Grundfos MP 204 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Grundfos MP 204 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 50 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Grundfos MP 204 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
GRUNDFOS INSTRUCTIES
MP 204
Installatie- en bedieningsinstructies

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Grundfos
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: MP 204

Handleiding Grundfos MP 204 – volledige tekst

Overeenkomstigheidsverklaring2OvereenkomstigheidsverklaringOvereenkomstigheidsverklaringWij, Grundfos, verklaren geheel onder eigen verantwoordelijkheid dat het product MP 204 waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de Richtlijnen van de Raad in zake de onderlinge aanpassing van de wetgeving van de EG lidstaten betreffende:– Laagspannings Richtlijn (2006/95/EC).Gebruikte normen: EN 60335-1: 2002 en EN 60947-5-1: 2004.– EMC Richtlijn (2004/108/EC).Gebruikte normen: EN 61000-6-2: 2005 en EN 61000-6-3: 2007.Bjerringbro, 1 september 2011Jan StrandgaardTechnical DirectorGrundfos Holding A/SPoul Due Jensens Vej 78850 Bjerringbro, DenemarkenPersoon met autorisatie om het technisch dossier samen te stellen en gerechtigd om de EC overeenkomstigheidsverklaring te ondertekenen.

Nederlands (NL)3Nederlands (NL) Installatie- en bedieningsinstructiesINHOUDPagina1. Algemene beschrijvingDe MP 204 is een elektronische motorbeveiliger, ont-worpen voor de beveiliging van een asynchrone motor of een pomp. De motorbeveiliger bestaat uit:• een kast die instrument-transformatoren en elek-tronica bevat. • een bedieningspaneel met bedieningstoetsen en display voor uitlezing van de gegevens. De MP 204 werkt met twee sets grenswaarden:• een set waarschuwingsgrenswaarden en• een set uitschakelgrenswaarden. Als één of meer van de waarschuwingsgrenswaar-den wordt overschreden, dan draait de motor door maar zullen de waarschuwingen op de MP 204 dis-play verschijnen. Als één van de uitschakelgrenswaarden wordt over-schreden, dan schakelt het uitschakelrelais de motor uit. Tegelijkertijd werkt het signaalrelais, om aan te duiden dat de grenswaarde overschreden is.

Elektrische gegevens3415. 1 Uitgangen3415. 2 Ingangen3415. 3 Isolatiemeetmethode3415. 4 Meetbereiken3515. 5 Instelbereiken3516. Storingstabel3616. 1 Waarschuwings- en uitschakelcodes3617. Afvalverwijdering36Lees deze installatie- en bedieningsin-structies voordat u begint met installe-ren. De installatie en bediening dienen volgens de lokaal geldende voorschrif-ten en regels van goed vakmanschap plaats te vinden. Het gebruik van dit product vereist ervaring met en kennis van het pro-duct. Personen met verminderde lichame-lijke, zintuigelijke of geestelijke vermo-gens mogen dit product niet gebruiken, tenzij ze onder supervisie staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van dit product van een per-soon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mogen dit product niet gebruiken of ermee spelen. Alle kabels die door de MP 204 worden gevoerd dienen geïsoleerd te zijn.

Nederlands (NL)41.1 ToepassingenDe MP 204 kan als een stand-alone motorbeveiliger worden gebruikt.De MP 204 kan ook worden opgenomen in een Grundfos Modular Controls systeem, waarbinnen deze functioneert als een motorbeveiliger en gege-vensverzamelsysteem dat gemeten waarden via de Grundfos GENIbus naar de Grundfos CU 361 of andere onderdelen in het systeem zendt.Bewaking van de MP 204 is mogelijk via een Grundfos GENIbus. De elektriciteitstoevoer naar de MP 204 is parallel geschakeld met de toevoer naar de motor. Motor-stromen van maximaal 120 A worden direct door de MP 204 geleid. De MP 204 beveiligt de motor in eer-ste instantie door de motorstroom te meten door middel van een 'true RMS'-meting.

De MP 204 scha-kelt de contactgever uit wanneer bijvoorbeeld de stroom de vooraf ingestelde waarde overschrijdt.De pomp wordt in tweede instantie beveiligd door de temperatuur te meten met een Tempcon sensor, een Pt100/Pt1000 sensor en een PTC sensor/thermische schakelaar.De MP 204 is ontworpen voor één- en driefasenmo-toren. Bij éénfasemotoren worden de aanloop- en bedrijfscondensatoren ook gemeten. Cos φ wordt gemeten bij zowel één- als driefasensystemen.2. TypeplaatjesBedrijfsvoorwaarden en goedkeuringen van de MP 204.Afb. 1 Typeplaatje op voordekselDeze vier nummers moeten worden vermeld bij contact met Grundfos:Afb. 2 Typeplaatjes aan de zijkant van MP 2043. Productreeks• MP 204• Externe stroomtransformatoren maximaal 1000 A.TM03 1472 0806Pos. Beschrijving1 Productnummer2 Versienummer3 Serienummer4 ProductiecodeTM03 1495 / 1496 / 1421 0806Prod. No.96765271Serial No.P.

Nederlands (NL)65. Mechanische installatie5.1 MP 204 in bedieningskastDe MP 204 is ontworpen voor montage in een bedieningskast, hetzij op een montageplaat of op een DIN-rail.5.2 MP 204 op DIN-railMontage en verwijdering van een MP 204 die op een DIN-rail is gemonteerd wordt weergegeven in afb. 3 en 4.Afb. 3 MontageAfb. 4 VerwijderingTM03 0179 44043421TM03 0179 44041 2

Nederlands (NL)86.2 Ingang voor Pt100/Pt1000Zie afb. 6, pos. 5.Voor voorbeelden van Pt100/Pt1000 aansluiting, zie afb. 7 en 8. Afb. 7 Twee-aderige Pt100/Pt1000 aansluiting6.3 Ingang voor PTC/thermische schakelaarZie afb. 6, pos. 3.Indien niet in gebruik, sluit de PTC-ingang kort met een draad, of stel deze buiten gebruik met de R100. Zie paragraaf 9.4.11.6.4 ReservezekeringenMaximale grootte van reservezekeringen die kunnen worden gebruikt voor de MP 204 volgen uit de onderstaande tabel:Bij motorstromen tot en met 120 A kunnen de kabels naar de motor direct door de I1-I2-I3 van de MP 204 gevoerd worden.Bij motorstromen boven 120 A moeten stroomtrans-formatoren worden gebruikt. Zie afb. 5, pos. 1.N.B.: Als reservezekeringen boven 50 A worden gebruikt, moeten de L1-L2-L3 en "5" naar de MP 204 afzonderlijk worden beveiligd met max. 10 A zekerin-gen. Zie afb.

8.Als stroomtransformatoren worden gebruikt, moeten de L1-L2-L3 en "5" naar de MP 204 worden beveiligd met max. 10 A zekeringen.Voor installatievoorbeelden, zie afb. 8 tot en met 12.Klem-aanduidingBeschrijving+ Weerstandingang.CCorrectie voor draadweerstand.Aan te sluiten door middel van een drie-aderige Pt100/Pt1000 aanslui-ting, anders dienen de twee "C" klemmen te worden kortgesloten.CCorrectie voor draadweerstand.Aan te sluiten door middel van een drie-aderige Pt100/Pt1000 aanslui-ting, anders dienen de twee "C" klemmen te worden kortgesloten.SH 0 V (afscherming).TM03 1397 2205Klem-aanduidingBeschrijvingT1Aansluiting van PTC/thermische schakelaarT2Pt100E1L1L2L3+CCI1I2I3T1T2FE5AYBMP 204Pt100/Pt1000MP 204Max.

Nederlands (NL)96.5 Bedradingsschema's6.5.1 DriefasensysteemHet bedradingsschema, afb. 8, geeft een voorbeeld weer van een driefasenpomp met isolatiemeting.De aansluitingen aan L1, L2, L3 en "5" kunnen wor-den gemaakt met een kabel van maximaal 10 mm2. Een speciale zekeringsunit tot ongeveer 50 A is daarom niet vereist.Indien grotere reservezekeringen worden gebruikt, moet de spanning naar de L1, L2 en L3 afzonderlijk worden beveiligd. Een maximum van 10 A of minder wordt aanbevolen.Afb. 8 DriefasenaansluitingTM03 0122 22051235461314S1K1S022211314K19695E1K1A1A2L1L2L33~Pt100E1L1L2L3+CCI1I2I3T1T2FE5AYBMax. 10 AMP 204Pt100/Pt1000

Nederlands (NL)137. Inschakelen Een basisinstelling van de MP 204 kan op het bedie-ningspaneel worden ingesteld. Aanvullende functies moeten met de R100 afstandsbediening worden ingesteld of de PC Tool Water Utility. 7. 1 BedieningAfb. 14 Bedieningspaneel7. 1. 1 Toets (Test)Druk op de toets om uitschakelvertragings-aan-sluiting 95-96 te openen en signaalrelais-aansluiting 97-98 te sluiten. Het rode "Uitschakel" (Trip) signaal-lampje is aan. De functie is identiek aan de overbelastingsuitscha-keling. 7. 1. 2 Toets (Reset)Druk op de toets om de uitgeschakelde toestand te veranderen in normale toestand met uitschakel-vertragings-aansluiting 95-96 gesloten en signaalre-lais-aansluiting 97-98 open. Het rode "Uitschakel" (Trip) signaallampje is uit. Dit houdt in dat de uitge-schakelde toestand werkelijk beëindigd is. De toets reset ook eventuele waarschuwingen. 7. 1.

3 Toets (+)Normaal verschijnt de actuele stroom of temperatuur in het display. Druk op de toets om informatie in het display weer te geven overeenkomstig de volgende volgorde: Afb. 15 Volgorde in display• De uitschakelcode verschijnt alleen als de MP 204 wordt uitgeschakeld. Schakelt tussen "uitschakelen" en uitschakelcode. • De waarschuwingscode verschijnt alleen als de grenswaarde van één of meer waarschuwingen overschreden is, en als melding van de waar-schuwingscode geactiveerd is. Zie paragraaf 9. 4. 16. • Temperaturen verschijnen alleen als de overeen-komstige sensoren aangesloten en geactiveerd zijn. Als geen Tempcon signaal is ontvangen ver-schijnt "----" in het MP 204 display. •Cos φ verschijnt alleen als deze melding geacti-veerd is met de R100. Zie paragraaf 9. 4. 16. Wanneer de motor draait, geeft het display de actu-ele waarde weer.

Nederlands (NL)147. 2 Instelling op bedieningspaneelDruk de en toetsen gelijktijdig minimaal 5 seconden in om de MP 204 in de program-meer-modus te zetten. Wanneer het display ". " weergeeft kunnen de toetsen losgelaten worden. De ingestelde waarde, bijv. "4,9 A", verschijnt. De eenheid "A" knippert. Voer de waarden in van• nominale stroom• nominale spanning• uitschakelklasse• aantal fasen. N. B. : Isolatiemeting is alleen mogelijk van geaarde driefasensystemen. Als geen toetsen worden geactiveerd verschijnt de spanning na 10 seconden. Na nogmaals 10 seconden wordt de ingestelde spanning automatisch opgeslagen, en eindigt de programmeermodus. Zie afb. 16. N. B. : Wijzigingen in nominale stroom moeten wor-den beëindigd door in te drukken om de wijziging op te slaan. 7. 2. 1 Nominale stroomStel de nominale motorstroom in met de en toetsen. (Zie het typeplaatje van de motor.

)• Druk in om de instelling op te slaan en door te gaan, of• druk in om de wijziging te annuleren en te beëindigen. De programmeermodus eindigt automatisch na 10 seconden, en de wijziging wordt geannuleerd. Zie afb. 16. 7. 2. 2 Nominale spanningStel de nominale spanning in met de en toet-sen. • Druk in om de instelling op te slaan en door te gaan, of• druk in om de instelling op te slaan en te beëindigen. De programmeermodus eindigt automatisch na 10 seconden, en de wijziging wordt opgeslagen. Zie afb. 16. 7. 2. 3 UitschakelklasseStel de uitschakelklasse in met de en toetsen. Voor dompelpompen wordt standaard handmatige instelling van de uitschakelvertraging, klasse "P", gekozen. De tijd is fabrieksmatig ingesteld op 10 seconden. Deze kan met de R100 worden ge-wijzigd. Voor andere pompen moet de vereiste IEC uitscha-kelklasse (1-45) worden ingesteld. Normaal wordt klasse 10 gekozen.

De programmeermodus eindigt automatisch na 10 seconden, en de wijziging wordt opgeslagen. Zie afb. 16. 7. 2. 4 Aantal fasenStel het aantal fasen in met de en toetsen (1 fase, 3 fasen (niet-geaard) of 3 fasen m. FE (functionele aarding)). • Druk in om de instelling op te slaan en door te gaan, of• druk in om de instelling op te slaan en te beëindigen. De programmeermodus eindigt automatisch na 10 seconden, en de wijziging wordt opgeslagen. Zie afb. 16. RRRR.

Nederlands (NL)167.3 LeerfunctieDe leerfunctie is fabrieksmatig ingesteld op "Actief".Na twee minuten continu motorbedrijf verschijnt "LRN" gedurende ongeveer 5 seconden in het dis-play, terwijl de waarden in de MP 204 worden opge-slagen. Zie afb. 14, pos. 3.Wanneer bijvoorbeeld een Pt sensor of condensator vervangen is, activeer de leerfunctie dan opnieuw door de en toetsen minimaal 10 seconden ingedrukt te houden.De stip aan de rechterzijde van het display knippert. De MP 204 wacht tot de stroom minimaal 120 seconden door de unit gegaan is. Daarna wordt de fasenvolgorde gemeten en opgeslagen.In éénfasesystemen meet de MP 204 de capaciteit van de aanloop- en bedrijfscondensatoren, en slaat de waarden op als referentie.Als een Pt100/Pt1000 sensor geïnstalleerd is, wor-den de kabelimpedanties naar de sensor gemeten en opgeslagen als referentie.8.

R100 afstandsbedieningDe R100 afstandsbediening wordt gebruikt voor draadloze communicatie met de MP 204. De R100 communiceert via infrarood licht. Tijdens de commu-nicatie moet er visueel contact tussen de R100 en de MP 204 zijn. Zie afb. 17.De R100 biedt extra instellingen en uitlezingen van de status voor de MP 204.Afb. 17 R100 en labelDe bijgevoegde instellingslabel kan naar behoefte aan de MP 204 worden vastgemaakt.Wanneer de R100 met meer dan één unit tegelijk in contact treedt, moet het nummer van de gewenste unit worden ingevoerd. Zie paragraaf 9.4.17.RTM03 0178 4404InstellingsaanduidingMax. 2 mR100

Nederlands (NL)188. 2 Het bedienen van de R100Zie de bedieningsinstructies voor de R100. De werking van de toetsen en display-elementen van de R100 wordt hieronder kort beschreven. Wijziging van menu[] gaat van het ene menu naar het andere. De onderste regel van het display geeft het actuele menu weer. Pijlen duiden aan in welke richting het mogelijk is om te wijzigen. De R100 kan worden uitgeschakeld door de toetsen gelijktijdig in te drukken. Afb. 18 Wijziging van menuOpeenvolgende velden[] of [] verplaatst één display naar voren of terug in elk menu. Aan de rechterzijde in het display wordt de positie in het menu aangegeven. Pijlen duiden aan in welke richting het mogelijk is om te bewegen. [], [] en [] In sommige displays worden deze toetsen ook gebruikt om het waardenbereik te kie-zen. Afb. 19 Opeenvolgende veldenWaardenbereik[+] of [–] wijzigt waarden in een display.

Alleen waar-den in omkaderde velden kunnen worden gewijzigd. De actuele/laatst doorgezonden gegevens zullen als lichtgekleurde tekst op een donkere achtergrond ver-schijnen. Afb. 20 WaardenbereikDonkergekleurde tekstWanneer gegevens worden gewijzigd, zal de tekst donkergekleurd op een lichte achtergrond zijn. Wan-neer de ingevoerde waarde geaccepteerd is door [OK] in te drukken en door de MP 204 ontvangen is, zal de tekst weer lichtgekleurd zijn. Voordat u op [OK] drukt kan de waarde worden gere-set door [] in te drukken. Afb. 21 Donkergekleurde tekst[OK]• accepteert de ingevoerde waarde of functie. • reset foutmeldingen. In de menu's BEDRIJF, STATUS, GRENSWAARDEN en INSTALLATIE worden elke keer dat de [OK] toets wordt ingedrukt gegevens uitgewisseld tussen de R100 en de MP 204.

22 StatusveldIn sommige van de displays in menu STATUS geeft een grafisch display-element de momentwaarde van de actuele functie weer in relatie tot de ingestelde waarschuwings- en uitschakelgrenswaarden. Het grafische display-element verschijnt in de volgende STATUS displays:• Motortemperatuur• Gemiddelde spanning• Gemiddelde stroom• Stroomonbalans• Aanloop- en bedrijfscondensatoren• Temperatuur•Cos φ• Isolatieweerstand. 8. 3 MenustructuurDe menustructuur van de R100 en MP 204 is in vijf parallelle menu's verdeeld, en elk hiervan bevat een aantal displays. ALGEMEEN1. BEDRIJF2. STATUS3. GRENSWAARDEN4. INSTALLATIEEen overzicht van het menu is achterin dit boekje weergegeven. Uitschakel-grenswaardeMomentwaardeWaarschuwings-grenswaarde.

Nederlands (NL)199. Instellen met de R100De afzonderlijke instellingen worden beschreven door middel van overeenkomstige displays. Een overzicht van het menu is achterin dit boekje weergegeven. Terwijl de R100 afstandsbediening met de MP 204 communiceert, verschijnt "Contact met" in de R100 display. De vergaring van gegevens neemt ongeveer 10 seconden in beslag. Menu 0. ALGEMEENZie de bedieningsinstructies voor de R100. 9. 1 Menu 1. BEDRIJFDit menu geeft alarmmeldingen, alarmlog en waar-schuwingen weer. 9. 1. 1 BedrijfsmodusNa het eerste contact geeft het opstartdisplay de belangrijkste instellingen weer. Het display geeft weer dat contact met een MP 204 bewerkstelligd is, alsmede het nummer van de MP 204 in de installatie. Bij levering is geen nummer toegekend aan de MP 204. Het display geeft "–" weer.

Het display geeft ook weer dat de MP 204 ingesteld is op driefasen-, niet-geaard bedrijf. N. B. : Dit display verschijnt na het begincontact met de MP 204. 9. 1. 2 Actuele uitschakelingAls de MP 204 uitgeschakeld is wordt de oorzaak van de uitschakeling aangegeven. Zie hoofdstuk 16. voor een lijst met uitschakel- en waarschuwingscodes. 9. 1. 3 Actuele waarschuwing 1Zes waarschuwingen kunnen tegelijkertijd worden weergegeven. Als er meer dan drie waarschuwingen zijn, worden de eerste drie waarschuwingen in dit display weer-gegeven, en de laatste drie in het volgende display. Zie paragraaf 9. 1. 4. N. B. : Er is geen tijdsaanduiding van de waarschu-wingen. De waarschuwingen worden niet in de volgorde van optreden weergegeven. 9. 1. 4 Actuele waarschuwing 2Als er meer dan drie waarschuwingen zijn, worden waarschuwingen nrs. 4 tot en met 6 in dit display weergegeven.

Als er meer dan zes waarschuwingen zijn, worden drie stippen ". " weergegeven na de laatste waar-schuwing. 9. 1. 5 Alarmlog 1Zie hoofdstuk 16. voor een lijst met uitschakel- en waarschuwingscodes. De laatste vijf uitschakeloorzaken worden in het alarmlog opgeslagen.

Nederlands (NL)209.1.6 Alarmlog 2Zie hoofdstuk 16. voor een lijst met uitschakel- en waarschuwingscodes.9.1.7 Alarmlog 3Zie hoofdstuk 16. voor een lijst met uitschakel- en waarschuwingscodes.9.1.8 Alarmlog 4Zie hoofdstuk 16. voor een lijst met uitschakel- en waarschuwingscodes.9.1.9 Alarmlog 5Zie hoofdstuk 16. voor een lijst met uitschakel- en waarschuwingscodes.9.2 Menu 2. STATUSIn dit menu wordt alleen de status weergegeven, d.w.z. actuele bedrijfsgegevens. Het is niet mogelijk om waarden te wijzingen. Voor meetnauwkeurighe-den: zie paragraaf 15.4. Wanneer [OK] continu wordt ingedrukt, wordt de weergegeven waarde ge-updated.9.2.1 ToevoeroverzichtVoorbeeld van een éénfasestroom- en spanningsme-ting.Wanneer een éénfasemotor correct is aangesloten geeft de "N" 0 V weer.De MP 204 meet de fasespanning en ook de span-ning over de hulpwikkeling.

Nederlands (NL)219.2.2 Gemiddelde stroomIn geval van éénfase-aansluiting geeft het display de stroom in de neutrale draad weer.In geval van driefasenaansluiting geeft het display de gemiddelde stroom van alle drie fasen weer, als volgt berekend:9.2.3 Gemiddelde spanningIn geval van éénfase-aansluiting geeft het display de netspanning UL-N weer.In geval van driefasenaansluiting geeft het display de gemiddelde netspanning van alle drie fasen weer, als volgt berekend:9.2.4 Tempcon sensorActuele motortemperatuur gemeten met een Temp-con sensor.Verondersteld wordt dat in de motor een Tempcon sensor is opgenomen, en dat de functie geactiveerd is. Zie paragraaf 9.4.8.9.2.5 Pt100/Pt1000 sensorActuele temperatuur gemeten met een Pt100/Pt1000 sensor.Verondersteld wordt dat een Pt sensor aangesloten is, en dat de functie geactiveerd is.

Zie paragraaf 9.4.9.N.B.: De leerfunctie registreert of een Pt100/Pt1000 sensor aangesloten is. Bij gebruik van een drie-ade-rige Pt-sensoraansluiting compenseert de MP 204 automatisch voor kabelimpedanties.9.2.6 Opgenomen vermogen en energieverbruikActueel ingangsvermogen en energieverbruik van de motor.Het energieverbruik is een geaccumuleerde waarde die niet kan worden gereset.Het vermogen wordt als volgt berekend:9.2.7 Energie-uitschakeltellerTeller voor meting van energieverbruik. Kan worden gereset.

Nederlands (NL)229.2.8 FasenvolgordeActuele fasenvolgorde en frequentie:• L1-L2-L3 (juiste draairichting)• L1-L3-L2.N.B.: De actuele fasenvolgorde wordt als juist geac-cepteerd en opgeslagen wanneer de leerfunctie wordt beëindigd.9.2.9 StroomonbalansHet display geeft de hoogste waarde van de vol-gende twee berekeningen weer: 1.2.Ifmax.: Hoogste fasestroom.Ifmin.: Laagste fasestroom.Igemiddeld: Gemiddelde stroom van alle drie fasen.9.2.10 Bedrijfsuren en aantal inschakelingenAantal bedrijfsuren en aantal motorinschakelingen.N.B.: De waarden kunnen niet gereset worden.9.2.11 Uitschakelteller van uren en inschakelingenUitschakelteller telt het aantal bedrijfsuren en het aantal motorinschakelingen.

Kan worden gereset.9.2.12 AanloopcondensatorActuele waarde van de aanloopcondensator.N.B.:• Het display wordt alleen weergegeven in geval van éénfase-aansluiting.• Als de leerfunctie actief is, wordt deze waarde opgeslagen voor verdere referentie na beëindi-ging van de leerfunctie. Zie paragraaf 9.3.8.9.2.13 BedrijfscondensatorActuele waarde van de bedrijfscondensator.N.B.:• Het display wordt alleen weergegeven in geval van éénfase-aansluiting.• Als de leerfunctie actief is, wordt deze waarde opgeslagen voor verdere referentie na beëindi-ging van de leerfunctie. Zie paragraaf 9.3.9.Ionbalans1IfmaxIgemiddeld–Igemiddeld----------------------------------------------100 %=Ionbalans2IgemiddeldIfmin–Igemiddeld---------------------------------------------100 %=

Nederlands (NL)239. 2. 14 IsolatieweerstandDe isolatieweerstand naar de aarde wordt zowel aan toevoerkabels als aan motorwikkelingen gemeten. N. B. :• De waarde wordt alleen weergegeven als de MP 204 ingesteld is op driefasen-, geaard bedrijf. • De isolatieweerstand wordt gemeten wanneer de pomp uitgeschakeld is. Als de uitschakelgrens-waarde overschreden is, is de motor niet in staat om opnieuw in te schakelen. • Klem "5" moet worden aangesloten zoals weer-gegeven in afb. 8 en 9. 9. 2. 15 Cos φDe actuele cos φ van de motor. N. B. : Functies in geval van één- en driefasenaan-sluiting. 9. 2. 16 Harmonische vervormingGemeten vervorming op aangesloten net. De warmtedissipatie in de motorwikkelingen neemt toe met de vervorming. In geval van vervormingswaarden boven 15 % dient het voedingsnet te worden gecontroleerd op storin-gen en ruisvormende apparatuur. 9. 3 Menu 3.

GRENSWAARDENDe MP 204 werkt met twee sets grenswaarden:• een set waarschuwingsgrenswaarden en• een set uitschakelgrenswaarden. Sommige waarden hebben alleen een waarschu-wingsgrenswaarde. Zie de tabel in hoofdstuk 16. Als één van de uitschakelgrenswaarden wordt over-schreden, dan schakelt het uitschakelrelais de motor uit. Uitgangen 95-96 open, zorgen ervoor dat de regelstroom naar de contactgever wordt uitgescha-keld. Tegelijkertijd wordt het signaalrelais, klemmen 97-98, gesloten. See afb. 6, pos. 6 en 7. De grenswaarden dienen niet te worden gewijzigd tenzij de pomp uitgeschakeld is. De uitschakelgrenswaarden moeten worden inge-steld in overeenstemming met de specificaties van de motorfabrikant. De waarschuwingsgrenswaarden dienen te worden ingesteld op een minder kritisch niveau dan de uit-schakelgrenswaarden.

De waarschuwingen kunnen ook met de R100 wor-den uitgelezen. 9. 3. 1 Tempcon sensorStel de waarschuwings- en uitschakelgrenswaarden voor de Tempcon sensor in. Fabrieksinstelling:• Waarschuwing: 65 °C. • Uitschakeling: 75 °C. N. B. : Bovenstaande grenswaarden zijn niet actief tot de Tempcon sensor geactiveerd is. Zie paragraaf 9. 4. 8. N. B. : De uitschakelgrenswaarden voor overspanning en onderspanning zullen automatisch buiten werking worden gesteld als de temperatuurbewaking met Tempcon op 'actief' is ingesteld. Zie paragraaf 9. 4. 8.

Nederlands (NL)249.3.2 Pt sensorStel de waarschuwings- en uitschakelgrenswaarden voor de Pt sensor in.Fabrieksinstelling:• Waarschuwing: 50 °C.• Uitschakeling: 60 °C.N.B.: Bovenstaande grenswaarden zijn niet actief tot de Pt sensor geactiveerd is. Zie paragraaf 9.4.9.N.B.: De uitschakelgrenswaarden voor overspanning en onderspanning zullen automatisch buiten werking worden gesteld als de temperatuurbewaking met Pt100/Pt1000 op 'actief' is ingesteld. Zie paragraaf 9.4.9.9.3.3 UitschakelstroomStel de nominale motorstroom in, in het "Max." veld. (Zie typeplaatje van de motor.)Fabrieksinstelling:• Max.: 0,0 A.Stel de min. stroomgrenswaarde in, in het "Min." veld. De min. stroomgrenswaarde is typisch een droogloopgrenswaarde. De waarde wordt ingesteld als % van de max.

waarde.Fabrieksinstelling:• Min.: -40 %.Voorbeeld:De nominale motorstroom is 10 A.De motor dient uit te schakelen bij een stroom lager dan 6 A.Stel "-40 %" in, in het "Min." veld.9.3.4 StroomwaarschuwingStel de waarschuwingsgrenswaarden voor "Max." en "Min." in.Stel de max. waarschuwingsgrenswaarde in, in het "Max." veld. De waarde wordt ingesteld in ampere. Fabrieksinstelling:• Max.: 0,0 A.Stel de min. waarschuwingsgrenswaarde in, in het "Min." veld. De waarde wordt ingesteld als % van de max. waarde.Fabrieksinstelling:• Min.: -40 %.9.3.5 Nominale spanningStel de nominale voedingsspanning in.9.3.6 SpanningsgrenswaardenStel de waarschuwings- en uitschakelgrenswaarden in voor onder- en overspanning.Fabrieksinstelling:• Waarschuwing: ±15 %.• Uitschakeling: ±20 %.De waarden worden ingesteld als % van de nominale spanning.

Nederlands (NL)259.3.7 StroomonbalansStel de waarschuwings- en uitschakelgrenswaarden voor stroomonbalans in. Zie paragraaf 9.2.9 voor de berekening.Fabrieksinstelling:• Waarschuwing: 8,0 %.• Uitschakeling: 10,0 %.9.3.8 AanloopcondensatorStel de waarschuwings- en uitschakelgrenswaarden in voor de capaciteit van de aanloopcondensator.Fabrieksinstelling:• Waarschuwing: -25 %.• Uitschakeling: -50 %.De waarden worden ingesteld als % van de waarde die wordt gemeten met de leerfunctie. Zie paragraaf 9.2.12.N.B.: Instelling is alleen mogelijk wanneer éénfase-bedrijf is gekozen. Zie paragraaf 9.4.1.9.3.9 BedrijfscondensatorStel de waarschuwings- en uitschakelgrenswaarden in voor de capaciteit van de bedrijfscondensator.Fabrieksinstelling:• Waarschuwing: -25 %.• Uitschakeling: -50 %.De waarden worden ingesteld als % van de waarde die wordt gemeten met de leerfunctie.

Zie paragraaf 9.2.13.N.B.: Instelling is alleen mogelijk wanneer éénfase-bedrijf is gekozen. Zie paragraaf 9.4.1.9.3.10 IsolatieweerstandStel de waarschuwings- en uitschakelgrenswaarden in voor de isolatieweerstand in de installatie. De waarde dient laag genoeg te zijn om te zorgen voor een vroegtijdige aanduiding van storingen in de installatie.Fabrieksinstelling:• Waarschuwing: 100 kΩ. • Uitschakeling: 20 kΩ. N.B.:• Isolatiestoringen moeten op 'actief' worden inge-steld om deze grenswaarden in te schakelen. Zie paragraaf 9.4.10.• Instelling is alleen mogelijk wanneer "3 fasen m. FE" (functionele aarding) gekozen is.Zie paragraaf 9.4.1.9.3.11 Cos φuitschakelingStel de uitschakelgrenswaarden in voor cos φ.

Fabrieksinstelling:• Max.: 0,99.• Min.: 0,40.Deze functie kan worden gebruikt als droogloopbe-veiliging wanneer drooglopen niet kan worden gede-tecteerd door middel van een stroommeting.9.3.12 Cos φ waarschuwingStel de waarschuwingsgrenswaarden in voor cos φ. Fabrieksinstelling:• Max.: 0,95.• Min.: 0,75.

Nederlands (NL)269. 4 Menu 4. INSTALLATIEIn dit menu kan een aantal bedieningsgegevens wor-den ingesteld, en kan zo de MP 204 in overeenstem-ming worden gebracht met de daadwerkelijke instal-latie. De installatiewaarden dienen niet te worden gewij-zigd tenzij de pomp uitgeschakeld is. 9. 4. 1 VoedingsnetStel de waarden in van het voedingsnet waarop de MP 204 is aangesloten:• 3 fasen (niet-geaard) (fabrieksinstelling)• 3 fasen m. FE (functionele aarding)• 1 fase. 9. 4. 2 UitschakelklasseRegel 1: Kies IEC uitschakelklasse (1 tot en met 45). Als handmatige aanduiding van uitschakelvertraging in geval van overbelasting vereist is, kies dan uit-schakelklasse "P". Fabrieksinstelling:• Kl (uitschakelklasse): P. Regel 2: Kies uitschakelvertraging. Fabrieksinstelling:• Vert. (uitschakelvertraging): 5,0 s. 9. 4. 3 UitschakelvertragingStel de uitschakelvertraging in voordat de MP 204 uitschakelt. N.

B. : Dit is niet van toepassing op overbelasting. Voor uitschakeling door overbelasting, zie de curven, pagina's 32 en 33. Fabrieksinstelling:•5 s. 9. 4. 4 Externe stroomtransformatorenStel de externe stroomtransformatorfactor CT in. Indien geen externe stroomtransformator wordt gebruikt is de factor 1. Fabrieksinstelling:•1. N. B. : Stel de actuele factor in. Voorbeeld:Een stroomtransformator met een 200:5 verhouding is gebruikt en vijf wikkelingen door de MP 204 zijn gemaakt, zoals weergegeven in afb. 9. N. B. : De bovenstaande tabel is alleen van toepas-sing op Grundfos stroomtransformatoren die zijn aangesloten zoals weergegeven in afb. 9 en 10. 9. 4. 5 InschakelvertragingAantal seconden vanaf het moment dat de spanning naar de MP 204 wordt aangelegd tot de activering van de uitschakelvertraging (klemmen 95-96) en sig-naalrelais (klemmen 97-98). Fabrieksinstelling:•5 s. N. B.

Nederlands (NL)279. 4. 6 HerinschakelenStel in of het herinschakelen na de uitschakeling dient te gebeuren:• Automatisch (fabrieksinstelling)• Handmatig. Zie paragraaf 9. 4. 7 voor instelling van de tijd. 9. 4. 7 Automatisch herinschakelenStel de tijd in waarna de MP 204 moet proberen om de motor automatisch in te schakelen na uitschake-ling. De tijd loopt vanaf het moment dat de waarde die de storing heeft opgeroepen naar normaal is terugge-keerd. Fabrieksinstelling:• 300 s. 9. 4. 8 Tempcon sensorStel in of een Tempcon sensor in de motor is opge-nomen. •Insch. • Uitsch. (fabrieksinstelling). Indien de Tempcon sensor op 'actief' is ingesteld, en geen Tempcon signaal van de pomp wordt ontvan-gen, geeft de MP 204 display "----" weer in plaats van de Tempcon temperatuur. N. B.

: De uitschakelgrenswaarden voor overspanning en onderspanning zullen automatisch buiten werking worden gesteld als de temperatuurbewaking met Tempcon op 'actief' is ingesteld. 9. 4. 9 Pt sensorStel in of een Pt sensor aangesloten is. • Insch. • Uitsch. (fabrieksinstelling). Indien de Pt sensor op 'actief' is ingesteld, en geen signaal van de sensor wordt ontvangen, geeft de MP 204 display "----" weer in plaats van de Pt tempe-ratuur. N. B. : De uitschakelgrenswaarden voor overspanning en onderspanning zullen automatisch buiten werking worden gesteld als de temperatuurbewaking met Pt100/Pt1000 op 'actief' is ingesteld. N. B. : De leerfunctie registreert automatisch of een Pt100/Pt1000 sensor aangesloten is. 9. 4. 10 IsolatieweerstandsmetingStel in of isolatieweerstandsmeting moet worden uit-gevoerd. •Insch. • Uitsch. (fabrieksinstelling).

Als driefasen, geaard net wordt gekozen (zie para-graaf 9. 4. 1) wordt deze instelling automatisch gewij-zigd in "Inschakelen". Als éénfasenet wordt gekozen (zie paragraaf 9. 4. 1) wordt deze instelling automatisch gewijzigd in "Uitschakelen". N. B.

:• De isolatieweerstand kan alleen worden gemeten als klem "FE" geaard is en de netvoeding op "3 fasen m. FE" wordt ingesteld. • Het lek wordt gemeten wanneer de MP 204 inge-schakeld is en de motor uitgeschakeld is. • De MP 204 moet worden aangesloten voor de contactgever, en klem "5" na de contactgever. Zie afb. 8 en 9.

(aantal inschakelingen) • Energie (energieverbruik).Zie paragrafen 9.2.7 en 9.2.11.9.4.13 Service intervalRegel 1: Stel het aantal motorbedrijfsuren in waarbij de MP 204 een servicewaarschuwing in het display dient te geven.Fabrieksinstelling:• Service: 5000 u.Regel 2: Stel het toegestane aantal inschakelingen per uur in waarbij de MP 204 een servicewaar-schuwing in het display dient te geven.Fabrieksinstelling:• Inschakelingen/u: 40.9.4.14 Aantal automatische herinschakelingenStel het aantal automatische herinschakelingen in dat de motor binnen 24 uur mag uitvoeren vooraf-gaand aan uitschakeling.Alarm:• Insch. • Uitsch. (fabrieksinstelling).Aantal:• 3 (fabrieksinstelling).N.B.: Als deze uitgeschakelde toestand voorkomt kan de motor alleen handmatig heringeschakeld wor-den.9.4.15 Eenheden/displayRegel 1: Stel eenheid in.Temperatuur:• SI (fabrieksinstelling)• US.

Nederlands (NL)299.4.16 MP 204 displayRegel 1: Stel in of de cos  waarde moet worden weergegeven in het MP 204 display door middel van de toets. Zie paragraaf 7.1.3.cos :• Insch. (fabrieksinstelling)• Uitsch.Regel 2: Stel in of waarschuwingen moeten worden weergegeven in het display.Waarschuwing:•Insch. • Uitsch. (fabrieksinstelling).Als weergave van waarschuwingen actief is, zal het MP 204 display van standaardweergave (d.w.z. stroom) naar waarschuwingscodeweergave schake-len wanneer de grenswaarde is overschreden. De resterende waarden kunnen nog steeds worden uitgelezen door middel van de toets.

Zie paragraaf 7.1.3.9.4.17 GENIbus ID nummerStel ID nummer in.Als diverse units op dezelfde GENIbus zijn aangeslo-ten moet aan iedere unit een uniek ID nummer wor-den toegekend.Fabrieksinstelling:• – (geen nummer toegekend).9.4.18 LeerfunctieDe leerfunctie is actief tot de motor minimaal 120 seconden in bedrijf is. De stip aan de rechter-zijde van het MP 204 display knippert. Tijdens het opslaan van de gemeten waarden ver-schijnt "LRN" in het MP 204 display.Driefasenbedrijf:• Accepteert de actuele fasenvolgorde als correct.• Als een Pt100/Pt1000 sensor aangesloten is wor-den de kabelimpedanties naar de sensor geme-ten.Eénfasebedrijf: • Aanloop- en bedrijfscondensatoren worden gemeten.• Als een Pt100/Pt1000 sensor aangesloten is wor-den de kabelimpedanties naar de sensor geme-ten.N.B.: De leerfunctie wijzigt naar "niet actief" wanneer de metingen zijn uitgevoerd.• Insch.

Nederlands (NL)3010. MP 204 met GENIbusAls diverse MP 204 units op dezelfde GENIbus zijn aangesloten dient de aansluiting te worden gemaakt zoals weergegeven in afb. 23.Merk de aansluiting van afscherming aan geleidende drager op.Als de GENIbus in gebruik is en bewaking van bus-communicatie geactiveerd is, zal de MP 204 door-gaan met het bewaken van de busactiviteit. Als de MP 204 geen GENIbus-telegrammen ontvangt, ver-onderstelt de MP 204 dat de GENIbus-aansluiting uitgeschakeld is en geeft deze een storing aan op de afzonderlijke units.Aan elk van de units in de keten moet een identifica-tienummer worden toegekend met de R100, zie paragraaf 9.4.7.Zie WebCAPS op www.grundfos.com voor verdere informatie over de GENIbus.Afb. 23 GENIbus11.

Nederlands (NL)3112.2 DompelpompenDompelpompen hebben doorgaans een korte inschakeltijd. Daarom zal uitschakelklasse "P" bij voorkeur van toepassing zijn voor deze pompen. Het is mogelijk om zeer korte tijden in te stellen, tot bij-voorbeeld 900 ms, gebruikt voor bepaalde specifieke toepassingen.Om te voorkomen dat het Tempcon signaal van één dompelpomp het signaal van een andere stoort, moet de bekabeling zorgvuldig worden aangelegd om mogelijk te maken dat beide pompen tegelijk gemeten worden. De motorkabels moeten apart wor-den gehouden en niet in dezelfde kabelgoot worden geïnstalleerd. Om storing te vermijden kan het nodig zijn om een filter op de toevoerkabels te plaatsen. Zie afb. 24.Afb.

24 Dompelpompinstallatie met Tempcon12.3 AfvalwaterpompenIn afvalwaterpompen kan een PTC/thermische scha-kelaar zijn opgenomen die direct aan de MP 204 aangesloten dient te worden.Afvalwaterpompen kunnen ook worden aangesloten op een Pt100/Pt1000 sensor. De sensor kan ook direct op de MP 204 worden aangesloten.De Pt100/Pt1000 kan met de R100 worden geacti-veerd, zie paragraaf 9.4.9, of via de PC Tool Water Utility.Een hoge IEC uitschakelklasse dient van toepassing te zijn voor afvalwaterpompen, in het bijzonder ver-snijdende pompen. Klassen 25 tot en met 35 zijn de beste keuze. Laat IEC uitschakelklasse 45 van toe-passing zijn voor het verpompen van vloeistoffen met extreem hoge viscositeit of vloeistoffen die veel vaste delen bevatten.TM03 1356 1805L1L2L3""""""ZekeringenMP 204 MP 204FilterTempcon circuitKabels worden in gescheiden buizen en kabelgoten geïnstal-leerd

Nederlands (NL)3213. Curven13.1 Uitschakelklasse "P"Afb. 25 Curven voor uitschakelklasse "P"De uitschakelvertraging geeft de maximale tijdsduur aan gedurende welke de overbelastingstoestand voor mag komen, bijvoorbeeld 5 seconden.Voorbeeld:Een pomp dient uit te schakelen na 900 ms omdat de nominale stroom overschreden is.• Kies uitschakelklasse "P".• Stel de overbelastingsgrenswaarde in op 10 A (de nominale motorstroom wordt op het type-plaatje vermeld). • Stel de uitschakelvertraging in op 900 ms.Afb. 25, curve 1:De pomp heeft een abnormale inschakeltijd, en de stroom overschrijdt 10 A. De MP 204 schakelt uit na 900 ms.Afb. 25, curve 2:De pomp heeft een normale inschakeltijd, en de stroom overschrijdt 10 A slechts kort (

Nederlands (NL)3414. Technische gegevensOmgevingstemperatuur• Tijdens bedrijf: -20 °C tot +60 °C (mag niet aan direct zonlicht worden bloot-gesteld). • In opslag: -25 °C tot +85 °C. • Tijdens transport: -25 °C tot +85 °C. Relatieve luchtvochtigheidVanaf 5 % tot 95 %. Materialen Beschermingsklasse: IP20. Plastic type: Zwart PC / ABS. 15. Elektrische gegevensVoedingsspanning100-480 VAC, 50/60 Hz. StroomverbruikMax. 5 W. 15. 1 UitgangenUitschakelrelais Signaalrelais 15. 2 IngangenIngang voor PTC/thermische schakelaarIngang voor Pt100/Pt1000 sensor15. 3 IsolatiemeetmethodeDe isolatieweerstand wordt gemeten door een gelijk-gerichte wisselspanning aan te leggen. De testspan-ning kan daarom niet worden gemeten met een gewone voltmeter. De nullasttestspanning wordt als volgt berekend:Voorbeeld:De MP 204 is aangesloten op 3 x 400 V.

Nederlands (NL)3616. Storingstabel16.1 Waarschuwings- en uitschakelcodes17. AfvalverwijderingDit product of delen ervan dienen te worden afge-voerd op een milieuverantwoorde wijze:1. Maak gebruik van de plaatselijke reinigings-dienst.2.

Als dat niet mogelijk is, neem dan contact op met een filiaal of servicedienst van Grundsfos het dichtst bij u in de buurt.MP 204 display A 32A = UitschakelenE = WaarschuwingStoringscodeStoringscode Uitschakelen Waarschuwing Oorzaak voor uitschakelen/waarschuwing2 A – Ontbrekende fase3 A – PTC/thermische schakelaar4 A – Teveel automatische herinschakelingen per 24 uur9 A – Verkeerde fasenvolgorde12 – E Servicewaarschuwing15 A – Communicatie-alarm voor hoofdsysteem18 A – Opgedragen uitschakeling (niet in alarmlog)20 A E Lage isolatieweerstand21 – E Teveel inschakelingen per uur26 – EDe motor is in bedrijf, zelfs als de MP 204 uitgeschakeld is32 A E Overspanning40 A E Onderspanning48 A E Overbelasting56 A E Onderbelasting64 A E Te hoge temperatuur, Tempcon meting71 A E Te hoge temperatuur, Pt100/Pt1000 meting91 – E Signaalstoring, Tempcon sensor 111 A E Stroomonbalans112 A E Cos φ max.113 A E Cos φ min.120 A – Hulpwikkelingstoring123 A E Aanloopcondensator, laag124 A E Bedrijfscondensator, laag175 – E Signaalstoring, Pt100/Pt1000 sensor Wijzigingen voorbehouden.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Grundfos MP 204 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden