Fujitsu ASYG24LFCA Handleiding

Fujitsu Airco ASYG24LFCA

Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu ASYG24LFCA (25 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 58 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu ASYG24LFCA of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/25
Invertermodel
P/N9315345356
Bedieningsvoorschrift
WANDMODEL
AIRCONDITIONER
airconditioner
ASYG18LFCA ASYG24LFCA ASYG30LFCA
condensingunit
AOYG18LFC AOYG24LFC AOYG30LFC
3489
MIDDENWEG 515, HEERHUGOWAARD
TEL. 072-5723150, WWW.BEERSKLIMAAT.NL

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Fujitsu
Categorie: Airco
Model: ASYG24LFCA

Handleiding Fujitsu ASYG24LFCA – volledige tekst

1. voorzorgsmaatregelen• Lees voor het gebruiken van deze airconditioner het bedieningsvoorschrift zorgvuldig door. Werk volgens de aanwijzingen. • De instructies in deze alinea hebben betrekking op de veiligheid. Houd bij het gebruik van de airconditioner rekening met de veiligheidsvoorschriften. VeiligheidsvoorschriftenGEVAAR. • Probeer niet deze airconditioner zelf te installeren. • Geen van de onderdelen van deze unit kunnen door de gebruiker zelf worden gerepareerd. Raadpleeg altijd de erkende installateur voor reparaties. • Raadpleeg bij verhuizing een erkende installateur voor het loskoppelen en opnieuw installeren van de unit. • Blijf niet te lang in de koude luchtstroom van de airconditioner in verband met gevaar voor onderkoeling. • Steek geen voorwerpen of lichaamsdelen in de luchtuitlaat of het luchtrooster.

• Schakel de airconditioner niet uit door de stekker uit het stopcontact te nemen of de hoofdschakelaar uit te zetten. • Zorg dat het elektrische snoer niet wordt beschadigd. • Schakel het apparaat uit in geval van storing (brandlucht, e. d. ). Trek de stekker uit het stopcontact en raadpleeg de erkende installateur. • Als de elektriciteitskabel van deze airconditioner beschadigd is, dient deze uitsluitend te worden vervangen door de fabrikant of zijn gemachtigd servicepersoneel om veiligheidsrisico’s te voorkomen. PAS OP. • Zorg tijdens het gebruik regelmatig voor ventilatie. • Richt de luchtstroom niet op kachels of verwarmingsapparatuur. • Klim niet op de airconditioner, plaats er geen voorwerpen op. • Plaats geen bloemenvazen of waterbakken op de airconditioner. • Hang geen voorwerpen aan de airconditioner. • Stel de airconditioner niet rechtstreeks bloot aan water.

• Bedien de airconditioner niet met natte handen. • Schakel de elektriciteit uit wanneer de unit langere tijd niet wordt gebruikt. • Controleer of het onderstel van de installatie is beschadigd.

• Plaats geen planten of dieren in de directe luchtstroom. • Drink niet van het water dat uit de airconditioner komt. • Niet te gebruiken voor toepassingen bij de opslag van voedingsmiddelen, planten, dieren, precisieapparatuur of kunstwerken. • Oefen geen druk uit op de radiatorvinnen. • Alleen te gebruiken wanneer de luchtfilters zijn geïnstalleerd. • Zorg dat het luchtinlaatrooster en de uitlaatopening niet worden geblokkeerd of afgedekt. • Zorg dat elektronische apparatuur tenminste een meter van de binnen- of buitenunit verwijderd staat. • Voorkom installatie van de airconditioner dichtbij een kachel of ander verwarmingsapparaat. • Gebruik geen ontvlambare gassen nabij de airconditioner. • Verbindingskleppen worden tijdens verwarmen heet; wees voorzichtig. • Schakel de hoofdschakelaar altijd uit als u de airconditioner reinigt of het luchtfilter verwisselt. 3.

2. Omschrijving van de functiesInverter functieDirect na het inschakelen van de airconditioner wordt extra vermogen gebruikt om de ruimte snel op de ingestelde temperatuur te brengen. Daarna schakelt de unit automatisch over naar een lager vermogen. Energiebesparende functieIn de energiebesparende functie is de temperatuur tijdens de koelfunctie iets hoger dan de ingesteldewaarde. Tijdens de verwarmingsfunctie is de temperatuur iets lager. Op deze manier wordt energiebespaard t. o. v. de normale functie. Horizontale luchtrichting: KoelenNeerwaartse luchtrichting: VerwarmenGebruik om te koelen de horizontale luchtrichting, zodat de koele lucht niet rechtstreeks op de aan-wezigen in de ruimte blaast. Gebruik om te verwarmen de neerwaartse luchtrichting, zodat een krachtige warme luchtstroom een aangenaam klimaat kan scheppen.

Luchtstromm in meerdere richtingen (SWING-functie)Het gelijktijdig toepassen van de OP/NEER en LINKS/RECHTS luchtrichtingen maakt 3-dimensionaleinstelling van de luchtrichting mogelijk. Omdat de OP/NEER luchtrichtinglamellen automatischafhankelijk van de gekozen functie werken, is het nu mogelijk de zelf luchtrichting te kiezen op basisvan de bertreffende functie. Super stil functieAls met de FAN CONTROL-toets de Super stil functie (Quiet) wordt geselecteerd, zal de luchtuitblaas-snelheid verminderen om een fluisterstille koelwerking te verkrijgen. Automatische functieomschakelingDe airconditioner schakelt automatisch tussen de koel- en verwarmingsfunctie om de ingestelde temperatuur te handhaven. 10° C verwarmingsfunctieDe ruimtetemperatuur kan op 10° C worden ingesteld, waardoor voorkomen wordt dat de ruimte-temperatuur te ver daalt.

) SlaapfunctieIndien de slaapfunctie (SLEEP) toets wordt ingedrukt tijdens de koelfunctie, dan wordt de ingestelde temperatuur automatisch geleidelijk verhoogd. Als de ingestelde tijd is bereikt, schakelt de air-conditioner automatisch uit. Verwijderbaar luchtinlaatroosterHet luchtinlaatrooster van de airconditioner kan eenvoudig verwijderd worden voor het schoonmaken. Schimmelbestendig filterHet luchtfilter is behandeld om groei van schimmels tegen te gaan. De uitgeblazen lucht is schoner enhet filter is eenvoudig te onderhouden. 4.

Polyfenol Catechin luchtreinigingsfilterHet polyfenol catechin luchtreinigingsfilter verwijdert d.m.v. statische elektriciteit onzichtbaar kleinestofdeeltjes (tabaksrook, micro-organismen) uit de lucht. Het filter bevat catechin, dat zeer effectief de groei van diverse bacteriën in het filter voorkomt. Houd er rekening mee, dat de luchthoeveelheidafneemt als u dit filter installeert. Hierdoor wordt het koelvermogen van de unit iets lager.IonenfilterHet filter verwijdert luchtjes door geabsorbeerde geuren af te breken m.b.v. de oxiderende en afbrekende werking van zeer fijne keramische deeltjes.AfstandsbedieningMet de draadloze afstandsbediening kunt u op een gemakkelijke manier de airconditioner bedienen.Afstandsbediening met draadU kunt ook gebruik maken van een (als optie verkrijgbare) afstandsbediening met draad.

Dezeafstandsbediening biedt twee extra functies: • Week-timer,• Temperature set back timer.Ook is het mogelijk de draadloze afstandsbediening en de afstandsbediening met draad tegelijkertijd te gebruiken. Enkele functies zijn dan niet bruikbaar. Worden de niet-bruikbare functies op deafstandsbediening geselecteerd, dan klinkt een pieptoon; het OPERATION-lampje, het TIMER-lampjeen het derde lampje van de binnenunit gaan knipperen. De niet-bruikbare functies van de draadloze afstandsbediening zijn: • 10 °C Verwarmingsfunctie, • TIMER (ON Timer, OFF Timer en Program Timer), • SLEEP Timer.5

3. Benaming en functie van onderdelenairconditioner en condensingunitBINNENUNIT (fig. 1)1. Bedieningspaneel (fig. 2)2. MANUAL/AUTO-toets• Als deze toets langer dan 10 seconden wordt ingedrukt, wordt de geforceerde koelfunctiegestart.• Deze functie wordt tijdens de installatie doorde installateurs gebruikt• Mocht de geforceerde koelfunctie per ongelukworden gestart, druk dan op de START/STOP-toets om de functie te beëindigen• Gebruik deze toets voor het re-setten van defilter-indicator. 3. Indicatielampjes (fig. 3)4. Ontvanger van signalen van de afstandsbediening5. OPERATION-lampje (groen)6. TIMER-lampje (oranje)Wanneer dit lampje knippert als de timer in werking is, dan duidt dit op een fout bij de instelling van de timer.7. ECONOMY-lampje (groen)• Het ECONOMY-lampje brandt als de energiebesparende functie of de 10 °C Verwarminsfunctie zijn geselecteerd.8. Luchtinlaatrooster (fig. 4)9.

73. Benaming en functie van onderdelenafstandsbedieningAFSTANDSBEDIENING (fig. 5)16. Signaalzender17. Functie-toets18. 10 °C Verwarmingstoets19. ECONOMY-toets20. Slaaptoets (SLEEP)21. TIMER-functie toets (+/-)22. Luchtsnelheidinsteltoets (FAN)23. START/STOP-toets24. Insteltoets, verticaal (SET)25. Insteltoets, horizontaal (SET)26. SWING-toets27. Temperatuur insteltoets (SET TEMP)28. TIMER insteltoets (+/-)29. Klok insteltoets30. TEST toets• Alleen voor het testen van de airconditioner.Toepassing tijdens normaal gebruik zal tot foutieve koelwaarden leiden.• Als deze toets wordt ingedrukt tijdens gebruik, dan zullen de timer en de operation lampjestegelijk gaan knipperen.• Druk voor het stoppen van de testfunctie nogmaals op de testtoets of de START/STOP toets.31. RESET-toets32. Display van de afstandsbediening (fig. 6)33. Temperatuurinstelling display34. Functie aanduiding display35.

4. VoorbereidingInschakelen van de apparatuur1. Steek de stekker in het stopcontact. 2. Zet de eventuele hoofdschakelaar op ON. Voorbereiding van de afstandsbedieningPlaatsen van de batterijen (AAA, RO3 of LRO3 x 2)1. Druk op het klepje aan de achterzijde van de afstandsbediening en schuif het in de richting van de pijl. 2. Plaats de batterijen in de juiste richting (+/-) in het batterijenvakje. 3. Sluit het batterijenvakje weer af met het klepje. LET OP. • Als de afstandsbediening voor een langere periode niet wordt gebruikt, dient u de batterijen te verwijderen. Dit om beschadiging van de afstandsbediening door lekkage van de batterijen te voorkomen. Zorg dat uw huid, ogen en mond niet in contact komen met de batterijenvloeistof van de eventueel lekkende batterijen. Bij contact het lichaamsdeel afspoelen met stromend water. Raadpleeg uw arts voor verdere behandeling.

• Lege batterijen tijdig verwijderen en deponeren in de milieubox of bij de inzameling van chemisch afval. Geen lege batterijen opladen. • Beide batterijen gelijktijdig vervangen. • Batterijen blijven onder normale omstandigheden ongeveer één jaar houdbaar. Als blijkt dat de afstandsbediening niet naar behoren functioneert, vervang dan de batterijen en druk op de ACL- toets met het puntje van een balpen of ander puntig voorwerp. • Houd de batterijen buiten bereik van kinderen. Gebruik van de afstandsbediening• De afstandsbediening moet op de signaalontvanger van de airconditioner worden gericht. • Bereik: ongeveer 7 meter. • Als een signaal door de airconditioner wordt ontvangen hoort u een pieptoon. • Druk de toets nogmaals in als u geen pieptoon hoort. Houder voor de afstandsbediening• De houder kan op de muur gemonteerd worden.

95. Instellen van de functiesInstellen van de gewenste functie1. Druk op de START/STOP-toets. Het OPERATION-lampje (groen) gaat branden De airconditioner start.2. Druk op de MODE-toets en selecteer de gewenste functie. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verschijnen de functies in de onderstaande volgorde:Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.Instellen van de temperatuur (SET TEMP.)Druk op de SET TEMP-toets.toets: druk op deze toets om de temperatuur te verhogen. toets: druk op deze toets om de temperatuur te verlagen.Temperatuurbereik:Automatisch (AUTO): 18 tot 30 °CVerwarmen (HEAT) 16 tot 30 °CKoelen/ontvochtigen(COOL/DRY): 18 tot 30 °C• In de functie circuleren kan de thermostaat kan niet worden ingesteld.

De temperatuur verschijnt niet op de display van de afstandsbediening.• De ingestelde temperatuur kan worden beschouwd als een standaard, die een kleine afwijking kan vertonen van de actuele ruimtetemperatuur.Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.Instellen van de luchtsnelheid (FAN)Druk op de FAN-toets. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verschijnen de snelheden in de onderstaande volgorde:Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.

Als de FAN CONTROL op AUTO staat:Verwarmen (HEAT): De ventilator zal optimaal de warme lucht laten circuleren. De ventilatordraait echter heel langzaamals de uitgeblazen lucht te koud is. Koelen (COOL): Zodra de ruimtetemperatuur in de automatische (AUTO) functie de ingestelde temperatuur bereiktheeft, schakelt de ventilator automatisch over op de lage snelheid. Luchtsnelheid (FAN):Als het verschil tussen de ruimtetemperatuur en de ingestelde temperatuur is teruggebracht of ver-hoogd, dan wordt de snelheid van de ventilator aangepast. In de monitor-functie en in het begin van de verwarmingsfunctie zal de ventilator op zeer lage snelheiddraaien. Als de FAN CONTROL op Quiet staat:Het SUPER QUIET indicatie lampje gaat branden. De luchtsnelheid zal iets afnemen, waardoor erminder geluid wordt geproduceerd.

• De super stil (QUIET) functie kan niet worden gebruikt bij de ontvochtigingsfunctie (DRY). Ditzelfde geldt als de functie DRY is ingesteld via de automatische stand. • De koel- en verwarmingsfunctie zullen iets afnemen wanneer de super stil (QUIET) functie is ingeschakeld. Uitschakelen van de airconditionerDruk op de START/STOP-toets. Het groene OPERATION lampje gaat uit. Bijzonderheden van de functiesAutomatische omschakelfunctie (AUTO CHANGEOVER)• Als de automatische omschakelfunctie wordt geselecteerd, zal de ventilator ongeveer een minuut lang zeer langzaam draaien, terwijl de airconditioner de ruimteomstandigheden analiseert om de juiste functie te kiezen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan +2 °C bedraagt, wordt de koelfunctie gekozen.

• Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur tussen + / -2 °Cligt, wordt de monitor functie gekozen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan -2 °Cbedraagt, wordt de verwarmingsfunctie functie gekozen.

• Als de airconditioner de ruimtetemperatuur bijna op de ingestelde temperatuur heeft gebracht, zalhij gaan draaien in de monitorfunctie. In deze stand zal de ventilator zeer langzaam draaien. Als de ruimtetemperatuur aanzienlijk verandert, zal de airconditioner nogmaals de juiste functie kiezen (verwarmen, koelen), om de ruimtetemperatuur weer in overeenstemming met de ingestelde temperatuur te brengen. (Het werkgebied van de monitorfunctie is + / - 2 °C van de ingestelde temperatuur. ) • Als de automatisch gekozen functie niet optimaal naar uw zin werkt, selecteer dan een van de andere functies (verwarmen, koelen, ontvochtigen, ventileren. )Verwarmen (HEAT)• Deze functie wordt gebruikt voor het verwarmen van de ruimte. • Wanneer deze functie is geselecteerd zal de ventilator gedurende 3 - 5 minuten in laag toerental draaien. Daarna zal de ingestelde ventilatorstand functioneren.

• Wanneer de ruimtetemperatuur erg laag is, zal de buitenunit langzaam invriezen. Hierdoor lopen de prestaties terug. De unit zal van tijd tot tijd de ‘defrost’ opstarten. Gedurende deze defrost-periode zal het OPERATION-lampje (groen) knipperen en het verwarmen zal stoppen.Koelen (COOL)• Deze functie wordt gebruikt voor het koelen van de ruimte.Ontvochtigen (DRY)• Deze functie wordt gebruikt bij geleidelijke koeling en tegelijkertijd voor ontvochtiging van de ruimte.• De ruimte kan niet verwarmd worden tijdens het ontvochtigen.• Gedurende de ontvochtiging (DRY) werkt de ventilator van de airconditioner op lage snelheid om de gewenste luchtvochtigheid te bereiken. De ventilator stopt af en toe.

De ventilator zal op lage snelheid gaan draaien als de luchtvochtigheid toeneemt.• De luchtsnelheid kan niet handmatig gewijzigd worden tijdens de ontvochtiging (DRY).Circuleren (FAN)• Wordt gebruikt om de lucht in de ruimte te laten circuleren.Tijdens verwarmenStel de thermostaat hoger in dan de ruimtetemeratuur. De functie verwarmen werkt niet als de temperatuur lager is ingesteld dan de ruimtetemperatuur.Tijdens koelen/ontvochtigenStel de thermostaat lager in dan de ruimtetemperatuur. De functie koelen/ontvochtigen werkt nietals de thermostaat hoger ingesteld is dan de actuele ruimtetemperatuur (in de stand koelen werktalleen de ventilator).Tijdens circulerenDe koel- en verwarmingsfunctie werken niet tijdens het circuleren. 11

6. TimerfunctieControleer of de afstandsbediening de juiste tijd aangeeft, voor u gaat werken met de TIMER-functie. Gebruik van de ON TIMER of de OFF TIMER1. Druk op de START/ STOP toets (indien de airconditioner al in werking is, ga naar stap 2). Het groene lampje op de airconditioner gaat branden. 2. Druk op de TIMER MODE toets om de ON TIMER of de OFF TIMER te selecteren. Elke keer als de toets wordt ingedrukt verandert de tijd in de onderstaande volgorde:Het oranje lampje op de binnenunit zal gaan branden. 3. Gebruik de TIMER SET toets om de gewenste OFF TIME of ON TIME te selecteren. Stel de tijd in terwijl het TIMER symbool op de afstandsbediening knippert. (Het symbool blijft ongeveer 5 seconden knipperen. ) +: om de tijd naar voren te laten verlopen; -: om de tijd terug te laten lopen. Na ongeveer 5 seconden wordt de complete display weer zichtbaar. Gebruik van de PROGRAM TIMER1.

Druk op de START/ STOP toets (indien de airconditioner al in werking is, ga naar stap 2). Het groene lampje op de airconditioner gaat branden. 2. Stel de gewenste ON en OFF tijden in (zie: gebruik van de ON TIMER of de OFF TIMER). Na ongeveer drie seconden wordt de gehele display weer zichtbaar. Het TIMER lampje (oranje)op de binnenunit gaat branden. 3. Druk op de TIMER MODE toets om de PROGRAM TIMER functie te selecteren (OFF ON of ON OFF verschijnt in de display). De display toont afwisselend ‘OFF timer / On timer’ en de eerstkomende ingestelde tijd. De PROGRAM TIMER is nu actief. (Als de eerstkomende geselecteerde tijd de ON TIMER betreft, zal de unit nu stoppen). Na ongeveer vijf seconden wordt de gehele display weer zichtbaar. Opheffen van de timerfunctieGebruik de TIMER MODE toets om CANCEL te selecteren. De unit keert terug naar normale werking.

13Bijzonderheden timerfunctie• Het is mogelijk in het programma de inschakeltijd en de uitschakeltijd eenmaal per etmaal (24 uur) in te stellen dus OFF timer ON timer of OFF timer ON timer. • De eerste TIMER tijd die u instelt kan het beste zo dicht mogelijk liggen bij de huidige tijd. De volgorde van werking staat met pijltjes aangegeven op de display. • Een voorbeeld van het gebruik van het programmeren van de TIMER is: uitschakelen als u gaat slapen en inschakelen voordat u weer opstaat. 7. Slaapfunctie (SLEEP)In tegenstelling tot de andere timerfuncties, wordt de slaapfunctie gebruikt om de airconditioner naeen bepaalde tijd (bijv. 2 uren) uit te schakelen. Gebruik van de slaapfunctieTijdens het wel of niet in werking zijn van de airconditioner drukt u op de SLEEP-toets. Het OPERATION lampje (groen) en het TIMER lampje (oranje) gaan branden.

Wijzigen van de ingestelde tijdenDruk nogmaals op de SLEEP- toets om de tijd te wijzigen m. b. v. de TIMER SET toetsen (+ / -). Stel de tijd in terwijl de TIMER MODE display knippert. (Dit duurt ongeveer vijf seconden. )Na deze vijf seconden wordt de gehele display weer zichtbaar. Wijzigen van de TIMER instellingVolg stap 2 en 3 van in- en uitschakelen van de timerfunctie. Stoppen van de airconditioner als de TIMER in werking isDruk op de START/ STOP toets. Bijzonderheden slaapfunctieOm overmatige koeling terwijl u slaapt te voorkomen, zal tijdens de slaapfunctie de ingestelde temperatuur automatisch aangepast worden in overeenstemming met de ingestelde uitschakeltijd. Als de ingestelde tijd is verstreken, dan schakelt de airconditioner zichzelf automatisch uit. Tijdens verwarmen:Als de slaaptijd is ingesteld, daalt de thermostaat-temeratuur ieder halfuur 1°C.

8. Instellen luchtuitblaasrichting• Gebruik de afstandsbediening voor het verstellen van de horizontale en verticale uitblaasrichting. • Gebruik hiervoor de AIR DIRECTION- toetsen nà het starten van de airconditioner en wacht totde luchtrichtinglamellen stilstaan. Verticale verstelling luchtuitblaasrichtingDruk op de verticale SET-toets. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt, verandert de richting als volgt:Luchtrichting en functie:1, 2, 3, 4, 5, 6 bij verwarmen, koelen en ontvochtigen. De functie weergave op de display van de afstandsbediening verandert niet. • Gebruik de aangegeven luchtuitblaasrichtingen die in de afbeelding zijn aangegeven. • De verticale luchtuitblaasrichting wordt automatisch ingesteld, afhankelijk van de ingestelde functie:Tijdens koelen en ontvochtigen: Horizontale richting 1Tijdens verwarmen: Neerwaartse richting 5.

• De auto-functie kan tijdens de eerste minuut van de werking niet versteld worden, de stand in de eerste minuut is horizontaal 1. De luchtrichting kan nu niet worden ingesteld. • Richting 1 en 2: alleen de richting van de uitblaaslamellen verandert; de richting van de Power Diffuser blijft gelijk. De luchtrichting wordt tijdelijk 1 als de temperatuur van de luchtstroom te laag is voor de verwarmingsfunctie. • Aan het begin van de AUTO/HEAT-functie en tijdens het automatisch ontdooien is de luchtstroomhorizontaal 1. De luchtrichting kan aan het begin van de Automatische functie dan ook niet worden ingesteld. Horizontale verstelling luchtuitblaasrichtingDruk op de horizontale SET-toets. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt, verandert de richting als volgt:De functie weergave op de display van de afstandsbediening verandert niet. GEVAAR.

• Gebruik altijd de afstandsbediening om de luchtrichting te verstellen voor de op- en neerwaartse beweging. Handmatig verstellen van de lamellen kan problemen opleveren. Als dit gebeurt, herstart dan de airconditioner zodat de lamellen hun oorspronkelijke stand weer innemen. • Tijdens de koel- en ontvochtigingsfunctie mogen de verticale lamellen niet in de verwarmingsstand(4-6) worden gezet. Dit kan resulteren in condens dat via de lamellen uit de airconditioner zal druppelen. Als de lamellen tijdens de koel- en ontvochtigingsfunctie voor meer dan 20 minuten in de verwarmingsstand staan staan, dan gaan deze automatisch terug naar stand 3. • Als in de gekoelde ruimte kinderen, ouderen of zieke personen aanwezig zijn, dienen de ruimte-temperatuur en de uitblaasrichting zorgvuldig te worden afgesteld. 1412 3 45123456.

9. SwingfunctieVoordat de swingfunctie wordt geactiveerd moet de airconditioner worden ingeschakeld.Druk op de SWING toets van de afstandsbediening. De SWING display wordt zichtbaar. Elke keer alsde Swing-toets wordt ingedrukt verandert de functie als volgt: Stoppen van de swingfunctieDruk opnieuw op de SWING toets. De SWING display verdwijnt.

• Het SWING-bereik is afhankelijk van de ingestelde luchthoeveelheid.• De swingfunctie kan tijdelijk stoppen als de ventilator niet in werking is of als deze op zeer lage snelheid draait.• Als de verticale SET toets wordt ingedrukt tijdens de OP/NEER functie, dan stopt deze functie en wanneer de horizontale SET toets wordt ingedrukt tijdens de LINKS/RECHTS functie, dan stopt ookdeze functie.10. Manual auto functieWanneer te gebruikenGebruik de manual auto toets als de afstandsbediening weg of onbruikbaar is (het bedieningspaneelzit onder het luchtinlaatrooster).Stoppen van de manual auto functieDruk opnieuw op de manual auto toets.• Als de airconditioner bediend wordt met de MANUAL AUTO toets, dan is de werking volgens de ingestelde functies van de automatisch (AUTO) functie.• De circulatiesnelheid staat op automatisch (AUTO) en de temperatuurinstelling is standaard (24 °C).15

11. Energiebesparende functieStart de airconditioner alvorens deze functie te selecteren. Inschakelen van de functieDruk op de ECONOMY-toets. Het ECONOMY-indicatielampje (groen) gaat branden. De functie start. Uitschakelen van de functieDruk nogmaals op de ECONOMY-toets. Het ECONOMY-indicatielampje gaat uit en de functie stopt. Bijzonderheden van de Enegiebesparende functie• Bij maximaal vermogen is de Energiebesparende functie ongeveer 70% van het normale vermogen bij koelen en verwarmen. • Selecteer de normale functie als de ruimte in de Energiebesparende functie onvoldoende wordt gekoeld of verwarmd. • De Energiebesparende functie kan niet worden ingeschakeld tijdens de Monitor-periode van de Automatische functie (AUTO). • In de energiebesparende functie is de temperatuur tijdens de koelfunctie iets hoger dan de ingesteldewaarde.

Tijdens de verwarmingsfunctie is de temperatuur iets lager. Op deze manier wordt energie bespaard t. o. v. de normale functie. • Bij multi-type airconditioners geldt de Energiebesparende functie alleen voor de ingestelde unit. 12. 10°C verwarming instellingDe ruimtetemperatuur kan op minimaal 10°C worden gehouden door de 10°C verwarmingstoets in tedrukken (fig. 6; 35), zodat de temperatuur niet te ver kan dalen. Gebruik van de 10°C instellingDruk op de 10°C toets. Het groene OPERATION-lampje gaat uit en het ECONOMY-lampje (groen) gaat branden. Stoppen van de 10°C instellingDru op de START/STOP-toets. De instelling wordt uitgeschakeld en het ECONOMY-lampje gaat uit. Over de 10°C instelling• De verwarmingsfunctie werkt niet, als de ruimtetemperatuur hoog genoeg is. • Met de 10 °C functie wordt de temperatuur op minimaal 10 °C gehouden, waardoor de ruimte-temperatuur niet te ver daalt.

• Als er bij multi-type airconditioners een unit in een andere ruimte wordt gebruikt om te verwarmen, zal de temperatuur in de ruimte waar de 10 °C functie actief is, oplopen.

Wij adviseren om bij gebruik van de 10 °C Verwarmingsfunctie units op deze functie te zetten. alle• Als de 10°C instelling is ingeschakeld, kan alleen de SWING-functie worden gebruikt. 16Indicatie-lampjeFunctie= Aan = UitTimerEnergie-besparingIndicatie-lampjeFunctie= Aan = UitTimerEnergie-besparing.

13. Onderhoud en schoonmaakLET OP!• Trek voor u begint met schoonmaken de stekker uit het stopcontact of zet de hoofdschakelaar uit.• Zorg dat het luchtinlaatrooster goed is bevestigd.• Let op bij het verwijderen en vervangen van de luchtroosters voor de warmtewisselaar. Aanraking kan persoonlijk letsel veroorzaken.Reinigen van het luchtinlaatroosterVerwijderen van het luchtinlaatrooster1. Plaats uw handen op de beide uiteinden van het inlaatpaneel en trek het naar voren.2. Trek het paneel door de weerstand en verwijder het.3. Druk op de vrijkomende knop en open het inlaatrooster geheel.ReinigenGebruik een stofzuiger om stofresten te verwijderen. Veeg daarna het rooster af met een warme vochtige doek. Droog het rooster met een schone droge doek.Terugplaatsen van het luchtrooster1. Duw beide knoppen geheel opzij.2.

Plaats het rooster met de linker- en rechter scharnieropening op het inlaatpaneel.3. Duw op de gemarkeerde plaats om het inlaatrooster te sluiten.171122ophang-haakScharnier-opening1212geopend inlaatroosterhouderknopknopscharnier-openinginlaatrooster

Reinigen van het luchtfilterVerwijderen van het luchtfilterOpen het luchtrooster en verwijder het luchtfilter.1. Pak het handvat van het luchtfilter vast, maak de beide haakjes los en haal het filteruit de behuizing. ReinigenVerwijder het stof met de stofzuiger of met water. Na het reinigen met water moet het filter goed drogen op een schaduwrijke plaats.Herplaatsen van het luchtfilter1. Houd de zijkanten van het luchtfilter precies voor het frontpaneel en druk het filter stevig vast. De twee onderste haken moeten goed in de gaten van het frontpaneel zitten. 2. Sluit het inlaatrooster.(Duidelijkheidshalve is in de illustratie het inlaatrooster weggelaten.)• Gebruik een neutraal schoonmaakmiddel of de stofzuiger voor het reinigen.

• Als het filter nat gereinigd is, laat het dan drogen op een schaduwrijke plaats, voordat u het weer installeert.• Als zich stof heeft opgehoopt op het luchtfilter, dan kan dit de oorzaak zijn van een slechtere uitblaaskwaliteit en van inefficiënt gebruik.• Tijdens intensief gebruik moeten de luchtfilters om de 2 weken worden gereinigd.• Bij langdurig gebruik kan zich in het filter vuil verzamelen, wat een optimale werking verhindert. Het is raadzaam de airconditioner regelmatig te laten inspecteren in aanvulling op uw eigen onder-houdsactiviteiten. Voor meer informatie, raadpleeg de erkende installateur.• Gebruik geen water warmer dan 40°C voor het schoonmaken. De omkasting kan krom trekken of verkleuren.

Dit geldt ook bij het schoonmaken met chemische schoonmaakmiddelen.• Gebruik in de nabije omgeving van de airconditioner geen ontvlambare sprays zoals haarlak en insecticiden.• Als u de airconditioner voor een langere periode niet gebruikt, laat deze dan een dag draaien bij droog weer, om de interne delen goed te laten drogen voordat deze worden uitgeschakeld.18haken (2 plaatsen)haken (2 plaatsen)luchtfilter handgreep

Reinigen van het luchtreinigingsfilter1.Open het luchtinlaatrooster en verwijder de luchtfilters.2.Installeer de luchtreinigingsset (bestaat uit 2 elementen).• Plaats het luchtreinigingsfilter in het filterframe.• Bevestig de ogen aan beide uiteinden van het filter aan de haken aan de achterzijde van het filterframe.Zorg ervoor, dat het reinigingsfilter niet onder het frame uitsteekt.• Bevestig de 6 aansluitpunten aan de boven- en onderkant van het filterframe aan de haken van het luchtfilter.19luchtfilters (links en rechts)filterframefiltersetHaak (op 2 plaatsen aan de achterkant)ogen (2 stuks)luchtreinigingsfilterachterzijde filterframeaansluitpunten (6 plaatsen)

3.Plaats de beide luchtfilters terug en sluit het luchtinlaatrooster.• Toepassing van het luchtreinigingsfilter is het meest effectief, als de ventilatorstand op HOOG wordt ingesteld.Vervangen van vervuilde luchtreinigingsfilters• Gebruik bij vervanging van vervuilde filters de volgende componenten (los verkrijgbaar):- Polyphenol Catechin Air Cleaning Filter UTR-FA13-1- Geurfilter UTR-FA13-2.1. Open het luchtinlaatrooster en verwijder de luchtfilters. 2.Vervang de vervuilde luchtreinigingsfilters door 2 nieuwe.- Verwijder de vervuilde luchtreinigingsfilters in tegengestelde volgorde als de plaatsing.- Installatie van het nieuwe filter is identiek aan de installatie van het oorspronkelijke filter. 3. Herplaats de beide luchtfilters en sluit het luchtinlaatrooster.Over het luchtreinigingsfilterPolyphenol Catechin Air Cleaning Filter (één laag)• De luchtreinigingsfilters zijn wegwerpfilters.

(Ze kunnen niet worden gewassen en hergebruikt.)• Gebruik de filters zo snel mogelijk na het openen van de verpakking. (Het reinigend vermogen neemt af, als de filters in geopende verpakking worden bewaard.)• Normaal gesproken moeten de filters ongeveer eens per drie maanden worden vervangen.• Gebruik van kwaliteitsfilters (UTR-FA13-1; los verkrijgbaar) wordt sterk aanbevolen.luchtfilter (links en rechts)luchtfilter (links en rechts)luchtfilter (links en rechts)20

Geurfilter (één laag - lichtblauw)• Voor een goede werking moeten de geurfilters ongeveer om de drie jaar worden vervangen. • Gebruik van kwaliteitsfilters (UTR-FA13-2; los verkrijgbaar) wordt sterk aanbevolen. Onderhoud van het geurfilter• Voor een goede werking is het nodig het geurfilter om de drie maanden schoon te maken:- verwijder het geurfilter- spoel de filters goed af in heet water met een zacht, neutraal wasmiddel (nooit wrijven of schrobben, dat heeft een nadelige invloed op de werking. )• Naspoelen met schoon water• In de schaduw laten drogen. Re-setten filter indicator• Alleen te gebruiken bij correcte instelling tijdens de installatie. Raadpleeg uw installateur als u deze functie wilt gaan gebruiken. • Het indicatie-lampje gaat branden als de filters moeten worden vervangen. Reinig het filter volgens de reinigings-voorschriften.

Druk na het schoonmaken korter dan 2 seconden op de MANUAL AUTO-toets op de binnenunit. 14. Selecteren van de signaalcode van de afstandsbedieningAls er twee of meer units in één ruimte zijn geplaatst en de afstandsbediening bedient een andere unitdan u wilt, wijzig dan de signaalcode van de afstandsbediening, zodat u alleen de unit bedient die uwenst (er zijn 4 mogelijkheden). Neem contact op met uw dealer voor het instellen van de codes opelke unit. (Volg de onderstaande procedure om de signaalcode van de afstandsbediening te selecteren. (Let op: de airconditioner kan geen signalen ontvangen als deze niet is ingesteld op een signaalcode. )1. Druk op de START/STOP-toets totdat alleen de klok zichtbaar is op de display van de afstandsbediening. 2. Druk gedurende minimaal 5 seconden op de MODE-toets om de huidige signaalcode zichtbaar te maken (Standaard-instelling is. 3.

15. ProblemenWAARSCHUWING. Zet in geval van storing (brandlucht, etc. ) onmiddellijk de airconditioner stop. Sluit de stroom af enraadpleeg de erkende installateur voor verdere actie. Als u de stroom uitschakelt, doe dit dan nietalleen op de airconditioner. De stroom staat dan nog steeds op het toestel. Zet dus de hoofdschakelaarop OFF en/of trek de stekker uit het stopcontact. Voordat u de erkende installateur inschakelt, kunt u zelf de volgende problemen afhandelen:Storing probleem pagina11De apparatuur werkt niet onmiddellijkGeluidsoverlastGeurtjes• Als de airconditioner wordt stopgezet en daarna direct weer wordt opgestart dan zal de compressor de eerste 3 minuten niet werken om te voorkomen dat de zekeringen smelten.

• Als de stekker uit het stopcontact wordt getrokken en er daarna opnieuw wordt ingestoken, dan zal het beveiligingscircuit ervoor zorgen dat de apparatuur de eerste 3 minuten niet start. • Gedurende de werking en direct na het uitschakelen van de apparatuur kan het geluid van water dat door de leidingen stroomt te horen zijn. De eerste 2-3 minuten na inschakelen kunt u eventueel de koelvloeistof horen. • Gedurende de werking kan het zijn dat een krakend geluid te horen is. De omkasting reageert op temperatuurverschillen. • Gedurende de stand verwarmen (HEAT)* kan er eenlicht lawaai hoorbaar zijn. Dit wordt veroorzaaktdoor de ontdooistand (DEFROST). • Bepaalde geuren kunnen door de airconditioner in de ruimte worden geblazen. Dit gebeurt door-dat deze geuren (sigarettenrook etc. ) worden aan-gezogen door de airconditioner.

• Als er binnen 30 seconden nadat de signaalcode zichtbaar is geworden, geen toetsen worden ingedrukt, keert het systeem terug naar de oorspronkelijke klokinstelling. Begin in dat geval opnieuw bij stap 1. • De airconditioner is vòòr aflevering ingesteld op code A. Raadpleeg uw dealer op deze code te wijzigen. • Als de batterijen van de afstandsbediening worden vervangen, keert deze terug naar instelling A.

Storing probleem pagina1110911111017Mist of stoom komt vrijLuchtstroom is zwak ofstoptWater komt uit debuitenunitDe apparatuur functioneert helemaal niet meerSlechte koelprestatiesDe unit werkt niet volgens de ingesteldewaarden• Gedurende het koelen en ontvochtigen kan het gebeuren dat stoom of mist vrijkomt van de airconditioner. Dit heeft als oorzaak het plotseling afkoelen van lucht door de apparatuur met als resultaat condensatie en mistvorming. • Gedurende de stand verwarmen (HEAT)* kan de ventilator van de buitenunit stoppen en kan er stoom ontstaan. Dit als gevolg van de ontdooistand (DEFROST). • De ventilator draait op lage snelheid tijdens ont-vochtiging en tijdens het meten van de ruimte-temperatuur. • In de AUTO stand draait de ventilator erg langzaam.

• Wanneer de airconditioner start in de stand ver-warmen, is de ventilatorsnelheid tijdelijk zeer laag om de interne onderdelen gelegenheid te geven op te warmen. • Als gedurende de stand verwarmen de ruimte-temperatuur stijgt tot boven de temperatuurinstel-ling, zal de buitenunit stoppen en de binnenunit op lage snelheid gaan draaien. Als u verder wilt verwarmen, zet dan de temperatuurinstelling hoger. • Gedurende de stand verwarmen zal de unit tijdelijk stoppen met werken (tussen de 7 en 15 minuten) wanneer de defrosting stand werkt. Op het display zal DEFROST zichtbaar worden. • In de monitor AUTO-stand draait de ventilator opzeer lage snelheid. • Gedurende de stand verwarmen kan er tijdens de ontdooistand (DEFROST) water uit de buitenunit komen. • Zit de stekker in het stopcontact. • Is er een stroomonderbreking. • Is er een zekering gesmolten.

• Staat de hoofdschakelaar op de uit (OFF) stand. • Is de timerfunctie actief. • Is het luchtfilter verontreinigd. • Is het luchtinlaatrooster of luchtuitlaatrooster verstopt. • Heeft u de instellingstemperatuur correct ingesteld. • Is er een deur of raam open.

Wanneer na controle van de genoemde problemen de airconditioner niet functioneert of het TIMER-lampje nog knippert, schakel dan de stroom uit (power schakelaar op OFF) en raadpleegde erkende installateur. 2416. Bijzonderheden van de werkingStroomstoring• Als de airconditioner uitvalt door een stroomstoring, dan zal deze automatisch worden herstart en in dezelfde functie doorgaan als voor de stroomstoring. • Bij stroomuitval gaan de lamellen naar de standaardinstelling bij herstarten. • Als een stroomstoring zich voordoet tijdens de timer-functie, dan worden deze gereset. Het toestel zal starten en stoppen op de nieuwe tijdsinstelling. Als zich een timer-fout voordoet, dan knippert het groene timer-lampje.

• Wordt in de directe omgeving van de airconditioner gebruik gemaakt van een radio of een elektrisch scheerapparaat (korte golf), dan kan het gebeuren dat de airconditioner wordt verstoord. Plaats de stekker opnieuw in het stopcontact. Gebruik de afstandsbediening om de airconditioner opnieuw op te starten. Temperatuur en vochtigheidsgraadKoelen Ontvochtigen Verwarmen(COOL) (DRY)Buitentemperatuur ca. -10°C ~ 46°C ca. -10°C ~ 46°C ca. -15 °C ~ 24°CBinnentemperatuur ca. 18°C ~ 30°C ca. 18°C ~ 30°C ca. 16°C ~ 30°C• Deze airconditioner werkt volgens het warmtepomp-principe; hij absorbeert warmte van de buiten-unit en transporteert deze warmte naar de binnenunit. Dit betekent dat de verwarmingsprestaties teruglopen als de buitentemperatuur daalt. Dit houdt in, dat bijverwarming noodzakelijk kan zijn. • Warmtepomp airconditioners verwarmen de ruimte door middel van luchtcirculatie.

De airconditioner zal nu tijdelijk stoppen om de defrost defrost operationoperation zijn werk te laten doen (7 - 15 min). Het OPERATION-lampje zal knipperen (rood). • Als de apparatuur wordt gebruikt in een omgeving die een hogere temperatuur heeft dan in de condities staat vermeld, dan kan het zijn dat het automatische beveiligingssysteem de werking onderbreekt. Als de apparatuur wordt gebruikt bij lagere temperaturen dan aangegeven, dan kan het zijn dat de warmtewisselaar bevriest. Dit kan lekkage of ander ongemak veroorzaken. • Gebruik de airconditioner niet voor andere doeleinden dan koelen, verwarmen, ontvochtigen en circuleren. • Als de airconditioner voor een langere periode gebruikt wordt in een omgeving met een hoge luchtvochtigheid, dan kan zich condens vormen. Deze druppelt uit de airconditioner. • Ook als de unit is uitgeschakeld verbruikt zij nog 20-40 W. elektriciteit.

Haal daarom bij lage temperaturen (± 10° of lager) de stekker uit het stopcontact. • Haal de stekker uit het stopcontact als de unit voor langere tijd niet gebruikt wordt.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fujitsu ASYG24LFCA stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden