Frigidaire FR 8022 C Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Frigidaire FR 8022 C (29 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Frigidaire FR 8022 C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Frigidaire |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | FR 8022 C |
Handleiding Frigidaire FR 8022 C – volledige tekst
2Model FR4021C FR8022CAfmetingen hoogte 85 cm 85 cmbreedte 60 cm 60 cmdiepte 55 cm 55 cmElektrische aansluiting netspanning 220-230V/50Hz 220-230V/50Hzaansluitwaarde 2200 W 2100 Wzekeren met min. 10 A 10 AWaterleidingdruk minimum 5 N/cm25 N/cm2maximum 80 N/cm280 N/cm2Maximum vulgewicht katoen en linnen 4,5 kg 4,5 kgfijnwas 2 kg 2 kgwol 1 kg 1 kgCentrifugeertoerental 400/min 800/minDit apparaat is van het CE merkteken voorzien en voldoet aan de89/336 EG EMC-richtlijn en de 73/23 EG Laagspanningsrichtlijn. INHOUDTECHNISCHE GEGEVENSTechnische gegevens. blz. 2Waarschuwingen en adviezen. blz. 3Installatie. blz. 4Bediening. blz. 6Gebruik. blz. 7Programmatabel. blz. 8Adviezen en tips voor het wassen. blz. 9VTWS-kaart. blz. 12Onderhoud. blz. 13Als er iets niet goed gaat. blz. 14Garantie en service. blz. 15Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: Wij maken gebruik van kringlooppapier.
3WAARSCHUWINGEN EN BELANGRIJKE ADVIEZEN VOOR VOOR-LADER-WASAUTOMATENHet is uiterst belangrijk dat het bij het apparaatbehorende instructieboekje bewaard blijft. Zou hetapparaat door u aan iemand anders gegeven ofverkocht worden, of zou het apparaat in het huis vanwaaruit u verhuist achterblijven, dan dient de nieuwegebruik(st)er over het instructieboekje en de daarinopgenomen waarschuwingen te kunnen beschikken. Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw enandermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen tehebben, alvorens u het apparaat installeert en/of ingebruik neemt. Dit apparaat is bedoeld en gemaakt voor het gebruikdoor volwassenen. Het is gevaarlijk om kinderen hetapparaat te laten bedienen of als speelgoed te latengebruiken. Het is gevaarlijk om, in welke vorm dan ook, ditapparaat of de eigenschappen daarvan te veranderen.
Een eventueel noodzakelijke wijziging aan deelektrische huisinstallatie ten behoeve van de installatievan dit apparaat, mag uitsluitend door een daartoebevoegd persoon uitgevoerd worden. Een eventueel noodzakelijke wijziging van dewatertoe- en/of afvoervoorzieningen ten behoeve van deinstallatie van dit apparaat, mag uitsluitend door eendaartoe bevoegd persoon uitgevoerd worden. Overtuig u ervan dat na de installatie of hetverplaatsen het apparaat niet op het aansluitsnoer staat. Schakel na het gebruik altijd de stroomtoevoer afdoor, afhankelijk van de wijze van installatie, de stekeruit het stopcontact te nemen of debadkamertrekschakelaar op de UIT-stand te schakelen. Overlaad het apparaat niet. Raadpleeg de betreffendeadviezen in de gebruiksaanwijzing. Kijk, voor u de vuldeur opent, altijd eerst of het waterweggepompt is.
Indien dat niet het geval is, laat demachine dan eerst het water afpompen. Raadpleeg intwijfelgeval de gebruiksaanwijzing. Dit apparaat is zwaar. Wees voorzichtig bij hetverplaatsen. Alle delen die tot de transportbeveiliging behorenmoeten beslist verwijderd zijn, alvorens het apparaat ingebruik te nemen.
Ernstige schade aan het apparaat ofandere zaken in de omgeving kan het gevolg zijn vanhet niet of niet geheel verwijderen van detransportbeveiliging. De glasdeur kan tijdens het in gebruik zijn zeer heetworden. Houd kinderen uit de buurt van het apparaatzolang het in werking is. Laat de vuldeur op een kier staan wanneer hetapparaat niet gebruikt wordt. Dat is beter voor derubbermanchet en u voorkomt het ontstaan van eenmuffe lucht. Was geen artikelen in de wasautomaat die niet voormachinaal wassen geschikt zijn. Raadpleeg het textiel-onderhoudsetiket. Was in twijfelgeval met de hand ofinformeer bij de leverancier van het artikel. Overtuig u ervan dat, voor u een artikel in dewasautomaat doet, de borst- en broekzakken leeg zijn,ritssluitingen gesloten zijn en eventueel loshangendeknopen verwijderd of eerst aangenaaid zijn. Was geenrafelig of gescheurd goed; herstel het voortijds.
Verwijder voortijds verf-, inkt-, roest- en grasvlekken. Was bhÕs met beugels niet in de wasautomaat. Objekten zoals munten, veiligheidsspelden, naalden,spijkers, schroeven en andere harde of scherpematerialen behoren niet in de wasautomaat; zij kunnenaanzienlijke schade veroorzaken. Indien uw wasautomaat aansluitend ook kan drogen,zorgt u dan ervoor dat zich in de trommel geen plasticartikel, zoals wasmiddelbol en dergelijke, bevindt; dehete drooglucht kan het plastic doen smelten. Met vluchtige stoffen, zoals alcohol, benzine,terpentine en dergelijke, gereinigde artikelen mogen nietin de wasautomaat. Indien zulke reinigingsmiddelengebruikt werden om voortijds vlekken te verwijderen,dan moet met het wassen in de wasautomaat gewachtworden tot het artikel volledig uitgedampt is. Was kleine artikelen, zoals babysokjes, ceintuurs endergelijke, in een sloop.
Kleine huisdieren hebben de gewoonte in de trommelvan de wasautomaat te kruipen. Hebt u zoÕn huisdier,kontroleer dan eerst en sluit daarna pas de deur. Elk in werking zijnd apparaat kan defekt raken. Het isniet ondenkbaar dat dan, tijdens uw afwezigheid, schadeonstaat. Uw wasautomaat voldoet aan alle, op het moment vanproduceren bestaande, veiligheidsvoorschriften. Tochadviseren wij u de machine niet te laten werkenwanneer er voor langere tijd niemand thuis is. Tracht, in geval van een storing of defekt, dit apparaatniet zelf te repareren. Reparaties welke door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen totschade of letsel leiden. Raadpleeg ELGROEP SERVICE. Laat inspectie- en/of herstelwerkzaamheden uitvoerendoor de servicedienst van de fabrikant of door een doorde fabrikant bevoegd verklaarde servicedienst en laatgeen andere dan originele DISTRIPARTS onderdelenplaatsen.
U vindt ze in deenveloppe waar ook deze gebruikaanwijzing inzat.WatertoevoerDe toevoerslang moet worden aangesloten op eenKOUD-WATER kraan met een 3/4Ó schroefdraad.Wat ons betreft hoeft de kraan niet ÒbeluchtÓ te zijn(de machine is voorzien van een eigen beluchter),maar het kan zijn dat de gemeente waar u woont dattoch eist.Draai, nadat u eerst het afdichtringetje ÒAÓ in dewartel gelegd hebt, de wartel stevig op de kraan.Het andere eind van de slang, aan de machinekant,kunt u naar alle richtingen verdraaien: wartel ietslosdraaien, slang richten en wartel weer stevigvastdraaien.Mocht het u bekend zijn dat de waterleidingdruk somszeer hoog is, leg dan een gummi kraanschijf 3/4Ó,23x4mm in de wartel aan de machinekant.De toevoerslang mag niet verlengd worden.
5WaterafvoerDe bocht van de slang kunt u op drie manierenplaatsen:Over de rand van eenwasbak. U moet danervoor zorgen dat debocht niet, door het sneluitstromende water, vande rand kan schieten. Bijvoorbeeld met eentouwtje aan de kraan ofaan een haak in de muurophangen. In een aftakking van de wasbakafvoer. Deaftakking moet van een sifon (stankafsluiter) voorzienzijn en zodanig gemaakt, dat de bocht van de slangzich op tenminste 60 cm van de vloer waarop demachine staat bevindt. In een afvoerpijp. Wij adviseren een standpijp vantenminste 60 cm hoog. De hoogte mag echter nietmeer dan 90 cm zijn. Het uitstroomeind van de slang moet altijd beluchtzijn, dat wil zeggen dat de binnendiameter van de pijpgroter moet zijn dan de buitendiameter van hetslangeind. U mag de afvoerslang verlengen. Het verlengstukmag niet langer dan 1,5 m zijn.
Gebruik eenverlengslang van dezelfde binnendiameter en eenoriginele koppeling. De verlengde slang legt u vanuitde machine over de vloer en pas bij deafvoermogelijkheid naar omhoog. Waterpas stellenHet is van belang dat demachine waterpas enstevig tegen de vloerstaat. Waterpas stellendoet u, nadat de machineop zÕn definitieve plaatsstaat, door het in- ofuitdraaien van ŽŽn ofmeerdere stelvoeten. Draai na het stellen decontramoeren van devoetjes stevig tegen de machinebodem. Elektrische aansluittingControleer op het typeplaatje of de machine voor220. 230V/50Hz gemaakt is. De machine is voorzienvan een drie-aderig aansluitsnoer en steker metaardcontacten. De steker mag u uitsluitend plaatsenin een stopcontact met (aangesloten enfunctionerende) aardcontacten. U mag het aansluitsnoer niet verlengen. Indien het tekort blijkt te zijn, laat uw installateur dan hetstopcontact verplaatsen.
Het gebruik vanverlengsnoer of kabelhaspel is gevaarlijk en daaromniet toegestaan. In bad- of doucheruimten moet doorgaans eenzogeheten Òvaste aansluitingÓ gemaakt worden. Raadpleeg uw installateur.
61. WasmiddelhouderSymbolenVakje voor het voor-wasmiddel.Vakje voor het ho-ofdwasmiddel.Vakje voor een(vloeibare) 2. Lampje “in bedrijf”Het lampje brandt zodra u de machine inschakelt engaat uit aan het einde van het programma.Toets “klein wasje”Door het voortijds indrukken van deze toets gebruiktde machine minder spoelwater in de programmaÕsvoor katoen en linnen.Wij adviseren u deze toets in tedrukken indien de trommel voor minder dan de helftmet wasgoed gevuld is.Toets “centrifugeren” (Model FR 80 22 C)Door het voortijds indrukken van deze toets zal demachine met 550 in plaats van 800/min centrifugeren.3. TemperatuurknopMet deze draaiknop stelt u voortijds de gewenstesoptemperatuur in. In de programmatabel hebben wijadviestemperaturen gegeven. U bepaalt echter zelfde werkelijk door u gewenste temperatuur. U kuntook koud wassen, door de knop op het sterretjete draaien.4.
7GEBRUIK1. Trommel beladenDoe elk stuk wasgoedapart in de trommel. Haalopgevouwen wasgoedeerst uit elkaar. Overlaad(proppen) de trommel niet.Gebruikt u een doseerbol of-zakje, vul dat dan nu metwasmiddel en plaats het ophet wasgoed. Druk de deurgoed dicht in het slot.2. Wasmiddel doserenTrek de wasmiddelhouderuit het bedieningspaneeltot hij stuit. Strooi deafgemeten hoeveelheidpoeder in het vakje voorde hoofdwas . Als ugeen voorwas doet, magdit ook een vloeibaarwasmiddel zijn, mits u demachine direct daarna start.Gaat u ook voorwassen, strooi dan ook een afgemetenhoeveelheid poeder in het vakje voor de voorwas3. Wasverzachter doserenIndien u van een(vloeibare)wasverzachter gebruikmaakt, giet dat dan inhet vakje voor dewasverzachter Overschrijd demarkering ÒMAXÓ niet.4. Temperatuur kiezenKies met de draaiknopvoor de temperatuur degewenstesoptemperatuur.5.
Programma kiezenKies met de draaiknop,rechtsom draaiend, hetgewenste programma.Draait u te ver, dan nietterugdraaien, maarrechtsom opnieuw kiezen.6. StartenControleer v——r u de programmaknop uittrekt of:- de vuldeur goed gesloten is,- de steker in het stopcontact zit of deinstallatieschakelaar op AAN staat,- de kraan opengedraaid is en - de afvoerslang goed in de afvoer steekt.Trek de programmaknopuit: het controlelampjegaat branden en demachine start even latermet water opnemen.7. StoppenDe machine stopt automatisch zodra het programmabe‘indigd is. Druk de programmaknop in om de machinegeheel uit te schakelen: het controlelampje gaat uit.Wacht 2 tot 3 minuten. Die tijd heeft de elektrischevergrendeling van de vuldeur nodig om het slot teontgrendelen.
- KORTE BESCHRIJVINGKNOP OP* Bij normaal of licht vuile was kunt u dit spaarprogramma kiezen. Door met 60¼C in plaats van 90¼C te wassen,spaart uaanzienlijk op het energieverbruik. De wastijd is automatisch even lang als bij een hogere temperatuurkeuze.
9ADVIEZEN VOOR HET WASSENSorteren naar soortIn de eerste plaats adviseren wij u op het wasetiket teletten. Dit behandelingsetiket vindt u in kleding en textiel. Indit boekje hebben wij een kaart afgedrukt, waarin uverklaard wordt wat de verschillende symbolen op deetiketten voorstellen. Een streepje onder de tobbe, bijvoorbeeld, vertelt u dat uhet artikel beter niet in een krachtig katoen-wasprogrammakunt wassen. Elke wasautomaat kent ook minder krachtigeprogrammaÕs, voor synthetika, fijnwas of wol. In feite kunt uwasgoed dus in vier hoofdgroepen verdelen:¥Katoen en linnen witte- of kookwas. Ook wel genoemdals het gaat om goed dat met een soptemperatuur vanhoger dan 60¡C gewassen mag worden, of alsbontwas het gaat om niet-kookecht gekleurd of donkergekleurdgoed. ¥Synthetika en mengsels. Zoals de sterke polyester enpolyester/katoen. ¥Fijnwas. Bijvoorbeeld acryl en vitrages. ¥Wol.
Waarbij dan zuiver scheerwol bedoeld wordt. Sorteren naar kleurgevoeligheidIn hoeverre u het wasgoed sorteert, hangt af van uw eigenervaringen en uw acceptatie van de artikelen na hetwassen. Sterke synthetika zult u doorgaans tegelijk metkatoen en linnen wassen, omdat u katoen en linnentegenwoordig niet heter dan 60¡C wast. Een temperatuurdie polyester nog gemakkelijk kan verdragen. Een uitzondering daarop vormt donkergekleurd goed. Normaal gesproken wast u dat met hetzelfde programmaals u voor witte en kookecht-gekleurde katoen gebruikt,echter met een temperatuur-instelling van 40¡C in plaatsvan 60¡C. Als de fijnwas nauwelijks vuil is, kunt u die net zo goedsamen met wol in het wolwasprogramma wassen. Voorbeide soorten geldt immers een maximum soptemperatuurvan 40¡C. De moderne wasautomaat kan wassen metsoptemperaturen van 30, 40, 60 en 90¡C.
Doorgaans ooktussen de genoemde temperaturen in en ÒkoudÓ. In principe kiest u voor een bepaalde wasbeurt desoptemperatuur niet hoger dan het gevoeligste stukwasgoed kan verdragen.
Als het goed nauwelijks vuil ismaakt dat het sorteren gemakkelijker, hebt u eerder eenvolle trommel en spaart u bovendien aanzienlijk op deenergiekosten. Waarvoor gebruikt u welke soptemperatuur. 90¡CVoor erg vuile witte- of kookecht gekleurde katoen enlinnen, zoals beddegoed, tafellakens, theedoeken,zakdoeken en ondergoed. Gemakshalve wordt deze groep vaak nog ÒkookwasÓgenoemd. 60¡CVoor normaal vuile kookwas, lichtgekleurde bontwas envoor witte- en lichtgekleurde sterke synthetika. 40¡CVrijwel alle textielsoorten kunnen met 40¡C gewassenworden. In de eerste plaats kiest u voor deze temperatuur als hetetiket zegt dat het niet hoger mag zijn, bijvoorbeeld voordonker gekleurd goed en fijnwas. Daarnaast kunt u, inverband met het energieverbruik, voor deze temperatuurkiezen als het wasgoed nauwelijks vuil is. Samen metmoderne wasmiddelen wordt het dan toch nog schoon.
30¡CAlhoewel machine-wasbare wol zondermeer met 40¡Cgewassen mag worden (zie de in dit boekje afgedrukteVTWS-kaart), zult u toch vaak, 30¡C op het etiket zien. Defabrikant van het wol-artikel is doorgaans voorzichtig. Datzelfde geldt ook voor fijnwas-artikelen, maar voor diegroep raden wij u aan zich toch aan het etiket te houdenomdat de samenstelling van de textiel of het kant-en-klarekledingstuk zeer verschillend kan zijn. Hoe lager u de temperatuur kiest, hoe groter de kans datde was niet altijd helemaal schoon wordt. Desoptemperatuur is nu eenmaal een belangrijke wasfactor. Op een enkele uitzondering na, kunnen de machines ookÒkoudÓ wassen, dat wil zeggen met de temperatuur van hetingekomen leidingwater. Hoe u ÒkoudÓ instelt, wordt u in degebruiksaanwijzing uitgelegd. Het spreekt voor zich dat in de winter, wanneer hetleidingwater erg koud is, van ÒschoonwassenÓ geen sprakezal zijn.
Ook zal, in dat geval, het wasmiddel slecht of in hetgeheel niet in het water oplossen. Controleren van het wasgoedVerwijder voortijds alles uit borst- en broekzakken.
Kniploshangende knopen af of naai ze eerst aan. Verwijderspelden. Herstel voortijds scheuren, gaten of halen. Doe, zeker als u de haken erin laat zitten, vitrages in eensloop en knoop dit dicht. Een andere manier om de vitrageen de machine tegen de haken te beschermen is: maakeen bosje van de band met haken, trek er een badstof sokoverheen en gebruik een postelastiek voor het op zÕn plaatshouden. Doe babysokjes, ceintuurs, losse banden en dergelijke ineen sloop of een wasnet. Als bh-beugels verwijderbaar zijn, haal ze dan v——r hetwassen eruit. Zijn ze niet verwijderbaar, houd er danrekening mee dat ze, onder andere door slijtage, tochtijdens het wassen eruit komen en ernstige schade aan hetwasgoed, de trommel en het verwarmingselement kunnenaanbrengen. Was deze bhÕs daarom bij voorkeur op dehand.
VlekkenbehandelingEr zijn setjes vlekkenstiften te koop, waarmee vlekken vanallerlei aard behandeld kunnen worden. Daarnaast gevenwij u nog enkele tips:Was- en kaarsvet. Zoveel mogelijk met een bot mesafschrapen. Tussen twee papieren zakdoekjes met eenwarme strijkbout de rest eruit strijken. Ballpointinkt. Deppen met alcohol. De kleur van de stofkan daarbij aangetast worden door zowel de inkt als dealcohol. Weer- en schroeivlekken. Doorgaans niets meer aan tedoen, maar u kunt proberen ze eruit te bleken met met eenverdund chloorbleekmiddel. Roest. Verwijderen met citroenzuur of een speciaalbehandelingsmiddel. Koud naspoelen en daarna wassen. Geen wasmiddel met bleekmiddel gebruiken. Kauwgom. Wegwrijven met ijsblokjes. Restant verwijderenmet nagellakremover. Pas op met remover bij synthetischestoffen. Verf. Geef verf geen kans om op te drogen.
10Olie en teer. Met boter insmeren en laten intrekken. Daarna wassen. Gras. Met alcohol vochtig maken en met eenzeepoplossing deppen. Als de stof of de kleur ertegen kan,nableken met bleekwater. Chocolade, thee, koffie, vruchtensap en wijn. Weken inwarm water met een biologisch weekmiddel. Indien nodigen als de stof of de kleur ertegen kan, nableken metbleekwater. Vuile kragen of manchetten. Aanstrijken met zeep of eenspeciale spray of pasta. Dan gewoon wassen. Bloed. Verse vlekken met lauw water uitspoelen. Oudevlekken weken in lauw water met een biologischweekmiddel of soda. Transpiratie- en deodorantvlekken. Verse vlekken metsodawater deppen. Oude vlekken met azijn of alcoholdeppen. Hars. Met een speciale vlekkenoplosser behandelen. Sterke stoffen, zoals katoen en linnen, kunt u ook metterpentine, wasbenzine of alcohol behandelen.
Het gebruik van verdampende middelen, zoals terpentine,wasbenzine, alcohol, thinner, aceton en dergelijke isgevaarlijk. De fabrikant van uw was- en/of droogautomaatis niet aansprakelijk voor schade of letsel, ontstaan doorhet gebruik van gevaarlijke stoffen. Controleren van de kleurvastheidEr is een methode om vast te stellen of een artikel af zalgeven: Knip een klein stukje ergens uit de binnenkant vanhet nieuwe kledingstuk, maak het nat in heet water en wrijfhet tussen een stukje witte textiel. Geeft het af, dan zekerde eerste keer apart of op de hand wassenWassen met of zonder voorwas. In principe ZONDER. Ten opzichte van vroeger zijn de wasprogrammaÕs en dewasmiddelen zodanig verbeterd, dat voorwassen in vrijwelalle gevallen overbodig is. Dat spaart aanzienlijk energie en tijd. Bovendien hebt ugeen doseerproblemen als u met een vloeibaar wasmiddelwast.
Voor erg vuile en vette werkkleding (slagersbedrijf, garageen dergelijke) kan het gewenst zijn het wasgoed eerst teweken. Sommige wasautomaten zijn uitgerust met eenvoorweekprogramma. Dat is niets anders dan een voorwasdie stopt op het moment dat het voorwassop afgepomptzou worden.
Doorgaans kunt u bij zoÕn machine van tevoren, door middel van een druktoets bepalen of demachine voorwast of voorweekt. Indien de machine geen geprogrammeerde voorweek heeft,kunt u toch in de machine voorweken. U doet gewoon eenvoorwas, maar u zorgt ervoor dat u de machine stopt metde normale AAN/UIT-voorziening voor hij het voorwassopzal afpompen. De weektijd bepaalt u zelf en als die tijd om is zet u demachine weer AAN. Hij gaat nu verder bij waar hij geblevenwas: maakt de voorwas af, pompt het sop af, neemthoofdwasmiddel en water op en begint aan de hoofdwas. Nog een paar adviezenU kunt de thermostaatknop alvast op de temperatuur vande hoofdwas draaien, omdat de voorwas, dus ook de dooru gemaakte voorweek automatisch nooit boven 35-40¡Ckomt (is beveiligd). Gebruik een biologisch voorweekmiddel dat voor dewasautomaat bestemd is. Week niet te lang.
Sommige kleuren kunnen er niet tegenen lopen door. Wol beslist niet weken. Klein wasjeVaak is de machine uitgerust met een klein-wasje-toets,gemerkt met het symbool Ò1/2Ó. Dat moet u niet zo letterlijknemen. Er wordt een voor minder dan de helft beladentrommel mee bedoeld. Energie sparen doet u er niet mee. Integendeel. Dat komtomdat er nu eenmaal een hoeveelheid water in de machineaanwezig is waarmee ruimten tussen het wasgoed, tussende kuipwand en de trommel en in sommige interne slangenopgevuld worden. Dat water is er zelfs wanneer u geenwasgoed in de trommel doet. Het wasgoed, met name katoen, neemt zelf ook water op. Elke machine neemt daarom automatisch een hoeveelheidextra water op aan de hand van de hoeveelheid en desoort wasgoed. Tweemaal zo weinig wasgoed neemt tweemaal zo weinigwater op.
Maar het altijd aanwezige water dat de machinetoch al opnam, zorgt ervoor dat bij een halve belading detotale hoeveelheid water dat opgewarmd moet wordenaanzienlijk meer is dan de logische helft. Uit het oogpunt van energieverbruik is daarom een vollebelading de meest economische manier van wassen.
De klein-wasje-toets be•nvloedt echter wel het aantal litersspoelwater. Afhankelijk van het model zal de machine, bijingedrukte toets, minder spoelwater per keer spoelengebruiken of een spoelgang minder doen. In alle gevallen van een Òklein-wasjeÓ is het de moeitewaard om uit te proberen met hoeveel minder wasmiddel utoekunt. Het milieu is u er dankbaar voor. Belading van de trommelDe stoffen waaruit uw wasgoed bestaat, zijn verschillendvan aard. Er zijn:¥ Plantaardige stoffen, zoals katoen en linnen¥ Synthetische stoffen, zoals de sterke polyester en dezwakke acryl. ¥ Dierlijke stoffen, zoals wol en zijde. En vanzelfsprekend ook mengsels, zoals de bekendepolyester/katoen. Uw wasautomaat houdt daar rekening mee. Er zijnwasprogrammaÕs voor katoen, synthetika, fijnwas en wol.
Voor het bereiken van een optimaal resultaat adviseren wiju om, naast het kiezen van het juiste wasprogramma, ookde maximum toegestane belading van de trommel terespecteren. Wasgoed droog wegen voor u het in de trommel doet is ergomslachtig en zult u daarom waarschijnlijk nooit doen. Wijhelpen u op een andere manier op weg:¥ Volle trommel, maar niet proppen, voor katoen en linnen. ¥ Half-volle trommel of iets meer voor sterke synthetika enmengsels zoals polyester/katoen. Ook de zogehetenÒkreukherstellende stoffenÓ vallen daaronder. ¥ EŽnderde trommel voor fijnwas en wol. Hoeveel weegt wasgoed ongeveer.
11Dekbedhoezen kunnen doorgaans uitstekend in dewasautomaat gewassen worden. Vaak is niet het gewicht,maar de grootte doorslaggevend. Met ŽŽn twee-persoonshoes en twee slopen kan de trommel echt al ÒvolÓ zijn. Welk wasmiddel. Een gouden regel is: gebruik altijd machinewasmiddelen,dus nooit, om wat voor reden dan ook, eenhandafwasmiddel of zeep. Een nauwelijks minder belangrijke regel: probeer gewoonuit welk merk u het best bevalt. Tot slot: probeer met hoeveel u toekunt om de was schoonte krijgen. Teveel wasmiddel maakt de was niet schoner, isslecht voor uw portemonnaie en een extra belasting voorhet milieu. Er zijn totaal wasmiddelen voor kook- of bontwas, bleekvrijewasmiddelen voor bontwas, speciale fijnwasmiddelen,speciale wolwasmiddelen en biologische voorwas- ofweekmiddelen. Uw machine kan ook met vloeibare wasmiddelen overweg. Wij gaan ervanuit dat u geen voorwas doet.
Laad detrommel, stel programma en temperatuur in, giet hetvloeibare wasmiddel in het vakje voor het hoofdwasmiddelen start meteen daarna de machine. U kunt natuurlijk ook andere doseermiddelen gebruiken,zoals de door de wasmiddelfabrikant geleverde doseerbol. Doe dat echter niet als uw machine ook kan drogen, wantdoor de hete lucht zal de bol smelten. Ook voor poedervormige wasmiddelen bestaantegenwoordig doseerzakjes en dergelijke. Als u van een andere mogelijkheid dan dewasmiddelhouder van de machine gebruik maakt, let danerop dat puur wasmiddel niet direkt in aanraking met hetwasgoed komt. In pure, onverdunde vorm zijn wasmiddelenagressief en kunnen schade aan of vlekken op hetwasgoed veroorzaken. Wasverzachter gebruiken. Uw machine is ingericht voor het automatisch doseren vaneen vloeibare wasverzachter.
U hoeft geen wasverzachter te gebruiken, maar inbepaalde omstandigheden kan het toch gewenst zijn:¥ Voor katoen, als u dat, met name binnenshuis aan de lijndroogt. Het wordt dan minder stug. ¥ Voor synthetika, als u dat in de trommeldroger droogt. Het wordt dan niet statisch (knetteren en kleven). Doseer volgens de voorschriften van de fabrikant van dewasverzachter, maar nooit meer dan de aanduiding voorhet maximum in het vakje aangeeft. Waterontharder gebruiken. Het leidingwater is ÒharderÓ naarmate er meer calcium enmagnesium in voorkomt. In ons land wordt de hardheiduitgedrukt in ¡Dh (graden Duitse hardheid). Op deverpakking van wasmiddelen is het water globaal in driehardheidszones ingedeeld. U ziet dat u meer moet doserennaarmate het leidingwater harder is. Kalk slaat neer op het wasgoed, waardoor het op den duurgrauw en stug wordt.
Kalk slaat ook neer op machinedelen,waarvan het verwarmingselement wel het bekendstevoorbeeld is. Om dat te voorkomen doet de wasmiddelfabrikant eenÒkalkbinderÓ in zÕn produkt. Hoe harder het water, hoe meer kalkbinder u moetgebruiken en dus ook meer van alle andere ingredi‘nten inhet wasmiddel. Eigenlijk doseert u dan van al die anderestoffen onnodig teveel. U kunt dat voorkomen door minder wasmiddel te doserenen het verschil aan te vullen met een pure kalkbinder, zoalsCalgon. In hetzelfde vakje doen, samen met het wasmiddel. SpoelenModerne wasautomaten spoelen drie of vier keer na eenkatoenprogramma en drie keer na een synthetika-, fijnwas-of wolprogramma. Een aantal modellen spoelt drie keer na katoen en dat kandan door middel van een toets tot vier keer uitgebreidworden. Dat doet men om de machine Òvan huis uitÓ zeerspaarzaam met water om te laten gaan.
Bij weer andere modellen wordt na het katoenprogrammavier keer gespoeld en kan dat door middel van een toets totdrie keer gereduceerd worden. Dat doet men om totwaterbesparing te komen. Tussen de spoelgangen door wordt gecentrifugeerd omzoveel mogelijk sop kwijt te raken. Dat scheelt aanzienlijk inde benodigde hoeveelheid vers spoelwater. Eindcentrifugeren katoenprogramma’sBij gelijksoortige machines is het bijna vanzelfsprekend dathet wasgoed ÒdrogerÓ uit de machine komt naarmate hetmet een hoger toerental gecentrifugeerd wordt. Omdat katoen het meeste water opneemt, veel meer dansynthetika, meet men door middel van eenstandaardkatoen hoeveel water er na het centrifugeren nogin het wasgoed zit. Aangezien het gewicht van een literwater ongeveer een kilogram is, kunnen we dusgemakkelijk zeggen dat het wasgoed Òvoor 100% natÓ isindien er net zoveel water in zit als het wasgoed droogweegt.
Dat is bij een centrifugeertoerental van circa 400/min hetgeval. We noemen dat ÒdruipdroogÓ. Globaal kunnen we zeggen dat voor katoen hetÒrestvochtpercentageÓ bij 800/min circa 70% is, bij 1000/mincirca 65%, bij 1200/min circa 60% en bij 1400/min circa55%. Gebruikt u een elektrische trommeldroger om het wasgoedte drogen, dan is het van groot belang dat het wasgoed zodroog mogelijk de droger ingaat. Centrifugeert uw machinemet minder dan 800/min, koop dan een losse centrifugemet een toerental van 2800/min. Het energieverbruik voor het drogen hangt hoofdzakelijk afvan het centrifugeren. Hoe beter gecentrifugeerd, hoe lagerhet energieverbruik. Spoelstop synthetika en fijnwasSoms heeft u geen gelegenheid de was direkt na hetcentrifugeren uit de machine te nemen. Voor katoen is datdoorgaans niet erg, want dat moet meestal gestrekenworden.
Het mag daarom gerust enige tijd nat in demachine blijven liggen. Voor synthetika ligt dat vaak anders. Als het na hetcentrifugeren vochtig (erg nat kan het al niet meer zijn) eenpoosje in de machine blijft liggen, zal het kreuken.
Enveelal zijn dat juist die stoffen welke u, normaal gesproken,niet hoeft te strijken. Om het ontstaan van deze ÒligplooienÓ te voorkomen, zalde machine na de laatste spoelgang niet afpompen. Dewas blijft dan in ruim water staan en kreukt niet. Om tekunnen afpompen en daarna kort centrifugeren kiest u hetbetreffende programma. Wol mag nooit in het water blijven liggen. Direkt na hetwassen en platliggend drogen. kort centrifugeren.
1295P FP FA95 60 4060 40GewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaGewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaGewoonprogrammaAnti-kreuk-programmaWprDe getallen in de tobben geven de hoogst toelaatbare wastemperaturen aan; deze niet oTot de gewone wasprogramma s behoren ook E-, spaar- en halve wasprogramma s.Anti-kreukprogramma s: voor artikelen die synthetische vezels bevatten en/of kreukherstbeladen met de helft van het maximale gewicht. Handwas lauw of koud.Wolwas in de machine: uitsluitend Superwash en alleen met door het Internationaal Wol programma s. Belading: 1/3 tot 1/4 van het maximale gewicht.Koud bleken met bleekwater of geconcentreerd chlorbleekmiddel in verdunde oplossing mogelijkHeet strijken Warm strijken Lauw strijkenArtikelen met P of F in de cirkel kunnen meestal niet worden met tetra of tri.ontvlekt De zijn vooral bestemd voor de chemisch reiniger.
Zij geven het te gebruiken oplosmiddel aan. letters De streep onder de cirkel betekent: lichte belading, hoge vlotverhouding, weinig mechanische bewegincentrifugeertijden; en vooral: geen water toevoegen.Gewone reiniging Speciale reinigingNormale textiel Hittegevoelige textielMeer informatie in het boekje Textiel ABC , te verkrijgen door overmaking van f 15,36 op gironummer 666402 van VTWS, Delft. TelefooWASSENBLEKENDe punten verwijzen naar de punten op de regelknop van het strijkijzer.STRIJKENCHEMISCHREINIGEN=STOMEN=DRY CLEANINGTROMMEL-DROGENTEXTIELBEHANDELINGSSYMB«Plak op uwwasmachine»
13ONDERHOUDNeem v——r u met schoonmaken begint de steker uithet stopcontact of schakel de installatieschakelaar opUIT. Buitenkant van de machineDe buitenkant van de machine kunt u zemen metwater en een neutraal huishoudschoonmaakmiddel. Moderne huishoudschoonmaakmiddelen drogendoorgaans streeploos op. Gebruik geen agressieve, bijtende of schurendeschoonmaakmiddelen. WasmiddelhouderWasmiddelen en wasverzachter koeken aan. Datveroorzaakt lekkage en storingen bij het inspoelenvan het wasmiddel. Trek de houder naar voren tot hij stuit en trek hemdan met een korte ruk door de stuit uit hetbedieningspaneel. Maak hem onder de stromende kraan schoon. Maak de behuizing, ook het plafond daarvan, schoonmet een oude tandenborstel. Plaats de houder terug en druk hem door de stuitweer in het paneel.
PluizenfilterOm beschadigen van de afvoerpomp te voorkomen,vangt het pluizenfiltertijdens het afpompengrove pluis en kleinevoorwerpen op. Wijadviseren u het filterregelmatig tecontroleren, zeker nahet wassen van goeddat vaak rafelt of pluist,zoals molton. Zet een opvangschaaltje onder het klepje. Draai het filter linksom los, neem het uit de machineen maak het onder de stromende kraan schoon. Plaats het terug en draai het rechtsom stevig vast. ToevoerfiltertjeAls de machine lang overhet water opnemen doetof in het geheel geenwater opneemt, kan hettoevoerfiltertje verstoptzijn. Draai de kraan dicht. Draai de slangwartel aande machinekant los. Neem, met eenplatbektang, het filtertjeuit zÕn behuizing en maakmet een borsteltje schoon. Plaats het terug en draai de slangwartel weer stevigop de machine.
BevriezingsgevaarStaat de machine in een ruimte waar het kan vriezen,dan moet u na het wassen de volgende maatregelennemen:¥ Draai de kraan dicht en schroef de slangwartel vande kraan. ¥ Kies het wasverzachterprogramma (of eenwillekeurig wasprogramma) en laat dat circa eenminuut werken. Daarmee leegt u slangen aan detoevoerkant.
¥ Leg de afvoerslang over de vloer met hetuitstroomeind in een schaal of in een afvoerputje. ¥ Kies het afpompprogramma en laat het werken totde machine normaal stopt. ¥ Sluit de toevoerslang weer op de kraan aan en laatde kraan dicht. Plaats de afvoerslang in de afvoerterug. Fig. 20Fig. 19Fig. 18P0185P0090P0343P0341 P0342Fig. 21 Fig. 22Fig. 23.
14ALS ER IETS NIET GOED GAATEen storing ligt vaak aan een kleinigheid. Het is de moeitewaard om eerst zelf te proberen de oorzaak op te sporenen het euvel te verhelpen. Lukt dat niet, dan kunt uvanzelfsprekend een beroep op onze servicedienst doen. Houd in dat geval de merknaam en het modelnummer bijde hand; de servicedienst zal u erom vragen. Er staat elektrische spanning op demachinemantel(Dat is ook zonder defect het geval en wordt veroorzaaktdoor het ingebouwde ontstoringsfilter. )¥ U gebruikt een verkeerd stopcontact of deaardcontacten van het stopcontact zijn niet aangesloten. Gebruik een Òrandaarde-stopcontactÓ of laat uwinstallateur daarin voorzien. Machine start niet(lampje brandt ook niet)¥ Is de groepzekering defect. Kan ook zonderaantoonbare oorzaak het geval zijn. ¥ Is de trommeldroger op dezelfde groep aangesloten.
Als dat zo is en hij staat ——k aan, dan is dat samenteveel voor een 16A-groep. ¥ Vuldeur niet goed gesloten. Doe hem nogeens dicht. ¥ Stopcontact onderbroken. Probeer dat even uit met eenander elektrisch apparaat. ¥ Trekschakelaar (indien aanwezig) defekt. Als lampje opschakelaar niet brandt: laten nazien. ¥ Schakel de machine nogeens UIT en weer IN. Machine neemt geen water(lampje brandt wel)¥ Kraan nog niet open. ¥ Toevoerslang geknikt. ¥ Geen druk op de waterleiding. Probeer dat uit: kraandicht, slangwartel van de machine-aansluiting draaien,emmer onder de slang zetten en kraan openen. ¥ Toevoerfiltertje verstopt. Als er wel normaal water uit deslang komt, trek dan met een platbektang het filtertje uitde machine-aansluiting. Maak het, indien nodig, schoon.
¥ Is de afvoer echter volgens het installatievoorschriftgemonteerd, dan is er w•l sprake van eenmachinedefect. Raadpleeg de servicedienst. Machine pompt niet af en/ofcentrifugeert niet¥ Pluizenzeef verstopt. Juist omdat het steeds schoonblijkt te zijn, gaat u het af en toe controleren vergetenen dan gebeurt het een keer. ¥ Knik in de afvoerslang. ¥ Afvoerslang luchtdicht met afvoerpijp verbonden. Magniet, afvoerslang moet ÒbeluchtÓ zijn. Er ligt water onder of naast de machine¥ Rubber afdichtringetje ontbreekt in een slangwartel. ¥ EŽn of beide slangwartels van de toevoerslang is/zijnniet goed vastgedraaid. Bij een niet goed vastgedraaidekraanwartel loopt het lekwater vrijwel onzichtbaar langsde toevoerslang. Daarom lijkt het alsof de lekkageergens anders vandaan komt. ¥ Wasmiddelhouder is verstopt door aangekoektwasmiddel of wasverzachter.
De houder regelmatiguitwassen onder de stromende kraan en de behuizingschoonmaken. ¥ Verkeerd of teveel wasmiddel gebruikt. ¥ Verhuisd van hardwatergebied naar zachtwatergebied. Dan minder wasmiddel doseren. ¥ Sifon in de afvoerpijp verstopt. Schoonmaken ofloodgieter raadplegen. Machine dreunt of is erg luidruchtig¥ Transportbeveiliging is niet of niet volledig verwijderd. ¥ Er staat een stelvoet niet stevig tegen de vloer. ¥ De vloer is niet van steen of beton. Houten vloer moet(doorgaans) ter plaatse verstevigd worden. ¥ Staat de machine met zÕn achterkant tegen een richel ofbuis (waterleiding, gasleiding). Machine iets naar vorentrekken. ¥ Staat de machine met krappe ruimte tussenkeukenkastjes. Ruimte tussen machinewanden enkeukenkastjes vergroten of machine ergens mee klemzetten.
¥ Onder toevallige omstandigheden kan de trommeltijdens het centrifugeren in onbalans raken, bijvoorbeeldbij belading met slechts ŽŽn badjas. Lager toerentalkiezen (sommige modellen doen dat in zoÕn gevalautomatisch). Vuldeur gaat niet open¥ Na het be‘indigen van het programma duurt het evenvoor de vuldeur open kan.
15GARANTIEBEPALINGEN EN SERVICE VOOR NEDERLANDBij aanspraak op kosteloos herstel dient het origineel vande betreffende aankoopnota of kwitantie te wordengetoond of meegezonden. ALGEMENE GARANTIEBEPALINGEN1De fabrikant verleent ŽŽn jaar garantie op het op debijbehorende koopnota vermelde apparaat, gerekendvanaf de koopdatum. Indien zich binnen deze periodeeen storing voordoet, welke het gevolg is van eenmateriaal- en/of konstruktiefout, heeft de koper het rechtop kosteloos herstel. 1a Voor stofzuigers, bedoeld voor huishoudelijk gebruik,geldt een algemene garantieperiode van twee jaar. Accessoires zijn aan direkte slijtage onderhevig; dezeverbruiksartikelen zijn derhalve van garantie uitgesloten. 2De fabrikant verleent ŽŽn jaar garantie op door haarservicedienst uitgevoerde herstelwerkzaamheden en hetdaarbij nieuw aangebrachte materiaal, gerekend vanaf dehersteldatum.
Indien zich binnen deze periode een storingvoordoet, welke het direkte gevolg is van de uitgevoerdeherstelwerkzaamheden of het daarbij nieuw aangebrachtemateriaal, heeft de koper het recht op kosteloos herstel. Door de uitvoering van herstelwerkzaamheden wordt dealgemene garantieperiode, welke het gehele apparaatomvat, niet verlengd. 3Servicebezoeken aan huis worden alleen gebrachtvoor grote, moeilijk transporteerbare apparaten, perdefinitie: wasautomaten, trommeldroogautomaten,afwasautomaten, koelkasten, diepvrieskasten/-kisten,ovens, fornuizen en inbouwapparaten. 3a De regeling als bedoeld onder punt 3 geldt ook voorcaravankoelkasten, mits de plaats waar zich het apparaatbevindt binnen de landsgrenzen ligt en over normale,voor het autoverkeer opengestelde wegen bereikbaar is.
4Indien, naar het oordeel van de fabrikant, het apparaatzoals bedoeld onder punt 3 naar haar servicewerkplaatsgetransporteerd moet worden, dan geschiedt dit transportop de door de fabrikant vastgestelde wijze en voorrekening en risiko van de fabrikant. 5Alle niet onder punt 3 en punt 3a genoemde apparaten,alsmede apparaten welke wel de betreffende funktioneleeigenschappen hebben maar daarnaast juist bedoeld zijnvoor gemakkelijk transport, dienen franko aan het adresvan de servicedienst verzonden of aangeboden teworden. Binnen de algemene garantieperiode vindtterugzending voor rekening van de fabrikant plaats. 6Indien een onder garantie en binnen de algemenegarantieperiode vallend defekt aan een apparaat niethersteld kan worden, vindt kosteloze vervanging van hetapparaat plaats.
GARANTIE-UITBREIDINGEN7Voor koel-/vries-motorkompressoren (exklusiefstartrelais en motorbeveiliging) geldt een aflopendegarantieperiode, in gelijke percentages van 20 procentper jaar, van vijf jaar na koopdatum van het op debijbehorende koopnota vermelde apparaat, metinachtname van volledig kosteloos herstel binnen dealgemene garantieperiode. Na de algemenegarantieperiode worden bezoek-, arbeidsloon- enbijkomende materiaalkosten in rekening gebracht.
GARANTIE-UITSLUITINGEN8Het kosteloos uitvoeren van herstel- en/ofvervangingswerkzaamheden, zoals bedoeld in debetreffende hieraan voorafgaande punten, is niet vantoepassing indien:- de aankoopnota of kwitantie, waaruit tenminste deaankoopdatum en de identifikatie van het apparaat blijkt,niet getoond kan worden of niet meegezonden werd;- het apparaat voor andere, of ook voor andere dan dehuishoudelijke doeleinden waarvoor het apparaatbestemd is gebruikt wordt;- het apparaat niet volgens de aanwijzingen in hetinstallatievoorschrift of de gebruiksaanwijzinggeinstalleerd, bediend, gebruikt of behandeld wordt;- het apparaat op ondeskundige wijze door daartoe nietbevoegde personen hersteld of gewijzigd werd.
8a Indien het apparaat zodanig ingebouwd,ondergebouwd, opgehangen of geplaatst is dat debenodigde tijd voor het uit- en inbouwen samen meer dandertig minuten bedraagt, dan worden de hierdoor onstaneextra kosten aan de eigenaar in rekening gebracht. 8b Schade welke ontstaat door het, met toestemmingvan de eigenaar, op abnormale wijze uit- of inbouwen vaneen apparaat, kan niet op de fabrikant of haarservicedienst verhaald worden. 8c Beschadigingen, zoals krassen en deuken of zoalsbreuk van uit- of afneembare delen, welke niet ten tijdevan de aflevering ter kennis van de fabrikant gebrachtworden, vallen niet onder garantie. BELANGRIJK ADVIESDe konstruktie van dit apparaat is zodanig dat deveiligheid daarvan gewaarborgd is. Ondeskundigereparaties kunnen echter de veiligheid in gevaar brengen.
Terwille van een blijvende veiligheid en ook om mogelijkeschade te voorkomen, is het raadzaam dat reparatiesuitsluitend verricht worden door personen die daarvoor devereiste vakbekwaamheid bezitten. Wij adviseren u herstel- en/of kontrolewerkzaamhedendoor uw vakhandelaar of door ELGROEP SERVICE telaten uitvoeren en uitsluitend originele DISTRIPARTSonderdelen te laten plaatsenELGROEP SERVICEVennootsweg 1, postbus 120NL-2400 AC Alphen a/d RijnStoringsmeldingen:Tel. : 01720-80300Fax. : 01720-80366Onderdelenverkoop:Tel. : 01720-80400Fax. : 01720-80376Telex: 39906 elgr.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Frigidaire FR 8022 C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Frigidaire
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine