Fujitsu WATERSTAGE WGYG140DG6 Handleiding

Fujitsu Airco WATERSTAGE WGYG140DG6

Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu WATERSTAGE WGYG140DG6 (84 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu WATERSTAGE WGYG140DG6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/84
Handleiding voor
installatie
en indienststelling
voor de vakman
door de gebruiker te bewaren
om achteraf te worden
geraadpleegd.
Split twee diensten
Document n° 1768-8 ~ 18/10/2018
Warmtepomp lucht/water
Fujitsu General (Euro) GmbH
Werftstrasse 20
40549 Düsseldorf - Germany
Buitenunit
WOYG112LHT
WOYG112LCTA
WOYG140LCTA
WOYK112LCTA
WOYK140LCTA
WOYK160LCTA
Hydraulische module
WGYG140DG6
WGYK160DG9
FR ENITNL DE

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Fujitsu
Categorie: Airco
Model: WATERSTAGE WGYG140DG6

Handleiding Fujitsu WATERSTAGE WGYG140DG6 – volledige tekst

1. 1 Verpakking• 1 pak: Buitenunit. • 1 pak: Hydraulische module en buitentemperatuurvoeler. 1. 2 Denities - Split: De warmtepomp bestaat uit twee elementen (een buitenunit die buiten geïnstalleerd wordt en een hydraulische module die binnen de woning geïnstalleerd wordt). - Lucht/water: De buitenlucht is de energiebron. Deze energie wordt door de warmtepomp overgebracht op het water van de verwarmingskring. - Inverter: De snelheden van de ventilator en de compressor zijn gemoduleerd in functie van de warmtebehoefte. Deze technologie laat toe om energie te besparen en maakt het mogelijk om met een eenfasige voeding te werken, ongeacht het vermogen van de WP, waarbij hoge startstromen vermeden worden. - (prestatiecoëfciënt): Dit is de verhouding COPtussen de energie die overgebracht wordt op de verwarmingskring en de verbruikte elektrische energie.

1 Voorstelling van het materiaalHandleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten- 4 -ToepassingsgebiedDeze warmtepomp maakt het volgende mogelijk: - Verwarming tijdens de winter, - Beheer van twee verwarmingskringen*, - Productie van sanitair warm water, - De installatie met overname door ketel*, als aanvullende verwarming voor de koudste dagen. - De koeling tijdens de zomer* (voor verwarmende-koelende vloer of ventilo-convecto), - De verwarming van het zwembad*. * : Deze opties noodzaken het gebruik van bijkomende kit (zie § "Materiaal in optie"). Materiaal in optie• Kit 2de kring (code UTW-KZDXE) om 2 verwarmingskringen aan te sluiten. • Uitbreidingskit regeling (code UTW-KREXD) om een 2de verwarmingskring, zwembad, telefoonmodem… te sturen. • Opvoerkit ketel (code UTW-KBDXD) om een ketel aan de warmtepomp te koppelen.

1. 3 Algemene kenmerken1 Geluidsdruk niveau op (x) m van het toestel, 1. 5m van de grond , open veld volgens directieve 2. 2 Het acoutische vermogen is gemeten in een geluidslaboratoruim maar in tegenstelling tot het uitgestraalde geluidsniveau, komt het niet overeen met waarneembare meting. 3 Koelvloeistof R410A (volgens de norm EN 378. 1). 4 Fabrieksvulling koelvloeistof R410A. 5 Rekening houdend met de eventuele aanvullende vulling koelvloeistof R410A (zie bladzijde 22). 6 De vermelde thermische en akoestische gegevens zijn gemeten bij een koelleidinglengte van 7,5m. Handleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL" - 5 -Warmtepomp lucht/water, Split twee dienstenBenaming model Waterstage High Power 11 mono 14 mono 11 tri 14 tri 16 triNominale verwarmingsprestaties (buiten T° / vertrek T°)Calorisch vermogen +7 °C / +35 °C - Vloerverwarming kW 10. 80 13. 50 10. 80 13. 50 15.

1. 5 WerkingsprincipeDe warmtepomp brengt de energie uit de buitenlucht over naar de te verwarmen woning. De warmtepomp bestaat uit vier hoofdelementen waarin een koelvloeistof circuleert (R410A). - In de verdamper (Kent. , ) : 13 guur 6, bladzijde 9 de calorieën worden uit de buitenlucht gehaald en overgebracht op de koelvloeistof. Omdat ze een laag kookpunt heeft, gaat ze van vloeibare toestand over in damptoestand, zelfs bij koud weer (tot -25°C buitentemperatuur). - In de compressor (Kent. , ) : 10 guur 6, bladzijde 9 de verdampte koelvloeistof wordt op hoge druk gebracht en wordt nog meer geladen met calorieën. - In de condensor (Kent. , ) : 15 guur 7 de energie van de koelvloeistof wordt overgebracht op de verwarmingskring. De koelvloeistof keert terug naar zijn vloeibare toestand. - In de ontspanner (Kent.

, ) : 9 guur 6, bladzijde 9 de vloeibaar gemaakte koelvloeistof wordt terug op lage druk gebracht en neemt terug zijn oorspronkelijke temperatuur en druk aan. De warmtepomp is uitgerust met een regelaar die de binnentemperatuur regelt op basis van de meting van de buitentemperatuur, regeling aan de hand van een waterwet. De omgevingsvoeler (facultatief) voert een corrigerende actie uit op de waterwet. De hydraulische module kan in optie uitgerust worden met een elektrisch bijverwarmingssysteem of een systeem voor overname door de ketel die ingeschakeld wordt om te zorgen voor aanvullende verwarming tijdens de koudste periodes. Legende:1. Elektrisch kastje. 2. Regelaar / Gebruikerinterface. 3. Schakelaar aan/stopzetten. 4. Circulatiepomp van de hydraulische module. 5. Richtingskraan. 6. Koelaansluiting "Gas". 7. Koelaansluiting "Vloeistof". 8. Condensatievoeler. 9. Ledigingskraan. 10.

23 - Vertrekvoeler WP. • Regelfuncties - De vertrektemperatuur van de verwarmingskring wordt geregeld door een waterwet. - In functie van een vertrektemperatuur van de verwarming, vindt de vermogenmodulatie van de buitenunit plaats via de compressor "Inverter". - Beheer van de elektrische bijverwarming (optie). - Het dagelijkse uurprogramma laat toe om periodes te deniëren van comfort omgevingstemperatuur of verlaagde omgevingstemperatuur. - De omschakeling zomer/winter-regime gebeurt automatisch. - Beheer van de bijverwarming door de ketel* (optie). - De omgevingsvoeler* (facultatief) voert een corrigerende actie uit op de waterwet. - Beheer van een 2de verwarmingskring*. - Sanitair warm water: uurprogramma van de verwarming, beheer van de werking van de SWW-circulatiepomp. - Beheer van de koeling*. - Beheer van de verwarming van het zwembad*.

* Indien de WP (warmtepomp) uitgerust is met de opties en de bijhorende kits. • Beschermingsfuncties - Anti-legionella cyclus voor het sanitair warm water. - Corrosiebescherming van de boiler door titaananode (ACI). - Vorstvrij bescherming : Indien de vertrektemperatuur van de verwarmingskring lager is dan 5°C, dan wordt de antivriesbescherming ingeschakeld (Op voorwaarde dat de elektrische voeding van de WP niet onderbroken is). guur 7 - Organen van de hydraulische module3121104982123145172216119921815136 7Handleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten- 10 -.

• Werkingsprincipe van het sanitair warm water (SWW)Er kunnen twee temperaturen ingesteld worden voor het sanitair warm water (SWW): comforttemperatuur (lijn 1610 op 55°C) en verlaagde temperatuur (lijn 1612 op 40°C). Het standaard SWW-programma (lijn 560, 561 en 562) wordt geregeld voor een comforttemperatuur van 0:00 tot 5:00 en van 14:30 tot 17:00 en een verlaagde temperatuur tijdens de rest van de dag. Dit optimaliseert het elektriciteitsverbruik terwijl het sanitair comfort gewaarborgd blijft. De instelling van een verlaagde temperatuur kan nuttig zijn om te vermijden dat het SWW te vaak en te lang opgewarmd wordt tijdens de dag. De productie van sanitair warm water (SWW) wordt ingeschakeld wanneer de temperatuur in de boiler 7°C (instelling van lijn 5024) lager is dan de ingestelde temperatuur.

De productie van sanitair warm water (SWW) wordt uitgevoerd door de WP en indien nodig aangevuld door de elektrische bijverwarming van de sanitaire boiler. Om een SWW-instelling hoger dan 45°C te garanderen, moet de elektrische bijverwarming of de ketel in werking blijven. Naargelang de regeling van de parameter (1620), zal de comforttemperatuur 24u/dag bereikt kunnen worden of enkel 's nachts of volgens het SWW-programma. guur 8 - Werkingsprincipe van een warmtepompIndien het met de energieleverancier gesloten contract een dag/nacht abonnement omvat, is de elektrische bijverwarming onderworpen aan het tarief van de energieleverancier en zal de comforttemperatuur enkel 's nachts bereikt kunnen worden. Indien er geen speciek contract gesloten werd, dan kan de comforttemperatuur op eender welk ogenblik bereikt worden, ook overdag.

2 Installatie2. 2. 3 Afdichting van de koelkringenKoelkringen zijn niet bestand tegen contaminatie door stof en vocht. Indien dergelijke verontreinigende stoffen in de koelkring dringen, dan kunnen ze bijdragen tot het verminderen van de betrouwbaarheid van de warmtepomp. " Men moet zich vergewissen van de correcte afdichting van de verbindingen en de koelkringen (de hydraulische module, de uitwendige eenheid). " Indien later een defect zou optreden, dan zal, na expertise, de vaststelling van vocht of vreemde deeltjes in de olie van de compressor systematisch leiden tot uitsluiting van de waarborg. - Controleer bij ontvangst of de koppelingen en doppen van de koelkring die op de hydraulische module en de buiteneenheid gemonteerd zijn, wel op hun plaats zijn en vast zitten (onmogelijk los te draaien met de blote hand).

Is dat niet het geval, dan moeten ze worden vastgezet met een contrasleutel. - Controleer ook of de koelverbindingen goed afgesloten zijn (kunststof doppen of buizen die aan de uiteinden platgedrukt en gesoldeerd zijn). Indien de doppen tijdens het werk verwijderd moeten worden (afgezaagde buizen bijvoorbeeld), dan moeten ze zo snel mogelijk terug gemonteerd worden. 2. 2. 4 Toebehoren geleverdMet de buitenunit geleverd toebehoren (guur 9). Met de hydraulische module geleverd toebehoren ( ).

1 Reglementaire installaties- en onderhoudsvoorwaardenDe installatie en het onderhoud van het toestel moeten worden uitgevoerd door een erkende vakman overeenkomstig de reglementaire teksten en de regels van het vak die van kracht zijn, meer bepaald:Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (A. R. E. I. ). 2. 2 Uitpakken en voorbehoud2. 2. 1 KeuringControleer, in aanwezigheid van de transporteur, zorgvuldig het algemeen uitzicht van de toestellen; controleer of de buitenunit niet werd neergelegd. Bij een geschil dient het nodige voorbehoud schriftelijk aan de transporteur te worden meegedeeld binnen 48u, en een kopie van deze brief wordt naar de dienst na verkoop gestuurd. 2. 2. 2 BehandelingDe buitenunit mag niet worden neergelegd tijdens het transport. Het toestel liggend vervoeren zou de inwendige buizen en de ophangingen van de compressor kunnen beschadigen.

Schade door liggend transport wordt niet door de waarborg gedekt. Indien nodig mag de buitenunit enkel bij het manueel hanteren gekanteld worden (aan een deuropening, trap). Dit moet met de nodige voorzichtigheid gedaan worden en het toestel moet onmiddellijk terug rechtop gezet worden. Handleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten- 12 -.

" Bewaar de beschermdoppen of braseer de uiteinden op het moment van het opstart van het product.De verbinding tussen de buitenunit en de hydraulische module wordt uitgevoerd enkel met nieuwe koperen verbindingen (kwaliteit voor koelingtoepassingen), die afzonderlijk geïsoleerd zijn.Respecteer de diameter van de leidingen ( ).guur 21Leef de maximum en minimum afstanden tussen de hydraulische module en de buitenunit na (guur 21, bladzijde 21), de waarborg van de prestaties en de levensduur van het systeem hangen ervan af.De minimumlengte van de koelleidingen bedraagt 5 m voor een correcte werking.De waarborg van het toestel vervalt indien het toestel gebruikt wordt met koelleidingen van minder dan 5 m (Tolerantie +/- 10%).Indien de koelverbindingen blootstaan aan de weersomstandigheden of UV-stralen en de isolatie daar niet tegen bestand is, dient een bescherming te worden voorzien.guur 11 - Adviesvoorbeeld voor de plaatsing van de koeltechnische leidingenHandleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL" - 13 -Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten

Indien een bergruimte vereist is, moet deze op de 4 zijden grote openingen omvatten en voldoen aan de nodige installatieruimte ( ).guur 12• Kies de plaats van het toestel na bespreking met de klant.• Kies bij voorkeur een zonnige plaats die beschut is tegen sterke en koude winden (mistral, tramontane, enz.).• De unit moet perfect bereikbaar zijn voor de installatiewerken en de onderhoudswerken achteraf ( ).guur 12• Vergewis u ervan dat de verbindingen naar de hydraulische module gemakkelijk gemaakt kunnen worden.• De buitenunit is bestand tegen de weersomstandigheden, maar installeer hem niet op een plaats waar hij blootgesteld is aan bevuiling of hevige waterafsijpelingen (onder een defecte goot bijvoorbeeld).• Wanneer het toestel in werking is kan er water worden afgevoerd.

Het toestel niet op een terras installeren, maar de voorkeur geven aan een gedraineerde plaats (grind- of zandlaag). Indien de installatie plaatsvindt in een gebied waar de temperatuur gedurende lange tijd onder 0°C kan zakken, dient u te controleren of de aanwezigheid van ijs geen gevaar inhoudt. Het is ook mogelijk om een afvoerleiding aan te sluiten op de buitenunit ( ).guur 13• De luchtcirculatie door de verdamper en aan de uitgang van de ventilator mag niet belemmerd worden door hindernissen ( ).guur 12guur 12 - Minimale installatieruimte rondom de buitenunit (Alle modellen)DEGGBDBGAAHCCEEGAFJCCKFFHCCCCHEDHCCHCCDCCHEA 150 mm≥ B 200 mm≥ C 250 mm≥ D 300 mm≥ E 500 m≥ mF 600 mm≥G 1000 mm≥ H 1500 mm≥ J 2000 mm≥K 3000 mm≥Handleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten- 14 -

• Plaats het toestel op een afstand van warmtebronnen en ontvlambare producten. • Let erop dat het toestel geen hinder veroorzaakt voor de buurt of de gebruikers (geluidsniveau, voortgebrachte luchtstroom, lage temperatuur van de uitgeblazen lucht met risico op vorst van de planten die zich op het traject bevinden). • Het oppervlak waarop het toestel geplaatst wordt moet : - doorlatend zijn (grond, grindlaag…), - moet het gewicht ervan ruimschoots kunnen dragen, - een stevige bevestiging mogelijk maken en - geen enkele trilling overbrengen op de woning. (Er zijn trillingwerende blokjes verkrijgbaar in toebehoren). • De muursteun mag niet gebruikt worden indien er gevaar is voor overbrenging van trillingen; de voorkeur moet uitgaan naar plaatsing op de vloer. 2. 4. 2 Plaatsing van de buitenunitDe buitenunit moet zich minstens 50 mm boven de vloer bevinden.

In besneeuwde gebieden moet een grotere hoogte voorzien worden, maar deze mag nooit groter zijn dan 1. 5 m ( ). guur 13 - Bevestig de buitenunit met schroeven en elastische borgringen of borgringen om loskomen ervan te beletten. " OpgepastIn gebieden waar veel sneeuw valt, kunnen de ingang en de uitgang van de buiteneenheid geblokkeerd raken door sneeuw, waardoor het moeilijk wordt om zich te verwarmen en er zelfs een storing kan optreden. Een luifel bouwen of het toestel op een hoge steun plaatsen (plaatselijke conguratie). - Het toestel op een stevige steun monteren om schokken en trillingen te minimaliseren. - Het toestel niet rechtstreeks op de grond plaatsen, want dat kan problemen veroorzaken. 2. 4. 3 Aansluiting van de condensaatafvoer(zie ). guur 13 " De buitenunit kan een belangrijke hoeveelheid water (condensaten genaamd) produceren.

Indien het gebruik van een afvoerbuis noodzakelijk is: - Gebruik het meegeleverde bochtstuk ( ) en sluit Ceen slang met een diameter van 16 mm aan voor de condensaatafvoer.

- Gebruik de meegeleverde stop(pen) ( ) om de Bopening van de condensaatbak te dichten. Voorzie een gravitaire aoop van de condensaten (afvalwater, regenwater, grindbed). " Indien de installatie uitgevoerd wordt in een gebied waar de temperatuur gedurende lange tijd lager kan zijn dan 0°C, dient de afvoerleiding te worden uitgerust met een elektrisch verwarmingslint om te vermijden dat ze aanvriest. Het verwarmingslint moet niet alleen de afvoerleiding verwarmen, maar ook de onderkant van de condensaatopvangbak van het toestel. Hguur 13 - Plaatsing van de buitenunit, afvoer van de condensaten* In streken waar het vaak sneeuwt, moet (H) hoger zijn dan de gemiddelde sneeuwlaag. BBC4 GatenHandleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL" - 15 -Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten.

guur 14 - Minimale vrije installatieruimte rond de hydraulische module en afstanden tot brandbare wanden300 mm1000 mm2. 5 Installatie van de hydraulische module2. 5. 1 Voorzorgen bij installatie• Kies de plaats van het toestel na bespreking met de klant. • Het vertrek waar het toestel werkt moet voldoen aan de van kracht zijnde reglementering. • Om de onderhoudswerkzaamheden te vergemakkelijken en de toegang tot de verschillende organen mogelijk te maken, is het aanbevolen om voldoende ruimte te voorzien rondom de hydraulische module ( ). guur 14• Overeenkomstig de norm EN 378-1-2017 (veiligheids- en milieu-eisen van de Koelsystemen en Warmtepompen), moeten de hydraulische module van de Warmtepomp en van alle koelleidingen die door bewoonde ruimten lopen in ruimten geïnstalleerd worden waarbij het volgende minimale volume gerespecteerd moet worden.

Het minimale volume van de ruimte (in m³) is berekend volgens de formule: "koudemiddel" (in kg) / 0. 39. Zo niet, dan moet men zich ervan verzekeren dat: - het lokaal een natuurlijke ventilatie heeft naar een andere ruimte waarbij het totaal van het volume van de twee ruimtes hoger is aan het "koudemiddel" (in kg) / 0. 39kg/m³. De opening tussen de twee ruimtes verzekerd wordt door een ruimte onder de deur van ten minste 1 cm. - of dat het lokaal mechanisch geventileerd wordt. • Let op voor de aanwezigheid van ontvlambaar gas in de nabijheid van de warmtepomp tijdens de installatie ervan, in het bijzonder wanneer er moet worden gesoldeerd of gelast. De toestellen zijn niet explosieveilig en mogen ze dus niet in een explosieve atmosfeer geïnstalleerd worden.

- Om condensatie in de condensor te vermijden, mogen de doppen van de koelkring enkel verwijderd worden op het ogenblik dat de koelaansluitingen worden uitgevoerd.

- Indien de koelaansluiting pas aan het einde van de werken wordt uitgevoerd, dan moet men erop toezien dat de doppen van de koelkring* tijdens de hele duur van de werken op hun plaats en vastgedraaid blijven. * (kant hydraulische module en kant buitenunit). - Na elke ingreep op de koelkring en vóór de denitieve aansluiting, dient u de doppen terug te plaatsen om verontreiniging van de koelkring te vermijden (Afdichten met kleefband is verboden). 12guur 15 - guur 16 - Opening van de voorzijde Afnemen van het dekselHandleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten- 16 -.

" Dit toestel gebruikt het koelmiddel R410A. Leef de wetgeving op de hantering van koelvloeistoffen na. 3. 1 Regels en voorzorgen " De aansluitingen moeten worden uitgevoerd op de dag dat de installatie met gas gevuld wordt ( ). 3. 4. 5, bladzijde 22• Minimum benodigd gereedschap - Stel manometers met slangen die uitsluitend voorbehouden zijn voor HFK's (FluorKoolwaterstoffen). - Vacuometer met afsluitkranen. - Speciale vacuümpomp voor HFK's (Gebruik van een klassieke vacuümpomp toegelaten op voorwaarde dat ze uitgerust is met een terugslagklep op de aanzuiging). - Flare-apparaat, Buizensnijder, Afbramer, Moersleutels. - Goedgekeurde gaslekdetector (gevoeligheid 5g/jaar). " Verbod om gereedschap te gebruiken dat in contact geweest is met HCFK's (bijvoorbeeld R22) of CFK's.

" De constructeur wijst elke aansprakelijkheid inzake waarborg af indien de bovenstaande richtlijnen niet worden nageleefd. • Dudgeons (arekoppelingen) " Smeren met minerale olie (voor R12, R22) is verboden. - Smeer enkel met polyolesterolie voor koelsystemen (POE). Indien er geen POE olie beschikbaar is, voer de montage dan droog uit. Het verwijdde oppervlak bestrijken met koelolie POE. Geen minerale olie gebruiken. • Soldeerwerken op de koelkring (indien nodig) - Solderen met zilver (minstens 40% aanbevolen). - Uitsluitend solderen onder inwendige droge stikstofux. • Opmerkingen - Na elke ingreep op de koelkring en vóór de denitieve aansluiting, dient u de doppen terug te plaatsen om verontreiniging van de koelkring te vermijden.

- Gebruik droge stikstof om metaaldeeltjes uit de leidingen te verwijderen om te vermijden dat er vocht binnendringt, wat schadelijk is voor de werking van het toestel. In het algemeen moeten alle voorzorgen worden genomen om te vermijden dat er vocht in het toestel dringt. - Breng thermische isolatie aan op de gas- en vloeistoeidingen om condensatie te vermijden. Gebruik isolerende moffen die bestand zijn tegen een temperatuur van meer dan 90°C.

Indien het vochtgehalte op de plaatsen waar de koelleidingen lopen 70% zou kunnen overschrijden, moeten deze laatste bovendien beschermd worden met isolatiemoffen. Gebruik een mof die 15 mm dikker is indien de vochtigheidsgraad 70~80% bereikt, en een mof die 20 mm dikker is indien de vochtigheid 80% overschrijdt. Indien de aanbevolen dikten niet worden nageleefd in de hierboven beschreven omstandigheden, zal er zich condensatie vormen op het oppervlak van de isolatie. Tot slot dient men erop te letten dat er isolatiemoffen gebruikt worden waarvan de warmtegeleidbaarheid kleiner dan of gelijk is aan 0. 045 W/mK wanneer de temperatuur gelijk is aan 20°C. De isolatie moet ondoorlaatbaar zijn om bestand te zijn tegen het doordringen van damp gedurende de ontdooicycli (glaswol is verboden). 3. 2 Vervormen van de koelbuizen 3. 2.

1 BuigenDe koelbuizen mogen alleen met de buizenplooier of de buigveer in vorm gebracht worden om elk risico van verplettering of breuk te voorkomen. " Opgepast• Verwijder de isolatie plaatselijk om de buizen te buigen. • Buig het koper niet over een hoek van meer dan 90°. • Buig de buizen nooit meer dan 3 keer op dezelfde plaats, omdat er dan een begin van breuk kan ontstaan (harden van het metaal). 3. 2. 2 Uitvoering van de verbredingen - Snijd de buis met een buizensnijder op de geschikte lengte zonder ze te vervormen. - Verwijder de bramen zorgvuldig en houd daarbij de buis naar beneden om te voorkomen dat er metaaldeeltjes in de buis terechtkomt. - De aremoer uit de koppeling op de aan te sluiten kraan nemen en de buis door de moer steken. - Voer de verbreding uit door de buis uit het are-apparaat te laten steken. - Controleer na het verbreden de staat van de kraag ( ).

3. 3 Controles en aansluiting " De koelkring is zeer gevoelig voor stof en vochtigheid, controleer of de zone rond de verbinding droog en proper is alvorens de doppen die de koelaansluitingen beschermen te verwijderen. " Indicatieve waarde van het blazen : 6bar gedurende 30 seconden minimum voor een leiding van 20 m. Controle van de gasverbinding (grote diameter).  Sluit de gasverbinding aan op de uitwendige eenheid. Blaas droge stikstof door de gasverbinding en controleer het uiteinde ervan: - Indien er water of onzuiverheden uit komen, gebruik dan een nieuwe koelverbinding.  Zo niet, de arekoppeling realiseren en onmiddellijk de verbinding op de hydraulische module aansluiten. Controle van de vloeistofverbinding (kleine diameter).  Sluit de vloeistofverbinding aan op de hydraulische module.

Blaas stikstof door het geheel gas-condensorverbinding - vloeistofverbinding en controleer het uiteinde ervan (kant uitwendige eenheid). - Indien er water of onzuiverheden uit komen, gebruik dan een nieuwe koelverbinding. - Zo niet, de arekoppeling realiseren en onmiddellijk de verbinding op de uitwendige eenheid aansluiten. Opmerkingen : " Plaats de buis zeer zorgvuldig tegenover haar koppeling om de schroefdraad niet te beschadigen. Een goed uitgelijnde koppeling kan gemakkelijk met de hand gemonteerd worden zonder kracht te moeten gebruiken. - Leef de aangeduide aanspankoppels na ( ). guur 18guur 18 - AandraaimomentBeschrijving AandraaimomentFlare-moer 9. 52 mm (3/8") 33 tot 42 NmFlare-moer 15. 88 mm (5/8") 63 tot 77 NmStop (A) 3/8" 20 tot 25 NmStop (A) 5/8" 30 tot 35 NmStop (B) 3/8", 5/8" 10 tot 12 NmStop (A) en (B) : Zie guur 21, bladzijde 21.

3.4 Met gas vullen van de installatie " Dit werk is voorbehouden aan de installateurs die in regel zijn met de wetgeving op het hanteren van koelvloeistoffen. " Vacuümtrekken met een gekalibreerde pomp is verplicht (zie BIJLAGE 1). " Gebruik nooit materieel dat eerder al gebruikt werd met een koelmiddel dat geen HFK is. " Verwijder de doppen van de koelkring pas op het ogenblik dat de koelaansluitingen worden uitgevoerd.BIJLAGE 1Methode voor het ijken en controleren van een vacuümpomp - Controleer het oliepeil van de vacuümpomp. - Sluit de vacuümpomp aan op de vacuometer volgens het schema. - Trek de installatie vacuüm gedurende 3 minuten. - Na 3 minuten bereikt de pomp haar vacuümdrempelwaarde en beweegt de naald van de vacuometer niet meer. - Vergelijk de verkregen druk met de waarde van de tabel.

Naargelang de temperatuur, moet deze druk lager zijn dan de waarde die aangeduid is in de tabel.=> Is dat niet het geval, vervang dan de dichting, de slang of de pomp.T °C 5°C

3.4.1 Dichtheidstest - Verwijder de beschermdop ( ) van de vulopening B( ) van de gaskraan (grote diameter).Schrader - De slang aansluiten op het verdeelstuk ( ).guur 21 - De stikstofes aansluiten op het verdeelstuk (gebruik enkel gedehydrateerde stikstof type U). - Zet de stikstof onder druk (10 bar maximum) in de koelkring (geheel verbinding gas-condensor - vloeistofverbinding). - Laat de kring onder druk gedurende 30 minuten.Lo HiUE MHLiaison...gazHautepAzoteHoge druk Droge stikstofMax. 10 bar30 mn mini.VerbindingVloeistofGas - Indien de waarde zakt, laat zakken tot 1 bar en het eventuele lek met een lekzoeker, herstel en herbegin de test.Lo HiUE MHLiaison...gazHautep Vanne fermée,Hoge druk Gesloten klep,Controle drukControleer of er geen lek is.

- Als de druk stabiel blijft en lekken uitgesloten zijn, de stikstof aaten door een druk te laten die hoger is dan de atmosferische druk (tussen 0.2 en 0.4 bar).3.4.2 Vacuümzuigen van de koelleidingen De methode van 3 maal ledigen (BIJLAGE 2) is sterk aanbevolen voor alle installaties en zeker voor buitentemperaturen lager dan 10°C. - Indien nodig, de manometer(s) van het verdeelstuk ijken op 0 bar. De vacuometer bijstellen ten opzichte van de atmosferische druk (≈ 1013 mbar). - Sluit de vacuümpomp aan op het verdeelstuk. Een vacuometer aansluiten indien de vacuümpomp er niet mee uitgerust is. Lo HiUE MHLiaison...gazpVacuomètrePompe à videHoge drukVacuüm pompVerbindingVloeistofGasOnderdruk meter - Vacuümzuigen tot de resterende druk* in de kring daalt onder de waarde zoals aangeduid in de volgende tabel. (*gemeten met de vacuümmeter). T °C 5°C

3. 4. 3 Met gas vullen van de installatie Indien er koelvloeistof moet worden bijgevuld, dan moet dit gebeuren voordat de hydraulische module met gas gevuld wordt. Zie de paragraaf "Bijvullen", bladzijde 22. - Verwijder de doppen ( ) die toegang geven tot de Abedieningen van de kranen. - Draai eerst de vloeibare kraan (klein) volledig open en daarna de gaskraan (grote) met een zeskantsleutel (tegenuurwijzerzin) zonder te hard op de aanslag te duwen. - Koppel de slang van de snel los. Manifold - Monteer de 2 oorspronkelijke doppen opnieuw (kijk hun properheid na) en span ze aan met het aanbevolen koppel. zie guur 20, bladzijde 19. De dichtheid van de doppen wordt enkel door metaal op metaal verwezenlijkt. De buitenunit bevat geen aanvullend koelmiddel hetgeen toelaat om de installatie ontluchten. Ontluchten door spoeling is streng verboden. 3. 4.

4 Finale dichtheidstestDe dichtheidstest moet worden uitgevoerd met een goedgekeurde gasdetector. (gevoeligheid 5g/jaar). Zodra de koelkring met gas gevuld is zoals hierboven beschreven, moet de dichtheid van alle koelaansluitingen van de installatie gecontroleerd worden (4 aansluting). Als de arekoppelingen correct werden uitgevoerd, mag er geen lek zijn. Controleer eventueel de dichtheid van de doppen van de koelkranen. " Bij geval van een gaslek: - Voer het gas terug naar de buitenunit (pump down). De druk mag niet onder de atmosferische druk dalen (0 bar relatief afgelezen aan het verdeelstuk), teneinde het opgevangen gas niet te verontreinigen met lucht of vocht. - De defecte aansluiting opnieuw maken, - Herbegin de procedure voor indienststelling. R410Aguur 22 - Gases R410AGasVloeistof3. 4. 5 Bijvullen50 g R410A per extra meterLengte van de leidingen 15 m 20 m max.

In het geval van grotere afstanden, moet extra R410A bijgevuld worden. De bijvulling is voor elk type van toestel afhankelijk van de afstand tussen de buitenunit en de hydraulische module. Het bijvullen van R410A moet verplicht door een erkende specialist worden uitgevoerd. • Voorbeeld:Een buitenunit op een afstand van 17 m van de hydraulische module vergt een bijvulling van:Bijvulling = (17 – 15) x 50 = 100 g. Het vullen moet als volgt worden uitgevoerd nadat de hydraulische module vacuüm gezogen werd en voordat ze met gas gevuld wordt: - Koppel de vacuümpomp los (gele slang) en sluit in de plaats daarvan een es R410A aan in de stand waarin vloeistof wordt afgenomen. - Open de kraan van de es. - Ontlucht de gele slang door ze lichtjes los te draaien aan de kant van de manometerset. - Plaats de es op een weegschaal met een minimale nauwkeurigheid van 10 g. Noteer het gewicht.

- Draai de blauwe kraan voorzichtig een beetje open en houd de door de weegschaal aangeduide waarde in het oog. - Zodra de aangeduide waarde evenveel gedaald is als de berekende waarde van de bijvulling, sluit u de es en koppelt u ze los. - Koppel dan de op het toestel aangesloten slang snel los. - Vul de hydraulische module met gas. " Opgepast. • Gebruik uitsluitend R410A. • Gebruik alleen gereedschap dat geschikt is voor R410A (manometerset). • Altijd in vloeibare fase vullen. • De lengte en het maximaal hoogteverschil mogen niet worden overschreden. Handleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten- 22 -.

De buiteneenheid begint de koeloperatie ca. 3 minuten na de ontsteking. - - : De parameter 4 Snel 7700 (Relaisuitgang QX1) op Aan regelen => De circulator werkt normaal. Herinnering: Druk op de toets OK. Houd de toets 3s ingedrukt en selecteer het toegangsniveau* indienststelling met de draaiknop. Valideer met de toets. OK* Kies het niveau "Specialist" / Test ingangen / uitgangen. - 5- Sluit de vloeistofkraan op de buitenunit maximum 30 seconden na het starten van de buitenunit. - 6- Sluit de gaskraan op de buitenunit, wanneer de druk onder 0. 02 bar aangeduid staat op de , 1 tot Manifold2 minuten na het dichtdraaien van de vloeistofkraan, terwijl de buitenunit verder blijft draaien. - - Koppel de elektrische voeding los. 7 - - De recuperatie van koelvloeistof is gedaan.

8Opmerkingen: - Wanneer de warmtepomp in werking is, mag de recuperatie niet geactiveerd worden, zelfs als de schakelaar staat. DIP SW1 ON op - Vergeet niet om de schakelaar na aoop DIP SW1van de recuperatie terug op te zetten. OFF - Selecteer het verwarmingsregime "AUTO".

" AlgemeenDe aansluiting moet overeenkomen met de reglementaire voorschriften en de regels der kunst in voege.Herinnering: Verwezenlijk alle montagedichtheden uit volgens de regels van het vak die van kracht zijn voor loodgieterijwerken: - Gebruik geschikte dichtingen (vezeldichting, torische dichtingsring). - Gebruik teonband of vezels. - Gebruik dichtingspasta (synthetisch naargelang het geval).Gebruik glycol indien de geregelde vertrektemperatuur [parameters 908-909]

R1DMTCARGSguur 24 - Principieel hydraulisch schemaLegende:CAR : Antiretourklep.D : Afsluiter.GS : Veiligheidsgroep (Verplicht / Niet geleverd).MT : Thermostatische mengkraan.R1 : .Installatie verwarmingØ 26x341" mannelijkØ 20x273/4" mannelijk4.1.3 Volume van de verwarmingsinstallatieHet is nodig om het minimale watervolume van de installatie te respecteren. Installeer een buffervat op de retour van het verwarmingscircuit indien het volume kleiner is dan deze waarde.

Ingeval dat de installatie is uitgerust met een thermostatische kraan, is het noodzakelijk om het minimale watervolume te laten circuleren.Minimum volume per liter per circuit ( buiten de WP)WP VerplichtingVentilo-convectorVoorzorgmaatregelenRadiatorVoorzorgmaatregelenverwarmende-koelende vloer55 50 2574 66 3587 80 44Handleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL" - 25 -Warmtepomp lucht/water, Split twee dienstenHigh Power 11 eenfasig High Power 11 driefasigHigh Power 14 eenfasig High Power 14 driefasigHigh Power 16 driefasig

4.2 Aansluiting op de sanitaire kringDe diëlektrische koppelstukken en de sanitaire aansluitingen uitvoeren op het bovenste (zie ). Isoleer de leidingen aan de hand van de voorziene isolatie. " Plaats de SWW sonde opnieuw onderaan de voelershuls van de SWW boiler.Verplicht: Op de ingang van het koude water een veiligheidsgroep plaatsen met een klep gekalibreed op (7 tot 10 bar - vereist door de plaatselijke voorschriften). Deze groep zal aangeloten worden op de riolering.

- Evacuatiebuis van de veiligheidsklep.4.3 Vulling en ontluchting van de installatieControleer de bevestiging van de leidingen, de aanspanning van de koppelingen en de stabiliteit van het toestel.Controleer de circulatierichting van het water en de opening van alle kranen.De installatie met water vullen.Tijdens het vullen, mag de circulatiepomp niet werken en moeten alle ontluchters van de installatie en de ontluchter ( ) van de hydraulische module geopend Pworden om de lucht die in de leidingen zit af te voeren.De afblaaskranen sluiten en het water laten bijkomen totdat de druk van de kringloop 1 bar bereikt.Controleren dat de hydraulische kring goed ontlucht is.Controleer of er geen lek is.Na de stap "Inwerkingstelling" (zie ), bladzijde 40 en zodra de machine in werking is, moet de hydraulische module opnieuw geledigd worden (2 liter water).

4.5 Snelheidsregeling van de circulatiepomp WPguur 30 - Beschikbare drukken en hydraulische debieten012345678mCE1 mbar = 10 mmC 100E = Pa0 0,5 1 1,5 2 m3/h13557788012345678mCE1 mbar = 10 mmC 100E = Pa0 0,5 1 1,5 2 m3/h13557788Variabele drukDe circulatiepomp laat de opvoerhoogte variëren in functie van het debiet.Aanbevolen voor een installatie die uitgerust is met radiatoren (meer bepaald elk systeem met thermostatische koppen).Constante drukDe circulatiepomp houdt de opvoerhoogte constant ongeacht het debiet.Aanbevolen voor een installatie met constant drukverlies van het type verwarmde vloer guur 31 - Werkingssignalen van de warmtepomp circulatorControlelamp uit:De circulator werkt niet, geen elektrische voeding.Controlelamp is groen:De circulator werkt normaal.Controlelamp knippert groen:Werking modus ontgassing (10 min).Controlelamp knippert groen/rood :Werkingsstoring met de automatische heropstart.Controlelamp knippert rood :Werkingsstoring.Ne pas utiliser cette zoneDeze zone niet gebruiken.Handleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL" - 29 -Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten

Vastlopen of blokkeren van de circulatiepomp:Indien de motor blokkeert, wordt een opstartcyclus gestart.Indien de motor geblokkeerd blijft, dan zal hij permanent stilgelegd worden. " De elektrische voeding van de circulatiepomp onderbreken gedurende 30s om hem te ontgrendelen en zo een nieuwe opstartcyclus toe te laten.guur 32 - Regelknop van de circulatiepompVariabele drukOntgassingConstante drukHandleiding voor installatie en indienststelling "1768 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split twee diensten- 30 -

Voor iedere tussenkomst dient de elektrische voeding uitgeschakeld te worden. 5. 1 Algemeen5. 1. 1 Karakteristiek van de elektrische voedingDe elektrische aansluiting moet uitgevoerd worden volgens de voorschriften van het Algemene Reglement voor de Elektrische Installaties (A. R. E. I. ). De elektrische aansluitingen zullen uitgevoerd worden wanneer alle andere montageoperaties uitgevoerd zijn (vasthechten, aansluiten,. enz. ). " Opgepast. Het contract met de energieleverancier moet niet alleen het vermogen van de WP dekken, maar ook de som van de vermogens van alle toestellen die gelijktijdig zouden kunnen werken. Wanneer de vermogen onvoldoende is, moet bij uw energieleverancier de waarde van het vermogen in het gesloten contract gecontroleerd worden. Gebruik nooit een stopcontact voor de voeding.

De WP moet rechtstreeks worden gevoed (zonder externe schakelaar) via speciale leidingen die aan het elektriciteitsbord beschermd worden door tweepolige uitschakelautomaten die toegewezen zijn aan de WP : Curve C voor de buitenunit, curve C voor de elektrische hulptoestellen voor verwarming en sanitair (zie tabellen bladzijde 33). Het is verplicht om de elektrische installatie uit te rusten met een differentieelschakelaar van 30 mA. Dit toestel is voorzien om te werken onder een nominale spanning van 230 V of 400 V, +/- 10%, 50 Hz. 5. 1. 2 Algemeenheden over de elektrische aansluitingenHet is noodzakelijk de polariteit faze-neutraal te eerbiedigen bij gelegenheid van de elektrische aansluiting. Stijve draad geniet altijd de voorkeur voor vaste installaties, meer bepaald in gebouwen. De kabels met de draadklemmen vastdraaien, om iedere toevallige uitschakeling te vermijden.

Een doorlopende aarding is verplicht. • Aansluiting op klemmenstroken met schroeven " Gebruik van krimpkous of wago is verboden. - Kies altijd een stijve draad die voldoet aan de geldende normen. - Ontbloot het uiteinde van de draad over ongeveer 25 mm.

- Maak met een tang met ronde uiteinden een lus met een diameter die overeenkomt met de spanschroeven van de klemmenstrook. - Draai de schroef van de klemmenstrook zeer stevig aan op de uitgevoerde lus. Indien ze niet volledig vastgedraaid zijn, kan dit tot opwarming leiden, hetgeen aanleiding kan geven tot storingen of zelfs brand. Stijve draad Lus25 mm krimpkous is verbodenSchroef en speciale OnderlegringKlemmenstrook• Aansluiting op de regelkaarten - Verwijder de overeenkomstige connector en voer de aansluiting uit. • Aansluiting op de veerklemmen - Ontbloot het uiteinde van de draad over ongeveer 10 mm. - Duw met een schroevendraaier op de veer zodat de draad in de kooi dringt. - Schuif de draad in de daartoe voorziene opening. - Trek de schroevendraaier terug en controleer of de draad vastgeklemd blijft in de kooi door eraan te trekken.

5. 1. 3 Overzicht van de elektrische aansluitingenHet elektrisch schema van de hydraulische module is in detail opgenomen op guur 53, bladzijde 66. 5. 2 Kabeldoorsnede en kaliber van de beschermingDe kabeldoorsneden worden ter informatie gegeven en ontslaan de installateur er niet van om te controleren of deze doorsneden overeenstemmen met de behoeften en of ze aan de van kracht zijnde normen beantwoorden. • Voeding van de buitenunit:Warmtepomp eenfasig (WP) Electrische voeding 230 V - 50 HzModel Opgenomen vermogen maxi. Verbindingskabel (faze, neutraal, aarde)Kaliber uitschakelautomaat curve C5060 W 3 x 6 mm² 32 A5750 WWarmtepomp driefasig (WP) Electrische voeding 400 V - 50 HzModel Opgenomen vermogen maxi. Verbindingskabel (3 fazen, neutraal, aarde)Kaliber uitschakelautomaat curve C5865 W5 x 2.

5 mm² 20 A6555 W7245 W• Onderlinge verbinding tussen buitenunit en hydraulische module: De hydraulische module wordt gevoed door de buitenunit; daarvoor wordt kabel met 4 x 1. 5 mm² gebruikt (faze, neutraal, aarde, communicatiebus). • Electrische voeding ECS: Het SWW-gedeelte wordt rechtstreeks gevoed door een kabel 3 x 1. 5 mm² (faze, neutraal, aarde). Bescherming door uitschakelautomaat (16 A, curve C). • Voeding van de elektrische bijverwarmingen De hydraulische module omvat twee trappen van elektrische bijverwarmingen die in de boiler geïnstalleerd zijn. Warmtepomp Elektrische bijverwarmingen Voeding van de elektrische bijverwarmingenModel Vermogen Nominale stroomsterkteVerbindingskabel (faze, neutraal, aarde)Kaliber uitschakelautomaat curve C2 x 3 kW 3 x 6 mm²26. 1 A 32 A9 kW 3 x 13 A 4 x 2.

5. 5 Elektrische aansluitingen aan de kant van de hydraulische moduleToegang tot de klemmenstrook: - De voorkant afnemen. - Het elektriciteitskastje openen. - De aansluitingen uitvoeren volgens de schema's guur 44. Men moet vermijden de lijnen van de voelers en het net niet parallel te plaatsen om interferenties door spanningspieken op het stroomnet te vermijden. Let erop dat alle elektriciteitskabels zich in de daartoe voorziene ruimten bevinden. • Onderlinge verbinding tussen buitenunit en hydraulische moduleLeef de overeenstemming tussen de merktekens van de klemmenstroken van de hydraulische module en de buitenunit na bij het aansluiten van de verbindingskabels. Een verkeerde aansluiting kan leiden tot beschadiging van één van de units.

• Elektrische bijverwarmingen Indien de WP niet geïnstalleerd met overname door ketel: - Sluit de elektrische voeding van de bijverwarmingen aan op het elektriciteitsbord. • Overname door ketel (optie) "Indien gebruik gemaakt wordt van de optie "overname ketel", dan moet de optie "elektrische bijverwarming" niet aangesloten worden. - Zie de handleiding die met de overnamekit geleverd wordt. - Zie de gebruiksaanwijzingen van de stookketel. • Tweede verwarmingskring - Zie de gebruiksaanwijzingen van de aansluitingskit 2de kring of Uitbreidingskit regeling. • Telefoonmodem (Niet geleverd) - Zie de handleiding kit "uitbreiding regeling". • Met de energieleverancier gesloten contractHet is mogelijk om de WP te gebruiken bij specieke contracten, HP/HC (piekuur/daluur), dag/nacht.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fujitsu WATERSTAGE WGYG140DG6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden