Fuji Electric AOYG12LEC Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fuji Electric AOYG12LEC (25 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 108 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Fuji Electric AOYG12LEC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fuji Electric |
| Categorie: | Airco |
| Model: | AOYG12LEC |
Handleiding Fuji Electric AOYG12LEC – volledige tekst
1. voorzorgsmaatregelen• Lees voor het gebruiken van deze airconditioner het bedieningsvoorschrift zorgvuldig door. Werk volgens de aanwijzingen. • De instructies in deze alinea hebben betrekking op de veiligheid. Houd bij het gebruik van de airconditioner rekening met de veiligheidsvoorschriften. VeiligheidsvoorschriftenGEVAAR. • Probeer niet deze airconditioner zelf te installeren. • Geen van de onderdelen van deze unit kunnen door de gebruiker zelf worden gerepareerd. Raadpleeg altijd de erkende installateur voor reparaties. • Raadpleeg bij verhuizing een erkende installateur voor het loskoppelen en opnieuw installeren van de unit. • Blijf niet te lang in de koude luchtstroom van de airconditioner in verband met gevaar voor onderkoeling. • Steek geen voorwerpen of lichaamsdelen in de luchtuitlaat of het luchtrooster.
• Schakel de airconditioner niet uit door de stekker uit het stopcontact te nemen of de hoofdschakelaar uit te zetten. • Zorg dat het elektrische snoer niet wordt beschadigd. • Schakel het apparaat uit in geval van storing (brandlucht, e. d. ). Trek de stekker uit het stopcontact en raadpleeg de erkende installateur. • Als de elektriciteitskabel van deze airconditioner beschadigd is, dient deze uitsluitend te worden vervangen door de fabrikant of zijn gemachtigd servicepersoneel om veiligheidsrisico’s te voorkomen. PAS OP. • Zorg tijdens het gebruik regelmatig voor ventilatie. • Richt de luchtstroom niet op kachels of verwarmingsapparatuur. • Klim niet op de airconditioner, plaats er geen voorwerpen op. • Plaats geen bloemenvazen of waterbakken op de airconditioner. • Hang geen voorwerpen aan de airconditioner. • Stel de airconditioner niet rechtstreeks bloot aan water.
• Bedien de airconditioner niet met natte handen. • Schakel de elektriciteit uit wanneer de unit langere tijd niet wordt gebruikt. • Controleer of het onderstel van de installatie is beschadigd.
• Plaats geen planten of dieren in de directe luchtstroom. • Drink niet van het water dat uit de airconditioner komt. • Niet te gebruiken voor toepassingen bij de opslag van voedingsmiddelen, planten, dieren, precisieapparatuur of kunstwerken. • Oefen geen druk uit op de radiatorvinnen. • Alleen te gebruiken wanneer de luchtfilters zijn geïnstalleerd. • Zorg dat het luchtinlaatrooster en de uitlaatopening niet worden geblokkeerd of afgedekt. • Zorg dat elektronische apparatuur tenminste een meter van de binnen- of buitenunit verwijderd staat. • Voorkom installatie van de airconditioner dichtbij een kachel of ander verwarmingsapparaat. • Gebruik geen ontvlambare gassen nabij de airconditioner. • Verbindingskleppen worden tijdens verwarmen heet; wees voorzichtig. • Schakel de hoofdschakelaar altijd uit als u de airconditioner reinigt of het luchtfilter verwisselt. 3.
2. Omschrijving van de functiesInverter functieDirect na het inschakelen van de airconditioner wordt extra vermogen gebruikt om de ruimte snel op de ingestelde temperatuur te brengen. Daarna schakelt de unit automatisch over naar een lager vermogen. Energiebesparende functieIn de energiebesparende functie is de temperatuur tijdens de koelfunctie iets hoger dan de ingesteldewaarde. Tijdens de verwarmingsfunctie is de temperatuur iets lager. Op deze manier wordt energiebespaard t. o. v. de normale functie. SwingfunctieDe luchtuitblaasrichting wordt geregeld door de lamellen. Doordat de lamellen automatisch op enneer bewegen wordt de lucht door de gehele ruimte verspreid. Automatische functieomschakelingDe airconditioner schakelt automatisch tussen de koel- en verwarmingsfunctie om de ingestelde temperatuur te handhaven.
Super stil functieAls met de FAN CONTROL-toets de Super stil functie (QUIET) wordt geselecteerd, zal de lucht-uitblaassnelheid verminderen om een fluisterstille koelwerking te verkrijgen. 10° C verwarmingsfunctieDe ruimtetemperatuur kan op 10° C worden ingesteld, waardoor voorkomen wordt dat de ruimte-temperatuur te ver daalt. Geluidsbeperking buitenunitDeze functie vermindert het geluid van de buitenunit door het verlagen van de ventilatorsnelheid enhet toerental van de compressor. Vooral nuttig als het stil is in de omgeving, bijv. ‘s nachts. Programma-timerDe timerfunctie maakt het mogelijk de OFF-timer en ON-timer functies te combineren. (Bijv. van OFF-timer naar ON-timer of van ON-timer naar OFF-timer binnen een periode van 24 uur.
) SlaapfunctieAls de slaapfunctie (SLEEP) toets wordt ingedrukt tijdens de verwarmingsfunctie, dan wordt de ingestelde temperatuur automatisch geleidelijk verlaagd; wordt deze toets ingedrukt tijdens de koel-functie, dan wordt de ingestelde temperatuur automatisch geleidelijk verhoogd. Als de ingestelde tijdis bereikt, schakelt de airconditioner automatisch uit.
Extra vermogen functieTe gebruiken vor het snel koelen of verwarmen van de ruimte. Verwijderbaar luchtinlaatroosterHet luchtinlaatrooster van de airconditioner kan eenvoudig verwijderd worden voor het schoonmaken. Schimmelbestendig filterHet luchtfilter is behandeld om groei van schimmels tegen te gaan. De uitgeblazen lucht is schoner enhet filter is makkelijk te onderhouden. Polyfenol Catechin luchtreinigingsfilterHet polyfenol catechin luchtreinigingsfilter verwijdert d. m. v. statische elektriciteit onzichtbaar kleinestofdeeltjes (tabaksrook, micro-organismen) uit de lucht. Het filter bevat catechin, dat zeer effectief de groei van diverse bacteriën in het filter voorkomt. Houd er rekening mee, dat de luchthoeveelheidafneemt als u dit filter installeert. Hierdoor wordt het koelvermogen van de unit iets lager.
53. Benaming en functie van onderdelenAirconditioner en condensingunitBINNENUNIT (fig. 1)1. Bedieningspaneel (fig. 2)2. MANUAL/AUTO-toets• Als deze toets langer dan 10 seconden wordt ingedrukt, wordt de geforceerde koelfunctiegestart.• Deze functie wordt tijdens de installatie doorde installateurs gebruikt.• Mocht de geforceerde koelfunctie per ongelukworden gestart, druk dan op de START/STOP-toets om de functie te beëindigen.• Gebruiki deze toets voor het re-setten van defilter-indicator. 3. Indicatielampjes (fig. 3)4. Ontvanger van signalen van de afstandsbediening5. OPERATION-lampje (groen)6. TIMER-lampje (oranje)Wanneer dit lampje knippert als de timer in werking is, dan duidt dit op een fout bij de instelling van de timer.7. Energiebesparing-lampje (groen)• Dit lampje brandt tijdens de energie-besparingsfunctie en de 10°C verwarmings-functie8. Luchtinlaatrooster (fig. 4)9.
74. VoorbereidingInschakelen van de apparatuur1. Steek de stekker in het stopcontact. 2. Zet de eventuele hoofdschakelaar op ON.Voorbereiding van de afstandsbedieningPlaatsen van de batterijen (RO3, LRO3 of AAA x 2)1. Druk op het klepje aan de achterzijde van de afstandsbediening en schuif het in de richting van de pijl.2. Plaats de batterijen in de juiste richting (+/-) in het batterijenvakje.3. Sluit het batterijenvakje weer af met het klepje.Instellen van de tijd1. Druk op de CLOCK ADJUST-toets. Gebruik een balpen of ander puntig voorwerp om de toets in drukken ( ).2. Gebruik de ( ) SELECT-toetsen om de tijd in te stellen.-toets: -toets:voor het vooruit laten lopen van de tijd. voor het achteruit laten lopen van de tijd.De tijd loopt per minuut voor- of achteruit. Om de tijd in stappen van 10 minuten te laten verspringen, houdt u de toets ingedrukt.3.
Druk opnieuw de CLOCK ADJUST-toets in. De tijdsinstelling staat in het geheugen en de klok gaat lopen. LET OP!• Als de afstandsbediening voor een langere periode niet wordt gebruikt, dient u de batterijen te verwijderen. Dit om beschadiging van de afstandsbediening door lekkage van de batterijen te voorkomen. Zorg dat uw huid, ogen en mond niet in contact komen met de batterijenvloeistof van de eventueel lekkende batterijen. Bij contact het lichaamsdeel afspoelen met stromend water. Raadpleeg uw arts voor verdere behandeling.• Lege batterijen tijdig verwijderen en deponeren in de milieubox of bij de inzameling van chemisch afval. Geen lege batterijen opladen!• Beide batterijen gelijktijdig vervangen.• Batterijen blijven onder normale omstandigheden ongeveer één jaar houdbaar.
Als blijkt dat de afstandsbediening niet naar behoren functioneert, vervang dan de batterijen en druk op de ACL- toets met het puntje van een balpen of ander puntig voorwerp.• Houd de batterijen buiten bereik van kinderen. / 21
Gebruik van de afstandsbediening• De afstandsbediening moet op de signaalontvanger van de airconditioner worden gericht.• Bereik: ongeveer 7 meter.• Als een signaal door de airconditioner wordt ontvangen hoort u een pieptoon.• Druk de toets nogmaals in als u geen pieptoon hoort.Houder voor de afstandsbediening• De houder kan op de muur gemonteerd worden. Let op dat de airconditioner goed bereikbaar is voor het signaal van de afstandsbediening.1. Bevestig de houder.2. Plaats de afstandsbediening in de houder.3. Neem de afstandsbediening uit de houder voor handmatig gebruik.schroeveninduwenplaatsenomhoog bewegenuitnemen8
5. Instellen van de functiesInstellen van de gewenste functie1. Druk op de START/STOP-toets. Het OPERATION-lampje (groen) gaat branden De airconditioner start.2. Druk op de MODE-toets en selecteer de gewenste functie. De functie verschijnt op de display. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verschijnen de functies in de onderstaande volgorde:Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.Instellen van de temperatuur (SET TEMP.)Druk op de SET TEMP-toets.toets: druk op deze toets om de temperatuur te verhogen.toets: druk op deze toets om de temperatuur te verlagen.Temperatuurbereik:Automatisch (AUTO): 18 tot 30 °CVerwarmen (HEAT) 16 tot 30 °CKoelen/ontvochtigen(COOL/DRY): 18 tot 30 °C• In de functie circuleren kan de thermostaat kan niet worden ingesteld.
De temperatuur verschijnt niet op de display van de afstandsbediening.• De ingestelde temperatuur kan worden beschouwd als een standaard, die een kleine afwijking kan vertonen van de actuele kamertemperatuur.Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.Instellen van de luchtsnelheid (FAN)Druk op de FAN-toets.Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verschijnen de snelheden in de onderstaande volgorde:Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.(AUTO) (HIGH) (MED) (LOW) (SUPER QUIET) 9
Als de FAN CONTROL op AUTO staat:Verwarmen (HEAT): De ventilator zal optimaal de warme lucht laten circuleren. De ventilatordraait echter heel langzaamals de uitgeblazen lucht te koud is. Koelen (COOL): Zodra de ruimtetemperatuur in de automatische (AUTO) functie de ingestelde temperatuur bereiktheeft, schakelt de ventilator automatisch over op de lage snelheid. Luchtsnelheid (FAN):Als het verschil tussen de ruimtetemperatuur en de ingestelde temperatuur is teruggebracht of ver-hoogd, dan wordt de snelheid van de ventilator aangepast. In de monitor-functie en in het begin van de verwarmingsfunctie zal de ventilator op zeer lage snelheiddraaien. Super Quiet functieIn deze functie zal de luchtsnelheid iets afnemen, waardoor er minder geluid wordt geproduceerd. • De super stil (QUIET) functie kan niet worden gebruikt bij de ontvochtigingsfunctie (DRY).
Ditzelfde geldt als de functie DRY is ingesteld via de automatische stand. • De koel- en verwarmingsfunctie zullen iets afnemen wanneer de super stil (QUIET) functie is ingeschakeld. Gebruik de FAN-toets als de ruimte onvoldoende verwarmd of gekoeld wordt. Uitschakelen van de airconditionerDruk op de START/STOP-toets. Het groene OPERATION lampje gaat uit. Bijzonderheden van de functiesAutomatische omschakelfunctie (AUTO CHANGEOVER)• Als de automatische omschakelfunctie wordt geselecteerd, zal de ventilator ongeveer een minuut lang zeer langzaam draaien, terwijl de airconditioner de ruimteomstandigheden analiseert om de juiste functie te kiezen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan +2 °C bedraagt, wordt de koelfunctie gekozen.
• Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur tussen + / -2 °Cligt, wordt de monitor functie gekozen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan -2 °Cbedraagt, wordt de verwarmingsfunctie functie gekozen.
• Als de airconditioner de ruimtetemperatuur bijna op de ingestelde temperatuur heeft gebracht, zalhij gaan draaien in de monitorfunctie. In deze stand zal de ventilator zeer langzaam draaien. Als de ruimtetemperatuur aanzienlijk verandert, zal de airconditioner nogmaals de juiste functie kiezen (verwarmen, koelen), om de ruimtetemperatuur weer in overeenstemming met de ingestelde temperatuur te brengen. (Het werkgebied van de monitorfunctie is + / - 2 °C van de ingestelde temperatuur. ) • Als de automatisch gekozen functie niet optimaal naar uw zin werkt, selecteer dan een van de andere functies (verwarmen, koelen, ontvochtigen, ventileren. )Verwarmen (HEAT)• Deze functie wordt gebruikt voor het verwarmen van de ruimte. • Wanneer deze functie is geselecteerd zal de ventilator gedurende 3 - 5 minuten in laag toerental draaien. Daarna zal de ingestelde ventilatorstand functioneren.
Deze tijd geeft de binnenunit de mogelijkheid om zich op te warmen. • Wanneer de ruimtetemperatuur erg laag is, zal de buitenunit langzaam invriezen. Hierdoor lopen de prestaties terug. De unit zal van tijd tot tijd de ‘defrost’ opstarten. Gedurende deze defrost-periode zal het OPERATION-lampje (rood) knipperen en het verwarmen zal stoppen. 10.
Koelen (COOL)• Deze functie wordt gebruikt voor het koelen van de ruimte.Ontvochtigen (DRY)• Deze functie wordt gebruikt bij geleidelijke koeling en tegelijkertijd voor ontvochtiging van de ruimte.• De ruimte kan niet verwarmd worden tijdens het ontvochtigen.• Gedurende de ontvochtiging (DRY) werkt de ventilator van de airconditioner op lage snelheid om de gewenste luchtvochtigheid te bereiken. De ventilator stopt af en toe. De ventilator zal op lage snelheid gaan draaien als de luchtvochtigheid toeneemt.• De luchtsnelheid kan niet handmatig gewijzigd worden tijdens de ontvochtiging (DRY).Circuleren (FAN)• Wordt gebruikt om de lucht in de ruimte te laten circuleren.Tijdens verwarmenStel de thermostaat hoger in dan de ruimtetemeratuur.
De functie verwarmen werkt niet als de temperatuur lager is ingesteld dan de ruimtetemperatuur.Tijdens koelen/ontvochtigenStel de thermostaat lager in dan de ruimtetemperatuur. De functie koelen/ontvochtigen werkt nietals de thermostaat hoger ingesteld is dan de actuele ruimtetemperatuur (in de stand koelen werktalleen de ventilator).Tijdens circulerenDe koel- en verwarmingsfunctie werken niet tijdens het circuleren. 11
6. Extra Vermogen functieGebruik deze functie voor het snel koelen of verwarmen van de ruimte. Start de airconditioner alvorens deze functie te selecteren. Inschakelen van de functieDruk op de POWERFUL-toets. Uitschakelen van de functieDruk nogmaals op de POWERFUL-toets. De airconditioner hervat de normale functie. Bijzonderheden van de Extra Vermogen functieKoelen/Ontvochtigen• Bij vol vermogen koelt deze functie de ruimte in één keer tot ongeveer de ingestelde temperatuur. • De functie wordt automatisch uitgeschakeld als de temperatuur voldoende gedaald is of 20 minuten na het instellen van de functie. Het is niet mogelijk een andere tijdinstelling voor het uitschakelen te selecteren. Verwarmen• Bij vol vermogen verwarmt deze functie de ruimte in één keer tot ongeveer de ingestelde temperatuur.
• De functie wordt automatisch uitgeschakeld als de temperatuur voldoende gestegen is of 20 minutenna het instellen van de functie. Het is niet mogelijk een andere tijdinstelling voor het uitschakelen te selecteren. • Luchtrichting en luchtsnelheid worden automatisch gekozen in deze functie. De luchtrichting kan worden gewijzigd met de luchtrichting insteltoets. • De Extra Vermogen functie en de Energie besparende functie kunnen niet tegelijkertijd worden geselecteerd. De functie die als laatste op de afstandsbediening is ingedrukt wordt ingeschakeld. • De Extra Vermogen functie en de Geluidbeperkende functie van de buitenunit kunnen niet tegelijkertijd worden geselecteerd. De functie die als laatste op de afstandsbediening is ingedrukt wordt ingeschakeld. 7. Energiebesparende functieStart de airconditioner alvorens deze functie te selecteren.
Bijzonderheden van de Enegiebesparende functie• Bij maximaal vermogen is de Energiebesparende functie ongeveer 70% van het normale vermogen bij koelen en verwarmen. • Selecteer de normale functie als de ruimte in de Energiebesparende functie onvoldoende wordt gekoeld of verwarmd. • De Energiebesparende functie kan niet worden ingeschakeld tijdens de Monitor-periode van de Automatische functie (AUTO). • De Extra Vermogen functie en de Energiebesparende functie kunnen niet tegelijkertijd worden geselecteerd. De functie die als laatste op de afstandsbediening is ingedrukt wordt ingeschakeld. 12Indicatie-lampjeFunctie= Aan = UitTimerEnergie-besparing.
8. TimerfunctieControleer of de afstandsbediening de juiste tijd aangeeft, voor u gaat werken met de TIMER functie. Gebruik van de ON TIMER of de OFF TIMER1. Druk op de START/ STOP toets (indien de airconditioner al in werking is, ga naar stap 2). Het groene lampje op de airconditioner gaat branden. 2. Druk op de ON TIMER / OFF TIMER toets. Het oranje lampje op de binnenunit gaat branden. 3. Gebruik de SELECT-toetsen om de gewenste OFF TIME of ON TIME te selecteren. Stel de tijd in terwijl het tijd-display knippert. (Het display blijft ongeveer 5 seconden knipperen. ) om de tijd naar voren te laten verlopen; om de tijd terug te laten lopen. Na ongeveer 5 seconden wordt de complete display weer zichtbaar. Gebruik van de PROGRAM TIMER1. Druk op de START/ STOP toets (indien de airconditioner al in werking is, ga naar stap 2). Het groene lampje op de airconditioner gaat branden. 2.
Wijzigen van de functieIndien u een functie wilt wijzigen (koelen, luchtcirculatie, thermostaatinstelling, luchtuitblaasrichting,super stil functie), nadat de timer is ingesteld, wacht u tot de door u eerder ingestelde functies weerop de display verschijnen. Bijzonderheden timerfunctie• Het is mogelijk in het programma de inschakeltijd en de uitschakeltijd eenmaal per etmaal (24 uur) in te stellen dus OFF timer 쏡 쏟ON timer of OFF timer ON timer. • De eerste TIMER tijd die u instelt kan het beste zo dicht mogelijk liggen bij de huidige tijd. De volgorde van werking staat met pijltjes aangegeven op de display. • Een voorbeeld van het gebruik van het programmeren van de TIMER is: uitschakelen als u gaat slapen en inschakelen voordat u ontwaakt. 13 ).
9. Slaapfunctie (SLEEP)In tegenstelling tot de andere timerfuncties, wordt de slaapfunctie gebruikt om de airconditioner naeen bepaalde tijd (bijv. 2 uren) uit te schakelen.Gebruik van de slaapfunctieTijdens het wel of niet in werking zijn van de airconditioner drukt u op de SLEEP-toets. Het OPERATION lampje (groen) en het TIMER lampje (oranje) gaan branden. Wijzigen van de ingestelde tijdenDruk nogmaals op de SLEEP- toets om de tijd te wijzigen m.b.v. de TIMER SET toetsen .Stel de tijd in terwijl de TIMER MODE display knippert. (Dit duurt ongeveer vijf seconden.)toetstoetsNa deze vijf seconden wordt de gehele display weer zichtbaar.Stoppen van de TIMER-functieDruk op de CANCEL-toets.
10. Instellen luchtuitblaasrichtingGebruik de afstandsbediening voor het verstellen van de verticale uitblaasrichting. Met behulp van de SET toets kan een op- en neergaande luchtstroom worden geregeld. De horizontale luchtstroomvan links naar rechts kan worden geregeld door de lamellen met de hand te verstellen. Verticale verstelling luchtuitblaasrichtingDruk op de SET-toets. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt, verandert de richting als volgt:Luchtrichting en functie:1, 2, 3, 4, 5, 6 bij koelen, ontvochtigen en verwarmen. De functie weergave op de display van de afstandsbediening zal niet veranderen. • Gebruik de aangegeven luchtuitblaasrichtingen die in de afbeelding zijn aangegeven. • De verticale luchtuitblaasrichting wordt automatisch ingesteld, afhankelijk van de ingestelde functie:Tijdens koelen en ontvochtigen: Horizontale richting 1Tijdens verwarmen: Neerwaartse richting 6.
• Tijdens de koel- en ontvochtigingsfunctie mogen de verticale lamellen niet buiten hun instelgebied 1-3 bewogen worden. Gebruik van de stand 4-6 bij koelen en ontvochtigen kan resulteren in condens dat via de lamellen uit de airconditioner zal druppelen. Als de lamel tijdens de koel- en ontvochtigingsfunctie voor meer dan 30 minuten buiten de stand 1-3 staat, dan gaat deze automatisch terug naar 3. • Als in de gekoelde ruimte kinderen, ouderen of zieke personen aanwezig zijn, dienen de ruimte-temperatuur en de uitblaasrichting zorgvuldig te worden afgesteld. 15123456knoppen (2 plaatsen)links-rechts lamellenknop.
11. SwingfunctieVoordat de swingfunctie wordt geactiveerd moet de airconditioner worden ingeschakeld.Instellen van de swingfunctieDruk op de SWING-toets. De SWING-display gaat branden. In deze stand zullen de luchtuitblaas-lamellen automatisch op en neer bewegen voor een gelijkmatige luchtstroom.Stoppen van de swingfunctieDruk opnieuw op de SWING-toets. De SWING display gaat uit.
De luchtuitblaaslamellen komen terugin de stand die voor de swingfunctie stond ingesteld.Bijzonderheden van de swingfunctie• Het SWING-bereik is afhankelijk van de ingestelde luchthoeveelheid.• De luchtrichting kan niet worden ingesteld tijdens de SWING-functie.• De swingfunctie kan tijdelijk stoppen als de ventilator niet in werking is of als deze op zeer lage snelheid draait.Tijdens koelen/ontvochtigen: Swing tussen 1 en 3 (07/09/12/14LEC)Tijdens verwarmen: Swing tussen 3 en 6 (07/09/12LEC); tussen 4 en 6 (14LEC)12. 10° C verwarmingsfunctieDe ruimtetemperatuur kan op 10° C worden gehouden door de 10° HEAT-toets in te drukken.Deze functie voorkomt dat de ruimtetemperatuur te ver daalt.Gebruik van de 10° C functieDruk op de 10° C HEAT-toets. Het ECONOMY-lampje (groen) gaat branden.Stoppen van de 10° C functieDruk op de START/STOP-toets Het ECONOMY-lampje gaat uit.
De functie wordt uitgeschakeld.Bijzonderheden 10° C verwarmingsfunctie• De verwarmingsfunctie werkt niet als de ruimtetemperatuur hoog genoeg is.• Tijdens de 10° C verwarmingsfunctie kan alleen de SET-functie worden gebruikt.16Indicatie-lampjeFunctie= Aan = UitTimerEnergie-besparing
13. Manual auto functieGebruik de manual auto toets als de afstandsbediening weg of onbruikbaar is (het bedieningspaneelzit onder het luchtinlaatrooster).Gebruik van de manual auto functieDruk langer dan 3 seconden (maar korter dan 10 seconden) op de MANUAL AUTO-toets op het bedieningspaneel.Stoppen van de manual auto functieDruk gedurende 3 seconden op de MANUAL AUTO-toets. • Als de airconditioner bediend wordt met de MANUAL AUTO toets, dan is de werking volgens de ingestelde functies van de automatisch (AUTO) functie.• De circulatiesnelheid staat op automatisch (AUTO) en de temperatuurinstelling is standaard (24 °C).14. Geluidsbeperking van de buitenunitDeze functie reduceert het geluidsniveau van de buitenunit door het verlagen van de ventilatorsnelheiden het toerental van de compressor. Vooral nuttig als het stil is in de omgeving, bijv.
‘s nachts.Instellen van de functieDruk op de geluidsbeperking-toets. “LOW NOISE” verschijnt op de display van de afstandsbediening.Stoppen van de functieDruk nogmaals op de geluidsbeperking-toets. “LOW NOISE” verdwijnt van de display en de unit keertterug in de normale functie.Bijzonderheden van de functie• Deze functie kan worden gebruikt tijdens koelen, verwarmen en de Automatische functie. Tijdens circuleren en ontvochtigen kan de functie niet worden gebruikt.• De instelling wordt bewaard als de airconditioner wordt stopgezet. Ook de display op de afstands-bediening wordt vastgelegd.• Als de snelheid van de ventilator en het toerental van de compressor voldoende zijn verlaagd, zal deze functie de snelheden niet nog verder verlagen.• De Geluidbeperkende functie en de Extrta vermogen functie kunnen niet tegelijkertijd worden geselecteerd.
15. Onderhoud en schoonmaakLET OP!• Trek voor u begint met schoonmaken de stekker uit het stopcontact of zet de hoofdschakelaar uit.• Zorg dat het luchtinlaatrooster goed is bevestigd.• Let op bij het verwijderen en vervangen van de luchtroosters voor de warmtewisselaar. Aanraking kan persoonlijk letsel veroorzaken.Reinigen van het luchtinlaatroosterVerwijderen van het luchtinlaatrooster1. Plaats uw handen op de beide uiteinden van het inlaatpaneel en trek het naar voren.2. Trek het paneel door de weerstand en verwijder het.3. Druk op de vrijkomende knop en open het inlaatrooster geheel.ReinigenGebruik een stofzuiger om stofresten te verwijderen. Veeg daarna het rooster af met een warme vochtige doek. Droog het rooster met een schone droge doek.Terugplaatsen van het luchtrooster1. Duw beide knoppen geheel opzij.2.
Plaats het rooster met de linker- en rechter scharnieropening op het inlaatpaneel.3. Duw op de gemarkeerde plaats om het inlaatrooster te sluiten.18123123houderknopinlaatroosterophang-haakophang-haakknop
Reinigen van het luchtfilterVerwijderen van het luchtfilterOpen het luchtrooster en verwijder het luchtfilter.1. Pak het handvat van het luchtfilter vast, maak de beide haakjes los en haal het filteruit de behuizing. ReinigenVerwijder het stof met de stofzuiger of met water. Na het reinigen met water moet het filter goed drogen op een schaduwrijke plaats.Herplaatsen van het luchtfilter1. Houd de zijkanten van het luchtfilter precies voor het frontpaneel en druk het filter stevig vast. De twee onderste haken moeten goed in de gaten van het frontpaneel zitten. 2. Sluit het inlaatrooster.(Duidelijkheidshalve is in de illustratie het inlaatrooster weggelaten.)• Gebruik een neutraal schoonmaakmiddel of de stofzuiger voor het reinigen.
• Als het filter nat gereinigd is, laat het dan drogen op een schaduwrijke plaats, voordat u het weer installeert.• Als zich stof heeft opgehoopt op het luchtfilter, dan kan dit de oorzaak zijn van een slechtere uitblaaskwaliteit en van inefficiënt gebruik.• Tijdens intensief gebruik moeten de luchtfilters om de 2 weken worden gereinigd.• Bij langdurig gebruik kan zich in het filter vuil verzamelen, wat een optimale werking verhindert. Het is raadzaam de airconditioner regelmatig te laten inspecteren in aanvulling op uw eigen onder-houdsactiviteiten. Voor meer informatie, raadpleeg de erkende installateur.• Gebruik geen water warmer dan 40°C voor het schoonmaken. De omkasting kan krom trekken of verkleuren.
Dit geldt ook bij het schoonmaken met chemische schoonmaakmiddelen.• Gebruik in de nabije omgeving van de airconditioner geen ontvlambare sprays zoals haarlak en insecticiden.• Als u de airconditioner voor een langere periode niet gebruikt, laat deze dan een dag draaien bij droog weer, om de interne delen goed te laten drogen voordat deze worden uitgeschakeld.19Handgreep luchtfilter haken (2 plaatsen)haken (2 plaatsen)Luchtfilter(links en rechts
Reinigen van het luchtreinigingsfilter1.Open het luchtinlaatrooster en verwijder de luchtfilters.2.Bevestig de luchtreinigingsset aan het frame van het frontpaneel.• Plaats het luchtreinigingsfilter in de 6 aansluitpunten van het filterframe.3.Plaats de beide luchtfilters terug en sluit het luchtinlaatrooster.• Zet de unit niet in werking met geopend luchtinlaatrooster!• Toepassing van het luchtreinigingsfilter is het meest effectief, als de ventilatorstand op HOOG wordt ingesteld.Vervangen van vervuilde luchtreinigingsfilters• Gebruik bij vervanging van vervuilde filters de volgende componenten (los verkrijgbaar):- Polyphenol Catechin Air Cleaning Filter UTR-FA16- Geurfilter UTR-FA16-21. Open het luchtinlaatrooster en verwijder de luchtfilters.
2.Vervang de vervuilde luchtreinigingsfilters door 2 nieuwe.- Verwijder de vervuilde luchtreinigingsfilters in tegengestelde volgorde als de plaatsing.- Installatie van het nieuwe filter is identiek aan de installatie van het oorspronkelijke filter.3.Herplaats de beide luchtfilters en sluit het luchtinlaatrooster.• Zet de unit niet in werking met geopend luchtinlaatrooster!FilterframeFilterframeaansluitpunten (6 plaatsen)(Voor de duidelijkheid is in de illustratie het luchtinlaatfilter weggelaten.)aansluitpunten (6 plaatsen)luchtfilter (links en rechts)20luchtfilter
Over het luchtreinigingsfilterPolyphenol Catechin Air Cleaning Filter (één laag)• De luchtreinigingsfilters zijn wegwerpfilters. (Ze kunnen niet worden gewassen en hergebruikt.)• Gebruik de filters zo snel mogelijk na het openen van de verpakking. (Het reinigend vermogen neemt af, als de filters in geopende verpakking worden bewaard.)• Normaal gesproken moeten de filters ongeveer eens per drie maanden worden vervangen.• Gebruik van kwaliteitsfilters (UTR-FA16; los verkrijgbaar) wordt sterk aanbevolen.Geurfilter (één laag - lichtblauw)• Voor een goede werking moeten de geurfilters ongeveer om de drie jaar worden vervangen.
• Gebruik van kwaliteitsfilters (UTR-FA16-2; los verkrijgbaar) wordt sterk aanbevolen.Onderhoud van het geurfilter• Voor een goede werking is het nodig het geurfilter om de drie maanden schoon te maken:- verwijder het geurfilter- spoel de filters goed af in heet water met een zacht, neutraal wasmiddel. (Nooit wrijven of schrobben, dat heeft een nadelige invloed op de werking.)• Naspoelen met schoon water• In de schaduw laten drogen• Plaats het filter terug.Re-setten filter indicator• Alleen te gebruiken bij correcte instelling tijdens de installatie. Raadpleeg uw installateur als u deze functie wilt gaan gebruiken.• Het indicatie-lampje gaat branden als de filters moeten worden vervangen. Reinig het filter volgens de reinigingsvoorschriften.
16. ProblemenWAARSCHUWING. Zet in geval van storing (brandlucht, etc. ) onmiddellijk de airconditioner stop. Sluit de stroom af enraadpleeg de erkende installateur voor verdere actie. Als u de stroom uitschakelt, doe dit dan nietalleen op de airconditioner. De stroom staat dan nog steeds op het toestel. Zet dus de hoofdschakelaarop OFF en/of trek de stekker uit het stopcontact. Voordat u de erkende installateur inschakelt, kunt u zelf de volgende problemen afhandelen:Storing probleem pagina1010109De apparatuur werkt niet onmiddellijkGeluidsoverlastGeurtjesMist of stoom komt vrijLuchtstroom is zwak ofstopt• Als de airconditioner wordt stopgezet en daarna direct weer wordt opgestart dan zal de compressor de eerste 3 minuten niet werken om te voorkomen dat de zekeringen smelten.
• Als de stekker uit het stopcontact wordt getrokken en er daarna opnieuw wordt ingestoken, dan zal het beveiligingscircuit ervoor zorgen dat de apparatuur de eerste 3 minuten niet start. • Gedurende de werking en direct na het uitschakelen van de apparatuur kan het geluid van water dat door de leidingen stroomt te horen zijn. De eerste 2-3 minuten na inschakelen kunt u eventueel de koelvloeistof horen. • Gedurende de werking kan het zijn dat een krakend geluid te horen is. De omkasting reageert op temperatuurverschillen. • Gedurende de stand verwarmen (HEAT) kan er eenlicht lawaai hoorbaar zijn. Dit wordt veroorzaaktdoor de ontdooistand (DEFROST). • Bepaalde geuren kunnen door de airconditioner in de ruimte worden geblazen. Dit gebeurt door-dat deze geuren (sigarettenrook etc. ) worden aan-gezogen door de airconditioner.
Storing probleem pagina10111019Wanneer na controle van de genoemde problemen de airconditioner niet functioneert of het TIMER-lampje nog knippert, schakel dan de stroom uit (power schakelaar op OFF) en raadpleegde erkende installateur.Water komt uit debuitenunitDe apparatuur functioneert helemaal niet meerSlechte koelprestatiesDe unit werkt niet volgens de ingesteldewaarden• Wanneer de airconditioner start in de stand ver-warmen, is de ventilatorsnelheid tijdelijk zeer laag om de interne onderdelen gelegenheid te geven op te warmen.• Als gedurende de stand verwarmen de ruimte-temperatuur stijgt tot boven de temperatuurinstel-ling, zal de buitenunit stoppen en de binnenunit op lage snelheid gaan draaien.
• Zit de stekker in het stopcontact?• Is er een stroomonderbreking?• Is er een zekering gesmolten?• Staat de hoofdschakelaar op de uit (OFF) stand?• Is de timerfunctie actief?• Is het luchtfilter verontreinigd?• Is het luchtinlaatrooster of luchtuitlaatrooster verstopt?• Heeft u de instellingstemperatuur correct ingesteld?• Is er een deur of raam open?• Is er direct zonlicht aanwezig bij de functie koelen, sluit dan een gordijn.• Als de airconditioner is ingesteld op koelen, let dan op of er niet teveel mensen aanwezig zijn, dat er verwarmingsapparatuur in werking is of dat er teveel computers in de ruimte staan.• Staat de unit in de SUPER QUIET functie?• Zijn de batterijen leeg?• Zijn de batterijen wel goed geplaatst?23
17. Bijzonderheden van de werkingStroomstoring• Als de airconditioner uitvalt door een stroomstoring, dan zal deze automatisch worden herstart en in dezelfde functie doorgaan als voor de stroomstoring. • Bij stroomuitval gaan de lamellen naar de standaardinstelling bij herstarten. • Als een stroomstoring zich voordoet tijdens de timer-functie, dan worden deze gereset. Het toestel zal starten en stoppen op de nieuwe tijdsinstelling. Als zich een timer-fout voordoet, dan knippert het groene timer-lampje. • Wordt in de directe omgeving van de airconditioner gebruik gemaakt van een radio of een elektrisch scheerapparaat (korte golf), dan kan het gebeuren dat de airconditioner wordt verstoord. Plaats de stekker opnieuw in het stopcontact. Gebruik de afstandsbediening om de airconditioner opnieuw op te starten.
Temperatuur en vochtigheidsgraadKoelen Ontvochtigen Verwarmen(COOL) (DRY)Buitentemperatuur ca. -10°C tot 43°C ca. -10°C tot 43°C ca. -15 °C tot 24°CBinnentemperatuur ca. 18°C tot 30°C ca. 18°C tot 30°C ca. 16°C tot 30°C • Deze airconditioner werkt volgens het warmtepomp-principe; hij absorbeert warmte van de buiten-unit en transporteert deze warmte naar de binnenunit. Dit betekent dat de verwarmingsprestaties teruglopen als de buitentemperatuur daalt. Dit houdt in, dat bijverwarming noodzakelijk kan zijn. • Warmtepomp airconditioners verwarmen de ruimte door middel van luchtcirculatie. Het kan enige tijd duren voordat de ruimte op temperatuur is. • Wanneer verwarmen wordt gebruikt bij lage buitentemperaturen en hoge vochtigheid kan de buiten-unit invriezen, waardoor de prestaties teruglopen. Om dit te voorkomen zal de microcomputer- processor de inschakelen.
• Als de apparatuur wordt gebruikt in een omgeving die een hogere temperatuur heeft dan in de condities staat vermeld, dan kan het zijn dat het automatische beveiligingssysteem de werking onderbreekt. Als de apparatuur wordt gebruikt bij lagere temperaturen dan aangegeven, dan kan het zijn dat de warmtewisselaar bevriest. Dit kan lekkage of ander ongemak veroorzaken. • Gebruik de airconditioner niet voor andere doeleinden dan koelen, verwarmen, ontvochtigen en circuleren. • Als de airconditioner voor een langere periode gebruikt wordt in een omgeving met een hoge luchtvochtigheid, dan kan zich condens vormen. Deze druppelt uit de airconditioner. • Ook als de unit is uitgeschakeld verbruikt zij nog 20-40 W. elektriciteit. Haal daarom bij lage temperaturen (± 10° of lager) de stekker uit het stopcontact.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fuji Electric AOYG12LEC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Fuji Electric
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco