Grundfos AMG.75.73 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Grundfos AMG.75.73 (50 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Grundfos AMG.75.73 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/50
AMG, AFG
Mixers and flowmakers
Installatie- en bedieningsinstructies
AMG, AFG
Installation and operating instructions
http://net.grundfos.com/qr/i/96498078
GRUNDFOS INSTRUCTIONS

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Grundfos
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: AMG.75.73

Handleiding Grundfos AMG.75.73 – volledige tekst

Nederlands (NL) Installatie- en bedieningsinstructiesVertaling van de oorspronkelijke Engelse versieInhoud1. Algemene informatie. 4651. 1 Gevarenaanduidingen. 4651. 2 Opmerkingen. 4661. 3 Doelgroep. 4662. Productintroductie. 4662. 1 Productbeschrijving. 4662. 2 Bedoeld gebruik. 4672. 3 Gemengde vloeistoffen. 4672. 4 Technische specificaties. 4672. 5 Explosiegevaarlijke omgeving. 4672. 6 Identificatie. 4683. Veiligheid. 4693. 1 Algemene veiligheidsinstructies. 4693. 2 Explosieveilige producten. 4694. Het product ontvangen. 4704. 1 Het product transporteren. 4704. 2 Het product inspecteren. 4705. Mechanische installatie. 4715. 1 Fundering. 4715. 2 Het product monteren. 4715. 3 Plaatsing van mixers en flowmakers. 4716. Elektrische aansluiting. 4856. 1 Bedradingschema's. 4856. 2 Motorbeveiliging. 4856. 3 Bescherming van de tandwielkast. 4866. 4 Overbelastingsrelais. 4866. 5 Inschakelmethode.

1 GevarenaanduidingenDe onderstaande symbolen en gevarenaanduidingenworden mogelijk weergegeven in installatie- enbedrijfsinstructies, veiligheidsinstructies en service-instructies van Grundfos. GEVAARGeeft een gevaarlijke situatie aan die, alsdeze niet wordt vermeden, zal resulterenin de dood of in ernstig persoonlijk letsel.

WAARSCHUWINGGeeft een gevaarlijke situatie aan die, alsdeze niet wordt vermeden, zou kunnen re-sulteren in de dood of in ernstig persoonlijkletsel. LET OPGeeft een gevaarlijke situatie aan die, alsdeze niet wordt vermeden, zou kunnen re-sulteren in licht of middelzwaar persoonlijkletsel. De gevarenaanduidingen zijn als volgtgestructureerd:SIGNAALWOORDBeschrijving van gevaarGevolg van negeren van waarschuwing• Actie om het gevaar te vermijden. 465Nederlands (NL).

1.2 OpmerkingenDe onderstaande symbolen en opmerkingen wordenmogelijk weergegeven in installatie- enbedrijfsinstructies, veiligheidsinstructies en service-instructies van Grundfos.Neem deze instructies in acht voor explo-sieveilige producten.Een blauwe of grijze cirkel met een witgrafisch symbool geeft aan dat een actiemoet worden uitgevoerd.Een rode of grijze cirkel met een diagonalebalk, mogelijk met een zwart grafisch sym-bool, geeft aan dat een actie niet moetworden uitgevoerd of moet worden ge-stopt.Als deze instructies niet in acht worden ge-nomen, kan dit resulteren in technischefouten en schade aan de installatie.Tips en advies om het werk gemakkelijkerte maken.1.3 DoelgroepDeze installatie- en bedieningsinstructies zijn bedoeldvoor professionele installateurs.2.

2. 2 Bedoeld gebruikDeze mixers en flowmakers zijn ontworpen voor hetmengen in industriële toepassingen. 2. 2. 1 ToepassingenDeze mixers en flowmakers zijn bedoeld voor gebruikin de volgende gebieden:• gemeentelijke en industriële afvalwaterzuivering• industriële processen• slibbehandeling• landbouw• biogasinstallaties. 2. 3 Gemengde vloeistoffenNeem de volgende vloeistofbeperkingen in acht omoverbelasting te vermijden en de mixers enflowmakers aan corrosie bloot te stellen. Bereik vloeistoftemperatuur 5 tot 40 °C (*60 °C)pH-waarde 4 t/m 10Maximale dynamische visco-siteit500 mPasMaximale dichtheid1060 kg/m3Chloridegehalte≤ 200 mg/l(voor RVS 1. 4301)≤ 1000 mg/l(voor RVS 1. 4404)* Het bereik voor de vloeistoftemperatuur staatvermeld op het typeplaatje. Neem contact op met Grundfos voor het mengen vanvloeistoffen die de bovengenoemde waardenoverschrijden. 2. 3.

1MixersMixers zijn geschikt voor een breed scala aantoepassingen met vloeistoffen met een typischgehalte aan droge vaste stoffen (DS) vermeld in deonderstaande tabel. Actief slib0,5 % DSSlib in selectie-zones0,5 % DSSlib in anoxische zones 0,5 % DSSlib in bivalentezones0,5 % DSSlib in anaërobe zones 0,5 % DSPrimair slib ≤ 3% DSSecundair slib ≤ 6% DSIngedikt slib ≤ 8% DSAfvalwatertank zonder afscherming ≤ 2% DSAfvalwatertank met zand ≤ 2% DS2. 3. 2 FlowmakersFlowmakers zijn geschikt voor actief slib met eengemiddeld droge stof gehalte van 0,5 tot 1,0% envoor andere vloeistoffen met een droog vaste stofgehalte van maximaal 1,5%. 2.

2. 6 Identificatie2. 6. 1 TypesleutelDe mixers en flowmakers worden geïdentificeerd aande hand van de typeaanduiding die vermeld staat inde orderbevestiging en andere documentatie die bijde mixers en flowmakers wordt geleverd. Voorbeeld: AMG. 15. 55. 342. Ex. 5. 1A. Code Uitleg AanduidingAMGDoor tandwielen aange-dreven mixerTypeaanduidingAFGDoor tandwielen aange-dreven flowmaker15Motor uitgangsvermogenP2Code uittypeaanduiding/10 [kW]P2 = 1,5 kWMotorvermogen55PropellerdiameterCode uit typeaanduidingx 10 [mm]Propellerdiame-ter[ ] Alle toepassingenToepassingB Biologie *342Toerental van propellor[min-1]Toerental vanpropellorEx ExplosieveiligExplosiebeveili-ging5 50 Hz Frequentie1A 3×400 V, Y/DVoedingsspan-ning en inscha-kelmethode[ ] Eerste generatieGeneratieA Tweede generatie[ ] Aanpassing Aangepast*Alleen voor vloeistoffen met een gehalte aan drogestof van 1,5% of lager. 2. 6.

2TypeplaatjeAlle mixers en flowmakers kunnen wordengeïdentificeerd door het typeplaatje op het motorhuis. Bevestig het extra typeplaatje dat bij het product isgeleverd op de installatielocatie of bewaar het in deomslag van deze handleiding. For converter operationType2 3456789101112131NAT 130°CmmØPolPNP. c. AnNP1/P2ExkW/minA U VIPS. F. HzWtg. : kgP3mCos. Ta °C FrngTqappFswIStart INIns. classDK-8850 Bjerringbro,Denmarksee manual0344Made in Hungary99892124TM030315Typeplaatje van AMG, AFGPos. Beschrijving1 Plaats van productie2 Max.

WAARSCHUWINGBeknellingsgevaarDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Zorg ervoor dat er geen onderdelenmeer draaien. Volg de installatie- en bedieningsinstruc-ties van deze handleiding bij transport, op-slag, hantering en bediening van de mixerof flowmaker. Onderhoud en service moeten door ge-kwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Zorg ervoor dat niemand per ongeluk in detank kan vallen. 3. 2 Explosieveilige productenNeem de volgende veiligheidsvoorschrif-ten in acht wanneer explosieveilige mixersof flowmakers worden gebruikt. EquipotentiaalverbindingAlle explosieveilige mixers en flowmakers hebbeneen externe potentiaalvereffeningsklem aan deachterzijde van de motor. Een koperen draad met eenminimale diameter van 4 mm2 kan op deze klemworden aangesloten. De voedingskabel moet zodanig worden bevestigddat deze tijdens bedrijf niet in de propeller verstriktkan geraken.

LeksensorMet het Grundfos ALR-20/A-Ex relais vormt deleksensor de basis voor de Ex beveiliging. Het relaismoet altijd worden geïnstalleerd met explosieveiligemixers en flowmakers. Het relais dient afzonderlijk teworden besteld. Onderdeelnummer: 99794613 of 96489569.

TemperatuurcontroleDe motortemperatuur moet altijd worden bewaakt viade ingebouwde PTC-sensoren. Het aangewezenrelais moet voor dit gebruik gecertificeerd zijn voorveiligheidsniveau SIL 1. Als het relais is ingebouwdals onderdeel van een frequentieomvormer, moet deomvormer ook voldoen aan SIL 1. VoedingskabelDe in de fabriek aangebrachte voedingskabel magniet worden ingekort. Mixers en flowmakers mogen niet wordengedemonteerd in een explosieve atmos-feer. Soft starter en frequentieomvormerSoft starters en frequentieomvormers mogen alleenworden gebruikt als hun Ex classificatie hoger is dande classificatie van de mixer of flowmaker en als zezijn geïnstalleerd in overeenstemming met de Exregelgeving. ToebehorenGebruik de mixer of flowmaker alleen met origineleen goedgekeurde accessoires.

FlowmakersVanwege het risico op elektrostatische lading moetenflowmakers met kunststoffen propeller in explosieveomgevingen altijd in water worden ondergedompeld. Onderhoud, service en reparatieHet demonteren van mixers, flowmakers ofhun kabeldoorvoeren moet worden uitge-voerd door Grundfos of een erkend servi-cebedrijf. Gebruik alleen originele en goedgekeurdeonderdelen. Voor inspectie en onderhoud moet aan standaard EN60079-17 worden voldaan. ServicelogboekReserveonderdelen moeten worden geregistreerd ineen servicelogboek om 100% traceerbaar te zijntijdens de levensduur van het product. 4. Het product ontvangen4. 1 Het product transporterenControleer of het ontvangen product overeenkomtmet de bestelling. Neem in geval van schade ofontbrekende onderdelen onmiddellijk contact op methet transportbedrijf of de fabrikant.

WAARSCHUWINGBeknellingsgevaarDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Voordat u de onderdelen van de mixerof flowmaker gaat hijsen dient u even-tuele plaatselijke voorschriften in achtte nemen die het gewicht van de te hij-sen onderdelen beperken, zonder hijs-apparatuur. Alle hijsapparatuur moet geschikt zijn voor het doelen op beschadigingen worden gecontroleerd voordatu met hijsen begint. De hijscapaciteit mag nooitworden overschreden. 4. 2 Het product inspecterenInstalleer geen beschadigde mixer of flow-maker. 470Nederlands (NL).

5. Mechanische installatie5. 1 FunderingHijs de mixer of flowmaker alleen op aan het hijspunt. Zie afb. Bevestiging van de hijsdraad aan demotorbeugel. TM042720Bevestiging van de hijsdraad aan de motorbeugelDe hijsapparatuur die bij het product wordtgeleverd, alsmede de draad die wordt ge-bruikt voor het ophijsen of laten dalen vande mixer of flowmaker in de tank, mag nietals algemene hijsapparatuur worden ge-bruikt. Hang de mixer of flowmaker nooit aan devoedingskabel op. Laat de mixer of flow-maker nooit draaien terwijl hij aan de hijs-apparatuur hangt. Gebruik uitsluitend de hijsapparatuur die ismeegeleverd met het apparaat voor hetophijsen van de mixer of flowmaker. Voor afmetingen en gewichten, zie A. 1. Dimensionsand weights. 5. 2Het product monterenAlle bouten en moeren die bij de installatie gebruiktworden, moeten RVS zijn.

Gebruik smeervet (Alu-paste) met een veerring ofborgmoer; gebruik anders Loctite of een vergelijkbaarproduct voor smering en borging. Alle RVS moeren en bouten dienen tot aan devolgende draaimomenten te worden vastgedraaid. Bouten F-klasse70[Nm]Bouten F-klasse80[Nm]M6 8. 8 11. 8M8 21. 4 28. 7M10 44 58M12 74 100M16 183 245M20 370 4945. 2. 1 AnkerboutenAnkerbouten die worden gebruikt voor het monterenvan onderdelen in beton moeten de volgendeuittrekkracht hebben. Maat UittrekkrachtM12 6 kNM16 14 kN5. 3 Plaatsing van mixers en flowmakersDe juiste positionering van mixers en flowmakers isessentieel voor een juiste werking en langelevensduur. Neem de richtlijnen in de volgende paragrafen inacht. 5. 3. 1MixersDompel de mixer zo diep mogelijk onder. Zie afb. Schets voor plaatsing van mixers voor deafstandsreferenties.

• De afstand tussen het uiteinde van de propelleren de bodem van de tank (HMIN) dient de helftvan de diameter van de propeller te zijn. • De afstand van het uiteinde van de propeller tothet vloeistofoppervlak (HBOVEN) moet ten minstegelijk zijn aan de diameter van de propeller. • De afstand tussen het uiteinde van de propelleren de wand achter de mixer (LMIN ) dient teminste 1,5 keer de diameter van de propeller tebedragen. 471Nederlands (NL).

Zie afb.Positionering voor flowmakers voor deafstandsreferenties.• De afstand tussen het uiteinde van de propelleren de bodem van de tank (HMIN) dient 50 cm tebedragen.• De afstand van het uiteinde van de propeller tothet vloeistofoppervlak (HABOVE ) dient ten minste0,75 keer de diameter van de propeller tebedragen.• De afstand tussen het uiteinde van de propelleren de wand achter de flowmaker (LMIN) dient tenminste twee keer de diameter van de propeller tebedragen.• De zijdelingse afstand tussen het uiteinde van depropeller en de wand van de tank dient ten minste0,5 meter te bedragen.• Als er meerdere flowmakers parallel staanopgesteld, moet de afstand tussen hun propellersgroter zijn dan de helft van de diameter van depropeller.• De afstand van een bocht in het kanaal tot aan depropeller en van de propeller totbeluchtingsruimten moet ten minste de grootstewaarde van kanaalbreedte of waterniveau zijn.1243TM025417Positionering voor flowmakersPos.

5.3.3 Een mixer installerenMixers kunnen op verschillende manieren wordengemonteerd, afhankelijk van de toebehoren.Motorbeugel voor montage op kolomprofiel. Zie afb.Installatie van een AMG mixer.1312518202194311517TM042711_2908Installatie van een AMG mixerPositienummers in afbeeldingen Installatie van eenAMG mixer en Een mixer installerenPos.Beschrijving1 Onderste bevestigingsbeugel2 Kolomprofiel3 Diepteaanslag4 Motorbeugel5Bovenste bevestigingsbeugel inclusief vei-ligheidsdraad12 Kraanvoet13 Kraan met lier15 Hijsdraad incl. beugel en draadklemPos. Beschrijving17 Kabelklem18 Kabelsok incl. beugel19 Tussenliggende bevestigingsbeugel20 Draadklem31 Gat voor bevestiging van veiligheidsdraadProcedureZie vanaf afb.

Installatie van een AMG mixer tot Eenmixer installeren voor de posities waarnaar wordtverwezen.Zorg ervoor dat de mixer niet zodanig ge-draaid kan worden dat de propellers dewand van de tank aanraken.Boor de gaten voor de ankerbouten voor de bovenstebevestigingsbeugel in het beton.1. Plaats de ankerbouten en bevestig de bovenstebevestigingsbeugel.2. Plaats de onderste bevestigingsbeugel op dejuiste plek (verticaal onder de bovenstebevestiging). De onderste bevestigingsbeugel kanin elke willekeurige hoek van verticaal naarhorizontaal worden gemonteerd.3. Boor de gaten voor de bevestigingsankerboutenvoor de onderste bevestigingsbeugel.4. Plaats de ankerbouten en bevestig de onderstebevestigingsbeugel.5. Las, afhankelijk van de lengte van hetkolomprofiel, het draaibare gedeelte van eentussenliggende bevestigingsbeugel op hetkolomprofiel (pos. 19 in afb. Installatie van eenAMG mixer).6.

Plaats en lijn het kolomprofiel uit in de onderstebevestigingsbeugel. Kort het kolomprofiel (pos. 2in afb. Een mixer installeren) in tot de juistelengte, aangepast aan de isolator (pos. C in afb.Een mixer installeren) bij de bovenstebevestigingsbeugel. Een gat van 5 tot 10 mmtussen de kraag van de isolator en hetkolomprofiel is optimaal.473Nederlands (NL)

7. Verwijder de isolator en het draaibare metalengedeelte door de middelste bout (pos. A in afb.Een mixer installeren) en de tweebevestigingsbouten (pos. B in afb. Een mixerinstalleren) te verwijderen.ACB2313TM042712BevestigingPos. BeschrijvingA, B BoutenC Isolator2 Kolomprofiel3 Diepteaanslag31Gat voor bevestiging van een veiligheids-draad8. Pas de buitenkant van de vierkante isolator aande binnenkant van het kolomprofiel aan. Deisolator moet strak in het kolomprofiel vastzitten.9. Plaats het kolomprofiel in de onderstebevestigingsbeugel en bevestig het boveneindemet de isolator en het draaibare metalen gedeelteop de reeds geïnstalleerde bovenstebevestigingsbeugel. Draai de drie schroeven (pos.A en B in afb. Een mixer installeren) aan in degewenste positie. Het is mogelijk om de hoek instappen van 7,5 ° bij te stellen.10. Als een tussenliggende bevestigingsbeugel (pos.19 in afb.

Installatie van een AMG mixer) wordtgebruikt, bevestigt u deze op het draaibaregedeelte dat in stap 6 op het kolomprofiel isgelast. Boor gaten in de wand van de tank,bevestig de bouten in de beugel en draai dezeaan.11. Bevestig de diepteaanslag (pos. 3 in afb..Installatie van een AMG mixer) in de juiste positie.12. Boor de gaten voor de bevestigingsbouten van dekraanvoet (pos. 12 in afb. Installatie van een AMGmixer) in het beton.13. Monteer de kraanvoet, plaats de schroeven endraai deze vast.14. Bevestig de hijsdraad (pos. 15 in afb. Installatievan een AMG mixer) aan de motorbeugel met deschakel.474Nederlands (NL)

15. Bevestig het boveneinde van de veiligheidsdraadaan het gat (pos. 31 in afb. Een mixer installeren)van de bovenste bevestigingsbeugel met eenschakel. Het andere eind van de veiligheidsdraadeindigt in een beugel waar de hijsdraad doorheenmoet lopen. Zie afb. Een mixer installeren en Eenmixer installeren.15TM043932Veiligheidsdraad16. Bevestig de voedingskabel aan de hijsdraad meteen kabelklem ongeveer 0,8 m boven de mixer.Dit voorkomt dat de kabel valt en tijdens bedrijfverstrikt raakt in de propeller. Sluit de kabelklemmet een karabijnhaak aan op de hijsdraad bovende draadklem. Zie afb. Een mixer installeren.Bevestig de voedingskabel aan de hijsdraad metkabelklemmen die met tussenpozen van 1 m zijngeplaatst.DEF1517TM024938Bevestiging van de voedingskabel aan de hijsdraadPos.

17. Hijs de volledige mixer (motorbeugel met motor)met de kraan op en laat deze over hetkolomprofiel glijden.18. Laat de mixer langzaam in de tank zakken enplaats deze op de diepteaanslag.19. Bevestig de kabelsok (pos. 18 in afb. Een mixerinstalleren) aan de bovenste bevestigingsbeugelmet de schakel en trek de motorkabel hierdoorheen tot de gewenste positie. Devoedingskabel dient licht aangetrokken te worden.201831BTM043929Bovenste bevestigingsbeugel met hijs- enveiligheidsdraden en kabelsokPos. BeschrijvingB Bouten18 Kabelsok20 Bevestigingsbeugel31Gat voor bevestiging van een veiligheids-draadDemonteer de hijsdraad van de kraanvoordat de mixer wordt ingeschakeld.20. Demonteer de hijsdraad van de lier en bevestigdeze aan de draadklem (pos. 20 in afb. Een mixerinstalleren) op de bovenste bevestigingsbeugel.Gebruik de hijsdraad als trekontlasting voor devoedingskabel.

Om deze reden moet de hijsdraadaltijd aangetrokken zijn.21. Controleer de afstand tussen de propeller en demuur en de propeller en de bodem van de tankwanneer de motorbeugel op de diepte aanslagligt. De mixer mag onder geen beding andereinstallaties, de bodem of de wand aanraken. Ditgeldt ook wanneer de mixer is gedraaid.WAARSCHUWINGElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Voordat u elektrische aansluitingenmaakt, dient u de zekeringen teverwijderen of de hoofdschakelaaruit te zetten.‐ Zorg ervoor dat de voedingsspan-ning naar de besturingskast is uit-geschakeld.22. Sluit de voedingskabel aan op de klemmen in debesturingskast.5.3.4 Een flowmaker installeren1312522043b133a151714TM042714AFG flowmaker476Nederlands (NL)

Positienummers in afbeeldingen AFG flowmaker enBevestiging bovenaan.Pos. Beschrijving1 Onderste bevestigingsplaat2 Kolomprofiel3 Diepteaanslag3a Voorste steunvoet3b Achterste steunvoet4 Motorbeugel5Bovenste bevestigingsbeugel inclusief vei-ligheidsdraad12 Kraanvoet13 Kraan met lier14 Kraanvoet voor verticale installatie15 Hijsdraad incl. beugel en draadklem17 Kabelklem20 Draadklem31Gat voor bevestiging van een veiligheids-draadProcedureMoeren en schroeven moeten worden vastgedraaidvolgens de standaard aandraaimomenten die zijnbeschreven in het hoofdstuk over montage, tenzij hetaandraaimoment anders wordt gespecificeerd.De propellerbladen kunnen worden gemonteerdvoorafgaand aan de installatie vanAFG.xx.150/180/230/260 of nadat de kraan isgeïnstalleerd.5.3.5Monteren van de propellerbladen vanAFG.xx.180/230544312ATM042715AFG.xx.180/230Pos.

BeschrijvingA Positie van het blad1 Pen2 Bout3 Bout4 Ring5 MoerDe bevestiging van de propellerbladenwordt tot stand gebracht door de klemdrukdie gevormd wordt door de bouten (pos. 3)en moeren (pos. 5). De functie van de pen(pos. 1) is om de bladen onder de juistehoek te plaatsen voordat de klem wordtaangedraaid.Zie afb. AFG.xx.180/230 voor de posities waarnaarwordt verwezen.1. Controleer de vooraf bevestigde pennen (pos. 1)(alleen voor plaatsing).2. Draai de schroef vast (pos. 2) om de opening inde klem te vergroten.3. Plaats het blad van bovenaf. Draai het een stukjeen laat het op de pen rusten. Draai het terugtotdat het blad naar beneden glijdt en waterpasstaat met de dop.4. Verwijder de bout (pos. 2).5. Doe Loctite 243 threadlocker op de draad van debout (pos. 3).6. Plaats pos. 3, 4 en 5 in beide gaten en draai dezemet de hand vast.477Nederlands (NL)

7. Draai beide moeren (pos. 5) aan tot 100 Nm(A4-80) met een momentsleutel. 8. Zorg ervoor dat de bladen in de juiste positiestaan. Zie pos. A in afb. AFG. xx. 180/230. 9. Breng siliconen aan in de naad tussen de schoepen de propellerdop. 5. 3. 6 Monteren van de propellerbladen vanAFG. xx. 2601234TM042716AFG. xx. 260Pos. Beschrijving1 Spie2 Bout3 Afdekplaat4 RingZie. AFG. xx. 260 voor de posities waarnaar wordtverwezen. 1. Steek de sleutel (pos. 1) in het sleutelgat. 2. Smeer de bladas en het gat in de dop. 3. Plaats eerst het deksel (pos. 3) en vervolgens desluitring (pos. 4) op de schroef (pos. 2). 4. Doe Loctite 243 threadlocker op de draad van debout (pos. 2). 5. Draai de propellerdop en plaats het blad er vanbovenaf in. 6. Draai het blad in de juiste positie en laat het in dedop glijden. 7. Schroef de schroef (pos.

2) met de hand in endraai deze vast met een momentsleutel tot 183Nm (A2-70). 8. Zorg ervoor dat de bladen in de juiste positiestaan. 9. Breng siliconen aan op de naad tussen het bladen de dop en tussen de afdekplaat (pos. 3) en dedop. 5. 3. 7 Montage van de propellerbladen vanAFG. xx. 150De propellerbladen worden in positie ge-plaatst met behulp van de klemmen diemet schroeven (3) worden vastgedraaid. De stelschroef (2) dient om het blad onderde juiste hoek te plaatsen voordat de klemwordt aangedraaid. Het blad kan in drie verschillende hoeken wordengeplaatst. Kies de hoek op basis van het vereisteroervermogen en vloeistofdichtheid. Gebruik bij twijfelde middelste positie. De propellerbladen moeten in dezelfdestand worden gemonteerd. Anders hebbende propeller en de installatie een onevenbelasting. 1432TM070018AFG. xx. 150Pos.

6. Bevestig en draai de drie bouten (3) aan. Gebruikeen momentsleutel om de bouten aan te draaientot 74 Nm.7. Draai de stelschroef (2) los als deze nog niet losis.8. Draai de bouten (3) weer vast.9. Draai de stelschroef (2) iets aan om te voorkomendat deze eruitvalt tijdens het gebruik.5.3.8 Alle AFG flowmakers1. Las de onderste bevestigingsplaat in eenwerkplaats aan het uiteinde van het kolomprofiel.1555555555212aa4TM049089AFG.xx.150/180/230/260.xx: Het op de onderstebevestigingsplaat lassen van het kolomprofielPos. Beschrijving1 Bevestigingsplaat2 Kolomprofiel5 Ribben2a Einde van kolomprofiel12aa4TM077933AFG.xx.130: Het op de onderste bevestigingsplaatlassen van het kolomprofielPos. Beschrijving1 Bevestigingsplaat2a Einde van kolomprofiela4x3aa4αa4TM063308AFG.xx.150/260, kolomprofiel en steunvoeten,zijaanzichtPos. Beschrijvingα min. 89,7 ° - max.

2. AFG.xx.150/260 Plaats de diepteaanslag (3), deachterste steunvoet (3b) en de voorstesteunvoeten (3a) in de juiste positie en las dezeop het kolomprofiel in een werkplaats. Ziepositienummers in Afb. AFG.xx.150/260,kolomprofiel en steunvoeten, zijaanzicht.3aa43b123TM063310AFG.xx.150/260, profiel en steunvoeten,achteraanzichtPos. Beschrijving1 Bevestigingsplaat2 Kolomprofiel3 Diepteaanslag3a,3cVoorste steunvoet3b Achterste steunvoet3. AFG.xx.180 en AFG.xx.230 Plaats dediepteaanslag (3), de achterste steunvoet (3b) ende voorste steunvoeten (3a en 3c) in de juistepositie en las deze op het kolomprofiel (2) in eenwerkplaats. Zie positienummers in afb.AFG.xx.180-230, profiel en steunvoeten. Berekende vereiste hoogte van de AFG diepteaanslag opbasis van de plaatsingsregels voor flowmakers.Zie paragraaf Flowmakers.3c3aa43b123TM063309AFG.xx.180-230, profiel en steunvoetenPos.

Pos. Beschrijvingx 1450 mmα 45°β min. 89,7 ° - max. 90 °3a,3cvoorste steunvoety 500 mmH hoogte4. AFG. xx. 130 Plaats de diepteaanslag (3) en devoorste steunvoeten (3a en 3c) in de juiste positieen las deze in een werkplaats op het kolomprofiel(2). Zie positienummers in afb. Afb. AFG. xx. 130-230, profiel en steunvoeten. Bereken de vereiste hoogte van de AFGdiepteaanslag op basis van de plaatsingsregelsvoor flowmakers. Zie paragraaf Flowmakers. De achterste steunvoet (3b) wordt nietmeegeleverd met AFG. xx. 130. Er moet een minimale overlapping van150 mm zijn tussen de voorste steun-voeten (3a en 3c). Zie afb. Afb. AFG. xx. 130-230, profiel en steun-voeten. 5. Boor de gaten voor de ankerbouten voor debovenste bevestigingsbeugel. 6. Monteer de ankerbouten en bevestig de bovenstebevestigingsbeugel. ACB31TM042719Bevestiging bovenaanPos.

BeschrijvingA, B BoutenC Isolator31Gat voor bevestiging van een veiligheids-draad7. Kort het kolomprofiel (pos. 2 in afb. AFG. xx. 150/260, profiel en steunvoeten,achteraanzicht and AFG. xx. 180-230, profiel ensteunvoeten) in tot de juiste lengte aan de isolator(pos. C in afb. Bevestiging bovenaan) bij debovenste bevestigingsbeugel. Een gat van 5 tot10 mm tussen de kraag van de isolator en hetkolomprofiel is optimaal. Zie afb. Bevestigingbovenaan. 8. Verwijder de isolator en het draaibare metalengedeelte van de bovenste bevestigingsbeugeldoor de middelste bout (pos. A) en de tweebevestigingsbouten (pos. B) te verwijderen. Zieafb. Bevestiging bovenaan. 9. Pas de buitenkant van de vierkante isolator aande binnenkant van het kolomprofiel aan. Deisolator moet strak in het kolomprofiel vastzitten. 10.

Bevestig het draaibare metalen gedeelte (nubevestigd aan de bovenkant van het kolomprofiel)op de reeds gemonteerde bovenstebevestigingsbeugel. Draai de drie bouten (pos. Aen B in afb. Bevestiging bovenaan) aan in degewenste positie. Het is mogelijk om de hoek instappen van 7,5 ° bij te stellen. 11.

Boor de gaten voor de bevestigingsbouten van deonderste bevestigingsplaat in de bodem van detank en plaats de bouten. Zie afb. AFG. xx. 150/260, profiel en steunvoeten,achteraanzicht. 12. Draai de ankerbouten in de onderstebevestigingsplaat aan. 13. Boor gaten, bevestig en draai de bouten van devoorste en achterste steunvoeten ook aan. 14. Boor de gaten voor de bevestigingsbouten van dekraanvoet in het beton. 15. Monteer de kraanvoet, plaats de schroeven endraai deze vast. 481Nederlands (NL).

16. Bevestig de hijsdraad aan de motorbeugel metbehulp van de schakel. Zie afb. Bevestiging vande hijsdraad aan de motorbeugel.TM042720Bevestiging van de hijsdraad aan de motorbeugel17. Bevestig het boveneinde van de veiligheidsdraadaan het gat (pos. 31 in afb. Bevestigingbovenaan) van de bovenste bevestigingsbeugelmet een schakel. Het andere eind van deveiligheidsdraad eindigt in een beugel waar dehijsdraad doorheen moet lopen.15TM043932Veiligheidsdraad18. Bevestig de voedingskabel aan de hijsdraad meteen kabelklem ongeveer 0,8 m boven deflowmaker. Dit voorkomt dat de kabel valt entijdens bedrijf verstrikt raakt in de propeller. Sluitde kabelklem met een karabijnhaak aan op dehijsdraad boven de draadklem. Zie afb.Bevestigen van de kabel aan de draad.

19. Plaats de kraan in de voet en stop de hijsdraad inde trommel van de lier. Zie afb. De hijsdraad in detrommel monteren.TM070170De hijsdraad in de trommel monterenEr moeten altijd drie kabelwikkelingenom de trommel blijven zitten. Anderskan de draad van de trommelbevesti-ging losbreken.Volg de afzonderlijke installatie- en be-dieningsinstructies voor kranen op.20. Hijs de flowmaker (motorbeugel met motor) metde kraan op en schuif deze over het kolomprofiel.21. Laat de flowmaker langzaam in de tank zakken enplaats deze op de diepteaanslag.22. Bevestig de kabelsok (pos. 18 in afb. Bovenstebevestigingsbeugel met hijs- en veiligheidsdradenen kabelsok) aan de bovenste bevestigingsbeugelbij de schakel en trek de motorkabel hierdoorheen tot de gewenste positie. Zie afb.Bovenste bevestigingsbeugel met hijs- enveiligheidsdraden en kabelsok.

De voedingskabeldient licht aangetrokken te worden.201831BTM043929Bovenste bevestigingsbeugel met hijs- enveiligheidsdraden en kabelsokPos. BeschrijvingB Bouten18 Kabelsok20 Bevestigingsbeugel31Gat voor bevestiging van een veiligheids-draadVerwijder de hijsdraad van de kraanvoordat de flowmaker wordt ingescha-keld.23. Verwijder de hijsdraad van de lierklem op debovenste bevestigingsbeugel (pos. 20 in afb.Bovenste bevestigingsbeugel met hijs- enveiligheidsdraden en kabelsok). Rol eventueleextra hijsdraad op en maak deze vast met eenriem.24. Gebruik de hijsdraad als trekontlasting voor devoedingskabel. Om deze reden moet de hijsdraadaltijd aangetrokken zijn. Zie afb. Bevestiging vande hijsdraad aan de motorbeugel.483Nederlands (NL)

6. Elektrische aansluitingElektrische aansluitingen moeten gemaakt wordendoor een erkend elektricien en in overeenstemmingmet de lokale voorschriften. WAARSCHUWINGElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Voordat u een elektrische aansluitingtot stand brengt, dient u er zeker van tezijn dat de zekeringen zijn verwijderdof dat de netschakelaar is uitgezet. Zorg ervoor dat de voedingsspanningniet per ongeluk kan worden ingescha-keld. De explosieveilige classificatie van de mix-er of flowmaker isEx eb h ib IIC T3 Gb. De classificatie van de installatie moetworden goedgekeurd door de lokale auto-riteiten. De voedingsspanning en -frequentie staan vermeldop het typeplaatje. Wees er zeker van dat de mixer offlowmaker geschikt is voor de aanwezigevoedingsspanning ter plekke van de opstelling.

De mixer of flowmaker wordt geleverd met een kabelvan 10 m (standaardlengte, geschikt voor tanks tot 7m diep). Standaard kabellengtes (15 en 25 meter) zijnop aanvraag verkrijgbaar. De motor is gemarkeerd met een Y (ster) of eenΔ (driehoek). Maak deze verbinding in een externbedieningspaneel met geleiders 1 t/m 6 van devoedingskabel. Afbeelding Schematische tekening van driehoek- ensteraansluiting toont een schematische tekening vandeze ster- en driehoekverbindingen. Als de mixer offlowmaker is aangesloten in 'driehoek' tijdens bedrijf,kan de mixer of flowmaker in 'ster-driehoek' wordeningeschakeld. DriefasenmotorenW2U1L1U2V1L2V2W1L3V2W1U2V1W2U1L1L2L312TM024953Schematische tekening van driehoek- ensteraansluitingPos. Beschrijving1 Driehoek2 Ster6.

Dit vereist een thermistorversterkerrelais metvergrendeling in het stuurstroomcircuit van demotorschakelaar. ϑ1, ϑ2, ϑ3: PTC sensoren:• Twee geleiders (klemmen 31 en 32). • Maximale spanning op de aansluitklemmen: Umax. = 2,5 V (AC/DC). • Weerstand tussen klemmen 31 en 32:- bij kamertemperatuur R = 150 t/m 750 Ω. - bij uitschakeltemperatuur (130 °C) R ≥ 4000 Ω. Wanneer de aansluiting op klemmen 31 en32 wordt getest mag de testspanning nietmeer dan 2,5 V (AC/DC) bedragen. Ge-bruik een ohmmeter voor de test. Explosieveilige mixers moeten worden be-schermd tegen oververhitting door PTCsensoren. De temperatuursensoren moe-ten worden aangesloten op een gecertifi-ceerde signaalomvormer. 6. 3 Bescherming van de tandwielkastDe tandwielkast wordt op lekkage bewaakt door eeningebouwde lekkagesensor.

De leksensor moet worden aangesloten op eenGrundfos ALR-20/A-Ex relaisHet ALR-20/A-Ex relais dient afzonderlijk te wordenbesteld. Onderdeelnummer: 99794613 of 96489569. Als de tandwielkast niet wordt gecontroleerd oplekkage, inspecteert u deze elke 6 maanden. Vervangde asafdichting als er water in de olie zit. Explosieveilige mixers en flowmakersmoeten worden aangesloten op hetGrundfos ALR-20/A-Ex relais. Classifica-tie: II (2)G [Ex ib Gb] IIC. Onderdeelnummer: 99794613 of96489569. Voor details over de ALR-20/A-Ex raadpleegt u deinstallatie- en bedieningsinstructies van het ALR20/A-Ex relais. http://net. grundfos. com/qr/i/994212466. 4 OverbelastingsrelaisVoer de elektrische aansluiting uit over-eenkomstig de lokale voorschriften. De mixer of flowmaker moet worden aangesloten opeen motorbeveiliging.

Sluit de mixer of flowmaker aan op een be-sturingskast met een motorbeveiligingsre-lais met IEC uitschakelklasse 10 of 15. Sluit de mixer of flowmaker die op gevaar-lijke locaties is geïnstalleerd aan op eenbesturingskast met een motorbeveiligings-relais met IEC uitschakelklasse 10. De motor is effectief geaard door de aardgeleider vande voedingskabels en de leidingen.

Het bovenstemotordeksel voor Ex mixers of flowmakers isuitgerust met aansluitingen voor externe aarding ofeen potentiaalvereffeningsgeleider. 6. 5 Inschakelmethode6. 5. 1 MixersContinu bedrijfGebruik directe start voor motoren tot 2,2 kW. Gebruik ster-driehoek inschakelen, soft starter offrequentieomvormer voor motoren van 3,0 kW engroter. Periodiek bedrijfGebruik ster-driehoek starten, soft starter offrequentieomvormer. 6. 5. 2 FlowmakersGebruik ster-driehoek starten, soft starter offrequentieomvormer. 6. 6DraairichtingControleer de draairichting. Vanuit de motor geziendraait de propeller van de mixer of flowmaker met deklok mee. Een pijl op de motorbehuizing geeft de juistedraairichting aan. Als de propeller in de verkeerde richting draait,verwissel dan twee fasen van de hoofdvoeding (L1,L2, L3). 486Nederlands (NL).

6. 7 Bescherming tegen elektrochemischecorrosieTwee verschillende metalen of legeringenveroorzaken elektrochemische corrosie als ze dooreen elektrolyt verbonden zijn. Dit is van toepassing bijde opstelling van meer dan één mixer of flowmaker indezelfde tank. Installeer één van de volgendeaanvullende beveiligingen:• galvanische scheiding van de aardedraad en denuldraad• galvanische scheiding van de hoofdvoeding doorscheidingstransformator. De aardgeleider moet worden gescheiden om er voorte zorgen dat er geen directe stroom doorheen kangaan. Deze moet wel nog steeds werken als eenbeschermende geleider. Dit kan worden bereikt meteen beperkende eenheid (polarisatiecel of anti-parallelle diode) of een scheidingstransformator. 232L1L2L3NPE1TM024943Bescherming tegen elektrochemische corrosiePos.

Beschrijving1 Beperkende eenheid2 Aardedraad3 ScheidingstransformatorWAARSCHUWINGElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Bij gebruik van een scheidingstransfor-mator mag de verhouding tussen start-stroom en nominale stroom (IA/IN) nietworden gewijzigd. 6. 8 Gebruik van een frequentie-omvormerAlle mixers en flowmakers zijn ontworpen voorgebruik met frequentieomvormers ten behoeve vanenergiebesparing en soft start. Frequentieomvormerbedrijf stelt de isolatie van demotor echter vaak bloot aan zwaardere belasting enmaakt de motor luidruchtiger dan normaal. In deze productreeks treden alleen verwaarloosbarehoeveelheden lagerstromen op tijdens het gebruikvan de frequentieomvormer. Bij gebruik van frequentieomvormers dient u hetvolgende in acht te nemen:• De thermische motorbeveiliging moet zijnaangesloten. • Piekspanning en dU/dt moeten overeenkomstigonderstaande tabel zijn.

Stel de U/f-verhouding van defrequentieomvormer in op basis van demotorgegevens. • Minimale schakelfrequentie bedraagt 2 kHz. Variabele schakelfrequentie is acceptabel. • Stel frequentieomvormer in voor bedrijf metvariabel koppel. Er moet pulsbreedtemodulatieworden gebruikt. • Er moet aan de lokale voorschriften of normenworden voldaan. • Verlaag het motortoerental niet naar minder dan30%. • Overschrijd de op het typeplaatje aangegevenfrequentie niet; dit kan tot overbelasting van demotor leiden. • Houd de voedingskabel zo kort mogelijk. Depiekspanning neemt toe naarmate devoedingskabels langer zijn. • Gebruik ingangs- en uitgangsfilters op defrequentieomvormer. • Gebruik een afgeschermde voedingskabel als ereen kans is dat elektrische ruis andere elektrischeapparatuur kan verstoren.

Controleer de volgende bedrijfscondities als de mixerof flowmaker wordt bedreven via eenfrequentieomvormer:• Het koppel bij geblokkeerde rotor kan lager zijn,afhankelijk van het type frequentieomvormer. • De geluidsproductie kan toenemen. Zie deinstallatie- en bedieningsinstructies voor degeselecteerde frequentieomvormer. Maximale herhaaldepiekspanning [V]MaximumdU/dt [V/μs]1000 5000487Nederlands (NL).

Gebruik van een frequentieomvormer kande levensduur van de lagers en de asaf-dichting verminderen, afhankelijk van debedrijfsmodus en andere omstandigheden.Voor explosieveilige producten moeten dePTC sensoren die in de wikkelingen zijngeplaatst worden aangesloten op een ge-schikt relais met het juiste veiligheidsni-veau (SIL 1).Als de motor wordt aangedreven door eenfrequentieomvormer, moet de tempera-tuurklasse van de explosieveilige mixer offlowmaker T3 zijn.Ga voor meer informatie over de frequen-tieomvormer werkende mixer of flowmakertoerental en koppelcurves naar het Grund-fos Product Center op https://product-se-lection.grundfos.com.Voor meer informatie over de werking van defrequentieomvormer raadpleegt u het gegevensbladen de installatie- en bedieningsinstructies voor degeselecteerde frequentieomvormer.7.

Inschakeling7.1 Het product aanzuigenControleer het oliepeil in de tandwielkast voordat demixer of flowmaker wordt ingeschakeld. De olie moetde tandwielkast voor 50 tot 75 % vullen.WAARSCHUWINGSysteem onder drukDood of ernstig persoonlijk letsel‐ De oliekamer staat mogelijk onderdruk. Draai de bouten zorgvuldig los enverwijder deze pas nadat de druk volle-dig ontsnapt is.Indien nodig, vul de tandwielkast met olie door deolievulopening (pos. 2). Zie afb. Olie controleren enbijvullen.12TM029479Olie controleren en bijvullenPos. Beschrijving1 Olieaftapschroef2 VulopeningControles vóór de inschakeling:1. Controleer of de propeller in de juiste richtingdraait.2. Zorg ervoor dat de mixer of flowmaker volledig isondergedompeld in de vloeistof.VOORZICHTIGScherp elementLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ De mixer of flowmaker moeten tijdensbedrijf altijd zijn ondergedompeld.1.

Service8.1 OnderhoudVoordat u begint met werkzaamheden aande mixer of flowmaker:• controleer of de zekeringen zijn verwij-derd en of de hoofdschakelaar is uitge-schakeld• controleert of de voedingsspanningniet onbedoeld kan worden ingescha-keld• controleer of er geen draaiende onder-delen meer zijn.Houd u aan alle regelgeving met betrek-king tot mixers die zijn geïnstalleerd in ex-plosiegevaarlijke omgevingen.Controleer of er geen werkzaamhedenworden uitgevoerd in explosiegevaarlijkeomgevingen.8.2 Het product reparerenAlvorens te beginnen met werkzaamheden aanmixers of flowmakers die gebruikt worden inbesmettelijke/giftige vloeistoffen, dienen grondigereiniging en ontluchting uitgevoerd te worden inovereenstemming met de lokale regelgeving.8.2.1 Explosieveilige mixers en flowmakersExplosieveilige mixers en flowmakers moeten doorGrundfos of een erkend servicebedrijf onderhoudenen gerepareerd worden.Servicewerkzaamheden moeten worden uitgevoerdvolgens de normEN 60079-19.ReserveonderdelenBeschadigde onderdelen van mixer of flowmakermoeten altijd worden vervangen door nieuwe engoedgekeurde onderdelen.De details op het typeplaatje zijn nodig voor hetbestellen van reserveonderdelen.8.2.2Verontreinigde mixer of flowmakerWAARSCHUWINGBiologisch gevaarDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Het product wordt geclassificeerd alsverontreinigd als het wordt gebruiktvoor besmettelijke of giftige vloeistof.Voordat u het product retourneert voor service, neemtu contact op met Grundfos met de details van devloeistof.

Anders kan Grundfos het product weigerente servicen.Elke aanvraag voor service moet details over devloeistof bevatten.Reinig het product zo goed mogelijk voordat u hetretourneert. Eventuele kosten voor het retour zendenvan de mixer of flowmaker zijn dan voor rekening vande klant.489Nederlands (NL)

Het motorhuis magalleen worden gedemonteerddoor Grundfos.De rollagers hebben geen onder-houd nodig.Deze dienen te worden vervan-gen als ze lawaai produceren.Voedings-kabelControleer de voedingskabeltweemaal per jaar op zichtbareschade.Als de voedingskabel bescha-digd is, dient deze door Grund-fos vervangen te worden.Tandwiel-kastVervang de lipafdichting ende slijtring in geval van slijta-ge.Vervang de asafdichting alser water in de olie zit.Als de olie water bevat of is ver-ontreinigd, ververst u de olie.Ververs de olie minimaal elketwee jaar.Als hervullen nodig is, raadpleegtu de paragraaf over olie van ditdocument.Als het asafdichtingshuis nietwordt gecontroleerd op lekka-ge, inspecteert u dit elke 6maanden.PropellerControleer de propellerbladenregelmatig op slijtage.

8. 4 Olie8. 4. 1 Oliekwaliteit, tandwielkastTandwielolie, bedoeld voor mixers (AMG) volgensDIN 51502: ISO VG 68. Tandwielolie, bedoeld voorflowmakers (AFG) volgens ISO VG 220. 8. 4. 2 Oliekwaliteit, motorGebruik uitsluitend speciale diëlektrische olie: ShellFluid 4600 of Nycodiel 1244. Gebruik van een andertype olie kan het wikkelmateriaal beschadigen. 8. 4. 3 Hoeveelheid olieTypeTandwielkast[l]AMG. 15-22. xx1. 2AMG. 30-40. xxAMG 55-90. xx2. 5AMG. 110-130. xxAMG. 150-185. xx 4. 0AFG. 15-22. 130. xx1. 3AFG. 30-40. 130. xxAFG. xx. 150. xx 4. 6AFG. 13-18. 180. xx3. 2AFG. 24-37. 180. xxAFG. 15-22. 230. xxAFG. 30-40. 230. xxAFG. xx. 260. xx 4. 6Explosieveilige mixers en flowmakers heb-ben geen olie in de motor. 8. 5 Olie verversen1. Plaats de mixer of flowmaker in een horizontalepositie op een steun. Plaats er een transparantecontainer onder om de olie op te vangen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Grundfos AMG.75.73 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden