Gazelle Orange C7 Handleiding

Gazelle Fiets Orange C7

Bekijk gratis de handleiding van Gazelle Orange C7 (27 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Gazelle Orange C7 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/27
Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gazelle
Categorie: Fiets
Model: Orange C7

Handleiding Gazelle Orange C7 – volledige tekst

Let op • Bouten, schroeven en moeren moeten worden vast-gedraaid volgens voorgeschreven aanhaalmomenten. Draait u deze te hard aan dan kan dit leiden tot scheu-ren en breuken! In hoofdstuk 21, tabel 1 vindt u een overzicht van alle voorgeschreven aanhaalmomenten. • Reinig uw fiets NOOIT met een hogedrukreiniger. Doet u dit wel dan kan het vet en/of de olie uit onderdelen weggespoten worden, met als mogelijk resultaat roest of ernstige beschadigingen. • Niet elk fietstype is voor elk terrein geschikt. Fietsen zijn niet bedoeld voor extreme belastingen zoals sprin-gen of rijden over trappen. Trekkingfietsen kunnen op verharde wegen en in het verkeer worden gebruikt. Zij zijn tevens geschikt voor gebruik op licht terrein, zoals veldwegen. Stads-, toer- en kinderfietsen kunnen in het verkeer en op verharde wegen gebruikt worden.

De fabrikant en de Gazelle-specialist zijn niet aansprakelijk voor een niet-reglementair gebruik van de fiets, met name het niet naleven van veiligheidsrichtlijnen, en de hieruit ontstane schade. • Pas op dat losse kleding, sjaals, veters etc. niet tussen bewegende delen zoals de spaken of de pedalen klem komen te zitten. • Zoals alle mechanische systemen is een fiets onder-hevig aan slijtage. De diverse onderdelen kunnen verschillend reageren op slijtage. Intensiever gebruik zal de levensduur van bepaalde onderdelen verkorten. • Voor extra veiligheid is het aan te raden een fietshelm te gebruiken. Houd in elk geval rekening met de natio-nale regels en normen voor het gebruik van een helm. • Neem altijd de lokale en nationale verkeersregels in acht die van toepassing zijn in het land waar u de fiets gaat gebruiken.

(dit is de buis die aan de voorvork vast zit) gemonteerd. U verstelt het stuur in hoogte middels de bouten (A). Door de bout los te draaien kan de hoek van de voorbouw (B)en daarmee de hoogte van het stuur worden ingesteld. Tot slot kunt u de stuurbocht zelf kantelen. Hiertoe draait u de bout los. Heeft u een Smica stuurpen dan kunt u de (C)bouten losdraaien met een 5 mm inbussleutel, bij de Magix is dit een 6 mm inbus. Shuttle en New ShuttleOm de hoogte van de (New) Shuttle stuurpen (zie a. 6) te verstellen dient u als eerste het dopje van de pen te lichten. Vervolgens kunt u de voorbouw zo verdraaien dat de bout zichtbaar wordt. Deze draait u los met een lan-(A)ge inbussleutel (6 mm), waarna u de hoogte van het stuur naar de gewenste hoogte kunt aanpassen. Zet daarna de bout weer stevig vast. Met de bout verstelt u de positie (B)van de voorbouw en met de bout de stuurbocht.

Ook (C)hiervoor gebruikt u een 6 mm inbus sleutel. Stuurpen CQS-JM3358-2Middels de bout (a. 7, A) bovenop de stuurpen kunt u de hoogte van de stuurpen wijzigen. Om de voorbouw aan te passen draait u bout los. Wilt u de stuurbocht zelf kan-(B)telen, dan doet u dit middels de bout. Voor alle bouten (C)gebruikt u een 6 mm inbussleutel. Vaste stuurpenOm de stuurpen zelf in hoogte te verstellen draait u de bout met een 6 mm inbussleutel een paar slagen los (A)(zie a. 8 en 9). Vervolgens geeft u met een (rubberen) hamer een paar klapjes op de bout. U kunt het stuur nu op de door u gewenste hoogte plaatsen door een draaiende heen en weer beweging. Zet daarna de bout weer stevig vast. U kunt door middel van de klembout de stand van (B)de stuurbocht aanpassen. StuurblokkeringOp diverse Gazelle modellen zit een stuurblokkering. Deze zorgt ervoor dat het stuur niet kan omklappen.

2. HandvattenOm te voorkomen dat handvatten los gaan zitten heeft Gazelle handvatten ontwikkeld die met een boutje (zie a. 11 en 12) vastgezet kunnen worden. Wanneer u het prettig vindt uw handvatten iets over de stuurbocht te verdraaien dient u bout (A) eerst iets los te draaien met een 4 mm inbussleutel. Na het instellen in de gewenste positie zet u het handvat weer vast door het boutje aan te draaien.1112

de bouten los kunnen raken. Plaats de rubberen hoes weer terug om de vork af te sluiten.Controleer de beweging van de vork nu. Als het goed is, is de verticale beweging soepel en is er geen speling zijwaarts of van voor naar achteren. Als aan een van deze criteria niet wordt voldaan, herhaal dan het volledige pro-ces zo vaak als nodig is om een soepele beweging zonder speling te bereiken.3.2 OnderhoudDoor de verende beweging kan er vuil en vocht in het mechanisme terechtkomen, waardoor de werking vermin-dert. Daarom dient de vering regelmatig, ook onder de rubbers, gereinigd te worden. U kunt de vering het beste met een vochtige, zachte borstel schoonhouden. Na het reinigen dient het veringsmechanisme opnieuw van teflon-houdende olie voorzien te worden.Om de voorvork zelf te smeren moet deze uit elkaar worden gehaald. Dit is specialistisch werk!

Heeft u een Trelock LS 330 koplamp? Dan beschikt uw lamp over drie standen. Druk eenmaal om de lamp in te schakelen; druk tweemaal voor de knipperlichtfunctie en driemaal om de lamp uit te zetten. Bij de meeste koplampen kunt u simpelweg de lamp bewegen om de lichtstraal te richten. Heeft u een fiets met Gazelle FenderVision-koplamp, dan kunt u de positie van de koplamp c.q. lichtstraal veranderen met het zwarte schuie aan de linkerzijde. In de Tung Lin koplamp ziet u twee peertjes zitten; de tweede is een reservelamp. Verlichting achter De nieuwste generatie Gazelle-achterlichten is ontwor-pen om lang te blijven branden. De gebruikte ledlampjes gebruiken maar weinig energie en hebben een zeer lange levensduur. Door het gebruik van batterijen bij de achter-lichten behoren problemen met de bedrading bovendien definitief tot het verleden. U schakelt de verlichting achter aan via de knop .

Beschikt u over een (A) (a. 26 t/m 33)Hermans, SlimVision of AXA Ri achterlicht dan heeft u drie standen: aan, auto en uit:Aan: hiermee kunt u het achterlicht altijd laten branden. Dit kan van belang zijn bij bijvoorbeeld mistig weer waarbij 25 Busch&Muller Lumotec IQ Cyo33 Hermans/Racktime30 Gazelle LED XB & Gazelle nr. 732 AXA Spark29 Gazelle SoloVision31 BE Vision & SlimVision28 AXA Ri27 Spanninga Brasa26 Spanninga O-GUARD

dan doet u dit als volgt: druk in en schuif de lamp van (B)de houder af. Onderaan de losgekoppelde lamp vindt u een rode knop ; schuif deze knop naar voren. Nu kunt u (C)het kapje van de lamp af schuiven en de batterijen vervan-gen.Heeft u een Spanninga Swingo koplamp (zie a. 36 en 37)? Om de batterij te vervangen dient u het glaasje van de lamp los te klikken met een muntje bij de inkeping (B)Zijn de kabels en/of de batterijen in orde maar brandt de ledverlichting nog niet, dan kan de storing in de elektronica zitten. Ook kan het zijn dat het lampje is doorgebrand. Uw Gazelle-specialist kan dit voor u nakijken en indien nodig de defecte onderdelen vervangen.Achterlicht De achterlichten van Gazelle-fietsen zijn voorzien van ledlampjes met een zeer lange levensduur.

5. RemmenRemmen zijn zeer belangrijk voor uw veiligheid. In dit hoofdstuk leest u alles wat u moet weten over het afstellen en onderhouden van uw remmen. Heeft u handremmen? Dan is de linkerhendel voor bediening van de achterste rem; met de rechterhendel bedient u de voorrem. Let op • Heeft u een fiets met voorvering? Als u hard remt dan zorgt de voorvering voor een voor- en neerwaartse beweging die met name in bochten gevaar kan ople-veren. Dit eect wordt verminderd door zowel de voor- als de achterrem te gebruiken. Rem dus nooit alleen met de voorrem! • Uw remmen hebben met vochtig weer een langere remweg, houd hier rekening mee!5.1 AfstellingAls u voelt dat u de handrem helemaal indrukt maar nog niet voluit remt, dan dient u de kabel aan te spannen via de stelschroef (a. 52, A) bij de remgreep aan het stuur. Draai de stelschroef een paar slagen naar buiten.

Draai vervolgens de contramoer terug tegen de remgreep zodat de stelschroef niet losloopt tijdens het fietsen. Let erop dat de inkeping van de stelschroef naar beneden wijst, anders kan deze vollopen met regenwater.Wilt u de positie van de remhendel ten opzichte van de handvatten verstellen? Gebruik het stelboutje (a. 52, B) om de positie van de remhendel te wijzigen.5.2 Onderhoud & reparatiesFunctioneren uw remmen minder goed in de winter? Mogelijk vriezen uw remkabels vast. In dat geval moeten de kabels opnieuw gesmeerd worden. Dit is een specia-listische klus; wij adviseren u dan ook hiervoor langs uw Gazelle-specialist te gaan. 5218

direct krachtig aangrijpt en zorgt dus voor een kleine ver-traging voordat de rem maximale kracht geeft. TrommelremmenDe trommelrem is gemonteerd op de as van het wiel. Het remsysteem bestaat uit een met het wiel meedraaiende remtrommel; binnen de remtrommel bevinden zich twee remschoenen die niet met het wiel meedraaien. Als u remt dan worden de remschoenen tegen de trommel gedrukt; hierdoor wordt het wiel tot stilstand gebracht. Trommel-remmen slijten na verloop van tijd. Dat merkt u doordat de remhendels bijna het stuur kunnen raken. Meestal volstaat het nastellen van de remmen. Duw de hevel (A) omhoog (zie a. 54). Draai dan moer (B) zo ver aan dat de rem net aangrijpt; draai hem vervolgens een tikje terug zodat hij nét niet afremt en het wiel vrijloopt. Knijp tijdens het afstellen de rem regelmatig krachtig in.

Zorg ervoor dat de remkabel of -pen goed in de hevel valt zodat deze niet losschiet. Til de fiets vervolgens op en draai het wiel rond. Als het wiel zonder haperingen rond blijft draaien, dan heeft u de rem goed afgesteld. Is dat niet het geval, dan zal het wiel abrupt stoppen. In dat geval moet u de moer weer een of meerdere slagen terugdraaien. Als uw rem door middel van stangen wordt bediend dan kan dezelfde procedure worden gevolgd. U moet er dan alleen op letten dat u eerst de voorrem afstelt, voordat u met de achterrem begint. De eventuele vervanging van de remschoen dient te wor-den overgelaten aan de Gazelle-specialist. Alleen hij kan nagaan welk type remschoen er moet worden gebruikt. RollerbrakeDe rollerbrake van Shimano is een soort trom-(zie a. 55)melrem. De juiste afstelling bereikt u door de stelnippels bij de naaf en bij de remgreep aan het stuur (A) (zie hoofdstuk 5.

1, a. 52) te verdraaien. Op de rollerbrake zit ook een smeernippel (B) voor het toevoegen van vet om de rem te smeren. Wij raden u aan hiervoor naar uw specialist te gaan.

6. VersnellingenGazelle-fi etsen kunnen voorzien zijn van een Shimano, NuVinci of Sturmey-Archer versnellingsnaaf met 3, 7, 8 of 11 versnellingen, of een derailleursysteem. De versnellin-gen zijn bij afl evering vanzelfsprekend goed afgesteld. Na verloop van tijd kan het echter nodig zijn de versnellingen opnieuw af te stellen. In dit hoofdstuk leest u hoe u dit doet; tevens vindt u informatie over het onderhoud van uw versnellingen.6.1 Afstelling versnellingsnaafShimano (Nexus 3,7,8 en Premium 8, Alfi ne 8 & 11) Zet de fi ets eerst in de juiste versnelling (zie a . 58): Shimano Nexus 3 versnellingsnaven worden afgesteld in de tweede versnelling; alle Shimano 7-speed en 8-speed naven moet u in de vierde versnelling afstellen. Heeft u een Shimano 11-speed versnellingsnaaf? Dan stelt u af in de zesde versnelling.

Draai de pedalen enkele slagen zodat u er zeker van bent dat de naaf ook daadwerkelijk in de juiste versnelling staat. Controleer vervolgens of de gekleurde balkjes op de scha- kelunit (zie a . 59 en 61) op één lijn staan. Is dat niet het geval, draai dan aan de stelschroef (A) aan de schakelunit (a . 59) of aan de versteller ( a . 60) tot de balkjes op één lijn staan. Nu zijn uw versnellingen correct afgesteld.NuVinci Harmony (automatisch) & ManualIn de automatische modus past het NuVinci Harmony systeem (zie a . 62) automatisch de overbrengingsver-houding aan zodat u de gewenste cadans kunt vasthou-den. U stelt de ideale cadans in door aan de handgreep te draaien. De blauwe led “RPM”-display geeft de cadansin-stelling aan. In de handmatige modus kunt u zelf schakelen met behulp van de “ride by wire”-technologie.

6.2 Onderhoud van de versnellingsnaafSchakelt uw fi ets minder goed in de winter? Mogelijk vriezen uw versnellingskabels vast. In dat geval moeten de kabels opnieuw gesmeerd worden. Smeren van de kabels is een specialistische klus; wij adviseren u hiervoor langs uw specialist te gaan. Ook als de olie van de naaf zelf vervangen of gevuld moet worden dan is dit een klus voor uw Gazelle-specialist.6.3 Bediening van de derailleurversnellingOp de indicator geeft het hoogste getal de zwaarste over-brenging aan en het laagste getal de lichtste. De versteller die de voorderailleur bedient (A) zit altijd links en de ver- steller van de achterderailleur (B) rechts (zie a . 66). Als u de versteller eenmaal indrukt of de positie verzet, dan schakelt u de voor- of achterderailleur altijd één tandwiel voor- of achteruit. Bij het schakelen op een derailleurfi ets moet u tijdens het schakelen doortrappen.

Wel is het gewenst de pedaaldruk tijdens het schakelen te beperken.6.4 Afstelling van de derailleurVerwijder als eerste het kettingscherm door de 3 schroe- ven, aangegeven door blauwe pijlen (zie a . 67), los te draaien.Afstellen van de laagste versnelling voorderailleurLeg de ketting achter op het grootste, en voor op het kleinste kettingwiel. Zorg er door middel van stelschroef (a . 68, A) voor dat de speling tussen de binnenkant van de kettinggeleider en de ketting maximaal een halve milli-meter bedraagt.Afstellen van de hoogste versnelling voorderailleur Leg de ketting achter op het kleinste, en voor op het grootste kettingwiel. Zorg er door middel van stelschroef (a . 68, B) voor dat de speling tussen de binnenkant van de kettinggeleider en de ketting maximaal een halve milli-meter bedraagt.66676824

6.5 Onderhoud van de derailleurDe cassette brengt de draaiende beweging van de ketting over op het achterwiel. Die cassette kan bij onze derailleur-fietsen 8, 9 of 10 tandwieltjes hebben. Door opgehoopt vuil of een slechte kettingspanning kunnen deze tandwieltjes snel slijten. Is dat het geval, dan kan de ketting beschadigd raken, of hinderlijk “doorslaan”. Er zit in dat geval niets anders op dan de cassette te laten vervangen. Goed en regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van de cassette. Verwijder daarom regelmatig en zorgvul-dig het vuil dat zich bij de cassette ophoopt. Het ergste vuil verwijdert u met een borstel, daarna kunt u er een speciale ketting- of derailleurreinigersvloeistof op loslaten. Let er daarbij ook op dat er geen vuil tussen de kransjes achter-blijft. Dat kunt u het beste met een kwast verwijderen.

7.2 OnderhoudHet is belangrijk dat de ketting nu en dan schoon-(a. 72)gemaakt en gesmeerd wordt. Dit doet u als volgt: zorg dat het achterwiel van de grond is door de fiets op een bokje te plaatsen, op te hangen aan een haak of op zijn kop te zetten. Draai de trapper naar achteren en spuit de ketting op de achtertandwielen in met een ontvetter. Die zorgt voor een beschermend, vuilafstotend laagje. Smeer daarna de ketting in met dunne olie, teflon- of siliconenspray. Draai de ketting een paar keer rond, voor- en achteruit, zodat de olie zich goed verspreidt. Verwijder met een droge doek het overtollige smeermiddel.7.3 ReparatiesIs uw ketting versleten en dus aan vervanging toe? Wij raden aan een ketting van hetzelfde merk en type te kopen.

Let er in elk geval op dat de ketting evenveel scha-kels en de juiste schakeldikte heeft.7.4 Afstelling beltdriveHet beltdrivesysteem (zie a.73) is geschikt voor alle soorten weersomstandigheden en is dan ook het hele jaar door te gebruiken. Zorg ervoor dat de riem niet vervormd wordt of onder spanning staat, bijvoorbeeld doordat er een object tegen de riem aan leunt wanneer u de fiets stalt. Een te lage riemspanning kan tot “overspringen“ leiden. Tijdens het overspringen schuiven de tanden van de riem over de tandwielen en krijgt de fietser een gevoel van slippen. Het overspringen houdt een risico op letsel in. Een te hoge voorspanning kan door overbelasting tot grotere slijtage van de onderdelen leiden. Zo kunnen het trapas-lager en de lagers van de achternaaf beschadigd raken. De optimale riemspanning bedraagt ca. 75 N. Dit komt overeen met een doorbuiging van de riem van max.

25 mm bij een centrale, verticale belasting van 5 kg op het bovenste riemdeel. Voor het spannen van de beltdrive raden wij u aan naar uw Gazelle-specialist te gaan. Wilt u de beltdrive toch zelf spannen, raadpleeg dan de speciale beltdrive handleiding op www.gazelle.nl/service.73

8. KettingkastSoms is het nodig om de kettingkast gedeeltelijk te verwij-deren, bijvoorbeeld als u het achterwiel wilt uitnemen of wanneer u de ketting wil smeren. In dit hoofdstuk leest u hoe u dit bij de verschillende modellen kettingkasten doet.Bij de Gazelle Next kettingkasten kunt u het kapje aan de achterzijde van de kast met de hand van de kettingkast af schuiven (a. 74 en 75).Wanneer uw fiets is uitgerust met een Gazelle Linea kettingkast dan dient u met een schroevendraaier het eind-kapje van het bovenste lipje los te klikken (zie a. 76 en 77). Daarna kunt u met de hand het eindkapje losklikken bij de onderste lip. Vervolgens kunt u het kapje naar achteren schuiven.De kettingkast van de Gazelle Balance is alleen in zijn geheel te verwijderen. Dit doet u door alle vier de schroef-jes los te draaien . Vervolgens kunt u de (zie a.

78 en 79)gehele kettingkast van de fiets nemen.Wanneer uw fiets is uitgerust met een Gazelle Flowline, Finura, Agudo, Xcero, Delgado of Cadena kettingkast dan kunt u het eindkapje demonteren door als eerste het schroee met een schroevendraaier los te draaien (zie a. 80 t/m 87). Trek aan de onderzijde het kapje met de hand verder los en schuif het kapje naar achteren.7475 Next30

9. Trapas, cranks en pedalen9.1 OnderhoudDe pedalen van uw fiets zitten met de cranks vast aan de trapas, die ook wel bracketas wordt genoemd. Hier heeft u eigenlijk geen omkijken naar. Zowel de trapas als de pedalen zijn “gesloten” gefabriceerd. Dat betekent dat u ze nooit hoeft te smeren. Toch is het goed om af en toe wat aandacht aan deze onderdelen te besteden. Zo moeten de cranks goed vastzitten en mogen ze geen speling vertonen. Is dat wel het geval, dan zult u tijdens het fietsen een irritant krakend geluid horen of speling voelen. Bovendien kan een losse crank de trapas onherstelbaar beschadigen. De pedaal-lagers mogen wel een beetje speling hebben. Dat komt omdat de pedaalas door de kracht die erop wordt uitgeoe-fend na verloop van tijd een beetje zal buigen.Als de pedalen of de cranks verbogen of beschadigd zijn, bijvoorbeeld door een val, dan zullen ze vervangen moe-ten worden.

Als u ze terugbuigt kan de materiaalstructuur namelijk zodanig veranderen dat het mogelijk is dat ze op een later tijdstip spontaan zullen breken.9.2 ReparatiesWilt u de pedalen vervangen? Dan kunt u deze losmaken (zie a. 88 en 89) (A) met de moer (15 mm steeksleutel) of de inbusmoer (B) (6 mm inbussleutel). De pedalen moeten wel aan de goede kant worden gemonteerd. Daarom zijn ze gemerkt met L en R. Als u de pedalen goed plaatst, draait u ze in de richting van het voorwiel vast en in de richting van het achterwiel los. Let opBij nat weer kunnen uw pedalen glad worden, ook als u antislippedalen heeft.888932

11. Wielen11.1 AfstellingSommige Gazelle-modellen zijn voorzien van wielnaven met snelsluiting ofwel quick release (zie a. 98). Om te voorkomen dat de wielen los gaan zitten moet de snel-sluiting goed op spanning zijn. Om deze aan te passen zet u de heoom open. Draai vervolgens de moer aan de andere kant van de as met de hand aan, totdat deze net vast zit. Haal tot slot de heoom over zodat deze gesloten is . Alleen op deze wijze zitten de wielen (zoals op a. 98)goed vast. Let op dat u niet te veel voorspanning geeft want dan kan de as van de snelspanner breken.11.2 ReparatiesAls er een slag in uw wiel zit, raden wij u aan om zo snel mogelijk de Gazelle-specialist in te schakelen. De repara-tie van een wiel is namelijk specialistisch werk. Hetzelfde geldt voor het repareren van een gebroken spaak.

Als er een spaak gebroken is kan het wiel vervormen waardoor de kans groot is dat er nog meer spaken zullen breken.De naaf is het hart van het wiel. Als er speling in het wiel zit, of als de wielen zwaar lopen, dan is dat vrijwel altijd het gevolg van een probleem met de wielnaven. Bezoek in dat geval direct uw Gazelle-specialist, alleen die is in staat dit probleem snel en deskundig te verhelpen.Controleer regelmatig of de velg niet te ver versleten is. Een ingesleten velg is uitgehold; u kunt dit nakijken door een lineaal tegen de zijkant van de velg te leggen. Bij twijfel adviseren wij u de velg door uw Gazelle-specialist te laten controleren.11.3 Verwijderen van het wielVoorwielIs uw fiets uitgerust met een quick release snelsluiting (zie a. 98), dan kunt u op zeer eenvoudige wijze de wielen uit de fiets nemen. Als u de hendel van de spanner 98

tingspanners (B) en de remarm los . Druk (C) (a. 99)daarna het wiel tot het einde van de gleuf naar voren en haal de ketting van het tandwiel. Trek het wiel vervolgens weer naar achteren, om het uit het frame te kunnen laten zakken. Het wiel is nu verwijderd. Als u de borgring (aan de andere zijde van het wiel) linksom draait, kunt u nu tevens de schakelunit verwijderen. Laat de kabel aan de schake-lunit zitten, anders bent u de juiste afstelling kwijt. Als u het achterwiel weer terug wilt plaatsen, volg dan bovenstaande instructies in omgekeerde volgorde. Let er bij de plaatsing van de schakelunit op dat de gele mar-keringsstippen op de naaf en de schakelunit tegenover elkaar liggen.

12. 2 ReparatiesAls uw band leeg loopt, controleer dan eerst of het ventiel stuk is. Bevochtig hiertoe de ventielopening met water. Als er belletjes ontstaan, dan is het ventiel lek. Probeer eerst of het probleem verholpen wordt door het reinigen van het ventiel. Helpt dit niet, dan moet het ventiel vervangen worden. Is het ventiel in orde, maar blijft de band leeg lopen, dan zit er een lek in de band. Om het lek te dichten verwijdert u als eerst het ventiel en de velgmoer (zet hiertoe de fiets op de kop). Druk de rand van de buitenband naar het midden van de velg en druk de eerste bandenlichter tussen de bui-tenband en de velg. Let u er daarbij op dat de binnenband niet bekneld raakt om nieuwe lekken te voorkomen. Plaats nu de tweede bandenlichter vlak naast de eerste en schuif deze tot circa een handbreedte afstand. Herhaal dit met de derde.

Verwijder de tweede bandenlichter vervolgens (als die niet zelf al gevallen is) en plaats deze naast de derde. Ga zo door tot u de buitenband vrij heeft gemaakt van de velg. Druk nu de ventielhouder naar buiten, en haal de binnen-band uit de buitenband. Bevestig het ventiel weer aan de binnenband en pomp deze op. Als er een groot gat in de band zit, dan zult u de lucht onmiddellijk horen ontsnap-pen. Een klein lek kunt u opsporen door de band in een bak water te houden. Als u het lek heeft gevonden markeer dan de plek op de band met een pen. Laat de band leeg-lopen en droog hem af. Maak de plek rond het gat goed schoon met een stukje schuurlinnen. Smeer er vervolgens een niet al te dikke laag solutie op, en laat deze enkele minuten drogen (volg de gebruiksaanwijzing van de solutie). Knip een plakker in het juiste formaat uit en plak deze op het gat.

13. ZadelHet zadel is een belangrijk onderdeel van uw fi ets. Er zijn diverse soorten zadels: voor een racefi ets is het zadel hard en smal, het zadel van een comfortabele fi ets is breder en zachter. Op veel modellen zijn gelzadels gemonteerd. Deze zadels kunnen vervormen en verdelen de druk van het zitvlak gelijkmatig over het zadel. Gelzadels mogen niet te lang in de felle zon staan; de vulling kan dan namelijk te warm worden. AfstellingU kunt de ideale hoogte van uw zadel het beste testen door plaats te nemen op de fi ets. De tenen van uw ene voet moeten de grond kunnen raken en met de hak van uw andere voet rust u op het pedaal dat in de laagste stand staat. Uw been is dan bijna helemaal gestrekt, maar voelt nog wel ontspannen aan (zie a. 101). Rust u met de bal van de voet op de pedaal dan is uw been licht gebo-gen.

Indien u met uw beide voeten de grond kunt raken dan staat het zadel te laag. Rijdt u vaak lange, sportieve ritten, dan kunt u de punt van het zadel het beste wat naar beneden richten. Als u vooral korte fi etstochten maakt, dan is het vaak prettiger om rechtop te zitten en het zadel een beetje omhoog te richten. Als u het zadel in hoogte wilt verstellen (zie a. 102 t/m 107) dan hoeft u alleen de bout (A) (13 mm steeksleutel ) of de inbusbout (5 mm; 4 mm bij Ultimate modellen) aan de kant waar de ketting loopt los te draaien. U kunt het zadel dan naar wens verzetten. Daarna draait u de bout weer stevig aan. Middels de bout (B) kunt u het zadel naar voren of naar achteren verstellen en de hoek van het zadel instellen (C). U gebruikt voor deze beide bouten een 5 mm inbussleutel. Heeft u een verende zadelpen (a. 106 t/m 108).

Pas de zijdelingse speling aan met de inbusbout (D) met een 4 mm inbussleutel. Onderin de zadelpen (a. 108, E) kuntu met een inbussleutel (6 mm) de stugheid van de vering instellen. Met de klok meedraaien zorgt voor een grotere veerspanning, draait u de andere kant op dan maakt u de spanning lichter.

14. FrameGoed onderhoud verlengt de levensduur van uw nieuwe Gazelle-fiets. Daarom is het verstandig haar regelmatig te (laten) controleren en goed schoon te houden. U kunt het beste een niet al te harde borstel of kwast gebruiken. Daarmee kan het ergste vuil worden verwijderd. Pas wel op voor krassen! Met een schone doek, of liever nog een flanellen poetslap, kunt u dan het overgebleven vuil weghalen.Maak uw fiets van boven naar onderen schoon met een borstel en een warm sopje. Behandel de ketting met een oude tandenborstel. Vergeet niet het vuil onder de spat-borden te verwijderen. Spoel de fiets vervolgens af met een tuinslang. Gebruik geen sproeikop met sterke straal of een hogedrukreiniger! Hiermee spuit u namelijk water in de lagers van de versnellingsnaaf, trapas, vering, etc.

Laat de fiets goed drogen.Als het nodig is om uw fiets op de kop te zetten, zorg dan dat u de bedieningselementen die op of aan het stuur zit-ten niet beschadigen, en verwijder voordat u de fiets gaat schoonmaken losse onderdelen zoals tassen. LakwerkElke Gazelle-fiets heeft maar liefst vier lagen lak. De buitenste laag wordt gevormd door een milieuvriendelij-ke, keiharde, blanke poedercoating. Deze biedt optimale bescherming tegen beschadigingen. Maar ondanks het feit dat deze laag goed bestand is tegen chemicaliën, is het raadzaam bij het schoonmaken zorgvuldig te werk gaan. Maak bijvoorbeeld geen gebruik van zogenaamde alkalische middelen, als ammonia of soda. Ook producten waarin florides, chlorides of sulfaten zijn verwerkt kunt u beter niet gebruiken.

Deze kunnen namelijk de laklaag aantasten, waardoor deze bijvoorbeeld zijn glans verliest.U kunt het lakwerk het beste schoonhouden met een zach-te doek en schoon, warm water. Eventueel kunt u daar nog een mild werkende, vloeibare zeep aan toevoegen. 42

16. KinderzitjesWanneer u een kinderzitje wilt gebruiken dan zijn er een aantal zaken waarmee u rekening moet houden. Wilt u een kinderzitje voorop de fiets monteren, kies dan voor een model met stuurpenbevestiging. Wij raden het af om een zitje te monteren dat aan het stuur zelf bevestigd wordt. De huidige modellen zijn namelijk uitgerust met aluminium stuur, en deze sturen zijn niet geschikt voor bevestiging van een kinderzitje.Kiest u voor een achterzitje, dan is het belangrijk rekening te houden met de maximale belasting van het achterrekje. Eventueel kunt u, wanneer u meer gewicht wil vervoe-ren, een zitje monteren met een zadelsbuisbevestiging. Vervoer kinderen enkel in een EN 14344 goedgekeurd kinderzitje.

Indien u nog twijfelt over het exacte type en/of merk zitje, win dan advies in bij uw Gazelle-specialist.Let op • Het vervoeren van een ander persoon is alleen binnen het kader van de toepasselijke wettelijke bepalingen toegestaan. • Dek eventuele blootliggende schroefveren onder het zadel af om te voorkomen dat de vingers van het kind hiertussen klem komen te zitten.17. Vervoer op de autoMaak altijd gebruik van een goedgekeurde fietsdrager om schade aan uw fiets tijdens het vervoer te voorkomen. Uw Gazelle-specialist kan u hierin adviseren. Controleer voor vertrek of er tijdens de reis geen onder-delen los kunnen raken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de fietspomp, bidons of fietstassen. Verwijder deze onderde-len dan ook altijd voordat u uw fiets op de fietsendrager plaatst. Ga bij aankomst na of er geen onderdelen los zijn gaan zitten of misschien beschadigd zijn geraakt. 

21. Tabellen 21.1 AanhaalmomentenDe bouten en moeren op uw fiets hebben elk een voorge-schreven aanhaalmoment. De Gazelle-specialist beschikt hiervoor over special gereedschap. Indien u zelf de fiets onderhoudt kunt u met een momentsleutel de voorge-schreven aanhaalmomenten bereiken. Zie hiervoor de onderstaande tabel.TABEL MET AANBEVOLEN AANHAALMOMENTEN Stuurplugbout  –  Nm Expanderbout met schuine klos  –  Nm Moer voor zadelpenbout M8  –  Nm Moer voor zadelpenbout M6 binnenzeskant  –  Nm Cranks met vierkant - Staal  –  Nm - Aluminium  –  Nm - Shimano  –  Nm Balhoofdmoer  –  Nm Dynamo  –  Nm Naafasmoeren voorwielen  –  Nm Naafasmoeren achterwielen Sturmey Archer  –  Nm Naafasmoeren achterwielen  –  Nm Naafasmoeren achterwielen voor derailleursystemen  –  Nm Naafasmoeren  –  Nm Naafasmoeren Shimano  –  Nm Handvatten max.

 Nm Moeren binnenbalhoofdbuisveringen . Nm21.2 Afgelegde afstand per omwentelingIn deze tabel ziet u per versnellingsnaaf hoeveel meter er bij één volledige trapomwenteling in een bepaalde versnelling wordt afgelegd. De bovenste rij staat voor het aantal tanden op uw voor- en achtertandwielen; de vertica-le linkerrij geeft het verzet weer. Heeft u bijvoorbeeld een 3-speed naaf dan legt u wanneer u in de 2e versnelling fietst 4,4 meter per omwenteling af.

22. ContactgegevensHeeft u nog vragen naar aanleiding van deze handleiding? Neem dan contact op met ons Customer Service Center: Koninklijke Gazelle N.V.Postbus 16950 AA DierenT 0900 - 70 70 707 (lokaal tarief)M [email protected] www.gazelle.nlWilt u onze fietsen eens uittesten? Breng dan een bezoek aan ons Gazelle Experience Center! In het Gazelle Expe-rience Center staan al onze huidige modellen. U kunt hier diverse proefritten maken en u laten adviseren over het type fiets wat het beste bij u past.Gazelle Experience CenterNijkerkerstraat 173821 CD AmersfoortT 033 - 253 35 70Gazelle E-bike TestcentrumHavenweg 235145 NJ WaalwijkT 033 - 253 35 70Gazelle E-bike TestcentrumHelsingborgweg 29723 HN GroningenT 033 - 253 35 70I www.gazelle.nl/experience-center

Oplader laad niet op lampje knipperd wel

  jan jenniskens - 4 December 2023

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gazelle Orange C7 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden