Gossen Metrawatt Duspol Digital 1000 Handleiding

Gossen Metrawatt Meetapparatuur Duspol Digital 1000

Bekijk gratis de handleiding van Gossen Metrawatt Duspol Digital 1000 (82 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Gossen Metrawatt Duspol Digital 1000 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/82
02/2019
DUSPOL
®
digital 1000
U202/2019
DUSPOL
®
digital 1000
U1
DD
GMC-I Messtechnik GmbH
Südwestpark 15
D-90449 Nürnberg
Telefon +49 911 8602-111
Fax +49 911 8602-777
www.gossenmetrawatt.com • [email protected]
digital
digital
digital
3 sec.
230 VAC
PE
NL
digital
1200 VDC
digital
digital
3 x
1,5 VDC
A
B
C
D
digital
3 sec.
230 V
AC
PE
NL
digital
1200 V
DC
digital
digital
3 x
1,5 VDC
DUSPOL
®
digital 1000
2
1
3
4
6
8
9
7
5
J
K
L
M
N
T
R
S
O
P
Q
D
Bedienungsanleitung
Operating manual
F
Mode d‘emploi
E
Manuel de instrucciones
Инструкция за експлоатация
Návod k použití zkoušečky
Brugsanvisning
Οδηγίες χρήσεως
H
Használati utasítás
I
Istruzioni per l’uso
N
Bruksanvisning
Gebruiksaanwijzing
Instrukcja obsługi
Instrucţiuni de Utilizare
Инструкция по эксплуатации
индикатора напряжения
S
Bruksanvisning
1
SRB
Upute za rukovanje
Kullanma Talimati
T.-Nr. 10079316.06 02/2019

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gossen Metrawatt
Categorie: Meetapparatuur
Model: Duspol Digital 1000

Handleiding Gossen Metrawatt Duspol Digital 1000 – volledige tekst

Veiligheidsinstructies- Het apparaat mag bij het gebruik alleen worden vastge-nomen aan de geïsoleerde handgrepen L1 8 en L2 9 en de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 mogen niet worden aangeraakt. - Controleer vlak voor en na het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie de spanningszoeker ten aanzien van zijn functionaliteit (zie hoofdstuk 3). De spanningstester mag niet worden gebruikt, wanneer de functie van één of meerdere indicators uitvalt of wanneer er geen gebruiksklare toestand kan worden vastgesteld. De controle dient dan met een andere spanningszoeker te worden herhaald. - De spanningstester kan bij lege batterijen slechts beperkt worden gebruikt. Vanaf een spanning van AC/DC ≥ 50 V is een spanningstest via de graduele LED-indicator J ook zonder batterijen mogelijk. Het LC-display 6 wordt vanaf een spanning van AC/DC ≥ 150 V ingeschakeld.

- De spanningstester mag alleen binnen het aangegeven nominale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC/DC 1. 000 V worden gebruikt. - Het apparaat mag niet worden gebruikt met een geopend batterijvak. - De spanningstester is voorzien voor gebruik door gespe-cialiseerde elektrotechnici in combinatie met veilige werk-methoden. - De graduele LED-indicator J dient om het spanningsbereik weer te geven en is niet bestemd voor meetdoeleinden. - Het creëren van een spanningstester voor meer dan 30 seconden spanning (maximaal toegestane inschakelduur ID = 30 seconden)- De spanningstester mag niet worden gedemonteerd. - De spanningstester moet worden beschermd tegen veront-reinigingen en beschadigingen van het behuizingoppervlak.

- Als bescherming tegen lichamelijke letsels moet na ge-bruik van de spanningstester de meegeleverde teststaaf-bescherming 1 worden aangebracht op de teststaven. - Merk op dat de impedantie (inwendige weerstand) van de spanningstester de weergave van stoorspanningen (capa-citief of inductief gekoppeld) beïnvloedt. Afhankelijk van de inwendige impedantie van de spannings-tester zijn er, in aanwezigheid van stoorspanning, verschil-lende mogelijkheden voor de weergave “bedrijfsspanning aanwezig” of “bedrijfsspanning niet aanwezig”. Laagohmige spanningstester (impedantie < 100 kΩ), stoor-spanning wordt onderdrukt of verlaagd:Een spanningstester met relatief lage inwendige impedantie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ niet alle stoorspanningen weergeven met een oorsprongwaarde boven ELV (50 V AC/120 V DC).

Wanneer de indicatie “spanning aanwezig” niet verschijnt, is het ten stelligste aan te bevelen de aardingsinrichting in te leg-gen voor met de werken wordt begonnen. Hoogohmige spanningstester (impedantie > 100 kΩ): Stoor-spanning wordt niet onderdrukt of verlaagd:Een spanningstester met relatief hoge inwendige impedan-tie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ bij aanwezige stoorspanning “bedrijfsspanning niet aanwezig” niet eenduidig aangeven. Wanneer de aanduiding “spanning aanwezig” verschijnt bij een component die als gescheiden van de installatie geldt, is het dringend aan te bevelen met bijkomende maatregelen (bijvoorbeeld: gebruik van een ge-schikte spanningstester die een onderscheid kan maken tus-sen bedrijfsspanning en stoorspanning, visuele controle van het scheidingspunt in het elektrisch net, enz.

02/2019 DUSPOL® digital 1000 53aangegeven spanning een stoorspanning is. Spanningstesters die door belastingsbijschakeling een onderscheid kunnen maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning:Een spanningstester met vermelding van twee waarden van de inwendige impedantie, is geslaagd in de test van zijn uit-voering/constructie voor de behandeling van stoorspanningen en is (binnen de technische grenzen) in staat een onderscheid te maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning en het aanwezige spanningstype direct of indirect weer te geven. Elektrische symbolen op het apparaat:Symbool BetekenisBelangrijke documentatie.

Het symbool geeft aan dat de gids beschreven in de handleiding, om risico‘s te vermijdenApparaat of uitrusting voor het werken onder spanningDrukschakelaarAC wisselspanningDC gelijkspanningDC/AC gelijk- en wisselspanningAarde (spanning naar aarde) Indicatie van de draaiveldrichting; de draai-veldrichting kan alleen bij 50 of 60 Hz en in een geaard netwerk worden weergegevenDit symbool geeft de juiste plaatsingsrichting van de batterijpolen aan2.

Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie (afbeelding A)- Onmiddellijk voor en na het gebruik moet de spannings-tester worden gecontroleerd op zijn werking. - De spanningstester moet als volgt kunnen worden inge-schakeld:• Automatisch bij aanwezigheid van een spanning van-af 9 V op de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3. • Door bediening van de drukschakelaar 7 in de indi-catiehandgreep L2 9. • Door het kortsluiten van de beide teststaven L1/- 2 en L2/+ 3. - Wanneer op het LC-display 6 het symbool ver-schijnt, danmoet de batterij worden vervangen. - De uitschakeling vindt automatisch plaats na 10 seconden- Activering van de ingebouwde testfunctie (zelftest):• De teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 moeten worden kort-gesloten. • De drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 moet gedurende ca.

3 seconden ingedrukt worden gehouden om de ingebouwde testfunctie te starten. • De zoemer weerklinkt, alle segmenten van het LC-display, alle LED´s (looplicht) en de achtergrond- en meetpuntverlichting moeten hun werking aangeven. - Test de spanningstester op bekende spanningsbronnen bijv. op een 230 V-contactdoos. - Gebruik de spanningszoeker niet, wanneer spanningsin-dicator, fase-indicator en vibratiemotor niet correct functio-neren. 4. Controle van de installatie op spanningloosheid (af-beelding B/C)Bij de installatiecontrole dient u de spanningloosheid van de installatie te controleren door de spanningsindicator, de fase-indicator (fase-indicator functioneert alleen in het geaarde wisselspanningsnet) en de vibratiemotor (vibratiemotor wordt door bediening van beide druktoetsen geactiveer) te contro-leren.

02/2019 DUSPOL® digital 1000 54- De spanningstester wordt bij aanwezigheid van een span-ning ≥ 9 V automatisch ingeschakeld. - De omvang van de aanwezige spanning wordt weerge-geven via de graduele LED-indicator J en het digitale indicatieveld 6. De 400 V LED van de graduele LED-indicator J omvat het spanningsbereik van AC/DC 400 V - AC 1000 V/DC 1200 V. - Wisselspanningen worden door het VAC-symbool S op het LC-display 6 weergegeven. Daarnaast wordt de frequentie T van de aanwezige wisselspanning weerge-geven. - Gelijkspanningen worden door het VDC-symbool S op het LC-display 6 weergegeven. Daarnaast wordt via de po-lariteitsindicatie R de polariteit + of – weergegeven die aanwezig is op de teststaaf L2/+ 3. - Om een onderscheid te maken tussen energierijke en energiearme spanningen (bijv.

capacitief ingekoppelde stoorspanningen) kan door bediening van de beide druk-schakelaars een interne last in de spanningstester worden ingeschakeld. (zie hoofdstuk 5. )Spanningstest < 6 V (Low-Volt) (afbeelding D)Om spanningen lager dan 6 V te meten, moeten de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 worden kortgesloten en moet de drukscha-kelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 3x worden bediend tot het symbool „Lo U“ op het LC-display 6 verschijnt. - In het Low-Volt-bereik kunnen spanningen van 1,0 V tot 11,9 V worden gemeten. - Na de activering is het Low-Volt-bereik gedurende ca. 10 seconden actief. - Door aanwezigheid van een spanning ≥ 12 V wordt er auto-matisch omgeschakeld naar het grotere spanningsbereik. Opmerking:In het Low-Volt-bereik is de frequentie-indicatie T uitgescha-keld.

OverbelastingsindicatieIndien de spanning op de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 hoger is dan de toegestane nominale spanning, dan wordt het sym-bool „OL“ op het LC-display 6 weergegeven en alle LED´s van de graduele indicator J knipperen. De overbelastingsin-dicatie vindt plaats vanaf: AC 1050 V, DC 1250 V5.

Vermogeninschakeling met vibratiemotor (afbeelding B/C)De beide handgrepen L1 8 en L2 9 zijn voorzien van druk-schakelaars 7. Bij bediening van de beide drukschakelaars wordt er op een lagere inwendige weerstand geschakeld. Hier-bij wordt een vibratiemotor (motor met onbalans) onder span-ning gezet. Vanaf ca. 200 V wordt deze in een draaibeweging gebracht. Naarmate de spanning stijgt, verhogen ook het toerental en de vibratie. De duur van de test met een lagere inwendige weerstand (lasttest) is afhankelijk van de omvang van de te meten spanning. Om ervoor te zorgen dat het ap-paraat niet ontoelaatbaar wordt verhit, is er een thermische beveiliging (terugregeling) voorzien. Bij deze terugregeling daalt het toerental van de vibratiemotor en stijgt de inwendige weerstand.

De lastinschakeling (beide drukschakelaars zijn ingedrukt) kan worden gebruikt om …- blinde spanningen (inductieve en capacitieve spanningen) te onderdrukken- condensatoren te ontladen- een 10/30 mA aardlekschakelaar te activeren. De active-ring van de aardlekschakelaar vindt plaats door middel van een test aan de buitengeleider (faseweergave) tegen PE (aarde). (afbeelding F)6. Buitengeleider testen (faseweergave) (afbeelding E)- Neem de beide handgrepen L1 8 en L2 9 over het vol-ledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen. - Schakel de spanningstester in door de drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 kort te bedienen (blijft ca. 10 seconden ingeschakeld. ). Bij een ingeschakeld ap-paraat geeft de indicatie „0,0” aan. - Leg de teststaaf L2/+ 3 tegen het te testen installatieon-derdeel.

Zorg er daarbij in ieder geval voor dat bij de eenpolige bu-itengeleidertest (faseweergave) de teststaaf L1/- 2 niet wordt aangeraakt en deze contactvrij blijft. - Wanneer de rode LED  K en het symbool  O op het LC-display 6 branden, dan ligt op dit installatieonderdeel de buitengeleider (fase) van een wisselspanning.

Opmerking:De eenpolige buitengeleidertest (faseweergave) is mogelijk in het geaarde netwerk vanaf 230 V, 50/60 Hz (fase tegen aarde). Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden. Let op. Een spanningsvrijheid kan alleen worden vastgesteld door een tweepolige test. 7. Draaiveld testen (afbeelding G/H)- Neem de beide handgrepen L1 8 en L2 9 over het vol-ledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen. - Leg de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 tegen twee buitenge-leiders (fasen) van een draaistroomnet en controleer of er een buitengeleiderspanning van bijv. 400 V aanwezig is. - Een rechts draaiveld (fase L1 voor fase L2) is aanwezig, wanneer de groene LED „►“ van de draaiveldindicatie L en het symbool van de draaiveldindicatie P op het LC-display 6 branden.

- Een links draaiveld (fase L2 voor fase L1) is aanwezig, wanneer de groene LED „◄“ van de draaiveldindicatie L en het symbool van de draaiveldindicatie P op het LC-display 6 branden. - Bij het testen van het draaiveld is steeds een tegencon-.

02/2019 DUSPOL® digital 1000 55trole vereist met verwisselde teststaven L1/- 2 en L2/+ 3, waarbij het draaiveld moet veranderen. Opmerking:Het testen van het draaiveld is vanaf 400 V - 900 V, 50/60 Hz (fase tegen fase) in het geaarde draaistroomnet mogelijk. Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden8. Doorgangstest (afbeelding H)- De doorgangstest moet worden uitgevoerd op spannings-vrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - Leg de beide teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 tegen de te testen installatieonderdelen. - Bij doorgang (R < 100 kΩ) weerklinkt er een geluidssig-naal en de gele LED Ω M voor doorgang brandt. - Wanneer er op het testpunt een spanning aanwezig is, dan schakelt de spanningstester automatisch om op span-ningstest en wordt dit weergegeven. 9.

Weerstandsmeting (afbeelding J)- De weerstandsmeting moet worden uitgevoerd op span-ningsvrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - De teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 moeten worden kort-gesloten en de drukschakelaar 7 in de indicatiehand-greep L2 9 moet 1x worden bediend tot het symbool kΩ en „Ohm“ op het LC-display 6 verschijnen. De indica-tie „OL“ duidt op een meetwaarde buiten het meetbereik. - De weerstandsmeting is gedurende ca. 10 seconden ac-tief. - Leg de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 tegen de te testen installatieonderdelen om weerstanden van 0,1 kΩ tot 300 kΩ te meten. Opmerking:Indien nodig kan bij een geactiveerde weerstandsmeting een nulafstelling worden uitgevoerd. Hiervoor moeten de teststa-ven L1/- 2 en L2/+ 3 moeten worden kortgesloten en moet de drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 gedu-rende ca.

Diodetest (afbeelding K/L)- De diodetest moet worden uitgevoerd op spanningsvrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - De teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 moeten worden kortge-sloten en de drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 moet 2x worden bediend tot het diodesymbool en „diod“ op het LC-display 6 verschijnen. Indicatie: „OL“ VDC- De diodetest is gedurende ca. 10 seconden actief. - Leg de teststaaf L1/- 2 op de kathode en de teststaaf L2/+ 3 op de anode van de diode om de doorlaatspan-ning van 0,3 V tot 2 V te bepalen. Bij een defecte (doorge-legeerde diode) wordt een spanningswaarde van ca. 0,0 V weergegeven. - Bij een in blokkeerrichting geteste diode geeft het LC-display „OL“ aan. 11. Kabelbreukdetector (afbeelding M)- De kabelbreukdetector lokaliseert contactloos kabelbreu-ken aan open liggende en onder spanning staande leidin-gen.

- Schakel de spanningstester in door de drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 kort te bedienen (blijft ca. 10 seconden ingeschakeld. ). Bij een ingeschakeld appa-raat geeft de indicatie „0,0“ aan. - Neem de indicatiehandgreep L2 9 over het volledige op-pervlak vast en ga met de detector 5 over een leiding die onder spanning staat (bijv. kabeltrommel of lichtketting), van het voedingspunt (fase) in de richting van het andere leidinguiteinde. - Zolang de leiding niet onderbroken is, knippert de gele LED Ω M voor doorgang. - Het kabelbreukpunt is gelokaliseerd, zodra de gele LED Ω M dooft. Opmerking:De kabelbreuk detector kan geaard stopcontact van 230 V, 50/60 Hz (fase naar aarde) worden gebruikt. Isolerende be-schermende kleding en de plaatselijke omstandigheden kun-nen invloed hebben op de functie. 12.

- Het automatisch uit na 10 seconden- De achtergrondverlichting van het LC-display 6 wordt automatisch geactiveerd via een lichtsensor N. 13. Batterij vervangen (afbeelding O)- Het apparaat mag niet onder spanning worden gezet bij een geopend batterijvak. - Het vervangen van de batterijen is noodzakelijk, wanneer op het LC-display 6 het symbool verschijnt. - Het batterijvak bevindt zich aan de achterzijde van de indi-catiehandgreep L2/+ 9. - Draai de schroef van het deksel van het batterijvak los en vervang de gebruikte batterijen door twee nieuwe bat-terijen van het type Micro (LR03/AAA). - Let op de juiste plaatsingsrichting van de batterijpolen. - Plaats het batterijdeksel op de indicatiehandgreep L2 9 en draai de schroef vast. 14. Technische gegevens- Voorschriften: DIN EN 61243-3: 2015, IEC 61243-3: 2014- Nominaal spanningsbereik: 1 V tot AC 1. 000 V TRUE RMS/ DC 1. 200 V.

1000 mm- Temperatuurbereik voor werking en opslag: - 15 °C tot + 55 °C (klimaatcategorie N)- Relatieve luchtvochtigheid: 20 % tot 96 % (klimaatcatego-rie N)- Terugregeltijden (thermische beveiliging): Spanning/tijd: 230 V/30 s, 400 V/9 s, 690 V/5 s, 1000 V/2 s- Activeringstijd van de indicator (inschakeltijd): 1 s15. Algemeen onderhoudReinig de behuizing aan de buitenkant met een schone, droge doek. Indien er verontreinigingen of afzettingen aanwezig zijn in het gebied van de batterij of van de batterijbehuizing, dan reinigt u ook deze met een droge doek. Verwijder de batterijen uit het apparaat bij een langdurige op-slag. 16. MilieubeschermingLever het apparaat aan het einde van zijn levensduur in bij de beschikbare recycling- en inzamelsystemen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gossen Metrawatt Duspol Digital 1000 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden