Epson EMP-TW20 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Epson EMP-TW20 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Beamer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Epson EMP-TW20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Epson |
| Categorie: | Beamer |
| Model: | EMP-TW20 |
Handleiding Epson EMP-TW20 – volledige tekst
Over de handleidingen en de gebruikte schrijfwijzenSoorten handleidingDe documentatie bij uw EPSON-projector bestaat uit de volgende twee handleidingen. Raadpleeg de handleidingen in de onderstaande volgorde.1. Veiligheidsinstructies/Mondiale GarantievoorwaardenDeze handleiding bevat informatie over veilig gebruik van de projector, evenals veiligheidsinstructies, het boekje Mondiale Garantievoorwaarden en het controleblad voor probleemoplossing.Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de projector gaat gebruiken.2.
Gebruikershandleiding (deze handleiding)Deze gebruikershandleiding bevat informatie over de installatie van de projector, basishandelingen, het gebruik van de configuratiemenu’s, probleemoplossing en onderhoud.Gebruikte schrijfwijzen in deze gebruikershandleidingAlgemene informatie Betekenis van “eenheid” en “projector”Waar de termen “eenheid” of “projector” in deze Gebruikershandleiding worden gebruikt, kunnen deze verwijzen naar de projector of naar accessoires of optionele apparatuur.cLet op:Geeft procedures aan waarbij persoonlijk letsel of schade aan de projector kan optreden als de procedures niet juist worden gevolgd.QTip: Hier vindt u extra informatie en nuttige tips over een onderwerp.Verwijst naar een pagina waar handige informatie over een onderwerp te vinden is.Geeft aan dat de verklarende woordenlijst uitleg bevat over de onderstreepte woorden vóór dit symbool.
De onderdelen controlerenControleer bij het uitpakken van de projector of alle onderstaande onderdelen aanwezig zijn.Neem contact op met de leverancier als er onderdelen ontbreken of onjuist zijn. RGB SCART-adapter. Gebruik een SCART-kabel (in de winkel verkrijgbaar)om de apparaten aan te sluiten wanneer u RGB-videobeelden en component-videobeelden projecteert. Voedingskabel (1,8 m) Deze sluit u op de projector en het stopcontact aan.Projector (met lenskap)AfstandsbedieningAA-mangaanbatterijen (2 stuks) In de afstandsbediening plaatsen.Documentatie*In bepaalde regio's wordt de RGB SCART-adapter mogelijk niet meegeleverd als accessoire. Veiligheidsinstructies/Mondiale GarantievoorwaardenGebruikershandleidingIntroductiehandleiding *In sommige regio's wordt de Introductiehandleiding niet als Euro UKdocumentatie meegeleverd.
17Beeldkwaliteit aanpassenBasisinstellingen beeldkwaliteit. 18Image Aspect (Hoogte-breedteverhouding beeld) selecteren. 18Color Mode (Kleurmodus) selecteren. 18Geavanceerde kleurinstellingen. 20Skin Tone (Huidtint). 20Colour Temperature (Kleurtemperatuur). 20Beelden met vooraf ingestelde beeldkwaliteit weergeven (functie Memory (Geheugen)). 22 Instellingen van de beeldkwaliteit opslaan (opslaan in geheugen). 22 Instellingen van de beeldkwaliteit ophalen (ophalen uit geheugen). 22ConfiguratiemenuFuncties van het configuratiemenu. 24Overzicht van configuratiemenu’s. 24“Image (Beeld)”-menu. 26“Setting (Instelling)”-menu. 27“Reset (Standaardwaarden)”-menu. 31De configuratiemenu’s gebruiken. 32Problemen oplossenProblemen oplossen. 33De indicatielampjes begrijpen. 33•Wanneer het (waarschuwings)indicatielampje oplicht of knippert. 33•Wanneer het (bedienings)indicatielampje aan is of knippert.
4Kenmerken van de projectorB eeldweerg ave kan word en geselecteerd in overeenstemming met de projectieomgeving (Color Mode (Kleurmodus))Naast de Color Mode (Kleurmodus) kunt u de Color Temp. (Kleurtemperatuur) en de Skin Tone (Huidtint) met simpele procedures wijzigen om het beeld nog meer aan uw wensen aan te passen. U kunt voor alle kleuren van het beeld de Color Temp. (Kleurtemperatuur) aanpassen met warme of koude tinten. De huidtinten van mensen op het beeld worden door het Epson Cinema Filter gewijzigd in natuurlijke tinten maar u kunt de huidtinten aanpassen aan uw smaak met de functie Skin Tone (Huidtint).
s pagina 20"C l ( l ) Geavanceerde kleuraanpassingTheatre Black 1 (Theater, zwart 1)Theatre Black 2 (Theater, zwart 1) Color Mode (Kleurmodus)Dynamic (Dynamisch)Theatre (Theater) Living Room (Woonkamer)Natural (Natuurlijk)U kunt de optimale beelden voor de locatie projecteren door uit de volgende zes kleurmodi simpelweg de gewenste kleurmodus te kiezen. Er zijn geen ingewikkelde kleuraanpassingen nodig.Wanneer u de Natural (Natuurlijk), Theatre (Theater), Theatre Black 1 (Theater, zwart 1) of Theatre Black 2 (Theater, zwart 2) kiest, wordt het Epson Cinema Filter-effect automatisch toegepast om het contrast te verhogen en huidtinten natuurlijker te maken. s pagina 18
5Kenmerken van de projectorUitgerust met een functie voor groothoeklensverschuivingUitgerust met een 1,5x “short throw”-zoomlensU kunt de positie van het geprojecteerde beeld verticaal of horizontaal aanpassen met de lensverschuivingsknop zonder de beelden te vervormen.U kunt op deze manier de projector met nog meer vrijheid opstellen, zelfs als de projector is opgehangen aan een plafond en onder een hoek naar het scherm wijst. s pagina 16Voor zoomafstelling is een korte 1,5x 'short throw'-zoomlens bijgeleverd. U kunt de afbeeldingen projecteren op een scherm van 120" (alleen een 16:9-scherm), zelfs bij een afstand van ongeveer 3 m. s pagina 10Wordt geleverd met een lichtgevende afstandsbedieningEen grote verscheidenheid aan functies voor beeldinstellingWordt geleverd met een lichtgevende afstandsbediening. De knoppen geven licht in het donker.
Ideaal voor het kijken van films in een verduisterde kamer. s pagina 7.Sommige andere functies die hieronder staan vermeld, zijn mogelijk ook beschikbaar.Een progressieve g conversie waarmee u ideale resultaten behaalt voor beelden met veel beweging en stilstaande beelden. s pagina 27•Een hoogte-breedtefunctie waarmee u beelden in breedbeeldformaat kunt bekijken. s pagina 18•Geheugenfuncties waarmee u de wijzigingen kunt opslaan en later met de afstandsbediening gemakkelijk kunt ophalen. spagina 22•Kinderslotinstelling die u kunt gebruiken om te voorkomen dat kinderen per ongeluk het apparaat inschakelen en in de lens kijken. s pagina 29
6Namen van onderdelen en functiesVoorkant/bovenkantBedieningspaneel•Instelbare voetsteun s pagina 16Stel de voetsteunen in als u de projectiehoek wilt aanpassen, zodat de projector horizontaal staat op de ondergrond. •Bedieningspaneel sZie hieronder•Lampafdekking s pagina 44Open deze afdekking wanneer u de lamp vervangt. •VentilatieroostercLet op:Raak het ventilatierooster niet direct na of tijdens het gebruik van de projector aan omdat het rooster heet wordt. •Ontvanger voor afstandsbedieningssignaal s pagina 13Ontvangt signalen van de afstandsbediening. •Knop verticale lensafstelling spagina 16Hiermee beweegt u de lens in verticale richting. •Knop horizontale lensafstelling spagina 16Hiermee beweegt u de lens in horizontale richting. •LenskapPlaats de lenskap wanneer u de projector niet gebruikt om te voorkomen dat de lens vuil wordt of beschadigd raakt.
•Zoomring s pagina 16Hiermee past u de beeldgrootte aan. •Scherpstelring spagina 16Hiermee past u de scherpstelling van het beeld aan. • Werkingsindicatielampje s pagina 33Knippert of licht op in verschillende kleuren om de status van de projector aan te geven. • Waarschuwingsindicatielampje s pagina 33Knippert of heeft verschillende kleuren om problemen met de projector aan te geven. •Toets Power (Aan/uit)s pagina 14Hiermee zet u de projector aan en uit. •Toets Enter s pagina 18, 20, 22, 32Wanneer u een configuratie- of selectiemenu bekijkt, drukt u op deze toets om het menu-item te selecteren en naar het volgende scherm te gaan. •/ / -knoppen s pagina 17, 20, 32Links/rechts-toetsen om instellingswaarden te selecteren in configuratiemenu’s. Indien de bovenstaande menu’s niet worden weergegeven, kunt u met deze toetsen het geluidsvolume aanpassen.
•/ / toetsen s pagina 17, 18, 20, 22, 32Omhoog/omlaag-toetsen om items te selecteren in configuratie- en selectiemenu’s. Indien de bovenstaande menu’s niet worden weergegeven, voert u een keystone-correctie uit.
•Toets Menu s pagina32Hiermee opent en sluit u de configuratiemenu's. •Toets Source (Bron) s pagina 15Hiermee selecteert u de bron van het beeld. •Toets Aspect (Hoogte-breedte) s pagina 18Hiermee selecteert u de hoogte-breedteverhouding. •Toets Esc s pagina 18, 20, 22, 32Druk op [Esc] terwijl een configuratie- of selectiemenu wordt weergegeven om naar het vorige menu te gaan.
7Namen van onderdelen en functiesOntvanger voorToetsen zonder uitleg functioneren op dezelfde manier als de corresponderende toetsen op het bedieningspaneel van de projector. Raadpleeg “Bedieningspaneel” voor meer informatie over deze toetsen. QTip: De toetsen zijn fosforescerend. Ze worden in zon- of kunstlicht opgeladen en geven licht af in het donker. •Toets A/V Mute (A/V dempen)Met deze toets worden het beeld en geluid tijdelijk uitgezet. Druk opnieuw op deze toets om het beeld en geluid te herstellen. •Toets Still (Stilstaand beeld)Met deze toets zet u het beeld stil. Het beeld wordt verder afgespeeld wanneer u weer op deze toets drukt. •Toetsen On/Off (Aan/uit) spagina 14Hiermee zet u de projector aan/uit. •Toets Auto (Automatisch) s pagina 27Hiermee worden RGB-videobeelden en analoge RGB-beelden van computers automatisch aangepast tot de kwaliteit van de beelden optimaal is.
•Toets Aspect (Hoogte-breedte) s pagina 18•Toets Volume s pagina 17Hiermee past u het volume aan. •Toets Esc s pagina 18, 20, 22, 32•Toets InputA (Ingang A)Hiermee schakelt u de bron van het ingangssignaal over naar de poort [InputA] (Ingang A) van de projector. Wanneer u het ingangssignaal moet afstemmen op apparatuur die op de poort [InputA] (Ingang A) is aangesloten, selecteert u het gewenste signaal via het selectiemenu. De wijziging wordt weergegeven in de instelling “InputA” (Ingang A) in het menu “Input Signal” (Ingangssignaal). •Toets InputB (Ingang B)Hiermee schakelt u de bron van het ingangssignaal over naar de poort [InputB] (Ingang B) van de projector. •Toets S-Video (S-Video)Hiermee schakelt u de bron van het ingangssignaal over naar de ingangspoort [S-Video] (S-Video) van de projector.
8Namen van onderdelen en functiesAchterkantOnderkant•Poort [InputB] s pagina 12Hiermee sluit u de RGB-poort van een computer aan.•Poort [InputA] s pagina 12Aansluiting op componentvideo (YCbCr - of YPbPr )-poorten of RGB-poorten van andere videoapparatuur.•Ingangspoort [S-Video] s pagina 12Via deze poort verloopt de ingang van een S-Video-signaal van andere videoapparatuur in de projector.•Ingangspoort [Audio] s pagina 12Via deze poorten verloopt de ingang van audiosignalen van externe apparatuur.
Ze fungeren als normale video-/computerpoorten, dus wanneer u twee of meer externe apparaten gebruikt, dient u het ene apparaat los te koppelen voordat u het andere kunt aansluiten of u dient een audioselector (verkrijgbaar in de winkel) te gebruiken.•Ontvanger voor afstandsbedieningssignaal s pagina 13Ontvangt signalen van de afstandsbediening.•Ingangspoort [Video] s pagina 12Aansluiting voor algemene videopoorten of andere videoapparatuur.•Aansluiting voor voedingskabel spagina 14 Aansluiting voor de voedingskabel.•Beveiligingsslot () s pagina 50•Schakelaar voor openen van lampafdekking•Luidspreker•Poort [Control (RS-232C)]Hiermee sluit u de projector via een RS-232C-kabel op een computer aan.
Deze poort is bestemd voor bedieningsdoeleinden en mag niet door de klant worden gebruikt.•Bevestigingspunten ophangbeugel (3 punten) s pagina46Installeer de optionele plafondbeugel wanneer ude projector aan het plafond wilt bevestigen.•Luchtfilter (luchtinvoer)s pagina 42, 44Voorkomt dat stof en andere vreemde deeltjes in de projector worden gezogen. Maak het luchtfilter regelmatig schoon.•Luchtinvoeropenings pagina 42Deze moet u regelmatig schoonmaken.
10Installatie•Lees het bijgeleverde boekje Safety Instructions/World-Wide Warranty Ter ms (Veiligheidsinstructies/Mondiale Garantievoorwaarden) voordat u de projector installeert. •Zet deze projector niet rechtop. U kunt de projector hierdoor beschadigen. cLet op:De grootte van het geprojecteerde beeld wordt hoofdzakelijk bepaald door de afstand van de projectorlens tot het scherm. 90LensmiddelpuntSchermProjectieafstandDe hoogte van het lensmiddelpunt tot de onderkant van het scherm varieert naar gelang de instelling van de lensverschuiving. Plaats de projector zodanig dat de beelden met de optimale grootte op het scherm worden geprojecteerd. Raadpleeg hiertoe de onderstaande tabel. Gebruik de onderstaande waarden als richtlijn voor het opstellen van de projector.
Dit is bijzonder nuttig wanneer u de projector op de volgende plaatsen gebruikt: s pagina 16•Aan het plafond. •Een scherm op een hoge plaats. •Projector aan de zijkant geplaatst zodat het scherm kan worden bekeken door er recht voor te zitten. •Projector op een boekenplank, enzovoort. Wanneer u een beeld positioneert met de lensverschuivingsknop, treedt er nauwelijks beeldvervorming op omdat de lensverschuivingscorrectie optisch wordt afgesteld. De projectieafmetingen instellen.
11InstallatieDe projector installerenProjectiemethodenSetting Screen ProjectionFrontFront/CeilingWanneer u recht vooruit projecteert Wanneer u vanaf de zijkant van het scherm projecteertWanneer u vanaf het plafond projecteertWanneer u de projector aan een plafond bevestigt, wijzigt u de instellingen in het configuratiemenu.•Hang de projector liever niet op in stoffige ruimten, zoals slaapkamers. Reinig het luchtfilter ten minste elke 3 maanden. Reinig het luchtfilter vaker als u de projector in een stoffige omgeving gebruikt. •Wanneer u de projector tegen een muur opstelt, moet er minimaal 20 cm ruimte tussen de projector en de muur zijn.
•Een speciale installatiemethode is vereist om de projector aan het plafond te bevestigen.Neem contact op met uw leverancier als u deze installatiemethode wilt gebruiken.QTip:H×25% H×25%H×17% H×17%1/2V1/2HVV×36%V×36%V×50%V×50%*U kunt het beeld niet zowel horizontaal als verticaal volledig verschuiven.Voorbeeld) Wanneer u het beeld horizontaal helemaal verschuift, kan het verticaal niet meer dan 36 % in hoogte worden verschoven.Wanneer u het beeld verticaal helemaal verschuift, kan het horizontaal niet meer dan 17 % in breedte worden verschoven.Standaard projectiepositie (middelpuntpositie voor lensverschuiving)Het bereik waarbinnen het beeld kan worden verschoven vanuit de standaardprojectiestandConfiguratiemenu
12Beeldbronnen aansluiten*1 Indien een dvd is aangesloten met een RGB SCART-adapter, wijzigt u de instelling “InputA” (Ingang A) in “RGB-Video” (RGB-video). s “De beeldbron selecteren” pagina 15*2 In bepaalde regio's wordt de RGB SCART-adapter mogelijk niet meegeleverd als accessoire. •Zet de projector en de signaalbron uit voordat u deze aansluit. De apparaten kunnen beschadigd raken als één van de apparaten is ingeschakeld bij het aansluiten. •Controleer de vorm van de kabelconnectors en de apparaatpoorten voordat u ze aansluit. Indien u probeert een connector aan te sluiten op een apparaatpoort met een andere vorm of een ander aantal aansluitpunten, kan dit leiden tot schade aan of problemen met de connector of poort. •Bepaalde signaalbronnen kunnen poorten met een speciale vorm hebben.
Gebruik in dat geval de bijgesloten of optionele kabels van de signaalbron om de apparaten aan te sluiten. •De kabel die u moet gebruiken om videoapparatuur aan te sluiten op de projector is afhankelijk van het type videosignaal dat door het apparaat wordt uitgezonden. Bepaalde videoapparaten zenden verschillende typen videosignalen uit. De beeldkwaliteit van de videosignalen in aflopende volgorde van kwaliteit is:Componentvideog> S-video g> ComposietvideogRaadpleeg de documentatie bij de videoapparatuur voor de typen videosignaal die het apparaat kan leveren. Het type “composiet” wordt soms ook simpelweg “videouitvoer” genoemd. Computer Video equipment (VHS VCR, DVD player, game console, etc. )*Port names may vary depending on the equipment being connected.
13De projector installerenDe afstandsbediening voorbereidenBatterijen in de afstandsbediening plaatsenDe batterijen zitten bij aankoop niet in de afstandsbediening. Plaats de meegeleverde batterijen voordat u de afstandsbediening gebruikt.BatterijvervangingAls de afstandsbediening langzamer reageert of niet werkt nadat u hem enige tijd niet hebt gebruikt, betekent dit waarschijnlijk dat de batterijen bijna leeg zijn. Vervang de batterijen in dat geval door twee nieuwe batterijen.
Gebruik twee nieuwe AA-batterijen.De afstandsbediening gebruikenOntvangstbereik (horizontaal)Ontvangstbereik (verticaal)1 Open het batterijdeksel.2 Plaats de batterijen.3 Sluit de batterijdeksel.Terwijl u op de knop drukt, tilt u deze omhoog.Druk op het batterijdekseltotdat dit vastklikt.Controleer de (+)- en (-)-polen binnen het batterijcompartiment en plaats de batterijen met de juiste pool naar boven of naar beneden.c Let op:Ontvanger voor afstandsbedieningssignaalCirca 30°Circa 30°Transmissiegebied afstandsbedieningBedieningsafstandCirca 6 mCirca 30°Circa 30°BedieningsafstandCirca 6 mCirca 15°Circa 15°Circa 15°Circa 15°BedieningsafstandCirca 6 m
14De projector aanzetten en beelden projecteren De projector aanzettenDe projector aanzetten1Verwijder de lenskap.2Gebruik de bijgeleverde voedingskabel om de projector op een stopcontact aan te sluiten.3Schakel de voeding in voor de signaalbron (druk voor een videobron op de knop [Play] (Afspelen) om het afspelen te starten).4Zet de voeding van de projector aan.U hoort een pieptoon wanneer het apparaat wordt ingeschakeld.Na een korte periode wordt de lamp ingeschakeld en begint de projectie.•De projector is voorzien van een kinderslotfunctie die voorkomt dat jonge kinderen per ongeluk het apparaat inschakelen en in de lens kijken. spagina 29•Wanneer u het apparaat meer dan 1500 m boven de zeespiegel gebruikt, stelt u de “High Altitude Mode” (modus Hoge altitude) in op “ON” (Aan).
spagina 29PiepBedieningspaneel Afstandsbediening* Druk voor videoapparatuur op “Play” (Afspelen) om het afspelen te starten.•De projector is voorzien van een automatische regelfunctie die de projector automatisch optimaliseert wanneer het ingangssignaal van de RGB-videobron of de computer wordt overgeschakeld.•Als u een laptop of een computer met een LCD-scherm op de projector hebt aangesloten, moet u wellicht het toetsenbord of de functie-instellingen gebruiken om de uitgangsbestemming te wijzigen. Druk terwijl u de toets ingedrukt houdt op (de toets met een symbool zoals / erop). Nadat u uw keus hebt gemaakt, wordt de projectie gestart. s ComputerdocumentatieVoorbeeld van een uitgangsselectieNECPanasonicSOTECHPToshibaIBMSONYDELLFujitsuMacintoshStel de spiegelinstelling of display detectie in. ON (Aan)1234QTIP:QTIP:
15BasishandelingenDe projector uitzettenDe beeldbron selecterenDe beeldbron selecterenAls meer dan één signaalbron is aangesloten, of als er geen beelden worden geprojecteerd, gebruikt u de afstandsbediening of de toetsen op het bedieningspaneel van de projector om de signaalbron te selecteren.De afstandsbediening gebruiken Het bedieningspaneel gebruikenDruk op de toets die de naam heeft van de poort waarop de gewenste signaalbron is aangesloten.Wanneer u op drukt, wordt het selectiemenu weergegeven.Gebruik of om de signaalbron te selecteren.Druk op om de instelling te accepteren.SelectiemneuWanneer de poort [Input A] is aangeslotenWanneer u apparatuur aansluit op de poort [InputA], moet u mogelijk het beeldsignaal overschakelen om de signalen van de apparatuur te kunnen ontvangen.< Afstandsbediening > < Bedieningspaneel >Terwijl u een beeld projecteert van de apparatuur die op de poort(en) [InputA] is aangesloten, drukt u op om het selectiemenu weer te geven.Als “InputA” is geselecteerd, wordt het selectiemenu weergegeven.SelectiemneuGebruik of om het juiste signaal van de apparatuur te selecteren.Druk op of om de instelling te accepteren.Als er een probleem is met de projectie, zelfs als de projector correct is opgesteld en aangesloten, raadpleegt u s pagina 34.De projector uitzetten1.
Schakel de voeding uit van de signaalbronnen die op de projector zijn aangesloten.2. AfstandsbedieningDruk op .BedieningspaneelWanneer u op drukt, wordt het volgende bericht weergegeven, dus druk nog een keer op .3. Wanneer de projector is afgekoeld (na ongeveer 20 seconden) en u tweemaal een pieptoon hoort, koppelt u de voedingskabel los.Het elektriciteitsverbruik neemt niet af door simpelweg de voeding uit te schakelen.4. Bevestig de lenskap.5. Koppel de kabels los waarmee andere apparatuur op de projector is aangesloten.QTip:
16Het projectiescherm en geluidsvolume instellenProjectorhoek corrigerenBeeldgrootte in detail instellen (zoominstelling)Positie projectorbeeld instellen (lensverschuiving)FocusafstellingFocusafstellingDraai aan de scherpstelring om de scherpstelling aan te passen.Beeldgrootte in detail instellen(Zoomafstelling)Draai aan de scherpstelring om de grootte van het geprojecteerde beeld te regelen.Positie projectorbeeld instellen (Lensverschuiving)Gebruik de twee lensverschuivingsknoppen om de beeldpositie te regelen.Als u de projector niet recht voor het scherm kunt plaatsen, gebruikt u de lensverschuivingsknop om het beeld in het midden van het scherm te plaatsen.OmlaagOmhoogLinksRechts•Als u de markeerpunten op de verschuivingsknop en het bovenste oppervlak uitlijnt, wordt de lens naar het midden verplaatst.•Als de lensverschuivingsknop moeilijk te draaien is en de beeldpositie niet meer verandert, is het niet mogelijk om het beeld verder te verschuiven.
17Het projectiescherm en geluidsvolume instellenBasishandelingenHet volume instellenKeystone-vervorming corrigeren (keystone)Keystone-vervorming corrigeren (Keystone)Wanneer u de projectie boven of onder het bereik van de lensverschuiving wenst in te stellen, stelt u de projector op een hoek op.Wanneer de projector op een hoek is opgesteld, wordt het geprojecteerde beeld mogelijk trapezoïdaal vervormd. Druk in dit geval op ( ) ( ) op het bedieningspaneel of op op de afstandsbediening om de beelden aan te passen.Echter, de beeldkwaliteit neemt af alsof u de lensverschuivingsfunctie gebruikte. Wanneer de lens naar links of naar rechts wordt verschoven, is volledige keystone-correctie niet mogelijk.
Wanneer u keystone-correcties aanbrengt, stelt u de lens links- of rechtsmidden in.30°30°U kunt keystone-vervorming corrigeren bij een verticale hoek van maximaal 30°.Het volume instellenU kunt het volume van de ingebouwde luidspreker van de projector als volgt aanpassen.Met de afstandsbediening Met het bedieningspaneelU kunt het volume ook aanpassen via het configuratiemenu s pagina 30•U kunt de vervorming ook aanpassen via het configuratiemenu. s pagina 28•Als u de correctiewaarde opnieuw wilt instellen, drukt u tegelijk op de toetsen en op het bedieningspaneel en houdt u deze toetsen gedurende ten minste 1 seconde ingedrukt.Wanneer u op de knop drukt, wordt het volume verhoogd. Drukt u op de knop , dan wordt het volume verlaagd.QTip:QTip:
18Basisinstellingen beeldkwaliteitImage Aspect (Hoogte-breedteverhouding beeld) Color Mode (Kleurmodus) SelectiemenuAuto (Automatisch)Wanneer u projecteert met de OOODruk op of op de afstandsbediening of op het bedieningspaneel van de projector om een item te selecteren.Druk op of om de keus te bevestigen.* Wanneer u op drukt, wordt het selectiemenu weergegeven.Als u een gecomprimeerd, vergroot of gescheiden beeld projecteert dat de hoogte-breedtefunctie gebruikt in openbare gelegenheden zoals een winkel of hotel met winst of openbaarmaking als oogpunt, kan dit het copyright schenden als het beeld auteursrechtelijk is beschermd.Tijdens de projectie van signalen van de ingangspoort [Video] / [S-Video] of van de componentvideo (525i, 525p) van de poort [InputA], wordt de optimale hoogte-breedteverhouding geselecteerd op basis van het signaal, en wel als volgt:Voor ingangssignalen 4:3Voor ingangsbeelden die in de modus Squeeze (Gecomprimeerd) zijn opgenomenVoor letterbox-ingangssignalenNormaalSqueezeZoom* Als Auto (Automatisch) niet geschikt is, wordt de instelling Normal (Normaal) gebruikt.QTip:Color Mode (Kleurmodus) selecterenImage Aspect (Hoogte-breedteverhouding beeld) selecteren
19Beeldkwaliteit aanpassenDynamic Druk op en selecteer de kleurmodus uit de zes beschikbare modi in het selectiemenu naar gelang de plaats waar u de projector gebruikt. U kunt de instelling ook in het configuratiemenu maken. Living Room (Woonkamer)Natural (Natuurlijk): ideaal voor gebruik in lichte kamers. : ideaal voor gebruik in kamers waarin de gordijnen zijn gesloten. : ideaal voor gebruik in donkere kamers. Wij raden u aan om in deze modus te starten wanneer u de kleuren aanpast. Theatre (Theater)Theatre Black 1 (Theater, zwart 1)Theatre Black 2 (Theater, zwart 1): ideaal voor gebruik in donkere kamers. : geschikt voor gebruik in kamers die helemaal zijn verduisterd. 1: een heldere kleurtint die in professionele monitors wordt gebruikt voor het maken van dvd-software. 2: een diepe, warme kleurtint die u het gevoel geeft of u een film in een bioscoop bekijkt.
Als u “Natural” (Natuurlijk), “Theatre” (Theater), “Theatre Black 1” (Theater, zwart 1) of “Theatre Black 2” (Theater, zwart 1) kiest, wordt het Epson Cinema Filter-effect automatisch toegepast. Hiermee verhoogt u het contrast en zien huidtinten er natuurlijker uit. Druk op en selecteer de modus Aspect (Hoogte-breedte) in het selectiemenu. Inputssignaal• Beelden van normale televisie-uitzendingen• Beelden met een standaard hoogte-breedteverhouding (4:3)• ComputerbeeldenBeelden die zijn opgenomen met een videocamera of met dvd-software in de modus Squeeze (Gecomprimeerd)Letterbox-beelden, zoals van een dvdAanbevolen hoogte-breedtemodus Normaal Squeeze ZoomResultaatEr verschijnen zwarte strepen aan de linker- en rechterkant van de beelden. De ingangssignalen worden met dezelfde breedte geprojecteerd als de paneelresolutie van de projector.
De ingangssignalen worden met dezelfde hoogte geprojecteerd als de paneelresolutie van de projector. OpmerkingenWanneer HDTVg-beelden worden geprojecteerd, worden de beelden mogelijk in het formaat 16:9 weergegeven.
Als beelden in het formaat 4:3 worden geprojecteerd, worden de beelden horizontaal verlengd. • Als beelden in het formaat 4:3 worden weergegeven, worden de boven- en onderkant van de beelden afgekapt. • Als beelden met ondertitelingen worden geprojecteerd en deze zijn afgekapt, gebruikt u het menu “Zoom Caption” (Zoomtitel) om dit aan te passen. spagina 28(Dynamisch).
20Geavanceerde kleurinstellingenU kunt de optimale kleurinstellingen selecteren voor de beelden die worden geprojecteerd. Hiervoor selecteert u de juiste kleurmodus. Als u het beeld nog verder wilt aanpassen, stelt u de “Color Temp.” (Kleurtemp.) en “Skin Tone” (Huidtint) in.U kunt de ingestelde waarden opslaan in het geheugen zodat u ze op elk gewenst moment kunt selecteren en toepassen op de geprojecteerde beelden. spagina 22Colour Temperature Skin Tone (Huidtint)Skin Tone (Huidtint)Colour Temperature (Kleurtemperatuur)SelectiemenuDruk op op de afstandsbediening of op op het bedieningspaneel van de projector om de aanpassing te maken.Druk op op de afstandsbediening op het bedieningspaneel van de projector om een item te selecteren.Druk op of om de keus te bevestigen.* Wanneer u op drukt, wordt het selectiemenu weergegeven.
21Beeldkwaliteit aanpassenU kunt dit gebruiken om de huidtinten van mensen aan te passen.Het Epson Cinema Filter-effect, dat automatisch wordt toegepast op beelden wanneer u een “Color Mode” (Kleurmodus) instelt, zorg voor natuurlijk uitziende huidtinten.
Als u de huidtinten verder wilt verbeteren, gebruikt u de instelling “Skin Tone” (Huidtint) om de aanpassing te maken.Indien ingesteld op de pluskant (+) worden de kleuren groenachtig, en indien ingesteld op de minkant (-) worden de kleuren roodachtig.U kunt de algemene tint van het beeld aanpassen.Als u “High” (Hoog) selecteert, wordt het beeld blauwer, terwijl het beeld roder wordt als u “Low” (Laag) selecteert.Selecteer één van de drie niveaus: “High” (Hoog), “Medium” (Normaal) of “Low” (Laag).Kleurtemperatuur of huidtint aanpassenHuidtint aanpassenLow (Laag)KleurtemperatuurHigh (Hoog)Green (Groen)WitRed (Rood)Blue (Blauw)Purple (Paars)
22Beelden met vooraf ingestelde beeldkwaliteit weergeven (functie Memory (Geheugen))Nadat u menuopdrachten als “Picture Quality (Beeldkwaliteit)” en “Screen” (Scherm) hebt gebruikt om de beelden aan te passen, kunt u de instellingswaarden opslaan.U kunt deze opgeslagen gegevens gemakkelijk ophalen zodat u beelden op elk gewenst moment met de aangepaste instellingen kunt weergeven.Instellingen beeldkwaliteit opslaan (opslaan in geheugen)Instellingen van de beeldkwaliteit ophalen (ophalen uit geheugen)SelectiemenuDruk op of op de afstandsbediening of op of op het bedieningspaneel van de projector om een item te selecteren.Druk op of om de keus te bevestigen.* Wanneer u op drukt, wordt het selectiemenu niet meerweergegeven.Selecteer een item om naar het volgende menuniveau voor dat item te gaan.Instellingen van de beeldkwaliteit opslaan (opslaan in geheugen)Instellingen die u in een geheugen kunt opslaanConfiguratiemenu's spagina 24OPicture Quality (Beeldkwaliteit) Brightness (Helderheid)ContrastColor Saturation (Kleurverzadiging)TintTrackingSync.
23Beelden met vooraf ingestelde beeldkwaliteit weergeven (functie Memory (Geheugen))Beeldkwaliteit aanpassenHet programma Cinema Color Editor kan ook worden gebruikt om geheugeninstellingen op te slaan in en op te halen uit een computer. U kunt een computer gebruiken om gedetailleerde aanpassingen te maken en u kunt deze aanpassingen opslaan met de menuopdracht "Memory: Advance" (Geheugen: Geavanceerd). U kunt dit gebruiken om aangepaste waarden op te slaan voor alle configuratiemenu-items aan de linkerkant. Gebruik de opdracht “Save Memory” (Opslaan in geheugen) in het menu “Image” (Beeld) om de instellingen op te slaan. In de volgende paragraaf wordt uitgelegd hoe u de instellingen opslaat. 1 Pas de gewenste instellingen aan die u in het geheugen wilt opslaan. 2 Selecteer “Save Memory” (Opslaan in geheugen) in het menu “Image” (Beeld) en druk vervolgens op.
3 Selecteer een geheugennaam van Memory 1 (Geheugen 1) tot en met Memory 3 (Geheugen 3) om de instellingen op te slaan en druk op. De status van een geheugengebied wordt aangegeven met de kleur van het symbool aan de linkerkant van de geheugennaam, en wel als volgt: Groen: geheugengebied wordt gebruikt Grijs: geheugengebied wordt niet gebruikt Oranje: geselecteerdAls u een geheugengebied selecteert dat al in gebruik is en op drukt, wordt de bestaande inhoud vervangen en worden de huidige instellingen opgeslagen. Als u de volledige geheugeninhoud wilt wissen, selecteert u “Memory Reset” (Geheugen resetten) in het menu “Reset” (Standaardwaarden). s pagina 31U kunt op drukken en de gewenste geheugennaam in het selectiemenu selecteren. •De geheugeninstellingen die op beelden zijn toegepast, blijven bewaard, zelfs nadat de projector is uitgeschakeld.
24Functies van het configuratiemenuU kunt de configuratiemenu’s gebruiken voor verschillende aanpassingen en instellingen met betrekking tot het scherm, de beeldkwaliteit en ingangssignalen. Raadpleeg “De configuratiemenu’s gebruiken” (s pagina 32) voor meer informatie over de menu’s.Overzicht van configuratiemenu’sAls er geen ingangssignalen voor beelden zijn, kunt u alleen de instelling “Auto Setup” (Automatisch instellen) in het menu “Image (Beeld)” aanpassen. De items in het “Image (Beeld)”-menu en het “Info”-menu variëren afhankelijk van het type beeldsignaal dat wordt geprojecteerd.QTip: U kunt het kleurpatroon wijzigen met het configuratiemenu.s “Setting (Instelling)” - “Display” - “Menu Color (Kleur)”Hoofdmenu SubmenuNavigatiebalkPicture Quality (Beeldkwaliteit) Brightness (Helderheid)ContrastgColor Saturation (Kleurverzadiging)TintTrackinggSync. (Synchronisatie)gColor Temp.
Color 1 (Kleur 1), Color 2 (Kleur 2),ON (AAN), OFF (UIT)Black (Zwart), Blue (Blauw), LogoON (AAN), OFF (UIT)pgInput Signal VolumeTaalReset (Standaardwaarden) U kunt deze titel alleen wanneer signalen van componentvideo of RGB-video worden ingevoerd. U kunt dit alleen instellen wanneer 525i/525p-componentvideosignalen worden ingevoerd of wanneer NTSC-signalen van composietvideo of S-video worden ingevoerd. Video Signal (Videosignaal) M-PAL, N-PAL, PAL60, SECAM g Input A (Ingang A) Component, RGB-videoYes (Ja), No (Nee)Lamp Hours (Lampuren)De berichttekst wordt geel weergegeven wanneer u de lamp moet vervangen. De tijd van 0 uur tot 10 uur wordt als 0 uur weergegeven. Vanaf 10 uur wordt de duur weergegeven in eenheden van 1 uur.
26Functies van het configuratiemenu“Image (Beeld)”-menuU kunt de helderheid van de beelden instellen.Als de beelden te helder zijn wanneer u de projector gebruikt in een donkere ruimte of met een klein scherm, verlaagt u de waarde voor deze instelling.Hiermee past u het verschil tussen lichte en donkere gebieden aan.Wanneer u het contrast verhoogt, ontstaan beelden met een groter verschil tussen licht en donker.Hiermee past u de kleurintensiteit van de beelden aan.(U kunt de waarde alleen aanpassen bij composietvideo- en S-Video -signalen in de NTSC -indeling.)Hiermee past u de tint van het beeld aan.Hiermee past u de beelden aan als er verticale strepen in het beeld verschijnen.Hiermee past u de beelden aan wanneer deze flikkeren, onscherp zijn of wanneer storingen optreden.•Het beeld kan ook flikkeren of onscherp worden wanneer u de helderheid, het contrast, de scherpte en de keystone-correctie aanpast.•U kunt de instellingen verbeteren indien u eerst de “Tracking” (Tracking) aanpast en daarna de “Sync” (Synchronisatie).U kunt drie kleurtemperaturen selecteren om de algemene tint van de beelden aan te passen.
spagina 20Hiermee past u de huidtint van personen op de beelden aan. spagina 20Hiermee past u de scherpte van het beeld aan.Afhankelijk van de geprojecteerde beelden hebt u de keus uit zes instellingen voor de Color Mode (Kleurmodus). spagina 18*1 U kunt de waarden voor de instellingen apart opslaan voor elke beeldbron en signaalsoort.*2 De waarden worden apart opgeslagen voor elke beeldbron en kleurmodusinstelling. Wordt alleen weergegeven voor invoer van componentvideo/composietvideo/S-VidWordt alleen weergegeven voor invoer van RGB-video/computerPicture Quality (Beeldkwaliteit)Brightness (Helderheid) *1Contrast *1Color Saturation (Kleurverzadiging) *1Tint *1Tracking *1Sync. (Synchronisatie) *1Color Temp. (Kleurtemp.) *2Skin Tone (Huidtint) *2Sharpness (Scherpte) *1Color Mode (Kleurmodus) *1
27Functies van het configuratiemenuConfiguratiemenu“Setting (Instelling)”-menu Hiermee kunt u de actieve instellingen van het configuratiemenu opslaan. s pagina 22Hiermee kunt u opgeslagen instellingen ophalen. s pagina 22Hiermee schakelt u de automatische aanpassing in of uit om te bepalen of de projector de beelden wel of niet automatisch optimaal instelt wanneer het ingangssignaal wordt gewijzigd. De drie items die automatisch worden aangepast zijn “Trackingg” (Tracking), “Position” (Positie) en “Sync.g” (Synchronisatie).Hiermee herstelt u de oorspronkelijke waarden van alle instellingen in het “Image (Beeld)”-menu, met uitzondering van de instellingen die met behulp van de opdracht “Save Memory” (Opslaan in geheugen) zijn opgeslagen. De instellingen voor “Save Memory” (Opslaan in geheugen) kunnen worden hersteld via het menu “Memory Reset (Geheugen resetten)”.
s pagina 31Gebruik , , of om de weergavepositie van de beelden te verschuiven.(U kunt deze waarde alleen instellen bij composietvideo- of S-video-ingangssignalen of bij 525i/625i-ingangssignalen van componentvideog of RGB-video.)• OFF (Uit):Het omzetten van interlacedg (i) signalen in progressieve (p) signalen vindt voor elk veld plaats in het scherm. Dit is ideaal wanneer u snel bewegende beelden weergeeft.• ON (Aan):Interlaced (i) signalen worden omgezet in progressieve (p) signalen. Dit ideaal voor deweergave van stilstaande beelden.Hiermee selecteert u de hoogte-breedtemodus. s pagina 18*1 U kunt de waarden voor de instellingen apart opslaan voor elke beeldbron en signaalsoort.
28Functies van het configuratiemenuWanneer “Aspectg” (Hoogte-breedte) is ingesteld op “Zoom” (Zoomen) bij beelden met ondertiteling, wijzigt u de instelling als volgt om de ondertiteling te kunnen zien. U kunt de verticale afmeting en weergavepositie samen aanpassen. •Vertical Size (Verticale afmetingen)Het verticale formaat van het beeld wordt verkleind zodat de ondertiteling wordt weergegeven. •Zoom Position (Zoompositie)Het hele beeld wordt omhoog geschoven zodat de ondertiteling wordt weergegeven. Hiermee kunt u het gedeelte van het beeld dat wordt geprojecteerd wijzigen (uitsluitend bij componentvideo- of RGB-videosignalen). Normaal (92% weergave): Ingangssignalen worden geprojecteerd op normale beeldgrootte. Tv-beelden worden weergegeven op 92% van de grootte. Larger (Groter) : Componentvideo- en RGB-videobeelden worden weergegeven op 100% grootte.
De gebieden aan de boven-, onder- en zijkanten van beelden die normaal gesproken niet zichtbaar zijn, worden ingevoegd en geprojecteerd. Hierbij kan interferentie optreden aan de boven-, onder- en zijkanten van de beelden, afhankelijk van het beeldsignaal. Probeer in dat geval de weergavepositie aan te passen. s pagina 27Hiermee wordt keystone-vervorming in beelden gecorrigeerd. U kunt de correctie ook uitvoeren op het bedieningspaneel van de projector. s pagina 17U dient de projectie in te stellen overeenkomstig de manier waarop de projector is opgesteld. •Voorzijde : Selecteer deze optie wanneer de projector voor het scherm staat opgesteld. •Front/Ceiling (Voor/Plafond) : Selecteer deze optie wanneer de projector voor het scherm is opgesteld en aan het plafond is bevestigd. •Achterzijde : Selecteer deze optie wanneer de projector achter het scherm staat opgesteld.
(U kunt dit alleen instellen wanneer NTSCg-signalen van composietvideo of S-video worden ingevoerd of wanneer525i/525p-componentvideosignalen worden ingevoerd. )Wanneer u producten gebruikt die voor gebieden als Zuid-Korea zijn ontworpen en andere zwartniveau-instellingen hebben (instellingsniveau), gebruikt u deze functie om correcte beeldweergave te verkrijgen. Raadpleeg de specificaties van de aangesloten apparatuur wanneer u deze instelling wijzigt. Hiermee bepaalt u of “Direct Power ON” is ingeschakeld (“ON”) of uitgeschakeld (“OFF”). Wanneer u deze optie inschakelt en de voedingskabel in een stopcontact laat zitten, kunnen zich plotselinge stroompieken voordoen wanneer de voeding wordt hersteld na een storing. Hierdoor kan de projector automatisch worden ingeschakeld. *1 U kunt de waarden voor de instellingen apart opslaan voor elke beeldbron en signaalsoort.
Zoom Caption (Zoomtitel) *1Ondertitelingsgedeelte Gebruik “Zoom Position (Zoompositie)” om de weergavepositie van het beeld te wijzigen. Gebruik “Vertical Size (Verticale afmetingen)” om het beeld te verkleinen. ProjectiegebiedOutput Scaling (Uitvoer schalen) *1KeystoneProjection (Projectie)Setup Level (Setupniveau) *1Operation (Gebruik)Direct Power ON.
29Functies van het configuratiemenuConfiguratiemenuDe projector beschikt over een stroombesparingsfunctie, die de projector automatisch op stand-by zet als er gedurende bepaalde tijd geen signaal naar de projector wordt gestuurd. De projector heeft vier verschillende tijdsduurinstellingen voor het overschakelen op stand-by. Indien u “OFF (Uit)” selecteert, werkt de stand-byfunctie niet. Druk op wanneer de projector op stand-by staat als u de projector weer wilt inschakelen. Hiermee wordt de -toets op het bedieningspaneel van de projector vergrendeld, zodat kinderen de projector niet kunnen aanzetten en in de lens kunnen kijken. Als de vergrendeling is geactiveerd, kan de projector alleen worden aangezet door ongeveer 3 seconden op te drukken. Druk op om de projector uit te zetten. U kunt de afstandsbediening normaal blijven gebruiken.
De werking van de afstandsbediening wordt hierdoor niet beïnvloed. Wanneer u de instelling wijzigt, wordt deze actief nadat de projector is uitgezet en afgekoeld. Een ventilator wordt op een bepaalde draaisnelheid ingesteld om de interne temperatuur te doen zakken. Zet deze optie op “ON” (Aan) indien de projector wordt gebruikt op een hoogte boven de 1500 m. U kunt uw favoriete beeld vastleggen en gebruiken als gebruikerslogo. Het logo wordt weergegeven aan het begin van een projectie en wanneer de functie “A/V mute” (A/V dempen) is ingeschakeld. Als u een nieuw logo vastlegt, wordt een eerder opgeslagen gebruikerslogo gewist. Volg de instructies op het scherm om een gebruikerslogo vast te leggen. •Het beeld wordt weergegeven in punten wanneer het selectiekader wordt weergegeven; de weergaveafmetingen kunnen dus veranderen. •De afmeting van het opgenomen beeld is 400 × 300 punten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Epson EMP-TW20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Beamer Epson
Handleiding Beamer
Nieuwste handleidingen voor Beamer