Gaggenau RT200202 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gaggenau RT200202 (91 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Gaggenau RT200202 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Gaggenau |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | RT200202 |
Handleiding Gaggenau RT200202 – volledige tekst
74nl InhoudnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingen 75Voordat u het apparaat in gebruik neemt 75Technische veiligheid 75Bij het gebruik 75Kinderen in het huishouden 76Algemene bepalingen 76Aanwijzingen over de afvoer 76*Afvoeren van de verpakking van uw nieuweapparaat 76*Afvoeren van uw oude apparaat 77Omvang van de levering 77Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 77Omgevingstemperatuur 77Beluchting 78De juiste plaats 78Onderbouw 78Apparaat aansluiten 78Elektrische aansluiting 78Kennismaking met het apparaat 79Inschakelen van het apparaat 79Aanwijzingen bij het gebruik 80Instellen van de temperatuur 80Koelcapaciteit 80Het vriesvak 80Netto-inhoud 80De koelruimte 80Attentie bij het inruimen 80Let op de koudezones in de koelruimte 81Het vriesvak 81Gebruik van het vriesvak 81Maximale invriescapaciteit 81Invriezen en opslaan 81Inkopen van diepvriesproducten 81Verse levensmiddelen invriezen 81Diepvrieswaren verpakken 82Houdbaarheid van de diepvrieswaren 82Ontdooien van diepvrieswaren 82Uitvoering 82Speciale uitvoering 83Schuiflade 83Groentelade met deksel 83Flessenhouder 83IJsbakje 84Sticker "OK" 84Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 84Uitschakelen van het apparaat 84Buiten werking stellen van het apparaat 84Ontdooien 85Koelruimte 85Het vriesvak 85Schoonmaken van het apparaat 85Uitvoering 86Energie besparen 87Bedrijfsgeluiden 88Heel normale geluiden 88Voorkomen van geluiden 88Kleine storingen zelf verhelpen 88Servicedienst 90Verzoek om reparatie en advies bij storingen 90
75m Veiligheidsbepalingenen waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidBrandgevaarDoor de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging▯Open vuur of andere ontstekingsbronnenuit de buurt van het apparaat houden;▯Ruimte gedurende een paar minutengoed luchten;▯Apparaat uitschakelen en de stekker uithet stopcontact trekken;▯Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden.
Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters. BrandgevaarDraagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat. Bij het gebruik▯Nooit elektrische apparaten in hetapparaat gebruiken(bijv. verwarmingsapparaten, elektrischeijsbereiders etc. ). Explosiegevaar. ▯Ontdooi of reinig het apparaat nooit meteen stoomreiniger. De hete stoom kan inde elektrische onderdelen terechtkomenen kortsluiting veroorzaken. Gevaar voorelektrische schokken. ▯Afgezien van de aanbevelingen van defabrikant geen aanvullende maatregelennemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar.
▯Gebruik geen puntige of scherpevoorwerpen om een laag ijs of rijp teverwijderen. U kunt hierdoor dekoelleidingen beschadigen. Koelmiddeldat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ▯Geen producten met brandbaredrijfgassen (bijv. spuitbussen) en geenexplosieve stoffen in het apparaatopslaan. Explosiegevaar.
76▯Plint, uittrekbare manden of laden,deuren etc. niet als opstapje gebruiken ofom op te leunen. ▯Om te ontdooien of schoon te maken:stekker uit het stopcontact trekken of dezekering uitschakelen. Altijd aan destekker trekken, nooit aan deaansluitkabel. ▯Dranken met een hoogalcoholpercentage altijd goed afgeslotenen staand bewaren. ▯Geen olie of vet gebruiken op kunststofonderdelen en deurafdichtingen. Dezekunnen hierdoor poreus worden. ▯De be- en ontluchtingsopeningen van hetapparaat nooit afdekken of dichtmaken. ▯Vermijden van risico's voor kinderen enkwetsbare personen:Kwetsbaar zijn kinderen/personen metlichamelijke, geestelijke of zintuigelijkebeperkingen, evenals personen dieonvoldoende kennis hebben over deveilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbarepersonen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijkepersoon moet toezicht houden opkinderen en kwetsbare personen bij hetapparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaatlaten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezichthouden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaatspelen. ▯Flessen en blikjes met vloeistoffen –vooral koolzuurhoudende dranken – nietin de vriesruimte opslaan. Dergelijkeflessen en blikjes kunnen barsten. ▯Diepvrieswaren nadat u deze uit hetvriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijkin de mond nemen. Kans op vrieswonden. ▯Vermijd langdurig contact van uw handenmet de diepvrieswaren, ijs of deverdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden. Kinderen in het huishouden▯Verpakkingsmateriaal en onderdelenervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbarekartonnen dozen en folie. ▯Het apparaat is geen speelgoed voorkinderen.
▯Bij een apparaat met deurslot:sleutel buiten het bereik van kinderenbewaren. Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt▯voor het koelen en invriezen vanlevensmiddelen,▯voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord. Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2. 000 meter boven zeeniveau. Aanwijzingen over de afvoer*Afvoeren van de verpakking vanuw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
77*Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. mWaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen metde stekker verwijderen. 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halenom het kinderen moeilijk te maken erinte klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaatspelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen:▯Onderbouwapparaat▯Uitrusting (modelafhankelijk)▯Zakje met montagemateriaal▯Gebruiksaanwijzing▯Montagevoorschrift▯Klantenserviceboekje▯Garantiebijlage▯Informatie over energieverbruik en geluidenLet op de omgevingstemperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje. AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
78BinnentemperatuurschakelaarWanneer de binnentemperatuur bij apparaten uit apparaatklasse SN lager wordt dan 16 °C, kan het in de diepvriesruimte te warm worden. In extreme gevallen kunnen de diepvrieswaren ontdooien. Om dit te voorkomen schakelt u de binnentemperatuurschakelaar in. De koelmachine werkt hierdoor vaker. Het apparaatkan nu worden gebruikt bij een binnentemperatuurtussen +10 °C en +16 °C. Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken. De rode markering wordt zichtbaar. Om energie te besparen schakelt u de binnentemperatuurschakelaar uit zodra de binnentemperatuur hoger wordt dan +16 °C. BeluchtingDe be- en ontluchting van de koelmachine vindt uitsluitend via het ventilatierooster in de plint plaats. Het ventilatierooster nooit afdekken of er iets voor zetten. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.
De juiste plaatsGeschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:▯Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm. ▯Naast een CV-installatie 30 cm. OnderbouwBij bepaalde aanrechtbladen, bijv. van steen, glas of roestvrij staal, is bevestiging onder het aanrechtblad vaak niet mogelijk. Toebehoren voor de montage op de zijwanden kunt u bij de klantenservice bestellen. Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. mWaarschuwingGevaar voor een elektrische schok. Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje. FD - NrE - Nr.
79Kennismaking met het apparaatDeze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.De uitrusting van de modellen kan variëren.Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.Inschakelen van het apparaatTemperatuurregelaar uit stand „0” draaien. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.015789123456ABA Het vriesvakB Koelruimte1 Lichtschakelaar2 Temperatuurregelaar/Verlichting3 Glasplateau in de koelruimte4 Schuiflade5 Groentelade6 Be- en ontluchtingsopening 7 Voorraadvak voor boter en kaas8 Eierrekje9 Vak voor grote flessen
80Aanwijzingen bij het gebruikDe temperatuur in de koelruimte wordt warmer:▯als de deur van het apparaat te vaak geopendwerd,▯door het inladen van grote hoeveelhedenlevensmiddelen,▯door een hoge omgevingstemperatuur. Instellen van de temperatuurTemperatuurregelaar op de gewenste instelling draaien. Bij een gemiddelde instelling wordt de temperatuur in de koudste zone ca. +4 °C. Hogere instellingen veroorzaken koudere temperaturen in de koelruimte en in het vriesvak. Wij adviseren:▯Gevoelige levensmiddelen niet opslaan op eentemperatuur lager dan +4 °C. ▯Een lage instelling voor het kortstondig opslaanvan levensmiddelen (energiebesparingsstand). ▯Een gemiddelde instelling voor het langdurigopslaan van levensmiddelen. ▯Een hoge instelling alleen voor korte tijd instellenwanneer de deur vaak wordt geopend en wanneerer grote hoeveelheden levensmiddelen wordenopgeslagen in de koelruimte.
KoelcapaciteitDe temperatuur in de koelruimte kan door het inladen van grotere hoeveelheden levensmiddelen of dranken tijdelijk warmer worden. Daarom moet de temperatuurkiezer voor ca. 7 uur op een hoge instelling gedraaid worden. Het vriesvakDe temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur. Netto-inhoudDe gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). De koelruimteDe koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas, evenals koudegevoelige groente en fruit. Attentie bij het inruimenDe levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen.
81Let op de koudezones in de koelruimteDoor de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:▯De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaanin de deur. AanwijzingBewaar in de warmste zone bijv. harde kaas enboter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelenen de boter blijft goed smeerbaar. ▯De koudste zone is de schuiflade. AanwijzingBewaar in de koudste zone gevoeligelevensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees). Het vriesvakGebruik van het vriesvak▯voor het opslaan van diepvriesproducten,▯om ijsblokjes te maken,▯voor het invriezen van kleine hoeveelhedenlevensmiddelen. AanwijzingLet erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is. Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik.
Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten▯De verpakking mag niet beschadigd zijn. ▯Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ▯De temperatuur in de verkoop-koelkist moet-18 °C of kouder zijn. ▯De diepvriesproducten liefst in een koeltastransporteren en snel in het vriesvak leggen. Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
▯Geschikt om in te vriezen:Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild,gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren,melkproducten zoals kaas, boter en kwark,bereide gerechten en kliekjes zoals soep,eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis,aardappelgerechten, ovenschotels en zoetetoetjes. ▯Niet geschikt om in te vriezen:Groentesoorten die meestal rauw wordengegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepeldeeieren, wijndruiven, hele appels, peren enperziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikkezure melk, zure room, crème fraîche enmayonaise. AanwijzingBij het invriezen van verse levensmiddelen is de looptijd van de vriesmachine langer. Onder omstandigheden kan daardoor ook de koelruimtetemperatuur te laag worden. Stel een hogere temperatuur voor de koelruimte in.
82Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.Op een temperatuur van -18 °C:▯Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood enbanket:tot 6 maanden.▯Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden.▯Groente, fruit:tot 12 maanden.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:▯bij omgevingstemperatuur▯in de koelkast▯in de elektrische oven, met/zonderheteluchtventilator▯in de magnetronmAttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.UitvoeringU kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen: ▯De glasplateaus optillen, naar voren trekken, latenzakken en zijwaarts verwijderen.▯Stoppen verplaatsen en het legplateau weeraanbrengen.
83▯Vakken in de deur iets optillen en eruit halen.Speciale uitvoering(niet bij alle modellen)SchuifladeDe schuiflade is bijzonder geschikt voor het bewaren van dierlijke levensmiddelen. Hij kan worden verwijderd om hem te laden, leeg te maken of te reinigen.Groentelade met dekselDe groentelade kan worden verwijderd om hem te laden, leeg te maken of te reinigen.FlessenhouderDe flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
84IJsbakjeIJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.Sticker "OK"(niet bij alle modellen)Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.AanwijzingNa ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.Correcte instellingApparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatTemperatuurregelaar op stand „0” draaien.
Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekeringlosdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.
85OntdooienKoelruimteWanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand van de koelruimte. Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen. Het dooiwater loopt door het dooiwatergootje en het afvoergat naar de verdampingsbak, waar het verdampt. AanwijzingDooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen. Het vriesvakHet vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien. mAttentieEen laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:AanwijzingDraai ca. 4 uur vóór het ontdooien de temperatuurregelaar op de hoogste stand, zodat de temperatuur van de levensmiddelen zeer laag wordt en ze langer op de binnentemperatuur bewaard kunnen worden. 1. Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plekbewaren. 2. Apparaat uitschakelen. 3. Stekker uit het stopcontact trekken resp. dezekering uitschakelen of losdraaien. 4. Om het ontdooiproces te versnellen een pan metheet water op een onderzetter in het apparaatzetten. 5. Dooiwater met een spons of doekje afwissen. 6. Wrijf het vriesvak droog. 7. Apparaat weer inschakelen. 8. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen. Schoonmaken van het apparaatmAttentie▯Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen diezand, chloride of zuren bevatten. ▯Geen schurende of krassende sponsjesgebruiken. Op de metalen oppervlakken kancorrosie ontstaan.
▯De legplateaus en voorraadvakken mogen nietin de afwasautomaat gereinigd worden. Zekunnen vervormen. U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen. 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekeringlosdraaien resp. uitschakelen.
3. Levensmiddelen verwijderen en op een koeleplaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig)op de levensmiddelen leggen. 4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid. 5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doeken lauw water met een scheutje pH neutraalschoonmaakmiddel. Het afwaswater mag niet inde verlichting of via het afvoergat in hetverdampingsgedeelte terechtkomen. 6. Deurafdichting alleen met schoon waterschoonmaken en grondig droogwrijven. 7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluitenen inschakelen. 8. Levensmiddelen weer aanbrengen.
86UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenDe glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts verwijderen.Schuiflade verwijderenSchuiflade iets optillen en eruit halen.DooiwatergootDe schuiflade moet worden verwijderd om de dooiwatergoot te reinigen.De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.Groentelade met deksel verwijderenGroentelade optillen en voorwaarts verwijderen.
87Legplateaus uit de deur nemenLegplateaus optillen en verwijderen. Fleshouder verwijderenFleshouder achteraan optillen en losmaken van het deurvak.Be- en ontluchtingsopeningHet ventilatierooster in de sokkel kan ter reiniging worden verwijderd. Daartoe de klemmen in de ventilatieopeningen naar onderen drukken en tegelijkertijd het ventilatierooster naar voren wegtrekken.Energie besparen▯Het apparaat in een droge, goed te ventilerenruimte plaatsen!
Het apparaat niet direct in de zonof in de buurt van een warmtebron plaatsen zoalseen verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.▯Warme gerechten en dranken eerst latenafkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.▯Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze teontdooien en de kou van de diepvrieswarengebruiken om andere levensmiddelen te koelen.▯Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.▯Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatiglaten ontdooien.Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte vankoude aan de diepvrieswaren en verhoogthet energieverbruik.▯Let erop dat de deur van het vriesvak goedgesloten is.▯De ordening van de uitrustingsdelen heeft geeninvloed op de energieopname van het apparaat.
Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaatHet apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv.
over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!Storing Eventuele oorzaak OplossingDe verlichting functioneert niet.Het lampje is kapot. Lampje vervangen. 1. Stekker uit het stopcontact trekken of dezekering losdraaien resp. uitschakelen.2. Afdekking naar voren eraf trekken.3. Lampje vervangen.(Reservelamp: 220–240 V wisselstroom, fittingE14, voor wattage zie het kapotte lampje.)De lichtschakelaar klemt. Controleer of er beweging in zit.
89Storing Eventuele oorzaak OplossingHet diepvriesvak heeft een dikke laag rijp.Warme en vochtige omgevingstemperaturen versterken het effect.Ontdooien van het diepvriesvak (zie hoofdstuk Ontdooien).▯Open de deur van het diepvriesvak zo kortmogelijk▯Let erop dat de deur van het diepvriesvak altijdgoed dicht is.De bodem van de koelruimte is nat.De dooiwatergoten of het afvoergat zijn verstopt.De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”).In de koelruimte is het te koud.Deur van het vriesvak is geopend. Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max.
invriescapacitiet niet overschrijden.De temperatuurregelaar is te hoog ingesteld.Temperatuurregelaar lager instellen.De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.De diepvrieswaren ontdooien. De omgevingstemperatuur is kouder dan +16 °C. De koelmachine slaat minder vaak aan.Vertrek verwarmen (warmer dan +16 °C).Apparaten met binnentemperatuurschakelaar Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken. De rode markering wordt zichtbaar. De verlichting in het apparaat gaat op een lagere stand branden.
90xServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) enhet FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje.Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.Storing Eventuele oorzaak OplossingHet apparaat koelt niet. De temperatuurregelaar staat op de stand „0”.Temperatuurregelaar uit stand „0” draaien.▯Stroomuitval.▯De zekering is uitgeschakeld.▯De stekker zit niet goed inhet stopcontact.Controleer of er stroom is.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gaggenau RT200202 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Gaggenau
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast