Element4 Modore 240 Handleiding

Element4 Haarden Modore 240

Bekijk gratis de handleiding van Element4 Modore 240 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Element4 Modore 240 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
Laat deze instructies als handleiding achter bij het toestel
Gebruikers- en installatie handleiding (NL/BE)
Modore 240, Tenore 240
Let op: de verbrandingskamer van deze gashaard mag uitsluitend worden
geopend en onderhouden door een bekwaam gasinstallateur

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Element4
Categorie: Haarden
Model: Modore 240

Handleiding Element4 Modore 240 – volledige tekst

4de prestaties en de veiligheid van het product. De installatie van uw toestel moet voldoen aan de huidige bouwvoorschriften. Wij adviseren daarom om voor de installatie een erkende gasinstallateur in te schakelen. Deze kan u van alle informatie over de veiligheidsbeperkingen van de installatie voorzien. Dit toestel is ontwikkeld als verwarmingsinrichting en alle onderdelen, inclusief het glas worden daarom zeer heet tijdens het gebruik. (hoger dan 200 graden) Met uitzondering van de regelknop en de onderzijde van de toegangsdeur, die koud blijven, zijn alle andere onderdelen werkende oppervlakken die niet mogen worden aangeraakt.

Vloeren, wanden en afdekkingen (plafonds) moeten ter plaatse waar door hittestraling van het toestel en/of afvoervoorziening, brandgevaar aanwezig is doordat de temperatuur hoger zou kunnen worden dan 90 graden, onbrandbaar zijn De warmte die van dit toestel afkomt, kan van invloed zijn op artikelen die in de buurt staan. Hang gordijnen op minimaal dertig centimeter afstand. Het toestel is niet bedoeld als droger. Wij raden u daarom af om het toestel op die manier te gebruiken. Plaats geen artikelen binnen dertig centimeter van dit toestel, aangezien ze hierdoor kunnen beschadigen. De installatie moet worden uitgevoerd conform de volgende voorschriften:ALGEMENE INFORMATIEBelangrijke veiligheidsinformatieDit toestel is voorzien van een keramisch vuurbed met hittebestendige keramische vezels, ofwel kunstmatige glasachtige silicaatvezels.

Overmatige blootstelling aan dit materiaal kan irritatie aan de ogen, huid en luchtwegen veroorzaken. Wij adviseren daarom om bij het omgaan met deze materialen de stofuitstoot zo veel mogelijk te beperken. Gedurende de installatie en het onderhoud adviseren wij om een stofzuiger met HEPA-lter te gebruiken om stof en roet in en rond de haard te verwijderen.

Indien enig onderdeel van het keramische vuurbed moet worden vervangen, adviseren wij om de verwijderde onderdelen in een afgesloten stevige polyethyleentas te verpakken en te labellen als hittebestendige keramische vezels. Dit soort afval is geen ‘gevaarlijk afval’ en mag worden weggegooid op een locatie met een vergunning voor het lozen van industrieel afval. Het toestel is voorzien van een permanente waakvlam. Deze bevindt zich voor in de brander en mag niet door de installateur worden aangepast. Dit systeem mag niet worden uitgezet, en de onderdelen mogen indien nodig uitsluitend worden vervangen door originele onderdelen van de fabrikant. Dit toestel is ontworpen voor gebruik met aardgas of LPG. Elk toestel is echter alleen geschikt voor het soort gas dat ten tijde van de aanschaf is gespeciceerd.

Let op: zodra er een soort gas is gespeciceerd, kan de haard niet op een ander gas branden. Het soort gas waarop uw haard brandt, staat aangegeven op het informatielabel. Dit toestel is ontwikkeld, getest en goedgekeurd conform de geldende normen voor het gebruik,.

5Voor Nederland geldt dat de installatie moet voldoen aan de voorwaarden zoals in het bouw-besluit en de relevante NEN normen NEN 1078 en NEN 2757 zijn vastgelegd. De plaats en wijze van uitmonden moet voldoen aan NPR 3378-60 (hinder voor omgeving en verdunning van rookgassen) , NPR 3378-61 (voor de goede werking) en NPR 3378-20 (Praktijkrichtlijn gasgestookte sfeertoestellen) BRANDVEILIGHEID TOESTEL OPSTELLINGHet is belangrijk om nauwgezet volgens de installatievoorschriften te werken. Als de installatievoorschriften niet, of onvoldoende, voorzien in de aspecten van de brandveiligheid, dan zijn de instructies volgens NPR 3378-20:2010 bepalend. Dit toestel moet worden geïnstalleerd conform de geldende voorschriften. Het mag uitsluitend in een voldoende geventileerde ruimte worden gebruikt en is bedoeld voor gebruik op een gasinstallatie met een gereguleerde meter.

Controleer vóór de installatie of de haard geschikt is voor de gassoort en gasdruk waar de haard op wordt aangesloten. (zie typenummerplaatje)Voorafgaand aan de installatie moet op het oppervlak waar de haard wordt geplaatst alle puin (inclusief stof), met name brandbaar materiaal, worden verwijderd. Dit apparaat mag niet worden gebruikt indien het venster is gebroken en mag nooit worden gebruikt zonder glas aan de voorzijde. Algemene aansluitinformatieDe haard is een gastoestel welke is bedoeld om te worden aangesloten op een gesloten afvoersysteem. (Type C-toestel)De haard heeft een gëintegreerde piëzo-ontsteking, een permanente waakvlam en is voorzien van een ODS beveiliging welke zorg draagtvoor uitschakeling bij zuurstoftekort. Voorafgaand aan de installatie moet op het oppervlak waar de haard wordt geplaatst alle puin (inclusief stof) worden verwijderd.

Het toestel moet op een stookplaats (of grondoppervlak) staan dat het gewicht van de haard kan dragen. Het toestel moet vervolgens in een onbrandbare nis worden vastgezet. Hiervoor zijn aanpasbare beugels op de vuurkist aangebracht.

LET OP: VERKLEURING VAN WANDEN EN PLAFONDSBruinverkleuring is een vervelend probleem en is moeilijk op te lossen. Doordat een haard een warmte bron is ontstaat luchtcirculatie. Door de natuurlijke luchtcirculatie worden vocht, sigarettenrook en nog niet uitgeharde vluchtige bestanddelen uit verf, bouwmaterialen en vloerbedekking en dergelijke aangezogen. Deze bestanddelen kunnen zich op koude oppervlakten als roet afzetten. Deze problemen kunnen worden voorkomen door het vertrek waar het toestel zich bevindt goed te ventileren. Een goede richtlijn is: 3,24 m3/uur per m2 vloeroppervlak van een vertrek. Bij een nieuw gemetselde schouw of na een verbouwing wordt aanbevolen minimaal 6 weken te wachten voordat men gaat stoken. Het bouwvocht moet namelijk geheel verdwenen zijn uit wanden, vloer en plafond. Voorkomen roestvorming: Zet na gebruik van uw haard de waakvlam geheel uit.

6INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERLet op: De waakvlam moet de hoofdbrander gelijkmatig en zonder plof onsteken, gaat dit wel met een plof, sluit dan de gaskraan en waarschuw uw installateur. Uitschakelen van de haardDe haard schakelt u uit door op de aan/uit knop te drukken, hiermee schakelt u ook de waakvlam uit. Voor uitgebreide beschrijving van de E-save afstandbediening verwijzen wij u naar de E-save handleiding welke bij de haard is meegeleverd. 1Afstandsbediening met volledig electronische ontsteking Het toestel wordt bediend via een afstandsbediening (afb. 1). Zowel het ontsteken, het regelen van de vlamhoogte als het uitschakelen gebeurt met behulp van de afstandsbediening, die een ontvanger (afb. 2) in het bedieningskastje aanstuurt. De ontvanger en de afstandsbediening worden gevoed door batterijen.

Voor de ontvanger zijn 4 penlite (type AA) batterijen nodig; voor de afstandsbediening 2 penlites (type AAA). De levensduur van de batterijen is bij normaal gebruik ongeveer een jaar. Het Instellen van de communicatiecodeVoordat het toestel in gebruik wordt genomen, moet een communicatiecode ingesteld worden tussen de afstandsbediening en de ontvanger. De code wordt willekeurig gekozen uit de 65000 codes die beschikbaar zijn. Hierdoor is de kans klein dat andere afstandsbedieningen in uw omgeving dezelfde code gebruiken. Ga als volgt te werk:Druk de reset-knop op de ontvanger in totdat u achtereenvolgens twee geluidssignalen hoort. Laat na het tweede, langere signaal de reset-knop los. afb. 2 Druk binnen 20 seconden op de pijl naar beneden op de afstandsbediening totdat u een geluid-signaal hoort. Dit is de bevestiging van de goede communicatie.

Het ontsteken van de waakvlam Controleer of de regelknop A in de ON positie staat. afb 3. Druk op de knop aan/uit knop van uw afstandbediening en blijf deze ingedrukt houden (3 tot 5 sec. ) tot u twee korte pieptonen hoort. Boven in het beeldscherm verschijnen lijntjes die knipperen (afb. 1) laat nu de knop los.

De start procedure is gestart. Let op:Als de waakvlam na 3 pogingen niet blijft branden moet u de gaskraan dichtdraaien en uw installateur waarschuwen. Ontsteken van de hoofdbrander. Na het starten van de waakvlam schakelt knop B automatich linksom en zal de hoofdbrander gaan branden. afb 3 Wacht altijd 5 minuten na het doven van de waakvlam voordat u de waakvlam opnieuw gaat starten. 23 A B.

7INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURINSTALLATIEControleer voordat u met installeren begint of de gegevens op de informatielabel overeenkomen met het soort gas en de druk waarop het toestel wordt aangesloten. VentilatieDit toestel kan worden geïnstalleerd in een volledig afgesloten of mechanisch geventileerde ruimte zonder extra ventilatie. Algemene informatie gesloten verbrandingssystemenEr zijn veel mogelijkheden voor de installatie van dit concentrische gesloten verbrandingssysteem in een gebouw. Uitmonding via het dak en de wand zijn mogelijk. Het rookkanaal kan ofwel in een bestaande schoorsteen worden ingebouwd of er kan een geheel nieuw rookkanaalsysteem worden aangelegd. Het systeem is gebaseerd op een concentrisch rookkanaalsysteem dat gebruikmaakt van een binnenrookkanaal van 130 mm doorsnee dat door een buitenrookkanaal van 200 mm doorsnee loopt.

De rookgassen die bij de verbranding ontstaan, lopen door het binnenrookkanaal en worden veilig in de buitenlucht uitgestoten. De ruimte tussen het binnen- en buitenrookkanaal is het kanaal waardoor de haard lucht aanzuigt voor de verbranding. Deze concentrische rookkanalen eindigen buiten het gebouw in een terminal die de rookgassen en de verse verbrandingslucht gescheiden houdt. Het is van belang dat de terminal niet wordt geblokkeerd. Er kan een geschikte afscherming zijn vereist als de terminal zich op een ‘laag’ niveau bevindt (gewoonlijk binnen twee meter boven de grond). De gashaard met gesloten verbrandingssysteem kan in een bestaande - of nieuwe schouw worden ingebouwd. Indien er een bestaand rookkanaal of schoorsteen wordt gebruikt, dan moet er overleg met de installatiemonteur plaatsvinden.

Als de schoorsteen al eerder is gebruikt, moet deze professioneel worden gereinigd en goedgekeurd als degelijk en voor dit gebruik geschikt. Het Europese CE-keurmerk voor dit toestel geldt uitsluitend voor de door de leverancier gespeciceerde rookkanaalsysteem.

Het toestel moet daarom met het RVS rookkanaalsysteem US van Metaloterm/On Top worden geïnstalleerd. Het gebruik van andere concentrische RVS systemen is alleen toegestaan indien het dezelfde technische specicaties heeft als voornoemd systeem US. De garantie vervalt indien het toestel (volledig of gedeeltelijk) met een ander dan met een hierboven beschreven systeem wordt geïnstalleerd. Concentrische rookkanalen kunnen met zowel nieuwe - als bestaande schoorstenen worden geïnstalleerd. De ‘vuurkist’ van de toestellen bevindt zich boven grondniveau door de ingebouwde ‘voetconstructie’. De toestellen vereisen daarom geen speciale haardplaten aangezien de vloer niet heet wordt en wordt beschermd door de stalen voetconstructie. Brandveiligheid Toestelopstelling:Installeer het toestel zodanig dat er geen brand-bare materialen rondom het toestel of rookkanaal aanwezig zijn.

Het toestel mag nooit tegen een achterwand van brandbaar materiaal worden geplaatst. Brandbare materialen zoals bijvoorbeeld hout kunnen namelijk vanaf een temperatuur van 85 C, in brand raken. Dit kan al binnen enkele minuten (bij hoge temperaturen > 200 C) tot binnen enkele weken (bij lage temperaturen > 85 C)Een sfeertoestel kan aan de buitenzijde een temperatuur hebben die tot 600 C kan oplopen. Gebruik rondom de haard en in de koof uitsluit-end niet brandbare materialen. Er moet altijd tussen het toestel en niet-brandbare materialen minimaal 50 mm ruimte zitten voor convectie. Indien het toestel in een koof wordt geplaatst, dan moet deze voldoende zijn geventileerd. Wij adviseren een minimaal totaal ventilatieoppervlak van 400 cm².

8INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURDe haard buiten de koof moet minstens 300 mm van brandbare materialen zijn verwijderd. Aanwijzingen voor het installeren van de inbouw- of inzethaard:Plaats de haard op een voldoende sterke, bijvoorbeeld betonnen vloer, De ombouw (koof) mag geen brandbare materialen bevatten. Zorg voor een luchtspouw van minimaal 50 mm rondom het toestelIndien de inbouw koof van plaatmateriaal wordt opgebouwd:- de ruimte in de koof goed laten ventileren door plaatsing van convectieroosters. Hierdoor blijft de oppervlakte temperatuur voldoende laag. - De afwerklaag aan de buitenkant moet voldoende temperatuurbestendig zijn, teneinde verkleuring te voorkomen. Wij raden aan om gebruik te maken van speciaal daarvoor bestemd pleistermateriaal. - Indien een plank/vensterbank boven de haard opening wordt aangebracht dan is een minimale afstand tot de opening van 150 mm vereist.

- de haarden zijn voorzien van uitschuifbare beugels aan de achterzijde, waarmee u de haard kunt vastzetten aan de muur. Denkt u aan de luchtspouw van minimaal 50 mm. - Zorg ervoor dat het gasregelblok en de gasaansluiting na installatie te allen tijde bereikbaar zijn. Hiervoor is een speciaal bedieningsluikje verkrijgbaar bij Element4 (BDLE4). Indien u in de constructie isolatie materiaal gebruikt, gebruik hiervoor dan witte ongebonden isolatiewol, die hittebestendig is tot 1000 graden C. Gebruik nooit glas- of steenwol. Deze kunnen namelijk bij hitte een hinderlijke geur afgeven. Het toestel is van het type C11/C31. De gecombineerde aan- en afvoer kan zowel door de gevel met een muurdoorvoer als door het dak met een dakdoorvoer worden aangebracht.

Carport of uitbouwIndien het uiteinde van een rookkanaal zich binnen een carport of uitbouw bevindt, moet de carport of uitbouw minimaal twee volledig open, onbelemmerde zijden hebben. De afstand tussen het laagste deel van het dak en de bovenkant van het uiteinde moet minstens 600 mm bedragen.

Let op: Een overdekte doorloop mag niet als carport worden behandeld. De rookkanalen mogen niet in een overdekte doorloop tussen twee gebouwen worden geplaatst. Souterrains, luchtkokers en steunmurenHet uiteinde van een rookkanaal mag niet binnen een souterain, luchtkoker of buitenruimte worden geplaatst, tenzij er stappen worden ondernomen om te zorgen dat rookgassen altijd veilig kunnen afdrijven. De uiteinden van rookkanalen moeten zodanig worden geplaatst dat er totale uitstoot van de rookgassen mogelijk is. De uitgestoten rookgassen mogen niet hinderlijk zijn voor naastgelegen percelen/gebouwen en moeten zodanig worden geplaatst dat er geen andere delen van het gebouw worden beschadigd.

Indien het oppervlak van de buitenmuur uit brandbaar materiaal bestaat, moet er achter het uiteinde een niet brandbare plaat worden bevestigd die tot 25 mm buiten de buitenrand-en van het uiteinde loopt.

9Locatie afvoer bij wandmontageINFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURAfmeting Positie uiteinde Afstand (mm)A* Direct onder een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 600B Boven een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 300C Naast een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 400D Onder goten of afvoerpijpen 300E Onder dakranden 300F Onder balkons of daken van open garages 600G Vanaf een verticale afvoerpijp 300H Vanaf een binnen- of buitenhoek 600I Bovengronds dak- of balkonniveau 300J Vanaf een oppervlak tegenover het uiteinde 600K Vanaf een uiteinde tegenover het uiteinde 600L Vanuit een opening in de open garage (bijv.

deur, raam in de woning) 1200M Verticaal vanuit een uiteinde aan dezelfde wand 1500N Horizontaal vanuit een uiteinde aan dezelfde wand 300P Vanaf een verticale structuur op het dak 600Q Boven het snijpunt met het dak 15012Locatie afvoer bij wandmontageINFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURAfmeting Positie uiteinde Afstand (mm)A* Direct onder een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 600B Boven een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 300C Naast een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 400D Onder goten of afvoerpijpen 300E Onder dakranden 300F Onder balkons of daken van open garages 600G Vanaf een verticale afvoerpijp 300H Vanaf een binnen- of buitenhoek 600I Bovengronds dak- of balkonniveau 300J Vanaf een oppervlak tegenover het uiteinde 600K Vanaf een uiteinde tegenover het uiteinde 600L Vanuit een opening in de open garage (bijv.

deur, raam in de woning) 1200M Verticaal vanuit een uiteinde aan dezelfde wand 1500N Horizontaal vanuit een uiteinde aan dezelfde wand 300P Vanaf een verticale structuur op het dak 600Q Boven het snijpunt met het dak 150* Het uiteinde mag daarnaast niet dichter dan 300 mm bij een opening in het gebouw worden geplaatst dat is aangebracht voor het plaatsen van een inbouwelement, zoals een raamkozijn.

10INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURLocatie uiteinden bij dakuitmonding“Afstand” = minimale afstand die nodig is om de uitlaat te positioneren om nadelige effecten te voorkomen ten aanzien van: A. Een ventilatieopening van een gebruikte kamer, toilet of badkamer B. Aanvoer van verwarmde lucht, als de aanvoer door een gebruikte kamer stroomt. C.

Een raam dat kan worden geopend en zich in de buurt van een gebruikte kamer, toilet of badkamer bevindt.(*) Indien de vereiste afstand niet haalbaar is, hebben de regels ten aanzien van de uitlaatpositie voorrang.(**) Indien de uitlaat minimaal een meter hoger wordt geplaatst dan de inlaatopening, of een raam dat kan worden geopend.(***) Indien de vereiste afstand niet haalbaar is, moet de uitlaat minimaal een meter boven de hoogste gevel/het hoogste dak worden geplaatst.Belangrijke informatie voor dakuitmondingen (C31).Indien het toestel met een dakuitmonding (classicatie C31) wordt geïnstalleerd, is het belangrijk om een begrenzer op de uitlaat van het rookkanaal in de haard aan te brengen. Zie paragraaf rookkanaal begrenzer.Minimale verticale lengteDakuitmondingen mogen vanaf een minimale verticale lengte van 1,0 meter worden geïnstalleerd. Zie ook de volgende pagina’s.

Om nadelige effecten te voorkomenAfstand: uitlaat A,B of COp hetzelfde dakniveau >6 m (*)Op een ander dakniveau >3 m (*) (**)Op een lager geplaatste muur >2 m (**)Op een hoger schuin oppervlak >6 m (***)

11Onderdelen concentrisch rookkanaalOp de volgende pagina’s volgt een omschrijving van de onderdelen die kunnen worden gebruikt bij de installatie met gesloten verbrandingssysteem van dit toestel.Het onderdeelnummer in de tabel verwijst naar het nummer van het onderdeel op de volgende pagina’s. Dit nummer is ook het nummer dat wordt gebruikt om onderdelen aan te wijzen in de voorgestelde installatieschema’s.INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEUROmschrijving Type Nr.

17Aansluitmogelijkheden gesloten systeem INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURBrandveiligheid Rookgasafvoer Gevel- of dakdoorvoerOm de brandveiligheid rondom een metalen rookgasafvoer te garanderen is een omkokering noodzakelijk. Gebruik hiervoor hittebestendige plaatmaterialen, geschikt tot minimaal 600 graden C.Zorg ook voor voldoende ventilatie in de rookgas schacht.Maak de doorvoering van het rookgassysteem door een wand, gevel, plafond, vloer of dakbeschot zo, dat warmte-isolatie en brandwerendheid volgens het bouwbesluit is gewaarborgd. (NPR3378-20)Gevel of dakdoorvoer:Aansluiten door middel van concentrisch afvoermateriaal.- Boor een gat van 210 mm bij rookgasafvoer met een diameter van 200mm- Zorg voor een (brand) veilige doorvoer constructie in wand, vloer of dakbeschot- Bouw het systeem op vanaf de haard- Let op dat u de buizen in de juiste richting plaatst.

De verjonging naar de haard toe.- Zorg ervoor dat de buizen voldoende gebeugeld worden, zodat het gewicht van de buizen niet op de haard komt te rusten.- Houd een afstand van minstens 5 cm aan tussen de buitenkant van de concentrische pijpen en de wand of plafond.- Door uitzetting en afkoeling kunnen de concentrische pijpen los raken. Het verdient aanbeveling om, op plaatsen die na installatie onbereikbaar zijn, de klemband vast te zetten met een parker.- U kunt inkortbare concentrische pijp, gevel-doorvoer of dakdoorvoer gebruiken. Om een rookgasdichte verbinding te krijgen moet de binnenpijp na het inkorten 2 cm onder de buitenpijp uitsteken.- De horizontale pijpen moeten op afschot naar de haard toe geïnstalleerd worden.

18INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURrookgasafvoer verloop voor een goede werking, waarbij het getal de afmeting van de rookgasbegrenzer aangeeft. Positie RookgasbegrenzerRookgas begrenzer:Standaard is een begrenzer van 35 mm gemonteerd in de verbrandingskamer. Deze is naast de rookgas opening gemonteerd. Door de bevestigingsschroeven los te draaien kan de begrenzer over de rookgas opening gedraaid en vastgezet worden. Bepalen diameter rookgasafvoer:Hoofdregel is dat u het kanaal altijd in diameter 200/130 moet uitvoeren. U start altijd met een minimale verticale lengte van een ½ meter. Bepalen maximale verticale lengte:Indien u diameter 200/130 gebruikt is uw maximale totale verticale lengte 22 meter. Berekenen van Totale Verticale Gedeelte (TVG):U berekent de Totale Verticale Gedeelte, door alle verticale stijgingen in het verloop van de afvoer bij elkaar op te tellen.

Berekenen van Totale Horizontale Gedeelte (THG):U berekent de Totale Horizontale Gedeelte, door alle horizontale stukken in het verloop van de afvoer bij elkaar op te tellen. Let op bij bochten. Bochten geven extra weerstand in het systeem en dienen daarom meegenomen te worden in de TVG en THG. We kennen 2 soorten bochten namelijk: Bochten 45º en 90º van verticaal naar horizontaal en vice versa. (Type N)Bochten 45º en 90º van horizontaal naar horizontaal (Type Q)De eerste 3 bochten type N (van verticaal naar horizontaal) hoeft u niet mee te nemen in uw berekeningen. De eerstvolgende bochten van type N worden elk als 1 horizontale meter in de THG gerekend. Voor een bocht van type Q (horizontale naar horizontaal) geldt:90grd bocht in het horizontale gedeelte telt voor 2 horizontale meters in THG.

45grd bocht in het horizontale gedeelte telt voor 1 horizontale meter in THGAfvoer gedeeltes in een 45º stijgende leiding:45º stijgende gedeeltes wordt zowel verticaal als horizontaal berekend.

20INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURInstalleren van Rookgasventilator:Alle Element4 haarden van gesloten systeem zijn gekeurd voor gebruik met een Element4 Rookgasventilator systeem.Het Element4 Rookgasventilator systeem maakt gebruik van een elektromotor welke een ventilator aan het uiteinde van de rookgasafvoer aandrijft. Hierdoor is het mogelijk om het rookgaskanaal langer horizontaal te verslepen dan standaard voorgeschreven. Het rookgasventilator systeem kan worden toegepast bij een minimale horizontale versleping van 3 meter en een maximale versleping van 36 meter. Er zijn twee verschillende uitvoeringen van het Rookgasventilator systeem beschikbaar. Eén voor een dakdoorvoer toepassing en één voor een muurdoorvoer toepassing. De installatie voorschriften vindt u in de doos van het systeem. Het Rookgasventilator systeem bevat ook een gas mageneet klep.

Deze moet worden aangebracht in de gasleiding voor het gasblok van de haard. Deze gas magneet klep is een veiligheidsvoorschirft, zodat de haard niet kan werken zonder dat de ventilator is aangezet. Zodra een Rookgasventilator systeem is geïnstalleerd, moet de installateur checken nadat hij minimaal 5 minuten heeft gebrand. Dit om te constateren dat de vlammen niet gaan ''klimmen'' en dat de vlammen rustig zijn.

21Inrichting van het keramische vuurbed Modore 240, Tenore 240 | LSE414 llGebruik alleen de bijgeleverde keramische onderdelen. Leg de onderdelen neer zoals op de meegeleverde instructiekaart weergegeven. Vervangende onderdelen, zijn via uw dealer verkrijgbaar maar mogen uitsluitend door een vakbekwame installatiemonteur worden geïnstalleerdInrichting van het keramische vuurbed met houtblokken Aardgas en LPGControleer of het rooster stevig onder in de vuurkist ligt en dat de lange gleuf in het midden van het rooster op één lijn ligt met het midden van de branderbuis. De waakvlam moet door het rooster en de uitsparing in de vlambeveiliging zichtbaar zijn. Leg de stammen zoals op de foto’s en verspreid de chips over het rooster.INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURLet hierbij op dat er op verschillende plaatsen van het rooster gaatjes open blijven en dat er geen chips in de waakvlam vallen.

De waakvlam komt in dit geval niet goed in contact met de brander. Hierdoor kan het toestel niet goed ontsteken. Dit kan een “plof” veroorzaken. WAAKVLAM (1) DIENT GEHEEL VRIJ TE ZIJN VAN KERAMISCH MATERIAAL2E THERMOKOPPEL (2) DIENT GEHEEL VRIJ TE ZIJN VAN KERAMISCH MATERIAALStrooi wat meegeleverde as over de houtblokken en zwarte chips.Controleer uiteindelijk of de waakvlam vrij is en de ontsteking werkt voor de ruit terug geplaatst wordt.

22INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURInrichten van keramisch vuurbed grijze split/ witte kiezelsVerspreid de steentjes over het rooster en de branders. Nooit meer dan 1 laag steentjes aanbrengen. Rooster met gaatjes moet hier en daar zichtbaar blijven. Let op dat er absoluut geen steentjes in het waakvlamgebied dan wel over het tweede thermokoppel liggen. Hierdoor kan het toestel niet goed ontsteken.

23INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURInbouwtips:Lees eerst de algemene informatie over gesloten haarden, welke u voor in deze gebruiksaanwijzing kunt vinden.Zorg ervoor dat het gasregelblok en de gasaansluiting na installatie te allen tijde goed te bereiken zijn. Voor dit doel is een speciaal bedieningsluikje te verkrijgen bij Element4 (BDLE4).De haard produceert warmte in de koof, welke goed moet kunnen worden afgevoerd. Indien het toestel in een koof wordt geplaatst dan moet deze voldoende zijn geventileerd.Wij adviseren om enkele ventilatieroosters te plaatsen met een minimale ventilatie van 400 cm2 .Wij adviseren om de koof uitsluitend te bouwen met niet brandbare, vuurvaste materialen zoals bijvoorbeeld Promatect 12mm.De haarden zijn aan de voorkant uitgerust met een metalen frame. Let er bij het inbouwen op dat dit frame niet te strak vast zit aan de haard, maar creëer wat speelruimte.

Hierdoor is het later gemakkelijker om de sierstrips rondom de glasplaat te plaatsen.Voor service doeleinden moet men altijd bij de brander kunnen komen. Vandaar dat de haarden van Element4 zijn uitgerust met een via de voorzijde te verwijderen glasplaat.Plaatsen van rooster:1 23 45 67 8

25OnderhoudsinstructiesHieronder volgt een overzicht van het minimale onderhoud dat jaarlijks moet plaatsvinden. Net als alle overige werkzaamheden aan het toestel mag dit onderhoud uitsluitend door een bekwame installateur worden uitgevoerd. Wij adviseren u om daartoe een onderhoudscontract bij een erkende installateur af te sluiten. Verwijder de glasplaat en verwijder alle keramische onderdelen. Verwijder mogelijke puin boven op de brander met behulp van een stofzuiger en borstel. Inspecteer de brander. Voer een ontstekingscontrole uit. Controleer dat de waakvlam vrij en ongehinderd door keramisch materiaal de hoofdbrander ontsteekt. Voer een vlamstoringscontrole uit Onderhoud aan de brander zou niet nodig moeten zijn. Is dit wel het geval, controleer dan de ingestelde druk bij de inlaat naar de brander. De juiste druk staat achter in deze handleiding vermeld.

Borstel de keramische onderdelen af en vervang eventuele gebroken of beschadigde onderdelen (zie eerder in deze handleiding). Controleer het keramische koord op de glasplaat en plaats de glasplaat terug. Controleer de installatie op gaslekken. Controleer de afvoer van de rookgassen via het rookkanaal. Indien er onderdelen moeten worden vervangen, gebruik dan alleen originele onderdelen van de fabrikant. Bij het gebruik van niet-standaard onderdelen vervalt de garantie. Bovendien kunnen ze gevaar opleveren. Reinigen van glas:Afhankelijk van de gebruiksintensiteit kan zich in de loop der tijd een aanslag vormen op het glas. Deze aanslag kunt u verwijderen met een speciale glasreiniger of een speciale reiniger voor keramische kookplaten. ONDERHOUDSINFORMATIEspeciale glasreiniger of een speciale reiniger voor keramische kookplaten.

Afbeeldingen bij probleemoplossing33onderhoudsinstructiesHieronder volgt een overzicht van het minimale onderhoud dat jaarlijks moet plaatsvinden. Net als alle overige werkzaamheden aan het toestel mag dit onderhoud uitsluitend door een bek-wame installateur worden uitgevoerd.

Wij adviseren u om daartoe een onderhouds-contract bij een erkende installateur af te sluiten. Verwijder de glasplaat en verwijder alle kera-mische onderdelen. Verwijder mogelijke puin boven op de brander met behulp van een stofzuiger en borstel. Inspecteer de brander. Voer een ontstekingscontrole uit. Controleer dat de waakvlam vrij en ongehinderd door kera-misch materiaal de hoofdbrander ontsteekt. Voer een vlamstoringscontrole uit Onderhoud aan de brander zou niet nodig moeten zijn. Is dit wel het geval, controleer dan de ingestelde druk bij de inlaat naar de brander. De juiste druk staat achter in deze handleiding vermeld. Borstel de keramische onderdelen af en vervang eventuele gebroken of beschadigde onderdelen (zie eerder in deze handleiding). Controleer het keramische koord op de glasplaat en plaats de glasplaat terug. Controleer de installatie op gaslekken.

Controleer de afvoer van de rookgassen via het rookkanaal. Indien er onderdelen moeten worden vervangen, gebruik dan alleen originele onderdelen van de fabrikant. Bij het gebruik van niet-standaard onderdelen vervalt de garantie. Bovendien kun-nen ze gevaar opleveren. Reinigen van glas:Afhankelijk van de gebruiksintensiteit kan zich ONDERHOUDSINFORMATIEspeciale glasreiniger of een speciale reiniger voor keramische kookplaten. Afbeeldingen bij probleemoplossingAfbeelding 1Afbeelding 2A.

26PROBLEEMOPLOSSINGOnderstaand vindt u een overzicht van storingen die kunnen optreden bij haarden met electronische ontsteking RCE GV60, de mogelijke oorzaak en de oplossing. Probleem Mogelijke oorzaak OplossingA. Geen transmissie 1. De (nieuwe) communicatie 1. Houd het resetknopje van de ontvanger (motor draait niet) code tussen ontvanger en ingedrukt totdat u 2 geluidssignalen hoort. afstandsbediening moet nog Laat na het tweede, langere geluidssignaal de bevestigd worden. resetknop los en druk binnen 20 sec. op knop (kleine vlam) op de afstandsbediening, totdat u een geluidssignaal hoort, dat de instelling van de nieuwe code bevestigt. 2. Lege batterijen. 2. Vervang de batterijen. 3. Ontvanger beschadigd. 3. Vervang de ontvanger en bevestig de code 4. Afstandsbediening beschadigd. 4. Vervang de afstandsbediening en bevestig de code 5. Motorkabel bij de klep / ontvanger 5.

Vervang de motorkabel. gebroken. 6. Kromme pennen van de 8-draads 6. Zorg dat de pennen van de 8-draadsconnector connector. recht staan 7. Wanneer de ontvanger is omgeven 7. Verander de stand van de antenne. door metaal, kan dit het zendbereik verminderen. B. Geen ontsteking(vonk) 1. Knop A in MAN stand. 1. Zet knop A op gasregelblok op ON (afbeelding 1) 2. Ontstekingskabel ligt over en/ 2 Leg de ontstekingskabel niet over en/of langs of langs metalen delen. metalen delen. Dit verzwakt de vonk Vervang zonodig de ontstekingskabel. 3. Ontstekingspen gecorrodeerd. 3. Vervang de ontstekingspen. 4. Wachttijd van 60 seconden voor 4. Neem de benodigde wachttijd in acht. volledige herstart nog niet voorbij. C. Geen geluidssignaal 1. Ontvanger beschadigd. 1. Vervang de ontvanger en bevestig de code 2. Wachttijd van 60 seconden voor 2. Neem de benodigde wachttijd in acht.

Ontvanger beschadigd. 2. Vervang de ontvanger en bevestig de codegeluidssignaal) 3. Kromme pennen van de 3. Zorg dat de pennen van de 8-draads connector recht 8-draadsconnector. staan. 4. Magneetklep beschadigd 4. Vervang het gasregelblok. E. Geen waakvlam 1. Lucht in de waakvlamleiding. 1. Spoel de leiding of start het ontstekingsproces meerdere keren. 2. Thermokoppeldraden van thermo- 2. Controleer de polariteit van de thermokoppelbe drading. koppel verwisseld. Sluit de thermokoppeldraden zonodig goed aan. 3. Geen vonk bij de waakvlambrander. 3. 1 Controleer of de onstekingskabel (vrij ligt van metalen delen; Leg deze zonodig vrij. 3. 2 Vervang zonodig de ontstekingskabel. 3. 3 Vervang zonodig de ontstekingspen. 4. Spuitstuk verstopt. 4. 1 Reinig het spuitstuk. 4. 2 Vervang zonodig het spuitstuk.

27Onderstaand vindt u een overzicht van storingen die kunnen optreden, de mogelijke oorzaak en de oplossing. Probleem Mogelijke oorzaak OplossingF. Elektronica blijft vonken 1. Ontvanger beschadigd. 1. Vervang de ontvanger en bevestig de codeterwijl de waakvlam brandtG. Waakvlam brandt wel maar 1. Thermokoppel functioneert niet. 1. 1 Meet de spanning, m. b. v. een digitale multi- meter magneetklep sluit na ca. 10 ingesteld op mV bereik, door de kabels aan te seconden of wanneer het toestel sluiten op de kabelschoen. De kabelschoen bevindt heet wordt zich aan de buitenkant, direct naast de magneetmoer aan de achterkant van het gasregelblok; De spanning moet binnen 20 seconden tenminste 5mV zijn. Deze mag niet lager zijn wanneer het toes tel warm is. Is de spanning te laag, dan moet: - het thermokoppel beter in de vlam geplaatst worden of - het thermokoppel vervangen worden. 1.

2 Controleer de grootte van de waakvlam. Corrigeer een te kleine waakvlam. 1. 3 Controleer de bedrading van het thermokop- pel naar de ontvanger. Vervang zo nodig de bedrading. 2. Batterijen (bijna) leeg. 2. Vervang de batterijen in de ontvanger. H Er zijn wel korte geluids- 1. Batterijen (bijna) leeg. 1. Vervang de batterijen in de ontvanger. signalen maar geen vonken en er is geen geluid / getik hoorbaar van de magneet die de klep opent I. Waakvlam brandt maar er is 1. Knop A in MAN stand. 1. Draai knop A op gasregelblok naar ON (afbee geen gaststroom naar de ing 1)(vlam) hoofdbrander 2. Toestel op waakvlam stand. 2. Verhoog de vlamhoogte door op de knop (grote van de afstandsbediening te drukken. 3. Voordruk van het gas te laag. 3. Controleer voordruk. Schakel zonodig het energiebedrijf in. 4. Beschadigde magneetklep. 4. Beschadigde magneetklep. J. Hoofdbrander ontsteekt, 1.

Kortsluiting in bedrading van thermo- 3. Vervang de bedrading. koppel 2*. 4. Draadbreuk in bedrading van thermo- 4. Vervang de bedrading. koppel 2* 5. 2e Thermokoppel is vervuild. * 5. Reinig het thermokoppel. 6. 2e Thermokoppel is niet goed in vlam 6. Plaats het thermokoppel goed in de vlam. geplaatst * 7. 2e Thermokoppel is defect. * 7. Controleer de spanning van thermokoppel net voor de hoofdbrander uitgaat. Is de spanning lager dan 1,8 mV, vervang dan thermokoppel. 8. Ontvanger defect. 8. Controleer de spanning van thermokoppel net voor de hoofdbrander uitgaat. Is de spanning hoger dan 1,8 mV, vervang dan de ontvanger. * 2e thermokoppel zit niet op alle versies PROBLEEMOPLOSSING.

28ONDERHOUDSINFORMATIEAFVOEREN VERPAKKING EN TOESTELDe verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:- Karton- CFK-vrij schuim (zacht)- Hout- Kunststof- PapierDeze materialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen worden afgevoerd.Batterijen gelden als chemisch afval. De batterijen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen afgevoerd worden. Verwijder eerst de batterijen voordat u de afstands-bediening afdankt.De overheid kan u ook informatie verschaffen over het op verantwoorde wijze afvoeren van afgedankte apparaten.Modore 240Technische tekeningen 175 375 496 2376 2408 2 2 376 380 1086 380 370 398 299 2656 370 2408 398 2404 130 200 179 191

30Hierbij verklaren wij dat het door Element4 uitgebrachte gas sfeerverwarmingstoestel door zijn ontwerp en bouwwijze voldoet aan de essentiële eisen van de Gastoestellenrichtlijn.Product: gas sfeerverwarmingstoestelModellen: Modore 240, Tenore 240Van toepassing zijnde EG-richtlijnen: 90/396/EECToegepaste geharmoniseerde normen: NEN-EN-613NEN-EN-613/A1Deze verklaring verliest haar geldigheid als zonder schriftelijke toestemming van Element4 wijzigingen aan het toestel worden aangebracht.Gassoort: Op het typeplaatje staat vermeld voor welke gassoort, gasdruk en voor welk land dit toestel is be-stemd. Het typeplaatjezit vast aan een ketting.

31 GARANTIEGarantiebepalingen:Mochten er storingen zijn die u zelf niet kunt oplossen met behulp van de tips, dan wordt u verzocht om contact op te nemen met uw instal-lateur of uw dealer. De E4 producten waarop deze garantiekaart van toepassing is zijn nauwkeurig vervaar-digd uit hoogwaardige materialen. Mochten er desondanks toch fouten of gebreken optreden, dan zijn onderstaande garantie bepalingen van toepassing:1) De installateur zal zich vooraleer tot plaatsing over te gaan zich eerst vergewissen van de goede kwaliteit en de goede werking van het rookgasafvoerkanaal. De gastoestellen dienen steeds door een bekwame installateur volgens de landelijke en eventuele regionaal geldende normen en volgens de bij het toestel geleverde installatievoorschriften te worden ingebouwd.

2) Op de E4 gastoestellen bedraagt de garantie periode 2 jaar, ingaand vanaf de datum van aankoop die duidelijk op de koopfactuur moet zijn vermeld. 3) Niet onder de garantie vallen het kera-mische glas evenals fysieke en chemische inwerking van buitenaf tijdens transport, opslag of montage. 4) Als er binnen de garantieperiode toch een storing zou optreden die het gevolg is van een fabricagefout of materiaalgebrek dan zal Element4 gratis een vervangstuk opsturen naar de installateur ter vervanging van het defecte onderdeel, zonder vergoeding voor het mon-teren en demonteren5) Mocht de installateur zelf de storing niet kunnen verhelpen, kan hij Element4 BV ver-zoeken dit te doen, indien dit binnen de gren-zen van de Benelux is. 6) Enkel na voorafgaand overleg kan het gehele toestel of onderdelen ervan ter controle of herstelling verstuurd worden.

Deze goederen dienen wel vergezeld te zijn van dit ingevulde garantiedocument samen met het gedateerde aankoopbewijs. 7) Bij eventuele aan huis service door Ele-ment4 BV (enkel binnen de Benelux) tijdens de garantieperiode moeten steeds de garantied-ocumenten (dit blad samen met het gedateerde aankoopbewijs) worden voorgelegd.

8) Bij service verlening aan huis buiten de garantie periode worden de volgende kosten in rekening gebracht: materiaalkosten, werkuren en voorrijkosten. De garantie is niet van toepassing in de vol-gende gevallen:1) Indien niet of slechts gedeeltelijk aan bovenstaande punten voldaan is. 2) Indien er buiten het weten van E4 om, eender welke wijzigingen aan het toestel zijn aangebracht. 3) Indien het toestel niet volgens de instal-latievoorschriften werd ingebouwd, c. q. niet vol-gens de bedieningshandleiding werd gebruikt. 4) Indien er andere dan de voorgeschreven kunsthouten stammetjes, keramisch materiaal of steentjes op het branderbed liggen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Element4 Modore 240 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden