Gaggenau RB 272-250 Handleiding

Gaggenau Koelkast RB 272-250

Bekijk gratis de handleiding van Gaggenau RB 272-250 (77 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Gaggenau RB 272-250 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/77
GAGGENAU HAUSGER TE GMBH
P. O. BOX 1201 ñD-76552 GAGGENAU, GERMANY
TEL. (07225) 967-0
FAX (07225) 967-170
www.gaggenau.com
GB, FR, IT, NL, ES, PT, GR, TR
9000046475 (8504)
DE Gebrauchsanweisung
GBInstructions for use
FRNotice d'utilisation
ITIstruzioni per l'uso
NL Gebruiksaanwijzing
ESInstrucciones de uso
PTInstruções de serviço
GR Οδηγίες χρήσης
TR
Kullanma Klavuzu
RB 272-250
9000046475 (8504)

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gaggenau
Categorie: Koelkast
Model: RB 272-250

Handleiding Gaggenau RB 272-250 – volledige tekst

65NLAfvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriftenAfvoeren van de verpakkingen van uw oude apparaatOude apparaten zijn niet per definitiewaardeloos. Door een milieuvriendelijkeafvoer van uw oude apparaat kunnenwaardevolle grondstoffen opnieuw gebruiktworden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit hetstopcontact trekken, aansluitkabel door-knippen en samen met de stekkerverwijderen. Het slot verwijderen. Hiermee voorkomtu dat kinderen zichzelf tijdens het spelen inhet apparaat opsluiten en in levensgevaargeraken. Koel- en diepvriesapparaten bevatten koel-middel en gassen in de isolatie die zorg-vuldig moeten worden afgevoerd. Let eropdat de leidingen tot het moment vantransport niet beschadigd worden. Uw nieuwe apparaat werd tijdens hettransport naar u door de verpakkingbeschermd.

Voor de verpakking wordtgebruik gemaakt van materialen die hetmilieu kan verdragen en die geschikt zijnvoor hergebruik. Help daarom mee en zorgervoor dat de verpakking milieuvriendelijkwordt afgevoerd. Laat kinderen niet met de verpakking en deonderdelen daarvan spelen. Kans op stikkendoor vouwdozen en folie. U kunt bij de reinigingsdienst in uwgemeente informeren hoe u uw oudeapparaat en het verpakkingsmateriaal vanhet nieuwe apparaat kunt (laten) afvoerenvoor een milieuvriendelijke verwerking. Dit apparaat is gekenmerkt inovereenstemming met de Europeserichtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrischeen elektronische apparatuur (waste electricaland electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in deEU geldige terugneming en verwerking vanoude apparaten. Onze bijdrage aan het beschermen vanhet milieu – wij maken gebruik vankringlooppapier.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en hetinstallatievoorschrift voor een eventuelelatere bezitter van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk-heid als de volgende aanwijzingen niet inacht worden genomen:lEen (bijv. tijdens het transport)beschadigd apparaat niet in gebruiknemen. In twijfelgevallen eerst contactopnemen met uw leverancier. lHet apparaat uitsluitend volgens hetbijgesloten installatievoorschrift plaatsenen aansluiten. De elektrische aansluit-voorwaarden moeten overeenkomen metde gegevens op het typeplaatje. lBij het schoonmaken nooit een stoom-reiniger gebruiken. De stoom kan in deonder spanning staande onderdelen vanhet apparaat terechtkomen en kortsluitingof een elektrische schok veroorzaken.

lDe elektrische veiligheid van het apparaatwordt alleen dan gegarandeerd als hetaardingssysteem van de huisinstallatievolgens de geldende elektrotechnischevoorschriften is geïnstalleerd. lIn geval van een storing, bij onderhouds-werkzaamheden en bij het schoonmakende stekker uit het stopcontact trekkenresp. de zekering in de meterkast uit-schakelen of losdraaien. Altijd aan destekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. lReparaties aan elektrische apparatenmogen alleen door vakkundige monteursworden uitgevoerd. Door ondeskundigereparatie kan er gevaar voor de gebruikerontstaan. lDranken met een hoog alcoholpercentagealtijd goed gesloten en rechtop bewaren. Geen producten met brandbaredrijfgassen (zoals spuitbussen metslagroom en andere spuitbussen) en.

67NL66NLPlaatsing van het apparaatDe juiste plaatsElke droge, goed te ventileren ruimte isgeschikt. Het apparaat liefst niet in de zonof naast een fornuis, verwarmingsradiator ofandere warmtebron plaatsen. Is plaatsingnaast een warmtebron niet te vermijden, maakdan gebruik van een isolerende plaat of neemde volgende minimumafstanden in acht:naast een elektrisch fornuis 3 cm,naast een CV-installatie 30 cm. Bij plaatsing naast een ander koel- of vries-apparaat moet aan de zijkant ten minste2 cm ruimte worden opengelaten om hetontstaan van condensatiewater te vermijden. Verwisselen van dedeurophangingGlasplateaus eruit halen. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leggen. Attentie. - Het apparaat is erg zwaar. Ga te werk in de volgorde van de cijfers(afb. I). Als de bout (afb. I/A) niet in de bus past:de plaats van de bus (afb. I/B) met eenschroevendraaier veranderen tot de bouterin past.

Plaatsen van het apparaatHet apparaat moet waterpas en stevig op devloer staan. Oneffenheden in de vloer d. m. v. de twee schroefvoetjes aan de voorkantopheffen (afb. G). Kantelbeveiliging monterenAfb. HElektrische aansluitingHet apparaat uitsluitend via een volgens devoorschriften aangebracht, randgeaardstopcontact, met een zekering van10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hzwisselstroom aansluiten. Bij apparaten die in niet Europese landenworden gebruikt op het typeplaatjecontroleren of de aansluitspanning en destroomsoort overeenkomen met de waardenvan uw elektriciteitsnet. Het typeplaatjebevindt zich links onderaan in de koelruimte(afb. F). Een eventueel noodzakelijke vervanging vande aansluitkabel mag alleen door eenvakkundig monteur worden uitgevoerd. Waarschuwing. Het apparaat mag nooitworden aangesloten op elektronische„energiebesparende stekkers” (bijv.

4De aan de achterwand van het apparaatvrijkomende warme lucht moet ongehinderdafgevoerd kunnen worden. Anders moet dekoelmachine meer presteren waardoor hetenergieverbruik toeneemt. De be- en ont-luchtingsopeningen mogen dan ook nooitworden afgedekt. Na het transport. kan het apparaat onmiddellijk in gebruikworden genomen. explosieve stoffen in het apparaatopslaan – gevaar voor explosie. lFlessen en blikjes met vloeistoffen –vooral koolzuurhoudende dranken – nietin de diepvriesruimte opslaan. De flessenen blikjes springen. lDe be- en ontluchtingsopeningen mogennooit afgedekt worden. lPlint, uittrekbare manden of laden, deurenenz. niet als opstapje gebruiken of om opte leunen. lKinderen niet met het apparaat latenspelen. lAls u een apparaat met een slot hebt,bewaar de sleutel dan buiten het bereikvan kinderen.

lIjslollies en ijsblokjes niet direct uit dediepvriesruimte in de mond nemen(gevaar voor verbranding door de zeerlage temperatuur). lDiepvrieswaren nooit met natte handenaanraken. Uw handen kunnen eraanvastvriezen. lAttentie. De ventilatieopeningen in deommanteling van het apparaat resp, aanhet inbouwapparaat altijd vrijhouden. lAttentie. De leidingen van het koelcircuitniet beschadigen. lAttentie. Geen elektrische apparaten inde levensmiddelenvakken van hetapparaat gebruiken, tenzij een door defabrikant aanbevolen type. Het koelcircuit van dit apparaatbevat isobutaan (R 600a), eennatuurlijk gas dat in hoge matemilieuvriendelijk is maar welbrandbaar. Let erop bij het vervoeren enverplaatsen van het apparaat dat er geenonderdelen van het koelcircuitbeschadigd worden. Bij eventuelebeschadigingen open vuur of andereontstekingsbronnen vermijden.

BepalingenHet apparaat is geschikt voor het koelen envriezen van levensmiddelen en om ijsblokjeste maken. Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moetende daarvoor geldende bepalingen in achtworden genomen. Het apparaat voldoet aan de voorschriftenvoor koel- en vriesinstallaties ter voorkomingvan ongevallen (VBG 20). Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-bepalingen voor elektrische apparaten. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Let op de omgevings-temperatuurAfhankelijk van de „klimaatklasse” (zie hettypeplaatje) kan het apparaat bij devolgende omgevingstemperaturen gebruiktworden: (het typeplaatje bevindt zich linksonderaan in het apparaat. Afb. F)Klimaat- Omgevingstemperatuurklasse van.

69NL68NLKennismaking met het apparaatBedieningspaneel (kort overzicht)Afb. 21 -toetshoofdschakelaar aan/uit2 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets)a) voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaalb) voor het weergeven van de hoogste temperatuur die in het vriesvak heeftgeheerst (alleen wanneer indicatie 9knippert). 3 Super-toetsvoor max. vriesvermogen. 4 Freezer-toetsOm de ingestelde temperatuur in dediepvriesruimte aan te geven. 5 Cooler-toetsOm de ingestelde temperatuur in dekoelruimte aan te geven. 6 Insteltoets vriesruimte- en koelruimtetemperatuur0C = kouder, warmer7 Indicatie "alarm"brandt alleen wanneer de alarmfunctie wordt geactiveerd8 Indicatie "super"Brandt alleen wanneer de "super"-toets wordt ingedrukt.

9 Indicatie vana) "warmste temperatuur"b) Indicatie "AL" (Alarm)c) insteltemperatuur voor de koelruimted) insteltemperatuur voor de diepvriesruimteFunctie van de schakel- en controle-elementenAfb. 21 -toetsHoofdschakelaar, om het hele apparaat inen uit te schakelen. 2 “alarm” -toetsDient voor het uitschakelen van hetwaarschuwingssignaal. Het waarschuwingssignaal wordtgeactiveerd wanneer het te warm is in devriesruimte en de diepvriesproductengevaar lopen (tegelijkertijd knippertindicatie 9). Ook als de diepvriesproducten geengevaar lopen, kan hetwaarschuwingssignaal klinken - bij ingebruikneming van het apparaat- bij het toevoegen van verse levensmiddelen zonder inschakeling vande supervriesstand- en als de vriesruimtedeur te lang open staat.

Na uitschakeling van hetwaarschuwingssignaal wordt de"akoestische waarschuwing" automatischweer operationeel zodra de vriesruimteweer op bedrijfstemperatuur is. 3 "Super"-toetsOm het supervriessysteem in en uit teschakelen. De indicaties 8 "Super" en "SU" geven9 aan dat het supervriessysteem isingeschakeld. Het supervriessysteemdient voor het invriezen van grotehoeveelheden verse levensmiddelen enmoet tot van de24 uur vóór het inladen verse levensmiddelen wordeningeschakeld.

De vriesmachine werkt na inschakelingcontinu, de vriesruimte bereikt een zeerlage temperatuur. Kennismaking met het apparaatA. u. b. vóór het lezen de laatste bladzijdenmet afbeeldingen openvouwen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer danéén type van toepassing. Afwijkingen in deafbeeldingen zijn hierdoor niet uitgesloten. OverzichtAfb. 11–9 Bedieningspaneel10 Multiflow system(koudeluchtverdeler)11 Binnenverlichting12 Legrooster/plateau * 14 Flessenrek15 Groente- en fruitladen16 Vak voor blikjes en tubes18 Vak voor kleine flessen19 Eierrekje20 Vak voor grote flessen, pakken melk etc. 21 Vriestableau22/23 Diepvriesladen24 „Chiller”-vakA KoelruimteB Diepvriesruimte* niet bij alle modellenDoor het volautomatische No-Frost-systeem vormt zich geen ijs in de koel-en diepvriesruimte. Ontdooien van hetapparaat is niet meer nodig. Functie:De diepvrieswaren worden door gekoeldelucht ingevroren.

Een verdamper die zich in het No-Frost-systeem bevindt, koelt de lucht in hetapparaat af. De koude lucht wordt d. m. v. een ventilator rondgeblazen. Een tweedeventilator zorgt voor de luchtcirculatie in dekoelruimte. De vochtigheid in de lucht zetzich af op de verdamper. Indien nodig wordtde verdamper volautomatisch ontdooid. Het dooiwater wordt naar de koelmachinegeleid waar het verdampt. In de diepvries-ruimte en op de levensmiddelen zet zichgeen ijs af.

Om degewenste temperatuur in dediepvriesruimte in te stellen de"Freezer"-toets en vervolgens de ºC-toets indrukken. De insteltemperatuurwordt op indicatie 9 aangegeven. Deinsteltoets een aantal keren indrukken ofingedrukt houden tot de gewenstetemperatuur wordt aangegeven. (Deinsteltemperatuur wordt in doorlopendevolgorde van -16ºC tot -26ºCaangegeven. Na -26ºC verschijnt weer -16ºC). 7 Indicatie "alarm"Brandt alleen wanneer de alarmfunctieis geactiveerd. Dit gebeurt wanneer het tewarm wordt in de vriesruimte en dediepvriesproducten gevaar lopen. Deindicatie gaat uit zodra de vriesruimteweer op bedrijfstemperatuur is. 8 Indicatie "super"Brandt alleen wanneer de "super"-toets is ingedrukt en daardoor desupervriesstand is ingeschakeld. De indicatie gaat uit wanneer de "super"-Afb. 2lStekker in het stopcontact steken.

lTemperatuur van de vriesruimteinstellenHiertoe de -toets en daarna de"freezer"0C-toets indrukken. 0C-toets meermaalsindrukken of ingedrukt houden totdat degewenste temperatuur wordtweergegeven (doorlopende weergave, na–26 0C wordt –16 0C opnieuwweergegeven). Wij raden u aan devriesruimtetemperatuur in te stellen op–20 0C. lTemperatuur van de koelruimteinstellenHiertoe de "cooler"-toets en daarna de0C-toets indrukken. 0C-toets meermaalsindrukken of ingedrukt houden totdat degewenste temperatuur wordtweergegeven (doorlopende weergave, na8 0C wordt 2 0C opnieuw weergegeven). Wij raden u aan dekoelruimtetemperatuur in te stellen op+4 0C. Ook na een correctie van detemperatuurinstelling verandert detemperatuur in de koelruimte pas nageruime.

Attentie:lDe temperatuur in de koelruimte kanschommelen– doordat de deur van het apparaat vaakgeopend werd,– door het inladen van grote hoeveelhedenverse levensmiddelen in de koelruimteen de diepvriesruimte,– door een verandering van deomgevingstemperatuur,– door een verandering van de instellingvan de temperatuurkiezer voor dediepvriesruimte of door inschakelen vanhet supervriessysteem. lDe voorzijde van het apparaat wordtgedeeltelijk licht verwarmd waardoorde vorming van condensatiewater inde buurt van de deurafdichting wordtvoorkomen. toets opnieuw wordt ingedrukt om desupervriesstand uit te schakelen. De indicatie gaat op zijn vroegst 52 uurna inschakeling van de supervriesstandautomatisch uit.

b) Indicatie "Al" (Alarm)Deze geeft aan wanneer het in dediepvriesruimte te warm is. c) Insteltemperatuur voor de koelruimteNa het indrukken van de -toets"Cooler"wordt de insteltemperatuur voor dekoelruimte aangegeven. d) Insteltemperatuur voor dediepvriesruimteNa het indrukken van de -toets"Freezer"wordt de insteltemperatuur voor dediepvriesruimte aangegeven.

73NL72NLLevensmiddelen inruimenEen voorbeeld van hetinruimenAfb. 1Koelruimte (A)Op de legroosters/plateaus (12) van bovennaar beneden: brood en banket,klaargemaakte gerechten, zuivelproducten. Op het legplateau (14) flessen. In de groentelade (15) groente, fruit en sla. In het vak (18) kleine flessen en tubes. In het eierrekje (19) eieren. In het flessenvak (20) grote flessen. Diepvriesruimte (B)Op het vriestableau (21) kleinediepvrieswaren opslaan, ijsblokjes maken. In de bovenste laden (22) diepvrieswarenopslaan. In de onderste diepvrieslade (23)levensmiddelen invriezen en opslaan. Indeling van het interieurDe legroosters/plateaus in de koelruimtekunnen – ook als de deur 90° openstaat –worden verplaatst: legrooster/plateau naarvoren trekken, iets laten zakken, eruit nemenen op de gewenste plaats opnieuw erin zetten(afb. 5). * Flessenrek (afb. 8)De draadbeugels kunnen worden opgeklapt.

Alle rekken en vakken in de deur kunnen eruitgenomen worden om schoon te maken: vakof rek iets optillen en eruit halen (afb. 7). „Chiller”-vak (afb. 6)Bodem van het vak naar voren trekken. Deklep gaat open. In het „Chiller”-vak heersen lageretemperaturen dan in de koelruimte waarbijook temperaturen onder 0 °C kunnenoptreden. Ideaal voor het bewaren van vis,vlees en worst. Niet geschikt voor sla, groente enkoudegevoelige levensmiddelen. *niet bij alle modellenAttentie bij het inruimenlWarme dranken en gerechten buiten hetapparaat laten afkoelen. lDe levensmiddelen liefst verpakt of goedafgedekt bewaren. Hierdoor blijven nietalleen geur, kleur, vochtigheid en versheidbehouden, maar wordt bovendienvoorkomen dat de opgeslagenlevensmiddelen naar elkaar gaansmaken. Alleen groente, fruit en slamoeten onverpakt in de groenteladenworden opgeslagen.

lDe luchtinlaat- en luchtuitlaatopeningenniet met levensmiddelen blokkeren omde luchtcirculatie niet te verminderen. lLevensmiddelen die direct vóór deluchtuitlaatopeningen bewaard worden,kunnen door de naar buiten stromendekoude lucht bevriezen. lZorg dat de kunststof delen en dedeurafdichting niet met olie of vet inaanraking komen (ze kunnen poreusworden). lGeen explosieve stoffen in het apparaatopslaan. Dranken met een hoog alcohol-percentage rechtop en goed geslotenbewaren. – Gevaar voor explosie. lFlessen met vloeistoffen die kunnenbevriezen niet in de diepvriesruimteopslaan. De flessen springen. Uitschakelen van hetapparaatHoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld. Buiten werking stellen vanhet apparaatAls het apparaat langere tijd niet wordtgebruikt:hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken, hetapparaat schoonmaken, deuren open latenstaan.

75NL74NLOntdooien van diepvries-warenAfhankelijk van soort en bereidingswijze vande levensmiddelen kunt u kiezen uit devolgende mogelijkheden:bij omgevingstemperatuurin de koelkastin de elektrische ovenmet of zonder heteluchtventilatorin de magnetron. Half of geheel ontdooide diepvrieswarenkunnen opnieuw worden ingevroren: vleesen vis als de temperatuur niet langer dan1 dag, andere levensmiddelen als detemperatuur niet langer dan 3 dagen bovende +3 °C is gestegen. In andere gevallen de levensmiddelen – alssmaak, geur en kleur niet veranderd zijn –koken, braden of op een andere manier toteen kant en klaar gerecht bereiden enopnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoorbekort. Ijsblokjes makenAfb. BHet ijsbakje voor 3/4met water vullen en inde diepvriesruimte zetten. Om de ingevroren blokjes uit het ijsbakje tehalen: het bakje iets verbuigen.

Invriezen en opslaanInvriezen en opslaanKleinere porties zijn sneller ingevrorenwaardoor de kwaliteit bij het ontdooienen bereiden het beste behouden blijft. De levensmiddelen luchtdicht verpakkenzodat ze niet uitdrogen of hun smaakverliezen. Voor verpakking geschikt:kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie,diepvriesdozen. Deze producten zijn in dehandel verkrijgbaar. Niet geschikt:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis-zakken en gebruikte boodschappentasjes. De levensmiddelen verpakken, lucht eruitpersen en het geheel van een goede sluitingvoorzien. Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,koudebestendig plakband e. d. Zakjes enfolie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast. Vermeld op de pakjes inhoud en datumvoordat u ze in de diepvriesruimte legt.

12 kg in deonderste vakken in één keer invriezen. Al ingevroren levensmiddelen mogen niet inaanraking komen met nog in te vriezenlevensmiddelen. Eventueel de levens-middelen omstapelen. Hete spijzen en dranken vóór het opslaan inde diepvriesruimte bij kamertemperatuurlaten afkoelen. SupervriezenAls er al levensmiddelen in dediepvriesruimte liggen, dan moet een paaruur vóór het inladen van verselevensmiddelen het supervriessysteemworden ingeschakeld. Doorgaans is 4–6 uurvan tevoren voldoende. Wilt u de maximaleinvriescapaciteit benutten, dan moet hetsupervriessysteem 24 uur van tevorenworden ingeschakeld. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen(max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van hetsupervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem:gewoon de supervriestoets (afb. 2/3)indrukken. De indicatie „super” geeft aan dat hetsupervriessysteem is ingeschakeld.

Dekoelmachine loopt nu permanent. In dediepvriesruimte wordt een lage temperatuurbereikt. Het supervriessysteem wordt ca. 50 uur na het inschakelen automatischuitgeschakeld. Houdbaarheid vandiepvrieswarenVis, worst, kant en klare max. 4 maandengerechten, brood en banketKaas, gevogelte, vlees max. 8 maandenGroente, fruit max. 12 maanden* VriestableauAfb. DOp het vriestableau kunt u de ijsbakjesbewaren en bessen, klein gesneden fruit,kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen delevensmiddelen op het vriestableaugelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uurdoor en door laten bevriezen. Hierna overdoen in diepvrieszakjes ofdiepvriesdozen. Om te ontdooien de levensmiddelen weernaast elkaar neerleggen. Attentie bij het inkopen vandiepvriesproductenlAls u al ingevroren levensmiddelen koopt,let er dan op dat de verpakking nietbeschadigd is.

lKoop de diepvriesproducten op hetallerlaatste moment, breng ze in krantengewikkeld of in een koeltas snel naar huisen leg ze in de diepvriesruimte. Levensmiddelen zelfinvriezenAls u zelf levensmiddelen wilt invriezen,gebruik dan alleen verse levensmiddelen. Geschikt om in te vriezen:vlees en worst, gevogelte en wild, vis,groente, kruiden, fruit, brood en gebak,pizza, klaargemaakte gerechten, kliekjes,eierdooiers en eiwit. Niet geschikt om in te vriezen:eieren met schaal, zure room en mayonaise,sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien. Blancheren van groente en fruit:groente en fruit moeten vóór het invriezengeblancheerd worden om te voorkomen datkleur, smaak, aroma en vitamine „C” verlorengaan. (Blancheren betekent dat de groente ofhet fruit kort in kokend water wordengedompeld. – In de boekhandel zijn boekenover invriezen verkrijgbaar, waarin ookblancheren wordt beschreven.

77NL76NLAanwijzingen bij bedrijfsgeluidenHet apparaat staat tegen een andermeubel of apparaatHet apparaat van het meubel of hetapparaat ernaast wegschuiven. Laden, manden of legroosters/plateauswiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaaldkunnen worden en zet ze eventueel opnieuwin het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaarzetten. lHet apparaat in een koele, goed teventileren ruimte plaatsen. Niet in de zonof in de buurt van een warmtebron(verwarmingsradiator etc. ) plaatsen. lDe be- en ontluchtingsopeningen van hetapparaat nooit afdekken. lWarme gerechten pas nadat ze zijnafgekoeld in de diepvriesruimte zetten. lAls u diepvrieswaren wilt ontdooien, legdeze dan eerst in de koelruimte. U benuthierdoor de in de diepvrieswarenaanwezige koude voor het koelen van delevensmiddelen in de koelruimte.

lBij het in- en uitladen de deuren van hetapparaat zo kort mogelijk openen. * niet bij alle modellenTips om energiete besparenBedrijfsgeluidenOm de gekozen temperatuur constant tehouden schakelt uw apparaat van tijd tottijd de compressor in. De geluiden die daarbij ontstaan zijnnormaal. Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuurheeft bereikt, worden de geluidenautomatisch minder. Het komt van de motorgebrom (compressor). Het kan korte tijd iets luiderworden als de motor inschakelt. Het geborrel, geklok of gebruis komt vanhet koelmiddel dat door de leidingenstroomt. Het is alleen te horen als degeklik thermostaat de motor in- of uitschakelt. Bij een meerzonen- of Nofrostapparaat kaneen zacht geruis te horen zijn van deventilator en de luchtstroming in hetapparaat. Knakkende geluiden kunnen optredenals. – het automatische ontdooiproces inwerking treedt,– het apparaat afkoelt resp.

Het apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpasstellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjesof leg er iets onder. SchoonmakenVóór het schoonmaken altijd de stekkeruit het stopcontact trekken resp. dezekering uitschakelen of losdraaien. Geen stoom- of hogedrukreinigersgebruiken. Door de hete stoom kunnen deoppervlakken en de elektrische onder-delen beschadigd worden – gevaar vooreen elektrische schok. Zorg dat het sop niet in de controle-armatuur en de verlichting terechtkomt. Behalve de deurafdichting kan het heleapparaat met lauw water met een scheutjemild, licht desinfecterend reinigingsmiddel(bijv. handafwasmiddel) worden schoon-gemaakt. Geen schoonmaakmiddelen gebruiken diezand of zuren c. q. chemische oplosmiddelenbevatten. De deurafdichting alleen met schoon waterafnemen en daarna grondig droogwrijven.

*Belangrijke aanwijzingenbij het onderhoud van roest-vrijstalen oppervlakkenBij het apparaat is een proefverpakking vanhet onderhoudsmiddel „Chromol” gevoegd. OM HET HOOGWAARDIGE UITERLIJK VANUW APPARAAT DUURZAAM TEBEHOUDEN: DE ROESTVRIJSTALENOPPERVLAKKEN VAN HET APPARAATONMIDDELLIJK NA HET PLAATSEN METHET VLOEIBARE ONDERHOUDSMIDDEL"CHROMOL" BEHANDELEN. DEZEBEHANDELING REGELMATIG HERHALEN. Het middel is in de handel onder de naam„Chromol” verkrijgbaar of bij deServicedienst onder hetIdent-nr. 310359 als 500 ml sproeiflaconOm de oppervlakken niet te beschadigennooit schuursponsjes, metalen borstels,scherpe voorwerpen of schuurmiddelengebruiken. Ook chemische agressieveschoonmaakmiddelen zoals ontdooisprays,ovensprays, oplosmiddelen of vlekken-middel mogen niet gebruikt worden. SchoonmakenAttentie. Buiten het bereik van kinderen bewaren.

79NL78NLServicedienstTypeplaatjeAfb. FAls u de hulp van de Servicedienst inroept,geef dan het E-nummer en het FD-nummerop. U vindt deze gegevens in het zwart omlijndegebied van het typeplaatje, links onderaan inde koelruimte naast de groentelade. Adres en telefoonnummer van de Service-dienst kunt u vinden in het telefoonboek ofin de meegeleverde brochure met service-adressen. Kleine storingen zelf verhelpen– De lichtschakelaar zit klem (afb. E/B). Controleer of deze bewogen kan worden. Zo niet, neem dan contact op met deklantenservice. Als de indicatie (afb. 2/9) knippert maarhet akoestische waarschuwingssignaalniet afgaat,dan was het door het uitvallen van destroom of door een storing in de diepvries-ruimte te warm. Na het indrukken van de "Alarm" -toets wordt op indicatie 9 (niet knipperend)gedurende vijf seconden de warmstetemperatuur aangegeven die in dediepvriesruimte heeft geheerst.

Hierna wordtdeze waarde gewist. Indicatie geeft nu9 zonder te knipperen de geprogrammeerdetemperatuur in de diepvriesruimte aan. Als de indicatie warmer dan +3 °C heeftaangegeven, dan moeten de diepvrieswarengecontroleerd worden. Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderdzijn de diepvrieswaren door koken of bradentot een kant en klaar gerecht verwerken enopnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Als na langer gebruik de indicatie (afb. 2/9) knippert en het alarmsignaal tehoren is:Storing – in de diepvriesruimte is het tewarm. Op de indicatie wordt de geprogrammeerdetemperatuur in de diepvriesruimteaangegeven. Om het alarmsignaal uit te schakelen:"Alarm" -toets indrukken. Eventuele oorzaken van de storing:- de ventilatie-opening aan de bovenkant van het apparaat resp.

Na het verhelpen van de storing de"Alarm" -toets indrukken; de indicatiehoudt op met knipperen als in dediepvriesruimte de bedrijfstemperatuur weeris bereikt. Als de deur van de diepvriesruimte te langopen stond en de ingestelde temperatuurin de diepvriesruimte niet meer bereiktwordt, dan heeft zich zoveel ijs op deverdamper afgezet dat het volautomatischeontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meerkan ontdooien. In dit geval de diepvrieswarenuit het apparaat halen en goed geïsoleerd opeen koele plaats leggen. Het apparaat uitschakelen en de deur vande diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvries-waren erin leggen. Als de storing aan de hand van de hiervoorgenoemde punten niet verholpen kanworden, schakel dan de Servicedienst in. Om koudeverlies te vermijden de deuren nietonnodig openen.

Voer zelf geen apparaties aan het apparaatuit, vooral niet aan de electrische onder-delen. Kleine storingen zelfverhelpenGa, alvorens de Servicedienst in teschakelen, aan de hand van de volgendepunten eerst even na of u de storing zelfkunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijktdat hij alleen maar een advies (bijv. overde bediening of het onderhoud van hetapparaat) hoeft te geven om de storingte verhelpen, dan moet u, ook in degarantietijd, de volledige kosten vandat bezoek betalen. Als de indicatie (afb. 2/9) niet brandt:controleer of er stroom is, of de stekkergoed in het stopcontact zit en of hetapparaat is ingeschakeld. Als tijdens het in gebruik nemen van hetapparaat de indicatie (afb. 2/9) "E1"(knipperend) wordt aangegeven:In de koelruimte heerst een zeer hogetemperatuur.

Een paar minuten na het ingebruik nemen van het apparaat wordt deingestelde temperatuur in de koelruimteaangegeven als de -toets werdCooleringedrukt. Anders wordt op de indicatie "Al"(de diepvriesruimte is warm) of de ingesteldetemperatuur in de diepvriesruimteaangegeven.

Als tijdens het in gebruik nemen van hetapparaat de indicatie (afb. 2/9) "E2"(knipperend) wordt aangegeven:In de diepvriesruimte heerst een zeer hogetemperatuur. Een paar minuten na het ingebruik nemen van het apparaat wordt "Al"en vervolgens de ingestelde temperatuur inde diepvriesruimte aangegeven als deFreezer-toets werd ingedrukt. Anders geeftde indicatie de ingestelde temperatuur in dekoelruimte aan. Als de verlichting in de koelruimte nietfunctioneert:– De gloeilamp is defect. Stekker uit hetstopcontact trekken, afscherming (afb. E/A) verwijderen en de gloeilampvervangen door een gloeilamp vanhetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fittingE14).

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gaggenau RB 272-250 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden