Gossen Metrawatt Profitest 0100S-II Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gossen Metrawatt Profitest 0100S-II (68 pagina’s), behorend tot de categorie Meetinstrumenten. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 79 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Gossen Metrawatt Profitest 0100S-II of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Gossen Metrawatt |
| Categorie: | Meetinstrumenten |
| Model: | Profitest 0100S-II |
Handleiding Gossen Metrawatt Profitest 0100S-II – volledige tekst
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 5Inhoud Bladzijde Inhoud Bladzijde9 Meten van de inwendige weerstand van het net (ZI). 349. 1 Testen van kWh-meter met steker. 3510 Meten van de aardingsweerstand (RE). 3610. 1 Meten met sonde. 3710. 1. 1 Automatische keuze van het meetbereik. 3710. 1. 2 Handmatige keuze van het meetbereik. 3710. 2 Meten zonder sonde. 3810. 3 Beoordelen van de meetwaarden. 3810. 4 Meten van de foutspanning (UE). 3911 Meten van de isolatieweerstand van bodem en wanden(isolatieweerstand ZST). 4012 Meten van de isolatieweerstand (RISO). 4212. 1 Meten van de vloergeleidingsweerstand (RE(ISO)). 4312. 2 Beoordelen van de meetwaarden. 4412. 3 Instellen grenswaarde. 4413 Meten van laagohmige weerstanden Rlo (aardings- en vereffeningsleidingen) tot 100 Ω. 4513. 1 Meten van laagohmige weerstanden (RLO). 4513. 2 Meten van laagohmige weerstanden d. m. v. verlengkabels tot 10 Ω (ΔRLO).
6GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH1GebruikMet het meet- en testinstrument PROFiTEST®0100S-II kunt u snel en rationeel veiligheidsvoorschriften volgens DIN VDE 0100 (Duitsland), SEV 3569 (Zwitserland), speciale voorschriften uit andere landen testen en metingen in het kader van de NEN 1010 en NEN 3140 uitvoeren.Het instrument is voorzien van een microprocessor en voldoet aan de bepalingen IEC 61557/EN 61 557 / VDE 0413.Deel 1: Algemene eisenDeel 2: IsolatieweerstandmetersDeel 3: AardcircuitweerstandmetersDeel 4: WeerstandmetersDeel 5: AardverspreidingsweerstandmetersDeel 6: Instrumenten om de werking van aardlekschakelaars en overspanningsbeveiligingen (RCD) in TN en TT netten vast te stellenDeel 7: DraaiveldrichtingaanwijzersHet is bijzonder geschikt bij:• het opbouwen van• het in bedrijf stellen van• herhalingstests• het zoeken van fouten in elektrische installatiesAlle in het gereedmeldingsrapport gevraagde waarden kunnen met dit instrument worden gemeten.Een als optie leverbare printer (PSI) met geheugen en een geïnte-greerde interface vergroten het toepassingsgebied van de PROFiTEST®0100S-II.De meetgegevens kunnen direct of via een PC geprotokolleerd worden.
Dit is m.b.t. produktverantwoordelijkheid bijzonder belangrijk.De PROFiTEST®0100S-II kan gebruikt worden in alle wissel- en draaistroomnetten tot 230/400 V (300/500 V) nominale spanning en 162/3/ 50 / 60 / 200 / 400 Hz nominale frequentie.Met de PROFiTEST®0100S-II kunt u het volgende testen en meten:•Spanning•Frequentie• Draaiveldrichting• Aardcircuitweerstand• Netweerstand• Aardlekschakelaars• Aardingsweerstand• Aardelektrodespanning• Bodem/wand isolatie• Isolatieweerstand• Aardlekweerstand• Laagohmige weerstand (weerstand vereffeningsleiding)• Lekstroom met stroomtang• Start van kWh-meters• Lengtes van leidingenVerleende keurmerken KEMAEURaangevraagd aangevraagd
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 72 Veiligheidskenmerken en voorzorgsmaatregelenHet elektronische meet- en testinstrument PROFiTEST®0100S-II is overeenkomstig de voorschriften IEC 61010-1/EN 61010-1/VDE 0411-1 gefabriceerd en getest. Bij correct gebruik is de veiligheid van gebruiker en instrument gewaarborgd. Lees de gebruiksaanwijzing voor ingebruikname van het instru-ment zorgvuldig en in zijn geheel door. Volg deze altijd op alle punten op. Houd de teststeker en sondes vast als u deze b. v. in een bus steekt. Het meet- en testinstrument mag niet gebruikt worden wanneer:• het batterijvakdeksel verwijderd is. • het zichtbaar beschadigd is. • de aansluitsnoeren of meetadapters beschadigd zijn. • het niet meer correct functioneert. • het ondeugdelijk is vervoerd. • het een lange tijd onder ongunstige omstandighedenis opgeslagen.
(vochtigheid, stof, temperatuur)Betekenis der symbolen op het instrumentGevaar(Documentatie raadplegen) Instrument van de isolatieklasse IILaadbus 9V DC voor accu´s3 Inbedrijfname3. 1 Batterijen plaatsen c. q. omwisselenLet op. Voordat het batterijvak wordt geopend moet het instru-ment met alle aansluitingen van de meetkring (net) ont-koppeld worden. De PROFiTEST®0100S-II werkt op zes stuks, normaal in de han-del verkrijgbare, 1,5 V pen-lite batterijen volgens IEC LR 6. Er mogen alleen alkaline batterijen volgens IEC LR 6 gebruikt wor-den. Zink-kool batterijen worden vanwege de korte levensduur afgeraden. TipOplaadbare NiCd cellen mogen ook gebruikt worden. Om op te laden zie hfdst. 17. 2 blz 61. Wissel altijd een complete set batterijen tegelijk uit. Zorg voor een milieuvriendelijke verwerking van de lege set.
8GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH3.2 Taal kiezenBasis- of subfuncties instellenMENUSTARTMENUDoor op de drukknop MENU (4) te drukken kunt u een van de talenuitkiezen.STARTMENUDoor op de drukknop MENU (4) te drukken kunt u kiezen of na het inschakelen van het instrument de basisfuncties, of de laatst ingestelde functie opgeroepen wordt, zodat direct met de meting kan worden begonnen.TipDe basisfunctie wordt automatisch gekozen, als de meet-bereikschakelaar (9) bediend wordt.
Als het instrument de zelftestprocedure doorloopt moet deze eerst beëindigd worden alvorens met meten begonnen kan worden.Verlichting displayTen einde de levensduur van de batterijen te verlengen kunt u de verlichting door het drukken van de knop menu (4) uitschakelen.STARTMENUIngestelde bedrijfsduurU kunt via de drukknop MENU (4) de tijd kiezen, waarna het tes-tinstrument automatisch uitschakelt.STARTMENUDit is van invloed op de levensduur van de batterijen.UL-N
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 93.3 Batterij- c.q. accutestMENUSTARTTipDe batterij- c.q. accutest moet belast plaatsvinden. Daarom zullen de LED’s NETZ/MAINS, UL/RL en Fi/RCCB kortstondig branden als de knop START (3 of 18) wordt bediend.Indien de batterijspanning onder de toelaatbare waarde is gezakt verschijnt er bv.: Bij zeer sterk ontladenbatterijen werkt het instru-ment niet meer. Er verschijnt derhalve dan ook geen aanwijzing meer.3.4 Accu´s ladenLet op!Gebruik om de accu´s te laden alleen de netadapter Z501D met 9 V DC laadspanning.De netadapter mag alleen worden aangesloten als:– accu´s en geen batterijen zijn aangebracht– het instrument compleet van het net verwijderd isSluit de netadapter Z501D op de 3,5 mm laadbus aan de rechter zijkant van de behuizing aan. Start de laadprocedure zoals de batterijtest functie.
Het testin-strument herkent dat een laadadapter is aangesloten en begint met de laadprocedure.Ontladen accu´s (display < 6 V) hebben ca. 4 uur nodig om op te laden. Bij zeer sterk ontladen accu´s functioneert het instrument niet meer. Laat de netadapter Z501D 30 minuten aangesloten en herhaal de procedure als voorheen omschreven.UL-N
10 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH4 Beknopte gebruiksaanwijzingvoor een snelle ingebruiknameMeten en testen met de PROFiTEST‚0100S-II gaat snel en eenvoudig.In het algemeen zal de geïntegreerde helpfunctie resp. de beknopte gebruiksaanwijzing voldoende zijn voor het grootste deel van de metingen. Toch dient men de informatie, die op dit hoofdstuk volgt, te lezen en op te volgen.Begrippen:Basisfunctie met de meetbereikschakelaar (9) gekozen instelling. De basisfunctie staat in het menu op de bovenste plaats. Deze wordt na het bedie-nen van de meetbereikschakelaar (9) automa-tisch aangewezen. Subfunctie functies die in het menu onder de basisfunctie staan. Deze kunnen met de gele drukknop MENU (4) gekozen worden.
De keuze wordt met een pijl gemarkeerd.Bij alle metingen kunt u als volgt te werk gaan:Basisfunctie met de meetbereikschakelaar (9) instellenDraai de meetbereikschakelaar (9) in de gewenste positie.Testinstrument aansluitenSteek de teststeker (met draaivergrendeling) (14) met de opge-stoken stekermoduul (landgebonden) (13) in de wandcontact-doos of sluit het instrument met de meetadapter (2-polig) (12) direct aan.In de functies RLO en RISO is gebruik van de meetadapter (2-polig) (12) altijd noodzakelijk.Na het kiezen van de basis- of subfunctie, overeenkomstig de vol-gende omschrijving, kan men door de knop IΔN / i (2 of 18) te bedienen het daarbij behorende aansluitschema op het LCD Dis-play (1) laten verschijnen.Basis- of subfuncties met de drukknop MENU (4) kiezenZodra de drukknop MENU (4) wordt bediend, schakelt het instru-ment in.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 11Druk zo vaak op de drukknop MENU (4) totdat de pijl naar de gewenste functie wijst.Voor elke gekozen functie kan men met de knop IΔN / i (2 of 18) hulp oproepen.Het kiezen van een functie is niet noodzakelijk wanneer de basis-functie resp. subfunctie, zoals voorheen omschreven, vast is inge-steld.Meting starten met de knop START (3 of 17) en het meetresultaat aflezenBij de uitschakeltest van de aardlekschakelaar moet binnen de ingestelde bedrijfsduur (zolang het instrument nog niet auto-matisch is uitgeschakeld) de knop IΔN (2 of 18) ingedrukt wor-den.IΔN100 mAIΔN300 mAIΔN500 mAZSchlZIRERISORLO
12 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH5 Algemene aanwijzingen5. 1 Instrument aansluitenIn installaties met geaarde wandcontactdozen wordt het instru-ment aangesloten d. m. v. de teststeker (met draaivergrendeling) (14) waarop de stekermoduul (landgebonden) (13) is bevestigd. De spanning tussen fase L en aardleiding PE mag max. 253 V bedragen. Daarbij hoeft niet op de polariteit te worden gelet. Het instrument stelt vast welke ader de fase L en welke de nul N is en poolt, indien noodzakelijk, automatisch om. Uitzonderingen daarop zijn:– Spanningsmetingen in de schakelaarpositie Ul-pe– Isolatieweerstandmeting– Laagohmige weerstandmeting– DraaiveldrichtingmetingOp de stekermoduul (landgebonden) (13) is aangegeven op welke pool de fase L en de nul N moeten worden aangesloten.
Indien aan draaistroom-wandcontactdozen, in verdeelinrichtingen of aan permanente aansluitingen gemeten wordt, moet de meetadapter (2-polig) (12) aan de teststeker (met draaivergrende-ling) (14) bevestigd worden (zie tab. 16. 1). De aansluiting wordt tot stand gebracht door de ene testpen aan de PE of N en de andere aan de L aan te sluiten. Bij draaiveldrichtingmeting moet de tweepolige meetadapter met behulp van de bijgeleverde meetleiding tot een driepolige uitge-breid worden. In de posities Ul-n en Zi van de meetbereikschake-laar (9) zijn metingen met de meetadapter (2-polig) (12) niet mogelijk. Deze metingen kunnen in de stand UL-PE en ZSchl uitge-voerd worden. Aanraakspanning (bij de aardlekschakelaartest) en aardingsweer-stand kunnen, aardingsspanning, vloer-isolatieweerstand, sonde-spanning en aardlekschakelaartest in IT-netten moeten met een sonde gemeten worden.
De sonde wordt aan de bus voor sonde aansluiting (20) met een banaansteker van 4 mm aangesloten. 5. 2 Automatische instelling, bewaking en uitschakelingDe PROFiTEST‚0100S-II stelt automatisch alle parameters, die door het instrument zelfstandig vastgesteld kunnen worden, in.
De spanning en frequentie van het aangesloten net worden gemeten. Liggen deze waarden binnen de nom. spanning en nom. frequentiegrenzen, dan worden de waarden onder in het LCD Display (1) weergegeven. Vallen ze erbuiten, dan worden UN en fN als actuele meetwaarden van de spanning U en de frequen-tie f weergegeven. Netschommelingen beïnvloeden het meetresultaat niet. De aanraakspanning, die door een teststroom wordt gegene-reerd, wordt bij elke meting bewaakt. Wordt de grenswaarde van > 25 V resp. > 50 V overschreden, dan wordt de meting direct afgebroken. De rode LED UL/RL (7) gaat branden. Het instrument werkt niet resp. de meting wordt afgebroken als de batterijspanning onder de gestelde grenswaarde komt. De meting wordt automatisch afgebroken resp.
het meetverloop wordt geblokkeerd (behalve bij spannings-meetbereik en draai-veldrichtingmeting):• bij ontoelaatbare netspanning (< 60 V, > 253 V / > 330 V / > 440 V resp. > 550 V) bij metingen waarbij netspanning noodzakelijk is• indien er bij isolatieweerstandmeting of laagohmige weer-standmeting een vreemde spanning aanwezig is• als de temperatuur van het instrument te hoog is. Een te hoge temperatuur treedt in de regel alleen op wanneer er ca. 500 metingen met een interval van 5 sec. met de meet-bereikschakelaar (9) in de stand ZSchl of ZI, doorgevoerd wor-den. Bij een poging een meting uit te voeren als de temperatuur te hoog is opgelopen volgt hiervan een melding in het LCD Dis-play (1).
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 13Het instrument blijft tot het einde van een (automatische) meting ingeschakeld en schakelt na afloop van de ingegeven uitschakel-tijd (zie hfdst. 3. 2) automatisch uit. De duur wordt weer met de in de set-up ingestelde tijd verlengd, zodra een knop of de meetbe-reikschakelaar (9) bediend wordt. Tijdens de meting met oplopende foutstroom in installaties met selectieve aardlekschakelaars, blijft het testinstrument ca. 75 sec. , plus de ingegeven tijd, ingeschakeld. Het instrument schakelt steeds automatisch uit. 5. 3 Meetwaardeweergave en meetwaardeopslagIn het LCD Display (1) wordt aangegeven:• meetwaarden met beknopte aanduiding en grootheid.
• de gekozen functie• de nominale spanning• de nominale frequentie• foutmeldingenBij automatisch verlopende metingen worden de meetwaarden, tot een volgende meting gestart wordt of tot het instrument auto-matisch afschakelt, opgeslagen en als digitale waarden weerge-geven. Als een meetbereik wordt overschreden, wordt aan de meetwaarde het teken ">" (groter dan) toegevoegd. Op deze manier wordt een overflow aangeduid. 5. 4 Wandcontactdozen met randaarde op een correcte aansluiting controlerenHet laatste dat gecontroleerd moet worden voordat met het tes-ten van de veiligheidsvoorschriften kan worden begonnen, is de correcte aansluiting van de geaarde wandcontactdoos. Het instrument toont een niet correcte aansluiting als volgt aan:Ontoelaatbare netspanning (< 60 V of > 253 V): De LED NETZ/MAINS (6) knippert rood en de meting is geblokkeerd.
Aardcontact niet aangesloten of het potentiaal van het contact t. o. v. aarde ≥100 V bij f > 45 Hz: Bij het aanraken van de con-tactvlakken (19) gaat de rode LED PE (5) branden. De meting wordt door de oplichtende LED niet geblokkeerd. De LED zal niet oplichten c. q. is buiten bedrijf als de meetbe-reikschakelaar (9) bij ingeschakeld instrument in de positie UL-N of ZI staat (zie LED functies, blz. 58).
TipIn de schakelaarpositie UL-N en ZI kan bij uitgeschakeld instrument de rode PE-LED oplichten als de contactvlak-ken (19) worden aangeraakt en de met N aangegeven aansluiting van de stekermoduul met de fase van de wandcontactdoos is verbonden. Nulleider N niet aangesloten:de LED NETZ/MAINS (6) knippert groen(zie LED functies, blz. 58). Een van beide aardcontacten niet aangesloten:Dit wordt in de functies FI, ZI, ZSchl en RE automatisch getest. Bij een slechte overgangsweerstand van een van de contacten wordt, afhankelijk van de polariteit van de steker:– Slechts ongeveer de helft van de te verwachten netspanning aangetoond. – Een "STOP-teken" met de waarschuwing "aardingsweer-stand te hoog of zekering defect" getoond. Let op. Het verwisselen van N en PE in een installatie zonder aardlekschakelaar wordt niet herkend noch gesigna-leerd.
14 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH5.5 HulpfunctieVoor iedere basis- en subfunctie kunt u, na keuze in het betref-fende menu, de bijbehorende afbeelding met hulptekst op het LCD Display (1) oproepen.Druk voor oproep van de afbeelding de knop IΔN/i(2 of 18) één maal en druk diverse malen om tussen afbeelding en hulptekst te wisselen.Druk om de hulpfunctie te verlaten de drukknop MENU (4).IΔNMENU
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 176.4 Stroommeting d.m.v. stroomtangVoor-, lek- en vereffeningsstromen kunt u d.m.v. de stroomtang Z501G, die u via de laadbus aansluit, meten.Let op!!Gevaar door hoge spanningen!Gebruik uitsluitend de hierboven aangegeven stroom-tang. Andere stroomtangen zijn evt. aan de secundaire kant niet door een shuntweerstand belast. Gevaarlijk hoge spanningen kunnen in dit geval de gebruiker en het testinstrument in gevaar brengen.De max. toegestane bedrijfsspanning is de nominale spanning van de stroomtang.Let op!!Sluit nooit een andere dan een door GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH aanbevolen en vrijgegeven stroomtang aan! Gebruiker en testinstrument kunnen hierdoor in gevaar raken c.q. beschadigd worden.Bij aangesloten stroomtang of netadapter zijn alle andere test-functies van het testinstrument geblokkeerd.
Probeert u het des-alniettemin dan verschijnt de tekst „Adapter verwijderen“. Er vindt geen test plaats. Na verwijderen van de stroomtang of netadapter verdwijnt deze melding bij functies in continubedrijf (b.v. span-ningsmeting) automatisch. Bij andere functies verdwijnt de mel-ding zodra een nieuwe meting gestart wordt of van functie gewis-seld wordt.Is in de functie IL geen stroomtang aangesloten, dan verschijnt de melding „Stroomtang gebruiken“.Aansluitschema MENUSTARTUL-PE
18 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH7 Testen van aardlekschakelaarsHet testen van de aardlekschakelaars omvat:• visuele inspectie• beproeven• metenVoor het beproeven en meten maakt u gebruik van de PROFiTEST‚0100S-II. De metingen kunnen met en zonder hulps-onde uitgevoerd worden. Voor meting in IT-netten is altijd een hulpsonde nodig. Voor de meting met de sonde is het noodzakelijk, dat de sonde hetzelfde potentiaal heeft als de bedrijfsaarde RB. Dat betekent, dat de sonde buiten de spanningstrechter van de aardelektrode Re moet worden geplaatst. Deze afstand moet minimaal 20 meter bedragen. De sonde wordt d. m. v. een aanraakveilige 4 mm banaansteker aangesloten. In de meeste gevallen zult u deze meting uitvoeren zonder sonde. Let op. De sonde maakt deel uit van de meetkring en kan con-form VDE 0413 een stroom van max. 3,5 mA voeren. U kunt de spanningloosheid van een sonde m. b. v.
de functie USONDE testen, zie ook hfdst. 6. 3 blz 16. 7. 1 Meten van de aanraakspanning (gerelateerd aan de nominale foutstroom) met 1/3 van de nominale foutstroom en uitschakeltest met nominale foutstroomAansluitschemaMeetmethodeVoor de van toepassing zijnde nederlandse normen en grens-waarden verwijzen wij u naar NEN 1010 en NEN 3140. Conform de DIN VDE 0100 :– Mag de, bij nominale foutstroom optredende aanraakspan-ning, de maximale waarde voor het betreffende stelsel niet overschrijden– Moet de aardlekbeveiliging bij nominale foutstroom binnen 400 ms uitschakelen (bij selectieve aardlekschakelaars 1000 ms)Bij het vaststellen van de aanraakspanning UIΔN bij nominale fout-stroom, meet het instrument met 1/3 van de nominale fout-stroom. Hierdoor wordt het uitschakelen van de aardlekschake-laar voorkomen.
Het bijzondere aan deze meetmethode is, dat op iedere wand-contactdoos de aanraakspanning kan worden gemeten zonder dat de aardlekschakelaar uitschakelt.
De moeilijke en omslachtige meetmethode, waarbij de werking van de aardlekschakelaar op iedere wandcontactdoos moet wor-den uitgevoerd om te bepalen of de beschermcontacten veilig en laagohmig zijn aangesloten, kan hierbij vervallen. In het LCD Display (1) worden de aanraakspanning UIΔN en de berekende aardverspreidingsweerstand Re weergegeven.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 19Na het meten van de aanraakspanning kunt u met het instrument controleren of de aardlekschakelaar inderdaad binnen 400 ms resp. 1000 ms uitschakelt.Schakelt de aardlekschakelaar inderdaad uit bij de nominale fout-stroom dan wordt de uitschakeltijd en de berekende aardversprei-dingsweerstand weergegeven.Schakelt de aardlekschakelaar niet uit binnen de gestelde tijd dan licht de LED Fi/RCCB (8) rood op.De uitschakeltest is voor iedere aardlekschakelaar echter maar op één plaats noodzakelijk.TipStoorspanningen op de beschermingsleiding PE, op de aardelektrode of op de aangesloten sonde kunnen de meting niet beinvloeden.Door een spanningsmeting met de meetadapter (2-polig) (12) kan deze spanning gemeten worden. Evt. optre-dende lekstroom kan conform hfdst. 6.4 blz 17 m.b.v. stroomtang vastgesteld worden.
Is de lekstroom in het stelsel erg groot of werd er een te hoge teststroom voor de aardlekschakelaar gekozen, kan dit tot uitschakelen van de aardlekschakelaar leiden. In dit geval wordt in het display de melding „Meetaansluiting testen“ weergege-ven.MENUMENUSTARTDe LED UL/RL (7) licht rood op als de, met 1/3 van de nominale foutstroom gemeten en met IΔN berekende aanraakspanning UIΔN>50V (> 25V) is.Wordt tijdens de meting de aanraakspanningUIΔN >50V (>25V) dan wordt om veiligheidsredenen de meting afgeschakeld.De aanraakspanningen worden tot 70 V weergegeven. Is de waarde groter, dan geeft het display: UIΔN >70V aan.IΔN10 mAIΔN30 mAIΔN100 mAIΔN300 mAIΔN500 mA
20 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbHGrenswaarden voor continu aanwezige, toelaatbare aanraakspanningenDe grenswaarde voor deze toelaatbare aanraakspanning is bij wisselspanning UL= 50 V ( internationale norm ).Voor bijzondere gevallen zijn lagere waarden voorgeschreven (bv. in stallen van boerderijen UL=25V).Uitschakeltest na het meten van de aanraakspanningIndrukken van de drukknop IΔN (2 of 18) binnen de inschakel-tijd van ca. 30 sec.Schakelt de aardlekschakelaar uit bij de nominale foutstroom, dan licht de LED NETZ/MAINS (6) rood op. De netspanning is dan afgeschakeld. In het LCD Display (1) worden de uitschakeltijd tA en de aardverspreidingsweerstand RE weergegeven.IΔNBij het opnieuw indrukken van IΔN-knop (2 of 18) schakelt het LCD Display (1) voor 3 sec.
terug naar het vorige beeld.Schakelt de aardlekschakelaar niet uit bij de nominale foutstroom, dan licht de LED Fi/RCCB (8) rood op.Let op!!Wanneer de aanraakspanning te hoog is of de aardlek-schakelaar niet uitschakelt, dan moet de installatie gecontroleerd worden (bv. aardverspreidingsweerstand te hoog of aardlekschakelaar defect)In draaistroomnetten moet, voor de juiste controle van de aard-lekschakelaars, de meting van de aanraakspanning op elke fase (L1, L2 en L3) worden uitgevoerd.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 217.2 Speciale tests van installaties resp. aardlekschakelaars7.2.1 Testen van installaties resp. aardlekschakelaars met oplopende foutstroomMeetmethodeOm met een oplopende foutstroom te kunnen testen produceert het instrument in het net een oplopende foutstroom van (0,3 ... 1,3) • IΔN. Het instrument onthoudt de waarde van de aanraakspanning en de uitschakelstroom, welke optreden op het moment van uitschakelen, en geeft deze weer in het display.Bij de meting met oplopende foutstroom kan men kiezen tussen beide aanraakspanningsgrenzen UL=25V en UL=50V.AansluitschemaMENUMENUSTARTVerloop van de metingNadat de meting gestart is, loopt de door het instrument opge-wekte foutstroom vanaf 0.3 x nominale foutstroom op, totdat de aardlekschakelaar uitschakelt. Dit kunt u zien aan de horizontale balk.Bereikt de aanraakspanning de gekozen grenswaarde (UL=50V resp.
22 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbHLet op!!Een lekstroom in de installatie zal bij de meting van de aanspreekstroom de meetresultaten van de aanraaks-panning en aanspreekstroom beïnvloeden. Zie ook tip op blz. 19.Een met een aardlekschakelaar beveiligde installatie mag conform de DIN VDE 0100 deel 610 gecontroleerd worden met een oplopende foutstroom. Daarna mag met de gemeten waarde de aanraakspanning voor de betreffende nominale foutstroom IΔN berekend worden.De snellere en eenvoudigere meetmethode zie hfdst. 7.1 verdient in deze situatie de voorkeur.7.2.2 Testen van aardlekschakelaars met 5 • IΔN (10 mA en 30 mA)De meting van de uitschakeltijd vindt met 5-voudige nominale foutstroom plaats.U kunt kiezen tussen de mogelijkheid de meting bij positieve halve periode „0°“ of bij negatieve halve periode „180°“ te starten.Pas beide metingen toe.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 237.2.3 Testen van aardlekschakelaars,die voor pulserende foutstroom geschikt zijnHier kunnen aardlekschakelaars met positieve of negatieve halve perioden getest worden. Het uitschakelen vindt conform de nor-men met 1,4 x nominale stroom plaats.+IΔNMENUKnop *ingedrukt houden !+IΔNMENUKnop *ingedrukthouden !* Knop zo vaak drukken, tot dat het symboolveld voor pulserende positie-ve of negatieve gelijkstroom verschijnt7.3 Testen van speciale aardlekschakelaars7.3.1 Meten in installaties met selectieve aardlekschakelaarsIn installaties waarin men meerdere, in serie geschakelde, aard-lekschakelaars toepast, zal men in gevallen, waarin de beveiligin-gen niet gelijktijdig mogen uitschakelen, selectieve aardlekscha-kelaars gebruiken.
Deze hebben een vertraagde uitschakeltijd en zijn voorzien van het symbool .MeetmethodeHet meetprincipe is gelijk aan hoofdstuk 7.1 blz 18 en7.2.1 blz 21.Indien men selectieve aardlekschakelaars gebruikt, mag de aard-verspreidingsweerstand maar half zo groot zijn als bij gebruik van normale aardlekschakelaars.Het instrument geeft om deze reden de dubbele waarde van de aanraakspanning weer.MENUSIΔN100 mAIΔN300 mAIΔN500 mA
24 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbHSTARTUitschakeltestDruk op de knop IΔN (2 of 18). De aardlekschakelaar wordt uit-geschakeld. Het LCD Display (1) geeft na de zandloper de uit-schakeltijd tA en de aardverspreidingsweerstand RE weer.TipSelectieve aardlekschakelaars hebben een vertraagde uitschakeltijd. Door de voorbelasting bij het meten van de aanraakspanning wordt de uitschakeltijd kortstondig (ca. 30 sec) beïnvloed. Om deze voorbelasting bij het meten van de aanraakspanning te elimineren, is er bij de uitschakeltest een wachttijd noodzakelijk. Na het starten van de meting (uitschakeltest) wordt er in het LCD Display (1) een zandloper weergegeven.Uitschakeltijden tot 1000 ms zijn toegestaan.STARTBij het opnieuw drukken op de knop IΔN (2 of 18) schakelt het LCD Display (1) terug naar het beeld UIΔN.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 257.3.2 PRCD´s met niet lineaire elementenGegevens (uit DIN VDE 0661)Verplaatsbare beveiligingsvoorzieningen tegen aardfoutstroom (PRCD – Portable Residual Current operated Device) zijn aardlek-schakelaars die, met behulp van genormaliseerde stekerverbin-dingen, tussen de verbruiker en een wandcontactdoos gescha-keld kunnen worden.Een heraansluitbare, verplaatsbare aardlekschakelaar is een aard-lekschakelaar, die dusdanig is geconstrueerd, dat verplaatsbare leidingen kunnen worden aangesloten.Let er s.v.p.
op, dat bij verplaatsbare aardlekschakelaars over het algemeen een niet lineair element in de aardingsleiding is geinte-greerd, wat bij een meting van UIΔ direct tot een overschrijden van de maximaal toegestane aanraakspanning leidt (UIΔ > 50V).Verplaatsbare aardlekschakelaars, die niet over een niet lineair element in de aardingsleiding beschikken, moeten conform hfdst. 7.3.3 blz 26 getest worden.Doel (uit DIN VDE 0661)Verplaatsbare beveiligingsvoorzieningen tegen lekstroom (PRCD) beveiligen personen en goederen. Ze kunnen de veiligheidsdrem-pel t.a.v. gevaarlijke stromen door het lichaam, zoals bedoeld in de DIN-VDE 0100 deel 410, verhogen.
Ze zijn zo geconstrueerd, dat ze met een direct aangebouwde steker of door een steker met een kort snoer aangesloten kunnen worden.MeetmethodeAl naar gelang de meetmethode, kan het volgende gemeten wor-den:• de uitschakeltijd tA bij uitschakeltestmet nominale foutstroom IΔN• de uitschakelstroom IΔ bij test met oplopende foutstroom IFAansluitschemaMENUAfbeelding menu blz. 2STARTIΔN10 mAIΔN30 mA
26 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH7.3.3 SRCD, PRCD (SCHUKOMAT, SIDOS e.d.)Aardlekschakelaars van de serie SCHUKOMAT, SIDOS en derge-lijke die hiermee elektrisch identiek zijn, moeten in deze schake-laarpositie getest worden.Bij aardlekschakelaars van deze types vindt een bewaking van de PE-leiding plaats. Bij een foutstroom van L naar PE is derhalve de uitschakelstroom slechts half zo hoog, d.w.z. de aardlekschake-laar moet reeds bij de halve nominale foutstroom IΔN uitschakelen.De identieke bouwwijze van aardlekschakelaars met SRCD´s (Socket outlet RCD) kan door meting van de aanraakspanning UIΔN getest worden. Wordt een aanraakspanning UIΔN in een ver-der intacte installatie aan de PRCD > 70V aangetoond, dan is er naar alle waarschijnlijkheid sprake van een PRCD met niet lineair element.MENUAfbeelding menu blz. 2STARTIΔNSTARTIΔN10 mAIΔN30 mA
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 277.3.4 Aardlekschakelaars type GMet behulp van het testinstrument PROFiTEST®0100S-II kunt U, behalve de gebruikelijke en selectieve aardlekschakelaars de spe-ciale eigenschappen van een G-schakelaar testen.Draai de meetbereikschakelaar van het testinstrument op ΔN= 30 mA resp. 10 mA en kies met de cursor menupunt IΔN.MENUAanraakspanning en uitschakeltijd kunnen zoals bij de gebruike-lijke aardlekschakelaars gemeten worden.TipTijdens de meting van de uitschakeltijd bij nominale fout-stroom dient u er op te letten, dat bij G-schakelaars uit-schakeltijden tot 1000 ms toegestaan zijn. Schenk in dit geval geen aandacht aan de rode Fi-LED.Stel vervolgens in het menu 5 x IΔN in en herhaal de uitschakel-test met de positieve halve periode 0° en de negatieve halve periode 180°.
28 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH7. 4 Testen met in te stellen foutstroomIn het menupunt IΔVAR/RE kunt u identieke metingen uitvoeren, zoals in hfdst. 7. 1 beschreven. Echter met dit verschil, dat alle tests en metingen met een instelbare teststroom tussen 3 mA en 550mA uitgevoerd kunnen worden. Deze functie is geschikt om de eigenschappen van de aardlekschakelaar en de aanraakspan-ning aan het uitschakelpunt van de aardlekschakelaar te onder-zoeken, alsmede om de aardverspreidingsweerstand te meten. Dit menupunt staat alleen bij 10 mA- en 30 mA- aardlekschake-laars ter beschikking. Men stelt als volgt de foutstroom in:Kies in het menu de functie IΔVAR/RE. Druk de knop IΔN/i. Er verschijnt een prompt voor de foutstroom. IΔNDoor herhaald de knop IΔN/ i in te drukken wordt de stroom steeds met 1 mA verhoogd. Blijft de knop IΔN/ i ingedrukt, dan wordt de stroom automatisch verhoogd.
Na enkele seconden wordt het stijgingstempo sneller. Wordt bovendien de knop MENU gedrukt en vastgehouden, dan daalt de ingestelde waarde in het zelfde tempo. Als de gewenste waarde bereikt is, kan m. b. v. de knop START de test, zoals in hfdst. 7. 1 beschreven, worden uitgevoerd. De test start met positieve halve periode. Moet de test met negatieve halve periode gestart worden, dan moet eerst het menupunt „Start met negatieve halve periode (180°)“ worden gekozen. Wordt in deze positie de knop MENU nogmaals gedrukt, dan ver-schijnt weer het basismenu in het display. Het menu wordt verla-ten, als er binnen 10 sec geen bediening plaats vindt. Zowel het vaststellen van de aanraakspanning, alsmede de uit-schakeltest worden met ingestelde foutstroom uitgevoerd.
5 Testen van aardlekschakelaars in IT-nettenMet de PROFiTEST®0100S-II kunt u ook in IT-netten alle metin-gen uitvoeren, die in de hfdst. 7. 1 tot hfdst. 7. 5 beschreven zijn. Voorwaarde is, dat het net in staat is, de benodigde test- en uit-schakelstroom tegen aarde te leveren. AansluitschemaSluit het testinstrument aan die fase aan, die het hoogste potentiaal tegen aarde bezit.
De sonde moet daarbij het potentiaal van de referentieaarde bezitten.+IΔNMENUKnop *ingedrukt houden !MENU* Knop zo vaak drukken, totdat het symbool IT verschijntSTARTTipDe LED NETZ/MAINS (6) heeft geen functie bij de test van aardlekschakelaars in IT-netten (IT-modus).IT-modus handmatig verlaten:+IΔNMENUKnop MENU ingedrukt houden en de knop IΔN/I zo vaak drukken, totdat het symbool IT en halve periode verdwijnt.De IT-modus wordt automatisch verlaten, wanneer– getracht wordt de meting zonder sonde of met een sonde-weerstand > 50 kΩ uit te voeren– vooraf tussen sonde en aarde een niet toegestane hoge span-ning optreedt– aan de meetbereikschakelaar (9) gedraaid wordt– het instrument automatisch uitschakelt.IΔN10 mAIΔN30 mAIΔN100 mAIΔN300 mAIΔN500 mA
30 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH8 Testen van overbelastingsbeveiligingen, Meten van de aardcircuitweerstand Rschl en het berekenen van de kortsluitstroom (ZSchl en IK)Het testen van overbelastingsbeveiligingen omvat visuele inspectie en meting. Voor het meten gebruikt u de PROFiTEST®0100S-II. Voor de van toepassing zijnde nederlandse normen en grens-waarden verwijzen wij u naar NEN 1010 en NEN 3140. MeetmethodeDe aardcircuitweerstand Zschl wordt gemeten en de kortsluit-stroom Ik wordt berekend om te bepalen of er aan de uitschakel-voorwaarden voor de beveiliging wordt voldaan. De aardcircuitweerstand is de weerstand van de stroomkring (sterpunt transformator / fase / beschermingsleiding - sterpunt transformator). Bij een gestelsluiting tussen fase en beschermingsleiding bepaalt de waarde van de aardcircuitweer-stand de grootte van de kortsluitstroom.
De kortsluitstroom Ik mag niet lager zijn dan de in de DIN VDE 0100 vastgelegde waarde. Daarmee wordt bepaald of de zekering of installatie-automaat de installatie veilig afschakelt. Om deze reden moet de gemeten waarde van de aardcircuit-weerstand kleiner zijn dan de maximaal toelaatbare waarde. In hoofdstuk 18 vanaf blz. 62 vindt u tabellen waarin de toelaat-bare waarden van de aardcircuitweerstand en kortsluitstroom voor de verschillende zekeringen en installatie-automaten zijn ver-meld. In deze tabellen is rekening gehouden met de maximale fouten van het instrument conform DIN VDE 0413. Zie ook hfdst. 8. 2. Om de aardcircuitweerstand Zschl te kunnen meten, meet het instrument met een teststroom van 0,83 A tot 4 A en een tijds-duur van max. 600 ms. De hoogte van de stroom is afhankelijk van de netspanning en de netfrequentie.
Indien er tijdens de meting een gevaarlijke aanraakspanning optreedt (Ul > 50 V), dan volgt er een automatische afschakeling van de meting. Met de gemeten waarde van de aardcircuitweerstand Zschl en de netspanning berekent het instrument de kortsluitstroom Ik.
Bij net-spanningen, die binnen het nominale gebied 120 V, 230 V of 400 V liggen, wordt de kortsluitstroom berekend met deze nomi-nale netspanning. Ligt de spanning buiten dit nominale gebied, dan rekent het instrument met de aanwezige spanning en de gemeten aardcircuitweerstand Zschl. De PROFiTEST®0100S-II biedt verder ook de mogelijkheid om met een positieve of negatieve halve periode de aardcircuitweer-standmeting uit te voeren. Deze meetmethode in combinatie met PROFiTEST®DC-II geeft u de mogelijkheid de aardcircuitweer-stand in installaties met aardlekschakelaars te meten. Het meetsnoer vanaf het instrument tot aan de teststeker (met draaivergrendeling) (14) is in de vierleider-techniek uitgevoerd. De weerstand van de aansluitkabel en de meetadapter (2-polig) (12) wordt daardoor bij de meting automatisch gecompenseerd en wordt derhalve niet meegenomen in het meetresultaat.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 31AansluitschemaMENUSTARTVoor de juiste controle van de overbelastingsbeveiligingen moet bij draaistroomnetten de meting van de aardcircuitweerstand tus-sen elke fase (L1, L2 en L3) en de beschermingsleiding PE wor-den uitgevoerd.8.1 Meten met een positieve of negatieve halve periodeDe meting met een halve periode maakt het mogelijk om met behulp van het voorschakelapparaat aardcircuitweerstanden te meten in installaties, welke zijn uitgevoerd met een aardlekschakelaar.AansluitschemaMENUDe vraag of men moet meten met een positieve of negatieve halve periode hangt van de richting van de gelijkstroommagneti-sering van het voorschakelapparaat af. Schakelt de aardlekscha-kelaar uit dan moet men met de andere halve periode meten.STARTZSchlZSchl
32 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH8.2 Beoordelen van de meetwaardenMet Tabel 1 op blz. 62 kunt u bij de maximaal toelaatbare aardcir-cuitweerstand Zschl vaststellen welke waarde het instrument maximaal mag weergeven. Hierbij wordt namelijk rekening gehou-den met de maximale gebruikersfouten van het instrument. Tus-senliggende waarden kunt u interpoleren.Op basis van de berekende kortsluitstroom Ik kunt u, met behulp van de Tabel 6 op blz. 64, de maximaal toelaatbare nominale waarde van de beveiliging (smeltpatroon of installatie-automaat) vaststellen bij een nominale spanning van 230/240 V. Hierbij wordt rekening gehouden met de maximale gebruikersfouten van het instrument. (conform DIN VDE 0100 deel 610).D.m.v.
de knop IΔN / i wordt na de meting een indicatie van de maximaal toelaatbare zekering per type weergegeven.De tabel toont de maximaal toelaatbare nominale stroom van de voorbeveiliging per type karakteristiek op basis van de verkregen kortsluitstroom. Dit is een indicatieve waarde.8.3 Testen van kWh-meter met 2-polige adapterHet aanlopen van kWh-meters die tussen L-L of L-N aangebracht zijn, kan hier getest worden.Aansluitschema MENUZSchl
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 33Let op!!Gebruik uitsluitend de 2-polige adapter en verbind L1 (L2, L3) en N aan kWh-meter-output.De kWh-meter wordt met behulp van een interne belasting getest. Na drukken van de drukknop START (3) kunt u binnen de volgende 5 sec testen of de kWh-meter correct start. Achtereen-volgens dienen alle 3 fasen ten opzichte van N te worden getest. Hierbij moet het aanlopen van de kWh meter visueel gecontro-leerd worden.STARTNa beeindiging van de test wordt de testwaarde aangegeven. Het instrument kan weer nieuwe tests uitvoeren („READY“)
34 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH9 Meten van de inwendige weerstand van het net (ZI)MeetmethodeDe inwendige weerstand van het net Zi wordt volgens dezelfde meetmethode gemeten als de aardcircuitweerstand Zschl (zie hfdst. 8, blz. 30). Het stroomcircuit is nu niet via de bescher-mingsleiding PE maar via de nul N gevormd.AansluitschemaMENUSTARTTipBij het gebruik van de meetadapter (2-polig) (12) is het meten van de inwendige weerstand Zi alleen mogelijk in de stand Zschl.ZI
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 359.1 Testen van kWh-meter met stekerDe start van kWh-meters, die tussen L en N geschakeld zijn, kan hier worden getest.Aansluitschema MENUDe kWh-meter wordt m.b.v. een interne last getest. Na het indrukken van de drukknop START (3) kunt u binnen 5 sec testen, of de kWh-meter correct start. „RUN“ verschijnt. Achtereenvol-gens dienen de 3 fasen tegen N te worden getest.STARTNa beeindiging van de test wordt de testwaarde getoond. Het testinstrument kan weer met nieuwe tests beginnen („READY“).ZI
36 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH10 Meten van de aardingsweerstand (RE)De aardingsweerstand Re is de som van de aardverspreidings-weerstand (Ra) en de weerstand van de beschermingsleiding PE. De aardingsweerstand wordt gemeten door een wisselstroom te sturen door de beschermingsleiding, aardelektrode en de aard-verspreidingsweerstand. Hierbij worden de stroom en de span-ning tussen aarde en de sonde gemeten. De sonde wordt d. m. v. een aanraakveilige 4 mm banaansteker aangesloten op de sonde aansluiting (20). De rechtstreekse meting van de aardingsweerstand Re is alleen mogelijk met sonde. De voorwaarde is wel, dat de sonde buiten de spanningstrechter van de elektrode wordt geplaatst. De afstand tussen de elektrode en de sonde zal minimaal 20 meter moeten bedragen. In de meeste gevallen, zeker binnen de bebouwde kom, is het moeilijk, zo niet onmogelijk om een goede sonde te plaatsen.
In deze gevallen kunt u de aardingsweerstand Re ook meten zonder sonde. Dit betekent wel dat de gemeten weerstand inclusief de bedrijfsaarde Rb en de leidingweerstand van de fase (L) is (zie hfdst. 10. 2 „Meten zonder sonde“ op blz. 38). MeetmethodeHet instrument meet de aardingsweerstand Re volgens het stroom/spanningsprincipe. De meetstroom die hierbij door de aardingsweerstand vloeit, wordt door het instrument geregeld en bedraagt in de meetbereiken:0 tot 10 kΩ - 4mA, 0 tot 1kΩ - 40 mA, 0 tot 100 Ω - 0,4 A en0 tot 10 Ω > 0,8 A tot ca. 4 A (afhankelijk van de spanning). Hierdoor ontstaat er een spanningsval die evenredig is met de aardingsweerstand. De keuze van het meetbereik en de daarbij behorende meet-stroom vindt bij de basisfunctie automatisch plaats. Met de sub-functies kunt u dit handmatig kiezen.
TipDe weerstand van de meetleidingen en de meetadapter (2-polig) (12) wordt bij de meting automatisch gecom-penseerd en daardoor niet meegenomen in het meetre-sultaat.
Stoorspanningen op de beschermingsleiding PE, de aarde of op een correct aangesloten sonde beïnvloeden de meting niet. Deze spanningen kunnen gemeten wor-den met de spanningsmeting d. m. v. de meetadapter (2-polig) (12). Indien er tijdens de meting een gevaarlijke aanraakspan-ning optreedt (Ul > 50 V) volgt er een automatische afschakeling van de meting. De sonde-weerstand heeft geen invloed op het meetre-sultaat maar mag dan niet groter zijn dan 50 kΩ. Indien de weerstand te hoog is wordt er automatisch gemeten zonder sonde (zie hfdst. 10. 2 „Meten zonder sonde“ op blz. 38). Let op. De sonde maakt deel uit van de meetkring en kan con-form VDE 0413 een stroom tot max. 3,5 mA voeren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gossen Metrawatt Profitest 0100S-II stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Meetinstrumenten Gossen Metrawatt
Handleiding Meetinstrumenten
Nieuwste handleidingen voor Meetinstrumenten