Fujitsu Airstage ASYA18GBCH Handleiding

Fujitsu Airco Airstage ASYA18GBCH

Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu Airstage ASYA18GBCH (8 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu Airstage ASYA18GBCH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/8
GEBRUIKERSHANDLEIDING
BINNENEENHEID (Muurmodel)
Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
ONDERDEELNR. 9377772299
Nederlands
ASYA18GBCH/ASHA18GBCH
ASYA24GBCH/ASHA24GBCH
ASYA30GBCH/ASHA30GBCH

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Fujitsu
Categorie: Airco
Model: Airstage ASYA18GBCH

Handleiding Fujitsu Airstage ASYA18GBCH – volledige tekst

Nl-1 ● Controleer de installatiestand op schade. ● Gebruik het apparaat alleen met de luchtlters geïnstalleerd. ● Drink geen water dat door de airconditioner wordt afgevoerd. ● Oefen geen hevige druk uit op de lamellen van de radiator. ● Gebruik geen ontvlambare gassen in de buurt van de airconditioner. ● Raak de leidingen tijdens de werking van het apparaat niet aan. ● Controleer dat de afstand tussen elektrische apparaten en de binnen-eenheid en de buiteneenheid ten minstens 1 m is. ● Dit apparaat is niet bestemd voor personen (waaronder kinderen) met beperkte fysische, visuele of mentale mogelijkheden, of die een gebrek hebben aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen omtrent het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd toezicht over kinderen zodat ze niet met het apparaat spelen.

Opmerking:Als u de bedrijfsstand in het warmteterugwinningssysteem wijzigt, kan het enige tijd duren voordat het apparaat opnieuw gebruiksklaar is. Dit is geen fout. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE OPGELET ● Probeer niet om deze airconditioner eigenhandig te installeren. ● Dit apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker gerepareerd kunnen worden. Raadpleeg altijd een erkende vakman als reparatie nodig is. ● Als u het apparaat in een andere ruimte wilt installeren, raadpleeg een erkende vakman om het apparaat te ontkoppelen en te installeren. ● Het apparaat moet worden geaard. ● Zorg dat de afvoerwerkzaamheden voor de uitlaat juist zijn uitgevoerd. ● Installeer de airconditioner niet in de buurt van een open haard of ander verwarmingstoestel. ● Houd kinderen uit de buurt wanneer u een binnen- of buitenapparaat installeert.

(3) Controlelampjes (4) Afstandsbediening signaalontvanger: Dit is de plek waar de signalen van de afstandsbediening worden ontvangen. (5) OPERATION Controlelampje (groen) Het brandt tijdens werking. (6) TIMER Controlelampje (oranje) Het brandt wanneer de timer actief is. (7) FILTER Controlelampje (rood) gaat branden als het lter vuil is geworden. Reinig het lter volgens “REINIGEN EN ONDERHOUD”. Het lampje gaat uit wanneer de FILTER RESET-knop op de af-standsbediening wordt ingedrukt na het reinigen. (8) Inlaatrooster (9) Voorpaneel(10) Luchtlter(11) UP/DOWN Lamellen voor richting luchtstroom(12) Bewegende Diffusor(13) Rechts-Links lamel (achter Lamel voor richting luchtstroom)(14) Afvoerslang(15) LuchtreinigingslterVEILIGHEIDSMAATREGELEN ● Voordat u het apparaat gebruikt, lees deze “VOORZORGSMAATRE-GELEN” grondig door en bedien dit apparaat op de juiste manier.

● Alle aanwijzingen in deze sectie zorgen voor een veiliger gebruik van het apparaat, leef ze aldus altijd na. ● “WAARSCHUWING” en “OPGELET” hebben in deze aanwijzingen de volgende betekenis: WAARSCHUWINGDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot ernstig letsel of de dood van de gebruiker. OPGELETDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot persoonlijk letsel van de gebruiker of schade aan eigendommen. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ GEBRUIK WAARSCHUWING ● Stel uzelf niet langdurig bloot aan de directe wind van de airconditioner. ● Steek geen vingers of voorwerpen in de uitlaatpoort of de inlaatroosters. ● Uitgezonderd bij een NOODGEVAL, schakel de hoofd- of subschakelaar van de binnenapparaten tijdens de werking nooit uit. Dit leidt tot een storing van de compressor en het lekken van water.

Bedien het apparaat altijd via de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat. ● Als het snoer van dit apparaat beschadigd is, laat het alleen vervangen door een erkende vakman. Speciaal gereedschap en een speciek snoer zijn vereist. ● Als er koelmiddel lekt, doof eventuele vlammen, lucht de kamer en neem contact op met een erkende vakman. OPGELET ● Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. ● Niet te gebruiken voor toepassingen met opslag van voedsel, precisie-apparatuur of kunstwerken. ● Plaats geen dieren of planten in de directe luchtstroom van het ap-paraat. ● Richt de luchtstroom niet naar open haarden of verwarmingstoestellen. ● Let er op dat de inlaat- en uitlaatpoort nooit mogen worden geblok-keerd of afgedekt. ● Klim niet op of plaats geen voorwerpen op de airconditioner. ● Plaats geen bloemenvazen of andere houders met water op de aircon-ditioner.

● Hang geen voorwerpen aan het binnenapparaat. ● Plaats geen voorwerpen onder het binnenapparaat die niet nat mogen worden. ● Schakel de elektrische schakelaar altijd uit voordat u de airconditioner of luchtlter schoonmaakt. ● Giet geen water of een schoonmaakmiddel direct op het apparaat en maak het apparaat niet met deze middelen schoon. ● Zorg dat de airconditioner niet in direct contact met water komt. ● Bedien de airconditioner niet als uw handen nat zijn. INHOUDVEILIGHEIDSMAATREGELEN. 1 BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN. 1 MANUAL AUTO WERKING. 2AANPASSING VAN DE RICHTING VAN DE LUCHTCIRCULATIE. 2 GEBRUIKSTIPS. 2 REINIGING EN ONDERHOUD. 3 PROBLEEMOPLOSSING. 4 SPECIFICATIES. 5GEBRUIKERSHANDLEIDINGONDERDEELNR. 9377772299VRF-systeem binneneenheid (Muurmodel)HANDMA-TIG AUTO.

Nl-2Bedieningseenheid (optioneel)Types van afstandsbediening:● Draadloze afstandsbediening● Bedrade afstandsbediening● Eenvoudige afstandsbedieningVoor de juiste bediening, raadpleeg de gebruikershandleiding van elk apparaat. MANUAL AUTO WERKINGGebruik de MANUAL AUTO werking in geval de afstandsbediening verlo-ren of niet voorhanden is. OPGELETDruk niet met uw natte handen of een scherp voorwerp op de knop MA-NUAL AUTO, dit kan een elektrische schok of storing veroorzaken. Werking startenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedieningspaneel. De werking kan met de volgende instelling ingesteld worden. Bedrijfsstand AUTO:Wanneer de stand Auto kiezen niet mogelijk is, werkt het apparaat in dezelfde stand als de andere binneneenheid in hetzelfde systeem. (Wanneer de andere binneneenheid in hetzelfde systeem niet werkt, dan werkt de airconditioner in de koelstand.

) Ventilatorsnelheid AUTOTemperatuurinstel-ling23 °CWerking stoppenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedieningspaneel. AANPASSING VAN DE RICHTING VAN DE LUCHTCIRCULATIEDe verticale windrichting kan worden geregeld met de regel-unit. De horizontale windrichting kan ook op dezelfde wijze worden geregeld. Verticale richting Horizontale richting(1)(2)(3)(4)(5)(1) (2) (3) (4) (5)Koelen en drogen: (1), [(2)], (3), (4), (5) Verwarmen: (1), [(2)], (3), (4), (5)[ ]: Kan alleen worden ingesteld met de draadloze afstandsbe-dieningKoelen en drogen: (1), (2), (3), (4), (5) Verwarmen: (1), (2), (3), (4), (5)GEBRUIKSTIPSWerking en vermogenOver de prioriteitsstatus en de stand-bystatus ● Er kunnen meerdere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem verbonden worden. De keuze aan bedrijfsmodi is beperkt naargelang het systeem.

Verwarmen prioriteitsstatus:Wanneer de andere binneneenheden binnen hetzelfde systeem in de verwarmingsstand werken, is het niet mogelijk gelijktijdig koelen of dro-gen te selecteren. Stand-bystatus:De stand-bystatus wordt geactiveerd wanneer twee of meer binneneen-heden tegelijkertijd in een verschillende stand worden opgestart. Alle binneneenheden die niet in de prioriteitsstand staan, worden in stand-by gezet totdat de prioriteitsstand wijzigt (de werking start zodra de prioriteit is gewijzigd). Het OPERATION controlelampje brandt dan (groen) en het TIMER con-trolelampje knippert (oranje). Lage omgevingskoeling ● Wanneer de buitentemperatuur zakt, zullen de ventilatoren van de buiteneenheid overgaan op Low Speed of zal één van de ventilatoren zo nu en dan tot stilstand komen.

Verwarmingsvermogen ● De verwarmingsstand werkt volgens het warmtepompprincipe, waarbij warmte uit de buitenlucht wordt opgenomen en vervolgens aan de bin-nenruimte wordt overgedragen. De bedrijfsprestaties nemen aldus af naarmate de buitentemperatuur zakt. Als u het gevoel hebt dat onvol-doende warmte wordt geproduceerd, adviseren wij u deze airconditio-ner in combinatie met een ander verwarmingstoestel te gebruiken. ● De verwarmingsstand warmt de volledige ruimte op door de lucht in de ruimte te laten circuleren. Na het inschakelen van de airconditioner kan het aldus enige tijd duren voordat de kamer is verwarmd. Microcomputer-gestuurd automatisch ontdooien ● Wanneer de verwarmingsstand bij een lage buitentemperatuur en hoge luchtvochtigheid wordt gebruikt, kan er ijs op de buiteneenheid worden gevormd, waardoor de prestaties afnemen.

Om dit te vermijden is het apparaat uitgerust met een microcomputer-gestuurde automatische ontdooifunctie. Als ijsvorming optreedt, zal de airconditioner tijdelijk stoppen en zal het ontdooicircuit kortstondig werken (circa 4 tot 15 minuten). Tijdens de automatische ontdooiing zal het OPERATION-controlelamp-je (groen) knipperen.

Olieterugwinningsproces ● Er vindt regelmatig een olieterugwinningsproces plaats dat ervoor zorgt dat de compressorolie naar het buitenapparaat terugkeert. Tijdens de olieterugwinning knippert het OPERATION controlelampje (groen) (gedurende ongeveer 10 minuten). Temperatuur- en luchtvochtigheidsbereik ● De temperatuur en vochtigheid, die voor de werking van dit apparaat nodig zijn, zijn in onderstaande tabel vermeld. Koel-/droogstand VerwarmingsstandBuitentempera-tuur Raadpleeg de specicaties van de buitenapparaten. Binnentempe-ratuur 18 tot 32 °C DB 10 tot 30 °C DBLuchtvochtig-heid binnen Circa 80% of lager ● Als de airconditioner bij een hogere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, kan de ingebouwde beveiligingscircuit in werking worden gesteld om schade aan het intern circuit te vermijden.

Het is tevens mogelijk dat in de koel- en droogmodi, wanneer het apparaat bij een lagere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, de warmtewisselaar bevriest, dit kan het lekken van water of andere schade veroorzaken. ● Als het apparaat gedurende een lange periode bij een hoge luchtvoch-tigheid wordt gebruikt, kan condensatie op de buitenkant van het bin-nenapparaat worden gevormd, die op de vloer of andere voorwerpen eronder kan druppelen. ● Gebruik dit apparaat alleen voor het koelen, verwarmen, ontvochtigen en het circuleren van lucht in kamers van normale woningen.

Nl-32. Verwijder het stof met een stofzuiger of door te wassen. Laat de luchtlters na het schoonmaken volledig aan de lucht drogen op een schaduwrijke plaats. 3. Plaats het luchtlter weer en sluit het inlaatrooster. (1) Houd de zijkanten van het luchtlter bij het paneel, en duw ze volledig in, en let er daarbij op dat de twee onderste lipjes goed terugkeren in de uitsparingen in het paneel. Haken (Twee plaatsen)(2) Het inlaatrooster sluiten. (Ten behoeve van het voorbeeld toont de illustratie de unit zonder dat het inlaatrooster is geplaatst. ) ● U kunt stof uit het luchtlter verwijderen met een stofzuiger, of door het lter schoon te wassen in een oplossing van een mild schoonmaakmid-del en warm water. Als u het lter wast, is het belangrijk dat u het pas weer plaatst nadat u het grondig hebt laten drogen op een plaats in de schaduw. ● Vuil, dat op de luchtlter ophoopt.

zorgt voor een afname van de lucht-stroom, lagere bedrijfsprestaties en meer lawaai. ● Maak in perioden van normaal gebruik de luchtlters elke twee weken schoon. ●Wanneer de unit langere tijd in gebruik is, kan er zich vuil binnenin verzamelen waardoor de prestaties afnemen. Wij adviseren u de unit regelmatig te laten inspecteren, in aanvulling op door uzelf uitgevoerde reiniging en onderhoud. Vraag voor meer informatie advies aan geautoriseerd servicepersoneel. ●Wanneer u de unit voor een maand of langer afsluit, laat het ap-paraat dan eerst gedurende ongeveer anderhalve dag werken in de ventilatorstand zodat de interne onderdelen grondig kunnen drogen. Plaatsing van het luchtreinigingslter1. Open het inlaatrooster en neem de luchtlters uit. Luchtlter (Rechts & Links) 2. Installeer de lterset voor luchtreiniging (set van 2 lters).

Set luchtreinigingsltersFrame van luchtreinigingslterLuchtreinigingslter(2) Bevestig de vergrendeling aan beide uiteinden van het lter met de twee haken aan de achterzijde van het frame voor het luchtreiniginglter. Haak (2 plaatsen aan de achterzijde)Grendel (2 plaatsen)Let erop dat het luchtreinigingslter niet buiten het frame mag uitsteken(3) Maak de vier bevestigingslocaties aan de boven- en onderzijde van het frame voor het luchtreinigingslter vast met de haken van het luchtlter. Achterzijde van het lterBevestigingslocatie, haak (6 plaatsen)REINIGING EN ONDERHOUD OPGELET ● Voordat u het apparaat schoonmaakt, schakel het apparaat uit en ontkoppel het van de voeding. ● Controleer dat het inlaatrooster stevig is geïnstalleerd. ● Raak niet de warmtewisselaar aan, wanneer u de luchtlters verwijdert of vervangt. U zou zich dan kunnen bezeren.

● Maak de binnenkant van het apparaat niet zelf schoon. Om de binnenkant schoon te maken, neem altijd contact op met een erkende vakman. ● Maak de behuizing van het apparaat niet schoon met water warmer dan 40 °C, niet met bijtende schoonmaakmiddelen of vluchtige middelen, zoals wasbenzine of verfverdunner. ● Stel de behuizing van de unit niet bloot aan vloeibare insectenbestrij-dingsmiddelen of haarsprays. Het inlaatrooster reinigen1. Het inlaatrooster verwijderen. (1) Plaats uw vingers aan weerszijden aan de onderzijde van het rooster van het paneel en til het naar voren; als het rooster halverwege deze beweging lijkt vast te zitten, til het dan verder op en neem het uit. (2) Trek het rooster voorbij de vergrendeling in het midden en open het inlaatrooster zo ver dat het horizontaal staat. (1)(1)(2)(2)InlaatroosterMontage-schacht Knop2. Reinig het met water.

Verwijder stof met een stofzuiger, was de unit schoon met warm water, en droog de unit vervolgens af met een schone, zachte doek. 3. Het inlaatrooster weer plaatsen. (1) Trek de knoppen helemaal uit.

(2) Houd het rooster horizontaal en zet de linker en rechter montage-assen in de lagers bovenop het paneel. (3) Druk op de plaats die door de pijl in de tekening wordt aangeduid en sluit het Inlaatrooster. (1)(2)MontageasKnopInlaat-roosterKogellagerMontageschachtKnopHet luchtlter reinigen1. Open het inlaatrooster en neem het luchtlter uit. Til de hendel van het luchtlter omhoog, koppel de twee onderste lipjes los en trek het luchtlter uit. LuchtlterhendelHaken (Twee plaatsen).

Nl-43. Plaats de twee luchtlters en sluit het inlaatrooster. Luchtlter (Rechts & Links) ● Wanneer de luchtreinigingslters worden gebruikt, zal het effect toene-men wanneer u de ventilatorsnelheid instelt op “Hoog”. Vuile luchtreiniginglters vervangenVervang lters door de volgende componenten (apart aan te schaffen). ● POLYFENOL-CATECHINE LUCHTREINIGINGSFILTER UTR-FA13-1 ● Negatieve-luchtionen geurlter: UTR-FA13-21. Open het inlaatrooster en neem de luchtlters uit. Luchtlter (Rechts & Links)2. Vervang ze door twee nieuwe luchtreinigingslters(1) Verwijder de oude luchtreiniginglters in omgekeerde volgorde van plaat-sing. (2) Installeer ze op dezelfde manier als u de set luchtreinigingslters hebt geplaatst. 3. Plaats de twee luchtlters en sluit het inlaatrooster.

Luchtlter (Rechts & Links)Ten aanzien van de LuchtreinigingsltersPOLYFENOL-CATECHINE LUCHTREINIGINGSFILTER (één blad) ● De luchtreinigingslters zijn lters voor eenmalig gebruik. (Zij kunnen niet worden gewassen en niet opnieuw worden gebruikt. ) ● Waar het de opslag van luchtreinigingslters betreft, kunt u de l-ters het beste zo spoedig mogelijk gebruiken nadat de verpakking is geopend. (Het effect van de luchttreiniging neemt af wanneer de lters in een geopende verpakking worden bewaard) ● Over het algemeen moeten de lters ongeveer iedere drie maanden worden gewisseld. Koop de delicate luchtreinigingslters (UTR-FA13-1) (Apart verkrijgbaar) ter vervanging van de gebruikte vuile luchtreinigingslters. [Negatieve lucht-ionen geurlter (één blad) — licht blauw] ● De lters moeten ongeveer iedere drie jaar worden vervangen zodat het geurverspreidende effect behouden blijft.

Onderhoud van geurltersBehoud het geurverspreidende effect, reinig het lter iedere drie maan-den op de volgende wijze(1) Neem het geurlter uit. (2) Maak het schoon in water en droog het aan de lucht. 1) Spoel de lters door met heet water onder hoge druk tot het op-pervlak van de lters onder water staat. Spoel na met een neutraal schoonmaakmiddel. (Wrijf of borstel het lter nooit, omdat dan het geurverspreidende effect verloren gaat. )2) Spoelen onder stromend water. 3) Drogen in de schaduw. (3) Plaats het geurlter weer. PROBLEEMOPLOSSINGDe volgende omstandigheden zijn geen defecten of storingen. Werkt niet onmiddellijk: ● Als het apparaat wordt gestopt en vervolgens onmiddellijk opnieuw wordt gestart, werkt de compressor niet gedurende 3 minuten om het doorbranden van de zekeringen te vermijden.

● Wanneer de elektrische schakelaar wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, werkt het beveiligingscircuit circa 3 minuten. Het apparaat zal gedurende deze periode niet werken. Luchtstroom is zwak of stopt: ● Wanneer de verwarmingsstand is ingeschakeld, zal de ventilator van de binneneenheid misschien tijdelijk tot stilstand komen zodat de interne onderdelen kunnen opwarmen. ● Als de kamertemperatuur tijdens het verwarmen boven de thermo-staatinstelling komt, stopt zowel het buitenapparaat als de ventilator van het binnenapparaat. Als u de kamer meer wilt verwarmen, zet de thermostaat dan op een hogere stand. ● Tijdens het olieterugwinningsproces kan de luchtstroom gedurende circa 10 minuten tot stilstand komen. (Zie bladzijde 2) ● Het apparaat zal tijdens het verwarmen tijdelijk stoppen (tussen 4 en 15 minuten) wanneer de automatische ontdooimodus in werking treedt.

(Zie bladzijde 2) ● De ventilator kan tijdens het droogproces of wanneer de unit de kamer-temperatuur bewaakt op een lage snelheid werken. ● Bij AUTO-monitoring werkt de ventilator op een lage snelheid.

Knipperende lampjes: ● Het OPERATION controlelampje knippert (groen): Een olieterugwinningsproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 2) ● Het OPERATION controlelampje knippert (groen): Een automatisch ontdooiproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 2) ● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen afwisselend: Het apparaat werkt weer normaal na een stroomonderbreking. ● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen gelijktijdig: Het apparaat werkt in de teststand. Neem contact op met een mana-ger, onderhoud kan gaande zijn. ● Het OPERATION controlelampje (groen) brandt en het TIMER contro-lelampje (oranje) knippert: Dit is de stand-bystatus. (Zie bladzijde 2)Er worden geluiden gehoord: ● In de volgende omstandigheden kunt u water horen stromen vanaf de binneneenheid en maakt de unit meer lawaai.

Dit wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel. Wanneer de werking start Wanneer het olieterugwinningsproces stopt Wanneer het automatisch ontdooiproces stopt ● Tijdens de werking kan een licht piepgeluid worden gehoord. Dit is het resultaat van een minieme uitzetting en inkrimping van het paneel dat door een wijziging van de temperatuur wordt veroorzaakt. ● Een sissend geluid kan occasioneel tijdens het verwarmen worden gehoord. Dit geluid wordt door het automatisch ontdooiproces veroor-zaakt. (Zie bladzijde 2)Geuren: ● De binneneenheid kan geuren afgeven. Deze geuren worden door kamergeuren (meubilair, tabak, etc. ) veroorzaakt, die door de aircondi-tioner worden aangezogen. Er komt damp uit de binneneenheid: ● Er kan tijdens het koelen een lichte nevel uit de binneneenheid op-stijgen.

Dit wordt veroorzaakt door een plotselinge afkoeling van de kamerlucht door de lucht die door de airconditioner wordt afgegeven, wat tot condensatie en nevelvorming leidt.

Nl-5SPECIFICATIESMODEL AS*A18GBCH AS*A24GBCH AS*A30GBCH VOEDINGSBRON 230 V~50/60 HzBESCHIKBAAR SPANNINGSBEREIK198 tot 264 V (50 Hz) 198 tot 253 V (60Hz)KOELCAPA-CITEIT [kW] 5,6 7,1 8,0[Btu/h] 19. 100 24. 200 27. 300VERWAR-MINGSCA-PACITEIT [kW] 6,3 8,0 9,0[Btu/h] 21. 500 27. 300 30. 700INGANGS-VERMOGEN [W] 32 60 91 STROOM [A] 0,33 0,52 0,69GELUIDSDRUKNIVEAU HOOG dB [A] 41 48 52 MIDDEN dB [A] 39 43 45 LAAG dB [A] 35 35 35AFMETINGEN & GEWICHT HOOGTE [mm] 320 BREEDTE [mm] 998 DIEPTE [mm] 238 GEWICHT [kg] 15 ● Informatie over akoestisch geluid: Het maximum geluidsdrukniveau is minder dan 70 dB (A) voor zowel de binnen- als de buiteneenheid. In overeenstemming met IEC 704-1 en ISO 3744. ● Dit product bevat geuoreerde broeikasgassen. Er stroomt water uit de buiteneenheid: ● Er kan tijdens het verwarmen water uit de buiteneenheid stromen, wat wordt veroorzaakt door de automatische ontdooiing.

De volgende omstandigheden zullen misschien niet op een defect wijzen, dus controleer de unit nog-maals. Werkt helemaal niet: ● Is er een stroomonderbreking. ● Is de zekering doorgebrand of is de beveiligingsschakelaar geacti-veerd. ● Is de hoofdschakelaar op de stand OFF ingesteld. ● Probeert u de unit in een andere stand te laten werken dan de priori-teitsstand. (Zie bladzijde 2) ● Is het apparaat in de stand-bystatus. (Zie bladzijde 2)De bedrijfsstand kan niet worden gewijzigd: ● Probeert u de unit in een andere stand te laten werken dan de priori-teitscondities. (Zie bladzijde 2)Zwakke prestaties tijdens het koelen (of verwarmen): ● Hebt u de kamertemperatuurinstellingen (thermostaat) juist aangepast. ● Is het luchtlter vuil. (Zie bladzijde 3) ● Is de inlaat- of uitlaatpoort van de airconditioner geblokkeerd. ● Staat er een raam of deur open.

● Tijdens het koelen, is er een raam die fel zonlicht binnenlaat. (Doe de gordijnen dicht. ) ● Tijdens het koelen, bevinden er zich verwarmingstoestellen, computers of veel mensen in de kamer.

● Is de ventilatorsnelheid te laag ingesteld. Stel de temperatuur lager dan de kamertemperatuur in en gebruikt het: ● Temperatuur zakt niet zoals gewenst. De temperatuur zakt niet zoals gewenst naargelang de kameromstandigheden. (Bij een hoge vochtig-heid of hoge kamertemperatuur. ) (Zie bladzijde 2)In de volgende omstandigheden, stop onmiddellijk met het gebruik van het apparaat en neem contact op met een erkende vakman. ● Het probleem kan niet worden opgelost, zelfs na het uitvoeren van de controles die in de sectie probleemoplossing zijn vermeld. ● Het FILTER-controlelampje (rood) knippert zeer snel. ● De bedrade afstandsbediening of eenvoudige afstandsbediening geeft Er aan (wanneer aangesloten). ● Er is een brandgeur.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fujitsu Airstage ASYA18GBCH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden