Fujitsu Airstage AUXV014GLEH Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu Airstage AUXV014GLEH (8 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu Airstage AUXV014GLEH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fujitsu |
| Categorie: | Airco |
| Model: | Airstage AUXV014GLEH |
Handleiding Fujitsu Airstage AUXV014GLEH – volledige tekst
ONDERDEEL Nr. 9384724014NederlandsGEBRUIKERSHANDLEIDINGBINNENEENHEID (1-wegs stroom-cassettemodel) Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.AUXV004GLEHAUXV007GLEHAUXV009GLEHAUXV012GLEHAUXV014GLEHAUXV018GLEHAUXV024GLEHGEFABRICEERD IN P.R.C.Raadpleeg het typeplaatje voor het serienum-mer, productie jaar en maand.
Nl-1VEILIGHEIDSMAATREGELEN ●Voordat u het apparaat gebruikt, lees deze “VOORZORGSMAATREGE-LEN” grondig door en bedien dit apparaat op de juiste manier. ●Alle aanwijzingen in deze sectie zorgen voor een veiliger gebruik van het apparaat, leef ze aldus altijd na. ●“WAARSCHUWING” en “OPGELET” hebben in deze aanwijzingen de volgende betekenis: WAARSCHUWINGDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot ernstig letsel of de dood van de gebruiker. OPGELETDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot persoonlijk letsel van de gebruiker of schade aan eigendommen. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ GEBRUIK WAARSCHUWING ●Stel uzelf niet langdurig bloot aan de directe wind van de airconditio-ner. ●Steek geen vingers of voorwerpen in de uitlaatpoort of de inlaatroos-ters.
●Uitgezonderd bij een NOODGEVAL, schakel de hoofd- of subschake-laar van de binnenapparaten tijdens de werking nooit uit. Dit leidt tot een storing van de compressor en het lekken van water. Stop eerst het binnenapparaat met behulp van de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat en schakel dan pas de schakelaar uit. Bedien het apparaat altijd via de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerap-paraat. ●Als het snoer van dit apparaat beschadigd is, laat het alleen vervangen door een erkende vakman. Speciaal gereedschap en een speciek snoer zijn vereist. ●Als er koelmiddel lekt, doof eventuele vlammen, lucht de kamer en neem contact op met een erkende vakman. OPGELET ●Plaats geen dieren of planten in de directe luchtstroom van het appa-raat. ●Richt de luchtstroom niet naar open haarden of verwarmingstoestel-len.
●Zorg dat de inlaat- en uitlaatpoort nooit wordt belemmerd of afgedekt. ●Klim niet op of plaats geen voorwerpen op de airconditioner. ●Plaats geen bloemenvazen of andere houders met water op de aircon-ditioner. ●Hang geen voorwerpen aan het binnenapparaat.
●Plaats geen voorwerpen onder het binnenapparaat die niet nat mogen worden. ●Schakel de elektrische schakelaar altijd uit voordat u de airconditioner of luchtlter schoonmaakt. ●Giet geen water of een schoonmaakmiddel direct op het apparaat en maak het apparaat niet met deze middelen schoon. ●Zorg dat de airconditioner niet in direct contact met water komt. ●Bedien de airconditioner niet als uw handen nat zijn. ●Controleer de installatiestand op schade. ● Gebruik het apparaat alleen met de luchtlters geïnstalleerd. ●Drink geen water dat door de airconditioner wordt afgevoerd. ●Oefen geen hevige druk uit op de lamellen van de radiator. ●Gebruik geen ontvlambare gassen in de buurt van de airconditioner. ●Raak de leidingen tijdens de werking van het apparaat niet aan. ●Zorg voor een afstand van minstens 1 m tussen elektrische apparaten en binnen- of buitenapparaten.
●Dit apparaat is niet bestemd voor personen (waaronder kinderen) met beperkte fysische, visuele of mentale mogelijkheden, of die een gebrek hebben aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instruc-ties hebben gekregen omtrent het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd toezicht over kinderen zodat ze niet met het apparaat spelen. OPMERKING:Als u de bedrijfsstand in het warmteterugwinningssysteem wijzigt, kan het enige tijd duren voordat het apparaat opnieuw gebruiksklaar is. Dit is geen fout. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE OPGELET ●Probeer niet om deze airconditioner eigenhandig te installeren. ●Dit apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker gerepareerd kunnen worden. Raadpleeg altijd een erkende vakman als reparatie nodig is.
●Als u het apparaat in een andere ruimte wilt installeren, raadpleeg een erkende vakman om het apparaat te ontkoppelen en te installeren. ●Het apparaat moet worden geaard. ●Zorg dat de afvoerwerkzaamheden voor de uitlaat juist zijn uitgevoerd.
●Installeer de airconditioner niet in de buurt van een open haard of ander verwarmingstoestel. ●Houd kinderen uit de buurt wanneer u een binnen- of buitenapparaat installeert. BESCHRIJVING VAN DE ONDER-DELEN(1)(2)(3)(1) Horizontale luchtstroom lamellen(2) Inlaatrooster(3) Luchtlter (achter het inlaatrooster)Bedieningseenheid (optioneel)Types van afstandsbediening: ●Draadloze afstandsbediening (Vooral gebruiken na aansluiting van de optionele IR-ontvanger. ) ●Bedrade afstandsbediening ●Eenvoudige afstandsbedieningRaadpleeg voor de juiste bediening de bedieningshandleiding van elk van de apparaten. INHOUDVEILIGHEIDSMAATREGELEN. 1. BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN. 1. MANUAL AUTO WERKING. 2LUCHTSTROOM RICHTING. 2. GEBRUIKSTIPS. 2. REINIGING EN ONDERHOUD. 3. PROBLEEMOPLOSSING. 4. SPECIFICATIES. 5. GEBRUIKERSHANDLEIDINGONDERDEEL Nr.
Nl-2MANUAL AUTO WERKINGGebruik de functie MANUAL AUTO als u de afstandsbediening niet meer hebt of deze om andere redenen niet beschikbaar is. *Alleen wanneer de optionele IR-ontvanger is aangesloten. OPGELETDruk niet met uw natte handen of een scherp voorwerp op de knop MA-NUAL AUTO, dit kan een elektrische schok of storing veroorzaken. Werking startenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedie-ningspaneel. De werking kan met de volgende instelling ingesteld worden. Bedrijfsstand AUTO:Wanneer de stand Auto niet geselecteerd kan worden, werkt het apparaat in dezelfde stand als de andere binneneenheid in hetzelfde systeem. (Wanneer de andere binneneenheid in hetzelfde systeem niet werkt, dan koelt de airconditioner. )Ventilatorsnelheid AUTOTemperatuurinstel-ling23 °CWerking stoppenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedie-ningspaneel.
LUCHTSTROOM RICHTINGVerticale luchtstroom richtingDe opwaartse/neerwaartse luchtstroomrichting kan worden bediend met de afstandsbediening. De positie van de windrichting die kan worden ingesteld varieert afhanke-lijk van het type afstandsbediening. Door de bedrade afstandsbediening(1)(2)(3)(4)Koelen en drogen: (1), (2), (3), (4)Verwarmen: (1), (2), (3), (4)Door de draadloze afstandsbediening**Alleen wanneer de optionele IR-ontvanger is aangesloten. (1)(2)(4)(3)(5)Koelen en drogen: (1), (2), (3), (4), (5)Verwarmen: (1), (2), (3), (4), (5)OPMERKING:De instelling van de luchtstroom vanaf de draadloze regeleenheid voor bediening op afstand wordt niet weergegeven in de display van de bekabelde regeleenheid of op de mobiele app. DraaienDe draaiende opwaartse/neerwaartse luchtstroomrichting kan worden ingesteld.
Koelen prioriteitsstatus: Wanneer de andere binnenunits binnen hetzelfde systeem in de koel- of droogmodus werken, is het niet mogelijk om gelijktijdig verwarmen te selecteren. Verwarmen prioriteitsstatus: Wanneer de andere binnenunits binnen hetzelfde systeem in de ver-warmingsmodus werken, is het niet mogelijk om gelijktijdig koelen of drogen te selecteren. Stand-bystatus: De stand-bystatus wordt geactiveerd wanneer 2 of meerdere binnen-apparaten in een verschillende modus worden opgestart. Alle bin-nenapparaten die zich niet in de prioriteitsmodus bevinden worden in stand-by gezet totdat de prioriteitsmodus wordt gewijzigd (de werking start zodra de prioriteit wordt gewijzigd). Het OPERATION controlelampje brandt (groen) en het TIMER contro-lelampje knippert (oranje) (alleen wanneer de optionele IR-ontvanger is aangesloten).
Lage omgevingskoeling ●Wanneer de buitentemperatuur zakt, is het mogelijk dat de ventilatoren van het buitenapparaat naar Low Speed (langzaam) schakelen of dat een van de ventilatoren tijdelijk stopt. Verwarmingsvermogen ●De verwarmingsstamd werkt volgens het warmtepompprincipe, waarbij warmte uit de buitenlucht wordt opgenomen en vervolgens in de bin-nenruimte wordt afgegeven. De bedrijfsprestaties nemen aldus af naar-mate de buitentemperatuur zakt. Als u het gevoel hebt dat het apparaat onvoldoende warmte produceert, raden wij u aan om deze airconditio-ner in combinatie met een ander verwarmingstoestel te gebruiken. ●De verwarmingsstand warmt de volledige ruimte op door de lucht in de ruimte te laten circuleren. Na het inschakelen van de airconditioner kan het aldus enige tijd duren voordat de kamer is verwarmd.
Automatische ontdooiing ●Wanneer de verwarmingsstand bij een lage buitentemperatuur en hoge vochtigheid wordt gebruikt, kan er ijs op het buitenapparaat ontstaan waardoor de prestaties afnemen. Om dit te vermijden is het apparaat uitgerust met een automatische ontdooifunctie.
Als ijsvorming optreedt, zal de airconditioner tijdelijk stoppen en zal het ontdooicircuit kortston-dig werken (circa 4 tot 15 minuten). Tijdens het automatische ontdooiproces knippert het OPERATION controlelampje (groen) (alleen wanneer de optionele IR-ontvanger is aangesloten). Olieterugwinningsproces ●Er vindt regelmatig een olieterugwinningsproces plaats dat ervoor zorgt dat de compressorolie naar het buitenapparaat terugkeert. Tijdens het olieterugwinningsproces knippert het OPERATION con-trolelampje (groen, ongeveer 10 minuten lang) (alleen wanneer de optionele IR-ontvanger is aangesloten).
Nl-3Temperatuur- en luchtvochtigheidsbereik ●De temperatuur en vochtigheid, die voor de werking van dit apparaat nodig zijn, zijn in onderstaande tabel vermeld. Koel-/droogstand VerwarmingsstandBuitentempe-ratuur Raadpleeg de specicaties van de buitenapparaten. Binnentempe-ratuur Circa 18 tot 32 °C DB Circa 10 tot 30 °C DBLuchtvochtig-heid binnen Circa 80% of lager ●Als de airconditioner bij een hogere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, kan de ingebouwde beveiligingscircuit in werking worden gesteld om schade aan het intern circuit te vermijden. Het is tevens mogelijk dat in de koel- en droogmodi, wanneer het apparaat bij een lagere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, de warmtewisselaar bevriest, dit kan het lekken van water of andere schade veroorzaken.
●Als het apparaat gedurende een lange periode bij een hoge lucht-vochtigheid wordt gebruikt, kan condensatie op de buitenkant van het binnenapparaat worden gevormd, die op de vloer of andere voorwer-pen eronder kan druppelen. ●Gebruik dit apparaat alleen voor het koelen, verwarmen, ontvochtigen en het circuleren van lucht in kamers van normale woningen. REINIGING EN ONDERHOUD OPGELET ●Voordat u het apparaat schoonmaakt, schakel het apparaat uit en ontkoppel het van de voeding. ●Sta tijdens het schoonmaken niet op een onstabiele ondergrond. ● Wanneer u de luchtlters verwijdert of vervangt, raak de warmtewisse-laar dan niet aan. Risico van persoonlijk letsel. ●Zorg ervoor dat het inlaatrooster stevig wordt gemonteerd. ●Maak de binnenkant van het apparaat niet zelf schoon. Om de bin-nenkant schoon te maken, neem altijd contact op met een erkende vakman.
●Maak de behuizing van het apparaat niet schoon met water warmer dan 40 °C, agressieve schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen zoals benzeen of verdunner. ●Verwijder geen enkel deel uit het apparaat met uitzondering van het lter.
● Indien er zich vuil ophoopt op het luchtlter zal de luchtstroom vermin-deren, leidend tot een lagere efciëntie en meer geluid. ● Bij normaal gebruik moeten de luchtlters elke twee maanden worden schoongemaakt. Reiniging van de luchtltersWanneer het lterlampje knippert, moet het lter ver-wijderd en gereinigd worden. 1. Verwijder de schroeven op het inlaatrooster. SchroefGebruik een schroevendraaier. Het aantal schroeven en vergrendelingen verschilt per model. 004/007/009/012 model: 3 plaatsen 014/018/024 model: 5 plaatsen2. Duw op de vergrendelingen van het inlaatroos-ter om het rooster los te maken. Het inlaatrooster hangt omlaag. Vergrendeling3. Verwijder de luchtlters. Ontgrendel alle bodemhaken bij het optillen van het lter. OPMERKINGEN: Het aantal en de posities van de luchtlterhaken verschilt per model. 4. Reinig de luchtlters.
Verwijder het stof van de luchtlters door stofzuigen of ze te wassen. Na het wassen moeten de lters goed drogen in een gebied beschermd tegen zonlicht. • Stof kan van de luchtlter worden gereinigd met een stofzuiger, of door het wassen van het lter in een oplossing van mild schoonmaak-middel en warm water. Als u het lter wast, laat u deze goed drogen op een plaats in de schaduw voordat u hem weer terugplaatst. • Indien er zich vuil ophoopt op het luchtlter zal de luchtstroom ver-minderen, leidend tot een lagere efciëntie en meer geluid. 5. Plaats de lters weer in het inlaatrooster. Plaats het luchtlter op alle boven-ste haken van het inlaatrooster. Haak dan het lter op alle bodem-haken.
Nl-46. Sluit het inlaatrooster en sluit alle vergrendelingen van het inlaatrooster. 7. Draai alle schroeven van het inlaatrooster vast. ● Stof kan van de luchtlter worden gereinigd met een stofzuiger, of door het wassen van het lter in een oplossing van mild schoonmaakmiddel en warm water. Als u het lter wast, laat u deze goed drogen op een plaats in de schaduw voordat u hem weer terugplaatst. ● Indien er zich vuil ophoopt op het luchtlter zal de luchtstroom vermin-deren, leidend tot een lagere efciëntie en meer geluid. ● Na het inschakelen van de stroom drukt u op de lterknop op de afstandsbediening om de lterlamp uit te schakelen. (Zie de gebrui-kershandleiding inbegrepen bij de afstandsbediening voor meer infor-matie. )Reinigen van het chassisWas het chassis met warm water, en droog het dan met een schone en zachte doek.
Wanneer het apparaat gedurende een lange periode niet gebruikt zal wordenLaat de schakelaar minstens 12 uur ingeschakeld voordat u het apparaat opnieuw gebruikt. PROBLEEMOPLOSSINGDe volgende omstandigheden zijn geen defecten of storingen. Werkt niet onmiddellijk: ●Als het apparaat wordt gestopt en vervolgens onmiddellijk opnieuw wordt gestart, werkt de compressor niet gedurende 3 minuten om het doorbranden van de zekeringen te vermijden. ●Wanneer de elektrische schakelaar wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, werkt het beveiligingscircuit circa 3 minuten. Het apparaat zal gedurende deze periode niet werken. Luchtstroom is zwak of stopt: ●Wanneer de verwarmingsstand is ingeschakeld, is het mogelijk dat de ventilator van het binnenapparaat tijdelijk stopt zodat de interne onder-delen kunnen opwarmen.
●Als de kamertemperatuur tijdens het verwarmen boven de thermo-staatinstelling komt, stopt zowel het buitenapparaat als de ventilator van het binnenapparaat. Als u de kamer meer wilt verwarmen, stel de thermostaat op een hogere instelling in.
●Tijdens het olieterugwinningsproces zal de luchtstroom mogelijk on-geveer 10 minuten tot stilstand komen. (Raadpleeg de “GEBRUIK-STIPS”) ●Het apparaat zal tijdens het verwarmen tijdelijk stoppen (tussen 4 en 15 minuten) wanneer de automatische ontdooimodus in werking treedt. (Raadpleeg de “GEBRUIKSTIPS”) ●De ventilator kan tijdens het droogproces of wanneer het apparaat over de kamertemperatuur waakt op een lage snelheid werken. ●In het AUTO waakproces werkt de ventilator op een lage snelheid. Knipperende lampjes: (Alleen wanneer IR-ontvanger is aangesloten) ●Het Operation-controlelampje knippert (groen): Een olieterugwinningsproces wordt uitgevoerd. (Raadpleeg de “GE-BRUIKSTIPS”) ●Het Operation-controlelampje knippert (groen): Een automatisch ontdooiproces wordt uitgevoerd.
(Raadpleeg de “GE-BRUIKSTIPS”) ●Het Operation-controlelampje (groen) en het Timer-controlelampje (oranje) knipperen afwisselend: Het apparaat werkt opnieuw normaal na een stroomonderbreking. ●Het Operation-controlelampje (groen) en het Timer-controlelampje (oranje) knipperen gelijktijdig: Het apparaat werkt in de teststand. Neem contact op met een manager, onderhoud kan gaande zijn. ●Het Operation-controlelampje (groen) brandt en het Timer-controlelamp-je (oranje) knippert: Dit is de stand-bystatus. (Raadpleeg de “GEBRUIKSTIPS”)Er worden geluiden gehoord: ●In de volgende omstandigheden kunt u het stromen van water vanaf het binnenapparaat horen en maakt het apparaat tijdens de werking meer lawaai. Dit wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel.
Wanneer de werking start Wanneer het olieterugwinningsproces stopt Wanneer het automatisch ontdooiproces stopt ●Tijdens de werking kan een licht piepgeluid worden gehoord. Dit is het resultaat van een minieme uitzetting en inkrimping van het paneel dat door een wijziging van de temperatuur wordt veroorzaakt. ●Een sissend geluid kan occasioneel tijdens het verwarmen worden gehoord.
Dit geluid wordt door het automatisch ontdooiproces veroor-zaakt. (Raadpleeg de “GEBRUIKSTIPS”)Geuren: ●Het binnenapparaat kan geuren afgeven. Deze geuren worden door kamergeuren (meubilair, tabak, etc. ) veroorzaakt, die door de airconditi-oner worden aangezogen. Er komt damp uit het binnenapparaat: ●Een dunne nevel kan tijdens het koelen door het binnenapparaat worden afgegeven. Dit wordt veroorzaakt door een plotselinge afkoe-ling van de kamerlucht door de lucht die door de airconditioner wordt afgegeven, wat tot condensatie en nevelvorming leidt. Er komt stoom uit het binnenapparaat: ●De ventilator van het buitenapparaat kan tijdens het verwarmen worden gestopt en stoom kan uit het apparaat opstijgen. Dit wordt door het automatisch ontdooiproces veroorzaakt.
(Raadpleeg de “GEBRUIK-STIPS”)Water stroomt uit het buitenapparaat: ●Er kan tijdens het verwarmen water uit de buiteneenheid stromen, wat wordt veroorzaakt door de automatische ontdooiing. De volgende omstandigheden kunnen geen defect zijn, controleer nogmaals. Werkt helemaal niet: ●Is er een stroomonderbreking. ●Is de zekering doorgebrand of is de beveiligingsschakelaar geacti-veerd. ●Is de hoofdschakelaar op de stand OFF ingesteld. ●Probeert u het apparaat op een andere stand te laten werken dan de prioriteitsstand. (Raadpleeg de “GEBRUIKSTIPS”) ●Is het apparaat in de stand-bystatus. (Raadpleeg de “GEBRUIK-STIPS”)De bedrijfsmodus kan niet worden gewijzigd: ●Probeert u het apparaat op een andere stand te laten werken dan de prioriteitsomstandigheden.
(Raadpleeg de “GEBRUIKSTIPS”)Zwakke prestaties tijdens het koelen (of verwarmen): ●Hebt u de kamertemperatuurinstellingen (thermostaat) juist aange-past. ● Is de luchtlter vuil. (Raadpleeg “REINIGING EN ONDERHOUD”) ●Is de inlaat- of uitlaatpoort van de airconditioner verstopt. ●Staat er een raam of deur open. ●Tijdens het koelen, is er een raam die fel zonlicht binnenlaat. (Doe de gordijnen dicht.
) ●Tijdens het koelen, bevinden er zich verwarmingstoestellen, computers of veel mensen in de kamer. ●Is de ventilatorsnelheid te laag ingesteld. Stel de temperatuur lager dan de kamertemperatuur in en gebruikt het: ●Temperatuur zakt niet zoals gewenst. De temperatuur zakt niet zoals gewenst naargelang de kameromstandigheden. (Bij een hoge vochtig-heid of hoge kamertemperatuur. ) (Raadpleeg de “GEBRUIKSTIPS”)In de volgende omstandigheden, stop onmiddellijk met het gebruik van het apparaat en neem contact op met een erkende vakman. ●Het probleem kan niet worden opgelost, zelfs na het uitvoeren van de controles die in de sectie probleemoplossing zijn vermeld. ●Het FILTER-controlelampje (rood) knippert zeer snel (wanneer de optio-nele IR-ontvanger is aangesloten). ●De bedrade afstandsbediening of de eenvoudige afstandsbediening geeft Er aan (wanneer die opties zijn aangesloten).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fujitsu Airstage AUXV014GLEH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Fujitsu
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco