Durkopp Adler 271 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Durkopp Adler 271 (129 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Durkopp Adler 271 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Durkopp Adler |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | 271 |
Handleiding Durkopp Adler 271 – volledige tekst
Inhoud Blz.Voorwoord en algemene aanwijzingen betreffende de veiligheidDeel 1: Gebruiksaanwijzing Kl. 271 - 274 1. Beschrijving van de machine 1.1 Beknopte beschrijving en gebruik volgens . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 1.2 Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 1.3 Extras . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 2. Machineonderdelen en hun funktie 2.1 Onderdelen van het bovendeel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 2.2 Onderdelen van het onderstel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 3. Bediening 3.1 Naalden, garens en draadspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 3.2 Opspoelen van de onderdraad . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 3.3 Vervangen van de spoel van afstellen van de spanning van de opnemerdraad . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
1. Beschrijving van de machine 1.1 Beknopte beschrijving en gebruik de voorschriftenDe modellen 271 tot 274 zijn dubbele stiksteeknaaimachines met één naald voorzien van een inrichtingvoor het afsnijden van de draad voor lijnnaden volgenshet steektype 301.Volgens de voorschriften mogen de machines slechtsworden gebruikt voor het naaien van textielvezelmateriaalen leer dat deel uitmaakt van de kleding.Model 271 heeft een beweegbare ondertransportinrichting.De machine is voorzien van een automatische centraled.m.v. een oliekousje met olievoorraadstank, alsmedeeen aparte automatische smering van de opnemer,eveneens met olievoorraadstank. De oliestand kanworden gekontroleerd d.m.v.
een peilglas.Doordat de machine is voorzien van een draadregelaar ishet mogelijk om op dezelfde subklasse bij een geschiktekeuze van naaiinrichting en naald zowel dik als dunmateriaal te gebruiken.Het spanningsmechanisme, de draadafsnijder, deautomatische vergrendeling en de ventilatie van denaaivoet worden elektromagnetisch bediend.Uitgezonderd bij klasse 273, 274 en 272-740142 isperslucht niet noodzakelijk.Verdere technische kenmerken en uitrustingen persubklasse: zie onder 1.2 Technische gegevens.Type 272 als 271, echter met naaldtransport.273 als 271, echter bovendien met een met tussenpozenwerkende rollenboventransportinrichting.De transportlengte van de rollenboventransportinrichtingis 7 mm. Deze transportlengte kan gedifferentieerdworden afgesteld voor ondertransport d.m.v.
eenregelknop aan de voorkant van de arm van de machine.Het toerental is stabiel tot aan het maximum aantalsteken van 5500 per minuut. Dat betekent konstantesteeklengtes alsmede gladde naden die niet verschuiven,zelfs bij snelle veranderingen van net toerental.Bij omschakeling op achterwaarts transport wordt detransportwals automatisch opgeheven (vergrendeling).274 als 273, maar bovendien met naaldtransport.5
Ad 4: Taster op het bovengedeelte van de arm:- naald hoog - laag- grendel in - grendelfunktie aan het bedieningsveld uitgeschakeld - grendel geblokkeerd - grendelfunktie aan het bedieningsveld ingeschakeld - grendel binnen het verloop van de naad Ad 5: Randafsnijder rechts naast de naald. Kan worden in- en uitgeschakeld d. m. v. een handhefboom - of (als extra) ook elektropneumatisch via een drukknop. Alnaar gelang de naaiinrichting (E no. ) is de snijdafstand 3,5; 5,0; 8,0 of 10 mm. Speciale naaiinnrichtingen zijn noodzakelijk voor trapsgewijs snijden. Dehefhoogte van het mes bedraagt 5,5 mm. Ad 6: Randafsnijder, echter met separate elektroaan- drijving. Kan wordengeschakeld op twee snijdtoerentallen. Ad 7: Randafsnijder die de rand van het materiaal tij- dens het naaien dwars insnijdt(bijv. bij ronde halsuitsnijdingen, kragen, armsgaten enz.
1. 3 Extras App. 301 afdekkap voor het bovendeel van de machine Z 120 1801 elektromagnetische dtaadwisser voor 271 en 272subklasse -140000 en -160000 Z 120 1851 elektromagnetische draadwisser voor 273 en 274 Z 133 371 Automatisch foto-elektrisch mechanisme, waardoorde naaicyclus wordt gestopt bij het eind van de stofmet volgfunkties. Voor motoren met buitenliggendbedieningspaneel V730 of DB5. Z 116 6741 Elektropneumatisch mechanisme voor hetafwisselend naaien met twee verschillend afgesteldesteeklengten en twee verschillend afgesteldebovendraadspanningen. Normale naad en naad metstekenversoepeling (hechtsteken). Gedeeltelijkverhoogde spanning (naadverdikking) en siernaden. Z 124 401 elektropneumatische bediening voor het in- enuitschakelen van de randafsnijder door taster voor272-640142 Z 145 1 Trapsgewijze randafsnijding (vingerversie foor lichtnaaimateriaal).
In kombinatie met de naaiinrichting272/E 111 voor afsnijbreedtes van 4,5 en 7 mm. Z 145-101 Trapsgewijze randafsnijding (met 2 messen voormiddelzwaar naaimateriaal). In kombinatie metnaaiinrichting 272/E 112 voor afsnijbreedtes van 3,5en 6,5 mm. 722 2041 Bak voor snijdafval (aansluiting op de vakuum-installatievan de firma). Als er geen vakuuminstallatie aanwezig ismoet de centrifugaalventilator worden gebruikt. 999 260029 voor draaistroom 380-400 V+N, 50 Hz 999 260030 voor draaistroom 220-230 V, 60 Hz 999 260031 voor draaistroom 415-440 V, 50 Hz 933 5736 stalen wals getand, breedte 9 mm voor 273 en 274walstransport 933 3501 Getande stalen wals, breedte 15 mm voor 273 en 274walstransport stalen rollen mogen niet steunen, tussenrol en steekplaat moet 0,5 mm tussenruimte bestaan. Voor de afstelling zie de servicehandeleiding.
2. Machineonderdelen en hun funktie 2.1 Onderdelen van het bovendeel Onderdeel Funktie 1 Schroef – Regelt de naaivoetdruk. De schroef moet in de juistestelling worden vergrendeld. 2 Handhefboom – In- en uitschakelen van de randafsnijder 10. Dehandhefboom kan variabel worden ingesteld. 3 Opspoelinrichting – Zie paragraaf 3.2 opspoelen van de onderdraad. 4 Bedieningspaneel – Zie gebruiksaanwijzing van de motorenfabrikant. 5 Olievoorraadstank – Het oliepeil mag niet lager zijn dan "MIN". Indiennodig moet er olie merk ESSO SP-NK10 wordenbijgevuld tot aan de stand "MAX". 6 Afstelknop – Afstellen van de steeklengte voor achterwaartsnaaien (bij subklasse -....41 via de handhefboom). 7 Afstelknop – Afstellen van de steeklengte voor voorwaarts naaien(bij subklasse -....41 via de handhefboom). 8 Steun – Voor het omklappen van het bovendeel van demachine naar achteren (niet bij klasse 273 en 274).
9 Spanning van de naalddraad– in draairichting + = naalddraad strakker gespannenin draairichting - = naalddraad minder strakgespannen. 10 Randafsnijder – Funktie zie volgende bladzijde. 11 Naald – systeem 134, 797 of Sy 1955-01- gevaar voor verwondingen! -Vóór het vervangen van de naald in ieder geval dehoofdschakelaar uizschakelen! 12 Vergrendelknop – Naaivoet vergrendelen als deze opgeheven is. 13 Handhefboom – Transportwals in de hoogte heffen. De wals wordtbuiten het arbeidsbereik gezwenkt. - Naaien alleenmet ondertransport. 14 Afstelknop – Transportlengte voor boventransportwals. 15 Walsenboventransport – Funktie zie volgende bladzijde.8
Onderdeel Funktie16 Separate aandrijving voor randafsnijder – twee snijdtoerentallen kunnen worden geschakeld(alleen 272-740142)- GEVAAR VOOR VERWONDINGEN. -voorzichtig in de buurt van de randafsnijder. 17 LED – Het oplichten van de diode geeft aan dat derandafsnijder bedrijfsklaar is. Voor het in- enuitschakelen be-staan de volgende varianten:* handbediening d. m. v. een drukknop* via het naaipedaal door het loopsignaal van de naaiaandrijving* automatisch "in" en "uit" volgens het gekozen aantal steken* automatisch "uit" na het afsnijden van de draad (zie montageinstruktie paragraaf 13)18 Schakelaar voor de randafsnijder – I = normaal toerentalD = aandrijving "uit".
Mes buiten het naaibereikII = verhoogd toerental voor grote steeklengtes en dik materiaal 19 LED – contrôlelamp voor hoofdschakelaar "in" (alleen272-740142) 20 Drukknop – begin- en eindvergrendeling in - grendel aan hetbedieningpaneel uitbegin- en eindvergrendeling uit - grendel aan hetbedieningspaneel in 21 Drukknop – afzonderlijke steken 22 Drukknop – Bij stilstand van de naaimachine: naald hoog-laag. Tijdens het naaien: vergrendelen (achterwaartsnaaien) op een willekeurige plaats van hetnaadverloop. 23 Drukknop – In- en uitschakelen van de randafsnijder. Bijsubklasse 272-640000 moet daartoe depneumatische bediening Z124-401 (extra) wordeningebouwd. Anders is de drukknop vrij. 24 Drukknop – Boventransportwals per hand opheffen en latenzakken. Voor het automatisch laten zakken na eenaantal steken zie montageinstrukties 12. 25 Kniehefboom (alleen subkl. -.
41) – Voor het omklappen van het bovendeel van demachine naar achteren moet de hoofdschakelaarworden uitgeschakeld en de kniehefboom wordenverwijderd. Voor het uithangen moeten debewegingen 1 en 2 voor het inhangen debewegingen 3 en 4 worden uitgevoerd. 26 Smering van de opnemer – De olievoorraadtank voor de smering van deop-nemer mag geen lagere stand dan de markering"MIN" aangeven.
2.2 Onderdelen van het onderstel Onderdelen Funktie 1 Hoofschakelaar – In- en uitschakelen van de naaiaandrijving.Het bovendeel van de naaimachine is bedrijfsklaar.BELANGRIJK!!Voor het insteken en vervangen van naaigereedschap(zoals naald, naaivoet, steekplaat, stofschuiver enz.),voor het schoonmaken, bij het verlaten van dearbeidsplaats alsmende bij onderhoudswerkzaamhedenmoet de hoofdschakenlaar beslist worden uitgeschakeld.Zie ook onder Algemene veiligheidsaanwijzingen 2 Pedal – A nulstand - geen funktieB naaivoet opheffen bij stilstand van de machine C naaien met het maximum aantal steken door intrappen D naadvergrendling* - draad afsnijden - opheffen van de naaivoet* * niet bij subklasse -....41Onderhoudsunit6 Luchtfilter en7 waterafscheider – Voordat de waterstand het luchtfilter 6 bereikt,schroef 8 inschroeven en het water onder drukafvoeren.
4 Drukregelaar – Voor het instellen van de luchtdruk (6 bar) dehandgreep 4 naar boven trekken en afstellen.naar rechts draaien = verhogen van de druknaar links draaien = verlagen van de druk 9 Oliesprayapparaat – Dit apparaat voorziet de magneetventielen encilinders van smeerolie.Met de regelschroef 11 1 druppel olie voor 15arbeidscyclussen instellen.Voor het bijvullen van het oliesprayapparaat moet deperslucht worden afgesloten. Daartoe handgreep 4omhoog trekken en naar links draaien.Schroef 10 er uit draaien en olie Esso SP-NK10bijvullen tot aan de gegroefde markering van deolietank.12
3. Bediening 3.1 Naalden, garens en draadspanningEr moeten naalden systeem 134, 797 of Sy 1955-01worden gebruikt.Bij het aanbrengen van de naald moet men er op lettendat die erin wordt geschoven tot aan de verdikking en datde holle vorm van de naald naar rechts, d.w.z. naar deopnemerspits, wijst.In de onderstaande tabel zijn de voor enkele naalddiktenaanbevolen garendikte, draadspanning en positie van dedraadregelaar weergegeven.
voor subklasse -160062 3.2 Opspoelen van de onderdraadVoor het insteken van de onderdraad vanaf degarenstander tot aan de spoelinrichting: zie onderstaandeafbeelding.Draadresten die nog op de naaf van de spoel zittenmoeten worden verwijderd vóór het opspoelen.De spoeldraad moet met de klok mee op de spoelnaafworden gewikkeld.Het einde van de draad afsnijden in klem 2.Om de volle spoel eruit te halen moet men op de-zelfdewijze te werk gaan. 1214
3.3 Vervangen van de spoel en afstellen van de spanning van deopnemerdraad- Gevaar voor verwondingen -Hoofdschakelaar uitschakelen!Verwijderen van de spoelDeksel 3 optillen en het bovenste deel van het spoelhuismet de spoel er uit halen.Inleggen van de spoelHet inleggen van een nieuwe volle spoel wordtweergegeven in onderstaande afbeelding.De draad wordt gevoerd in gleuf a onder de bladveer b totin boring c. Bij het afrollrn van de draad moet de door depijl aangegeven richting draaien.Belangrijk!De ruimte onder de remveer 5 van de spoel Moetre-gelmatig worden schoongemaakt en al het naaistofworden verwijderd opdat de remveer ongehinderd kanbewegen. De veer moet worden opgetild (bijv. met eennaald) en het stof worden weggeblazen.Instellen van de spanning van de opnemerdraadBij de geadviseerde spanning van bijv.
30g wordt 15gdoor remveer 5 en 15g door spanningsveer 7 bereikt.Basisinstelling van spanningsveer 7:Het spoelhuis moet door zijn eigen gewicht langzaamzakken (zie de afbeelding).Remveer 5 verhindert, dat de spoel naloopt tijdens hetafsnijden van de draad.De remwerking moet fijn worden afgesteld.3466 7515
Voor het regelen van de beide spanningen moet men alsvolgt te werk gaan: – Regelschroef 6 zò ver terugdraaien dat de spanningvan bladveer 7 volkomen is geneutraliseerd. – Remveer 5 overeenkomstig afstellen door draaienvan schroef 4. – De spoel in het bovenste deel van het spoelhuisinleggen en de opnemerdeaad volgens deafbeelding insteken. – Spoelhuis met spoel in de opnemer aanbrengen. – D.m.v. een zogenaamde "luchtsteek" deopnemer-draad met behulp van de naalddraad naarde bovenkant van de steekopening trekken. – De opnemerdraad aftrekken onder een hoek van 45°.Ongeveer de helft van de spanning moet voelbaarzijn.Vervolgens regelschroef 6 tot op de geadviseerdespanning aandraaien.
3.5 Regelen van de spanning van de bovendraadVoorspanning voor het draadafsnijdenVoor het veilig werken van de draadafsnijder als dehoofdspanning 4 is geopend is een geringe restspanningvan de bovendraad noodzakelijk.Deze restspanning wordt bereikt door voorspanning 3 enbe invloedt tegelijkertijd ook de lengte van hetafgesneden einde van de naalddraad (begindraad voorde volgende naad).Kortere begindraad = kartelmoer 3 aandraaien.De basisinstelling is:Voorkant kartelmoer en bout gelijk.Voor een grote verstelling van de voorspanning is eenextra regeling van de hoofdspanning noodzakelijk.HoofdspanningVoorspanning 3 en hoofdspanning 4 moeten samen degeadviseerde bovendraadspanning van bijv. 80g leveren.Hoofdspanning 4 moet daarmee overeenkomstig wordeningesteld. 3.6 DraadregelaarDe draadregelaar 6 dient voor het regelen van dehoeveelheid bovendraad die benodigd is voor desteekvorming.
De instelling is afhankelijk van de steeklengte,dikte van het naaimateriaal en eigenschappen van het garen.Belangrijk:Een optimaal naairesultaat wordt allen maar gega-randeerd wanneer de draadregelaar precies is afgesteld.De lus van de bovendraad moet zonder overschot metgeringe spanning over de opnemer glijden.Schroef 9 losdraaien en de regelaar afstellen.De vertikale draad 7 dient in kombinatie met schaal 8 alsafstelhulp.64598717
OpmerkingWanneer de regelaar juist is gepositioneerd wordt dedraadaanhaalveer 5 0,5 mm uit de bovenste eindpositienaar beneden getrokken, wanneer de draadlus de grootsteopnemeromvang passeert, d.w.z. wanneer de grootstehoeveelheid draad benodigd is (zie de afbeelding).Het getal van 0,5 mm is een richtwaarde. Al naar gelangde spanning van de draadaanhaalver kan deze waardegroter of kleiner zijn. 4. Onderhoud- Gevaar voor verwondingen -De hoofdschakelaar moet in ieder geval worden uit-geschakeld wanneer de machine wordt schoongemaaktof ingevent.De onderhoudswerkzaamheden moeten uiterlijk na de tussenhaakjes aangegeven bedrijfsuren worden uitgevoerd.Andere tussentijden tussen de onderhoudsbeurtenkunnen noodzakelijk blijken wanner er speciaal materiaalwordt gebruikt. 4.1 Schoonmaken en/of testenEen machine die regelmatig wordt schoongehouden geeftminder aanleiding tot storingen!
– Van de ruimte onder de steekplaat moet het naai-stof worden verwijderd. (8 uur)Dit kan het beste worden gedaan met een persluchtpistool. – Het stof dat tussen de transportruggen is opge-hooptmoet worden verwijderd. (8 uur)Daartoe moet de steekplaat eraf worden gehaald. – De ruimte onder spoelremveer 3 moet worden ont-daan van naaistof. (8 uur)Daartoe veer 3 bijv. met een naald ietsje optillen enhet stof wegblazen. – Het motorventilatiefilter van naaistof reinigen. (8 uur) – Wanneer de machine is uitgerust met depersluchtonderhoudsunit 5 moeten olie- enwaterstand worden gekontroleerd.18
Voordat het waterpeil tot aan het filterinzetstuk 6 isgestegen moet het water in ieder geval uit dewaterafscheider 7 worden afgevoerd nadat schroef 8is aangedraaid, bij onder druk staandeonderhoudsunit.waterstand in waterafscheider 7 (40 uur)luchtfilterinzetstuk 6 reinigen (500 uur)olietransport van het oliesprayapparaat 11kontroleren (180 uur)zie ook paragraaf 2.23119108765419
4.2 InvettenVoor het invetten van deze machine moet smeeroliemerk ESSO SP-NK 10 (of olie van eenovereenkomstige kwaliteit) worden gebruikt.Het onderhoud van de met olie te verzorgen puten isbeperkt tot de volgende plaatsen: – Het oliepeil in de olievoorraadtank 1 mag niet totonder de markering "MIN" dalen. (40 uur)Olie bijvullen tot aan de markering "MAX" wanneerde machine rechtop staat.Met uitzondering van de smering van de opnemerworden alle lagers gesmeerd door een centraleoliesmering d.m.v. een oliekousje uit deolievoorraadstank 1. – Het oliepeil in de olievoorraadtank 2 voor de smeringvan de opnemeer mag eveneens niet dalen tot onderde markering "MIN". (40 uur)Olie bijvullen tot aan de markering "MAX" wanneerhet bovendeel van de machine is omgeklapt. – Indien nodig olie bijvullen in de olietank 9 van deonderhoudsunit tot aan de markering d.m.v.geleuven.
1. Algemene inlichtingen 1.1 VeiligheidsvoorschriftenZeer belangrijk!De netspanning en de op het identifikatiebordje van demotor aangegeven werkspanning moeten overeenstemmen!Alle werkzaamheden aan de elektrische uitrusting mogenalleen maar worden uitgevoerd door daartoe bevoegdepersonen en alleen indien de stekker uit het stopkontaktis gehaald!De veiligheidsvoorschriften moeten worden opgevolgd.De montagewerkzaamheden moeten worden uitgevoerdvolgens onderstaande voorschriften.–De elektrische aansluitingen zijn aangegeven in hetschakelschema.–De bezetting van de in- en uitgangen die voor iederesubklasse typisch is, alsmede de betreffendeparameter-nos. staan vermeld in het gegevensblad.–Alle noodzakelijke onderdelen zitten in demeegeleverde bijpakking. 1.2 Machine in bedrijf zonder naaimateriaal In dat geval moeten eerst de naaivoeten in opgeheventoestand worden vastgezet.
1.3 TafelbladenDe uitsnijdingen van zelfgemaakte tafelbladen moeten dein de tekeningen aangegeven maten hebben. 2. Montage van het onderstelDe onderdelen van het onderstel (zie de afbeelding)monteren.De bijgesloten onderstelpoten 1 er op schuiven.Wanner de schroeven 2 worden losgedraaid staat hetonderstel veilig.De gewenste werkhoogte en een horizontaal werkop-pervlak kunnen worden ingesteld nadat de schroeven 3zijn losgedraaid.2132
3. Tafelblad kompleteren en vastschroeven–Versterkingsribben 2 tussen de uitsnijdingen voorhet bovendeel en de motorriem aanschroeven.–Kabelgoot 5 en houder voor de trekontlasting van deleidingen aan de onderkant van het tafelbladschroeven.–Hoofdschakelaar 6 vastschroeven.–Naailichttrafo. (indien aanwezig) vastschroeven.–Elektrische leidingen aanbrengen.–Schuiflade 8 met houder vastschroeven.–Tafelblad met houtschroeven B8x35 op hetonder-stel schroeven. De stand van het tafelbladt.o.v. het onderstel is aangegeven door de markeringop de onderkant van het tafelblad (zie demaatschets).–Scharnieronderdelen 3 voor de machinescharnierenin de uitsparingen in het tafelblad drukken envastschroeven.–Voor het voorste steunpunt van het bovendeel dermachine moeten 2 steunpluggen in het tafelbladworden aangebracht en de drukveren daarop wordengeschoven.
De linker plug 1 moet in de boring vlg.doorsnede C-C en de rechter plug in de boring vlg.detail Y worden aangebracht. De aan de onderkantvan het tafel-blad uitstekende plugeinden afsnijden.Technische bijzonderheid!De plaatsing van de linker plug 1 heeft tot resultaatdat het linker machinescharnier 1 mm omhooggelicht kan worden; op die manier vindt eenontkoppeling van het tafelblad plaats.–Olieopvanbblik 7 met houtschroeven zo onder hettafelblad schroeven dat er tussen de rechterkant vanhet blik en de rechterkant van de tafelbladuitsnijdingeen afstand van 55 mm bestaat. Het olieopvangblikis aan de voor- en achterkant van detafelbladuitsnijding zó te richten dat het bovendeelvan de machine nergens tegenaan stoot bij hetomklappen. De kniehefboom stoot bij hetomklappen. De kniehefboom mag later, rekeninghoudend met alle afstelmogelijkheden, niet tegen hetolieopvangblik stoten.5
4. Verbinding aandrijving naaimechanisme met hettafelblad 4.1 Algemene aanwijzingenVoor type 271, 272, 273 en 274 zijn kompleteaan-drijvingspaketten leverbaar; deze bestaan uit denaaiaandrijving, hoofdschakelaar met de leidingen,V-snaarschijf, V-snaar en verschillende onderdelen.De koppelingsmotoren voor draaistroom zijn in destandaarduitvoering gebouwd voor 3x380-400V 50 Hz.Het toerental is 2800 omw/min. Draaistroommotoren voorandere netspanningen op aanvraag.De voor deze machines gebruiktegelijkstroomaandrijvingen benodigen een-fazigewisselstroomspanning; daarom moeten de aansluitingenbij meerdere machines gelijkmatig over de fazen van hetdraaistroomnet worden verdeeld; anders kunnen fazenworden overbelast.Het type motor dat per subklasse en extra uitrustingnoodzakelijk is is vermeld in het navolgende overzicht inpar.
4.2.Belangrijk!Wanneer de naaiaandrijvingen voor type 273 en 274worden aangebracht moet bij de daaropvolgendeinbedrijfneming worden gekontroleerd of in demotorbediening de juiste funkties voor de transportwalszijn ingevoerd (zie par. 12).Indien de elektrische uitrusting niet wordt geleverd doorDÜRKOPP ADLER moet de kontrole vlg. EN 60204-3-1 ofJEC 204-3-1 worden uitgevoerd.6
4.3 Bevestiging van de aandrijving–De aandrijving met het voetstuk aan de onderkantvan het tafelblad bevestigen. Daartoe de 3zeskantbouten M8x35 in de moeren 4 (zie demaatschets van het tafelblad) schroeven.–Met de aardkabel 2 uit het aandrijvingspakket eenverbinding maken van het motorvoetstuk naar deonderkant van de machine.–Daarbij het oog van de kabel met een bout M4bevestingen aan de van schroefdraad voorzieneboring in het motorvoetstuk.–De kabel door het olieopvangblik halen en de plattestekker 1 in de kontaktlijst steken (zie afbeelding).–De aardkabel dient om de statische lading van hetbovendeel der machine via de motor naar de massaaf te leiden.–V-snaarschijf op de motoras bevestigen.–De plaatsing van de aansluitingen aan de trafo. vande naaiaandrijving kontroleren en zo nodig wijzigenovereenkomstig de netspanning (zie het bijgaandeschakelschema).
4.4 Aantallen steken als funktie van de doorsnede van de riemschijfAantallen steken voor draaistroomaandrijvingen Steken/min. 50 Hz 60 Hz3800400042004500480050005500 80 mm 85 mm 90 mm 95 mm100 mm106 mm112 mm67 mm71 mm75 mm80 mm85 mm90 mm95 mmMet gelijkstroomaandrijvingen kunnen aanzienlijk hogere toerentallen wordengehaald dan met draaistroomaandrijvingen. Daarom moet men hier een kleineredoorsnede van de riemschijf nemen.Algemene regel:Riemschifdroorsnee voor wisselstroomaandrijvingen minus 30% = de geschiktedoorsnee voor gelijkstroomaandrijvingen. Bovendien kan het motortoerental worden geregeld aan het bedieningspaneel (zie degebruiksaanwijzing van de motor).218
Schroeven van het handwiel losdraaien enhet handwiel wegnemen.–Bij machines met een draadafsnijder en eenau-tomatisch vergrendelingsmechanisme moet degemarkeerde opening 6 voor de stekkeraansluitingmet behulp van een schroevendraaier uit desnaarbeveiliging worden geslagen.–Zoals op nevenstaande afbeelding is te zien, wordtde V-snaar vervolgens van buitenaf door desnaarbeveiliging gehaald; dan worden de beidedelen over de riemschijf naar het bovendeel toegebracht.–Leg de V-snaar op de riemschijf aan het handwiel.–De vier bouten 5 van de snaarbeveiliging aan-draaien.–Nu het bovendeel van de machine naar achterenomklappen en de V-snaar op de motorschijf leggen.–Bij het omklappen moet de snaarbeveiligingongehinderd in de uitsnijdingen van het tafelbladkunnen komen.–Door de motor te zwenken kan de V-snaar zo wordengespannen, dat deze in het midden noch 10 mmzonder al te grote krachtsinspanning naar binnenkan worden gedrukt.–De snaarbeveiliging aandraaien en daarbij de nok zóinstellen, dat de riem in de riemschijf bilijft liggenwanneer de machine naar achteren is gezwenkt.
Belangrijk!De boringen voor het bevestigen van het handwielzijn systematisch aangebracht.–Bij het aanbrengen van het handwiel moet devergrendelingspen 4 (in de bijpakking) door deboring 3 in de diepere insnijding A van de op de asvan de arm aangebrachte regelschijf wordengemonteerd.–Handwiel met letter A op markering 7 instellen enbouten 8 vast aandraaien.–De voetstangen 9 zó instellen, dat het pedaal 10 zichop 10 ten opzichte van de horizontale lijn bevindt,d.w.z. met de voorkant lager en met de achterkantenigszins verhoogd.–Om ergonomische redenen moet het pedaal inzijdelingse richting dusdanig op de versterkingsbalkzijn bevestigd, dat het midden van het pedaalongeveeer onder de naald ligt.873491010
6. Verbinding met de motorbediening en aanbrengenpositiemelder –Alle elektrische aansluitingen naar het bovendeelvan de machine via de centrale stekkerverbinding 16leiden. De leiding kompl. met koppeling en stekkervoor de motorbediening ligt in de bijpakking.–Wanneer de knoppen 15 tegelijkertijd worden ingedruktkan de koppeling naar buiten worden getrokken.–Indien aanwezig, moet het buitenliggendebedie-ningspaneel aan de arm van de machineworden bevestigd d.m.v. de bouten 17.–De leidingen voor de taster en evt.
voor hetnaailampje in het leidingskanaal van het bovendeelder machine aanbrengen; daartoe moet de dekselvan het opspoelapparaat worden weggenomen.–De positiemelder moet bij uitgeschakeldehoofd-schakelaar dusdanig worden vastgezet op deflens van het handwiel, dat de sleuf over de sluitpenop snaarbeveiliging pakt.–Bij "Efka"-motoren met Bedieningspaneel, stand D vanhet handwiel (punt van de naald in de steekplaat) naarmarkering 11 brengen en de vergrendelingspen insteken.–Merk 12 en inkerving 13 nauwkeurig met elkaar inovereenstemming berengen.–Bouten van de positiemelder aandraaien.–Dit is stand 0, d.w.z., het uitgangspunt voor allemachines die door de fabriek zijn afgesteld.–Bij op die manier aangebrachte positiemelders is dedoor de fabriek ingestelde onderste en bovenstestand van de naald gegeven.Andere motorenHier moeten de posities van de machine na hetbevestigen van de positiemelder volgens par.
7. Aansluiten persluchtondererhoudsunit–Ingeval van gebruik van bepaalde subklassen enextra uitrustingen is de voorziening met perslucht(watervrij en enigszins geolied) noodzakelijk.–De onderhoudsunit moet worden bevestigd aan hetonderstel (zie afb.).–Onderhoudsunit en bovendeel van de machineverbinden d.m.v. de slangkoppeling (Pu3) 1.–Onderhoudsunit d.m.v. de aansluitingsslang 4 (doorde klient ter beschikking te stellen) enaanslui-tingsonderdelen aansluiten op hetpersluchtnet.–Bij niet aangesloten of afgesloten persluchttoevoerde olievooraadtank 3 vullen met smeerolie ESSOSP-NK 10 tot aan de gleufmarkering, nadat bout 2verwijderd is.–De werkdruk van 6 bar instellen door de handgreep 5omhoog te trekken en te draaien.5123412
8. Machine bedrijfsklaar maken en naaitest doen–Maschine schoonmaken na de verzending.–De garenstandaard volgens onderstaande tekeningbevestigen.–De draadopeningen sluiten d.m.v. de meegeleverdeplugs, zoals in de afbeelding.–Naald- en klosdraad mogen elk maar door éénopening worden gestoken.–De olietank voor de smering van de opnemer en decentrale smering d.m.v. een oliekousje moet tot aande markering "Max." met olie worden gevuld. Zie 4van de gebruiksaanwijzing.–Als smeerolie moet worden gebruiktESSO SP-NK 10 - of olie van een volkomengelijkwaardige kwaliteit.–De netstekker in het stopkontakt steken.
Door demotorbeveiligingsschakelaar korte tijd in teschakelen ( bij draaistroom naaiaandrijvingen ) delooprichting aan het ventilatiewiel van de motorvaststellen.–Voor de looprichting van de machine zie de pijl aande snaarbeveiliging.–Bij een verkeerde looprichting moeten 2 fazen in denetstekker worden verwisseld.–De machine een paar minuten op een laag toerentallaten lopen, voordat er wordt genaaid op hettoegestane max. toerental.–De transporthoeveelheid van de oliesprayinrichting (1 druppel per 15 werkcyclussen) kontroleren en,indien nodig, korrigeren. Zie 4 van degebruiks-aanwijzing.13
9. Aanwijzingen voor de inbedrijfstelling van eennaaiaandrijving met digitale bedieningstechniekVóór het inbedrijfnemen van deze aandrijvingen moetende onderstaande aanwijzingen zorgvuldig wordendoorgelezen om te voorkomen dat aandrijving ennaaimachine worden beschadigd.De gebruiksaanwijzing van de naaiaandrijving moet inieder geval in acht worden genomen. 9.1 Aansluiting op het net en draairichting van een gelijkstroomnaaiaandrijvingD.m.v. een interne omschakeling kan de aandrijvingworden omgeschakeld op een netspanning tussen 190 Ven 240 V (50 en 60 Hz).De fabriek levert de aandrijving met een geaardeschakelaar. Indien aansluiting op een draaistroomnetnoodzakelijk is kan de geaarde stekker wordenvervangen door een perilexstekker.
Die wordtaangesloten op een van de 3 fazen (L1, L2 of L3), denull-eider (N) en de aardleider (of PE).Als ze zijn aangesloten op een draaistroomnet, moetende motoren gelijkelijk worden verdeeld over de drie fazen.Wij adviseren de perilexstekker te markeren zodat menvan buitenaf kan zien welke faze is aangesloten.Daardoor verkrijgt men een overzicht van de verdeling.Normaliter wordt de aandrijving geleverd met de juistelooprichting van de machine: naar links (tegen de wijzersvan klok in).De looprichting kan worden veranderd aan onderstaandeparameters:–rechtsomdraaiend met blikrichting riemschijf (met dewijzers van de klok mee)bij Efka modulair = F161-0bij Quick digitaal = 800-1–linksomdraaiend met blikrichting riemschijf (tegen dewijzers van de klok in)bij Efka modulair = F161-1bij Quick digitaal = 800-2Voor de noodzakelijke bediening van de regeling zie 11.2of de bijgesloten motorgebruiksaanwijzing.Rangschikking van de aansluitingen in de perilex-stekker,gezien vanaf de aansluiting.14
9.2 Korrektie der afstellingswaarden (parameter)Om de aandrijving aan te passen aan de machineklassemoeten enkele parameters worden gekontroleerd eneventueel moeten de bij levering ingestelde waardenworden gewijzigd.Daartoe moet het nummer van de parameter die moetworden gewijzigd worden opgeroepen en de waarde diedan in het display verschijnt moet worden verhoogd (+) ofverlaagd (-).Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan devolgende parameter-nummers:a) max. toerentalF111 bij Efka modulair607 bij Quick digitaalEr mag géén groter aantal steken/min. worden ingestelddan in 1.2 van de aan te drijven machineklasse isvoorgeschreven. De ingestelde waarde verschijnt inhet display als eerste informatie na het inschakelenvan de hoofdschakelaar. Bijj draaistroom naaiaandrijvingen moet het max. aantalsteken/min.
(pedaal helemaal ingetrapt) wordenbepaald door de keuze van de motorriemschujf (zie4.4).Het max. aantal steken dat op het bedienings-paneel isaangegeven moet worden ingesteld in bovenstaandeparameter overeenkomstig de waarde van demotorriemschijf.Het aantal steken kan dan via het bedieningspaneelworden verlaagd tot onder het maximum. b) Referentiestand (stand 0)F170 bij Efka modulair700 bij Quick digitaalHet instellen is noodzakelijk voordat de 10-po-ligemachinestekker in de motorregeling wordt gestoken.De referentiestand is bereikt wanneer het handwiel inde looprichting wordt gedraaid en in stand D wordtvergrendeld.Met deze instelling zijn tegelijkertijd de naaldpositieinsnijding F en de naaldpositie insnijding C juistingesteld voor de meeste toepassingen. Dezenaaldposities kunnen worden gekorrigeerd in deonderstaande parameters:Bij Efka modulairF-171. 1- naaldpositie insnijding FF-171.
c) 884 - instelparameter bij QuickMet de in parameter 884 ingestelde waarde wordt deregelkarakteristiek van het toerental aangepast aande betreffende belasting van de aan te drijvenmachineklasse. Voor zware machines is een hogerewaarde nodig als voor lichte.Bij een te hoog ingestelde waarde "knort" de motor bijlage toerentallen.Bij een te laag ingestelde waarde krijgt menregelproblemen wanneer er een verhoogde prestatie(bijn. draadaf-snijden) wordt verlangd. 9.3 Funktie foto-elektr. beveiligimg bij QuickOp de printplaat van het bedieningspaneel DB 5 be-vindtzich een draadschakelaar voor de omschakeling van degevoeligheid der foto-elektrische beveiliging.Bij de levering van het bedieningspaneel is dezeschakelaar gesloten, d.w.z. de hoge gevoeligheid isingeschakeld en klaar voor aansluiting van de reflexfoto-elektrische beveiliging Weko 7245 (on-derdeel no.
Z133 103).Foto-elektrische beveiligingen van andere fabrikanten(bijv. Leutze) hebben gedeeltelijk een lageregevoeligheid. In dat geval moet de draadschakelaarworden geopend.Bij problemen met de foto-elektr. beveiliging adviseren wijeveneens een kontrole van deze schakelaar. Daartoemoet de voorkant van het bedieningspaneel wordengeopend.16
10. Taster aan de kop van de arm–Maschines met een automatischvergrendlings-mechanisme zijn uitgerust met deviervoudige taster 1.–De in de bijpakking meegeleverde taster moet d.m.v.de twee bouten 2 worden bevestigd aan de kop vande arm.–De deksel van de opspoeler afnemen en detoe-voerleiding in de kabelgoot aanbrengen.–De stekker door de doorbraak in het tafelbald halenen in de motorregeling steken.1217
11. Afstelling positiemelderDe in de arm van de machine ingebouwde afstelschijf isvoorzien van insnijdingen, die d.m.v. letters kenbaar zijngemaakt op het handwiel.Samen met markering 4 geven de letters de ligging vn deinsnijdingen aan, waarin de machine d.m.v. de bijgeslotenpen 3 kan worden vergrendeld.Nadat de positiemelder bij uitgeschakeldehoofd-schakelaar zodanig is bevestigd op de flens vanhet handwiel dat de sleuf daarin over de sluitpen aan desnaarbeveiliging grijpt, kunnen de posities snel wordengekontroleerd of ingesteld.Positie 1De machine moet tot stilstand komen wanneer de naaldeen lage stand inneemt = insnijding F.Positie 2De machine moet tot stilstand komen wanneer dedraadhefboom een hoge stand inneemt = insnijding C.
11.1 Positioneringsaandrijving zonder extern bedieningspaneelVoorbeeld Efka DC 1600 DA 62 AV of 6 F 62 AVOpgepast!Bij het verplaatsen van de positiemelderschijvenHoofdschakelaar uit!Eerste positie 1. Schakelaar S3 aan de motorbediening naar rechtsdraaien. (niet bij 6 F 62 AV) 2. Pedaal naar voren indrukken en loslaten. 3. Handwiel in de draairichting draaien en pen 3 in deinsnijding F vergrendelen. 4. Hoofdschakelaar uitschakelen. 5. Schijf 7 draaien totdat de regelsleuf 8 achterschakelaar 9 staat.Tweede positie 1. Schakelaar S3 aan de motorbediening links draaien.(niet bij 6 F 62 AV) 2. Handwiel in draairichting verder draaien en d.m.v. pen3 in insnijding C vergrendelen. 3. Schijf 11 draaien totdat de regelsleuf 12 achterschakelaar 10 staat. 4. Pen wegnemen.Indien er naaimateriaal aanwezig is moeten de po-sitiesworden gekontroleerd. Indien nodig moet deinstelprocedure worden herhaald.19
11.2 Positioneringsaandrijving met extern bedienings-paneelVoor de inbedrijfstelling moet alleen bij Efka de 0-standen bij Quick de referentiepositie (uitgangspunt voor allemachineposities) worden ingevoerd.Dit uitgangspunt is insnijding D van de afstel-schijf = puntvan de naald in de steekplaat.Vóór de bevestiging van de Efka positiemelder moet 6goed worden doorgelezen.Alle machineposities zijn geprogrammeerd door de fabriek.Aan de positiemelder moeten geringe mechanischeinstellingen worden uitgevoerd. De kap van de melderkan niet worden afgenomen.De machineposities worden door de positiemelder insektoren (inkrementen) in het display aangegeven. Eenvolle omwenteling is bij Efka in 510 en bij Quick in 480sektoren verdeeld.a) Efka modulairVoor het ingeven van de 0-stand gaat men als volgt te werk: 1. Toets P ingedrukt houden. 2. Hoofdschakelaar inschakelen.
In het display verschijntcode no. C-0000. 3. Voor het binnengaan in "Serviceniveau 1" geeft U deEfka code no. 1907 aan de hand van de toetsen 1....0in. 4. Toets E indrukken. In het display verschijnt parameterno. F 100. 5. Met de toetsen 1...0 parameter no. 170 in-geven.Toets E indrukken - service-routine 1 (sr1) verschijnt.Toets F indrukken - positie 0 verschijnt. 6. Het handwiel een volle omwenteling in de looprichtingdraaien en in stand D d.m.v. de meegeleverde penvergrendelen.Dit is de "0-stand", d.w.z. het afhankelijkeuitgangspunt voor alle machines die afgesteld zijndoor de leverancier. 7. Toets P twee maal indrukken.Machineposities F en C kontroleren.Daarmee is de afstelprocedure beeindigd.20
8. Opgepast! In ieder geval een naad metdraad-afsnijding naaien. Dan pas is de ingevoerdeafstelling definitief in het geheugen opgenomen.Indien een korrektie t.a.v. de door de leverancieruitgevoerde afstellingen noodzakelijk is moet voor deprogrammering van de posities F en C als volgt te werkworden gegaan:Belangrijk! bij alle afstellingen steeds verder in delooprichting van de machine draaien. 1. Indien de hoofdschakelaar in de tussentijd werduitgeschakeld moet weer worden begonnen zoalsbeschreven bij "ingeven van de 0-stand".Anders P indrukken.- In het display verschijnt P170. 2. Toets E twee maal indrukken.- In het display verschijntde "serviceroutine 2" (sr2). 3. Toets F indrukken. Positie 1 verschijnt.Handwiel minstens 1 omwenteling draaien en inpositie F vergrendelen. 4. Toets E indrukken. In het display verschijnt positie 2.Handwiel in stand C vergrendelen. 5.
Toets P twee maal indrukken en daarmee deafstellingsprocedure beeindigen.6. Belangrijk! In ieder geval een naad metdraadafsnijding naaien, want pas dan is deingevoerde afstelling definitief in het geheugenopgenomen.Indien er niet wordt genaaid, gaat de afstelling bij hetuitschakelen van de hoofdschakelaar verloren.Het aangegeven aantal inkrementen bedraagt voorpositie F = 60 en positie C = 438 telkens 2.21
b) Quick digitaal 1. Hoofdschakelaar uitschakelen, terwijl de toetsen G enMinus (-) ingedrukt blijven.In het display verschijnt * en bijv. 3000. Het sterretjestaat voor programmeermodus en 3000 voor hetaantal steken per minuut. 2. Toets G blijft ingedrukt, daarna de minus-toets (-)drukken. In het display verschijnt INGEVEN.Dan beide toetsen loslaten. 3. Toets G zo vaak indrukken totdat er G7 .... verschijnt inhet display. 4. Toets F indrukken. In het display verschijnt 7000*XXXX, datis een toevallige getalswaarde die met devastgeschroefde stand van de positiemelder overeenkomt. 5. Pedal naar voren indrukken. De machine positioneertin elke willekeurige stand. 6. Handwiel in machinelooprichting draaien en d.m.v. devergrendelingspen in stand D van het handwielvergrendelen.Dit is de referentiepositie voor de verdere positiesvan de verdere posities van de machine. 7.
Vergrendelingspen wegnemen. De referentie-positie in hetgeheugen doen opnemen door het pedaal in te drukken. 8. Referentiepositie D d.m.v. de vergrendelings-pen nog eenkeer kontroleren. Wanneer de positie niet juist is (kangebeurd zijn door het naar voren trekken van de rotor inde zgn. "voorkeursstand"), moet de afstellingsprocedurezoals beschreven in 6 en 7 worden herhaald. 9. Toetsen G en Minus (-) tegelijkertijd indruk-ken. In hetdisplay verschijnt * MANUEEL.Machineposities F en C kontroleren. Normaal ge-sprokenis dan de afstellingsprocedure beeindingd.Indien er een korrektie t.a.v. de door de leveran-cieruitgevoerde afstellingen noodzakelijk is moet men voorhet programmeren van de machineposities F en C tewerk gaan zoals hiernaast aangegeven.Opgepast! Bij alle afstellingen steeds verder in delooprichting van de machine draaien.22
1. Indien de schakelaar in de tussentijd werduitgeschakeld moet men eerst van voren af aanbeginnen zoals hiervoor beschreven. Anders toets Gen tegelijkertijd de minustoets (-) indrukken. In hetdisplay verschijnt INGEVEN. 2. Toets F indrukken. In het display verschijnt 700 *XXXX= getalswaarde der referentiepositie. 3. Toets F meermaals indrukken totdat 702* 0026verschijnt.Pedaal kort intrappen. Machine positioneert in dedoor de leverancier afgestelde stand.Handwiel draaien in machinelooprichting envergrendelingspen in positie F (onderste stand vande naald) vergrendelen. 4. Vergrendelingspen wegnemen en de waarde in hetgeheugen doen opnemen door het pedaal in tetrappen. Positie F d.m.v. de vergrendelingspenkontroleren. Indien nodig, bijn. door devoorkeursstand van de rotor, de afstellingsprocedureweer herhalen.Belangrijk!
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Durkopp Adler 271 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Durkopp Adler
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine