Ford Tourneo Connect (2005) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ford Tourneo Connect (2005) (67 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen. Heb je een vraag over Ford Tourneo Connect (2005) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ford |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Tourneo Connect (2005) |
Handleiding Ford Tourneo Connect (2005) – volledige tekst
De informatie in deze publicatie was correct ten tijde van het ter perse gaan. In het belangvan de technische ontwikkeling behouden wij ons het recht voor, specificaties, ontwerpenof onderdelen zonder voorafgaande kennisgeving of verplichtingen te wijzigen. Dezepublicatie, of een deel daarvan, mag niet worden gereproduceerd of vertaald zonder onzetoestemming. Fouten of omissies uitgesloten.© Ford Motor Company 2006Alle rechten voorbehouden.Onderdeelnummer: 7T1J-19A321-CA (CG3526nl) 06/2006 20060720170747
ParkeerhulpWerking 98. Gebruik maken van deparkeerhulp 98. TransportAlgemene informatie 99. Dakrekken en bagagedragers 99. Bagagenetten 99. Aanhangers trekkenTrekken van een aanhanger 101. Tips voor het rijdenAlgemene punten bij het rijden 102. Inrijden 102. NooduitrustingEerstehulpset 103. Gevarendriehoek 103. Staat na eenaanrijdingOnderbrekingsschakelaarbrandstoftoevoer 104. Componenten vanveiligheidssysteeminspecteren 105. ZekeringenPlaatsen zekeringenhouders 106. Een zekering vervangen 108. Zekeringlabels 108. Specificatie-overzichtzekeringen 110. Bergen van de autoSleeppunten 111. Auto op vier wielen slepen 112. OnderhoudAlgemene informatie 113. De motorkap openen ensluiten 114. Overzicht motorruimte - 1,8 lDuratec-DOHC (Zeta) 115. Overzicht motorruimte - 1,8 lDuratorq-TDDi (Lynx) diesel /1,8l Duratorq-TDCi (Lynx) diesel. 116Motorolie controleren 117.
OVER DEZEHANDLEIDINGHartelijk dank voor het kiezen vaneen Ford. Wij raden u aan de tijd tenemen om uw auto goed te lerenkennen door dit instructieboekjezorgvuldig te lezen. Hoe meer u vanuw auto afweet, des te beter kunt uermee omgaan en dat komt deveiligheid en het rijplezier ten goede.N.B.:In dit instructieboekje wordenalle modellen en opties beschreven,soms zelfs voordat deze leverbaarzijn. Soms worden opties beschrevenwaarmee uw auto niet is uitgerust.N.B.:Gebruik uw auto altijd volgensde geldende regels en wetgeving.N.B.:Overhandig bij verkoop van uwauto dit instructieboekje aan denieuwe eigenaar.
Het instructieboekjeis een onderdeel van de auto.OVERZICHT VANSYMBOLENSymbolen in ditinstructieboekjeWAARSCHUWINGU riskeert de dood of ernstigeverwonding van uzelf enanderen wanneer u niet deinstructies opvolgt waarop u door ditwaarschuwingssymbool wordtgeattendeerd.LET OPU riskeert beschadiging van uwauto wanneer u niet deinstructies opvolgt waarop u door ditwaarschuwingssymbool wordtgeattendeerd.Symbolen op uw autoWanneer u deze symbolen ziet, leesdan eerst de betreffende instructiesin dit instructieboekje en volg dezeop voordat u iets aanraakt ofprobeert af te stellen.ONDERDELEN ENACCESSOIRESOriginele Ford onderdelen enaccessoires zijn speciaal voor uwauto ontwikkeld. Wij wijzen erop datniet-originele Ford onderdelen enaccessoires niet door Ford zijnonderzocht en goedgekeurd tenzijexpliciet door Ford is aangegeven.Wij kunnen niet instaan voor degeschiktheid van dergelijkeproducten.
Draai de sleutel in een voorportier instand en vervolgens binnen drie1seconden in stand .2De centrale of de dubbelevergrendeling kan ook via deachterdeur worden geactiveerd.Draai de sleutel in de aangeduiderichting voor het rechter voorportier.E66524Druk de vergrendelingstoets op deafstandsbediening tweemaalbinnen drie seconden in. Derichtingaanwijzers knipperentweemaal ter bevestiging.Klok gelijkzettenVersie 1E74265Omschakel- enterugsteltoetsA•Draai de contactsleutel in stand .II•Houd de toets minimaal drieAseconden ingedrukt tot detijdsweergave op het displayknippert.•Druk op toets om de minutenAvooruit te zetten.
Plaats nooiteen kinderzitje op een stoelwaarvóór zich een airbag bevindt!Oorspronkelijke tekst volgensECE R94.01: Extreme Hazard!Do not use a rearward facing childrestraint on a seat protected by anair bag in front of it!Wanneer de airbag wordtgeactiveerd bestaat het gevaarvan ernstige verwonding of letsel metfatale gevolgen.WAARSCHUWINGENBreng altijd de hoofdsteun vande achterbank omhoogwanneer een kinderveiligheidszitjewordt aangebracht of een persoonerop plaatsneemt, schuif daarbij hetkinderveiligheidszitje niet van de bankaf.N.B.:Indien de auto betrokken isgeweest bij een aanrijding, laat danhet kinderzitje door een deskundigeop beschadiging controleren.N.B.:Laat kinderen niet zondertoezicht in het kinderveiligheidszitjeof in de auto achter.N.B.:Zorg er bij het vastzetten vaneen kinderzitje met deveiligheidsgordel altijd voor dat degordel niet is gedraaid of los zit.WAARSCHUWINGEr bestaat gevaar van overlijdenof ernstige verwonding indiende aanwijzingen van de fabrikant nietworden opgevolgd of wanneer er openigerlei wijze wijzigingen aan hetkinderzitje worden aangebracht.Volg bij het aanbrengen van eenkinderzitje/babyzitje altijd deaanwijzingen van de fabrikant op.WAARSCHUWINGNeem tijdens het rijden geenkinderen op schoot.10Veiligheidsuitrusting voor kinderen
Vraagwelk kinderzitje wordt aanbevolen.Zij bieden in combinatie met deaanwezige veiligheidsgordels eenoptimale bescherming aan kinderen.Kinderzitjes voorverschillendegewichtscategorieënDe juiste keuze van een kinderzitje isafhankelijk van de leeftijd en hetgewicht van het kind:BabyzitjeE72337Baby's met een gewicht van minderdan 13 kg (circa 18 maanden) wordtoptimale bescherming gebodenwanneer ze worden vervoerd in eenbabyzitje (groep 0+) datachterwaarts op de achterbank isgeplaatst.KinderveiligheidszitjeE72338Kinderen met een gewicht tussen 13en 18 kg (circa 9 maanden tot 4 jaar)moeten goed vastgegespt in eenkinderveiligheidszitje (groep I)op de achterbank worden vervoerd.11Veiligheidsuitrusting voor kinderen
PLAATSING VANKINDERZITJESWAARSCHUWINGENWanneer uw Ford is uitgerustmet een front-airbag aanpassagierszijde, mogen kinderen meteen lengte van 150 cm en minder ofvan 12 jaar en jonger alleen wordenvervoerd in een kinderzitje dat stevigop de achterbank is bevestigd - nooitvoorin de auto.Bijzonder gevaarlijk! Plaats nooiteen kinderzitje achterwaarts opeen stoel waarvóór zich een airbagbevindt!N.B.:Wanneer persoonlijkeomstandigheden vereisen dat eenkind met een gewicht van meer dan9 kg moet plaatsnemen op eenvoorstoel waarvóór zich een airbagbevindt, gebruik dan altijd een in derijrichting geplaatst kinderzitje.De volgende tabel geeft aanwijzingenover de geschiktebevestigingspunten voor kinderzitjes.Plaatsen voor het kinderzitjeGewichtsgroepenZitplaatsenIIIIII0+022 36–kg (ca. 6– 12 jaar)15 tot 25kg (ca.31/2 12−jaar)9 18 kg–(ca. 9maanden– 4 jaar)Tot 13kg (ca.
GewichtsgroepenZitplaatsenIIIIII0+022 36–kg (ca. 6– 12 jaar)15 tot 25kg (ca.31/2 12−jaar)9 18 kg–(ca. 9maanden– 4 jaar)Tot 13kg (ca. 0– 2 jaar)Tot 10kg (ca.0-9maanden)Veilig-heids-kussen(zitver-hoger)Veilig-heids-kussen(zitver-hoger)kinder-zitjeBaby-zitjeBaby-zitjen.v.t.n.v.t.LLn.v.t.ISOFIX kinderzitje,tweede zitrij, middenX = Zitplaats niet geschikt voor kinderen in deze gewichts-/leeftijdsgroep.U = Zitplaats geschikt voor universele kinderzitjes die zijn goedgekeurd voordeze gewichts-/leeftijdsgroep.U1 = Zitplaats geschikt voor universele kinderzitjes, maar Ford adviseertkinderen altijd in een geschikt kinderzitje te vervoeren.op de achterbankL = Zitplaats geschikt voor bepaalde kinderzitjes die zijn goedgekeurd voordeze gewichts-/leeftijdsgroep.N/A = Niet van toepassing.13Veiligheidsuitrusting voor kinderen
ZITVERHOGERSE72362KinderzitjeAKinderveiligheidskussen(zitverhoger)BWAARSCHUWINGENGebruik nooit een zitverhogeralleen in combinatie met eenheupgordel.Leg de schoudergordel nooitonder de arm of achter de rugvan het kind langs.Gebruik nooit kussens, boekenof handdoeken om het kindhoger te laten zitten.Kinderen met een gewicht van meerdan 15 kg en een lengte van minderdan 150 cm moeten gebruikmakenvan een kinderzitje of eenzitverhoger. Voor kinderen met eengewicht van 15 tot 25 kg raadt Fordhet gebruik van een kinderzitje aandat een combinatie is van eenzitverhoger en een rugleuning in eenkinderzitje. De hogere zitpositie zorgtervoor dat de standaardveiligheidsgordel over het middenvan de schouder komt te liggen enniet langs de hals en dat deheupgordel over de heupen komt teliggen in plaats van over de maag.Zorg ervoor dat uw kind rechtop zit.14Veiligheidsuitrusting voor kinderen
ISOFIXVERANKERINGSPUNTENTourneo ConnectWAARSCHUWINGENFord raadt het gebruik van eenISOFIX systeem zonder gebruikte maken van een draaibeveiliging,zoals een correct aangebrachteveiligheidsgordel aan de bovenzijdeof een steunarm, af.Er bestaat kans op overlijden ofernstige verwonding wanneerde instructies van de fabrikant nietcorrect worden opgevolgd ofwanneer het kinderzitje/veiligheidsgordel op enige wijzewordt gewijzigd.Uw auto is uitgerust met ISOFIXverankeringspunten. Uw Ford dealerzal ze graag voor u bereikbaarmaken.E75769Het ISOFIX systeem bestaat uit tweestevige bevestigingsarmen aan hetkinderzitje, waarmee dit aanverankeringspunten achter derugleuning wordt bevestigd. Wanneerde twee onderstebevestigingspunten door uw FordDealer toegankelijk zijn gemaakt, kuntu deze in op de middelste zitplaatsvan de tweede zitrij vinden.
Debevestigingspunten zijn voorzien vaneen cirkelvormig pictogram en detekst 'ISOFIX'. De trechtervormigegeleiders zorgen ervoor dat debevestigingsarmen van een ISOFIXkinderzitje makkelijk en stevig kunnenworden bevestigd.ISOFIX kinderzitjes die niet door Fordzijn goedgekeurd, zijn niet door Fordgetest en de geschiktheid noch deveiligheid van dergelijke zitjes kanworden gegarandeerd, ongeacht ofzij met het ISOFIX systeem of met denormale veiligheidsgordels wordenbevestigd.Kinderzitje met eenveiligheidsriem aan debovenzijde bevestigenWAARSCHUWINGBevestig de veiligheidsgordelzoals afgebeeld alleen aan hetdaartoe bestemde verankeringspunt.De veiligheidsgordel kan niet correctfunctioneren wanneer hij aan eenander punt wordt bevestigd.15Veiligheidsuitrusting voor kinderen
Voor kinderzitjes met eenveiligheidsriem aan de bovenzijde isuw auto voorzien van een derdeverankeringspunt, voor gebruik vaneen kinderzitje in voorwaartserichting. Deze extra verankeringspuntmaak het gebruik van eenveiligheidsriem aan de bovenzijdemogelijk. Neem contact op met uwFord dealer om dit verankeringspuntte laten aanbrengen.E75770Bij uitvoeringen met vijf zitplaatsenbevindt het verankeringspunt zichboven de opening van deachterdeur.E75771Bij uitvoeringen met acht zitplaatsenbevindt dit punt zich achter demiddelste zitplaats op de tweedezitrij.E75772Het verankeringspunt is te herkennenaan een pictogram. Deveiligheidsgordel aan de bovenzijdevan het kinderzitje moet onder denaar beneden geschovenhoofdsteun naar hetverankeringspunt worden gevoerd.Verwijder de kap van hetverankeringspunt en breng de riemaan.
KINDERSLOTENTourneo ConnectE75766WAARSCHUWINGWanneer hetkinderveiligheidsslot in werkingis gesteld, kan het portier alleen vanbuitenaf worden geopend.N.B.:Alleen de schuifdeuren zijnvoorzien van kinderveiligheidssloten.Draai met behulp van decontactsleutel het veiligheidsslot ophet uiteinde van de deur naar buiten.De deur kan nu niet meer vanbinnenuit worden geopend.Draai het veiligheidsslot naar binnenom het slot te deactiveren.17Veiligheidsuitrusting voor kinderen
WERKINGAirbagsE75574WAARSCHUWINGBreng aan de voorzijde van deauto geen enkele wijziging aan,omdat dit negatieve gevolgen kanhebben op de werking van de airbag.N.B.:Het opblazen van een airbaggaat gepaard met een luide knal. Hetis normaal dat een onschadelijke,poederachtige stof achterblijft.Het airbagsysteem bestaat uit devolgende onderdelen:•opblaasbare nylon zakken(airbags) met gasgeneratoren aanbestuurderszijde enpassagierszijde•zij-airbags•side curtains•een gordelspanner•crashsensoren•een controlelamp op hetinstrumentenpaneel•een elektronisch regel- endiagnosesysteemE7233018Bescherming van inzittenden
WAARSCHUWINGENReparaties aan hetzij de hoezenvan de voorstoelen of desensoren die op de stoelen zijnaangebracht mogen uitsluitend doorgoed geschoolde monteurs wordenuitgevoerd. Wanneer een zij-airbagper ongeluk wordt geactiveerdkunnen verwondingen het gevolgzijn.Blokkeer, belemmer of bedekde airbag niet, omdat deze danmisschien niet goed wordtopgeblazen. Steek geen scherpevoorwerpen in gebieden waarairbags zijn gemonteerd. Hierdoorzouden de airbags kunnen wordenbeschadigd.Breng geen extra stoelhoezenaan die niet speciaal zijnontwikkeld voor het gebruik opstoelen met zij-airbags. Laat hetaanbrengen van deze stoelhoezenover aan de gedegen getraindemonteurs.E66553WAARSCHUWINGDraag altijd de veiligheidsgordelen houd voldoende afstand tothet stuurwiel.
Alleen wanneer deveiligheidsgordel op de juiste wijzewordt gedragen, kan het lichaam opzijn plaats worden gehouden,waardoor de airbag zijn maximalebescherming kan bieden. Wanneerde airbag wordt geactiveerd bestaathet gevaar van ernstige verwonding.Voor een optimale werking van deairbags moeten de zitting en derugleuning correct worden ingesteld.Zie De juiste zitpositie innemen(bladzijde 75).Dit is de ideale zitpositie voor debestuurder en voorpassagier en helptde kans op verwonding reducerendoor te dicht op een zichontvouwende airbag te zitten.E7557519Bescherming van inzittenden
De front-airbags treden in werking bijzware aanrijdingen, hetzijfrontaal van of binnen een hoek 30 graden van links of van rechts.De airbags worden in enkelemilliseconden opgeblazen. Zodra delichamen van de inzittenden inaanraking komen met de airbags,stromen deze leeg waardoor devoorwaartse beweging wordtopgevangen.E75576Bij lichte aanrijdingen, het over de kopslaan van de auto of bij aanrijdingenvan opzij of van achteren worden defront-airbags niet geactiveerd.E75577WAARSCHUWINGENLaat reparaties aan hetstuurwiel, de stuurkolom en hetairbagsysteem over aan gedegengetrainde monteurs.Houd het gebied vóór deairbags altijd vrij. Breng niets opof over deze gebieden aan.Deze gebieden mogen uitsluitendworden gereinigd met een vochtigedoek; nooit met een natte doek!20Bescherming van inzittenden
Zij-airbagsE72328Een label aan de rugleuning duidt aandat zij-airbags zijn gemonteerd. Dezij-airbags bevinden zich in de zijkantvan de rugleuningen van devoorstoelen. In geval van een zwarezijdelingse aanrijding, wordt de airbagaan de betreffende zijde geactiveerd.E75578De airbag wordt opgeblazen tussenhet portierpaneel en de inzittende enboven het portierbekledingpaneelom het hoofd en de borstkast tebeschermen.
Zodra deze persoon inaanraking komt met de airbag,stroomt de airbag weer leeg,waardoor het lichaam soepel wordtopgevangen.Bij lichte zijdelingse aanrijdingen enbij aanrijdingen van voren of vanachteren worden de zij-airbags nietgeactiveerd.VeiligheidsgordelsWAARSCHUWINGENDraag altijd eenveiligheidsgordel.Gebruik een veiligheidsgordelnooit voor meer dan eenpersoon.Vermijd het dragen van dikkekleding.De veiligheidsgordels moetenstrak om het lichaam liggen.21Bescherming van inzittenden
GordelslotspannerE72333WAARSCHUWINGDe gordelslotspanners mogenniet worden verwijderd. Nadatde gordelslotspanners bij eenaanrijding zijn geactiveerd, moetenzij worden vervangen. Laat degordelslotspanners alleenonderhouden en afvoeren doorspeciaal geschoold personeel.Het veiligheidssysteem met degordelspanner aan bestuurderszijdehelpt het risico van ernstigeverwonding bij een zware aanrijdingverkleinen. Tijdens een ernstigeaanrijding wordt de veiligheidsgordelvan de bestuurder voorgespannenzodat alle speling in de gordel wordtopgeheven.
De gordelslotspanner iseen veiligheidsvoorziening die ervoorzorgt dat de veiligheidsgordel straktegen het lichaam komt te liggen.Wanneer de gordelslotspanner wordtgeactiveerd, wordt deschoudergordel gespannen.Bij een lichte frontale aanrijding, ofwanneer de auto in de flank of vanachteren wordt aangereden, tredende gordelslotspanners niet inwerking.VEILIGHEIDSGORDELSVASTMAKENE66541WAARSCHUWINGSteek de slottong in hetgordelslot tot u een 'klik' hoort;alleen dan is de veiligheidsgordelgoed vergrendeld.Trek de veiligheidsgordel gelijkmatiguit. Als er een stevige ruk aan wordtgegeven of als de auto op een hellingstaat, kan de gordel blokkeren.Druk de rode knop op het gordelslotin om de gordel los te maken en laatde gordel zich gelijkmatig en volledigoprollen.22Bescherming van inzittenden
GEBRUIK VANVEILIGHEIDSGORDELSTIJDENSZWANGERSCHAPE68587WAARSCHUWINGBreng de veiligheidsgordel vooruw eigen veiligheid, maar ookvoor dat van uw ongeboren kind opcorrecte wijze aan. Draag niet alleende heupgordel of de schoudergordel.De heupgordel moet comfortabelover de heupen liggen aan deonderzijde van uw zwangere buik.Leg de schoudergordel tussen uwborsten, boven en aan de zijkant vanuw zwangere buik.24Bescherming van inzittenden
ALGEMENE INFORMATIEOVERRADIOFREQUENTIESLET OPDe radiofrequentie van deafstandsbediening kan ookworden gebruikt door anderezenders met een klein bereik(bijvoorbeeld zendamateurs,medische apparatuur, draadlozehoofdtelefoons, afstandsbedieningenen alarmsystemen). Wanneer defrequenties worden gestoord, kuntu geen gebruik meer maken van uwafstandsbediening.
U kunt deportieren met de sleutel vergrendelenen ontgrendelen.N.B.:U kunt de portierenontgrendelen wanneer u de toetsenop de afstandsbediening per ongelukindrukt.Het bereik tussen uwafstandsbediening en uw auto isafhankelijk van de omgeving.PROGRAMMEREN VANDEAFSTANDSBEDIENINGMaximaal kunnen vierafstandsbedieningen (inclusief de bijde auto geleverdeafstandsbedieningen) voor uw autoworden geprogrammeerd.E74806Transit ConnectATourneo ConnectBN.B.:Controleer of dealarminstallatie is uitgeschakeld en ofalle portieren zijn gesloten.•Zet, om nieuweafstandsbedieningen teprogrammeren, de contactsleutelacht keer binnen tien secondenvanuit stand in stand . De0 IIcontactsleutel moet uiteindelijk in25Sleutels en afstandsbediening
stand staan en blijven staan. DeIIportiersloten sluiten eenmaalvergrendelen en ontgrendelen omaan te duiden dat het nu mogelijkis nieuwe afstandsbedieningen teprogrammeren.•Druk binnen 20 seconden nadatde portiersloten hebbenvergrendeld en ontgrendeld opeen willekeurige toets op denieuwe afstandsbediening. Deportiersloten zullen opnieuwvergrendelen en ontgrendelen omaan te duiden dat deafstandsbediening met succes isgeprogrammeerd.•Herhaal stap 2 bij alleafstandsbedieningen, inclusief uworiginele afstandsbediening.Telkens wanneer een nieuweafstandsbediening met succes isgeprogrammeerd, begint deprogrammeerperiode opnieuw enis het gedurende 20 secondenmogelijk een nieuweafstandsbediening teprogrammeren.•Zet het contact in stand .
De0portiersloten zullen opnieuwvergrendelen en ontgrendelen omaan te duiden dat hetprogrammeren van deafstandsbediening is beëindigd.Uw auto kan nu alleen met deafstandsbedieningen die u zojuisthebt geprogrammeerd wordenvergrendeld en ontgrendeld.BATTERIJ VANAFSTANDSBEDIENINGVERVANGENWanneer het bereik van de zenderin de sleutel geleidelijk begint af tenemen, moet de batterij wordenvervangen (type 3V CR 2032).E66527•Open de zender door dehuishelften met een plat voorwerpopen te drukken.•Maak de batterij voorzichtig meteen plat voorwerp los. Breng denieuwe batterij tussen decontacten aan met het +merkteken naar beneden. Stel dezender in omgekeerde volgordeweer samen.26Sleutels en afstandsbediening
E74710Sommige modellen zijn voorzien vanachterdeuren die 250 graden kunnenworden geopend. Wanneer de deur90 graden is geopend, moet u degele knop op de deur indrukken. Bijhet sluiten van de achterdeurenkeren de deurvangers automatischin hun oorspronkelijke stand terug.AchterklepE66517BAWAARSCHUWINGSluit de achterklep goed om tevoorkomen dat hij tijdens hetrijden opengaat. Rijden met eengeopende achterklep is bijzondergevaarlijk omdat dan uitlaatgassenhet interieur in kunnen wordenbinnengezogen.Trek, om de achterklep te openenaan de deurgreep boven deAkentekenplaat. De achterklep kanvan binnenuit worden geopend doorde ontgrendelknop naar boven teBbewegen; deze is bereikbaar via deopening onderaan de achterklep.Centrale vergrendelingE7479829Sloten
WAARSCHUWINGMocht zich een storing in deelektrische installatie van deauto voordoen, dan kunnen devoorportieren of de achterdeur metbehulp van de sleutel afzonderlijkworden ontgrendeld.Het centrale vergrendelingssysteemkan vanaf beide voorportieren inwerking worden gesteld. Het kan ookvia de achterdeuren of de achterklepworden geactiveerd.Het centrale vergrendelingssysteemkan vanaf beide voorportierenworden gedeactiveerd.Om ervoor te zorgen dat alleportieren goed worden vergrendeld,moeten alle portieren volledigworden gesloten.Het vergrendelingssysteem wordtvan buitenaf met de sleutel of deafstandsbediening geactiveerd.
Vanbinnenuit wordt het met devergrendelhendel boven deportierkruk op de voorportierengeactiveerd.De schuifdeur kan afzonderlijk vanbinnenuit worden vergrendeld metde vergrendelknop op de deur.Wanneer de achterdeur met eensleutel wordt ontgrendeld, wordtalleen die deur ontgrendeld.Dubbele vergrendelingE74799WAARSCHUWINGSchakel de dubbelevergrendeling niet in wanneerzich personen in de auto bevinden.De dubbele vergrendeling is eenextra beveiliging om te verhinderendat de portieren van binnenuitkunnen worden geopend. Dedubbele vergrendeling kan alleen inwerking worden gesteld wanneer alleportieren zijn gesloten.Wagen ontgrendelenTransit ConnectZodra een portier is ontgrendeld,knipperen de richtingaanwijzerseenmaal ter bevestiging.30Sloten
E74800Met behulp van de sleutel: Draaide sleutel in het bestuurdersportierof het voorportier aan passagierszijdein de stand om de voorportieren te1ontgrendelen.Draai de sleutel in hetbestuurdersportier of het voorportieraan passagierszijde tweemaal in destand om alle portieren te1ontgrendelen.Draai de sleutel in de achterdeurrechtsom om alleen de achterdeurte ontgrendelen.E74801Met behulp van deafstandsbediening: Druk eenmaalop de ontgrendeltoets om alleen devoorportieren te ontgrendelen ofdruk tweemaal binnen drie secondenop de ontgrendeltoets om alledeuren te ontgrendelen.E66522Druk eenmaal op de ontgrendeltoetsom de achterdeuren en deschuifdeur te ontgrendelen.Tourneo ConnectE74800Alle deuren ontgrendelen en dealarminstallatie uitschakelen:31Sloten
Met behulp van de sleutel: Draaide sleutel in het bestuurdersportierof het voorportier aan passagierszijdein de stand om de voorportieren te1ontgrendelen.E74802Met behulp van deafstandsbediening: druk eenmaalop de ontgrendeltoets.De richtingaanwijzers knippereneenmaal ter bevestiging.Wagen vergrendelenE74803Centraal vergrendelingssysteem enalarminstallatie inschakelen:Met behulp van de sleutel: Draaide sleutel in het bestuurdersportierof het voorportier aan passagierszijdein de stand .2E66524Met behulp van deafstandsbediening: druk eenmaalop de vergrendeltoets.Bij wagens zonder dubbelevergrendeling knipperen derichtingaanwijzers tertweemaalbevestiging.E7480532Sloten
Dubbele vergrendeling enalarminstallatie inschakelen:Met behulp van de sleutel: Draaide sleutel in het bestuurdersportierof het voorportier aan passagierszijdein de stand en vervolgens binnen1drie seconden in stand .2De centrale/ dubbele vergrendelingkan ook via de achterdeur wordengeactiveerd door de sleutel indezelfde richting te draaien alsafgebeeld voor het rechtervoorportier.E66521Met behulp van deafstandsbediening: Druktweemaal binnen drie secondenop de vergrendelingstoets.De richtingaanwijzers knipperentweemaal ter bevestiging.De alarminstallatie kan ookafzonderlijk via de dubbelevergrendelingssysteem wordeningeschakeld door de sleutel in destand te draaien.233Sloten
WERKINGHet immobilisatiesysteem is eenbeveiligingssysteem tegen diefstaldat voorkomt dat de motor kanworden gestart met een sleutel dieniet de juiste code bevat.GECODEERDE SLEUTELSE66506Uw auto is met gecodeerde sleutelsafgeleverd.WAARSCHUWINGLaat om veiligheidsredenen bijverlies van een sleutel de codeswissen en de sleutels programmerenmet een nieuwe code. Raadpleeguw dealer wanneer over nog slechtseen gecodeerde sleutel beschikt.Vervangingssleutels moetentezamen met de andere sleutelsopnieuw worden geprogrammeerd.Bij verlies zijn vervangingssleutels bijde dealer verkrijgbaar nadat u hetsleutelnummer hebt opgegeven.
E66507 1. Steek de eerste sleutel in hetcontactslot en draai hem in standII.2. Draai de sleutel terug in stand 0en neem de sleutel uit hetcontactslot. 3. Steek de tweede sleutel in hetcontactslot en draai hem in standII. 4. Draai de tweede sleutel terug instand en neem de sleutel uit het0contactslot - de coderingsmodusis nu geactiveerd. 5. Wanneer nu een ongecodeerdesleutel in het contactslot wordtgestoken en binnen twintigseconden in de stand wordtIIgedraaid, wordt de systeemcodedoor de sleutel ingelezen. 6.
Neem na de coderingsprocedurede sleutel uit het contactslot.Wacht vijf seconden met hetinschakelen van het systeem.Wanneer het coderen niet geheelcorrect is verlopen, knippert decontrolelamp nadat het contact metde nieuw gecodeerde sleutel isaangezet en slaat de motor niet aan.Herhaal de procedure na een pauzevan twintig seconden met aangezetcontact (stand ).IICode wissenMet twee voor uw auto gecodeerdesleutels kunt u alle overigegecodeerde sleutels onbruikbaarmaken, bijvoorbeeld na verlies vaneen sleutel:Voer elk van de volgendehandelingen binnen vijfseconden uit.Voer de eerste vier handelingen uitzoals is beschreven onder Sleutelscoderen, en ga vervolgens als volgtte werk:E66508•Steek de tweede sleutel in hetcontactslot en draai hem in standII.•Neem de sleutel uit hetcontactslot.•Steek de eerste sleutel in hetcontactslot, draai hem in stand IIen houd hem in deze stand.
•Indien het contact gedurendedeze vijf seconden wordt afgezet,wordt het wissen van desleutelcode afgebroken en wordtde code gewist.niet•Wanneer het wissen van desleutels is voltooid, kunnen alleoverige sleutels met uitzonderingvan de twee sleutels die nodig zijnvoor het wissen, niet langerworden gebruikt tenzij ze opnieuwworden gecodeerd.Extra sleutels kunnen nu wordengecodeerd.IMMOBILISATIESYSTEEMINSCHAKELENVijf seconden nadat u het contacthebt afgezet wordt hetimmobilisatiesysteem automatischingeschakeld. De controlelamp in deinstrumentengroep knippert terbevestiging dat het systeem isingeschakeld.IMMOBILISATIESYSTEEMUITSCHAKELENHet immobilisatiesysteem wordtautomatisch uitgeschakeld bij hetmet een correct gecodeerde sleutelaanzetten van het contact. Decontrolelamp in deinstrumentengroep brandt ongeveerdrie seconden en gaat vervolgensuit.
Wanneer de controlelamp langerdan een minuut blijft branden ofknipperen en vervolgens metonregelmatige intervallen gaatbranden, dan is uw sleutel nietherkend. Neem de sleutel uit het sloten probeer het nogmaals.Wanneer u probeert de motor meteen niet juist gecodeerde sleutel testarten, moet u ongeveer 20seconden wachten voordat u hetmet een correct gecodeerde sleutelopnieuw probeert. Wanneer u demotor met een correct gecodeerdesleutel niet kunt starten, duidt dit opeen storing. Laat dit onmiddellijkcontroleren.36Motorstartblokkering
ALARM INSCHAKELENHet systeem wordt geactiveerdzodra de auto is vergrendeld enbeschermt uw auto tegen indringersdie trachten de portieren, demotorkap of hetbagagecompartiment te openen ofde audio-installatie te verwijderen.Automatische vertragingvan het inschakelenDe twintig seconden vertraagdeinschakeling begint wanneer demotorkap, laadruimte en alleportieren zijn gesloten envergrendeld.AlarmsignaalHet alarm klinkt 30 secondenwanneer een onbevoegde eenportier, de laadruimte of de motorkapopent.
Dewaarschuwingsknipperlichtenknipperen gedurende vijf minuten.Als men tracht de motor te startenof de audio-installatie teontvreemden zal het alarmsignaalopnieuw klinken.ALARM UITSCHAKELENHet alarmsysteem kan op elkmoment worden uitgeschakeld - ookwanneer het alarmsignaal klinkt -door één van de voorportieren teontgrendelen.De alarminstallatie wordtuitgeschakeld wanneer de laadruimtemet een sleutel wordt ontgrendeld.Nadat de bagageruimte is afgesloten,wordt de alarminstallatie weeringeschakeld.37Alarm
STUURWIEL AFSTELLENE70358WAARSCHUWINGVerstel nooit het stuurwiel als deauto in beweging is.Druk de vergrendelhendel omlaagom de hoogte van het stuurwiel ende afstand tot de bestuurder ervanin te stellen.Breng de hendel weer in zijnoorspronkelijke stand om destuurkolom te vergrendelen.Zie De juiste zitpositie innemen(bladzijde 75).AUDIOBEDIENINGKies de radio, CD of cassette modusop de audio-installatie.De volgende functies kunnen met deafstandsbediening worden bediend:VolumeE70361Hoger volume: trek de VOL+schakelaar in de richting van hetstuurwiel.Volume verlagen: trek de VOL−schakelaar in de richting van hetstuurwiel.Seek (zoekfunctie)E70362Beweeg de schakelaar in deSEEKrichting van het stuurwiel of hetinstrumentenpaneel:38Stuurwiel
•In de wordt hetradio moduseerstvolgende radiostation op eenhogere of lagere frequentieopgezocht.•In de wordt hetCD modusvolgende of het vorige nummergekozen.ModeE70363Druk kort op de toets aan de zijkant:•In de wordt hetradio modusvolgende in het geheugenopgeslagen radiostationopgezocht.•In de wordt deCD modusvolgende CD gekozen wanneereen CD-wisselaar is gemonteerd.•In om eenalle modiverkeersbericht te onderbreken.Druk de toets aan de zijkant in enhoud deze ingedrukt:•In de om vanradio modusgolfband te veranderen.39Stuurwiel
RUITENWISSERBLADENVERVANGENE6664552431 1. Til de ruitenwisserarm op. 2. Breng het ruitenwisserblad ondereen rechte hoek ten opzichte vande ruitenwisserarm ( ).1 3. Druk de klem in de richting van depijl ( ).2 4. Maak het ruitenwisserblad los vande arm ( ).3 5. Beweeg het ruitenwisserbladzijwaarts ( ).4 6. Trek het ruitenwisserblad van dearm ( ).5Breng de eerder verwijderdeonderdelen in omgekeerde volgordeaan.42Ruitenwissers en ruitensproeiers
WAARSCHUWINGDe mistachterlichten mogenalleen worden gebruikt wanneerhet zicht minder dan 50 meterbedraagt en mogen niet wordengebruikt bij regen of sneeuwval.N.B.:Bij wagens die niet zijnuitgerust met mistlampen aan devoorzijde kan de schakelaar slechtséén stand worden uitgetrokken.Schakel de buitenverlichting in en1trek de schakelaar twee standen uit2.KOPLAMPHOOGTEAFSTELLENAlle uitvoeringenDe hoogte van dekoplamplichtbundels kan wordenaangepast aan de belading van deauto. Draai de regelknop naarbeneden om de lichtbundels omlaagte brengen en naar boven om zeomhoog te brengen.E65990Transit ConnectE7426344Verlichting
Zonder hoogteverstelling van de koplamplichtbundelsAMet hoogteverstelling van de koplamplichtbundelsBAanbevolen regelknopstandenRegelknopstandBeladingT220/T230T210T200Gewicht in bagage-ruimte1Aantalpersonen000-11.53/241,52max.211Wanneer de auto is uitgerust met het wegligging/rijhoogte pack, kan hetnoodzakelijk zijn de hoogte van de koplamplichtbundels in te stellen.2Zie technische gegevens. Zie Technische specificaties (bladzijde 138).3Lange wielbasis.4Korte wielbasis.Tijdens het rijden met een aanhanger kunnen hogere regelknopstanden (+1)noodzakelijk zijn.Tourneo ConnectE7426445Verlichting
RICHTINGAANWIJZERSE74363INTERIEURVERLICHTINGA B CE72170UitAPortiercontactBAanCWanneer de schakelaar in stand Bstaat, brandt de interieurverlichtingwanneer de portieren met de sleutelof de afstandsbediening wordenontgrendeld (alleen bij centralevergrendeling) of wanneer eenportier wordt geopend.Bij sommige uitvoeringen zal met deschakelaar in de stand deBinterieurverlichting na het sluiten vande portieren nog enige tijd blijvenbranden. De verlichting gaatonmiddellijk uit wanneer het contactwordt aangezet of de portierenworden vergrendeld.Wanneer de schakelaar in stand Cstaat en het contact staat af, gaat deinterieurverlichting automatisch naongeveer 30 minuten uit.Zet, om de verlichting weer in teschakelen, het contact korte tijd aan(stand II) of sluit en open hetbestuurdersportier.LeeslampenE7217147Verlichting
GLOEILAMPENVERVANGENWAARSCHUWINGENAls gloeilampen branden,worden deze en hun omgevingheet. Schakel de lampen uit en laatdeze afkoelen voordat u ze vervangt.Laat telkens na het vervangenvan een gloeilamp de afstellingvan de koplampen door eendeskundige controleren.Schakel altijd de lampen uit en zet hetcontact af voordat u een gloeilampvervangt.Houd gloeilampen nooit bij het glasvast. Monteer uitsluitend gloeilampendie zijn voorzien van een UV-filter.Vervang een defecte gloeilamp altijddoor een nieuw exemplaar vanhetzelfde type.Reinig bij het vervangen van eengloeilamp de koplamplens met eenvochtige doek om eenelektrostatische lading, die ervoorzorgt dat stof op de kunststof lenskomt, te voorkomen.Controleer nadat u een gloeilamphebt vervangen, of de lampencorrect werken.Richtingaanwijzers, voorE7605921 watt oranje kogellampDraai de lamphouder linksom en trekhem los.
InterieurverlichtingVoorE7606810 watt buislampSchakel de interieurverlichting uit.Werk het lamphuis aan de zijdetegenover de schakelaar met eendunne schroevendraaier los. Vervangde gloeilamp. Breng de eerderverwijderde onderdelen inomgekeerde volgorde aan.AchterE7607010 watt buislampWerk voorzichtig het lamphuis los enverwijder de gloeilamp. Breng eennieuwe gloeilamp in omgekeerdevolgorde aan.LeeslampenE760695 watt kogellampSchakel de interieurverlichting uit.Werk het lamphuis aan de zijdetegenover de schakelaar met eendunne schroevendraaier los. Vervangde gloeilamp. De gloeilampen kunnenworden vervangen nadat decontactplaat is teruggeklapt.52Verlichting
ELEKTRISCHBEDIENBARE RUITENWAARSCHUWINGControleer voordat u deelektrisch bedienbare ruitenbedient, of deze vrij zijn vanobstructies en overtuig u ervan datzich geen kinderen en/of huisdierenin de nabijheid van de ruitopeningenbevinden. Het nalaten hiervan kanernstig lichamelijk letsel tot gevolghebben. Het is in eerste instantie deverantwoording van de toeziendevolwassenen dat een kind nooitalleen in de auto blijft; laat nooit desleutels in de auto achter.N.B.:Wanneer de schakelaarsgedurende korte tijd vaak wordenbediend kan het systeem eenbepaalde tijd buiten werking tredenom schade door oververhitting tevoorkomen.Zet het contact aan om de elektrischbedienbare ruiten te openen of tesluiten.ABE68836Drukken om te openenADrukken om te sluitenBPortierruit aanbestuurderszijdeautomatisch openenDruk kort op .
Druk opnieuw op A Aom de ruit te stoppen.BUITENSPIEGELSE71273AGroothoekspiegelAWAARSCHUWINGVergis u niet in de afstand vanvoorwerpen die u in degroothoek buitenspiegels ziet.Voorwerpen die u in deze spiegelsziet, zien er kleiner uit en lijken verderweg te zijn dan in werkelijkheid hetgeval is.De spiegels vergroten het zicht naarachteren en verkleinen dezogenaamde dode hoek schuin naarachteren.53Ruiten en spiegels
NeerCNaar linksDDe elektrisch bedienbarebuitenspiegels zijn voorzien van eenverwarmingselement dat hetspiegelglas ontdooit en ontwasemt.Zie Verwarmde ruiten enspiegels (bladzijde 66).BINNENSPIEGELE71272Kantel de spiegel om verblinding 'snachts te verminderen.ACHTERSTE ZIJRUITENE66498Trek de hendel naar buiten om deruit te openen. Druk in het middenvan de hendel om deze tevergrendelen. Trek in het midden vande hendel om de ruit te sluiten. Drukhem naar achteren tot hij wordtvergrendeld.55Ruiten en spiegels
METERSE74268KoelvloeistoftemperatuurmeterAToerentellerBSnelheidsmeterCBrandstofmeterDOmschakel- en terugsteltoetsEKlok, kilometerteller en dagtellerFInstelknop digitale klokGKoelvloeistoftempe-ratuurmeterBij normale bedrijfstemperatuurbevindt de wijzer zich in het centralegedeelte.Wanneer de wijzer in het rode gebiedkomt, is de motor oververhit. Het failsafe koelsysteem is geactiveerd,waardoor de auto nog tijdelijk kanblijven doorrijden.60Instrumenten
ToerentellerBij auto's met een dieselmotor heeftde toerenteller een bereik van 5 000omwentelingen per minuut.BrandstofmeterDe pijl naast het symbool van debenzinepomp duidt aan, aan welkezijde zich de brandstofvulklepbevindt.KilometertellerE74269Registreert de totaal afgelegdeafstand van de auto.Druk toets kort in om tussenEkilometerteller en dagteller tewisselen.DagtellerE74270De dagteller kan worden gebruikt omde lengte van een bepaald traject teregistreren.
Druk en houd de toets Etwee seconden ingedrukt om dedagteller terug te stellen.Digitale klokZie (bladzijde 83).KlokWAARSCHUWINGS- ENINDICATIELAMPENWanneer het contact wordt aangezetgaan de volgende waarschuwings-en controlelampen branden terbevestiging dat het systeemoperationeel is:•ABS•Airbag•Remsysteem•Motor•Immobilisatiesysteem•Laadstroom•Controlelamp laagbrandstofniveau•Multifunctionele controlelamp•Oliedruk•Aandrijfregeling•Controlelamp waterafscheiderIndien een van deze waarschuwings-of controlelampen niet gaat brandenwanneer het contact wordtaangezet, duidt dit op een storing.Laat het systeem door eendeskundige controleren.Controlelamp ABSGaat de controlelamp ABStijdens het rijden branden,dan duidt dit op een storing.Laat het systeem door eendeskundige controleren. Hetremsysteem (zonder ABS) blijftnormaal functioneren.61Instrumenten
Controlelamp airbagWanneer het contact wordtaangezet (stand ) brandtIIdeze lamp kort terbevestiging dat het systeemoperationeel is. Brandt decontrolelamp niet, blijft hij branden, ofbrandt hij met intervallen of continutijdens het rijden, dan duidt dit op eenstoring. Laat dit voor uw eigenveiligheid door een deskundigecontroleren.Controlelamp remsysteemWAARSCHUWINGGaat de lamp branden nadat dehandrem is vrijgezet of tijdenshet rijden, laat dan het remsysteemonmiddellijk door een deskundigecontroleren.Brandt wanneer dehandrem is aangetrokken.Controlelampenremsysteem en ABSWAARSCHUWINGVerlaag geleidelijk uw snelheid.Druk het rempedaal voorzichtigin. Druk het rempedaal vooral nietabrupt in.Indien beide controlelampengelijktijdig branden, stop dan zodradit veilig kan.
Laat voordat u uw reishervat het remsysteem door eendeskundige controleren.RichtingaanwijzersKnippert bij ingeschakelderichtingaanwijzers. Eenplotselinge toename van deknipperfrequentie waarschuwt vooreen defecte gloeilamp.Controlelamp motorUitvoeringen met eenbenzinemotorZodra de motor isaangeslagen moet dezecontrolelamp uitgaan.Wanneer de lamp bij draaiendemotor brandt, duidt dit op eenstoring. Laat dit zo spoedig mogelijkdoor een deskundige controleren.Wanneer de lamp tijdens hetrijden , knippert minder danonmiddellijk snelheid. Blijft delamp knipperen, vermijd dan sneloptrekken en krachtig afremmen.Laat uw auto onmiddellijk door eendeskundige controleren.Uitvoeringen met eendieselmotorN.B.:De controlelamp van de motorwerkt ook als indicator van hetvoorgloeisysteem. Zie Eendieselmotor starten (bladzijde90).62Instrumenten
Laat uw auto onmiddellijkdoor een deskundige controleren.Controlelamp laadstoomWAARSCHUWINGWanneer bij uitvoeringen meteen dieselmotor de V-riem vande dynamo loszit, gescheurd ofgebroken is, werkt ook deservobekrachtiging van hetremsysteem niet meer.Indien de lamp onder hetrijden gaat branden, schakeldan alle onnodigestroomverbruikers uit en rijdonmiddellijk naar de dichtstbijzijndedeskundige.Controlelamp laagbrandstofniveauE75774Wanneer deze lamp brandt moet zosnel mogelijk brandstof wordengetankt.Controlelamp grootlichtBrandt wanneer hetgrootlicht is ingeschakeld ofwanneer een lichtsignaalwordt gegeven.MultifunctionelecontrolelampGaat de lamp tijdens hetrijden branden, dan duidt ditop een storing. Laat dit zospoedig mogelijk door eendeskundige controleren.63Instrumenten
Controlelamp oliedrukWanneer de lamp na hetaanslaan van de motor blijftbranden of tijdens het rijdengaat branden, stop dan onmiddellijk,zet de motor af en controleer hetoliepeil. Zie Motoroliecontroleren (bladzijde 117). Vuldirect olie bij wanneer het oliepeil laagis.Controlelamp aandrijfre-gelsysteem (BTCS)Wanneer het contact wordtaangezet (stand ), brandtIIdeze lamp kort terbevestiging dat het systeemoperationeel is. Wanneer tijdens hetrijden het systeem wordtgeactiveerd, knippert de lamp. Als nahet aanzetten van het contact delamp niet brandt of continu tijdenshet rijden brandt, duidt dit op eenstoring. Bij storingen schakelt hetsysteem uit.
Laat het systeem dooreen deskundige controleren.ControlelampwaterafscheiderWanneer de lamp tijdens hetrijden brandt, laat dan zospoedig mogelijk het waterin het brandstoffilter aftappen dooreen deskundige.AKOESTISCHEWAARSCHUWINGSSIGNALENEN -INDICATIESVerlichting ingeschakeldWanneer bij afgezet contact hetbestuurdersportier wordt geopendterwijl de buitenverlichting niet isuitgeschakeld, klinkt een gong.64Instrumenten
WERKINGBuitenluchtHoud de luchtinlaten onder devoorruit altijd vrij van sneeuw,bladeren e.d., opdat hetverwarmings- en ventilatiesysteemoptimaal kan functioneren.Gerecirculeerde luchtN.B.:Omdat er geen ventilatie isverdient het aanbeveling derecirculatiestand niet langer dan 30minuten in te schakelen aangeziende ruiten kunnen beslaan.In de recirculatiestand wordt alleende lucht die in hetpassagierscompartiment aanwezigis gecirculeerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ford Tourneo Connect (2005) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Ford
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto