Gaggenau RB289202 Handleiding

Gaggenau Koelkast RB289202

Bekijk gratis de handleiding van Gaggenau RB289202 (108 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Gaggenau RB289202 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/108
Gaggenau
deGebrauchsanleitung
enInstruction for Use
frMode demploi
itIstruzioni per I´uso
nlGebruiksaanwijzing
RB 289
Einbaugerät
Built-in appliance
Appareil encastrable
Apparecchio da incasso
Inbouwapparaat

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gaggenau
Categorie: Koelkast
Model: RB289202

Handleiding Gaggenau RB289202 – volledige tekst

87nl InhoudnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingen 89Voordat u het apparaat in gebruik neemt 89Technische veiligheid 89Bij het gebruik 89Kinderen in het huishouden 90Algemene bepalingen 90Aanwijzingen over de afvoer 91* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat 91* Afvoeren van uw oude apparaat 91Omvang van de levering 91Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 92Omgevingstemperatuur 92Beluchting 92De juiste plaats 92Apparaat aansluiten 92Elektrische aansluiting 92Kennismaking met het apparaat 93Bedieningselementen 94Apparaat inschakelen 94Aanwijzingen bij het gebruik 94Instellen van de temperatuur 95Koelruimte 95Verskoelruimte 95Diepvriesruimte 95Alarmfuncties 95Deuralarm 95Temperatuuralarm 95Alarm uitschakelen 95Netto-inhoud 95Vriesvermogen volledig benutten 95De koelruimte 96In acht nemen bij het bewaren 96Let op de koudezones in de koelruimte 96Snelkoelen 96In- en uitschakelen 96De verskoelruimte 97Verskoellade 97Vochtlade 97Geschikt om vers te koelen: 97Bewaartijden (bij 0 °C) 97De diepvriesruimte 97De diepvriesruimte gebruiken 97Maximale invriescapaciteit 97Voorwaarden voor max.

invriesvermogen 97Invriezen en opslaan 98Inkopen van diepvriesproducten 98Attentie bij het inruimen 98Diepvrieswaren opslaan 98Verse levensmiddelen invriezen 98Diepvrieswaren verpakken 98Houdbaarheid van de diepvrieswaren 98Snelvriezen 99In- en uitschakelen 99Ontdooien van diepvrieswaren 99Uitvoering 99Glasplateau 99Uittrekbaar glasplateau 100Serveerschaal 100Wijn- en champagnerek 100Flessenhouder 100Gastronorm-schaal 101Getrapt legplateau 101Getrapte legplateau veranderen 101IJsbakje 101Koude-accu 102Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 102Uitschakelen van het apparaat 102Buiten werking stellen van het apparaat 102

89m Veiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.

Bij beschadiging▯Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;▯Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;▯Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;▯Contact opnemen met de Ser vicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. Bij het gebruik▯Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc. ). Explosiegevaar. ▯Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken. De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok. ▯Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ▯Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar. ▯Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.

90▯Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ▯Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ▯Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ▯De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ▯Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.

Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. ▯Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten. ▯Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden. ▯Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden. Kinderen in het huishouden▯Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie. ▯Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen. ▯Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren.

Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt▯voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,▯voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.

91Aanwijzingen over de afvoer* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. mWaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.

Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

92Let op de omgevingstemperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje. AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. BeluchtingDe be- en ontluchting van de koelmachine vindt uitsluitend via het ventilatierooster in de plint plaats. Het ventilatierooster nooit afdekken of er iets voor zetten. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.

De juiste plaatsGeschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:▯Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm. ▯Naast een CV-installatie 30 cm. Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. mWaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt. Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuurSN +10 °C tot 32 °CN+16 °C tot 32 °CST +16 °C tot 38 °CT+16 °C tot 43 °CFD - NrE - Nr.

94BedieningselementenApparaat inschakelen1. Het apparaat met de toets Aan/Uit ÿ inschakelen. Er klinkt een alarmsignaal, de temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert en de alarmtoets Ú brandt. 2. Door de alarmtoets Ú in te drukken wordt het alarmsignaal uitgeschakeld. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is. De fabriek adviseert de volgende temperaturen:▯Koelruimte: +4 °C▯Verskoelruimte: rond de 0 °C▯Diepvriesruimte: -18 °CAanwijzingen bij het gebruik▯Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. ▯Door het volledig automatische No Frost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig.

▯De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. ▯Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen. 24242424242222222222202020202018181818181616161616°C°C°C°C°C 222223333344444666668888800000°C°C°C°C°C1 2 3456 7 81 Alarmtoets ÚOm het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”). 2Snel-toets diepvriesruimte hDient voor het in- en uitschakelen van het snelvriezen, zie het hoofdstuk Snelvriezen. 3Temperatuurinsteltoets diepvriesruimte CMet de toets wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld. 4Temperatuurindicatie Diepvriesruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.

5Snel-toets koelruimte ÛDient voor het in- en uitschakelen van het snelkoelen (zie het hoofdstuk Snelkoelen). 6Temperatuurinsteltoets koelruimte CMet de toets wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld. 7Temperatuurindicatie koelruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.

95Instellen van de temperatuurKoelruimteDe temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C. Temperatuurinsteltoets koelruimte C meermaals indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op temperatuurindicatie koelruimte. VerskoelruimteDe temperatuur in de verskoelruimte is in de fabriek op ca. 0 °C ingesteld. Deze instelling liefst niet veranderen. Als zich op de koelwaren rijp of ijs vormen, dan kan de temperatuur warmer worden ingesteld. (Zie hoofdstuk „Kleine storingen zelf verhelpen”. )DiepvriesruimteDe temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C. Temperatuurinsteltoets diepvriesruimte C meermaals indrukken tot de gewenste diepvriesruimtetemperatuur is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen.

De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op temperatuurindicatie diepvriesruimte. AlarmfunctiesDeuralarmWanneer het apparaat langer dan een minuut openstaat, wordt het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) ingeschakeld. Door de deur te sluiten of op de alarmtoets 1 te drukken, wordt het waarschuwingssignaal uitgeschakeld. TemperatuuralarmHet temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien. ▯De alarmtoets Ú knippert: De diepvrieswaren lopen gevaar of waren in gevaar. ▯De alarmtoets Ú brandt: De diepvrieswaren lopen geen gevaar. AanwijzingHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:▯bij het in gebruik nemen van het apparaat,▯bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,▯als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.

Alarm uitschakelen De alarm-toets Ú indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen. Netto-inhoudDe gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Vriesvermogen volledig benuttenOm de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld. Onderdelen eruit halenDiepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. AanwijzingVoor het aanbrengen van de diepvrieslade met rails moeten de rails zijn uitgeschoven.

Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.Let op de koudezones in de koelruimteDoor de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:▯De koudste zones bevinden zich bij de achterwand, op de uittrekbare glasplateaus en in de serveerschaal.AanwijzingIn de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.▯De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. AanwijzingBewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.SnelkoelenTijdens het snelkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld.

Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het snelkoelen ingestelde temperatuur.Het snelkoelen inschakelen bijv.:▯vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.▯voor het snelkoelen van dranken.AanwijzingAls het snekoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.In- en uitschakelenSnel-toets koelruimte Û indrukken.De toets is verlicht wanneer het snelkoelen is ingeschakeld.

97De verskoelruimteDe temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen. In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone – voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak. VerskoelladeHet klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk. VochtladeDe vochtlade wordt afgedekt door een speciaal filter dat de luchtvochtigheid in de lade optimaal houdt. Daardoor heerst er in de vochtlade, afhankelijk van de vulling, een luchtvochtigheid tot 95%. Dit bewaarklimaat is ideaal voor vers fruit, sla, groente, kruiden en champignons. Aanwijzingen▯Koudegevoelig fruit (bijv.

ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa + 8 °C tot 12 °C. ▯Afhankelijk van de hoeveelheid en het soort bewaarde levensmiddelen kan zich condenswater vormen in de vochtlade. Condenswater verwijderen met een droge doek. Geschikt om vers te koelen:In de verskoellade:Vis, zeevruchten, vlees, worstwaren, melkproducten, kant-en-klaarmaaltijdenIn de vochtlade:▯Groente (bijv. worteltjes, asperges, selderie, look, rode bieten, champignons, koolsoorten zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, koolrabi)▯Sla (bijv. veldsla, ijsbergsla, witlof, kropsla)▯Kruiden (bijv.

Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik. Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Voorwaarden voor max. invriesvermogen▯Snelvriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Snelvriezen”). ▯Uitrustingsdelen verwijderen. ▯Stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte. AanwijzingDe ventilatiesleuf aan de achterwand niet met diepvrieswaren afdekken. ▯Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoopVerse vis, zeevruchten max.

98Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten▯De verpakking mag niet beschadigd zijn. ▯Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ▯De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ▯De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Attentie bij het inruimen▯Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. ▯De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. AanwijzingDe vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen. Diepvrieswaren opslaanDe diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.

Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ▯Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen. 2. Lucht eruit drukken. 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien. 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum. Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e. d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast. Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C:▯Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.

99SnelvriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het snelvriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende.Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.Als u het max.

vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het snelvriezen in te schakelen.Kleine hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg) kunt u zonder snelvriezen invriezen.AanwijzingAls het snelvriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.In- en uitschakelenSnel-toets diepvriesruimte indrukken.hIs snelvriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.Het snelvriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:▯bij omgevingstemperatuur▯in de koelkast▯in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator▯in de magnetronmAttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.

Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.Uitvoering(niet bij alle modellen)GlasplateauOm hoge voorwerpen te bewaren, kunt u de positie van het glasplateau veranderen.1. De glasplaat om eruit te halen schuin naar boven trekken en eruit halen.2. Stoppen verplaatsen.3. Bij het opnieuw aanbrengen plaatst u het glasplateau eerst op de achterste stoppen en laat u het daarna vooraan vastklikken.12

100Uittrekbaar glasplateauVoor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken.ServeerschaalIn de serveerschaal kunt u voorbereide gerechten, bijv. worst- of kaasschotels, koel bewaren en serveren. AanwijzingDe levensmiddelen afdekken met folie om geur- en smaakvermenging te voorkomen.Wijn- en champagnerekIn het wijn- en champagnerek kunt u flessen veilig bewaren. Als u plaats voor andere levensmiddelen nodig hebt, kunt u de metalen beugel omhoog klappen.FlessenhouderDe flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.

101Gastronorm-schaalIn de gastronorm-schaal kunnen levensmiddelen plaatsbesparend in de koelruimte worden bewaard.Getrapt legplateauVoordat u het getrapte legplateau kunt verwijderen, dient u de gastronorm-schalen te verwijderen.Het getrapte legplateau vooraan optillen, eruit trekken en zijwaarts naar buiten draaien.Getrapte legplateau veranderenWanneer u een andere maat gastronorm-schaal wil gebruiken, kunt u de posities van de houders veranderen.IJsbakjeIJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.121 2

102Koude-accu(indien meegeleverd, aantal stuks verschillend)De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt.De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.Apparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatToets Aan/Uit ÿ indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4.

Deur van het apparat open laten.OntdooienDe koel- en verskoelruimteWanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand van de koelruimte. Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen. Het dooiwater loopt door het dooiwatergootje en het afvoergat naar de verdampingsbak, waar het verdampt.AanwijzingDooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.DiepvriesruimteDoor het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.

103Apparaat reinigenmAttentie▯Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.▯Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.▯De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!Ga als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het spoelwater mag niet in de verlichting of door het afvoergat in de verdampingsbak komen.6. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.7.

Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.8. Levensmiddelen weer aanbrengen.Aanwijzingen▯Het watergootje A kunt u ter reiniging verwijderen. Dooiwatergootje en afvoergaatje B regelmatig met een wattenstaafje schoonmaken zodat het dooiwater kan weglopen. ▯Het stopje in het afvoergaatje van de koelruimte moet er om technische redenen na het schoonmaken weer ingedrukt worden.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Uittrekbaar glasplateau1. Serveerschaal verwijderen.2. Glazen legplateau losmaken door het vooraan uit de rails te tillen.3.

Glazen legplateau achteraan optillen en verwijderen.AanwijzingHet uittrekbare glazen legplateau brengt u aan door het achteraan op de rails te plaatsen, erin te steken en dan vooraan te laten vastklikken.Getrapt legplateauHet getrapte legplateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien om het te verwijderen.Bij het aanbrengen het getrapte legplateau eerst in de openingen achteraan schuiven en dan neerleggen.

104Verskoel- en vochtladeOm de lade te verwijderen, deze uittrekken, naar voren kantelen en optillen.Bij het terugplaatsen het reservoir vooraan op de rails zetten en in het apparaat schuiven. Door het inschuiven klikt de lade vast in het apparaat.Vochtfilter eruit halenHet vochtfilter boven de vochtlade kan worden verwijderd om hem te reinigen. Daartoe eerst de vochtlade verwijderen en het vochtfilter eruit trekken. De filterafdekking, eraf halen en het filter eruit halen. Reinigen in lauw water, laten opdrogen en weer samenbouwen.Uittrekbare rails demonteren1. De rail uittrekken.2. Vergrendeling in de richting van de pijl schuiven.3. Uittrekbare rails van de achterste pen losmaken.4. Uittrekbare rails in elkaar schuiven, boven de achterste pen naar achteren schuiven en ontgrendelen.Uittrekbare rails monteren1. Uittrekbare rails in uitgetrokken toestand op de voorste pen zetten.2.

105Voorraadvak in de deurVakken in de deur iets optillen en eruit halen. LuchtjesAls u onaangename luchtjes ruikt:1. Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ÿ. 2. Alle levensmiddelen uit het apparaat halen. 3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat). 4. Alle verpakkingen reinigen. 5. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen. 6. Apparaat weer inschakelen. 7. Levensmiddelen inruimen. 8. Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan. 9. Geurfilter vervangen. Het geurfilter bevindt zich achter de verskoellade. Reservefilters zijn bij de Servicedienst tegen meerprijs verkrijgbaar. Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Energie besparen▯Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen. Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. ▯Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ▯Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. ▯Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. ▯Om te voorkomen dat bij stroomuitval of een storing de levensmiddelen snel verwarmd worden: de koude-accu’s direct op de levensmiddelen in het bovenste vak leggen. ▯Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. ▯De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.

▯Om een verhoogd stroomverbruik te voorkomen, de be- en ontluchtingsopening af en toe reinigen met een kwastje of een stofzuiger. BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.

106Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasDe inbouwnis met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes van de nis of leg er iets onder. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten. Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen.

Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling. In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. De bodem van de koelruimte is nat. De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). In de koelruimte is het te koud. De temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen. De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. De deur van het apparaat werd te vaak geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Het apparaat koelt niet.

De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet. Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit ÿ indrukken. Stroomuitval Controleren of er stroom is. De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. De stekker zit niet goed in het stopcontact.

Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. Alarmtoets Ú gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt. De verlichting functioneert niet. De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer. De temperatuurindicatie van de koelruimte knippert. De deur van het apparaat werd te vaak geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. Er werden te veel levensmiddelen ingeladen. Voor het aanbrengen op de sneltoets Û drukken. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen.

107xServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje.Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.Storing Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur in de verskoelruimte is te koud of te warm. De standaardinstelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte).De temperatuur in de verskoelruimte kan 2 standen warmer of kouder ingesteld worden.

Wanneer de koelruimtetemperatuur is ingesteld op stand 4, heeft de verskoelruimte een temperatuur van ongeveer 0 °C.1. Sneltoets koelruimte Û 3 seconden indrukken tot er een signaal klinkt.Temperatuurindicatie koelruimte knippert.2. Met de temperatuurinsteltoetsen B C de instelling veranderen.Stand 2 – koudste instellingStand 8 – warmste instellingDe ingestelde temperatuur wordt na één minuut opgeslagen.Alarmsignaal klinkt, temperatuurindicatie knippert.In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren.Deur van het diepvriesruimte is geopend.Zie het hoofdstuk Alarm function.Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.FD - NrE - NrNL 088 424 4030B 070 222 148

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gaggenau RB289202 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden