45)•Stop-/startsysteem(BLZ.55)•Responssysteem (BLZ.53)
Bedieningshandleiding21#Remmen (BLZ.62)Draai de gashendel dicht enbedien de voor- en achterremtegelijk.uHet remlicht geeft aan dat uremt.#Parkeren (BLZ.13)#StoppenGeef, als u de weg gaat verlaten,tijdig richting aan. Verlaat de wegsoepel.#Bochten nemenRem voordat ueen bocht neemt.Draai de gashendel geleidelijkweer open zodra u de bochtuit bent.#Tanken (BLZ.63)Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond. Gebruik de standaarden vergrendel het stuurslot.
InstrumentenBedieningshandleiding24Rode zone toerentellerSnelheidsmeterLET OPLaat de motor niet draaien metde toerenteller in de rode zone.Een te hoog motortoerentalkan de levensduur van demotor nadelig beïnvloeden.Toerenteller(te hoog motortoerentalbereik)DisplaycontroleWanneer de contactschakelaar op (On) wordt gezet, slaan de naalden van de snelheidsmeteren de toerenteller één keer uit naar de maximale stand op de wijzerplaat en worden alle modien digitale segmenten weergegeven. Als een deel van deze displays niet wordt weergegevenzoals het hoort, laat uw dealer dan controleren op problemen.Deze toont uw snelheid in kilometer per uur(km/h) en/of mijl per uur (mph), afhankelijkvan de uitvoering.INFO A-toetsINFO B-toets
#Kilometerteller [TOTAL]Totale afgelegde afstand.Als "------" wordt weergegeven, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.#Ritteller [TRIP A/B]Afstand gereden na het terugstellen van rittellerA of ritteller B.Als "-----.-" wordt weergegeven, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.Om de ritteller terug te stellen: (BLZ.30)#Huidig brandstofverbruik [CONS.]Toont het huidige of momentelebrandstofverbruik.Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 km/L (L/100kmmile/gal of mile/L).●Als uw snelheid lager is dan ongeveer 5 km/h: "---.-"wordt weergegeven.●Als de berekende waarde 299.9 km/L (L/100km,mile/gal of mile/L) of meer is: "299.9 km/L (L/100kmmile/gal of mile/L)" wordt weergegeven.Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Bedieningshandleiding27Vervolg
#Gemiddeld brandstofverbruik [AVGCONS.]Toont het gemiddelde brandstofverbruik sindshet terugstellen van de geselecteerde ritteller.Het gemiddelde brandstofverbruik wordtberekend op basis van de waarde weergegevenop de geselecteerde ritteller (A of B).Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 km/L (L/100kmmile/gal of mile/L).●Beginweergave: "---.-" wordt weergegeven.●Als de berekende waarde 299.9 km/L(L/100km, mile/L of mile/gal) of meer is:"299.9 km/L (L/100km mile/gal of mile/L)"wordt weergegeven.●Als het gemiddelde brandstofverbruik wordtteruggesteld: "---.-" wordt weergegeven.Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Het gemiddelde brandstofverbruikresetten: (BLZ.30)Bedieningshandleiding28Instrumenten (Vervolg)
#Verstreken tijd [ELAPSED]Toont de verstreken tijd die de motor heeftgedraaid sinds het terugstellen van degeselecteerde ritteller.Weergavebereik: 00:00 tot 199:59(uren:minuten)●De verstreken tijd keert terug naar 00:00wanneer de waarde hoger is dan 199:59.De verstreken tijd terugstellen: (BLZ.30)#Beschikbare rijafstand [RANGE]Geeft de geschatte afstand aan die u kuntafleggen met de resterende brandstof. Deaangegeven beschikbare rijafstand wordtberekend op basis van de rijomstandigheden.Het aangegeven cijfer geeft niet altijd dewerkelijke beschikbare afstand aan.●Beginweergave: "---" wordt weergegeven.●Wanneer de berekende afstand minder isdan 5 km of de hoeveelheid resterendebrandstof minder is dan 1,0 liter: "---" wordtweergegeven.Als "---" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Bedieningshandleiding29Vervolg
#De ritteller, het gemiddeldebrandstofverbruik en de verstrekentijd terugstellenOm ritteller A, het gemiddelde brandstofver-bruik en de verstreken tijd (die zijn gebaseerdop ritteller A) samen terug te stellen, houdt u deINFO A-toets ingedrukt terwijl ritteller A wordtweergegeven.Om ritteller B, het gemiddelde brandstofver-bruik en de verstreken tijd (die zijn gebaseerdop ritteller B) samen terug te stellen, houdt u deINFO A-toets ingedrukt terwijl ritteller B wordtweergegeven.Bedieningshandleiding30Instrumenten (Vervolg)Ritteller ARitteller A ge-middeld brand-stofverbruikRitteller A ver-streken tijdofRitteller AofRitteller BRitteller B ge-middeld brand-stofverbruikRitteller B ver-streken tijdofRitteller Bof
#KoelvloeistoftemperatuurmeterWanneer de koelvloeistof de gespecificeerde tempe-ratuur overschrijdt, knippert H en gaat het controle-lampje hoge koelvloeistoftemperatuur branden.Als het gaat branden tijdens het rijden:(BLZ.104)#LuchttemperatuurmeterToont de omgevingstemperatuur.Weergavebereik: −10 tot 50°C●Onder −10°C: "---" wordt weergegeven●Boven 50°C: 50°C knippert gaat branden wanneer de buitentemperatuur la-ger is dan 3°C, en gaat uit wanneer een buitentempe-ratuur van 5°C wordt bereikt nadat aan ging. Detemperatuuraflezing kan onjuist zijn bij lage snelhedenvanwege de reflecterende warmte.#AccuspanningsmeterGeeft de huidige spanning weer.#BrandstofniveaumeterResterende brandstof wanneer alleen het 1e (E)segment gaat knipperen: ongeveer 1,8 L.Dit segment knippert als de hoeveelheidbrandstof verder vermindert.LET OPU moet tanken wanneer de waarde segment E (1e)nadert.
#Indicator olieverversingDe indicator gaat branden wanneer de geredenafstand het geprogrammeerde olie-intervalbereikt.Wanneer de indicator voor olieverversingverschijnt, moet u de indicator resetten na hetverversen van de olie.uDe indicator gaat pas uit nadat deze is gereset.Type ED, EDⅣ uDe indicator voor olieverversing verschijnt voorde eerste keer als de gereden afstand 1000 kmbereikt.uDe indicator voor olieverversing verschijnttelkens als de gereden afstand 6000 km bereiktna de eerste keer dat de indicator is gereset.Type E, EⅤ uDe indicator voor olieverversen verschijnt voor deeerste keer als de gereden afstand 960 km bereikt.uDe indicator voor olieverversen verschijnttelkens als de gereden afstand 6400 km bereiktna de eerste keer dat de indicator is gereset.Als u de olie ververst voordat de indicator voor olie-verversen gaat branden, reset dan de indicator voorolieverversen nadat de olie is ververst.Indicator olieverversen resetten (BLZ.34 )U kunt ook de resterende afstand tot hetvolgende interval voor het verversen van de oliecontroleren.De resterende afstand controleren (BLZ.34 )Bedieningshandleiding32Instrumenten (Vervolg)Indicator voor olieverversen
#OnderhoudsindicatorDe indicator gaat branden als de gereden af-stand het geprogrammeerde onderhoudsinter-val bereikt.Wanneer de onderhoudsindicator verschijnt,moet u de indicator resetten na het uitvoerenvan het periodieke onderhoud.
(BLZ.74 )uDe indicator gaat pas uit nadat deze is gereset.Type ED, EDⅣ uDe onderhoudsindicator verschijnt voor deeerste keer als de gereden afstand 1000 kmbereikt.uDe onderhoudsindicator verschijnt telkens alsde gereden afstand 6000 km bereikt na deeerste keer dat de indicator is gereset.Type E, EⅤ uDe onderhoudsindicator verschijnt voor deeerste keer als de gereden afstand 960 kmbereikt.uDe onderhoudsindicator verschijnt telkens als degereden afstand 6400 km bereikt na de eerstekeer dat de indicator is gereset.Als het periodieke onderhoud wordt uitgevoerdvoordat de onderhoudsindicator gaat branden,moet u de indicator resetten nadat hetperiodieke onderhoud is uitgevoerd.De onderhoudsindicator resetten (BLZ.34 )U kunt ook de resterende afstand tot devolgende onderhoudsbeurt controleren.De resterende afstand controleren (BLZ.34 )Bedieningshandleiding33VervolgOnderhoudsindicator
#De resterende afstand controlerenU kunt de resterende afstand tot de volgendeolieverversing en onderhoudsbeurt controleren.Wanneer de INFO A-toets en de INFO B-toetstegelijk worden ingedrukt, wordt elkeresterende afstand kort weergegeven.#Indicator voor olieverversen enonderhoudsindicator resettenaHoud de INFO A-toets en de INFO B-toetsingedrukt terwijl u de contactsleutel in de stand (On) draait en houd de INFO A-toets en deINFO B-toets ingedrukt totdat de indicatorvoor olieverversen en de resterende afstandbeginnen te knipperen.uAls er ongeveer 30 seconden niet op detoetsen wordt gedrukt, schakelt debediening automatisch om naar denormale weergave.Bedieningshandleiding34Instrumenten (Vervolg)Resterendeafstand olieverversenResterendeafstandonderhoud
bDruk op de INFO B-toets.De indicator voor olieverversing en deresterende afstand worden gereset, en deonderhoudsindicator en de resterendeafstand beginnen te knipperen nadat hetvolgende olieverversingsinterval kort werdweergegeven.uAls de indicator voor olieverversen en deresterende afstand niet gereset hoeven teworden, drukt u op de INFO A-toets.cDruk op de INFO B-toets.De onderhoudsindicator en de resterendeafstand worden gereset, waarna het displayterugkeert naar de normale weergave nadathet volgende onderhoudsinterval kort werdweergegeven.uAls de onderhoudsindicator en deresterende afstand niet gereset hoeven teworden, drukt u op de INFO A-toets.Bedieningshandleiding35Vervolg
Display instellenSequentieel wijzigen van de volgende items.• Instelling van tijdsindeling• Klok instellen• Helderheid achtergrondverlichting instellen•Uitsluitend type E, EⅤ Eenheid kilometerstand wijzigen•Eenheid van brandstofverbruikmeter wijzigenAls de contactschakelaar in de stand (Off)wordt gezet of er ongeveer 30 seconden nietop de toets wordt gedrukt, wordt de bedieningautomatisch omgeschakeld van de instelmodusnaar de normale weergave.Als er niet op de toets wordt gedrukt gedurendeongeveer 30 seconden, worden items waarvoorde instelling aan de gang is genegeerd en wordenalleen items met voltooide instellingen toegepast.Pas als de contactschakelaar op (Off) wordt gezet,worden items waarvoor de instelling aan de gang isen items met voltooide instellingen toegepast.Bedieningshandleiding36Instrumenten (Vervolg)Klok instellenInstelling van tijdsindelingNormale weergaveHoud de INFO A-toets en de INFO B-toets ingedruktDruk op de INFO B-toetsUitsluitend type E, EⅤ Eenheid kilometerstand wijzigenEenheid van brandstofverbruikmeter wijzigenHelderheid achtergrondverlichting instellen
1 Tijdsindeling instellen:U kunt de tijdsindeling omschakelen tussen 12-uurindeling en 24-uurindeling.aZet de contactschakelaar in de stand (On).bHoud de INFO A-toets en de INFO B-toetsingedrukt, de huidige tijdsindeling begint teknipperen.cDruk op de INFO A-toets om "12 hr" of "24 hr"te selecteren.dDruk op de INFO B-toets. De tijdsindeling isingesteld en het display schakelt over naar hetinstellen van de klok.2 Klok instellen:aDruk op de INFO A-toets totdat het gewensteuur wordt weergegeven.uHoud de INFO A-toets ingedrukt om deuren versneld vooruit te laten gaan.bDruk op de INFO B-toets. De minutenbeginnen te knipperen.cDruk op de INFO A-toets totdat de gewensteminuten worden weergegeven.uHoud de INFO A-toets ingedrukt om deminuten versneld vooruit te laten gaan.Bedieningshandleiding37Vervolgof
dDruk op de INFO B-toets. De klok is ingestelden het display schakelt over naar helderheidachtergrondverlichting instellen.3 Helderheid achtergrondverlichting instellen:U kunt een van de vijf helderheidsniveaus instellen.aDruk op de INFO A-toets. De helderheid wordtomgeschakeld.bType E, EⅤ Druk op de INFO B-toets. De achtergrond-verlichting is ingesteld en het display scha-kelt over naar het wijzigen van de eenheidvoor de kilometerstand.Type ED, EDⅣ Druk op de INFO B-toets. De achtergrond-verlichting is ingesteld en het display scha-kelt over naar het wijzigen van de eenheidvan de brandstofverbruikmeter.4 Eenheid kilometerstand wijzigen:Uitsluitend type E, EⅤ aDruk op de INFO A-toets om "km" of "mile" te selecteren.bDruk op de INFO B-toets.
ControlelampjesBedieningshandleiding40PGM-FI storingslampje (elektronisch-geregelde brandstofinspuiting) (MIL)Gaat kort branden als de contactschakelaar inde stand (On) wordt gezet.Als deze gaat branden terwijl de motordraait: (BLZ.105)Als het gaat branden tijdens hetrijden: (BLZ.106)ABS-controlelampje(antiblokkeersysteem)Als één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat uw dealer dancontroleren op problemen.Gaat branden wanneer de verificatie van het voer-tuig en Honda SMART Key is voltooid en de con-tactschakelaar kan worden gebruikt.Als de Honda SMART Key indicator-knippert: (BLZ.108)Gaat uit als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet.Gaat branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet. Gaat uit bij een snel-heid van ongeveer 5 km/hHonda SMART Key-indicator
Bedieningshandleiding41IndicatorgrootlichtRichtingaanwijzerlinksRichtingaanwijzer rechtsIndicator hogekoelvloeistoftemperatuurAls deze gaat branden tijdenshet rijden: (BLZ.104)Gaat kort branden als de contactschakelaarin de stand (On) wordt gezet. Indicator stop-/startsysteemGaat kort branden wanneer destop-/startschakelaar in de stand (Idling Stop) staat terwijl decontactschakelaar op (On) staat.Als deze gaat branden tijdens het rijden: (BLZ.107 )●Knippert als Torque Control in werking is.●Gaat branden als de contactschakelaar in de stand (On) wordtgezet. Gaat uit als u ongeveer 3 km/h rijdt om aan te geven datTorque Control klaar is voor gebruik. Indicator Torque ControlGaat branden als TorqueControl wordt uitgeschakeld. Indicator TorqueControl OFF
SchakelaarsBedieningshandleiding42Dimlichtschakelaar/passeerlichtschakelaar• : Grootlicht• : DimlichtStartknopRichtingaanwijzerschakelaaruDoor op de schakelaar te drukken, wordt derichtingaanwijzer uitgeschakeld.ClaxonknopKan op uit of aan worden gezetwanneer de contactschakelaar inde stand (On) staat.Alarmknipperlichtschakelaar• : Knipperen met het grootlicht.Stop-/startsysteem: (BLZ.55 )• (Idling): Het stop-/startsysteem is uit.• (Idling Stop): Het stop-/startsysteem is aan.Stop-/startschakelaarSchakelt het stop-/startsysteem in/uit.
Bedieningshandleiding43Vervolg ContactschakelaarContactschakelaar ontgrendelen:(BLZ.50) (On)Schakelt het elektrische systeemin voor het starten/rijden.SEAT FUELBedient de schakelaar voor hetopenen van de brandstoftank-klep en het zadel. (Lock)Vergrendelt het stuur en hethandschoenenkastje. (Off)Schakelt de motor uit. Stelschakelaar windschermDruk omhoog of omlaag om dehoogte van het windscherm af testellen. (BLZ.99)Schakelt het elektrische systeemin/uit, vergrendelt het stuur en hethandschoenenkastje en bedientde schakelaar voor het openenvan de brandstoftankklep en hetzadel.Houd de schakelaar ingedrukt omTorque Control in en uit te schakelen.(BLZ.58) Torque Control-schakelaar
StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links of rechts.bDuw de contactschakelaar omlaag en zet dezein de stand (Lock).uContactschakelaar ontgrendelen(BLZ.50)uDraai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.cVergrendel de contactschakelaar. (BLZ.51)#OntgrendelenDuw de contactschakelaar omlaag en zet dezein de stand (Off).uContactschakelaar ontgrendelen (BLZ.50 )Bedieningshandleiding44Schakelaars (Vervolg)ContactschakelaarDuwen Draaien
Honda SMART Key-systeemMet het Honda SMART Key-systeem kunt u dehoofdschakelaar bedienen zonder een sleutel ineen sleutelgat te steken.Het systeem voert een identificatiecontrole inbeide richtingen uit tussen het voertuig en deHonda SMART Key om na te gaan of het degeregistreerde Honda SMART Key betreft.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Deze kunnenmedische apparatuur beïnvloeden, zoals eenpacemaker.Bedieningshandleiding45Vervolg
Het Honda SMART Key-systeem activeren/deactiveren#Het Honda SMART Key-systeemactiveren/deactiverenDruk op de AAN/UIT-knop totdat de LED vande Honda SMART Key van kleur verandert.#De status van het Honda SMART Key-systeem controlerenDruk licht op de AAN/UIT-knop. De LED van deHonda SMART Key geeft de status aan.Als de LED van de Honda SMART Key devolgende kleur heeft:Groen:(actief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanworden uitgevoerd.Rood:(Inactief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kan nietworden uitgevoerd.Bedieningshandleiding46Honda SMART Key-systeem (Vervolg)LEDAAN/UIT-knop
WerkbereikHet werkbereik varieert wanneer decontactschakelaar wordt vergrendeld ofontgrendeld.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Daarom kan hetwerkbereik breder of smaller zijn of werkt hetHonda SMART Key-systeem mogelijk niet goedin de volgende situaties:• Wanneer de batterij van de Honda SMARTKey zwak is.•Als er voorzieningen in de buurt zijn diesterke radiogolven of geluid genereren zoalstv-torens, krachtcentrales, radiostations ofluchthavens.•Als u de Honda SMART Key bij u heeft meteen laptop of draadloos communicatie-apparaat zoals een radio of mobieletelefoon.•Als de Honda SMART Key in contact komt met ofwordt afgedekt door metalen voorwerpen.#Als de contactschakelaar ontgrendeldis:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Bedieningshandleiding47Vervolg
#Als de contactschakelaar vergrendeldis:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Iedereen kan de contactschakelaarontgrendelen en de motor starten als uwHonda SMART Key binnen het werkbereik vanuw voertuig is, ook al bevindt u zich aan deandere kant van een muur of raam. Als u bij uwvoertuig vandaan bent maar de Honda SMARTKey nog wel binnen het werkbereik is, zet danhet Honda SMART Key-systeem uit.Het Honda SMART Key-systeem activeren/deactiveren (BLZ.46)Bedieningshandleiding48Honda SMART Key-systeem (Vervolg)Ongeveer 2 m
Iedereen die in het bezit is van de HondaSMART Key kan de volgende zaken uitvoerenals de Honda SMART Key binnen het werkbereikis:•Motor starten• Contactschakelaar ontgrendelen• Zadelslot ontgrendelen• Brandstoftankklep openen• Stuurslot ontgrendelenU moet de Honda SMART Key altijd bij udragen wanneer u op en van uw voertuig staptof wanneer u rijdt.Leg de Honda SMART Key niet in hetbagagecompartiment of hethandschoenenkastje.Als de contactschakelaar op (On) is gezet, kanhet voertuig ook worden bediend door eenpersoon die niet beschikt over een geverifieerdeHonda SMART Key.Als u uw voertuig hebt geparkeerd, vergrendeldan de stuurinrichting en de contactschakelaar.(BLZ.51)Controleer of de contactschakelaarring uit gaaten alle richtingaanwijzers eenmaal knipperen.Bedieningshandleiding49Vervolg
Contactschakelaar omzetten#Contactschakelaar ontgrendelenaZorg dat de Honda SMART Key is geactiveerd.(BLZ.46)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren.uNadat het systeem is geverifieerd en decontactschakelaar is ontgrendeld, gaan hetcontrolelampje van de Honda SMART Keyen de contactschakelaarring branden.cZet de contactschakelaar in de stand (On) alshet controlelampje van de Honda SMART Keygaat branden.uAls de contactschakelaar niet binnen 20seconden nadat deze is ingedrukt in destand (On) wordt gezet, gaan hetcontrolelampje van de Honda SMART Keyen de contactschakelaarring uit, knipperende richtingaanwijzers eenmaal en wordt decontactschakelaar vergrendeld.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.113)Wanneer iemand zonder Honda SMART Key decontactschakelaar probeert te verdraaien, zal decontactschakelaar vrij ronddraaien.
#Contactschakelaar vergrendelenaZet de contactschakelaar in de stand SEATFUEL, (Off) of (Lock).bVergrendel de contactschakelaar door hetvolgende te doen:• Verlaat het werkbereik met de HondaSMART Key. (BLZ.47)•Druk de contactschakelaar in.• Wacht ongeveer 20 seconden nadat decontactschakelaar van (On) naar SEATFUEL, (Off) of (Lock) is gezet.•Schakel het Honda SMART Key-systeemnaar inactief. (BLZ.46)cControleer of het controlelampje van deHonda SMART Key en de contactschakelaarringuit gaan en de richtingaanwijzers eenmaalknipperen. Dit geeft aan dat decontactschakelaar is vergrendeld.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.113)Bedieningshandleiding51VervolgRing contact-schakelaarContactschakelaar (On)SEAT FUEL (Lock) (Off)
Zorg er altijd voor dat de contactschakelaar inde stand (Off) of (Lock) staat als u hetvoertuig parkeert.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand SEAT FUEL, kan deze slechts eenmaal op (Off) worden gezet.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand (Off), kan de stuurinrichting niet wor-den vergrendeld. Ontgrendel de contactschake-laar om het stuur te vergrendelen.Bedieningshandleiding52Honda SMART Key-systeem (Vervolg)
ResponssysteemHet responssysteem is een mechanisme om delocatie van uw voertuig te bepalen. Wanneer destartblokkering is ingeschakeld en u op deresponsknop van de afstandsbediening druktmet de contactschakelaar in de stand (Off) of (Lock), knipperen de richtingaanwijzers engaat de contactschakelaarring branden om u teinformeren over de locatie van uw voertuig. Decontactschakelaarring brandt ongeveer 1minuut.Het responssysteem maakt gebruik van zwakkeradiogolven. Deze kunnen medische apparatuurbeïnvloeden, zoals een pacemaker.Bedieningshandleiding53VervolgRing con- tactscha-kelaarResponsknop
#WerkingDruk op de responsknop van de Honda SMARTKey.uHet responssysteem werkt niet als decontactschakelaar in de stand (On) staat.Als de contactschakelaar langer dan 10 dagen inde stand (Off) of (Lock) staat, werkt hetresponssysteem niet meer. Wanneer hetsysteem actief is en het voertuig een signaalontvangt door op de responsknop te drukken,blijft het systeem 10 dagen langer actief.Om het systeem te resetten, zet u decontactschakelaar eenmaal in de stand (On).uContactschakelaar ontgrendelen (BLZ.50)Als de accu van het voertuig bijna leeg is, werkthet responssysteem mogelijk niet.Bedieningshandleiding54Responssysteem (Vervolg)
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Honda Forza 125 (2021) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Scooter Honda
Handleiding Scooter
Nieuwste handleidingen voor Scooter