Element4 Lucius 140 R Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Element4 Lucius 140 R (44 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 6 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Element4 Lucius 140 R of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Element4 |
| Categorie: | Haarden |
| Model: | Lucius 140 R |
Handleiding Element4 Lucius 140 R – volledige tekst
3de prestaties en de veiligheid van het product. De installatie van uw toestel moet voldoen aan de huidige bouwvoorschriften. Wij adviseren daarom om voor de installatie een erkende gasinstallateur in te schakelen. Deze kan u van alle informatie over de veiligheidsbeperkingen van de installatie voorzien. Dit toestel is ontwikkeld als verwarmingsinrichting en alle onderdelen, inclusief het glas worden daarom zeer heet tijdens het gebruik. (hoger dan 200 graden) Met uitzondering van de regelknop-pen op het gasblok , zijn alle andere onderdelen werkende oppervlakken die niet mogen worden aangeraakt.
Vloeren, wanden en afdekkingen (plafonds) moeten ter plaatse waar door hittestraling van het toestel en/of afvoervoorziening, brandgevaar aanwezig is doordat de temperatuur hoger zou kunnen worden dan 90 graden, onbrandbaar zijn De warmte die van dit toestel afkomt, kan van in-vloed zijn op artikelen die in de buurt staan. Hang gordijnen op minimaal dertig centimeter afstand. Het toestel is niet bedoeld als droger. Wij raden u daarom af om het toestel op die manier te gebruiken. Plaats geen artikelen binnen dertig centimeter van dit toestel, aangezien ze hierdoor kunnen beschadigen. De installatie moet worden uitgevoerd conform de volgende voorschriften:ALGEMENE INFORMATIEBelangrijke veiligheidsinformatieDit toestel is voorzien van een keramisch vuurbed met hittebestendige keramische vezels, ofwel kunstmatige glasachtige silicaatvezels.
Overmatige blootstelling aan dit materiaal kan irritatie aan de ogen, huid en luchtwegen veroor-zaken. Wij adviseren daarom om bij het omgaan met deze materialen de stofuitstoot zo veel mogelijk te beperken. Gedurende de installatie en het onderhoud adviseren wij om een stof-zuiger met HEPA-lter te gebruiken om stof en roet in en rond de haard te verwijderen.
Indien enig onderdeel van het keramische vuurbed moet worden vervangen, adviseren wij om de verwijderde onderdelen in een afgesloten stevige polyethyleentas te verpakken en te labellen als hittebestendige keramische vezels. Dit soort afval is geen ‘gevaarlijk afval’ en mag worden wegge-gooid op een locatie met een vergunning voor het lozen van industrieel afval. Het toestel is voorzien van een permanente waakvlam. Deze bevindt zich voor in de brander en mag niet door de installateur worden aange-past. Dit systeem mag niet worden uitgezet, en de onderdelen mogen indien nodig uitsluitend worden vervangen door originele onderdelen van de fabrikant. Dit toestel is ontworpen voor gebruik met aardgas of LPG. Elk toestel is echter alleen geschikt voor het soort gas dat ten tijde van de aanschaf is gespeciceerd.
Let op: zodra er een soort gas is gespeciceerd, kan de haard niet op een ander gas branden. Het soort gas waarop uw haard brandt, staat aangegeven op het informatielabel. Dit toestel is ontwikkeld, getest en goedgekeurd conform de geldende normen voor het gebruik,.
4Voor Nederland geldt dat de installatie moet voldoen aan de voorwaarden zoals in het bouw-besluit en de relevante NEN normen NEN 1078 en NEN 2757 zijn vastgelegd. De plaats en wijze van uitmonden moet voldoen aan NPR 3378-60 (hinder voor omgeving en verdunning van rook-gassen) , NPR 3378-61 (voor de goede werking) en NPR 3378-20 (Praktijkrichtlijn gasgestookte sfeertoestellen) BRANDVEILIGHEID TOESTEL OPSTELLINGHet is belangrijk om nauwgezet volgens de in-stallatievoorschriften te werken. Als de installa-tievoorschriften niet, of onvoldoende, voorzien in de aspecten van de brandveiligheid, dan zijn de instructies volgens NPR 3378-20:2010 bepalend. Dit toestel moet worden geïnstalleerd conform de geldende voorschriften. Het mag uitsluitend in een voldoende geventileerde ruimte worden gebruikt en is bedoeld voor gebruik op een gasinstallatie met een gereguleerde meter.
Controleer vóór de installatie of de haard geschikt is voor de gassoort en gasdruk waar de haard op wordt aangesloten. (zie typenummerplaatje)Dit apparaat mag niet worden gebruikt in-dien het venster is gebroken en mag nooit worden gebruikt zonder glas aan de voor-zijde. Algemene aansluitinformatieDe haard is een gastoestel welke is bedoeld om te worden aangesloten op een gesloten afvoer-systeem. (Type C-toestel)De haard heeft een geïntegreerde piëzo - ontstek-ing, een permanente waakvlam, en is voorzien van een ODS beveiliging die zorg draagt voor uitschakeling bij zuurstoftekort. ALGEMENE INFORMATIEVoorafgaand aan de installatie moet op het op-pervlak waar de haard wordt geplaatst alle puin (inclusief stof), met name brandbaar materiaal, worden verwijderd. Het toestel moet op een stookplaats (of gron-doppervlak) staan dat het gewicht van de haard kan dragen.
Het toestel moet vervolgens in een onbrandbare nis worden vastgezet. Hiervoor zijn aanpasbare beugels op de vuurkist aangebracht. LET OP: VERKLEURING VAN WANDEN EN PLAFONDSBruinverkleuring is een vervelend probleem en is moeilijk op te lossen.
Doordat een haard een warmte bron is ontstaat luchtcirculatie. Door de natuurlijke luchtcirculatie worden vocht, sigarettenrook en nog niet uitge-harde vluchtige bestanddelen uit verf, bouwmate-rialen en vloerbedekking en dergelijke aangezo-gen. Deze bestanddelen kunnen zich op koude oppervlakten als roet afzetten. Deze problemen kunnen worden voorkomen door het vertrek waar het toestel zich bevindt goed te ventileren. Een goede richtlijn is: 3,24 m3/uur per m2 vloeroppervlak van een vertrek. Bij een nieuw gemetselde schouw of na een verbouwing wordt aanbevolen minimaal 6 wek-en te wachten voordat men gaat stoken. Het bouwvocht moet namelijk geheel ver dwenen zijn uit wanden, vloer en plafond. Voorkomen roestvorming: Zet na gebruik van uw haard de waakvlam geheel uit. U bespaart daardoor gas en voorkomt dat de rookgassen de verf van uw haard aantasten.
5INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER232Afstandsbediening met volledig electronische ontsteking (RCE4 GV60) Het toestel wordt bediend met een afstandsbe-diening (afb. 1). Zowel het ontsteken, het regelen van de vlamhoogte als het uitschakelen gebeurt met behulp van de afstandsbediening, die een ontvanger (afb. 2) in het bedieningskastje aanstuurt. Bij sommige toestellen wordt geen bedieningskastje geleverd. In dat geval is de ontvanger onder het toestel aangebracht. De ontvanger en de afstandsbediening worden gevoed door batterijen. Voor de ontvanger zijn 4 penlite (type AA) batterijen nodig; voor de afstandsbediening 3 penlites (type AAA). De levensduur van de batterijen is bij normaal gebruik ongeveer een jaar. Als optie kan een netstroom adapter worden gebruikt. Informeer hiernaar bij uw installateur. U hebt dan een 230 V aansluiting nodig in de omgeving van het toestel.
1Met behulp van de afstandsbediening kunnen een aantal extra functies ingesteld worden:- temperatuurweergave in graden Celsius of Fahrenheit;- tijd;- thermostaat functie;- timer voor thermostaat functie. Instellen communicatiecodeVoordat het toestel in gebruik wordt genomen, moet een communicatiecode ingesteld worden tussen de afstandsbediening en de ontvanger. De code wordt willekeurig gekozen uit de 65000 codes die beschikbaar zijn. Hierdoor is de kans klein dat andere afstandsbedieningen in uw om-geving dezelfde code gebruiken en de werking van uw toestel beïnvloeden. Ga als volgt te werk:Druk de reset-knop op de ontvanger in totdat u achtereenvolgens twee geluidssignalen hoort. Laat na het tweede, langere signaal de reset-knop los. Druk binnen 20 seconden op knop op de afstandsbediening totdat u een geluidssig-naal hoort: dit is de bevestiging van de goede communicatie.
25INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER12312Afstandsbediening met volledig electronische ontsteking (RCE4 GV60) Het toestel wordt bediend met een afstandsbe-diening (afb. 1). Zowel het ontsteken, het regelen van de vlamhoogte als het uitschakelen gebeurt met behulp van de afstandsbediening, die een ontvanger (afb. 2) in het bedieningskastje aan-stuurt. Bij sommige toestellen wordt geen bedie-ningskastje geleverd. In dat geval is de ontvanger onder het toestel aangebracht. De ontvanger en de afstandsbediening worden gevoed door batterijen. Voor de ontvanger zijn 4 penlite (type AA) batterijen nodig; voor de afstands-bediening 3 penlites (type AAA). De levensduur van de batterijen is bij normaal gebruik ongeveer een jaar. Als optie kan een netstroom adapter worden ge-bruikt. Informeer hiernaar bij uw installateur. U hebt dan een 230 V aansluiting nodig in de om-geving van het toestel.
1Met behulp van de afstandsbediening kunnen een aantal extra functies ingesteld worden:- temperatuurweergave in graden Celsius of Fahrenheit;- tijd;- thermostaat functie;- timer voor thermostaat functie. Instellen communicatiecodeVoordat het toestel in gebruik wordt genomen, moet een communicatiecode ingesteld worden tussen de afstandsbediening en de ontvanger. De code wordt willekeurig gekozen uit de 65000 codes die beschikbaar zijn. Hierdoor is de kans klein dat andere afstandsbedieningen in uw om-geving dezelfde code gebruiken en de werking van uw toestel beïnvloeden. Ga als volgt te werk:Druk de reset-knop op de ontvanger in totdat u achtereenvolgens twee geluidssignalen hoort. Laat na het tweede, langere signaal de reset-knop los. Druk binnen 20 seconden op knop op de afstandsbediening totdat u een geluid-signaal hoort: dit is de bevestiging van de goede communicatie.
6MAN stand Door kort op de knop SET te drukken doorloopt u achtereenvolgens de volgende functies:MAN → TEMP → TEMP → (P*)TIMER → MAN waarbij afhankelijk van de instelling van de timer: (P*) wordt weergegeven als P1 ✹, P1 , P2 ✹, P2 a. U kunt ook terugkeren naar de MAN stand door op de knop of te drukken. Let op - Bij het indrukken van de knoppen (be-halve de knop SET) verschijnt het transmissie-symbool ( ) om aan te geven dat er transmissie plaats vindt tussen de afstandsbediening en de ontvanger;- De ontvanger bevestigt de transmissie met een geluidssignaal;- Het toestel gaat automatisch naar de stand-by stand als er gedurende 6 uur geen transmissie plaatsvindt. Zet de afstandsbediening op de MAN stand. OntstekenLet op - Tijdens het ontstekingsproces ishet niet toegestaan de regelknop B op het gas-regelblok (afb. 4) handmatig te bedienen;- Wacht altijd 5 min.
na het doven van de waakvlam voordat u het toestel opnieuw ontsteekt;3BAB3INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER3BA4✹p iHet ontsteken van het toestel gaat als volgt: Druk de met een lijntje verbonden knoppen en op de afstandsbediening gelijktijdig in. Laat de knoppen los als een kort geluidssignaal aangeeft dat het ontste-kingsproces is gestart. Achtereenvolgens:- geven doorlopende signalen aan dat het ontstek-ingsproces in werking is;- geeft een kort geluidssignaal aan dat het ontstek-ingsproces is voltooid;- schakelt het toestel automatisch door naar de hoogste stand van de hoofdbrander;deze gaat binnen enkele seconden branden. Let op - Als de waakvlam na 3 ontsteek-pogingen niet brandt, moet u de gaskraandichtdraaien en de installateur waarschuwen;- Tijdens het ontsteken van de waakvlam hoort u geluidssignalen.
Na het laatstekorte geluidssignaal dient de hoofdbrander binnen circa 10 seconden grotendeels ontsto-ken te zijn. Als dit niet gebeurt, draait u de gaskraan dicht en waarschuwt u de instal-lateur;- Als het toestel met een plof ontsteekt, sluit u de gaskraan en waarschuwt ude installateur.
7INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERVlamhoogte / Stand-byDe vlamhoogte kan traploos geregeld worden met behulp van de knoppen en Door de vlamhoogte steeds verder te verlagen kan het toestel in de stand-by stand gezet worden; dat wil zeggen dat alleen de waakvlam nog brandt. Druk op de knop om de vlamhoogte te verlagen en/of het toestel in de stand-by stand te zetten. Druk op de knop om de vlamhoogte te verhogen en/of de hoofdbrander in te schakelen vanuit de stand-by (waakvlam) stand. Let op - Bij het ingedrukt houden van de knop op de afstandbediening moet de hoofdbrander binnen circa 10 seconden gro-tendeels ontstoken zijn. Als dit niet gebeurt, draait u de gaskraan dicht en waarschuwt u de installateur;- Als het toestel met een plof ontsteekt sluit u de gaskraan en waarschuwt u deinstallateur. UitschakelenHet toestel wordt uitgeschakeld door op de knop te drukken.
Ook de waakvlam gaat dan uit. TemperatuurweergaveDe kamertemperatuur kan op het display in graden Celsius (°C) met een 24-uursklok of in graden Fahrenheit (°F) met een 12-uursklok weergegeven worden. Druk de knoppen en gelijktijdig in totdat op het display de gewenste weergave verschijnt. TijdOp het display kan de tijd weergegeven worden. Na het plaatsen van de batterij of het gelijktijdig indrukken van de knoppen (pijltje omhoog) en (pijltje omlaag) knippert de tijdsaanduiding op het display en kan de tijd ingesteld worden. Druk gelijktijdig op de knoppen en totdat de tijdsaanduiding op het display knippert. Druk op de knop om de uren in te stellen. Druk op de knop om de minuten in te stellen. Druk op (on/OFF) om terug te keren naar de MAN stand of wacht tot het systeemautomatisch terugkeert naar de MAN stand.
Thermostaat functieU kunt met behulp van de thermostaat functie twee temperaturen instellendie thermostatisch geregeld worden. Deze tem-peraturen worden aangeduid als dagtemperatuur en nachttemperatuur. Het ✹ TEMP en TEMP symbool op het display staan resp. voor dag- ennachttemperatuur.
De kamertemperatuur wordt vergeleken met de ingestelde dag-/nachttemperatuuren de vlamhoogte wordt daarna automatisch ge-regeld om de ingestelde temperatuur te bereiken. Om de dag-/nachttemperatuur functie te kunnen gebruiken moet het toestel in de stand-by stand staan. - Leg de afstandsbediening steeds op dezelfde plek, zodat de thermostaat de omgevingstem-peratuur ’voelt’;- Zorg dat deze plek vrij is van invloeden als tocht, warmte van radiatoren en rechtstreeks zonlicht.
8INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERTimer voor thermostaat functieMet behulp van de timer kunnen per etmaal twee tijden ingesteld worden om de dagtemperatuur en twee tijden om de nachttemperatuur in te schakelen. Om de nachttemperatuur te regelen moet deze minimaal op 5 °C / 40 °F ingesteld worden. Als de nachttemperatuur op de “--” stand ingesteld wordt, blijft het toestel in de stand-by stand staan. Het toestel schakelt pas weer in bij de volgende inschakeltijd van de dagtemperatuur. Het toestel moet in de stand-by stand staan om d. m. v. de timer geregeld teworden. Voorbeeld schakeltijdenU hebt een dagtemperatuur resp. nachttempe- ratuur ingesteld van b. v. 20 °C en 15 °C. P1 ✹ TIMER = 7 uur; de temperatuur gaat om 7 uur naar 20 °C. P1 TIMER = 9 uur; de temperatuur gaat om 9 uur naar 15 °C. P2 ✹ TIMER = 17 uur; de temperatuur gaat om 17 uur weer naar 20 °C.
P2 TIMER = 22 uur; de temperatuur gaat om 22 uur terug naar 15 °C. VoorbeeldM. b. v. de ✹ TEMP functie kunt u overdag de temperatuur op 20 °C houden, terwijl u m. b. v. de TEMP functie ’s nachts een temperatuur van 15 °C handhaaft. Instellen dag-/nachttemperatuurMet behulp van de knop SET doorloopt u achter-eenvolgens de volgende functies: MAN → ✹ TEMP → TEMP → (P*) TIMER → MANDruk kort op de knop SET om in de ✹ TEMP of de TEMP stand te komen. Druk de knop SET in totdat de temperatuur op het display knippert. Stel de gewenste temperatuur in met de knoppen en. Let op - De minimaal in te stellen tempe-ratuur bedraagt 5 °C / 40 °F;- De regeling van de nachttemperatuur wordt uitgeschakeld door de temperatuur te verlagen totdat twee streepjes (“--”) op het display ver-schijnen. Druk op de knop (On/OFF) of wacht totdat op het display de stand ✹ TEMP of TEMP verschijnt.
9Instellen tijden t.b.v. timerVolg onderstaande stappen om de timer in te stellen:Stel de dag- en nachttemperuur in zoals hierboven beschreven.Druk kort op de knop SET om in de (P*) TIMER stand te komen.Druk de knop SET in totdat P1 ✹ TIMER verschijnt en de tijd knippert.Stel de eerste inschakeltijd van de dagtempe-ratuur in met de knoppen en .Druk kort op de knop SET om de volgende tijd van de cyclus, P1 TIMER, in te stellen.Stel achtereenvolgens de tijden P2 ✹ TIMER en P2 TIMER in.Druk op de knop (On/OFF) of wacht totdat op het display de stand (P*) TIMER verschijnt.Activeren timer functieVolg de onderstaande stappen voor het activeren van de timerregeling:Zet het toestel in de stand-by (waakvlam) stand m.b.v.
knop (pijltje omlaag).Stel de dag-/nachttemperatuur in als dit nog niet is gebeurd; Stel de timer tijden P1 ✹ TIMER, P1 TIMER, P2 ✹ TIMER en P2 TIMER in.Kies de (P*) TIMER functie met behulp van de knop SET.INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERVervangen batterijAls de batterij bijna leeg is verschijnt “XX” op het display.U kunt de batterij als volgt vervangen:Verwijder de deksel aan de achterzijde van de afstandsbediening.Koppel de 3 x AAA penlite los en vervang 3 x AAA penlite.Let op! - Let op de “+” en “-” polen van de batterij en de connector;- Gebruik alkaline batterijen;- Batterijen vallen onder “klein chemisch afval” en mogen dus niet bij het huisvuil Plaats de batterij in de houder.Sluit de deksel.
10INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURINSTALLATIEControleer voordat u met installeren begint of de gegevens op de informatielabel overeenkomen met het soort gas en de druk waarop het toestel wordt aangesloten. VentilatieDit toestel kan worden geïnstalleerd in een volledig afgesloten of mechanisch geventileerde ruimte zonder extra ventilatie. Algemene informatie gesloten verbrandingssystemenEr zijn veel mogelijkheden voor de installatie van dit concentrische gesloten verbrandingssysteem in een gebouw. Uitmonding via het dak en de wand zijn mogelijk. Het rookkanaal kan ofwel in een bestaande schoorsteen worden ingebouwd of er kan een geheel nieuw rookkanaalsysteem worden aangelegd. Het systeem is gebaseerd op een concentrisch rookkanaalsysteem dat gebruikmaakt van een binnenrookkanaal van 100 of 130 mm doorsnee dat door een buitenrookkanaal van 150 of 200 mm doorsnee loopt.
De rookgassen die bij de verbranding ontstaan, lopen door het binnenrookkanaal en worden veilig in de buitenlucht uitgestoten. De ruimte tussen het binnen- en buitenrookkanaal is het kanaal waardoor de haard lucht aanzuigt voor de verbranding. Deze concentrische rookkanalen eindigen buiten het gebouw in een terminal die de rookgassen en de verse verbrandingslucht gescheiden houdt. Het is van belang dat de terminal niet wordt geblokkeerd. Er kan een geschikte afscherming zijn vereist als de terminal zich op een ‘laag’ niveau bevindt (gewoonlijk binnen twee meter boven de grond). De gashaard met gesloten verbrandingssysteem kan in een bestaande - of nieuwe schouw worden ingebouwd. Indien er een bestaand rookkanaal of schoorsteen wordt gebruikt, dan moet er overleg met de installatiemonteur plaatsvinden.
Als de schoorsteen al eerder is gebruikt, moet deze professioneel worden gereinigd en goedgekeurd als degelijk en voor dit gebruik geschikt. Het Europese CE-keurmerk voor dit toestel geldt uitsluitend voor de door de leverancier gespeciceerde rookkanaalsysteem.
Het toestel moet daarom met het RVS rookkanaalsysteem US van Metaloterm/On Top worden geïnstalleerd. Het gebruik van andere concentrische RVS systemen is alleen toegestaan indien het dezelfde technische specificaties heeft als voornoemd systeem US. De garantie vervalt indien het toestel (volledig of gedeeltelijk) met een ander dan met een hierboven beschreven systeem wordt geïnstalleerd. Concentrische rookkanalen kunnen met zowel nieuwe - als bestaande schoorstenen worden geïnstalleerd. De ‘vuurkist’ van de toestellen bevindt zich boven grondniveau door de ingebouwde ‘voetconstructie’. De toestellen vereisen daarom geen speciale haardplaten aangezien de vloer niet heet wordt en wordt beschermd door de stalen voetconstructie. Brandveiligheid Toestelopstelling:Installeer het toestel zodanig dat er geen brand-bare materialen rondom het toestel of rookkanaal aanwezig zijn.
Het toestel mag nooit tegen een achterwand van brandbaar materiaal worden geplaatst. Brandbare materialen zoals bijvoorbeeld hout kunnen namelijk vanaf een temperatuur van 85 C, in brand raken. Dit kan al binnen enkele minuten (bij hoge temperaturen > 200 C) tot binnen enkele weken (bij lage temperaturen > 85 C)Een sfeertoestel kan aan de buitenzijde een temperatuur hebben die tot 600 C kan oplopen. Gebruik rondom de haard en in de koof uitsluitend niet brandbare materialen. Er moet altijd tussen het toestel en niet-brandbare materialen minimaal 50 mm ruimte zitten voor convectie.
11INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURIndien het toestel in een koof wordt geplaatst, dan moet deze voldoende zijn geventileerd. Wij adviseren een minimaal totaal ventilatieopper-vlak van 400 cm². Dit kunnen enkeleventilatieroosters CVRE4 van Element4 zijn. Buiten de ombouw moet de haard minstens 300 mm van brandbare materialen zijn verwijderd. Aanwijzingen voor het installeren van de inbouwhaard:Plaats de haard op een voldoende sterke , bij-voorbeeld betonnen vloer, De ombouw (koof) mag geen brandbare materialen bevatten. Zorg voor een luchtspouw van minimaal 50 mm rondom het toestelIndien de inbouw koof van plaatmateriaal wordt opgebouwd:- de ruimte in de koof goed laten ventileren door plaatsing van convectieroosters. Hierdoor blijft de oppervlakte temperatuur voldoende laag. - De afwerklaag aan de buitenkant moet voldoende temperatuurbestendig zijn, teneinde verkleuring te voorkomen.
Wij raden aan om gebruik te maken van speciaal daarvoor bestemd pleistermateriaal. - Indien een plank/vensterbank boven de haard opening wordt aangebracht dan is een minimale afstand tot de opening van 150 mm vereist. - de haarden zijn voorzien van uitschuifbare beugels aan de achterzijde, waarmee u de haard kunt vastzetten aan de muur. Denkt u aan de luchtspouw van minimaal 50 mm. - Zorg ervoor dat het gasregelblok en de gasaansluiting na installatie te allen tijde bereikbaar zijn. Hiervoor is een speciaal bedienings-luikje verkrijgbaar bij Element4 (BDLE4). Indien u in de constructie isolatie materiaal gebruikt, gebruik hiervoor dan witte ongebonden isolatiewol, die hittebestendig is tot 1000 graden C. Gebruik nooit glas- of steenwol. Deze kunnen namelijk bij hitte een hinderlijke geur afgeven. Het toestel is van het type C11/C31.
Carport of uitbouwIndien het uiteinde van een rookkanaal zich binnen een carport of uitbouw bevindt, moet de carport of uitbouw minimaal twee volledig open, onbelemmerde zijden hebben. De afstand tussen het laagste deel van het dak en de bovenkant van de rookgas afvoer moet minstens 600mm bedragen. Let op: Een overdekte doorloop mag niet als carport worden behandeld. een rookkanaal terminal mag niet in een overdekte doorloop tussen twee gebouwen uitmonden. Souterrains, luchtkokers en steunmurenHet uiteinde van een rookkanaal mag niet binnen een souterain, luchtkoker of buitenruimte worden geplaatst, tenzij er stappen worden ondernomen om te zorgen dat rookgassen altijd veilig kunnen afdrijven. De uiteinden van rookkanalen moeten zodanig worden geplaatst dat er totale uitstoot van de rookgassen mogelijk is.
De uitgestoten rookgassen mogen niet hinderlijk zijn voor naastgelegen percelen/gebouwen en moeten zodanig worden geplaatst dat er geen andere delen van het gebouw worden beschadigd. Indien het oppervlak van de buitenmuur uit brandbaar materiaal bestaat, moet er achter het uiteinde een niet brandbare plaat worden bevestigd die tot 25 mm buiten de buitenrand-en van het uiteinde loopt.
12Locatie afvoer bij wandmontageINFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURAfmeting Positie uiteinde Afstand (mm)A* Direct onder een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 600B Boven een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 300C Naast een opening, ventilatiesteen, openslaand raam enz. 400D Onder goten of afvoerpijpen 300E Onder dakranden 300F Onder balkons of daken van open garages 600G Vanaf een verticale afvoerpijp 300H Vanaf een binnen- of buitenhoek 600I Bovengronds dak- of balkonniveau 300J Vanaf een oppervlak tegenover het uiteinde 600K Vanaf een uiteinde tegenover het uiteinde 600L Vanuit een opening in de open garage (bijv.
deur, raam in de woning) 1200M Verticaal vanuit een uiteinde aan dezelfde wand 1500N Horizontaal vanuit een uiteinde aan dezelfde wand 300P Vanaf een verticale structuur op het dak 600Q Boven het snijpunt met het dak 150* Het uiteinde mag daarnaast niet dichter dan 300 mm bij een opening in het gebouw worden geplaatst dat is aangebracht voor het plaatsen van een inbouwelement, zoals een raamkozijn.
13INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURLocatie uiteinden bij dakuitmonding“Afstand” = minimale afstand die nodig is om de uitlaat te positioneren om nadelige effecten te voorkomen ten aanzien van: A. Een ventilatieopening van een gebruikte kamer, toilet of badkamer B. Aanvoer van verwarmde lucht, als de aanvoer door een gebruikte kamer stroomt. C.
Een raam dat kan worden geopend en zich in de buurt van een gebruikte kamer, toilet of badkamer bevindt.(*) Indien de vereiste afstand niet haalbaar is, hebben de regels ten aanzien van de uitlaatpositie voorrang.(**) Indien de uitlaat minimaal een meter hoger wordt geplaatst dan de inlaatopening, of een raam dat kan worden geopend.(***) Indien de vereiste afstand niet haalbaar is, moet de uitlaat minimaal een meter boven de hoogste gevel/het hoogste dak worden geplaatst.Belangrijke informatie voor dakuitmondingen (C31).Indien het toestel met een dakuitmonding (classicatie C31) wordt geïnstalleerd, is het belangrijk om een begrenzer op de uitlaat van het rookkanaal in de haard aan te brengen. Zie paragraaf rookkanaal begrenzer.Minimale verticale lengteDakuitmondingen mogen vanaf een minimale hoogte van 1,0 meter worden geïnstalleerd. Zie ook de volgende pagina’s.
Om nadelige effecten te voorkomenAfstand: uitlaat A,B of COp hetzelfde dakniveau >6 m (*)Op een ander dakniveau >3 m (*) (**)Op een lager geplaatste muur >2 m (**)Op een hoger schuin oppervlak >6 m (***)
14Onderdelen concentrisch rookkanaalOp de volgende pagina’s volgt een omschrijving van de onderdelen die kunnen worden gebruikt bij de installatie met gesloten verbrandingssysteem van dit toestel.Het onderdeelnummer in de tabel verwijst naar het nummer van het onderdeel op de volgende pagina’s. Dit nummer is ook het nummer dat wordt gebruikt om onderdelen aan te wijzen in de voorgestelde installatieschema’s.INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEUROmschrijving Type Nr.
20Aansluitmogelijkheden gesloten systeem INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURBrandveiligheid Rookgasafvoer Om de brandveiligheid rondom een metalen rookgasafvoer te garanderen is een omkoke-ring noodzakelijk. Gebruik hiervoor hittebe-stendige plaatmaterialen, geschikt tot minimaal 600 graden C. Zorg ook voor voldoende ventilatie in de rookgas schacht. Maak de doorvoering van het rookgassysteem door een wand, gevel, plafond, vloer of dakbeschot zo, dat warmte-isolatie en brandwerendheid volgens het bouwbesluit is gewaarborgd. (NPR3378-20)Gevel of dakdoorvoer:Aansluiten door middel van concentrisch af-voermateriaal.
- Boor een gat van 160 mm ten behoeve van de gevel of dakdoorvoer bij rookgasafvoer met diameter 150 mm, en van 210 mm bij rookgasafvoer met een diameter van 200mm- Zorg voor een (brand) veilige doorvoer constructie in wand, vloer of dakbeschot- Bouw het systeem op vanaf de haard- Let op dat u de buizen in de juiste richting plaatst. De verjonging naar de haard toe. - Zorg ervoor dat de buizen voldoende gebeugeld worden, zodat het gewicht van de buizen niet op de haard komt te rusten. - Houd een afstand van minstens 5 cm aan tussen de buitenkant van de concentrische pijpen en de wand of plafond. - Door uitzetting en afkoeling kunnen de concentrische pijpen los raken. Het verdient aanbeveling om, op plaatsen die na installatie onbereikbaar zijn, de klemband vast te zetten met een parker. - U kunt inkortbare concentrische pijp, gevel-doorvoer of dakdoorvoer gebruiken.
Om een rookgasdichte verbinding te krijgen moet de binnenpijp na het inkorten 2 cm onder de buitenpijp uitsteken. - De horizontale pijpen moeten op afschot naar de haard toe geïnstalleerd worden. Rookkanaal begrenzer- Bij een rookgas systeem met geveldoorvoer hoeft u géén rookkanaal begrenzer aan te brengen.
- Bij een rookgas afvoer systeem waarbij de afvoer direct door de gevel gaat, dus géén horizontale versleping en de afvoer minimaal 2 meter verticaal loopt, moet een rookkanaal begrenzer van 35 mm worden aangebracht. - Bij een dakdoorvoer moet er een rookkanaal begrenzer van 60 mm worden aangebracht. De rookkanaal begrenzer van 60 mm bevindt zich aan de binnenkant van de haard nabij de rookgasuitlaat. Maak één van de schroeven los en draai de rookkanaal begrenzer dwars over de rookgas uitlaat. De rookkanaal begrenzer van 35 mm is los bij het toestel geleverd.
22INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURVerticale dakdoorvoer (geen bochten) voor concentrisch rookkanaalVerticale dakdoorvoerBij dakdoorvoer moet er een rookkanaalbegrenzer van 35 mm worden aangebracht. Deze bevindt zich aan de binnenkant van de haard nabij de rookgas uitlaat. Maak een van de schroeven los, en draai de rookgas begrenzer dwars over de rookgas uitlaat. Afstand “V” = 1m– 11m (min – max)Aanbevolen wordt om eerst de verkleiner USVK naar afvoermateriaal 150/100 te gebruiken.
25INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURAfstandsbediening met volledig electronische ontsteking (RCE GV60)installerenHiervoor is geen externe stroombron nodig. De ontvanger heeft slechts één invoerkabel Deze kabel heeft een enkele plug. Deze plug past in het aansluitblok aan de voorkant van het gasblok.Plaats de batterijen eerst in de zender en dan in de ontvanger. U heeft hiervoor respectievelijk 4 x 1,5V AA alkaline en 3 x AAA batterijen voor nodig.Druk op de reset knop van de ontvanger totdat u een lange piep hoort. Druk dan op de zender op de kleine vlam tot u een korte piep hoort. De afstandsbediening is nu klaar voor gebruik. Zie mogelijkheden bij hoofdstuk informatie voor de gebruiker.De ontvanger kan onder de haard of in de koof geplaatst worden, mits de temperatuur daar niet hoger is dan 60ºC.
Vertel de gebruiker waar de ontvanger zich bevindt in verband met het vervangen van de batterijen.Controleer het systeem.25INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURAfstandsbediening met volledig electronische ontsteking (RCE GV60)installerenHiervoor is geen externe stroombron nodig. De ontvanger heeft slechts één invoerkabel Deze kabel heeft een enkele plug. Deze plug past in het aansluitblok aan de voorkant van het gas-blok.Plaats de batterijen eerst in de zender en dan in de ontvanger. U heeft hiervoor respectieve-lijk 4 x 1,5V AA alkaline en 3 x AAA batterijen voor nodig.Druk op de reset knop van de ontvanger totdat u een lange piep hoort. Druk dan op de zender op de kleine vlam tot u een korte piep hoort. De afstandsbediening is nu klaar voor gebruik.
Zie mogelijkheden bij hoofdstuk informatie voor de gebruiker.De ontvanger kan onder de haard of in de koof geplaatst worden, mits de temperatuur daar niet hoger is dan 60ºC. Vertel de gebruiker waar de ontvanger zich bevindt in verband met het vervangen van de batterijen.Controleer het systeem.
26INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURInrichting van het keramische vuurbed Lucius houtset LSE412Gebruik alleen de bijgeleverde keramische onderdelen. Leg de onderdelen neer zoals op de volgende pagina’s weergegeven. Vervangende onderdelen, zijn via uw dealer verkrijgbaar maar mogen uitslui-tend door een vakbekwame installatiemonteur worden geïnstalleerdInrichting van het keramische vuurbed met houtblokken Aardgas en LPGControleer of het rooster stevig onder in de vuurkist ligt en dat de lange gleuf in het midden van het rooster op één lijn ligt met het midden van de branderbuis. De waakvlam moet door het rooster en de uitsparing in de vlambeveiliging zichtbaar zijn. Leg de stammen zoals op de foto’s en verspreid de chips over het rooster.
29INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURLet hierbij op dat er op verschillende plaatsen van het rooster gaatjes open blijven en dat er geen chips in de waakvlam vallen. De waakvlam komt in dit geval niet goed in contact met de brander. Hierdoor kan het toestel niet goed ontsteken. Dit kan een “plof” veroorzaken. WAAKVLAM (1) DIENT GEHEEL VRIJ TE ZIJN VAN KERAMISCH MATERIAAL.2e THERMOKOPPEL (2) DIENT GEHEEL VRIJ TE ZIJN VAN KERAMISCH MATERIAAL.Strooi wat meegeleverde as over de houtblokken en zwarte chips.Controleer uiteindelijk of de waakvlam vrij is en de ontsteking werkt voor de ruit terug geplaatst wordt.29INSTALLER INFORMATIONPlease make sure that pilot area and second pilot couple area are completely free of any ceramic materials.Finally check if the cross lighting of pilot ame to main burner is correct before the glass is being placed!
30INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURPlaatsen steentjesPlaatsen steentjesGeen steentjes op of vlak bij de waakvlamIngebruiknameVoordat de geïnstalleerde haard bij de klant wordt achtergelaten, MOET er een deugdelijkheidstest worden uitgevoerd. Laat de haard minimaal vijf minuten op de hoogste stand branden om het rookkanaal te verwarmen. Kijk het rookkanaal na indien er zich problemen voordoen. De haard geeft de eerste uren na de ingebruikname een geur en/of rook af. Ventileer de ruimte goed tijdens die periode. Ook vormt zich tijdens de eerste uren een grijze stof aan de binnenkant van het venster. Reinig dit voordat u het toestel achterlaat. Plaatsing witte Carrara kiezels / Blackstones / BrilliantsControleer of het rooster stevig onder in de vuurkist ligt en dat de lange gleuf in het midden van het rooster op één lijn ligt met het midden van de branderbuis.
De waakvlam moet door het rooster en de uitsparing in de vlambeveiliging zichtbaar zijn. Verspreid de steentjes over het rooster en de brander. Nooit meer dan 1 laag steentjes aanbrengen. Rooster met gaatjes moet hier en daar zichtbaar blijven. Let op dat er absoluut geen steentjes in en nabij de waakvlambrander liggen. Hierdoor kan het toestel niet goed ontsteken. Controleer uiteindelijk of de waakvlam vrij is en de ontsteking werkt voor de glasplaat geplaatst wordt. 30INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURPlaatsen steentjesPlaatsen steentjesGeen steentjes op of vlak bij de waakvlamIngebruiknameVoordat de geïnstalleerde haard bij de klant wordt achtergelaten, MOET er een deugdelijkheidstest worden uitgevoerd. Laat de haard minimaal vijf minuten op de hoogste stand branden om het rookkanaal te verwarmen. Kijk het rookkanaal na indien er zich problemen voordoen.
De haard geeft de eerste uren na de ingebruikname een geur en/of rook af. Ventileer de ruimte goed tijdens die periode. Ook vormt zich tijdens de eerste uren een grijze stof aan de binnenkant van het venster. Reinig dit voordat u het toestel achterlaat.
Plaatsing witte Carrara kiezels / Blackstones / BrilliantsControleer of het rooster stevig onder in de vuurkist ligt en dat de lange gleuf in het midden van het rooster op één lijn ligt met het midden van de branderbuis. De waakvlam moet door het rooster en de uitsparing in de vlambeveiliging zichtbaar zijn. Verspreid de steentjes over het rooster en de brander. Nooit meer dan 1 laag steentjes aanbrengen. Rooster met gaatjes moet hier en daar zichtbaar blijven. Let op dat er absoluut geen steentjes in en nabij de waakvlambrander liggen. Hierdoor kan het toestel niet goed ontsteken. Controleer uiteindelijk of de waakvlam vrij is en de ontsteking werkt voor de glasplaat geplaatst wordt.
30INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURPlaatsen steentjesPlaatsen steentjesGeen steentjes op of vlak bij de waakvlamIngebruiknameVoordat de geïnstalleerde haard bij de klant wordt achtergelaten, MOET er een deugdelijkheidstest worden uitgevoerd. Laat de haard minimaal vijf minuten op de hoogste stand branden om het rookkanaal te verwarmen. Kijk het rookkanaal na indien er zich problemen voordoen. De haard geeft de eerste uren na de ingebruikname een geur en/of rook af. Ventileer de ruimte goed tijdens die periode. Ook vormt zich tijdens de eerste uren een grijze stof aan de binnenkant van het venster. Reinig dit voordat u het toestel achterlaat. Plaatsing witte Carrara kiezels / Blackstones / BrilliantsControleer of het rooster stevig onder in de vuurkist ligt en dat de lange gleuf in het midden van het rooster op één lijn ligt met het midden van de branderbuis.
De waakvlam moet door het rooster en de uitsparing in de vlambeveiliging zichtbaar zijn. Verspreid de steentjes over het rooster en de brander. Nooit meer dan 1 laag steentjes aanbrengen. Rooster met gaatjes moet hier en daar zichtbaar blijven. Let op dat er absoluut geen steentjes in en nabij de waakvlambrander liggen. Hierdoor kan het toestel niet goed ontsteken.
31INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURInbouwtips:Lees eerst de algemene informatie en aanwijzingen voor het installeren over gesloten haarden, welke u voor in deze gebruiksaanwijzing kunt vinden. BELANGRIJKE INSTALLATIETIPS BOEZEM:- De boezem moet van niet brandbaar materiaal zijn opgebouwd;- De ruimte boven de haard dient altijd geventileerd te worden m. b. v. roosters of met een vergelijkbaar alternatief met een minimale doorlaat van 400cm2;- De boezemconstructie mag niet rusten op het inbouwframe van de haard;- Gebruik altijd een latei of boezemijzer als de boezem wordt gemetseld. Deze mogen niet direct op de haard worden geplaatst. BELANGRIJKE INSTALLATIETIPS BOEZEM I. V. M.
UITZETTING:- Door hitte zal de haard aan de kop zijn kant gaan uitzetten (uitgezonderd Lucius 140T)- Houd bij het maken van de ombouw er rekening mee dat de bovenbouw aan de kop zijn kant vrij moet kunnen bewegen, door bijvoorbeeld de boezem breder te maken dan de haard. - Om de uitzetting aan de kop zijn kant te beperken tot 5 mm is het belangrijk dat de 2 rode transportmoeren op de haard met een volle slag worden losgedraaid nadat u de haard op zijn uiteindelijke positie heeft geplaatst. (Zie tekening)- De rode moeren (aan elke kant 1) kunnen ook worden bereikt tussen het glas en het frame door. 31INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURInbouwtips:Lees eerst de algemene informatie en aanwijzingen voor het installeren over gesloten haarden, welke u voor in deze gebruiksaanwijzing kunt vinden.
BELANGRIJKE INSTALLATIETIPS BOEZEM:- De boezem moet van niet brandbaar materiaal zijn opgebouwd;- De ruimte boven de haard dient altijd geventileerd te worden m. b. v. roosters of met een vergelijkbaar alternatief met een minimale doorlaat van 200cm2;- De boezemconstructie mag niet rusten op het inbouwframe van de haard;- Gebruik altijd een latei of boezemijzer als de boezem wordt gemetseld. Deze mogen niet direct op de haard worden geplaatst. BELANGRIJKE INSTALLATIETIPS BOEZEM I. V. M.
UITZETTING:- Door hitte zal de haard aan de kop zijn kant gaan uitzetten (uitgezonderd Lucius 140T)- Houd bij het maken van de ombouw er rekening mee dat de bovenbouw aan de kop zijn kant vrij moet kunnen bewegen, door bijvoorbeeld de boezem breder te maken dan de haard. - Om de uitzetting aan de kop zijn kant te beperken tot 5 mm is het belangrijk dat de 2 rode transportmoeren op de haard met een volle slag worden losgedraaid nadat u de haard op zijn uiteindelijke positie heeft geplaatst. (Zie tekening)- De rode moeren (aan elke kant 1) kunnen ook worden bereikt tussen het glas en het frame door.
32INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURPlaatsen van de glasplaat 3) Verwijder nu de glasplaat door deze iets op te tillen en dan naar voren te halen. Zie foto 5. Bij het terugplaatsen van het glas de schroeven van de metalen klemmen NIET te vast draaien. Het glas komt dan onder spanning te staan en kan ruitbreuk veroorzaken. Foto 1 Foto 2 Foto 32) Draai de kruiskop schroeven los en verwijder de metalen klemmen welke de glasplaat op zijn plaats houden (onder en bovenkant glas). Zie foto 4Foto 4Foto 51) Verwijder de sierlijsten links, rechts en onder zoals aangegeven in foto 1, 2 en 3. 32INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURPlaatsen van de glasplaat 1) Verwijder de sierlijsten links, rechts en onder zoals aangegeven in foto 1, 2 en 3. 3) Verwijder nu de glasplaat door deze iets op te tillen en dan naar voren te halen. Zie foto 5.
Bij het terugplaatsen van het glas de schroeven van de metalen klemmen NIET te vast draaien. Het glas komt dan onder spanning te staan en kan ruitbreuk veroorzaken. Foto 1 Foto 2 Foto 32) Draai de kruiskop schroeven los en verwijder de metalen klemmen welke de glasp-laat op zijn plaats houden (onder en bovenkant glas). Zie foto 4Foto 4Foto 532INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEURPlaatsen van de glasplaat 1) Verwijder de sierlijsten links, rechts en onder zoals aangegeven in foto 1, 2 en 3. 3) Verwijder nu de glasplaat door deze iets op te tillen en dan naar voren te halen. Zie foto 5. Bij het terugplaatsen van het glas de schroeven van de metalen klemmen NIET te vast draaien. Het glas komt dan onder spanning te staan en kan ruitbreuk veroorzaken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Element4 Lucius 140 R stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Haarden Element4
Handleiding Haarden
Nieuwste handleidingen voor Haarden