Fujitsu Airstage AUXB004GLEH Handleiding

Fujitsu Airco Airstage AUXB004GLEH

Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu Airstage AUXB004GLEH (6 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu Airstage AUXB004GLEH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/6
ONDERDEELNr. 9369313325
AUXB004GLEH
AUXB007GLEH
AUXB009GLEH
AUXB012GLEH
AUXB014GLEH
AUXB018GLEH
AUXB024GLEH
GEBRUIKERSHANDLEIDING
BINNENEENHEID (Cassettemodel)
Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
Nederlands

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Fujitsu
Categorie: Airco
Model: Airstage AUXB004GLEH

Handleiding Fujitsu Airstage AUXB004GLEH – volledige tekst

Nl-1VEILIGHEIDSMAATREGELEN ● Voordat u het apparaat gebruikt, lees deze “VOORZORGSMAATRE-GELEN” grondig door en bedien dit apparaat op de juiste manier. ● Alle aanwijzingen in deze sectie zorgen voor een veiliger gebruik van het apparaat, leef ze aldus altijd na. ● “WAARSCHUWING” en “OPGELET” hebben in deze aanwijzingen de volgende betekenis: WAARSCHUWINGDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kun-nen leiden tot ernstig letsel of de dood van de gebruiker. OPGELETDeze markering geeft procedures aan die in-dien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot persoonlijk letsel van de gebruiker of schade aan eigendommen. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ GEBRUIK WAARSCHUWING ● Stel uzelf niet langdurig bloot aan de directe wind van de airconditioner. ●Steek geen vingers of voorwerpen in de uitlaatpoort of de inlaatroosters.

● Uitgezonderd bij een NOODGEVAL, schakel de hoofd- of subschakelaar van de binnenapparaten tijdens de werking nooit uit. Dit leidt tot een storing van de compressor en het lekken van water. Stop eerst het bin-nenapparaat met behulp van de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat en schakel dan pas de schakelaar uit. Bedien het appa-raat altijd via de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat. ●Als het snoer van dit apparaat beschadigd is, laat het alleen vervangen door een erkende vakman. Speciaal gereedschap en een speciek snoer zijn vereist. ● Als er koelmiddel lekt, doof eventuele vlammen, lucht de kamer en neem contact op met een erkende vakman. OPGELET ●Plaats geen dieren of planten in de directe luchtstroom van het apparaat. ● Richt de luchtstroom niet naar open haarden of verwarmingstoestellen.

● Zorg dat de inlaat- en uitlaatpoort nooit wordt belemmerd of afgedekt. ● Klim niet op of plaats geen voorwerpen op de airconditioner. ●Plaats geen bloemenvazen of andere houders met water op de airconditioner. ● Hang geen voorwerpen aan het binnenapparaat.

●Plaats geen voorwerpen onder het binnenapparaat die niet nat mogen worden. ● Schakel de elektrische schakelaar altijd uit voordat u de airconditioner of luchtlter schoonmaakt. ● Giet geen water of een schoonmaakmiddel direct op het apparaat en maak het apparaat niet met deze middelen schoon. ● Zorg dat de airconditioner niet in direct contact met water komt. ● Bedien de airconditioner niet als uw handen nat zijn. ● Controleer de installatiestand op schade. ● Gebruik het apparaat alleen met de luchtlters geïnstalleerd. ● Drink geen water dat door de airconditioner wordt afgevoerd. ● Oefen geen hevige druk uit op de lamellen van de radiator. ● Gebruik geen ontvlambare gassen in de buurt van de airconditioner. ● Raak de leidingen tijdens de werking van het apparaat niet aan. ● Zorg voor een afstand van minstens 1 m tussen elektrische apparaten en binnen- of buiteneenheid.

● Dit apparaat is niet bestemd voor personen (waaronder kinderen) met beperkte fysische, visuele of mentale mogelijkheden, of die een gebrek hebben aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen omtrent het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd toezicht over kinderen zodat ze niet met het apparaat spelen. Opmerking:Als u de bedrijfsmodus in het warmteterugwinningssysteem wijzigt, kan het enige tijd duren voordat het apparaat opnieuw gebruiksklaar is. Dit is geen fout. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE OPGELET ● Probeer niet om deze airconditioner eigenhandig te installeren. ● Dit apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker gerepareerd kunnen worden. Raadpleeg altijd een erkende vakman als reparatie nodig is.

● Als u het apparaat in een andere ruimte wilt installeren, raadpleeg een erkende vakman om het apparaat te ontkoppelen en te installeren. ● Het apparaat moet worden geaard. ● Zorg dat de afvoerwerkzaamheden voor de uitlaat juist zijn uitge-voerd.

● Installeer de airconditioner niet in de buurt van een open haard of ander verwarmingstoestel. ● Houd kinderen uit de buurt wanneer u een binnen- of buitenapparaat installeert. BESCHRIJVING VAN DE ONDER-DELEN(2)(1) (3)(4)(5) (6)(7)(8)(9)(5) (6)(7)(8)(9)(1) Luchtlter(2) Luchtstroom richtingskleppen(3) Luchtinlaatrooster(4) Bedieningspaneel en indicatorlampjes(5) FILTER-controlelampje (rood): Gaat branden wanneer het tijd is het lter te reinigen. Reinig het lter volgens “REINIGING EN ONDER-HOUD”. Gaat uit wanneer de RESET-knop wordt ingedrukt na het reinigen. (6) TIMER-controlelampje (oranje): Het gaat branden wanneer de timer werkt. (7) OPERATION-controlelampje (groen): Het gaat branden wanneer het in gebruik is. (8) Afstandsbediening signaalontvanger: Dit is de plek waar de signalen van de afstandsbediening worden ontvangen.

Nl-2MANUAL AUTO WERKINGGebruik de MANUAL AUTO werking in geval de afstandsbediening verlo-ren of niet voorhanden is. OPGELETDruk niet met uw natte handen of een scherp voorwerp op de knop MA-NUAL AUTO, dit kan een elektrische schok of storing veroorzaken. Werking startenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedie-ningspaneel. De werking kan met de volgende instelling ingesteld worden. Bedrijfsmodus AUTO:Als de Auto-modus niet geselecteerd kan wor-den, werkt het apparaat in dezelfde modus als het andere apparaat in hetzelfde systeem. (Als het andere binnenapparaat in hetzelfde systeem niet werkt, dan koelt de airconditioner. )Ventilatorsnelheid AUTOTemperatuurinstelling23 °CWerking stoppenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedie-ningspaneel. AANPASSING VAN DE RICHTING VAN DE LUCHTCIRCULATIEDe verticale windrichting kan worden bediend met de bedieningseenheid.

Verticale richtingKoelen en drogen: (1), (2), (3), (4)Verwarmen: (1), (2), (3), (4)(1)(2)(3)(4)GEBRUIKSTIPSWerking en vermogenOver de prioriteitsstatus en de stand-bystatus ●Er kunnen meerdere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem verbonden worden. De keuze aan bedrijfsmodi is beperkt naargelang het systeem. Koelen prioriteitsstatus:Als de andere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem in de koel- of droog-modus werken, is het niet mogelijk om gelijktijdig verwarmen te selecteren. Verwarmen prioriteitsstatus:Als de andere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem in de ver-warmingsmodus werken, is het niet mogelijk om gelijktijdig koelen of drogen te selecteren. Stand-bystatus:De stand-bystatus wordt geactiveerd wanneer 2 of meer binnenappa-raten in een verschillende modus worden opgestart.

Alle binnenappa-raten die zich niet in de prioriteitsmodus bevinden worden in stand-by gezet totdat de prioriteitsmodus wordt gewijzigd (de werking start zodra de prioriteit wordt gewijzigd). Het OPERATION controlelampje (groen) brandt en het TIMER contro-lelampje (oranje) knippert.

Lage omgevingskoeling ● Als de buitentemperatuur zakt, is het mogelijk dat de ventilatoren van het buitenapparaat naar Low Speed (langzaam) schakelen of dat een van de ventilatoren tijdelijk stopt. Verwarmingsvermogen ● De verwarmingsmodus werkt volgens het warmtepompprincipe, waarbij warmte uit de buitenlucht wordt opgenomen en vervolgens in de bin-nenruimte wordt afgegeven. De bedrijfsprestaties nemen aldus af naar-mate de buitentemperatuur zakt. Als u het gevoel hebt dat het apparaat onvoldoende warmte produceert, raden wij u aan om deze airconditio-ner in combinatie met een ander verwarmingstoestel te gebruiken. ● De verwarmingsmodus warmt de volledige ruimte op door de lucht in de ruimte te laten circuleren. Na het inschakelen van de airconditioner kan het aldus enige tijd duren voordat de kamer is verwarmd.

Microcomputer-gestuurd automatisch ontdooien ● Als de verwarmingsmodus bij een lage buitentemperatuur en hoge voch-tigheid wordt gebruikt, kan er ijs op het buitenapparaat worden gevormd waardoor de prestaties afnemen. Om dit te vermijden is het apparaat uitgerust met een microcomputer-gestuurde automatische ontdooifunc-tie. Als ijsvorming optreedt, zal de airconditioner tijdelijk stoppen en zal het ontdooicircuit kortstondig werken (circa 4 tot 15 minuten). Tijdens de automatische ontdooiing zal het OPERATION-controlelamp-je (groen) knipperen. Olieterugwinningsproces ● Er vindt regelmatig een olieterugwinningsproces plaats dat ervoor zorgt dat de compressorolie naar het buitenapparaat terugkeert. Tijdens het olieterugwinningsproces knippert het OPERATION controlelampje (groen) (circa 10 minuten).

Binnentempe-ratuur 18 tot 32 °C DB 10 tot 30 °C DBLuchtvochtig-heid binnen Circa 80% of lager ● Als de airconditioner bij een hogere temperatuur wordt gebruikt dan hier-boven vermeld, kan de ingebouwde beveiligingscircuit in werking worden gesteld om schade aan het intern circuit te vermijden. Het is tevens mo-gelijk dat in de koel- en droogmodi, wanneer het apparaat bij een lagere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, de warmtewisselaar bevriest, dit kan het lekken van water of andere schade veroorzaken. ●Als het apparaat gedurende een lange periode bij een hoge luchtvochtigheid wordt gebruikt, kan condensatie op de buitenkant van het binnenapparaat wor-den gevormd, die op de vloer of andere voorwerpen eronder kan druppelen. ● Gebruik dit apparaat alleen voor het koelen, verwarmen, ontvochtigen en het circuleren van lucht in kamers van normale woningen.

REINIGING EN ONDERHOUD OPGELET ● Voordat u het apparaat schoonmaakt, schakel het apparaat uit en ontkoppel het van de voeding. ● Sta tijdens het schoonmaken niet op een onstabiele ondergrond. ● Wanneer u de luchtlters verwijdert of vervangt, raak dan vooral niet de warmtewisselaar aan, omdat persoonlijk letsel het gevolg kan zijn. ● Zorg ervoor dat het inlaatrooster stevig wordt gemonteerd. ●Maak de binnenkant van het apparaat niet zelf schoon. Om de binnenkant schoon te maken, neem altijd contact op met een erkende vakman. ● Maak de behuizing van het apparaat niet schoon met water warmer dan 40 °C, agressieve schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen zoals benzeen of verdunner. ● Verwijder geen enkel deel uit het apparaat met uitzondering van het lter. ● Vuil, dat op de luchtlter ophoopt. Zorgt voor een afname van de lucht-stroom, lagere bedrijfsprestaties en meer lawaai.

Nl-3PROBLEEMOPLOSSINGDe volgende omstandigheden zijn geen defecten of storingen. Werkt niet onmiddellijk: ● Als het apparaat wordt gestopt en vervolgens onmiddellijk opnieuw wordt gestart, werkt de compressor niet gedurende 3 minuten om het doorbranden van de zekeringen te vermijden. ● Wanneer de elektrische schakelaar wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, werkt het beveiligingscircuit circa 3 minuten. Het apparaat zal gedurende deze periode niet werken. Luchtstroom is zwak of stopt: ●Als de verwarmingsmodus is ingeschakeld, is het mogelijk dat de ventilator van het binnenapparaat tijdelijk stopt om de interne delen op te warmen. ● Als de kamertemperatuur tijdens het verwarmen boven de thermo-staatinstelling komt, stopt zowel het buitenapparaat als de ventilator van het binnenapparaat. Als u de kamer meer wilt verwarmen, stel de thermostaat op een hogere instelling in.

● Tijdens het olieterugwinningsproces kan de luchtstroom gedurende circa 10 minuten stoppen. (Zie bladzijde 2) ● Het apparaat zal tijdens het verwarmen tijdelijk stoppen (tussen 4 en 15 minuten) wanneer de automatische ontdooimodus in werking treedt. (Zie bladzijde 2) ● De ventilator kan tijdens het droogproces of wanneer het apparaat over de kamertemperatuur waakt op een lage snelheid werken. ● In het AUTO waakproces werkt de ventilator op een lage snelheid. Knipperende lampjes: ● Het OPERATION controlelampje (groen) knippert: Een olieterugwinningsproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 2) ● Het OPERATION controlelampje (groen) knippert: Een automatisch ontdooiproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 2) ● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen afwisselend: Het apparaat werkt opnieuw normaal na een stroomonderbreking.

● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen gelijktijdig: Het apparaat werkt in de testmodus. Neem contact op met een mana-ger, onderhoud kan gaande zijn.

● Het OPERATION controlelampje (groen) brandt en het TIMER contro-lelampje (oranje) knippert: Dit is de stand-bystatus. (Zie bladzijde 2)Er worden geluiden gehoord: ● In de volgende omstandigheden kunt u het stromen van water vanaf het binnenapparaat horen en maakt het apparaat tijdens de werking meer lawaai. Dit wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel. Wanneer de werking start Wanneer het olieterugwinningsproces stopt Wanneer het automatisch ontdooiproces stopt ● Tijdens de werking kan een licht piepgeluid worden gehoord. Dit is het resultaat van een minieme uitzetting en inkrimping van het paneel dat door een wijziging van de temperatuur wordt veroorzaakt. ●Een sissend geluid kan occasioneel tijdens het verwarmen worden gehoord. Dit geluid wordt door het automatisch ontdooiproces veroorzaakt. (Zie bladzijde 2)Geuren: ● Het binnenapparaat kan geuren afgeven.

Deze geuren worden door kamergeuren (meubilair, tabak, etc. ) veroorzaakt, die door de aircondi-tioner worden aangezogen. Reiniging van de luchtltersWanneer het lterlampje gaat branden, dan moet u het lter verwijderen en reinigen. 1. Duw de haken van het inlaatrooster naar binnen in de richting van het midden van het apparaat om het inlaatrooster te openen. 2. Trek het lter uit het inlaatrooster. 2. 1RoosterhaakLuchtlter3. Reiniging het luchtlter. Verwijder met de stofzuiger het stof van het luchtlter of was het lter. Laat het lucht lter na het wassen goed drogen op een plek die is afge-schermd van zonlicht. 4. Plaats het luchtlter weer in het inlaatrooster. (1) Plaats het luchtlter weer in zijn houder. (2) Zorg ervoor dat het luchtlter contact maakt met de lterstopper wan-neer het is teruggeplaatst in zijn houder. 5.

4InlaatroosterLuchtlterFilter-haakRoosterhaak ● Stof kan van de luchtlter worden gereinigd met een stofzuiger, of door het wassen van het lter in een oplossing van mild schoonmaakmiddel en warm water. Als u het lter wast, laat het volledig aan de lucht dro-gen in een schaduwrijke plaats voordat u het opnieuw installeert. ● Vuil, dat op de luchtlter ophoopt. zorgt voor een afname van de lucht-stroom, lagere bedrijfsprestaties en meer lawaai. ● Na het inschakelen van de stroom schakelt u met een druk op de lter-knop op de afstandsbediening de lterlamp uit. (Zie de gebruikershand-leiding inbegrepen bij de afstandsbediening voor meer informatie. )Reinigen van het chassisWas het chassis met warm water, en droog het dan met een schone en zachte doek.

Wanneer het apparaat gedurende een lange periode niet gebruikt zal wordenLaat de schakelaar minstens 12 uur ingeschakeld voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.

Nl-4Er komt damp uit het binnenapparaat: ● Een dunne nevel kan tijdens het koelen door het binnenapparaat worden afgegeven. Dit wordt veroorzaakt door een plotselinge afkoe-ling van de kamerlucht door de lucht die door de airconditioner wordt afgegeven, wat tot condensatie en nevelvorming leidt. Er komt stoom uit het binnenapparaat: ● De ventilator van het buitenapparaat kan tijdens het verwarmen wor-den gestopt en stoom kan uit het apparaat opstijgen. Dit wordt door het automatisch ontdooiproces veroorzaakt. (Zie bladzijde 2)Water stroomt uit het buitenapparaat: ● Water kan door het automatisch ontdooiproces tijdens het verwarmen uit het buitenapparaat stromen. De volgende omstandigheden kunnen geen defect zijn, controleer nogmaals. Werkt helemaal niet: ● Is er een stroomonderbreking. ●Is de zekering doorgebrand of is de beveiligingsschakelaar geactiveerd.

● Is de hoofdschakelaar op de stand OFF ingesteld. ● Probeert u het apparaat op een andere modus te laten werken dan de prioriteitsmodus. (Zie bladzijde 2) ● Is het apparaat in de stand-bystatus. (Zie bladzijde 2)De bedrijfsmodus kan niet worden gewijzigd: ● Probeert u het apparaat op een andere modus te laten werken dan de prioriteitsomstandigheden. (Zie bladzijde 2)Zwakke prestaties tijdens het koelen (of verwarmen): ● Hebt u de kamertemperatuurinstellingen (thermostaat) juist aangepast. ● Is de luchtlter vuil. (Zie bladzijde 2) ● Is de inlaat- of uitlaatpoort van de airconditioner verstopt. ● Staat er een raam of deur open. ● Tijdens het koelen, is er een raam die fel zonlicht binnenlaat. (Doe de gordijnen dicht. ) ● Tijdens het koelen, bevinden er zich verwarmingstoestellen, computers of veel mensen in de kamer. ● Is de ventilatorsnelheid te laag ingesteld.

(Bij een hoge vochtig-heid of hoge kamertemperatuur. ) (Zie bladzijde 2)In de volgende omstandigheden, stop onmiddellijk met het gebruik van het apparaat en neem contact op met een erkende vakman. ● Het probleem kan niet worden opgelost, zelfs na het uitvoeren van de controles die in de sectie probleemoplossing zijn vermeld. ● Het FILTER-controlelampje (rood) knippert zeer snel. ● De bedrade afstandsbediening of eenvoudige afstandsbediening geeft Er aan (wanneer aangesloten). ● Er is een brandgeur. SPECIFICATIESMODELAUXB 004 GLEHAUXB 007 GLEHAUXB 009 GLEHAUXB 012 GLEHAUXB 014 GLEHAUXB 018 GLEHAUXB 024 GLEHVOEDINGSBRON 230 V ~ 50/60 HzBESCHIKBAAR SPANNINGSBE-REIK198 tot 264 V (50 Hz), 198 tot 253 V (60 Hz)KOELCA-PACITEIT[kW] 1,1 2,2 2,8 3,6 4,5 5,6 7,1[BTU/h]3. 800 7. 500 9. 60012. 300 15. 400 19. 100 24. 200VERWAR-MINGSCA-PACITEIT[kW] 1,3 2,8 3,2 4,1 5,0 6,3 8,0[BTU/h]4. 400 9. 60010.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fujitsu Airstage AUXB004GLEH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden