Fujitsu Airstage AUXK024GLAH Handleiding

Fujitsu Airco Airstage AUXK024GLAH

Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu Airstage AUXK024GLAH (8 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 76 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu Airstage AUXK024GLAH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/8
ONDERDEELNR. 9369313226
GEBRUIKERSHANDLEIDING
BINNENEENHEID (Cassettemodel)
Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
Nederlands
AUXM018GLAH
AUXM024GLAH
AUXM030GLAH
AUXK018GLAH
AUXK024GLAH
AUXK030GLAH
AUXK034GLAH
AUXK036GLAH
AUXK045GLAH
AUXK054GLAH

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Fujitsu
Categorie: Airco
Model: Airstage AUXK024GLAH

Handleiding Fujitsu Airstage AUXK024GLAH – volledige tekst

Nl-1VEILIGHEIDSMAATREGELEN ● Voordat u het apparaat gebruikt, lees deze “VOORZORGSMAATRE-GELEN” grondig door en bedien dit apparaat op de juiste manier. ● Alle aanwijzingen in deze sectie zorgen voor een veiliger gebruik van het apparaat, leef ze aldus altijd na. ● “WAARSCHUWING” en “OPGELET” hebben in deze aanwijzingen de volgende betekenis: WAARSCHUWINGDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kun-nen leiden tot ernstig letsel of de dood van de gebruiker. OPGELETDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot persoonlijk letsel van de gebruiker of schade aan eigendommen. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ GEBRUIK WAARSCHUWING ● Stel uzelf niet langdurig bloot aan de directe wind van de airconditioner. ● Steek geen vingers of voorwerpen in de uitlaatpoort of de inlaatroosters.

● Uitgezonderd bij een NOODGEVAL, schakel de hoofd- of subschake-laar van de binnenapparaten tijdens de werking nooit uit. Dit leidt tot een storing van de compressor en het lekken van water. Stop eerst het binnenapparaat met behulp van de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat en schakel dan pas de schakelaar uit. Be-dien het apparaat altijd via de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat. ● Als het snoer van dit apparaat beschadigd is, laat het alleen vervangen door een erkende vakman. Speciaal gereedschap en een speciek snoer zijn vereist. ● Als er koelmiddel lekt, doof eventuele vlammen, lucht de kamer en neem contact op met een erkende vakman. OPGELET ● Plaats geen dieren of planten in de directe luchtstroom van het apparaat. ● Richt de luchtstroom niet naar open haarden of verwarmingstoestellen.

● Hang geen voorwerpen aan het binnenapparaat. ● Plaats geen voorwerpen onder het binnenapparaat die niet nat mogen worden. ● Schakel de elektrische schakelaar altijd uit voordat u de airconditioner of luchtlter schoonmaakt. ● Giet geen water of een schoonmaakmiddel direct op het apparaat en maak het apparaat niet met deze middelen schoon. ● Zorg dat de airconditioner niet in direct contact met water komt. ● Bedien de airconditioner niet als uw handen nat zijn. ● Controleer de installatiestand op schade. ● Gebruik het apparaat alleen met de luchtlters geïnstalleerd. ● Drink geen water dat door de airconditioner wordt afgevoerd. ● Oefen geen hevige druk uit op de lamellen van de radiator. ● Gebruik geen ontvlambare gassen in de buurt van de airconditioner. ● Raak de leidingen tijdens de werking van het apparaat niet aan.

● Zorg voor een afstand van minstens 1 m tussen elektrische apparaten en binnen- of buiteneenheid. ● Dit apparaat is niet bestemd voor personen (waaronder kinderen) met beperkte fysische, visuele of mentale mogelijkheden, of die een gebrek hebben aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen omtrent het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd toezicht over kinderen zodat ze niet met het apparaat spelen. Opmerking:Als u de bedrijfsmodus in het warmteterugwinningssysteem wijzigt, kan het enige tijd duren voordat het apparaat opnieuw gebruiksklaar is. Dit is geen fout. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE OPGELET ● Probeer niet om deze airconditioner eigenhandig te installeren. ● Dit apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker gerepareerd kunnen worden.

Raadpleeg altijd een erkende vakman als reparatie nodig is. ● Als u het apparaat in een andere ruimte wilt installeren, raadpleeg een erkende vakman om het apparaat te ontkoppelen en te installeren. ● Het apparaat moet worden geaard.

● Zorg dat de afvoerwerkzaamheden voor de uitlaat juist zijn uitgevoerd. ● Installeer de airconditioner niet in de buurt van een open haard of ander verwarmingstoestel. ● Houd kinderen uit de buurt wanneer u een binnen- of buitenapparaat installeert. BESCHRIJVING VAN DE ONDER-DELEN(1)(3)(2)-1(2)-2(2)-3(2)-4Gegraveerde markering(1) Luchtlter (in het inlaatrooster)(2) Luchtstroom richting kleppen De naam van de afvoeropeningen (in “Individual VT Hold setting” bij een bedrade afstandsbediening). (2)-1: Afvoer 1 (2)-2: Afvoer 2 (2)-3: Afvoer 3 (2)-4: Afvoer 4 Raadpleeg de “LUCHTSTROOM RICHTING INSTELLINGEN”. (3) Luchtinlaatrooster(4) Bedieningspaneel (optioneel)(5)(6) (7) (8)(4)(5) Afstandsbedieningsignaal ontvanger en Handmatige autoknop: Dit is de plek waar de afstandsbedieningsignaal ontvanger de signalen van de afstandsbediening ontvangt.

Nl-2(6) TIMER-controlelampje (oranje): Het gaat branden wanneer de timer werkt. (7) OPERATION-controlelampje (groen): Het gaat branden wanneer het in gebruik is. (8) FILTER-controlelampje (rood): Het lampje gaat branden als het lter vuil is geworden. Reinig het lter volgens “REINIGING EN ONDER-HOUD”. Het lampje gaat uit wanneer de RESET-knop wordt ingedrukt na het reinigen. (9) Menselijke sensor (optioneel)(9)Bedieningseenheid (optioneel)Types van afstandsbediening:● Draadloze afstandsbediening● Bedrade afstandsbediening● Eenvoudige afstandsbedieningVoor de juiste bediening, raadpleeg de gebruikershandleiding van elk apparaat. MANUAL AUTO WERKINGGebruik de MANUAL AUTO werking in geval de afstandsbediening verlo-ren of niet voorhanden is. *Beperkt indien slechts de IR-ontvanger kit is bevestigd.

OPGELETDruk niet met uw natte handen of een scherp voorwerp op de knop MA-NUAL AUTO, dit kan een elektrische schok of storing veroorzaken. Werking startenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedieningspa-neel. De werking kan met de volgende instelling ingesteld worden. Bedrijfsmodus AUTO:Als de Auto-modus niet geselecteerd kan wor-den, werkt het apparaat in dezelfde modus als het andere apparaat in hetzelfde systeem. (Als het andere binnenapparaat in hetzelfde systeem niet werkt, dan koelt de airconditioner. )Ventilatorsnelheid AUTOTemperatuurinstel-ling23 °CWerking stoppenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedieningspa-neel. LUCHTSTROOM RICHTINGDe verticale windrichting kan worden bediend met de afstandsbediening.

Verticale luchtstroom richting(1)(2)(3)(4)Koelen en drogen: (1), (2), (3), (4)Verwarmen: (1), (2), (3), (4)Individual VT HoldU kunt de luchtstroom richting van de afvoerpoorten individueel gebrui-ken door middel van een afstandsbediening. Instellen van “Individual VT Hold setting” kan worden gedaan met de afstandsbediening. ● UTY-RNR*Z-1 (Bedrade afstandsbediening)Raadpleeg de bedieningshandleiding van de afstandsbediening.

MENSELIJKE SENSOR (optioneel)Over de menselijke sensorDe menselijke sensor detecteert of er mensen in de ruimte zijn door naar beweging door mensen in de ruimte te zoeken. * Beperkt indien slechts de Menselijke sensor kit is bevestigd. Instellen van de Menselijke sensor kan worden gedaan met de afstands-bediening. Raadpleeg de bedieningshandleiding van de afstandsbedie-ning. ● UTY-RNR*Z-1 (Bedrade afstandsbediening)Over de Auto opslaan bewerkingDe ingestelde temperatuur wordt automatisch bediend als er circa (15, 30, 60, 90, 120, 180 minuten), niemand de ruimte betreedt. (Als iemand de ruimte weer betreedt zal de menselijke sensor dit detec-teren en automatisch de originele instellingen weer aannemen. )Over de Auto off bewerkingDe ingestelde temperatuur wordt automatisch bediend als er circa (1 tot 24 uur met tussenpozen van 1 uur), niemand de ruimte betreedt.

OPMERKINGEN: ● Teneinde de bewerking opnieuw te starten, drukt u op de [On/Off] knop van de afstandsbediening. ● De Auto off werking kan zelfs niet werken als er zich niemand in de kamer bevindt. De sensor kan zelfs niet werken als er zich niemand in de kamer bevindt. Toepassingsbereik OPGELET ● Geen grote voorwerpen dichtbij de Menselijke sensor plaatsen. De verwarmingseenheden buiten het bereik van het detectiegebied van de sensor houden. 3,2m8,8m0,8mGelijke gevoeligheidsbereik van de temperatuurHoogte van het plafond: 3,2 mDetectie positie: 0. 8 m vanaf de vloerOPMERKINGEN: ● Wanneer de installatiehoogte hoger wordt, zal de temperatuur sensitiviteit dalen. ● De energiebesparingsfunctie werkt mogelijk niet als de kamertemperatuur veel verschilt van de temperatuur die is gedenieerd in de temperatuurinstelling, zoals direct na het starten van de werking.

Nl-3Olieterugwinningsproces ● Er vindt regelmatig een olieterugwinningsproces plaats dat ervoor zorgt dat de compressorolie naar het buitenapparaat terugkeert. Tijdens het olieterugwinningsproces knippert het OPERATION controlelampje (groen) (circa 10 minuten). Temperatuur- en luchtvochtigheidsbereik ● De temperatuur en vochtigheid, die voor de werking van dit apparaat nodig zijn, zijn in onderstaande tabel vermeld. Kool-/droogmodus VerwarmingsmodusBuitentempera-tuur Raadpleeg de specicaties van de buitenapparaten. Binnentempe-ratuur 18 tot 32 °C DB 10 tot 30 °C DBLuchtvochtig-heid binnen Circa 80% of lager ● Als de airconditioner bij een hogere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, kan de ingebouwde beveiligingscircuit in werking worden gesteld om schade aan het intern circuit te vermijden.

Het is tevens mogelijk dat in de koel- en droogmodi, wanneer het apparaat bij een lagere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, de warmtewisselaar bevriest, dit kan het lekken van water of andere schade veroorzaken. ● Als het apparaat gedurende een lange periode bij een hoge luchtvoch-tigheid wordt gebruikt, kan condensatie op de buitenkant van het bin-nenapparaat worden gevormd, die op de vloer of andere voorwerpen eronder kan druppelen. ● Gebruik dit apparaat alleen voor het koelen, verwarmen, ontvochtigen en het circuleren van lucht in kamers van normale woningen. REINIGING EN ONDERHOUD OPGELET ● Voordat u het apparaat schoonmaakt, schakel het apparaat uit en ontkoppel het van de voeding. ● Sta tijdens het schoonmaken niet op een onstabiele ondergrond. ● Als u de luchtlters verwijdert of vervangt, raak de warmtewisselaar niet aan. Risico op persoonlijk letsel.

● Zorg ervoor dat het inlaatrooster stevig wordt gemonteerd. ● Maak de binnenkant van het apparaat niet zelf schoon. Om de bin-nenkant schoon te maken, neem altijd contact op met een erkende vakman.

● Maak de behuizing van het apparaat niet schoon met water warmer dan 40 °C, agressieve schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen zoals benzeen of verdunner. ● Verwijder geen enkel deel uit het apparaat met uitzondering van het lter. ● Indien er zich vuil ophoopt op het luchtlter zal de luchtstroom vermin-deren, leidend tot een lagere efciëntie en meer geluid. ● Bij normaal gebruik moeten de luchtlters elke twee maanden worden schoongemaakt. Reiniging van de luchtltersWanneer het lter knippert, moet het lter verwijderd en gereinigd worden. 1. Trek het inlaatrooster met de drukknoppen (twee plekken) en open het inlaatrooster. 2. Trek het lter uit het inlaatrooster. 1. 2. Situaties waarin de sensor geen mensen in de ruimte detecteert, zelfs als er wel iemand in de ruimte is ● Als de temperatuur oog is en het verschil met de lichaamstemperatuur van mensen klein is.

(Zoals in de zomer, wanneer de temperatuur 30°C of hoger is. ) ● Als er iemand in de ruimte is, maar diegene langere tijd niet beweegt. ● Als er iemand verborgen is achter een bank, andere meubels, glas of in soortgelijke situaties. ● Als iemand zeer dikke kleding draagt en met de rug naar de sensor is gericht. Situaties waarin de sensor onjuist mensen in de ruimte detecteert, zelfs als er niemand in de ruimte is ● Als een hond of kat beweegt in de ruimte. ● Als de wind ervoor zorgt dat gordijnen of planten bewegen. ● Als er verwarmingseenheden, bevochtigers of elektrische apparatuur zoals oscillerende ventilators in werking zijn. GEBRUIKSTIPSWerking en vermogenOver de prioriteitsstatus en de stand-bystatus ● Er kunnen meerdere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem verbonden worden. De keuze aan bedrijfsmodi is beperkt naargelang het systeem.

Verwarmen prioriteitsstatus:Als de andere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem in de ver-warmingsmodus werken, is het niet mogelijk om gelijktijdig koelen of drogen te selecteren. Stand-bystatus:De stand-bystatus wordt geactiveerd wanneer 2 of meerdere binnen-apparaten in een verschillende modus worden opgestart. Alle bin-nenapparaten die zich niet in de prioriteitsmodus bevinden worden in stand-by gezet totdat de prioriteitsmodus wordt gewijzigd (de werking start zodra de prioriteit wordt gewijzigd). Het OPERATION controlelampje (groen) brandt en het TIMER contro-lelampje (oranje) knippert. Lage omgevingskoeling ● Als de buitentemperatuur zakt, is het mogelijk dat de ventilatoren van het buitenapparaat naar Low Speed (langzaam) schakelen of dat een van de ventilatoren tijdelijk stopt.

Verwarmingsvermogen ● De verwarmingsmodus werkt volgens het warmtepompprincipe, waarbij warmte uit de buitenlucht wordt opgenomen en vervolgens in de binnenruimte wordt afgegeven. De bedrijfsprestaties nemen aldus af naarmate de buitentemperatuur zakt. Als u het gevoel hebt dat het apparaat onvoldoende warmte produceert, raden wij u aan om deze airconditioner in combinatie met een ander verwarmingstoestel te gebruiken. ● De verwarmingsmodus warmt de volledige ruimte op door de lucht in de ruimte te laten circuleren. Na het inschakelen van de airconditioner kan het aldus enige tijd duren voordat de kamer is verwarmd. Microcomputer-gestuurd automatisch ontdooien ● Als de verwarmingsmodus bij een lage buitentemperatuur en hoge vochtigheid wordt gebruikt, kan er ijs op het buitenapparaat worden gevormd waardoor de prestaties afnemen.

Om dit te vermijden is het apparaat uitgerust met een microcomputer-gestuurde automatische ontdooifunctie. Als ijsvorming optreedt, zal de airconditioner tijdelijk stoppen en zal het ontdooicircuit kortstondig werken (circa 4 tot 15 minuten). Tijdens de automatische ontdooiing zal het OPERATION-controlelamp-je (groen) knipperen.

Nl-43. Reiniging de luchtlters. Verwijder het stof van de luchtlters door stofzuigen of ze te wassen. Na het wassen moeten de lters goed drogen in een gebied beschermd tegen zonlicht. • Stof kan van de luchtlter worden gereinigd met een stofzuiger, of door het wassen van het lter in een oplossing van mild schoonmaakmiddel en warm water. Als u het lter wast, laat u deze goed drogen op een plaats in de schaduw voordat u hem weer terugplaatst. • Indien er zich vuil ophoopt op het luchtlter zal de luchtstroom vermin-deren, leidend tot een lagere efciëntie en meer geluid. 4. Plaats de lters weer in het inlaatrooster. (1) Plaats het luchtlter weer in zijn houder. (2) Zorg ervoor dat het luchtlter contact maakt met de lterstopper wanner het is teruggeplaatst in zijn houder. 5. Sluit het inlaatrooster en duw de hoeken van het inlaatrooster naar buiten.

● Stof kan van de luchtlter worden gereinigd met een stofzuiger, of door het wassen van het lter in een oplossing van mild schoonmaakmiddel en warm water. Als u het lter wast, laat u deze goed drogen op een plaats in de schaduw voordat u hem weer terugplaatst. ● Indien er zich vuil ophoopt op het luchtlter zal de luchtstroom vermin-deren, leidend tot een lagere efciëntie en meer geluid. ● Na het inschakelen van de stroom drukt u op de lterknop op de af-standsbediening om de lterlamp uit te schakelen. (Zie de gebruikers-handleiding inbegrepen bij de afstandsbediening voor meer informatie. )Reinigen van het chassisWas het chassis met warm water, en droog het dan met een schone en zachte doek. Wanneer het apparaat gedurende een lange periode niet gebruikt zal wordenLaat de schakelaar minstens 12 uur ingeschakeld voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.

Werkt niet onmiddellijk: ● Als het apparaat wordt gestopt en vervolgens onmiddellijk opnieuw wordt gestart, werkt de compressor niet gedurende 3 minuten om het doorbranden van de zekeringen te vermijden. ● Wanneer de elektrische schakelaar wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, werkt het beveiligingscircuit circa 3 minuten. Het apparaat zal gedurende deze periode niet werken. Luchtstroom is zwak of stopt: ● Als de verwarmingsmodus is ingeschakeld, is het mogelijk dat de ventilator van het binnenapparaat tijdelijk stopt om de interne delen op te warmen. ● Als de kamertemperatuur tijdens het verwarmen boven de thermo-staatinstelling komt, stopt zowel het buitenapparaat als de ventilator van het binnenapparaat. Als u de kamer meer wilt verwarmen, stel de thermostaat op een hogere instelling in.

● Tijdens het olieterugwinningsproces kan de luchtstroom gedurende circa 10 minuten stoppen. (Zie bladzijde 2) ● Het apparaat zal tijdens het verwarmen tijdelijk stoppen (tussen 4 en 15 minuten) wanneer de automatische ontdooimodus in werking treedt. (Zie bladzijde 2) ● De ventilator kan tijdens het droogproces of wanneer het apparaat over de kamertemperatuur waakt op een lage snelheid werken. ● In het AUTO waakproces werkt de ventilator op een lage snelheid. Knipperende lampjes: ● Het OPERATION controlelampje (groen) knippert: Een olieterugwinningsproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 2) ● Het OPERATION controlelampje (groen) knippert: Een automatisch ontdooiproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 2) ● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen afwisselend: Het apparaat werkt opnieuw normaal na een stroomonderbreking.

● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen gelijktijdig: Het apparaat werkt in de testmodus. Neem contact op met een mana-ger, onderhoud kan gaande zijn.

● Het OPERATION controlelampje (groen) brandt en het TIMER contro-lelampje (oranje) knippert: Dit is de stand-bystatus. (Zie bladzijde 2)Er worden geluiden gehoord: ● In de volgende omstandigheden kunt u het stromen van water vanaf het binnenapparaat horen en maakt het apparaat tijdens de werking meer lawaai. Dit wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel. Wanneer de werking start Wanneer het olieterugwinningsproces stopt Wanneer het automatisch ontdooiproces stopt ● Tijdens de werking kan een licht piepgeluid worden gehoord. Dit is het resultaat van een minieme uitzetting en inkrimping van het paneel dat door een wijziging van de temperatuur wordt veroorzaakt. ● Een sissend geluid kan occasioneel tijdens het verwarmen worden gehoord. Dit geluid wordt door het automatisch ontdooiproces veroor-zaakt. (Zie bladzijde 2)Geuren: ● Het binnenapparaat kan geuren afgeven.

Deze geuren worden door kamergeuren (meubilair, tabak, etc. ) veroorzaakt, die door de aircondi-tioner worden aangezogen. Er komt damp uit het binnenapparaat: ● Een dunne nevel kan tijdens het koelen door het binnenapparaat worden afgegeven. Dit wordt veroorzaakt door een plotselinge afkoe-ling van de kamerlucht door de lucht die door de airconditioner wordt afgegeven, wat tot condensatie en nevelvorming leidt. Er komt stoom uit het binnenapparaat: ● De ventilator van het buitenapparaat kan tijdens het verwarmen wor-den gestopt en stoom kan uit het apparaat opstijgen. Dit wordt door het automatisch ontdooiproces veroorzaakt. (Zie bladzijde 2)Water stroomt uit het buitenapparaat: ● Water kan door het automatisch ontdooiproces tijdens het verwarmen uit het buitenapparaat stromen. De volgende omstandigheden kunnen geen defect zijn, controleer nogmaals.

● Probeert u het apparaat op een andere modus te laten werken dan de prioriteitsmodus. (Zie bladzijde 3) ● Is het apparaat in de stand-bystatus. (Zie bladzijde 3) ● Is de Auto off werking van de Menselijke sensor instelling actief. (Zie bladzijde 2)De bedrijfsmodus kan niet worden gewijzigd: ● Probeert u het apparaat op een andere modus te laten werken dan de prioriteitsomstandigheden. (Zie bladzijde 3)Zwakke prestaties tijdens het koelen (of verwarmen): ● Hebt u de kamertemperatuurinstellingen (thermostaat) juist aangepast. ● Is de luchtlter vuil. (Zie bladzijde 3) ● Is de inlaat- of uitlaatpoort van de airconditioner verstopt. ● Staat er een raam of deur open. ● Tijdens het koelen, is er een raam die fel zonlicht binnenlaat. (Doe de gordijnen dicht. ).

Nl-5 ● Tijdens het koelen, bevinden er zich verwarmingstoestellen, computers of veel mensen in de kamer. ● Is de ventilatorsnelheid te laag ingesteld. ● Is de Auto opslaan bewerking van de Menselijke sensor instelling actief. (Zie bladzijde 2)Stel de temperatuur lager dan de kamertemperatuur in en gebruikt het: ● Temperatuur zakt niet zoals gewenst. De temperatuur zakt niet zoals gewenst naargelang de kameromstandigheden. (Bij een hoge vochtig-heid of hoge kamertemperatuur. ) (Zie bladzijde 3)In de volgende omstandigheden, stop onmiddellijk met het gebruik van het apparaat en neem contact op met een erkende vakman. ● Het probleem kan niet worden opgelost, zelfs na het uitvoeren van de controles die in de sectie probleemoplossing zijn vermeld. ● Het FILTER-controlelampje (rood) knippert zeer snel.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fujitsu Airstage AUXK024GLAH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden