Grundfos Unilift AP12 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Grundfos Unilift AP12 (25 pagina’s), behorend tot de categorie Waterpomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Grundfos Unilift AP12 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Grundfos |
| Categorie: | Waterpomp |
| Model: | Unilift AP12 |
Handleiding Grundfos Unilift AP12 – volledige tekst
Nederlands (NL) Installatie- en bedieningsinstructiesVertaling van de oorspronkelijke Engelse versieInhoud1. Algemene informatie. 1951. 1 Gevarenaanduidingen. 1951. 2 Opmerkingen. 1962. Het product ontvangen. 1962. 1 Het product inspecteren. 1963. Het product installeren. 1963. 1 Locatie. 1963. 2 Mechanische installatie. 1974. Elektrische aansluiting. 1994. 1 De draairichting controleren. 2005. Het product in bedrijf nemen. 2006. Productintroductie. 2006. 1 Bedoeld gebruik. 2016. 2 Te verpompen media. 2016. 3 Identificatie. 2027. Het product onderhouden of repareren 2037. 1 Het product onderhouden. 2047. 2 Olie. 2047. 3 Constructie. 2047. 4 Servicekits. 2047. 5 Verontreinigde pompen. 2048. Problemen met het product opsporen 2058. 1 De motor wordt niet ingeschakeld. 2058. 2 De motorbeveiliging of het thermischrelais wordt na een korte bedrijfstijdgeactiveerd. 2058.
3 De pomp werkt continu of geeft te weinigwater. 2068. 4 De pomp werkt, maar er komt geenwater. 2069. Technische gegevens. 2079. 1 Opslagtemperatuur. 2079. 2 Bedrijfscondities. 2079. 3 Geluidsbelasting. 20710. Het product afvoeren. 2071. Algemene informatieLees dit document voordat u het productinstalleert. De installatie en bedieningmoeten voldoen aan de lokale regelgevingen gangbare gedragscodes. Dit apparaat kan worden gebruikt door kin-deren van 8 jaar en ouder, en personenmet verminderde lichamelijke, zintuiglijkeof geestelijke vermogen of gebrek aan er-varing en kennis als zij onder toezichtstaan of zijn geïnstrueerd in het veilige ge-bruik van het product en als zij de hieraanverbonden risico's begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaatspelen. Het apparaat mag niet worden gereinigden er mag geen onderhoud op worden uit-gevoerd door kinderen die niet onder toe-zicht staan. 1.
GEVAARGeeft een gevaarlijke situatie aan die, alsdeze niet wordt vermeden, zal resulterenin de dood of in ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWINGGeeft een gevaarlijke situatie aan die, alsdeze niet wordt vermeden, zou kunnen re-sulteren in de dood of in ernstig persoonlijkletsel. LET OPGeeft een gevaarlijke situatie aan die, alsdeze niet wordt vermeden, zou kunnen re-sulteren in licht of middelzwaar persoonlijkletsel. De gevarenaanduidingen zijn als volgtgestructureerd:SIGNAALWOORDBeschrijving van gevaarGevolg van negeren van waarschuwing• Actie om het gevaar te vermijden. 195Nederlands (NL).
1. 2 OpmerkingenDe onderstaande symbolen en opmerkingen wordenmogelijk weergegeven in installatie- enbedrijfsinstructies, veiligheidsinstructies en service-instructies van Grundfos. Neem deze instructies in acht voor explo-sieveilige producten. Een blauwe of grijze cirkel met een witgrafisch symbool geeft aan dat een actiemoet worden uitgevoerd. Een rode of grijze cirkel met een diagonalebalk, mogelijk met een zwart grafisch sym-bool, geeft aan dat een actie niet moetworden uitgevoerd of moet worden ge-stopt. Als deze instructies niet in acht worden ge-nomen, kan dit resulteren in technischefouten en schade aan de installatie. Tips en advies om het werk gemakkelijkerte maken. 2. Het product ontvangenWAARSCHUWINGVallende voorwerpenDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Houd het product in een stabiele posi-tie tijdens het uitpakken. ‐ Draag persoonlijke beschermingsmid-delen. 2.
1 Het product inspecterenControleer of het ontvangen product overeenkomtmet wat is besteld. Controleer of het voltage en de frequentie van hetproduct overeenkomen met het voltage en defrequentie van de installatielocatie. 3. Het product installerenVOORZICHTIGToxisch materiaalGering of beperkt persoonlijk letsel‐ Als het product is gebruikt voor eenvloeistof die schadelijk voor de ge-zondheid of giftig is, wordt het aange-merkt als verontreinigd. ‐ Draag persoonlijke beschermingsmid-delen. De installatie dient door speciaal opgeleidpersoneel en volgens de lokale voorschrif-ten te worden uitgevoerd. Volgens EN 60335-2-41/A2:2010 mag ditproduct met netvoedingskabel van 5 meteralleen worden gebruikt voor binnentoepas-singen. 3. 1 LocatieZorg ervoor dat er ten minste 3 m vrije ka-bel boven het vloeistofniveau is.
1 Minimale ruimteBij de dimensionering van de put, het reservoir of detank moet rekening worden gehouden met de relatietussen de waterstroom naar de put, het reservoir ofde tank en de pompcapaciteit. Als de pomp wordt geïnstalleerd in een permanenteinstallatie met een vlotterschakelaar, moeten deminimale afmetingen van put, bassin of tankovereenkomen met de afbeelding hieronder. Devlotterschakelaar wordt ingesteld op de minimale vrijekabellengte. 196Nederlands (NL).
3. 2. 2 De pomp ophijsenTrek niet aan de voedingskabel en hijs hetproduct hier niet aan op. Til de pomp op aan de handgreep. Hijs de pomp nietop aan de voedingskabel of aan de persleiding of -slang. Als de pomp in een put of reservoir is geïnstalleerd,laat u deze zakken of hijst u deze op aan een draadof ketting die aan de handgreep van de pomp isbevestigd. 3. 2. 3 De pomp plaatsenDe pomp kan worden gebruikt in vertikale ofhorizontale positie. Tijdens bedrijf moet de zeef altijdvolledig zijn ondergedompeld in de verpomptevloeistof. Zie de onderstaande afbeelding. Tijdens bedrijf moet de zeef volledig ondergedompeldzijn in de verpompte vloeistof. TM002920Positie van de pompAls de leiding of slang is aangesloten, plaatst u depomp in de bedrijfspositie. Plaats de pomp zodanig dat de pompinlaat nietgeheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd door slib,modder of vergelijkbare stoffen.
Bij permanente opstelling moeten slib, kiezels enz. uitde put worden verwijderd voordat de pomp wordtgeïnstalleerd. 3. 2. 4 LeidingaansluitingVoor permanente installatie adviseren u om eenafsluiter te plaatsen in de persleiding. 3. 2. 5 De kabellengte van de vlotterschakelaaraanpassenBij pompen die met een vlotterschakelaar zijnuitgerust, kan het niveauverschil tussen start en stopworden ingesteld door de vrije kabellengte tussen hetpomphandvat en de vlotterschakelaar te wijzigen. • Een grotere vrije kabellengte resulteert in minderstarten en stoppen en een groot niveauverschil. • Een kortere vrije kabellengte resulteert in meerstarten en stoppen en een klein niveauverschil. Het uitschakelniveau moet zich boven de pompinlaatbevinden om te voorkomen dat de pomp luchtaanzuigt. L12TM002924In- en uitschakelniveausPos.
4. Elektrische aansluitingGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Schakel de voedingsspanning uit voor-dat u werkzaamheden gaat uitvoerenaan het product. ‐ U dient er zeker van te zijn dat de voe-dingsspanning niet per ongeluk kanworden ingeschakeld. GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ De installatie dient via een aardlek-schakelaar met een uitschakelstroomvan minder dan 30 mA te zijn aange-sloten. GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Controleer of de voedingsstekker diebij het product wordt geleverd voldoetaan de lokale voorschriften. ‐ De voedingsstekker moet gebruikma-ken van hetzelfde PE-aansluitsysteemals het stopcontact. Als dat niet het ge-val is, gebruikt u een geschikte adapterin overeenstemming met de plaatselij-ke voorschriften.
GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Voedingskabels zonder stekker moe-ten worden aangesloten op eenstroomonderbreker die is opgenomenin de vaste bedrading in overeenstem-ming met de plaatselijke bedradingsre-gels. Alle elektrische aansluitingen moeten ge-maakt worden door een bevoegd persoonin overeenstemming met de plaatselijkeregelgeving. Afhankelijk van de lokale voorschriften kaneen pomp met een voedingskabel van mi-nimaal 10 m worden gebruikt als de pompwordt gebruikt als een draagbare pompvoor verschillende toepassingen. Zorg ervoor dat het product geschikt is vooraansluiting op het elektriciteitsnet. Spanning enfrequentie staan vermeld op het typeplaatje van depomp. De pomp moet worden aangesloten op een externehoofdschakelaar. Als de pomp niet dicht bij deschakelaar is geïnstalleerd, moet de schakelaarvergrendelbaar zijn.
Driefasenpompen moeten op een externemotorbeveiliging met differentieelblokkering wordenaangesloten. De nominale stroom van demotorbeveiliging moet overeenkomen met deelektrische gegevens op het typeplaatje van depomp.
Als een niveauschakelaar is verbonden met eendriefasenpomp, moet de motorbeveiliging magnetischbedienbaar zijn. Eenfasepompen zijn voorzien van een thermischeschakelaar en vereisen geen extra motorbeveiliging. Als de motor overbelast is, dan schakeltdeze automatisch uit. Wanneer de motor isafgekoeld naar een normale temperatuurzal de pomp automatisch herstarten. 1234TM002011BedradingsschemaPos. Beschrijving1 Geel en groen2 Grijs3 Bruin4 Zwart199Nederlands (NL).
MNL-11~2 3TM1040337BedradingsschemaPos. Beschrijving1 Geel en groen2 Blauw3 Bruin4.1 De draairichting controlerenAlleen driefasenpompenControleer de draairichting altijd wanneer de pompaan een ander net wordt aangesloten.1. Plaats de pomp zodanig dat u de waaier kuntbekijken.2. Laat de pomp gedurende korte tijd werken.3. Let op de draairichting van de waaier. De juistedraairichting wordt aangegeven met een pijl op dezeef (met de klok mee vanaf de onderkantbekeken). Als de waaier in de verkeerde richtingdraait, keert u de draairichting om door twee vande fasen in de motor om te wisselen.Als de pomp is aangesloten op een leidingsysteem,controleert u de draairichting op de volgende wijze:1. Schakel de pomp in en controleer de hoeveelheidwater of de druk.2. Schakel de pomp uit en wissel twee fasen van demotor om.3. Schakel de pomp in en controleer de hoeveelheidwater of de druk.4.
Schakel de pomp uit.Vergelijk de resultaten onder punt 1 en 3. De grootstehoeveelheid water geeft de juiste draairichting aan.5. Het product in bedrijf nemenGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Gebruik de pomp niet in zwembaden,tuinvijvers etc. als er personen in hetwater zijn.Om de draairichting te controleren mag depomp gedurende een zeer korte periodeworden ingeschakeld zonder dat deze on-dergedompeld is in de verpompte vloei-stof.1. Controleer, voordat u de pomp inschakelt, of dezeef op de pomp is aangebracht en isondergedompeld in de verpompte vloeistof.2. Open de afsluiter, indien deze is geplaatst, encontroleer de instelling van de niveauschakelaar.6. Productintroductie123 45TM002913UNILIFT APPos. Beschrijving1 Persopening2 Pompmantel3 Zeef4 Niveauschakelaar5 Handgreep met klem200Nederlands (NL)
6.1 Bedoeld gebruikDe Grundfos UNILIFT AP pomp is een eentrapsdompelpomp die is ontworpen voor het verpompenvan drainagewater.De pomp kan water verpompen dat een beperktehoeveelheid vaste stoffen bevat, maar geen stenen ofvergelijkbare stoffen, zonder verstopt of beschadigdte raken.De pomp is verkrijgbaar voor automatisch enhandmatig bedrijf en kan worden opgesteld in eenpermanente installatie of worden gebruikt alsdraagbare pomp.ToepassingenAP12AP35AP50Leegmaken van ondergelopen kel-ders of gebouwen● ● ●Grondwaterverlaging ● ● ●Verpompen van water uit opvang-putten voor drainagewater.● ● ●Verpompen van water in opvang-putten voor oppervlaktewater mettoevoer vanuit dakgoten, schach-ten, tunnels enz.● ● ●Leegmaken van zwembaden, vij-vers, putten enz.● ● ●Verpompen van vezelbevattend ef-fluent van wasserijen en lichte indu-strieën● ●Verpompen van huishoudelijk afval-water uit septic tanks en slibzuive-ringsystemen.● ●Verpompen van huishoudelijk afval-water zonder toiletafval● ●Onjuiste toepassing van de pomp die, bijvoorbeeld,resulteert in het geblokkeerd raken van de pomp, enslijtage worden niet gedekt door de garantie.6.2 Te verpompen mediaMet de pomp kan water worden verpompt dat eenbeperkte hoeveelheid ronde deeltjes bevat.
Het product onderhouden ofreparerenGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Schakel de voedingsspanning uit voor-dat u gaat werken aan het product.‐ U dient er zeker van te zijn dat de voe-dingsspanning niet per ongeluk kanworden ingeschakeld.VOORZICHTIGScherp elementGering of beperkt persoonlijk letsel‐ Draag persoonlijke beschermingsmid-delen.VOORZICHTIGToxisch materiaalGering of beperkt persoonlijk letsel‐ Als een product is gebruikt in eenvloeistof die schadelijk voor de ge-zondheid of giftig is, wordt het productaangemerkt als verontreinigd.‐ Draag persoonlijke beschermingsmid-delen.VOORZICHTIGBiologisch gevaarGering of beperkt persoonlijk letsel‐ Spoel het product grondig door metschoon water en spoel de producton-derdelen af met water na demontage.‐ Draag persoonlijke beschermingsmid-delen.Als de voedingskabel of de niveauschake-laar beschadigd is, moet deze worden ver-vangen door een door Grundfos erkendservicebedrijf.Service moet door speciaal opgeleidemensen worden uitgevoerd.Hierbij dienen alle regels inzake veiligheid,gezondheid en milieu in acht te wordengenomen.1.
7.1 Het product onderhouden• Controleer de pomp en vervang de olie eenmaalper jaar. Als de pomp wordt gebruikt voor hetverpompen van vloeistoffen die schurendedeeltjes bevatten of als de pomp continu in bedrijfis, moet deze met kortere tussenpozen wordengecontroleerd.• Als de afgetapte olie water of andereverontreinigingen bevat, adviseren wij u deasafdichting te vervangen. Neem contact op metGrundfos Service.7.2 OlieBij een lange bedrijfstijd of continu bedrijf moet deolie als volgt worden vervangen:Vloeistoftempera-tuurDe olie moet worden ver-vangen na20 °C 4500 bedrijfsuren40 °C 3000 bedrijfsuren55 °C 1500 bedrijfsurenDe pomp bevat 78 ml niet-giftige olie.Gebruikte olie dient in overeenstemming met delokale voorschriften te worden afgevoerd.7.3 ConstructieDe constructie van de pomp blijkt uit de onderstaandetabel en afbeelding A, B en C aan het einde van dezeinstructies.Pos.
8. Problemen met het productopsporenGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Schakel de voedingsspanning uit voor-dat u gaat werken aan het product.‐ U dient er zeker van te zijn dat de voe-dingsspanning niet per ongeluk kanworden ingeschakeld.VOORZICHTIGScherp elementGering of beperkt persoonlijk letsel‐ Draag persoonlijke beschermingsmid-delen.VOORZICHTIGToxisch materiaalGering of beperkt persoonlijk letsel‐ Als een product is gebruikt in eenvloeistof die schadelijk voor de ge-zondheid of giftig is, wordt het productaangemerkt als verontreinigd.‐ Draag persoonlijke beschermingsmid-delen.8.1 De motor wordt niet ingeschakeldOorzaak OplossingGeen voedingsspanning. Schakel de elektriciteitstoevoer in.De pomp werd uitgeschakeld door devlotterschakelaar.Pas de vlotterschakelaar aan of vervang deze.De zekeringen zijn doorgebrand.
Vervang de zekeringen.De motorbeveiliging of het thermische relais isgeactiveerd.Wacht totdat de motorbeveiliging wordt ingeschakeld ofstel het relais opnieuw in.De waaier wordt geblokkeerd door verontreinigingen. Reinig de waaier.Kortsluiting in de kabel of motor. Vervang het defecte onderdeel.8.2 De motorbeveiliging of het thermisch relais wordt na een korte bedrijfstijd geactiveerdOorzaak OplossingDe vloeistoftemperatuur is te hoog. Gebruik een ander pomptype. Neem contact op met uwlokale Grundfos-dealer of verkoopondersteuning.De waaier wordt geheel of gedeeltelijk geblokkeerddoor verontreinigingen.Reinig de pomp.Fasestoring. Bel een installateur.Te lage spanning. Bel een installateur.De overbelastingsinstelling van destroomonderbreker van de motorbeveiliging is telaag.Pas de instelling aan.Onjuiste instelling van de niveauschakelaar.
9. Technische gegevens9.1 OpslagtemperatuurTot -30 °C.9.2 BedrijfsconditiesMinimale vloeistoftemperatuur0 °CMaximale vloeistof-temperatuurMax. vloeistoftemperatuur:+55 °C, continue.UNILIFT AP 12, AP 35 enAP 50 zonder vlotterschake-laar, waar het medium de ka-bel en de plug niet kan ra-ken: t/m + 70 °C elke 30 min.voor een max. periode van 3min.InstallatiediepteMaximaal 10 m onder vloei-stofniveaupH-waarde 4-10DichtheidMaximaal 1100 kg/m3ViscositeitMaximaal 10 mm2/sMax. deeltjesgrootteMax. dwarsdoorsnede:UNILIFT AP12: 12 mmUNILIFT AP35: 35 mmUNILIFT AP50: 50 mmTechnische gegevensZie het typeplaatje van depomp.Zorg ervoor dat er ten minste 3 m vrije ka-bel boven het vloeistofniveau is.
Hiermeewordt de installatiediepte voor pompenmet 10 m kabel tot 7 m beperkt en voorpompen met 5 m kabel tot 2 m.9.3 GeluidsbelastingDe geluidsbelasting van de pomp is lager dan debegrenzende waarden die vermeld staan in de EG-richtlijn 2006/42/EC met betrekking tot machines.10. Het product afvoerenDit product of delen ervan dienen te wordenafgevoerd op een milieuverantwoorde wijze.1. Maak gebruik van de plaatselijke reinigingsdienst.2. Als dat niet mogelijk is, neem dan contact op meteen filiaal of servicedienst van Grundfos hetdichtst bij u in de buurt.Het doorkruiste symbool vaneen afvalbak op een productbetekent dat het gescheidenvan het normale huishoudelij-ke afval moet worden verwerkten afgevoerd.
Als een productdat met dit symbool is gemar-keerd het einde van de levens-duur heeft bereikt, brengt u hetnaar een inzamelpunt dat hier-toe is aangewezen door deplaatselijke afvalverwerkings-autoriteiten. De gescheiden in-zameling en recycling van der-gelijke producten helpt het mi-lieu en de menselijke gezond-heid te beschermen.Zie ook informatie over het einde van deproductlevensduur op www.grundfos.com/product-recycling207Nederlands (NL)
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Grundfos Unilift AP12 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Waterpomp Grundfos
Handleiding Waterpomp
Nieuwste handleidingen voor Waterpomp