Fulgor Milano FSRC 3004 P MI MK 2F X Handleiding

Fulgor Milano Fornuis FSRC 3004 P MI MK 2F X

Bekijk gratis de handleiding van Fulgor Milano FSRC 3004 P MI MK 2F X (356 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Fulgor Milano FSRC 3004 P MI MK 2F X of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/356
FSRC 4807 2P MK 2F *
MANUALE DI ISTRUZIONI
INSTRUCTION MANUAL
MANUEL D’INSTRUCTIONS
BEDIENUNGSANLEITUNG
HANDLEIDING

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Fulgor Milano
Categorie: Fornuis
Model: FSRC 3004 P MI MK 2F X

Handleiding Fulgor Milano FSRC 3004 P MI MK 2F X – volledige tekst

1- Kenmerken van uw oven 32 -Speciale waarschuwingen 5Voorafgaand aan de installatie 53 - Veiligheidsaanwijzingen 6Veiligheid voor de zelfreinigende oven 84 -Afmetingen product en installatieafmetingen 9Installatie beugel kantelbeveiliging 115 -Informatie voor installatie 126 - Installatie-aanwijzingen 137 -Eisen gasnet 17Aanwijzingen voor de installatie van het apparaat (eisen voor plaatsing en ventilatie) 17Plaatsing 17Ventilatie 17Aansluiting gas 17Aansluiting starre leiding 178 -Ombouw naar een ander soort gas 18Ombouw naar een ander soort gas 18Tabel gassproeiers 18Vervanging gassproeiers (brander twee ringen)24Vervanging gassproeier (grillplaat) 24Afstelling lage vlam 25Afstelling voor brander met één of twee ringen:259 -Ombouw voor LPG of aardgas 26Elektrische gasontsteking 26De vlammen van de branders 2610 - Elektriciteitsvoorziening 27Aansluiting van de oven op het elektriciteitsnet 2711 - Bedieningspaneel 28Bedieningsknoppen 2812 - Algemene informatie oven 29Foutcodes 29Pieptonen 29Deurvergrendeling 29Stroomstoring 29Standaardinstellingen 29F Storing Nummercodes 29Voorverwarmen en snel voorverwarmen 29Timer 2913 - Algemene tips oven 30De oven voorverwarmen 30Suggesties voor gebruik 30Kookgerei 30Oven condensatie en temperatuur 30Op grote hoogte bakken 30INHOUDSOPGAVE PAG.

NL52 - Speciale waarschuwingenBELANGRIJK: Bewaar deze aanwijzingen voor de plaatselijke elektrische inspecteur. INSTALLATEUR: Deze handleiding moet door de eigenaar bewaard worden voor toekomstige raadpleging. EIGENAAR: Bewaar deze handleiding voor toekomstige raadpleging. Besteed aandacht aan de volgende symbolen die in de handleiding worden gebruikt:GEVAARAls u de aanwijzingen niet ONMIDDELLIJK naleeft, kan dit leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDit is het symbool voor een veiligheidswaarschuwing. Dit symbool waarschuwt u voor potentiële gevaren die kunnen leiden tot letsel of de dood, voor u en anderen. Als u deze aanwijzingen niet naleeft, kan dit leiden tot ernstig letsel of de dood. LEES EN BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN. Voor de installateur:Bewaar deze aanwijzingen bij het apparaat. Voor de klant:Bewaar deze aanwijzingen voor toekomstige raadpleging.

U bent verantwoordelijk voor de correcte installatie. Laat het gasfornuis installeren door een gekwalificeerde technicus. BELANGRIJK- Neem alle plaatselijke normen en verordeningen in acht. - Noteer het model en het serienummer van het gasfornuis voorafgaand aan de installatie. Beide nummers staan aangegeven op het typeplaatje, zie de onderstaande afbeelding. PLAATS VAN HET TYPEPLAATJEVoorafgaand aan de installatie• Controleer de plaats van installatie van het apparaat. Op deze plaats mag er geen sprake zijn van sterke tocht, veroorzaakt door ramen, deuren en krachtige ventilatoren voor verwarming. • De elektrische aarding is verplicht. Zie “Elektrische eisen”OPMERKING: Dit apparaat is vervaardigd voor gebruik met aardgas of propaan. Verwijs voor de ombouw naar LPG (propaan) of naar aardgas naar de aanwijzingen in de set voor gasombouw, bijgeleverd in de documentatie.

Er moet een correcte gasaansluiting beschikbaar zijn. Zie de eisen voor gastoevoer. WAARSCHUWINGControleer, alvorens het apparaat op het gasnet aan te sluiten, of de kenmerken ervan correct zijn.

NL63 - VeiligheidsaanwijzingenBELANGRIJKHet apparaat moet worden aangesloten door een gekwalificeerde technicus, in overeenstemming met de geldende regelgeving. Het typeplaatje van de oven is ook na de installatie van het apparaat zichtbaar. Dit plaatje, zichtbaar wanneer de ovendeur open staat, bevat alle identificatiegegevens van het apparaat, evenals het type gas en de bedrijfsdruk waarvoor het apparaat is gekalibreerd. Volg strikt de aanwijzingen en suggesties om een veilig en correct gebruik van dit product te verzekeren. BELANGRIJKDIT APPARAAT IS UITSLUITEND BESTEMD VOOR HUISHOUDELIJK GEBRUIK. DE FABRIKANT KAN NIET OP ENIGERLEI WIJZE AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR EVENTUEEL LETSEL OF SCHADE VEROORZAAKT DOOR EEN ONJUISTE INSTALLATIE OF DOOR EEN ONEIGENLIJK, ONJUIST OF IRRATIONEEL GEBRUIK.

BELANGRIJKDIT APPARAAT IS NIET BESTEMD OM GEBRUIKT TE WORDEN DOOR PERSONEN (INCLUSIEF KINDEREN) MET BEPERKTE LICHAMELIJKE, ZINTUIGLIJKE OF GEESTELIJKE VERMOGENS, OF MET GEBREK AAN ERVARING EN KENNIS, TENZIJ ZE ONDER TOEZICHT STAAN OF INSTRUCTIES VERKRIJGEN INZAKE HET GEBRUIK VAN HET APPARAAT VAN EEN PERSOON DIE VERANTWOORDELIJK IS VOOR HUN VEILIGHEID. KINDEREN MOET ONDER TOEZICHT STAAN OM ERVOOR TE ZORGEN DAT ZE NIET MET HET APPARAAT SPELEN. • Demonteer geen onderdelen voordat het apparaat is losgekoppeld van de netvoeding. • Gebruik het apparaat niet als er een onderdeel defect is (bijvoorbeeld een ruit). Koppel het los van de netvoeding en bel de klantendienst. • Alvorens de oven te openen voor het eerst gebruikt, is het aan te raden deze eerst een uur lang leeg op de maximale temperatuur te laten werken om de geur van de isolatiematerialen te verwijderen.

• Voor alle modellen geldt dat de deur dicht moeten worden gelaten als de grill aanstaat. • De koelventilator kan blijven functioneren zolang de oven warm is, zelfs nadat deze is uitgeschakeld. • Tijdens het gebruik wordt het apparaat zeer heet; vermijd contact met de verwarmingselementen in de oven.

• Tijdens de werking wordt de voorkant van de oven heet: houd kinderen dus uit de buurt van de oven, met name tijdens de automatische reiniging. • Ouders en volwassenen moeten bijzonder goed opletten wanneer het product in het bijzijn van kinderen wordt gebruikt. • Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. • Houd kinderen onder de 8 jaar uit de buurt, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan. • Dit apparaat is niet bestemd om gebruikt te worden door mensen (inclusief kinderen ouder dan 8 jaar) met verminderde lichamelijke of geestelijke vermogens, of met gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan en instructies verkrijgen over het gebruik van het apparaat van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. • Kinderen mogen zonder toezicht niet de reiniging en het onderhoud uitvoeren.

• Om te vermijden dat het email van de oven beschadigd raakt, is het aangeraden om de bodemplaat van de oven niet met aluminiumfolie, een pan of andere zaken te bedekken. • Reinig de ovendeur niet met schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers omdat dit krassen op de ruit kan veroorzaken waardoor het kan gaan barsten. • Wij raden aan geen schuurmiddelen en stoomapparaten te gebruiken om de oven te reinigen. • Alvorens de automatische reiniging te starten, moeten alle accessoires (roosters, borden, pannen) verwijderd worden om beschadiging te voorkomen, moeten grove kookresten verwijderd worden en vervolgens de deur gesloten worden; controleer of de deur goed is gesloten. • De oven moet koud en uitgeschakeld zijn, alvorens de deur te verwijderen. Dit zou anders kunnen leiden tot een elektrische schok of brandwonden.

NL73 - VeiligheidsaanwijzingenWAARSCHUWINGZorg dat het apparaat is uitgeschakeld alvorens de lamp te vervangen om de mogelijkheid tot een elektrische schok te vermijden. • Gebruik uitsluitend de vleesthermometer die bij het apparaat is geleverd. • Langdurig intensief gebruik van het apparaat kan aanvullende ventilatie behoeven, bijvoorbeeld door een raam te openen of een krachtigere ventilatie door het niveau van mechanische ventilatie, indien aanwezig, te verhogen. • Controleer voorafgaand aan de installatie of de kenmerken van het plaatselijke gasnet (soort en druk gas) en de eisen van het apparaat compatibel zijn. • Gebruik op de kookplaat geen potten en pannen die voorbij de randen steken.

Om het risico op brandwonden tijdens het gebruik van de kookplaat te voorkomen, moet het volgende in acht worden genomen:• Kinderen of huisdieren mogen niet alleen of zonder toezicht verblijven in de ruimte waar de apparaten worden gebruikt. • Kinderen mogen nooit op enig deel van het apparaat zitten of staan. • Sla geen ontvlambare materialen op in de nabijheid of op de kookplaat. • Tijdens het gebruik van de kookplaat: RAAK DE ROOSTERS VAN DE BRANDERS OF DE AANGRENZENDE GEBIEDEN NIET AAN. • Gebruik uitsluitend droge pannenlappen: vochtige of natte pannenlappen op hete oppervlakken kunnen brandwonden door stoom veroorzaken. • Laat de kookplaat tijdens het gebruik nooit onbeheerd. • Overkoken kan rook veroorzaken, gemorste vette stoffen kunnen vlam vatten. Op een brander gemorst materiaal kan een deel van of alle vlammen doven of de vonkontsteking verhinderen.

In geval van overkoken moet de brander wordtn uitgeschakeld en moet de werking ervan gecontroleerd worden. Functioneert de brander naar behoren, dan kan hij weer ontstoken worden. • Tijdens het koken moet de regeling van de brander zo worden ingesteld dat de vlam alleen de bodem van de pan verwarmt en niet buiten de bodem van de pan uitsteekt.

• Zorg ervoor dat tocht veroorzaakt door ventilatoren of ventilatieopeningen geen ontvlambaar materiaal naar de vlammen kan blazen of kan veroorzaken dat de vlammen voorbij de bodem van de pan steken. • Plaats de handvatten van pannen naar de binnenkant toe zodat ze zich niet boven de aangrenzende werkoppervlakken, de branders of voorbij de rand van de kookplaat bevinden. • Draag geschikte kleding. Vermijd loszittende kleding of wijde mouwen tijdens het koken. • Zorg ervoor dat kleding, pannenlappen of andere ontvlambare materialen niet in contact komen met hete branders of branderroosters. • Gebruik uitsluitend bepaalde potten en pannen van bepaalde soorten glas, hittebestendig glaskeramiek, keramiek, aardewerk of andere geglazuurd kookgerei die geschikt zijn voor gebruik op de kookplaat. • Reinig de kookplaat niet als hij nog heet is.

Enkele reinigingsmiddelen kunnen bij toepassing op hete oppervlakken schadelijke dampen veroorzaken. LET OPGebruik geen aluminiumfolie, plastic, papier of textiel in contact met de hete branders of roosters. Zorg ervoor dat de pannen niet droogkoken. LET OPSla geen voor kinderen interessante voorwerpen op boven het apparaat. Als kinderen bovenop het apparaat klimmen om deze voorwerpen te bereiken, kunnen ze ernstig verwond worden. Om het risico van brand in de ovenkamer te beperken:1. Sla geen ontvlambare materialen op in of nabij de oven. 2. Gebruik geen water voor het doven van brandend vet. Doof het vuur met brandblussers met droge chemische poeder of schuim. 3. Wij raden sterk aan om ervoor te zorgen dat er in de nabijheid van het apparaat een brandblusser beschikbaar is. 4. Kook het voedsel niet te lang door.

Let zeer goed op als er in de oven papier, plastic of andere ontvlambare materialen worden geplaatst. 5. Gebruik de ovenkamer niet als opslag. Laat geen papieren producten, kookgerei of voedsel in de niet gebruikte ovenkamer. 6. Als het materiaal in de oven vlam vat, moet de ovendeur gesloten blijven.

Schakel de oven uit en koppel het voedingsnet los door middel van de stroomonderbreker. 7. Blokkeer geen ventilatieopeningen. 8. Controleer of de ventilator tijdens de werking van de oven functioneert. Als de ventilator niet functioneert, mag de oven niet gebruikt worden. Neem contact op met een erkend servicecentrum. 9. Draag voor uw persoonlijke veiligheid geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of wijde mouwen tijdens het gebruik van dit apparaat.

NL83 - Veiligheidsaanwijzingen• Verzamel lang haar in een staart. • Raak de verwarmingselementen of de binnenste oppervlakken van de oven niet aan. • Ook als de verwarmingselementen donker van kleur zijn, kunnen ze heet zijn. De binnenste oppervlakken van de oven kunnen heet genoeg worden om brandwonden te veroorzaken. • Raak niet aan tijdens en na het gebruik en laat geen kleding of ander ontvlambaar materiaal in contact met de verwarmingselementen of de binnenste oppervlakken van de oven, tot er voldoende tijd is verstreken en ze zijn afgekoeld. Ook andere oppervlakken van het apparaat kunnen voldoende heet worden om brandwonden te veroorzaken, bijvoorbeeld de ventilatieopeningen en de aangrenzende oppervlakken, de ovendeuren en de ruiten van de ovendeuren. • Ook de lijst op de bovenkant en de zijkanten van de oven kunnen heet genoeg worden om brandwonden te veroorzaken.

• Wees voorzichtig bij het openen van de deur. Open de deur een klein stukje om de hete lucht en de stoom te laten ontsnappen alvorens voedsel in de oven te plaatsen of eruit te verwijderen. • Verwarm geen niet-geopende voedselverpakkingen. De opbouw van druk zou de verpakking kunnen doen ontploffen en letsel kunnen veroorzaken. • Plaats de ovenroosters altijd bij afgekoelde oven op de gewenste plaats. Als een rooster bij hete oven verplaatst moet worden, zorg er dan voor dat de pannenlap geen contact maakt met de verwarmingselementen. • Gebruik uitsluitend droge pannenlappen. Vochtige of natte pannenlappen op hete oppervlakken kunnen brandwonden door stoom veroorzaken. Zorg ervoor dat de pannenlappen niet de verwarmingselementen aanraken. Gebruik geen handdoek of dikke doeken.

WAARSCHUWING• Voor een goede ontsteking en goede prestaties van de branders moeten de ontstekers schoon en droog worden gehouden. • Als een brander uit gaat en er gas ontsnapt, moet er een raam of een deur geopend worden. Wacht ten minste 5 minuten alvorens de kookplaat weer te gebruiken.

• De stroom van verbrandings- en ventilatielucht mag niet belemmerd worden. • Gebruik geen aluminiumfolie voor het bekleden van delen van de ovenkamer: het zal tijdens het gebruik smelten en het email beschadigen. • Als het gasfornuis zich naast een raam bevindt, zorg er dan voor dat er geen gordijnen boven of in de buurt van de branders kunnen bewegen omdat deze brand kunnen vatten. Veiligheid voor de zelfreinigende oven• Zorg ervoor dat de deur gesloten is en dat hij niet geopend kan worden nadat de knop naar de stand CLEAN is gedraaid en het pictogram van de gesloten deur verschijnt. Als de deur niet wordt vergrendeld, draai de keuzeschakelaar van de bereidingsmodus dan naar OFF en activeer niet de automatische reiniging. Neem contact op met het servicecentrum. • Reinig de deurpakking niet. Dit is noodzakelijk voor een goede dichting.

Wees voorzichtig om de deurpakking niet beschadigd, verplaatst of verwijderd wordt. • Gebruik geen commerciële ovenreinigers of enig type beschermende ovencoating in de oven of rond enige onderdelen van de oven. • Reinig alleen de onderdelen van de oven aangegeven in deze handleiding. • Voorafgaand aan de automatische reiniging van de oven moeten de braadslede, de ovenroosters (alleen indien niet van porselein gemaakt), andere gebruiksvoorwerpen en overmatig gemorst materiaal worden verwijderd. WAARSCHUWINGDe verwijdering van vuil tijdens de automatische reiniging genereert enkele bijproducten die in deze lijst van stoffen zijn opgenomen.

Om de blootstelling aan deze stoffen te beperken, moet deze oven altijd gebruikt worden in overeenstemming met de aanwijzingen van deze handleiding en moet gezorgd worden voor een goede ventilatie in de ruimte, tijdens en onmiddellijk na de automatische reiniging van de oven.

NL104 - Afmetingen product en installatieafmetingenINSTALLATIEAFMETINGENAmin 18” (45.7)max 13” (33)min 25 1/2” (65)Minimaal tot brandbaarmateriaal of tot deonderkant vande afzuigkapmin 6” (15.2)3” ( 9 )GASELEKTRISCHmin 4 3/4” (12.3)min 6” (15.2)min 18” (45.7)2” (5.1) max.afstand tot de muurvoor aansluitingengas en elektriciteitB3” ( 9 )Het oppervlak van de achterwand boven het gasfornuis en onder de afzuigkap moet geheel bekleed worden met onbrandbaar materiaal.*Raadpleeg de plaatselijke voorschriften voor de plaats voor de afvoer.BREEDTE OPENING A & BGasfornuis 122 cm 48" (122)Minimale vrije ruimte:Boven het kookoppervlak (meer dan 91,4 cm [36”])• Zijkanten - 15,2 cm (6”)• Tot 15,2 cm (6”) ruimte aan de zijkant, kastjes niet dieper dan 33,0 cm (13”) en minimaal 45.7 cm (18”) boven het kookoppervlak• Achterkant - 0 cm met 22,86 cm achterste scherm; 0 cm met niet-brandbare achterwand.Onder het kookoppervlak (91,4 cm [36”] en minder)• Installeer zonder tussenruimte tussen aangrenzende brandbare constructie onder het kookoppervlak en aan de achter- en zijkanten van het apparaat.EXTRA VRIJE RUIMTEN:Handhaaf voor installatie in een kookeiland minimaal 6,35 cm van de uitsparing naar de achterrand van het aanrechtblad en minimaal 7,62 cm van de uitsparing tot de zijranden van het aanrechtblad (zie bovenaanzicht).Voor installatie in een kookeiland minimaal 305 cm (12”) vrije ruimte achter het gasfornuis tot de brandbare achterwand boven het aanrechtblad.VERZONKEN INSTALLATIE IN KOOKEILANDACHTERKANTmin 3” (7.6) min 3” (7.6)min 2 1/2” (6.3)

NL114 - Afmetingen product en installatieafmetingenVoorafgaand aan de verplaatsing van het gasfornuis moeten eventuele afgewerkte vloeren beschermd worden en de ovendeuren geblokkeerd worden om schade te voorkomen. Combinaties met afzuigkap:Aanbevolen wordt om deze gasfornuizen te installeren in combinatie met een geschikte afzuigkap erboven. Vanwege de hoge warmtecapaciteit van dit apparaat moet bijzondere aandacht worden besteed aan de afzuigkap en de installatie van het leidingwerk die moeten voldoen aan de plaatselijke bouwvoorschriften.

WAARSCHUWINGLuchtgordijnen of andere bovengeplaatste afzuigkappen die met hun werking een neerwaartse luchtstroom op het gasfornuis blazen, mogen niet gebruikt worden in combinatie met andere gasfornuizen met een gaskookplaat dan die waarvoor de afzuigkap en het gasfornuis zijn ontworpen, getest en gecertificeerd door een onafhankelijk testlaboratorium voor gebruik in combinatie met elkaar. Vrije ruimtes tot horizontale oppervlakken boven het gasfornuis, gemeten tot het kookoppervlak, zijn minder groot. De niet-naleving van deze aanwijzingen kan resulteren in brandgevaar. • De installatie van een eigen afzuigkap met blootgestelde horizontale brandbare oppervlakken moeten een functie voor automatische inschakeling voorzien. • Verwijs voor andere installaties met een afzuigkap naar de installatie-aanwijzingen met de specifieke vrije ruimten van de afzuigkap.

LET OPDeze gasfornuizen wegen maximaal 180 kg (400 pound). De demontage van enkele delen zal het gewicht aanzienlijk verminderen. In verband met het gewicht en de afmeting van het gasfornuis en om het risico op letsel en beschadiging van het product te verminderen:VOOR EEN CORRECTE INSTALLATIE ZIJN ER TWEE PERSONEN NODIG. Installatie beugel kantelbeveiligingWAARSCHUWINGKantelgevaarEen kantelend, vallend gasfornuis vormt voor kinderen en volwassenen een gevaar voor, ook dodelijk, letsel.

Zorg ervoor dat de beugel voor kantelbeveiliging is aangebracht wanneer het gasfornuis wordt verplaatst. Gebruik het gasfornuis niet als de beugel voor kantelbeveiliging niet geïnstalleerd en actief is. Niet-naleving van deze aanwijzingen kan leiden tot ernstige brandwonden en de door voor kinderen en volwassenen. WAARSCHUWINGOm te controleren of de kantelbeveiligingsbeugel is geïnstalleerd en geactiveerd:• Schuif het gasfornuis vooruit. • Kijk of de kantelbeveiligingsbeugel stevig is bevestigd op de vloer of de wand. • Schuif het gasfornuis achteruit, zo dat de voet van het gasfornuis zich onder de kantelbeveiligingsbeugel bevindt. • Verwijs naar de installatie-aanwijzingen voor meer informatie.

Voet gasfornuisKantelbeveili-gingsbeugelINSTALLATIE KANTELBEVEILIGINGSBEUGELVERZONKENACHTERMUURZIJWAND KASTJEKANTELBEVEILI-GINGSBEUGELMUURANKERVoor constructie van beton of cement:Gebruik geschikte bevestigingsmiddelen (niet bijgeleverd). Bevestig de beugel aan de wand en/of de vloer met ten minste 4 houtschroeven (meegeleverd). De kantelbeveiligingsbeugel moet worden ingebracht in de opening van de kantelbeveiligingsanker op het gasfornuis.

NL125 - Informatie voor installatieWAARSCHUWING• Gevaar hoog gewichtVoor de verplaatsing en installatie van het gasfornuis zijn er twee of meer personen nodig. Niet-naleving van dit voorschrift kan leiden tot rugletsel en ander letsel. • Gevaar voor snijwondenLet op voor scherpe randen. Gebruik het beschermende polystyreen materiaal bij de verplaatsing van het product. Gebeurt dit niet, dan zou dit kunnen resulteren in kleine verwondingen of snijwonden. De stroom verbrandingslucht bij de ventilatieopening van de oven, rond het onderstel en onder het onderste voorpaneel van het gasfornuis mag niet belemmerd worden. Vermijd om de ventilatieopeningen of aangrenzende oppervlakken aan te raken omdat ze tijdens de werking van de oven heet kunnen worden. Dit gasfornuis behoeft verse lucht voor de correcte werking van de brander.

Belemmer NOOIT eventuele sleuven, gaten of doorgangen in de oven en bedek een rooster niet volledig met aluminiumfolie. Dit zou resulteren in een blokkering van de luchtstroom in de oven en kan vergiftiging door koolmonoxide veroorzaken. Bekleding met aluminium folie kan ook hitte vasthouden, waardoor een brandgevaar ontstaat. DE PLAATS VAN HET GASFORNUIS KIEZENDe plaat van het gasfornuis moet zorgvuldig gekozen worden. Het gasfornuis moet voor een comfortabel gebruik in de keuken worden geplaatst, uit de buurt van sterke tocht. Sterke tocht kan veroorzaakt door open deuren en ramen, of door ventilatoren voor verwarming en/of airconditioning.

BELANGRIJKE OPMERKINGBij de installatie tegen een brandbaar oppervlak is een beschermende plaat van de minimaal aanbevolen afmetingen nodig; neem de minimale vrije ruimte tot brandbare oppervlakken in acht zoals aangegeven op de afbeelding van de pagina Installatieafmetingen 10. Voorafgaand aan de verplaatsing van het gasfornuis moeten eventuele afgewerkte vloeren beschermd worden en de ovendeuren geblokkeerd worden om schade te voorkomen.

Hef en verplaats het gasfornuis niet met behulp van de handgreep van de deur. Om het risico op brandwonden of brand bij het reiken boven de verwarmde oppervlakken weg te nemen, moet de plaatsing van opslagruimte zoals kastjes boven het gasfornuis worden vermeden. Als er kastjes moeten worden voorzien, kan het risico verminderd worden met de installatie van een afzuigkap die horizontaal een minimaal aantal centimeters voorbij de onderkant van de kastjes uitsteekt. Alle openingen in de wanden of vloeren op de plaats van installatie van het gasfornuis moeten afgedicht worden. NOODZAKELIJK GEREEDSCHAPVerwijder voorafgaand aan de installatie het verpakkingsmateriaal en het pakket met documentatie vanaf de kookplaat.

Neem de installatie-aanwijzingen uit de documentatie en lees ze zorgvuldig voordat u begintGELEVERDE MATERIALENSchroevenkantelbeveiligingsbeugelPakkingVEREISTE MATERIALEN (niet bijgeleverd)AfsluitklepPijpfittingenAfdichtingsmiddelOPMERKING: Koop een nieuwe flexibele slang, gebruik niet de eerder gebruikte gasslang.

NL136 - Installatie-aanwijzingenBij de installatie de pootjes mag het gasfornuis niet op de zijkant worden gekanteld. De zijwanden zijn niet geschikt om het gewicht van het gasfornuis te dragen en zullen doorbuigen. Eventuele schade veroorzaakt door kantelen wordt niet gedekt door de garantie. Volg de methode beschreven in de bijgeleverde installatiehandleiding.STAP 1Snij het verpakkingsband (1) door en verwijder de installatie-aanwijzingen vanaf de bovenkant van het gasfornuis; lees de aanwijzingen zorgvuldig voordat u begint.LET OPGa veilig staan. De uiteinden van het verpakkingsband zou naar u toe kunnen schieten wanneer het wordt doorgesneden.1STAP 2Open de bovenkant (2) van de verpakking en verwijder de accessoires (3), verwijder vervolgens het kartonnen omhulsel (4).324

NL146 - Installatie-aanwijzingenSTAP 3 (alleen voor modellen 122 cm breed)Verwijder het achterste houten anker (5) en de voorste metalen bevestigingsbeugels (6).56STAP 4 Verschuif het gasfornuis net voldoende, zodat de achterste voeten geïnstalleerd kunnen worden.STAP 5Schuif het apparaat verder en kantel het achterwaarts (9), plaats de achterste poten op de vloer en monteer dan de voorste poten (10); in deze gekantelde positie moet het apparaat ondersteund worden door de achterpoten en de houten pallet.910STAP 6Verwijder de pallet terwijl de voorkant van het gasfornuis wordt ondersteund (11); laat het gasfornuis op een gecontroleerde wijze zakken naar de vloer.1112

NL156 - Installatie-aanwijzingenSTAP 7In geval het gasfornuis verplaatst moet worden, gebruik dan de verpakkingselementen van schuim of karton (13) rond het apparaat om de afgewerkte oppervlakken van het gasfornuis te beschermen tegen contact met de steekwagen en bevestigingsriemen rond het apparaat (14). In geval van kleinere gasfornuizen kan deze techniek gebruikt worden om het apparaat van de pallet te verwijderen en de poten (15) te installeren. Kantel het gasfornuis om de wielen van de steekwagen vanaf de pallet omlaag te brengen. Plaats de geleiderails van het apparaat op de vloer, links en rechts voor de opening om de vloer te beschermen tijdens de verplaatsing naar de definitieve plaats.

De ovendeur(en) is/zijn een belangrijk onderdeel van het totale gewicht van het gasfornuis; het zou nuttig kunnen zijn om de deuren te verwijderen in geval van een verplaatsing van het gasfornuis over een grote afstand. Verwijs naar de bijgeleverde handleidingen voor de verwijdering en herinstallatie van de deuren.131415STAP 8Installeer de achterste bescherming (indien aanwezig) met de drie schroeven op de achterkant. In enkele gevallen kan dit een optionele achterste bescherming zijn die apart is besteld, in plaats van de bij het gasfornuis geleverde bescherming. Verwijs naar de bij het accessoire geleverde aanwijzingen voor de specifieke installatie-eisen.3”9”

NL166 - Installatie-aanwijzingenSTAP 9Na het voltooien van de aansluitingen op het elektriciteits- en gasnet (zie de bijgevoegde aanwijzingen), moeten de vier hoeken in het uitgespaarde gebied gemeten worden om te controleren of de vloer vlak is. Pas de stelpoten aan naar de gewenste hoogte en controleer of het gasfornuis waterpas staat. Draai het onderste deel van de poten linksom om de poot te verlengen en rechtsom om het in te korten.BELANGRIJKBij de eerste inschakeling van het apparaat moet er een veiligheidstest van het deurslot worden voltooid. Voordat er elektriciteit aan het apparaat wordt geleverd, moet er voor gezorgd worden dat de deuren weer geïnstalleerd worden indien ze voor de verplaatsing verwijderd werden. Open de ovendeur niet en tracht niet de oven te gebruiken tot u er zeker van bent dat de test succesvol is afgerond.

De opening/sluiting van de deur tijdens de test kan resulteren in beschadiging van het slotmechanisme. Verwijs, indien nodig, naar de handleidingen voor meer informatie.Zorg ervoor dat de vloer beschermd wordt. Schuif het apparaat naar zijn definitieve plaats en zorg ervoor dat de kantelbeveiligingsbeugel wordt aangegrepen.STAP 10Haak de lipjes van de stootplaat in de sleuven aan beide zijden van het onderstel en draai de plaat omhoog tot de magneten op de bovenkant ervan contact maken en de bevestiging verzekeren.

NL177 - Eisen gasnetDE AANSLUITING OP HET GASNET MOET WORDEN UITGEVOERD DOOR EEN GEKWALIFICEERDE INSTALLATEUR OF ONDERHOUDSMONTEURDe lektest van het apparaat moet worden uitgevoerd door de installateur en in overeenstemming met de verstrekte aanwijzingen. Aanwijzingen voor de installatie van het apparaat (eisen voor plaatsing en ventilatie)De geldende voorschriften zijn de normen voor de installatie, het onderhoud en het gebruik van gasapparaten voor huishoudelijk gebruik. Een uittreksel van deze normen wordt hieronder weergegeven. Verwijs voor niet opgenomen aanwijzingen naar de bovengenoemde normen. PlaatsingDe verbrandingsproducten van kooktoestellen moeten altijd worden afgevoerd via een geschikte afzuigkap, aangesloten op een schoorsteen, een rookkanaal of een rechtstreekse afvoer naar buiten het gebouw.

In situaties waarin het niet mogelijk is om een afzuigkap te installeren, moet er een elektrische afvoerventilator geïnstalleerd worden in een venster of een buitenmuur, op voorwaarde dat wordt voldaan aan alle voorschriften voor ventilatie; de ventilator moet inschakelen wanneer het apparaat in werking is. VENTILATIEVentilatieHet is van fundamenteel belang dat de ruimte van installatie van gastoestellen goed geventileerd wordt, om te verzekeren dat alle apparaten de vereiste hoeveelheid verse lucht voor de verbranding ontvangen.

Voor het verzekeren van een goede luchtstroom is het mogelijk noodzakelijk om openingen te creëren in overeenstemming met de volgende eisen:a) met een dwarsdoorsnede van 6 cm2 per kW met een minimale dwarsdoorsnede van 100 cm2 (deze openingen kunnen ook gemaakt worden door de opening tussen deuren en de vloer groter te maken);b) geplaatst onderaan een buitenmuur, bij voorkeur de muur tegenover de plek waar de verbrandingsproducten worden afgevoerd;c) de plekken van de openingen moeten zo gekozen worden dat hun eventuele belemmering wordt voorkomen; de openingen in buitenmuren worden beschermd worden met roosters, metaalgaas, enz.

aangebracht op de buitenzijde van de muur. Als er in de ruimte een elektrische afzuigventilator voor het afvoeren van vuile lucht is geïnstalleerd, moeten de openingen voor luchtverversing een ventilatieniveau van ten minste 35 m3/h per kW geïnstalleerd vermogen verzekeren. Aansluiting gasDe oven is ontworpen om te functioneren met zowel aardgas (methaan) als vloeibaar gas (LPG) en kan eenvoudig worden omgebouwd voor de twee soorten gas; zie hiervoor de aanwijzingen in het betreffende gedeelte van deze handleiding. De aansluiting op het gasnet moet worden uitgevoerd door gekwalificeerde technici en in overeenstemming met de geldende normen. Als het apparaat functioneert met gasflessen (LPG), moet een drukregelaar in overeenstemming met de eisen worden voorzien.

Aansluiting starre leidingDe aansluiting op het gasnet kan tot stand worden gebracht met een starre leiding, stevig bevestigd op de fitting “G”, of door middel van een flexibele roestvrij stalen slang met doorgaande wand met een maximale lengte van 2 meter. De fitting “G” en de afdichting “C” worden bij het apparaat geleverd en voldoen aan de normen. BELANGRIJKGebruik twee sleutels om de fitting “G” te draaien naar de gewenste stand. Wanneer de fitting zich in de gewenste stand bevindt, moet de moer “A” stevig worden aangescherpt. AANSLUITING STARRE LEIDINGGABCBELANGRIJKNa de aansluiting van het apparaat op het gasnet (of op de gasflessen) MOET GECONTROLEERD WORDEN OP LEKKEN ter hoogte van de koppeling, met behulp van een oplossing van zeep en water (gebruik hiervoor nooit open vuur).

NL188 - Ombouw naar een ander soort gasOmbouw naar een ander soort gasAlvorens het apparaat om te bouwen voor gebruik met een ander soort gas moet het momenteel ingestelde soort gas gecontroleerd worden op de sticker (Afbeelding 1 pagina 3) op het apparaat.Koppel de elektriciteitsvoorziening van het apparaat los.

NL248 - Ombouw naar een ander soort gasVervanging gassproeiers (brander twee ringen)1. Verwijder de roosters en de branderdeksels.2. Verwijder de aluminium branderkelk.3. Verwijder de drie schroeven van de branderkelk (1).4. Verwijder de twee schroeven van de afdekking van de sproeier (2).5. Verwijder de gassproeier (A) met een moersleutel van 7 mm (9-32”); draai de sleutel linksom.6. Verwijder de gassproeier (B) met een ringsleutel van 7 mm (9-32”); draai de sleutel linksom.7. Installeer de bij het apparaat geleverde sproeiers in de juiste brander. De sproeiers hebben op de zijkant in het klein een nummer gestanst; dit nummer komt overeen met de diameter van de opening en de plaatsing in de correcte brander (verwijs naar de afbeeldingen van deel: “Plaatsing sproeiers”).8. Draai rechtsom om aan te scherpen (naar een aanhaalmoment van 1,69 tot 2,25 Nm).9.

Plaats alle onderdelen terug in omgekeerde volgorde ten opzichte van de uitbouw.10. Bewaar de verwijderde sproeiers voor toekomstig gebruik.EXPLOSIETEKENING VAN DE BRANDER12BAVervanging gassproeier (grillplaat)1. Verwijder de grillplaat.2. Verwijder de afdekking van de brander.3. Verwijder de bevestigingsschroeven van de brander (1).4. Verwijder de veren (2) vanaf de thermokoppel en de ontsteker om de brander te kunnen verplaatsen.5. Verwijder de gassproeier (A) met een moersleutel van 7 mm (9-32”); draai de sleutel linksom.6. Installeer de bij dit apparaat geleverde sproeier. De sproeier heeft op de zijkant in het klein een nummer gestanst; dit nummer komt overeen met de diameter van de opening.7. Draai rechtsom om aan te scherpen (naar een aanhaalmoment van 1,69 tot 2,25 Nm.)8. Plaats alle onderdelen terug in omgekeerde volgorde ten opzichte van de uitbouw.9.

NL258 - Ombouw naar een ander soort gasAfstelling lage vlamGEVAARHet ontsteken van gasbranders met een lucifer is gevaarlijk.Doe dit alleen in noodgevallen.Steek een lucifer aan en houd de vlam naast de te ontsteken brander. Houten lucifers functioneren het best.Draai de regelknop in en draai hem langzaam.Zorg ervoor dat u de correcte knop draait voor de te ontsteken brander.OPMERKING: Als de brander niet binnen vijf seconden gaat branden, draai de knop dan dicht en wacht één minuut alvorens het opnieuw te proberen.LET OPAls u probeert om de inwendige conus van de vlam te meten, wees dan zeer voorzichtig. Dit kan een bron van brandwonden zijn.Bij het verlaten van de fabriek zijn op dit apparaat de afstellingen voor lage en gemiddelde vlam al geregeld.Indien verdere afstelling is vereist, ga dan als volgt te werk:Afstelling voor brander met één of twee ringen:1.

Ontsteek de brander en verplaats de regelknop naar lage vlam.2. Verwijder de regelknop vanaf het asje van de klep.3. Verwijder de zitting van de knop vanaf het bedieningspaneel.4. Steek een dunne, platte schroevendraaier in de uitsparing achter de regelknop (A of B) en steek het schroevendraaierblad in de sleuf met de regelschroef.5. Draai om de grootte van de vlam aan te passen: • rechtsom voor lagere vlam • linksom voor hogere vlam6. Plaats na de afstelling de regelknop terug.AFSTELLING LAGE VLAM A - SUDDERSTANDB - HOOFDVLAMC - VLAM GRILLPLAAT

NL269 - Ombouw voor LPG of aardgasEen correcte afstelling komt overeen met een stabiele blauwe vlam van minimale grootte.De definitieve afstelling moet gecontroleerd worden door de knop verscheidene keren van hoog naar laag te draaien: de vlam mag niet uitgaan.Deze afstelling van de lage vlam heeft automatisch de afstelling van de gemiddelde vlam ten gevolge.Controleer, na het uitvoeren van de stappen van de ombouw, het aspect van de vlam van elke brander op de instelling HI (hoog) en LO (laag).

Is de vlam te groot of te klein dan moeten de verschillende stappen gecontroleerd worden om er zeker van te zijn dat ze correct zijn voltooid.OPMERKING: Voor het verkrijgen van een correcte minimale afstelling met LPG moet rechtsom worden gedraaid om de klep(pen) volledig aan te scherpen, met de dunnen schroevendraaier ingebracht in de uitsparing achter de regelknop (A en/of B).Elektrische gasontstekingGasbranders gebruiken een elektrisch ontstekingsmechanisme dat zich naastelke brander bevindt en dat de branders automatisch ontsteekt.ELEKTRISCHE ONTSTEKINGZie de handleiding voor gebruik en onderhoud voor een nadere toelichting en de regeling ervan.De vlammen van de brandersOntsteek de verschillende branders. De vlammen moeten blauw zijn, zonder sporen met een gele kleur. De vlammen mogen niet flakkeren of van de brander weg bewegen.

NL2710 - ElektriciteitsvoorzieningAansluiting van de oven op het elektriciteitsnetWAARSCHUWINGDit apparaat moet worden geaard. De oven dient uitsluitend voor huishoudelijk gebruik. De voedingsspanning en het geabsorbeerde vermogen staan op het identificatieplaatje vermeld, linksboven te zien als de ovendeur is geopend. De aansluiting moet gebeuren door gekwalificeerd personeel conform de geldende normen. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele persoonlijk letsel of materiële schade veroorzaakt door de niet-naleving van deze aanwijzingen. Als het bijbehorende snoer stuk raakt, moet het door de fabrikant, zijn erkende vertegenwoordiger of een deskundige worden vervangen om ongevallen te voorkomen.

De oven moet door middel van een meerpolige stroomonderbreker met een minimale contactopening van 3 mm op het voedingsnet worden aangesloten; controleer dat de aarddraad niet is losgekoppeld. Gebruik een buigzame slang van het type H05V2V2-F 3x1,5 mm2 voor de aansluiting en zorg dat het lang genoeg is om de oven gedurende het onderhoud uit zijn behuizing te kunnen nemen. De aansluitdoos bevindt zich op de achterkant van het apparaat. Als er een nieuwe kabel wordt gemonteerd, moet hij door de klem worden geleid en aangesloten worden zoals op het schema. De aarddraad moet langer zijn dan de andere draden: op deze manier zal hij, in geval aan de kabel wordt getrokken, als laatste los raken. Na de aansluiting moet de kabelklem worden aangescherpt en moet het deksel van de aansluitdoos worden gesloten.

De regeling zal niet werken als meerdere knoppen tegelijkertijd worden ingedrukt of gedraaid.KNOP ON/OFF & TEMPDRAAI NAAR ON/OFF: IN- en UITSCHAKELING oven.DRAAI NAAR + : Verhoging temperatuurregelingDRAAI NAAR - : Verlaging temperatuurregelingFUNCTIEKNOPDRUK OP OK: De instelling bevestigen en de werking starten.DRUK OP LIGHT: De verlichting van de oven IN- en UITSCHAKELEN, alleen wanneer ingedrukt tijdens de werking.DRAAI LINKSOM : Draaien om de selectie op het display te verplaatsen.DRAAI RECHTSOM : Draaien om de selectie op het display te verplaatsen.DRAAI NAAR BACK (2 sec.): Terugkeren naar de vorige pagina op het display.DRAAI NAAR LOCK (2 sec.): Activering van de sleutel en het deurslot.

NL2912 - Algemene informatie ovenFoutcodesDeze code verschijnt in het geval de elektronische besturing een storing aangeeft. De huidige functie wordt geblokkeerd wanneer deze code verschijnt. Als het type fout betrekking heeft op een veiligheidsfunctie wordt de oven onbruikbaar en verschijnt dezelfde foutcode iedere keer dat er een startpoging wordt gedaan (bel de after-sales service in dit geval). Heeft de fout betrekking op een kleine storing, dan kan de oven bij opnieuw starten gebruikt worden voor alle functies die geen betrekking hebben op het defecte onderdeel (bijv. een verwarmingselement). PieptonenBevestigt dat de opdracht gegeven met het indrukken van een knop is ontvangen. Een pieptoon kan ook betekenen dat een getimede functie is voltooid (bijv. timer of kookwekker).

Tijdens de uitvoering van een recept zal een akoestisch signaal de gebruiker waarschuwen dat de oven wacht op een handeling door de gebruiker (bijv. een gerecht plaatsen of omdraaien). Pieptonen signaleren ook een ovenstoring. DeurvergrendelingHet wordt continue weergegeven wanneer de deur op slot is. Het symbool knippert wanneer de grendel in beweging is om de deur te vergrendelen of te ontgrendelen. Probeer niet de deur te openen op dit moment. De deur kan geopend worden wanneer het symbool is verdwenen. Een hangslot verschijnt wanneer de deur automatisch vergrendeld is vanwege de modus automatische reiniging. StroomstoringAls na een stroomuitval de stroomvoorziening wordt hersteld, zal het mechanisme van het deurslot een test uitvoeren, waarna de datum en de tijd weer worden weergegeven.

StandaardinstellingenDe bereidingsmodi selecteren bij hun selectie automatisch een geschikte temperatuur; deze temperatuur kan naar een andere vereiste waarde worden gewijzigd. F Storing NummercodesDeze codes worden getoond als de elektrische besturing een probleem van de oven of van de elektronica detecteert. De foutcode wordt geregistreerd in het foutenlogboek in het menu Instellingen.

Deze fout kan worden meegedeeld aan de monteur, zodat hij/zij de mogelijke oorzaak van het probleem op voorhand kan begrijpen. Voorverwarmen en snel voorverwarmenWanneer een bereidingsmodus is ingesteld en de oven aan het opwarmen is, start het voorverwarmen; tijdens deze periode wordt de momentane temperatuur weergegeven samen met het symbool van de thermometer. Zodra de 100% is bereikt, klinkt er een geluidssignaal voor “einde voorverwarming” en wordt de momentane temperatuur niet meer weergegeven. Wanneer het nodig is de oven snel te verwarmen, is er een modus Snel Voorverwarmen beschikbaar: deze modus gebruikt de verwarmingselementen en de heteluchtventilator op een speciale manier om de verwarmingstijd zoveel mogelijk te beperken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fulgor Milano FSRC 3004 P MI MK 2F X stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden