Fujitsu ASHE012GCEH Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu ASHE012GCEH (8 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu ASHE012GCEH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fujitsu |
| Categorie: | Airco |
| Model: | ASHE012GCEH |
Handleiding Fujitsu ASHE012GCEH – volledige tekst
Nl-1 ● Schakel de elektrische schakelaar altijd uit voordat u de airconditioner of luchtlter schoonmaakt. ● Giet geen water of een schoonmaakmiddel direct op het apparaat en maak het apparaat niet met deze middelen schoon. ● Zorg dat de airconditioner niet in direct contact met water komt. ● Bedien de airconditioner niet als uw handen nat zijn. ● Controleer de installatiestand op schade. ● Gebruik het apparaat alleen met de luchtlters geïnstalleerd. ● Drink geen water dat door de airconditioner wordt afgevoerd. ● Oefen geen hevige druk uit op de lamellen van de radiator. ● Gebruik geen ontvlambare gassen in de buurt van de airconditioner. ● Raak de leidingen tijdens de werking van het apparaat niet aan. ● Controleer dat de afstand tussen elektrische apparaten en de binnen-eenheid en de buiteneenheid ten minstens 1 m is.
● Dit apparaat is niet bestemd voor personen (waaronder kinderen) met beperkte fysische, visuele of mentale mogelijkheden, of die een gebrek hebben aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen omtrent het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd toezicht over kinderen zodat ze niet met het apparaat spelen. Opmerking: Als u de bedrijfsstand in het warmteterugwinningssysteem wijzigt, kan het enige tijd duren voordat het apparaat opnieuw gebruiksklaar is. Dit is geen fout. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE OPGELET ● Probeer niet om deze airconditioner eigenhandig te installeren. ● Dit apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker gerepareerd kunnen worden. Raadpleeg altijd een erkende vakman als reparatie nodig is.
● Als u het apparaat in een andere ruimte wilt installeren, raadpleeg een erkende vakman om het apparaat te ontkoppelen en te installeren. ● Het apparaat moet worden geaard. ● Zorg dat de afvoerwerkzaamheden voor de uitlaat juist zijn uitge-voerd.
● Installeer de airconditioner niet in de buurt van een open haard of ander verwarmingstoestel. ● Houd kinderen uit de buurt wanneer u een binnen- of buiteneenheid installeert. BESCHRIJVING VAN DE ONDER-DELEN(1)(12)(13)(14)(2)(3)(4)(10)(5)(6)(7)(8)(9)(11)VEILIGHEIDSMAATREGELEN ● Voordat u het apparaat gebruikt, lees deze “VOORZORGSMAATRE-GELEN” grondig door en bedien dit apparaat op de juiste manier. ● Alle aanwijzingen in deze sectie zorgen voor een veiliger gebruik van het apparaat, leef ze aldus altijd na. ● “WAARSCHUWING” en “OPGELET” hebben in deze aanwijzingen de volgende betekenis: WAARSCHUWINGDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot ernstig letsel of de dood van de gebruiker.
OPGELETDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot persoonlijk letsel van de gebruiker of schade aan eigendommen. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ GEBRUIK WAARSCHUWING ● Stel uzelf niet langdurig bloot aan de directe wind van de airconditio-ner. ● Steek geen vingers of voorwerpen in de uitlaatpoort of de inlaatroos-ters. ● Uitgezonderd bij een NOODGEVAL, schakel de hoofd- of subschake-laar van de binnenapparaten tijdens de werking nooit uit. Dit leidt tot een storing van de compressor en het lekken van water. Stop eerst het binnenapparaat met behulp van de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat en schakel dan pas de schakelaar uit. Bedien het apparaat altijd via de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat. ● Als het snoer van dit apparaat beschadigd is, laat het alleen vervangen door een erkende vakman.
Speciaal gereedschap en een speciek snoer zijn vereist. ● Als er koelmiddel lekt, doof eventuele vlammen, lucht de kamer en neem contact op met een erkende vakman. OPGELET ● Zorg altijd voor voldoende ventilatie tijdens gebruik. ● Niet te gebruiken voor toepassingen met opslag van voedsel, precisie-apparatuur of kunstwerken.
● Plaats geen dieren of planten in de directe luchtstroom van het appa-raat. ● Richt de luchtstroom niet naar open haarden of verwarmingstoestel-len. ● Let er op dat de inlaat- en uitlaatpoort nooit mogen worden geblok-keerd of afgedekt. ● Klim niet op of plaats geen voorwerpen op de airconditioner. ● Plaats geen bloemenvazen of andere houders met water op de aircon-ditioner. ● Hang geen voorwerpen aan het binnenapparaat. ● Plaats geen voorwerpen onder het binnenapparaat die niet nat mogen worden. GEBRUIKERSHANDLEIDINGONDERDEELNR. 9377772404VRF-systeem binneneenheid (Muurmodel)INHOUDVEILIGHEIDSMAATREGELEN. 1BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN. 1MANUAL AUTO WERKING. 2LUCHTSTROOM RICHTING. 2MENSELIJKE SENSOR. 2GEBRUIKSTIPS. 3REINIGING EN ONDERHOUD. 3PROBLEEMOPLOSSING. 5SPECIFICATIES. 6.
Nl-2(1) Inlaatrooster(2) MANUAL AUTO knop: Dit wordt gebruikt om te bedienen wanneer de afstandsbediening niet beschikbaar is. (3) Voorpaneel(4) Menselijke sensor(5) Verticale luchtstroom richtingslamellen(6) Stroomomvormer(7) Afstandsbediening signaalontvanger: Dit is de plek waar de signa-len van de afstandsbediening worden ontvangen. (8) FILTER-controlelampje (rood): Het lampje gaat branden als het lter vuil is geworden. Raadpleeg voor het reinigen van het lter “REINIGING EN ONDERHOUD”. Het lampje gaat uit wanneer de RESET-knop wordt ingedrukt na het reinigen. (9) TIMER-controlelampje (oranje): Het gaat branden wanneer de timer werkt. (10) OPERATION-controlelampje (groen): Het gaat branden wanneer het in gebruik is.
(11) Afvoerslang(12) Luchtreinigingslter(13) Luchtlter(14) Horizontale luchtstoom richtingslamellen (achter de Verticale lucht-stroom richtingslamellen)Bedieningseenheid (optioneel)Types van afstandsbediening: ● Draadloze afstandsbediening ● Bedrade afstandsbediening ● Eenvoudige afstandsbedieningVoor de juiste bediening, raadpleeg de gebruikershandleiding van elk apparaat. MANUAL AUTO WERKINGGebruik de MANUAL AUTO werking in geval de afstandsbediening verlo-ren of niet voorhanden is. OPGELETDruk niet met uw natte handen of een scherp voorwerp op de knop MA-NUAL AUTO, dit kan een elektrische schok of storing veroorzaken. Werking startenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedie-ningspaneel. De werking kan met de volgende instelling ingesteld worden.
Bedrijfsstand AUTO:Wanneer de stand Auto kiezen niet mogelijk is, werkt het apparaat in dezelfde stand als de andere binneneenheid in hetzelfde systeem. (Wanneer de andere binneneenheid in hetzelfde systeem niet werkt, dan werkt de airconditioner in de koelstand. )Ventilatorsnelheid AUTOTemperatuurinstel-ling23 °CWerking stoppenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedie-ningspaneel.
LUCHTSTROOM RICHTINGVerticale luchtstroom richtingDe verticale windrich-ting kan worden gere-geld met de afstandsbe-diening. Koelen en drogen Verwarmen12341234Horizontale luchtstroom richtingDe horizontale luchtstroom richting kan handmatig wor-den ingesteld door het aanpassen van de rechter-linker lamellen. Knop (2 plaatsen) LamellenKnopMENSELIJKE SENSOROver de menselijke sensorDe menselijke sensor detecteert of er mensen in de ruimte zijn door naar beweging door mensen in de ruimte te zoeken. Instellingen van de Menselijke sensor kunnen worden uitgevoerd met de afstandsbedieningnsor. Raadpleeg de bedieningshandleiding van de afstandsbediening. ● UTY-RNR*Z* (bedrade afstandsbediening)Over de Auto opslaan bewerkingIndien iemand de kamer binnengaat tijdens de ingestelde tijd (15, 30, 60, 90, 120, 180 minuten) wordt ingestelde temperatuur wordt automatisch bediend.
(Als iemand de ruimte weer betreedt zal de menselijke sensor dit detec-teren en automatisch de originele instellingen weer aannemen. )Over de Auto off werkingIndien iemand de kamer binnengaat tijdens de ingestelde tijd (1 tot 24 uur met tussenpozen van 1 uur)wordt ingestelde temperatuur wordt automatisch bediend. OPMERKINGEN: ● Teneinde de werking te herstarten, drukt u op de [On/Off] knop van de afstandsbediening. ● De Auto off werking mag niet worden bediend, zelf indien er zich nog iemand in de kamer bevindt. De sensor kan mogelijk incorrect mensen detecteren, zelf indien er zich nog iemand in de kamer bevindt. ToepassingsbereikVerticale hoek 90° (zij-aanzicht)Horizontale hoek 100° (bovenaanzicht)90°7 m50° 50°7 m.
Nl-3Microcomputer-gestuurd automatisch ontdooien ● Wanneer de verwarmingsstand bij een lage buitentemperatuur en hoge luchtvochtigheid wordt gebruikt, kan er ijs op de buiteneenheid worden gevormd, waardoor de prestaties afnemen. Om dit te vermijden is het apparaat uitgerust met een microcomputer-gestuurde automatische ontdooifunctie. Als ijsvorming optreedt, zal de airconditioner tijdelijk stoppen en zal het ontdooicircuit kortstondig werken (circa 4 tot 15 minuten). Tijdens de automatische ontdooiing zal het OPERATION-controlelamp-je (groen) knipperen. Olieterugwinningsproces ● Er vindt regelmatig een olieterugwinningsproces plaats dat ervoor zorgt dat de compressorolie naar het buitenapparaat terugkeert. Tijdens de olieterugwinning knippert het OPERATION controlelampje (groen) (gedurende ongeveer 10 minuten).
Temperatuur- en luchtvochtigheidsbereik ● De temperatuur en vochtigheid, die voor de werking van dit apparaat nodig zijn, zijn in onderstaande tabel vermeld. Koel-/droogstand VerwarmingsstandBuitentemperatuurRaadpleeg de specicaties van de buitenapparaten. Binnentemperatuur18 tot 32 °C DB 10 tot 30 °C DBLuchtvochtig-heid binnenCirca 80% of lager ● Als de airconditioner bij een hogere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, kan de ingebouwde beveiligingscircuit in werking worden gesteld om schade aan het intern circuit te vermijden. Het is tevens mogelijk dat in de koel- en droogmodi, wanneer het apparaat bij een lagere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, de warmtewisselaar bevriest, dit kan het lekken van water of andere schade veroorzaken.
● Als het apparaat gedurende een lange periode bij een hoge lucht-vochtigheid wordt gebruikt, kan condensatie op de buitenkant van het binnenapparaat worden gevormd, die op de vloer of andere voorwer-pen eronder kan druppelen. ● Gebruik dit apparaat alleen voor het koelen, verwarmen, ontvochtigen en het circuleren van lucht in kamers van normale woningen.
REINIGING EN ONDERHOUD OPGELET ● Voor het reinigen van de binnenunit, moet u hem uitzetten en loskop-pelen van de stroomvoorziening. ● Voor het werken moet u ervoor zorgen dat het inlaatrooster volledig is afgesloten. Onvolledig afsluiten van het inlaatrooster kan effect hebben op de juiste werking of de prestaties van de airconditioner. ● Raak de aluminium lamellen van de warmtewisselaar ingebouwd in de binnenunit niet aan, om letsel bij het onderhouden van het apparaat. ● Stel de binneneenheid niet bloot aan vloeistonsecticiden of haar-spray. ● Sta niet op gladde, ongelijke of onstabiele ondergrond wanneer u het apparaat onderhoudt. Reinigen van het inlaatrooster en het luchtlterDagelijkse verzorgingTijdens het reinigen van het chassis van de binneneenheid moet u op het volgende letten: ● Gebruik geen water warmer dan 40 °C.
● Gebruik geen schurend reinigingsmiddel, vluchtige oplosmiddelen zoals benzeen of thinner. ● Veeg het apparaat voorzichtig met behulp van een zachte doek. OPMERKINGEN: ● De energiebesparingsfunctie werkt mogelijk niet als de kamertemperatuur veel verschilt van de temperatuur die is gedenieerd in de temperatuurinstelling, zoals direct na het starten van de werking. ● Het kan voorkomen dat de detectie onjuist is gezien de menselijke sensor infrarood licht detecteert dat mensen afgeven. Situaties waarin de sensor geen mensen in de ruimte detecteert, zelfs als er wel iemand in de ruimte is ● Als de temperatuur oog is en het verschil met de lichaamstemperatuur van mensen klein is. (Zoals in de zomer, wanneer de temperatuur 30°C of hoger is. ) ● Als er iemand in de ruimte is, maar diegene langere tijd niet beweegt.
Situaties waarin de sensor onjuist mensen in de ruimte detecteert, zelfs als er niemand in de ruimte is ● Als een hond of kat beweegt in de ruimte. ● Als de wind ervoor zorgt dat gordijnen of planten bewegen. ● Als er verwarmingseenheden, bevochtigers of elektrische apparatuur zoals oscillerende ventilators in werking zijn. GEBRUIKSTIPSWerking en vermogenOver de prioriteitsstatus en de stand-bystatus ● Er kunnen meerdere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem verbonden worden. De keuze aan bedrijfsmodi is beperkt naargelang het systeem. Koelen prioriteitsstatus:Wanneer de andere binneneenheden binnen hetzelfde systeem in de koel- of droogstand werken, is het niet mogelijk gelijktijdig verwarmen te selecteren.
Verwarmen prioriteitsstatus:Wanneer de andere binneneenheden binnen hetzelfde systeem in de verwarmingsstand werken, is het niet mogelijk gelijktijdig koelen of drogen te selecteren. Stand-bystatus:De stand-bystatus wordt geactiveerd wanneer 2 of meerdere binnen-apparaten in een verschillende modus worden opgestart. Alle bin-nenapparaten die zich niet in de prioriteitsmodus bevinden worden in stand-by gezet totdat de prioriteitsmodus wordt gewijzigd (de werking start zodra de prioriteit wordt gewijzigd). Het operation controlelampje (groen) brandt en het timer controlelamp-je (oranje) knippert. Lage omgevingskoeling ● Als de buitentemperatuur zakt, is het mogelijk dat de ventilatoren van het buitenapparaat naar Low Speed (langzaam) schakelen of dat een van de ventilatoren tijdelijk stopt.
Verwarmingsvermogen ● De verwarmingsmodus werkt volgens het warmtepompprincipe, waar-bij warmte uit de buitenlucht wordt opgenomen en vervolgens in de binnenruimte wordt afgegeven. De bedrijfsprestaties nemen aldus af naarmate de buitentemperatuur zakt. Als u het gevoel hebt dat onvol-doende warmte wordt geproduceerd, adviseren wij u deze airconditio-ner in combinatie met een ander verwarmingstoestel te gebruiken.
Nl-4Het reinigen van het inlaatrooster(1) Open het inlaatrooster in de richting van de pijl [a]. Terwijl u de linker- en rechter montage-assen van het inlaatrooster zachtjes naar buiten duwt [b], verwijder het inlaatrooster in de richting van de pijl [c]. aabcbc(2) Was het inlaatrooster voorzichtig met water of veeg het voorzichtig schoon met een zachte doek bevochtigd met warm water. Veeg deze vervolgens af met een droge en zachte doek. (3) Tijdens het horizontaal houden van het rooster, plaatst u de linker- en rechter montage-assen in de kussenblokken bovenaan het paneel [a]. Voor het juist vergrendelen van elke as, plaats u de as totdat deze vastklikt. Sluit dan het inlaatrooster [b]. aabb(4) Druk op 4 plaatsen op het inlaatrooster totdat hij volledig sluit.
Het reinigen van de luchtltersZorg ervoor dat u periodiek de luchlter reinigd, teneinde te voorkomen dat de efciëntie van het product wordt gereduceerd. Het gebruik van verstopte luchtlters zal de prestaties van de lamellen reduceren, en kan leiden tot reduceren van de luchtstroom of verhogen van het geluidsniveau. Bij normaal gebruik, moeten de luchtlters één keer per twee weken worden gereinigd. (1) Open het inlaatrooster. (Raadpleeg [a] van stap 1 in “Het reinigen van het inlaatrooster”. )(2) Terwijl u het inlaatrooster met uw hand vasthoudt, trekt u aan de handgreep [a] van het lter in de richting van het pijltje en laat de 2 klemmen los [b]. Vervolgens het lter voorzichtig naar beneden eruit trekken [c]. abbac(3) Filterhouder en luchtreinigingslter zijn aan de achterkant van het luchtlter bevestigd.
Verwijder ze uit het luchtlter door elke hoek van de lterhouder los te schroeven [d]. dddd(4) Verwijder het stof met een stofzuiger of door te wassen. Wanneer u het lter gaat wassen, moet u neutrale huishoudelijk schoonmaakmiddel en warm water gebruiken. Vervolgens het lter goed afspoelen, goed drogen in een plek met schaduw alvorens u het opnieuw gaat installeren.
(5) Bevestig het luchtreinigingslter en de lterhouder voor elk luchtlter. (6) Bevestig het luchtlter door het uit te lijnen met beide zijden van het lter met het paneel, en het lter volledig naar binnen duwen. OPMERKINGEN:Zorg ervoor dat de 2 klemmen goed in de openingen van het paneel zijn bevestigd. (7) Het inlaatrooster goed sluiten. (Raadpleeg stap 4 in “Het reinigen van het inlaatrooster”. )Vervangen van vieze luchtreinigingslters(1) Verwijder het luchtlter. (Raadpleeg stap 1 in “Vervangen van het luchtlter”. )(2) Laat 2 vergrendelingen [a] van de lterhouder los, en de houder in de richting van de pijl draaien [b]. Verwijder het verontreinigde luchtlter [c]. aabc(3) Bevestig een nieuwe of onderhouden luchtlter [d] op de lterhouder.
Het nieuwe luchtreinigsingslter kan aan de rechter houder of de linker houder bevestigd wordend(4) De 2 hoeken van de lterhouder [e] goed op het luchtlter klemmen. ee(5) Het luchtlter opnieuw installeren. (Raadpleeg stap 6 in “Het reinigen van de luchtlters”. )(6) Het inlaatrooster goed sluiten. (Raadpleeg stap 4 in “Het reinigen van het inlaatrooster” op pagina 10. ).
Nl-5In dit product worden 2 soorten luchtreinigingslters gebruikt. Wanneer u ze vervangt, koop voor deze handeling speciale luchtreini-gingslters voor dit productAPPLE-CATECHIN FILTER: UTR-FA16 (1 vel)Het Apple-catechin lter maakt gebruik van statische elektriciteit om jne deeltjes en stof in de lucht te zuiveren, zoals tabakrook en plantenpollen die te klein zijn om te zien. ● Dit lter is wegwerpbaar. Niet wassen of hergebruiken. ● Zodra u de verpakking hebt geopend, gebruik het zo snel mogelijk. Het reinigingseffect wordt verminderd als het lter in de geopende verpak-king wordt bewaard. ● Vervang het lter eenmaal per 3 maanden bij normaal gebruik. ● Door de ventilatorsnelheid hoog te houden, neemt het luchtreinigings-effect toe.
Ion deodorization lter: UTR-FA16-2 (Lichtblauw, 1 vel)De lter ontgeurt door krachtig geabsorbeerd geuren te ontleden met be-hulp van de oxiderende en reducerende effecten van ionen gegenereerd door de keramische ultrajne deeltjes. ● Om het deodoriserende effect te behouden, dient u de lter een keer per 3 maanden als volgt te reinigen: 1) Verwijder het lter. 2) Spoel de lters met heet hogedrukwater totdat het oppervlak wordt bedekt met water. 3) Was het lter voorzichtig met verdunningsmiddel neutraal reini-gingsmiddel. Niet wassen door wringen of wrijven om te voorko-men dat het deodorizing effect wordt verminderd door beschadi-ging. 4) Spoel de lter goed met water. 5) Droog het lter grondig in een schaduwrijke plek. 6) Het lter opnieuw op in de binnenunit installeren. ● Vervang het lter eenmaal per 3 jaar bij normaal gebruik.
Wanneer het apparaat gedurende een lange periode niet gebruikt zal wordenLaat de schakelaar minstens 12 uur ingeschakeld voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
Na langdurig niet-gebruik van het apparaatAls u de binneneenheid voor 1 maand of langer hebt afgesloten, voer dan voor een halve dag de FAN bewerking uit om de interne delen goed te drogen voordat u de normale werking uit kunt voeren. Aanvullende inspectieNa een lange gebruiksperiode kan het opgehoopte stof in de binnen-eenheid de productprestatie beperken, zelfs als u het apparaat hebt onderhouden met dagelijkse verzorgings- of reinigingsprocedures zoals beschreven in deze handleiding. In dat geval wordt een productinspectie aanbevolen. Vraag voor meer informatie advies aan geautoriseerd servicepersoneel. PROBLEEMOPLOSSINGDe volgende omstandigheden zijn geen defecten of storingen. Werkt niet onmiddellijk: ● Als het apparaat wordt gestopt en vervolgens onmiddellijk opnieuw wordt gestart, werkt de compressor niet gedurende 3 minuten om het doorbranden van de zekeringen te vermijden.
● Wanneer de elektrische schakelaar wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, werkt het beveiligingscircuit circa 3 minuten. Het apparaat zal gedurende deze periode niet werken. Luchtstroom is zwak of stopt: ● Wanneer de verwarmingsstand is ingeschakeld, zal de ventilator van de binneneenheid misschien tijdelijk tot stilstand komen zodat de inter-ne onderdelen kunnen opwarmen. ● Als de kamertemperatuur tijdens het verwarmen boven de thermo-staatinstelling komt, stopt zowel het buitenapparaat als de ventilator van het binnenapparaat. Als u de kamer meer wilt verwarmen, zet de thermostaat dan op een hogere stand. ● Tijdens het olieterugwinningsproces kan de luchtstroom gedurende circa 10 minuten tot stilstand komen. (Zie bladzijde 3) ● Het apparaat zal tijdens het verwarmen tijdelijk stoppen (tussen 4 en 15 minuten) wanneer de automatische ontdooimodus in werking treedt.
● Bij AUTO-monitoring werkt de ventilator op een lage snelheid. Knipperende lampjes: ● Het OPERATION controlelampje knippert (groen): Een olieterugwinningsproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 3) ● Het OPERATION controlelampje knippert (groen): Een automatisch ontdooiproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 3) ● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen afwisselend: Het apparaat werkt weer normaal na een stroomonderbreking. ● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen gelijktijdig: Het apparaat werkt in de teststand. Neem contact op met een mana-ger, onderhoud kan gaande zijn. ● Het OPERATION controlelampje (groen) brandt en het TIMER contro-lelampje (oranje) knippert: Dit is de stand-bystatus.
(Zie bladzijde 3)Er worden geluiden gehoord: ● In de volgende omstandigheden kunt u water horen stromen vanaf de binneneenheid en maakt de unit meer lawaai. Dit wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel. Wanneer de werking start Wanneer het olieterugwinningsproces stopt Wanneer het automatisch ontdooiproces stopt ● Tijdens de werking kan een licht piepgeluid worden gehoord. Dit is het resultaat van een minieme uitzetting en inkrimping van het paneel dat door een wijziging van de temperatuur wordt veroorzaakt. ● Een sissend geluid kan occasioneel tijdens het verwarmen worden gehoord. Dit geluid wordt door het automatisch ontdooiproces veroor-zaakt. (Zie bladzijde 3)Geuren: ● De binneneenheid kan geuren afgeven. Deze geuren worden door kamergeuren (meubilair, tabak, etc. ) veroorzaakt, die door de aircondi-tioner worden aangezogen.
Er komt damp uit de binneneenheid: ● Er kan tijdens het koelen een lichte nevel uit de binneneenheid op-stijgen. Dit wordt veroorzaakt door een plotselinge afkoeling van de kamerlucht door de lucht die door de airconditioner wordt afgegeven, wat tot condensatie en nevelvorming leidt.
Er komt stoom uit de binneneenheid: ● De ventilator van de buiteneenheid kan tijdens het verwarmen tot stil-stand komen en er kan stoom uit het apparaat opstijgen. Dit wordt door het automatisch ontdooiproces veroorzaakt. (Zie bladzijde 3)Er stroomt water uit de buiteneenheid: ● Er kan tijdens het verwarmen water uit de buiteneenheid stromen, wat wordt veroorzaakt door de automatische ontdooiing.
Nl-6De volgende omstandigheden zullen misschien niet op een defect wijzen, dus controleer de unit nog-maals. Werkt helemaal niet: ● Is er een stroomonderbreking. ● Is de zekering doorgebrand of is de beveiligingsschakelaar geacti-veerd. ● Is de hoofdschakelaar op de stand OFF ingesteld. ● Probeert u de unit in een andere stand te laten werken dan de priori-teitsstand. (Zie bladzijde 3) ● Is het apparaat in de stand-bystatus. (Zie bladzijde 3) ● Is de Auto off bewerking van de Menselijk sensor instelling activef. (Zie bladzijde 2)De bedrijfsstand kan niet worden gewijzigd: ● Probeert u de unit in een andere stand te laten werken dan de priori-teitscondities. (Zie bladzijde 3)Zwakke prestaties tijdens het koelen (of verwarmen): ● Hebt u de kamertemperatuurinstellingen (thermostaat) juist aange-past. ● Is het luchtlter vuil.
(Zie bladzijde 4) ● Is de inlaat- of uitlaatpoort van de airconditioner geblokkeerd. ● Staat er een raam of deur open. ● Tijdens het koelen, is er een raam die fel zonlicht binnenlaat. (Doe de gordijnen dicht. ) ● Tijdens het koelen, bevinden er zich verwarmingstoestellen, computers of veel mensen in de kamer. ● Is de ventilatorsnelheid te laag ingesteld. ● Is de Auto opslaan bewerking van de Menselijk sensor instelling acti-vef. (Zie bladzijde 2)Stel de temperatuur lager dan de kamertemperatuur in en gebruikt het: ● Temperatuur zakt niet zoals gewenst. De temperatuur zakt niet zoals gewenst naargelang de kameromstan-digheden. (Bij een hoge vochtigheid of hoge kamertemperatuur. ) (Zie bladzijde 3)In de volgende omstandigheden, stop onmiddellijk met het gebruik van het apparaat en neem contact op met een erkende vakman.
● Het probleem kan niet worden opgelost, zelfs na het uitvoeren van de controles die in de sectie probleemoplossing zijn vermeld. ● Het FILTER-controlelampje (rood) knippert zeer snel. ● De bedrade afstandsbediening of eenvoudige afstandsbediening geeft Er aan (wanneer aangesloten).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fujitsu ASHE012GCEH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Fujitsu
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco