Fujitsu AGHA014GCGH Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu AGHA014GCGH (8 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu AGHA014GCGH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fujitsu |
| Categorie: | Airco |
| Model: | AGHA014GCGH |
Handleiding Fujitsu AGHA014GCGH – volledige tekst
Nl-1 ● Bedien de airconditioner niet als uw handen nat zijn. ● Controleer de installatiestand op schade. ● Gebruik het apparaat alleen met de luchtlters geïnstalleerd. ● Drink geen water dat door de airconditioner wordt afgevoerd. ● Oefen geen hevige druk uit op de lamellen van de radiator. ● Gebruik geen ontvlambare gassen in de buurt van de airconditioner. ● Raak de leidingen tijdens de werking van het apparaat niet aan. ● Zorg voor een afstand van minstens 1 m tussen elektrische apparaten en binnen- of buiteneenheid. ● Dit apparaat is niet bestemd voor personen (waaronder kinderen) met beperkte fysische, visuele of mentale mogelijkheden, of die een gebrek hebben aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen omtrent het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
Houd toezicht over kinderen zodat ze niet met het apparaat spelen. Opmerking: Als u de bedrijfsmodus in het warmteterugwinningssysteem wijzigt, kan het enige tijd duren voordat het apparaat opnieuw gebruiksklaar is. Dit is geen fout. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE OPGELET ● Probeer niet om deze airconditioner eigenhandig te installeren. ● Dit apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker gerepareerd kunnen worden. Raadpleeg altijd een erkende vakman als reparatie nodig is. ● Als u het apparaat in een andere ruimte wilt installeren, raadpleeg een erkende vakman om het apparaat te ontkoppelen en te installeren. ● Het apparaat moet worden geaard. ● Zorg dat de afvoerwerkzaamheden voor de uitlaat juist zijn uitgevoerd. ● Installeer de airconditioner niet in de buurt van een open haard of ander verwarmingstoestel.
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN(5)(14)(17)(13) (11) (10)(9)(12)(6) (7) (8)(3)(2)(1) (4)(16)(15)(1) Bedieningsdisplay(2) Luchtuitlaat keuzeschakelaar(3) MANUAL AUTO knop: Dit wordt gebruikt om te bedienen wanneer de afstandsbediening niet beschikbaar is. (4) Indicatielampjes(5) TIMER-controlelampje (oranje): Het gaat branden wanneer de timer werkt. (6) OPERATION-controlelampje (groen): Het gaat branden wanneer het in gebruik is. (7) FILTER-controlelampje (rood): Het lampje gaat branden als het lter vuil is geworden. Reinig het lter volgens “REINIGING EN ON-DERHOUD”. Het lampje gaat uit wanneer de RESET-knop wordt ingedrukt na het reinigen. (8) Ontvanger signaal afstandsbediening: Dit is de plek waar de signa-len van de afstandsbediening worden ontvangen.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN ● Voordat u het apparaat gebruikt, lees deze “VOORZORGSMAATRE-GELEN” grondig door en bedien dit apparaat op de juiste manier. ● Alle aanwijzingen in deze sectie zorgen voor een veiliger gebruik van het apparaat; leef ze aldus altijd na. ● “WAARSCHUWING” en “OPGELET” hebben in deze aanwijzingen de volgende betekenis: WAARSCHUWINGDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kun-nen leiden tot ernstig letsel of de dood van de gebruiker. OPGELETDeze markering geeft procedures aan die indien ze verkeerd worden uitgevoerd, kunnen leiden tot persoonlijk letsel van de gebruiker of schade aan eigendommen. VOORZORGSMAATREGELEN BIJ GEBRUIK WAARSCHUWING ● Stel uzelf niet langdurig bloot aan de directe wind van de airconditioner. ● Steek geen vingers of voorwerpen in de uitlaatpoort of de inlaatroosters.
● Uitgezonderd bij een NOODGEVAL, schakel de hoofd- of subschake-laar van de binnenapparaten tijdens de werking nooit uit. Dit leidt tot een storing van de compressor en het lekken van water. Stop eerst het binnenapparaat met behulp van de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat en schakel dan pas de schakelaar uit.
Bedien het apparaat altijd via de bedieningseenheid, omzetter of extern invoerapparaat. ● Als het snoer van dit apparaat beschadigd is, laat het alleen vervangen door een erkende vakman. Speciaal gereedschap en een speciek snoer zijn vereist. ● Als er koelmiddel lekt, doof eventuele vlammen, lucht de kamer en neem contact op met een erkende vakman. OPGELET ● Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. ● Niet in toepassingen gebruiken betre?ende opslag van levensmidde-len, precisie-apparatuur, of kunstwerken. ● Plaats geen dieren of planten in de directe luchtstroom van het ap-paraat. ● Richt de luchtstroom niet naar open haarden of verwarmingstoestellen. ● Zorg dat de inlaat- en uitlaatpoort nooit wordt belemmerd of afgedekt. ● Klim niet op of plaats geen voorwerpen op de airconditioner. ● Plaats geen bloemenvazen of andere houders met water op de aircon-ditioner.
● Hang geen voorwerpen aan het binnenapparaat. ● Plaats geen voorwerpen onder het binnenapparaat die niet nat mogen worden. ● Schakel de elektrische schakelaar altijd uit voordat u de airconditioner of luchtlter schoonmaakt. ● Giet geen water of een schoonmaakmiddel direct op het apparaat en maak het apparaat niet met deze middelen schoon. ● Zorg dat de airconditioner niet in direct contact met water komt. GEBRUIKERSHANDLEIDINGONDERDEELNR. 9382567057-02VRF-systeem binneneenheid (Vloermodel)INHOUDVEILIGHEIDSMAATREGELEN. 1BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN. 1MANUAL AUTO WERKING. 2LUCHTSTROOM RICHTING. 2LUCHTUITLAAT KEUZE. 2GEBRUIKSTIPS. 3REINIGING EN ONDERHOUD. 3PROBLEEMOPLOSSING. 5SPECIFICATIES. 6.
Nl-2(9) Inlaatrooster(10) Voorpaneel(11) Luchtlter(12) Verticale windrichting lamellen(13) Lamel Horizontale richting luchtstroom (achter de lamel Verticale luchtstroom en de bevochtiger)(14) Bevochtiger(15) Luchtreinigingslter(16) Koord(17) AfvoerslangBedieningseenheid (optioneel)Types van afstandsbediening: ● Draadloze afstandsbediening ● Bedrade afstandsbediening ● Eenvoudige afstandsbedieningVoor de juiste bediening, raadpleeg de gebruikershandleiding van elk apparaat. MANUAL AUTO WERKINGGebruik de functie MANUAL AUTO in het geval dat de afstandsbediening verloren of niet voorhanden is. OPGELETDruk niet met uw natte handen of een scherp voorwerp op de knop MA-NUAL AUTO, dit kan een elektrische schok of storing veroorzaken. Werking startenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedieningspaneel. De werking kan met de volgende instelling ingesteld worden.
Bedrijfsmodus AUTO:Als de Auto-modus niet geselecteerd kan wor-den, werkt het apparaat in dezelfde modus als het andere apparaat in hetzelfde systeem. (Als het andere binnenapparaat in hetzelfde systeem niet werkt, dan koelt de airconditioner. )Ventilatorsnelheid AUTOTemperatuurinstel-ling23 °CWerking stoppenDruk op de knop MANUAL AUTO op het bedieningspa-neel. LUCHTSTROOM RICHTINGVerticale windrichtingDe verticale windrichting kan worden bediend met de afstandsbediening. 1234Koelen, Drogen en VerwarmenHorizontale windrichtingDe horizontale windrichting kan hanmatige worden ingesteld door het aanpassen van de horizontale windrichting lamellen. OPGELETDe horizontale windrichting lamellen altijd aanpassen, wanneer de be-vochtiger open is. De bevochtiger met kracht met uw handen openen kan leiden tot storing van de bevochtiger.
LUCHTUITLAAT KEUZEMet deze functie, komt de lucht tegelijkertijd uit de bovenste en onderste luchtuitlaten, zodat de kamer e?ectief kan worden gekoeld of verwarmd. Deze functie wordt ingesteld door middel van de schakelaar aan de achterzijde van het inlaatrooster van de binnen-unit.
(Deze functie is beschikbaar in koelen en verwarmen werking. )Hoe de luchtuitlaat in te stellenAlleen voor de bovenste luchtuitlaatBovenste en onderste luchtuitlatenDe luchtuitlaat keuzeschakelaar instellen op De luchtuitlaat keuzeschakelaar instellen op Lucht komt automatisch uit de bovenste en onderste luchtuit-laten zoals weergegeven in de onderstaande tabel. OPMERKINGEN:De luchtuitlaat keuzeschakelaar instellen op het einde. Anders kan de luchtuitlaat niet als bedoeld worden geselecteerd. Beschrijving van de werking(Wanneer de bovenste en onderste luchtuitlaten zijn ingesteld)Koelen modus Drogen modus VerwarmingsmodusBovenste en onderste luchtstroomBovenste luchtstroomAlleen bovenste luchtstroomBovenste en onderste luchtstroomBovenste luchtstroomKamertem-peratuur en de ingestelde temperatuur zijn verschil-lend.
Nl-3 ● Als de airconditioner bij een hogere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, kan de ingebouwde beveiligingscircuit in werking worden gesteld om schade aan het intern circuit te vermijden. Het is tevens mogelijk dat in de koel- en droogmodi, wanneer het apparaat bij een lagere temperatuur wordt gebruikt dan hierboven vermeld, de warmtewisselaar bevriest, dit kan het lekken van water of andere schade veroorzaken. ● Als het apparaat gedurende een lange periode bij een hoge luchtvoch-tigheid wordt gebruikt, kan condensatie op de buitenkant van het bin-nenapparaat worden gevormd, die op de vloer of andere voorwerpen eronder kan druppelen. ● Gebruik dit apparaat alleen voor het koelen, verwarmen, ontvochtigen en het circuleren van lucht in kamers van normale woningen.
REINIGING EN ONDERHOUD OPGELET ● Voordat u het apparaat schoonmaakt, schakel het apparaat uit en ontkoppel het van de voeding. ● Sta tijdens het schoonmaken niet op een onstabiele ondergrond. ● Als u de luchtlters verwijdert of vervangt, raak de warmtewisselaar niet aan. Risico op persoonlijk letsel. ● Zorg ervoor dat het inlaatrooster stevig wordt gemonteerd. ● Maak de binnenkant van het apparaat niet zelf schoon. Om de bin-nenkant schoon te maken, neem altijd contact op met een erkende vakman. ● Maak de behuizing van het apparaat niet schoon met water warmer dan 40 °C, agressieve schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen zoals benzeen of verdunner. ● Vuil, dat op de luchtlter ophoopt. zorgt voor een afname van de lucht-stroom, lagere bedrijfsprestaties en meer lawaai. Tijdens periodes van normaal gebruikt moten de luchtlters elke 2 weken gereinigd worden. Het inlaatrooster reinigen1.
Verwijder het inlaatrooster. (1) Plaats uw vingers op beide aanduidingen aan de bovenzijde van de inlaatrooster, en trek het rooster naar voren; als het rooster niet geheel los komt met deze handeling, trek dan nogmaals tot u het kunt verwijderen.
(2) De koorden die het rooster vasthouden losmaken. Koord1122Inlaat-rooster2. Reinigen met water. Het stof met een stofzuiger verwijderen; de unit afvegen met warm water, vervolgens drogen met een schoon, zacht doekje. GEBRUIKSTIPSWerking en vermogenOver de prioriteitsstatus en de stand-bystatus ● Er kunnen meerdere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem verbonden worden. De keuze aan bedrijfsmodi is beperkt naargelang het systeem. Koelen prioriteitsstatus:Als de andere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem in de koel- of droogmodus werken, is het niet mogelijk om gelijktijdig verwarmen te selecteren. Verwarmen prioriteitsstatus:Als de andere binnenapparaten binnen hetzelfde systeem in de ver-warmingsmodus werken, is het niet mogelijk om gelijktijdig koelen of drogen te selecteren.
Stand-bystatus:De stand-bystatus wordt geactiveerd wanneer 2 of meerdere binnen-apparaten in een verschillende modus worden opgestart. Alle bin-nenapparaten die zich niet in de prioriteitsmodus bevinden worden in stand-by gezet totdat de prioriteitsmodus wordt gewijzigd (de werking start zodra de prioriteit wordt gewijzigd). Op dit moment, zal het operatie controlelampje (groen) brandt en het timer controlelampje (oranje) knippert. Lage omgevingskoeling ● Als de buitentemperatuur zakt, is het mogelijk dat de ventilatoren van het buitenapparaat naar Low Speed (langzaam) schakelen of dat een van de ventilatoren tijdelijk stopt. Verwarmingsvermogen ● De verwarmingsmodus werkt volgens het warmtepompprincipe, waarbij warmte uit de buitenlucht wordt opgenomen en vervolgens in de binnenruimte wordt afgegeven. De bedrijfsprestaties nemen aldus af naarmate de buitentemperatuur zakt.
Als u het gevoel hebt dat het apparaat onvoldoende warmte produceert, raden wij u aan om deze airconditioner in combinatie met een ander verwarmingstoestel te gebruiken. ● De verwarmingsmodus warmt de volledige ruimte op door de lucht in de ruimte te laten circuleren.
Na het inschakelen van de airconditioner kan het aldus enige tijd duren voordat de kamer is verwarmd. Microcomputer-gestuurd automatisch ontdooien ● Als de verwarmingsmodus bij een lage buitentemperatuur en hoge vochtigheid wordt gebruikt, kan er ijs op het buitenapparaat worden gevormd waardoor de prestaties afnemen. Om dit te vermijden is het apparaat uitgerust met een microcomputer-gestuurde automatische ontdooifunctie. Als ijsvorming optreedt, zal de airconditioner tijdelijk stoppen en zal het ontdooicircuit kortstondig werken (circa 4 tot 15 minuten). Tijdens de automatische ontdooiing zal het OPERATION-controlelamp-je (groen) knipperen. Olieterugwinningsproces ● Er vindt regelmatig een olieterugwinningsproces plaats dat ervoor zorgt dat de compressorolie naar het buitenapparaat terugkeert.
Nl-43. Plaats het inlaatrooster weer. (1) De koorden vastmaken. (2) De linker en rechter assen monteren in de lagers aan de onderkant van het paneel. (3) Druk op de plaats waar de markering op het diagram aangeeft en sluit het inlaatrooster. Inlaat-rooster321213KoordHet luchtlter reinigen1. Open het inlaatrooster, en verwijder het luchtlter. De handgreep van de luchtlter naar beneden drukken, de 2 bovenste tabs ontkoppelen, en uitrekken. 2. Het stof met de stofzuiger of door te wassen. Na het wassen, laten drogen in een schaduwrijke plek. 3. Plaats het luchtlter weer en sluit het inlaatrooster. (1)Houd de zijden van het luchtlter tegenover het paneel en duw het luchtlter volledig naar binnen, let er daarbij op dat de 2 bovenste tabs goed in de openingen in het paneel worden teruggeplaatst. PaneelLuchtlterPaneelLuchtlter(2) Sluit het inlaatrooster.
● Stof kan van de luchtlter worden gereinigd met een stofzuiger, of door het wassen van het lter in een oplossing van mild schoonmaakmid-del en warm water. Als u het lter wast, laat het volledig aan de lucht drogen in een schaduwrijke plaats voordat u het opnieuw installeert. ● Als zich vuil op het luchtlter ophoopt, neemt de luchtstroom af, werkt het apparaat minder e?cient en produceert het meer lawaai. ● Tijdens periodes van normaal gebruik moeten de luchtlters elke 2 weken gereinigd worden. ●Wanneer gebruikt voor langere perioden, kan er aan de binnenkant van de unit verontreiniging ophopen, waardoor de prestaties wor-den gereduceerd. Wij raden aan de unit regelmatig te inspecteren, in aanvullen op de door u uitgevoerde reiniging en onderhoud. Voor aanvullende informatie, kunt u contact opnemen met het bevoegd onderhoudspersoneel.
●Wanneer de unit gedurende één maand of meer niet wordt gebruikt, moet het eerst voor een halve dag in de fan modus draaien, zodat de interne onderdelen goed kunnen drogen. Installatie van het luchtreinigingslter1.
Open het inlaatrooster en neem de luchtlters uit. 2. Installeer het luchtreinigingslter set (set van 2). Het luchtreinigingslter in het paneel inbrengen. Op vijf plaatsen vastmaken. (3 plaatsen voor de bovenste delen en voor de onderste delen 2 plaatsen. )Luchtreinigingslter3. Installeer de twee luchtlters en sluit het inlaatroos-ter. ● Wanneer de luchtreinigingslters worden gebruikt, zal het e?ect worden vergroot door de instelling van de ventilatorsnelheid op “High” (hoog) te zetten. Vervangen van verontreinigde luchtreinigingsltersVervang de lters met de volgende componenten (apart gekocht). ● APPLE-CATECHIN FILTER: UTR-FC03-2 ● ION DESODORISATIE FILTER: UTR-FC03-31. Open het inlaatrooster en neem de luchtlters uit. 2. Vervang deze met twee nieuwe luchtreinigingsl-ters.
(1) Ga voor het uitnemen van de oude luchtreinigingslters in omgekeer-de volgorde te werk als bij de installatie. (2) Ga voor het installeren van de lters op dezelfde wijze te werk als bij de installatie van het luchtreinigingslter-set.
Nl-53. Installeer de twee luchtlters en sluit het inlaatroos-ter. Met betrekking tot de luchtreinigingsltersAPPLE-CATECHIN FILTER (1 blad) ● De lters zijn wegwerplters. (Ze kunnen niet worden gewassen en hergebruikt. ) ● Voor de opslag van de lters, moet u de lters zo snel mogelijke ge-bruiken als de verpakking is geopend. ● (Het luchtreiniging e?ect vermindert, wanneer de lters in de geopende verpakking blijven) ● Over het algemeen, moeten de lters iedere 3 maanden worden vervangen. Koop de speciale APPLE-CATECHIN FILTER (UTR-FC03-2) (Apart verkocht) voor het wisselen van verontreinigde luchtreinigingslters. ION DESODORISATIE FILTER (1 blad) - licht blauw ● Deze lters moeten iedere 3 jaren worden vervangen, zodat het deso-doriserende e?ect wordt behouden. Koop de speciale ION DESODORISATIE FILTER (UTR-FA13-2) (Apart verkocht) voor het wisselen van de lters.
Onderhoud van het ION DESODORISATIE FILTERTeneinde het desodoriserende e?ect te behouden, maak a. u. b de lters iedere 3 maanden op de volgende manier schoon. (1) Verwijder het lter. (2) Schoonmaken met water en laten drogen in de lucht. 1) De lters met water onder hoge druk spoelen, totdat het oppervlak van de lters is bedekt met water. Gelieve met oplosmiddel neu-traal schoonmaakmiddel spoelen. (Nooit reinigen door te schrob-ben of te wrijven, anders zal het desodoriserende e?ect worden beschadigd. ) 2) Spoelen met veel water. 3) Laten drogen in de schaduw. (3) Het lter opnieuw installeren. Reinigen van het chassisWas het chassis met warm water, en droog het dan met een schone en zachte doek. Wanneer het apparaat gedurende een lange periode niet gebruikt zal wordenLaat de schakelaar minstens 12 uur ingeschakeld voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
Na een lange periode van het niet gebruiken van de unitIndien u de binnenunit voor één of meer wilt uitschakelen, laat het voor een halve dag op de FAN werking draaien, zodat de interne delen goed drogen voor een normale operatie. Aanvullende inspectieNa een lange periode van gebruik, kan de opgehoopte stof aan de bin-nenkant van de binnenunit de prestaties van het product reduceren, zelf als de unit met de aangegeven dagelijks onderhoud of reinigingsproce-dures in deze handleiding werd onderhouden. In een dergelijke geval, wordt een inspectie van het product aangeraden. Voor aanvullende informatie, kunt u contact opnemen met het bevoegd onderhoudspersoneel. PROBLEEMOPLOSSINGDe volgende omstandigheden zijn geen defecten of storingen.
Werkt niet onmiddellijk: ● Als het apparaat wordt gestopt en vervolgens onmiddellijk opnieuw wordt gestart, werkt de compressor niet gedurende 3 minuten om het doorbranden van de zekeringen te vermijden. ● Wanneer de elektrische schakelaar wordt uitgeschakeld en opnieuw wordt ingeschakeld, werkt het beveiligingscircuit circa 3 minuten. Het apparaat zal gedurende deze periode niet werken. Luchtstroom is zwak of stopt: ● Als de verwarmingsmodus is ingeschakeld, is het mogelijk dat de ventilator van het binnenapparaat tijdelijk stopt om de interne delen op te warmen. ● Als de kamertemperatuur tijdens het verwarmen boven de thermo-staatinstelling komt, stopt zowel het buitenapparaat als de ventilator van het binnenapparaat. Als u de kamer meer wilt verwarmen, stel de thermostaat op een hogere instelling in.
● Tijdens het olieterugwinningsproces kan de luchtstroom gedurende circa 10 minuten stoppen. (Zie bladzijde 3) ● Het apparaat zal tijdens het verwarmen tijdelijk stoppen (tussen 4 en 15 minuten) wanneer de automatische ontdooimodus in werking treedt. (Zie bladzijde 3) ● De ventilator kan tijdens het droogproces of wanneer het apparaat over de kamertemperatuur waakt op een lage snelheid werken.
● In het AUTO waakproces werkt de ventilator op een lage snelheid. Knipperende lampjes: ● Het OPERATION controlelampje (groen) knippert: Een olieterugwinningsproces wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 3) ● Het OPERATION controlelampje (groen) knippert: Een automatisch ontdooi operatie wordt uitgevoerd. (Zie bladzijde 3) ● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen afwisselend: Het apparaat werkt opnieuw normaal na een stroomonderbreking. ● Het OPERATION controlelampje (groen) en het TIMER controlelampje (oranje) knipperen gelijktijdig: Het apparaat werkt in de testmodus. Neem contact op met een mana-ger, onderhoud kan gaande zijn. ● Het OPERATION controlelampje (groen) brandt en het TIMER contro-lelampje (oranje) knippert: Dit is de stand-bystatus.
(Zie bladzijde 3)Er worden geluiden gehoord: ● In de volgende omstandigheden kunt u het stromen van water vanaf het binnenapparaat horen en maakt het apparaat tijdens de werking meer lawaai. Dit wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel. Wanneer de werking start Wanneer het olieterugwinningsproces stopt Wanneer het automatisch ontdooiproces stopt ● Tijdens de werking kan een licht piepgeluid worden gehoord. Dit is het resultaat van een minieme uitzetting en inkrimping van het paneel dat door een wijziging van de temperatuur wordt veroorzaakt. ● Een sissend geluid kan occasioneel tijdens het verwarmen worden gehoord. Dit geluid wordt door het automatisch ontdooiproces veroor-zaakt. (Zie bladzijde 3)Geuren: ● Het binnenapparaat kan geuren afgeven. Deze geuren worden door kamergeuren (meubilair, tabak, etc. ) veroorzaakt, die door de aircondi-tioner worden aangezogen.
Er komt damp uit het binnenapparaat: ● Een dunne nevel kan tijdens het koelen door het binnenapparaat worden afgegeven. Dit wordt veroorzaakt door een plotselinge afkoe-ling van de kamerlucht door de lucht die door de airconditioner wordt afgegeven, wat tot condensatie en nevelvorming leidt.
Er komt stoom uit het binnenapparaat: ● De ventilator van het buitenapparaat kan tijdens het verwarmen wor-den gestopt en stoom kan uit het apparaat opstijgen. Dit wordt door het automatisch ontdooiproces veroorzaakt. (Zie bladzijde 3)Water stroomt uit het buitenapparaat: ● Water kan door het automatisch ontdooiproces tijdens het verwarmen uit het buitenapparaat stromen.
Nl-6De volgende omstandigheden kunnen geen defect zijn, controleer nogmaals. Werkt helemaal niet: ● Is er een stroomonderbreking. ● Is de zekering doorgebrand of is de beveiligingsschakelaar geacti-veerd. ● Is de hoofdschakelaar op de stand OFF ingesteld. ● Probeert u het apparaat op een andere modus te laten werken dan de prioriteitsmodus. (Zie bladzijde 3) ● Is het apparaat in de stand-bystatus. (Zie bladzijde 3)De bedrijfsmodus kan niet worden gewijzigd: ● Probeert u het apparaat op een andere modus te laten werken dan de prioriteitsomstandigheden. (Zie bladzijde 3)Zwakke prestaties tijdens het koelen (of verwarmen): ● Hebt u de kamertemperatuurinstellingen (thermostaat) juist aangepast. ● Is de luchtlter vuil. (Zie bladzijde 3) ● Is de inlaat- of uitlaatpoort van de airconditioner verstopt. ● Staat er een raam of deur open.
● Tijdens het koelen, is er een raam die fel zonlicht binnenlaat. (Doe de gordijnen dicht. ) ● Tijdens het koelen, bevinden er zich verwarmingstoestellen, computers of veel mensen in de kamer. ● Is de ventilatorsnelheid te laag ingesteld. Stel de temperatuur lager dan de kamertemperatuur in en gebruikt het: ● Temperatuur zakt niet zoals gewenst. De temperatuur zakt niet zoals gewenst naargelang de kameromstan-digheden. (Bij een hoge vochtigheid of hoge kamertemperatuur. ) (Zie bladzijde 3)In de volgende omstandigheden, stop onmiddellijk met het gebruik van het apparaat en neem contact op met een erkende vakman. ● Het probleem kan niet worden opgelost, zelfs na het uitvoeren van de controles die in de sectie probleemoplossing zijn vermeld. ● Het FILTER-controlelampje (rood) knippert zeer snel.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fujitsu AGHA014GCGH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Fujitsu
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco